Actueel

Weetje van de Week: Bijzonder onderwijs

Vrijheid van onderwijs
Artikel 23 van de Grondwet bepaald dat men scholen kan oprichten waar de overheid zich niet mag bemoeien met de levensbeschouwelijke inslag van de school. De overheid kan zich enkel bemoeien met de onderwijskwaliteit, maar niet de invulling van de geloofsrichting. Ook over de invulling van lessen heeft de overheid geen zeggenschap. Als een docent besluit de rekenles buiten te doen door middel van een spel, is dat volgens de wet in principe mogelijk. In de Tweede Kamer is er altijd veel discussie geweest om bijzonder onderwijs. Dat is niet vreemd, want in 2017 meldde het CBS dat meer dan 70 procent van de leerlingen in het primair en voorgezet onderwijs bijzonder onderwijs volgt.

Onderwijs op basis van religie
Op 29 maart betogen directeur-bestuurder Marco Frijlink (VOO) en directeur Hans Teegelbeckers (VOS/ABB) in Trouw dat onderwijs op basis van religie achterhaald is. Het openbaar primair en voortgezet onderwijs is volgens hen de plek waar kinderen met allerlei gezindten elkaar ontmoeten op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Frijlinks en Teegelbeckers zijn er van overtuigd dat deze openbare onderwijsvorm de beste voorbereiding is op zelfstandig functioneren en constructief samenleven in de maatschappij. Ouders kiezen vaker voor een school op basis van het pedagogisch-didactisch concept en veel katholiek en protestants-christelijke scholen geven aan weinig meer te doen aan hun religieuze identiteit. Daarom moeten scholen zich nog wel kunnen onderscheiden op basis van een pedagogisch-didactische aanpak maar niet op basis van religie. De religieuze vorming kunnen ouders buiten school vormgeven, aldus Frijlink en Teegelbeckers.

Versnipperd onderwijs
René Kneyber pleit in zijn column in Trouw dat het Nederlandse onderwijs innovatiever is dan in de meeste andere landen. Doordat de overheid zich in mindere mate bemoeit met de inhoud van het onderwijs is Nederland een vruchtbare bodem voor verschillende onderwijsinitiatieven. Hij noemt de Vrije School, Jenaplan, Dalton en montessorionderwijs als voorbeelden. Daarnaast kunnen scholen zich ook concentreren op bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld technasia en cultuurprofielscholen.

Tijdens het rondetafelgesprek ‘De staat van het Onderwijs 2017-2018’ op 11 april sprak Monique Vogelzang, inspecteur-generaal van het onderwijs, over het versnipperde Nederlandse onderwijs. Hiermee doelt ze op de verscheidenheid aan scholen met verschillende achtergronden en pedagogische overtuigingen. Dit versnipperde landschap leidt volgens de inspectie tot een tekort aan consensus over ‘wat er geleerd moet worden’. Ze roept de politiek op om meer consensus te bereiken over het fundament dat kinderen moeten leren. Hierbij kan men denken aan een referentieniveau voor rekenen en taal. Daarnaast gaf de inspectie aan dat scholen te weinig evalueren of doelen behaald worden. Daardoor is het moeilijk te meten wat werkt en wat niet.

Kneyber haalt in zijn opiniestuk een onderzoek aan van Guuske Ledoux en Monique Volman. Ook uit hun onderzoek blijkt dat vernieuwende scholen zichzelf niet goed evalueren. Desondanks viel hen op dat bijzondere scholen niet alleen hun gestelde doelen weten te behalen, maar ook vaak beter scoren op de traditionele opbrengsten van het onderwijs. Het Elsevier onderzoek ‘Beste Scholen in Nederland’ laat dit ook zien. Dit jaar zijn 38 van de 50 ‘superscholen’ christelijk, en maar vier scholen openbaar.

Discussie in de Kamer
In de Tweede Kamer leeft de discussie over bijzonder onderwijs al sinds de Pacificatie van 1917. Ook nu laait de discussie over bijzonder onderwijs op, dit keer naar aanleiding van de problemen bij het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Klaas Dijkhof (VVD) schreef dit weekend in een discussiestuk over de koers van de VVD over bijzonder onderwijs. Hij zegt dat wanneer bijzonder onderwijs leidt tot ongewenste neveneffecten, die in strijd zijn met waarden als vrijheid en gelijkwaardigheid, het bijzonder onderwijs moet stoppen. Hiermee stuit hij tegen het gevoelig been van coalitiepartijen ChristenUnie en CDA. Gert-Jan Segers (CU) vindt dat als Dijkhoff de vrijheid van onderwijs wil inperken om radicalisme tegen te gaan, hij ruzie zoekt met de verkeerde mensen. Ook Martijn van Helvert (CDA) is kritisch. Hij zegt op Twitter dat Dijkhoff niet durft te zeggen dat hij radicale moslimscholen wil aanpakken en pakt om deze reden ook christelijke scholen aan.

De discussie over bijzonder onderwijs is een nieuw pad ingeslagen. Verschillende partijen uit de Tweede Kamer zijn kritisch over de inhoud van het onderwijs op sommige bijzondere scholen. Dit leidt ertoe dat financiering voor alle bijzondere scholen opnieuw in twijfel wordt getrokken. Met name christelijke partijen zijn fel tegen de aantasting van artikel 23 van de grondwet.