Actueel

Weetje van de week: 50 jaar na de val over het omroepstelsel

26 februari 2015

Al in 1965 was het omroepstelsel een ‘hot topic’ op de kameragenda. In dat jaar werd Nederland bestuurd door een coalitie van KVP, ARP, CHU, VVD. Samen hadden zij een ruime meerderheid van 92 zetels. Al in 1961 was het voorgaande kabinet-De Quay gekomen met een nota over reclame op televisie. Dat kabinet sprak zich uit over de invoering van commerciële televisie, naast de publieke omroep. In 1963 werd die nota afgewezen door een meerderheid van de Tweede Kamer (ARP, KVP, PvdA). Deze partijen verdedigden de belangen van hun geestverwante omroepen (NCRV, KRO, VARA).

Uiteindelijk werd er bij de formatie van het Kabinet-Marijnen na de verkiezingen van 1963 toch een akkoord gesloten over een tweede televisienet, dat gevuld zou worden door de bestaande omroepen. Toch begon in 1964 een nieuwe omroep; TV Noordzee. De omroep werd geëxploiteerd door de NV Reclame Exploitatie Maatschappij (REM) en was gevestigd op een booreiland. Het succes van de zender werd door bestaande omroepen en regeringspartijen KVP en ARP als een bedreiging gezien. Uiteindelijk werd de omroep verboden, zonder goedkeuring van de VVD. De drie overige kabinetsfracties hadden nog net een meerderheid van 76 stemmen, maar uiteindelijk stemden 119 parlementsleden voor.

De Kamerfracties van PvdA, ARP en KVP grepen hun meerderheidsstandpunt aan om het kabinet tot actie te dwingen. KVP-kamerlid Baeten diende een motie in om het kabinet voor 1 maart 1965 zijn visie op de criteria van toelating en op het (voorlopig) toelaten van reclame te openbaren. Toen op 27 februari bleek dat het kabinet geen overeenstemming zou gaan bereiken diende premier Marijnen het ontslag van zijn regering in.

Na de val van het kabinet-Marijnen kwamen er geen nieuwe verkiezingen, maar werd er een nieuw kabinet geformeerd met KVP, ARP, CHU en PvdA. Die laatste verving dus de VVD. Jo Cals werd premier. Nadat dat kabinet in 1966 ook viel na de befaamde ‘Nacht van Schmelzer’ werd Jelle Zijlstra nog kort minister-president van een rompkabinet van KVP en ARP. Uiteindelijk volgden in 1967 dan alsnog vervroegde verkiezingen.

Na deze roerige tijd van 3 minister-presidenten in één parlementaire periode zou er tussen 1967 en 1971 een rustige tijd komen met kabinet-De Jong wat de gehele vier jaar zou uitzitten. Al is rustig in het Haagse nog altijd maar een relatief begrip.

 

 

 

 


Dröge & van Drimmelen monitort de ontwikkeling van diverse dossiers in Eerste en Tweede Kamer. Deze informatie is afkomstig uit Haagse Kennis, het complete politieke archief dat dagelijks bijgewerkt wordt.Voor meer informatie over specifieke thema’s of dossiers kunt u contact opnemen met onze adviseurs via info@dr2.nl