Actueel

Weetje van de week: De parlementaire geschiedenis van Sint en Piet

3 december 2014

Sinterklaas is bij uitstek een kinderfeest dat in huiselijke kring wordt gevierd. Toch is de discussie rondom de goedheiligman en zijn ‘knechten’ dit jaar ook buiten de huiskamer flink aangewakkerd. Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen houden zich tegenwoordig druk bezig met het feest.

Ook de Tweede Kamer lijkt over Zwarte Piet niet uitgepraat te raken. Vooral het uiterlijk van Zwarte Piet houdt de gemoederen rondom het Binnenhof flink bezig. De PVV haalde midden november bijvoorbeeld het nieuws dankzij de initiatiefwet ‘Ter bescherming van de culturele traditie van het Sinterkerklaasfeest’. Tot op heden is er nog niet over deze initiatiefwet gesproken en reageerde geen enkele partij via de Kamer op het initiatief van Bosma en Wilders.

Ondanks dat dit het eerste daadwerkelijke wetsvoorstel is ter bescherming van Zwarte Piet, speelt de Kamerdiscussie rondom de helpers van de Sint al wat langer, al is de discussie veel minder hevig dan op basis van alle aandacht voor het onderwerp gedacht. Er werden de afgelopen vijf jaar steeds slechts drie of vier vragen per jaar gesteld die zijn gelieerd aan het Sinterklaasfeest.

Het lijkt te danken te zijn aan onder andere kunstenaar Quincy Gairo dat we ons nu zo druk maken over Piet, maar al in 2003 werd bij de Kamer een petitie ingediend over Zwarte Piet. De opdracht van die petitie was niet mals. “Dat de Nederlandse staat de sinterklaasviering aan een evaluatie doet onderwerpen maar in ieder geval het zwarte pietelement met onmiddellijke ingang afschaft.”

Na een paar stille jaren in de Kamer wakkerde de PVV in 2008 het Pietendebat weer aan. Die partij drong aan om een betoging tegen Zwarte Piet in Eindhoven te verbieden, en gingen in latere Kamervragen in op de verstoring van het Sinterklaasfeest. In 2011 mengde ook de SP zich in de discussie. Zij spraken zich toen juist uit tegen de beëindiging van een in hun ogen legale betoging over Zwarte Piet.

Als begrip wordt ‘de Zwarte Piet toespelen’ echter al veel langer gebruikt in de Kamer, om duidelijk te maken dat een instantie, meestal de overheid, in de beeldvorming wordt benadeeld. De vroegste melding in de archieven dateert van 1948, toen door J.J. Kramer (PvdA) tijdens de begrotingsbehandeling in de Eerste Kamer de gehele overheid werd vergeleken werd met het hulpje van Sinterklaas. “De overheid zou tegenover particuliere ondernemers als een soort Zwarte Piet moeten gaan optreden. (…) De Zwarte Piet van Sinterklaas, die den enen keer aan zoete kinderen pepernoten geeft en den anderen keer stoute kinderen de roede geeft of in den zak stopt”.

Soms geeft de komst Sint en Piet naar Nederland Kamerleden de ruimte om hun dichterlijke creativiteit tentoon te spreiden. Op 5 december 1957 maakte toenmalig Kamervoorzitter Rad Kortenhorst (1886-1963) het bijvoorbeeld erg bont door toenmalig staatssecretaris van ‘Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen’ Höppner te onderbreken voor de koffiepauze middels een informeel Sinterklaasdicht – iets wat op een in die tijd volstrekt ongebruikelijke informaliteit duidt. Met het gedicht maande de voorzitter Höppner en de kamer om wat tempo in de vergadering te brengen. Het dicht klonk als volgt.

 

“Het uur is daar voor koffiedrinken,

De bel voor lunchtijd gaat nu klinken.

De stem zwijgt stil des heren Höppener;

De beurt is dan aan onze club en er,

Wordt gehunkerd naar het hora’st,

Als ’t u daarom gaat, wint Sinterklaas ‘t

Ik stel U voor bij ’t repliceren,

Het met beknoptheid te proberen.

Vijf minuten, langer niet,

Vrees anders de gard van Zwarte Piet.

De vergad’ring wordt geschorst.

Goede honger, goede dorst! 

 

 

 

 


Dröge & van Drimmelen monitort de ontwikkeling van diverse dossiers in Eerste en Tweede Kamer. Voor meer informatie over specifieke thema’s of dossiers kunt u contact opnemen met onze adviseurs via info@dr2.nl