Actueel

Weetje van de week: Politieke Cartoons

Naar aanleiding van de overwinning voor Forum voor Democratie bij de Provinciale Statenverkiezingen verschenen er in de Nederlandse kranten een aantal politieke cartoons die veel discussie losmaakten. De in de NRC verschenen cartoon van Ruben Oppenheimer was daar één van. Op deze tekening wordt Thierry Baudet afgebeeld in een bruin uniform terwijl een wereldbol, met Nederland centraal, op zijn vinger balanceert. De cartoon verwijst naar een bekende scene in de film “The Great Dictator” met Charlie Chaplin. Oppenheimer verklaarde zelf over de vergelijking: “Iedereen krijgt een tik om de oren van mij, links of rechts. Maar als een politicus teksten gebruikt als ‘naar het front geroepen’ en openlijk flirt met ideeën die eerder bruin dan groen zijn, dan teken ik zulke illustraties.”

Naast felle reacties op de cartoon ontstond een discussie over de mate van verantwoordelijkheid van de cartoonist en de krant op de beeldvorming van het publiek. Onder de cartoon van Oppenheimer werd zelfs een reactie geplaatst met een oproep tot geweld jegens Baudet. De cartoonist deed aangifte naar de persoon achter de reactie en stelde dat zijn werk niet misbruikt moet worden voor geweldspropaganda. Deze week een kijkje naar de geschiedenis en de rol van cartoons op het publieke debat.

Spotprenten en karikaturen
Hoewel het woord “cartoon” als een relatief modern Engels leenwoord klinkt, werd deze term al sinds 1900 in de Nederlandse kranten gebruikt. Het Nederlandse equivalent, de “spotprent”, komt al sinds de 18e eeuw veelvuldig voor in documenten. Ook het woord “karikatuur” is in de documentatie terug te vinden. Echter stamt de oudste gedocumenteerde Nederlandse spotprent zelfs uit de tijd van de 80-jarige oorlog. Op deze prent is de hertog van Alva afgebeeld die door de duivel twee kronen aangeboden krijgt, wat staat voor de geestelijke en wereldlijke macht. Voor hem knielen 17 vrouwen, staande voor de Provinciën van de Nederlanden en op de achtergrond wordt verwezen naar het repressieve optreden van de hertog.

Uit het onderzoek naar eigen collectie stelt het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis dat de politieke prenten en cartoons tal van onderwerpen hebben die in de media spelen; van het weer tot een uitgebroken oorlog. Het voordeel van de spotprent is de dubbele bodem die de tekenaar mee kan geven. Het geeft de mogelijkheid om regimes of machthebbers te bekritiseren op een minder makkelijk aantoonbare wijze. Tegenover de vrijheid van expressie lijkt de woede en ophef te staan die prenten veelvuldig met zich meebrengen. Het beeld kan harder aankomen dan woorden, waarmee mensen sneller aangevallen lijken te door een provocerende of choquerende cartoon.

Aanleiding voor woede
In 2005 drukte het Deense dagblad Jyllands-Posten cartoons af over de Islamitische profeet Mohammed wat leidde tot grote verontwaardiging en woede in de Islamitische wereld. Ook onder niet-moslims klonk het geluid dat de cartoons te provocerend waren, maar er was ook veel bijval voor de tekenaar met het oog op de vrijheid van meningsuiting. In 2015 waren de Mohammed-cartoons uit het tijdschrift Charlie Hebdo zelfs tot geweld, in de vorm van de terroristische aanslag op het kantoor van het blad in Parijs. Met de slagzin “Je suis Charlie” werd er over de hele wereld steun betuigd op sociale media en werd het belang van vrijheid van meningsuiting benadrukt.

Aanzet tot debat
Politieke cartoons schudden het politieke debat regelmatig op. Ongeacht de al dan niet positieve reactie van de lezer brengen spraakmakende of provocerende cartoons een onderwerp in het maatschappelijk debat. Onderzoek wijst echter uit, dat politieke cartoons lang niet altijd begrepen worden naar de intentie van de tekenaar. Door het rechtzetten van zo’n verkeerde associatie, het verduidelijken van de bedoeling en afstand doen van de gevolgen was de manier hoe Ruben Oppenheimer hiermee omging. Opinies over de cartoon en het onderwerp blijven bestaan in het debat. De interpretatie en reacties die men hieraan onttrekt, kijkend naar het voorbeeld van Oppenheimer, blijven wellicht de keuze van de lezer.