Actueel

Weetje van de week: Stemmen voor de Eerste Kamer

Op 20 maart vonden de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Hierbij waren ook landelijke belangen bij gebaat, omdat de leden van de Provinciale Staten op hun beurt een stem uitbrengen voor de Senaat. Vorige week was het zover; op 27 mei stemden de Statenleden voor de Eerste Kamer, waarvan de definitieve uitslagen op vrijdag 31 mei bekend werden gemaakt. Deze verkiezing lijkt in grote mate voorspelbaar, ervan uitgaande dat de verkozen statenleden op hun eigen partij stemmen. Toch resulteert de stemming vaak in een (net) andere uitslag dan de prognoses voorspellen op basis van de Provinciale Statenverkiezingen.

Ingewikkelde rekensom
Bij het vaststellen van de precieze verkiezingsuitslag komt bij elke verkiezing veel rekenwerk kijken, maar zeker bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Niet alle stemmen wegen even zwaar; een Statenlid in een provincie met veel inwoners legt meer gewicht in de schaal dan een Statenlid van een provincie met weinig inwoners.

Dit systeem zorgt ervoor dat partijen moeten gaan rekenen of ze nog kans maken om een restzetel in de wacht de slepen. Partijen die nog kans maken op een restzetel, moeten stemmen zien te krijgen van andere partijen.

Koehandel
Omdat de restzetels politieke verschillen kunnen bepalen is het voor partijen nuttig om deals te sluiten met anderen. Zo kunnen bijvoorbeeld de statenleden van DENK, een partij die geen kans meer maakte op een Eerste Kamerzetel, stemmen op partijen die nog wel een extra zetel kunnen behalen. Ook kunnen coalitiepartijen onderling restzetels verdelen om het gezamenlijke zetelaantal te maximaliseren. Hier is dankbaar gebruik van gemaakt: de VVD en het CDA schoven hun reststemmen door naar de CU en D66. Een winst van twee zetels voor de coalitie dus. Statenleden kunnen ook onvrede laten horen door een stem op een andere partij. Zo stemde de volledige PVV-fractie uit Utrecht op FvD als kritiek op de landelijk koers van hun eigen partij.

Menselijke fout(jes)(en)
Het is echter niet altijd uit tactisch oogpunt dat de zetelverdeling afwijkt van de Provinciale Staten Verkiezingsuitslag. Er zijn in het verleden een aantal opmerkelijke foutjes gemaakt door Statenleden, met grote politieke gevolgen. Zo stemde D66-Statenlid Wim Cool in 2011 met een blauwe pen in plaats van het vereiste rode potlood, dat hij niet zag liggen in het stemhokje. Zijn stem werd ongeldig verklaard en er verschoof een Eerste Kamerzetel van D66 naar de SP. In 2007 kleurde Cheryl Braam van GroenLinks alle hokjes van haar partij rood, naar eigen zeggen uit spanning. In 1986 dachten twee VVD-Statenleden dat de stemming om 10 uur was, terwijl ze om 9 uur hadden moeten opdagen. Ook bij GroenLinks en bij de VVD werden de fouten afgestraft: in beide gevallen verdween er een zetel bij de partijen.

Een VAR-moment
Of het nu door een menselijke fout is of door het resultaat van wat sommigen “koehandel” noemen, de échte uitslag van de Eerste Kamerverkiezing krijgt men pas maanden na de Provinciale Staten verkiezingen te horen. Dat kan voor sommige partijen positief uitpakken, maar voor een individu het mislopen van het Eerste Kamerlidmaatschap betekenen.

Op basis van de getelde stemmen op de verkiezingsavond leek de VVD de grootste partij te worden. Echt bleek Forum voor Democratie de ochtend na de verkiezingen een zetel meer te halen en werd de grootste. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zei dat het voelde “alsof de VAR op het laatste moment een doelpunt afkeurt”. Maar misschien was de echte ‘VAR–beslissing’ de uiteindelijke uitslag op 27 mei, toen de coalitie de schade alsnog wist te beperken.