News

Weetje van de week: Afsplitsingen in de Tweede Kamer

Femke Merel van Kooten-Arissen kondigde afgelopen week aan dat ze uit de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren (PvdD) stapt en dat ze verder gaat met een eigen zetel. In een reactie gaf de PvdD aan “onaangenaam verrast te zijn dat Van Kooten-Arissen de zetel niet teruggeeft” en dat ze geroyeerd is als lid van de partij. Er werd door sommigen gesproken over kiezersbedrog en zetelroof, omdat het Kamerlid de zetel niet teruggeeft aan de partij.  Twee maanden geleden besloot ook een Kamerlid – Zihni Özdil van GroenLinks – zijn fractie te verlaten, maar hij gaf wel zijn zetel terug aan de partij.

Stemmen zonder last
Toch hoeft een zetel niet teruggegeven geworden. Een Kamerlid wordt namelijk als individu gekozen en de zetel is dus geen eigendom van de partij. In artikel 67 lid 3 van de Nederlandse Grondwet is opgenomen dat “de leden stemmen zonder last,” dit betekent dat Kamerleden mogen stemmen op basis van eigen inzicht en overtuiging. Tot 1983 was in artikel 140 ook vastgelegd dat “leden stemmen zonder ruggespraak,” wat, ten onrechte, de indruk wekte dat Kamerleden niet mochten overleggen met hun eigen partij of anderen. Een Kamerlid is vrij om te stemmen zoals hij zelf wil en mag overleggen met de partij, de achterban en anderen; zonder last, maar met ruggespraak.

Afsplitsingen in de Kamer
Al vanaf het begin dat er fracties zijn in de Tweede Kamer (sinds rond 1880), zijn er afsplitsingen geweest. Over het algemeen ontstaan deze door onenigheden over de koers van de partij. Deze afsplitsingen zijn vaak niet succesvol: de afgelopen 45 jaar zijn er maar twee gevallen waarbij een afsplitsing zijn vruchten afwierp. In 2004 toen Geert Wilders de VVD verliet en na twee jaar de PVV oprichtte. En in 2015 toen Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk uit de PvdA-fractie werden gezet en hun partij Denk startten. Om de faciliteiten van afsplitste Kamerleden enigszins in te perken zijn in 2017 de bepalingen over fracties gewijzigd. Een afgesplitste fractie heet nu wettelijk een ‘groep’ en deze groep heeft andere rechten dan een fractie. Zo is de personele en financiële ondersteuning minder voor een groep dan voor fracties en hebben afsplitsingen minder spreektijd krijgen tijdens debatten (de maximumspreektijd per fractie is twee minuten en per groep een minuut).

Boodschap
De geschiedenis leert dus dat afsplitsen weinig garantie geeft voor succes en de recente wijziging in de ondersteuningsbepalingen bevestigt dat het nog lastiger is geworden voor eenmansfracties om zich staande te houden. Maar wellicht is afsplitsen ook eerder een middel om een boodschap duidelijk te maken, dan dat het een poging is om een compleet nieuwe partij op te richten. Ook nu weer pakt een afgesplitst Kamerlid de kans. Net nadat de gemoederen tussen Van Kooten-Arissen en de PvdD iets tot rust leken te zijn gekomen, barstte de bom: in een interview in het Parool doet Van Kooten-Arissen een boekje open over de cultuur binnen de partij. De tijd zal leren of het Van Kooten-Arissen lukt een succesvolle politieke partij kan ontwikkelen.