Actueel

Weetje van de week: Natuurtop in Parijs

Tijdens de natuurtop in Parijs werd afgelopen maandag een rapport gepresenteerd door het IPBES: het VN-platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten. 700 wetenschappers over de hele wereld werkten mee aan dit onderzoek naar biodiversiteit en stellen dat de natuur wereldwijd in een ongekend tempo achteruit gaat. Het rapport biedt oplossingen, maar politici over de hele wereld moeten snel handelen om fundamentele verandering in gang te zetten. In dit weetje van de week: de conclusies en aangereikte oplossingen uit het onderzoek en de vervolgstap op internationaal niveau.

De afnemende biodiversiteit
De biodiversiteit, de variatie van biologische soorten in een ecologisch systeem, neemt volgens het rapport van het IPBES in een alarmerend tempo af. Zo worden één miljoen (van de circa acht miljoen) planten- en diersoorten met uitsterven bedreigd; het tempo van uitsterven ligt tientallen keren hoger dan gemiddeld in de laatste 10 miljoen jaar. Ook constateren de onderzoekers dat slechts 13 procent land en 23 procent van de oceanen nog onaangetast is.

Oorzaken van deze problematiek zijn destructief landgebruik, klimaatverandering, overbevissing, vervuiling en invasieve soorten. Deze acties hebben ook directe gevolgen voor de mens. Zo beschikt mede door de dump van zware metalen en giftige stoffen 40 procent van de wereldbevolking niet over schoon drinkwater.

Andere prioriteiten
In het rapport staan oplossingen die overheden in kunnen zetten om de versnelde afname van biodiversiteit tegen te gaan. Milieuonderzoeker Ingrid Visseren-Hamakers, die meeschreef aan het rapport, stelt dat het aanwijzen van nieuwe natuurreservaten niet voldoende is. Transformative change is noodzakelijk: “fundamentele verandering in sociale, economische en technologische structuren van de maatschappij”. Hierbij kan men denken aan subsidies en nauwere samenwerking met lokale bevolking, alsmede het stellen van andere prioriteiten in de omgang met landbouwgrond.

Een voorbeeld is dat de opbrengsten van intensieve landbouw brengen meer op voor een boer dan de financiële compensatie voor het laten staan van een bos. Dit gevecht kan de natuur nooit winnen, aldus hoogleraar bos- en natuurbeleid Esther Turnhout. Met hogere subsidies voor duurzaam landgebruik en het stimuleren van lokale initiatieven kunnen beleidsmakers hier een oplossing bieden. Ook de consument speelt een belangrijke rol. Wanneer er hogere prijzen voor voedsel betaald worden, kunnen boeren met minder intensieve en grootschalige productie leven van hun opbrengsten.

Internationale oplossingen
Het rapport schetst een alarmerend beeld dat roept om internationale actie. Robert Watson, IPBES-voorzitter, noemde de verwoesting van de biodiversiteit zelfs een “minstens even grote bedreiging voor de mensheid als de opwarming van de aarde”. Met deze boodschap werkt de organisatie toe naar een wereldwijd biodiversiteitsverdrag, die in 2020 door 132 VN-lidstaten getekend moet worden.

Dit verdrag is een nieuwe versie van het verdrag van de VN-Conventie inzake Biologische Diversiteit (CBD) uit 1992. Dit is niet de enige keer dat wereldleiders een document inzake biodiversiteit ondertekenen. In 2010 werden de “Aichi-doelen” gesteld: een halvering in de achteruitgang van biodiversiteit, meer beschermde natuurgebieden en duurzame land- en bosbouw. Deze doelen zijn vooralsnog niet in zicht. Om deze reden hoopt emeritus-hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse dat het rapport van IPBES dezelfde status gaat krijgen als het rapport van de IPCC dat de basis vormde van het klimaatakkoord uit 2015.

In Nederland pleiten diverse milieuorganisaties voor een Europese aanpak van de problemen zoals ontbossing. D66-leider Rob Jetten stelt dat het van belang is een internationaal Natuurakkoord te tekenen, vergelijkbaar met het klimaatakkoord van Parijs. Om de resultaten uit het IPBES onderzoek te bespreken in de Tweede Kamer is door Kamerlid De Groot (D66) een rondetafelgesprek aangevraagd.