Actueel

Weetje van de week: Evenementenlobby

Vorige week was de kogel definitief door de kerk: de Formule 1 komt in 2020 naar het Circuitpark Zandvoort. De Grand Prix van Nederland gaat tenminste de komende drie jaar in Zandvoort plaatsvinden, met de intentie om nog langer dan deze drie jaar door te gaan. Aan aandacht is geen gebrek: een half miljoen mensen hebben hun interesse uitgesproken via het portaal dat de organisatie heeft ingericht. Voor het eerst sinds 1985 komt de F1 dus weer terug in Nederland, mede dankzij een sterke lobby van hobbyracer prins Bernhard jr. – de eigenaar van het Circuitpark.

Strijd der Circuits
In 2016 leek de komst van een Nederlandse GP nog onmogelijk, omdat het te duur zou zijn en te weinig op zou leveren. Op dat moment zag de organisatie van de Formule 1 het eigenlijk ook niet zitten. Toen het Amerikaanse Liberty Media in 2017 de Formule 1 overkocht, creëerde dat mogelijkheden. De nieuwe eigenaar benadrukte namelijk dat er meer races in Europa moesten komen, het liefst op circuits met een rijke F1-historie. Dit creëerde een mogelijkheid voor Zandvoort. Tevens maakte het succes van Verstappen het commercieel aantrekkelijk om een thuisrace voor hem te organiseren. Op hetzelfde moment vond in Assen ook een inspectie van de baan plaats om te zien of het circuit klaar was voor een eventuele F1-race. De baan leek er in juli 2018 helemaal klaar voor, het wachten was dan alleen nog op een akkoord van de F1-organisatie. Deze interesse vanuit beide kampen, evenals interesse vanuit de organisatie voor beide circuits, leverde een onderlinge strijd op.

Tekenend voor het proces was het lekken van (des)informatie door beide partijen; er werd constant selectief gelekt en gesuggereerd. Als Zandvoort het niet voor elkaar had, dan zou het Assen worden. Zo is de druk op beide partijen hoog gebleven. Uiteindelijk werd het TT-circuit in Assen buitenspel gezet doordat brieven werden gelekt waarin de Amerikanen hun voorkeur uitspraken voor Zandvoort. Hiermee zijn wellicht potentiële geldschieters weggehouden van Assen.

Eurovisiesongfestival
Terwijl de strijd om de Formule 1 naar Nederland te halen vorige week eindigde, startte er deze week een nieuwe: welke Nederlandse stad mag volgend jaar de gastheer zijn van het Eurovisiesongfestival? Er zijn meerdere grote evenementenlocaties die deze taak graag op zich willen nemen en bereid zijn daar veel energie in te steken. Zo hebben locaties in Maastricht, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Zwolle al interesse getoond. Bij de beslissing, die door de festivalorganisatie European Broadcasting Union (EBU), worden zaken meegenomen als hotelcapaciteit, het openbaar vervoer en de bereidheid van gemeenten en ondernemers om er geld in te investeren.

Niet alleen het feit dat het Eurovisiesongfestival nu naar Nederland komt zorgt voor een strijd tussen Nederlandse steden, zelfs de huldiging van de winner van dit jaar – Duncan Laurence – creëert een onderlinge strijd. Zowel Hellevoetsluis, Tilburg als Amersfoort hopen dat Duncan hun stad verkiest boven de andere voor een groots onthaal.

Nederland wordt de komende jaren dus het toneel van grote internationale evenementen. Naar de rest van de wereld schetst dit een beeld van eenvormigheid en capabiliteit. Maar zoals uit deze interne, interstedelijke conflicten blijkt, gaat dit niet altijd over rozen.