Blogs

Vol energie voor de toekomst 2021 in

Vlak voor de Kerst kwam het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met een geschenk voor onder de kerstboom: de conceptversie van de nieuwe Energiewet. Lang verwacht, en nu eindelijk in internetconsultatie verschenen.

In die Energiewet worden straks de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en nieuwe Europese regelgeving tot één geheel verwerkt. Perfect leesvoer om vol energie 2021 mee in te gaan. Wij zijn er ingedoken en delen graag enkele observaties.

De wet komt nú omdat een aantal Europese regels in Nederland ingevoerd moet worden en omdat de afspraken uit het Klimaatakkoord tot stevige reductie van broeikasgassen in actie moet worden omgezet. Maar dat is niet alles. Onderliggend vindt een nog grotere transitie plaats. Van een vrij overzichtelijk systeem van vraag en aanbod en van netcapaciteit voor gas en elektriciteit komen we in een situatie met grotere diversiteit aan (groepen van) invoeders, afnemers, beheerders en andere marktdeelnemers.

Zoals de naam ‘Energiewet’ zegt, heeft de wet de pretentie alomvattend te zijn. Het leest echter als een tussenstap. Hoewel het samenvoegen van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 een belangrijke stap is om energiemarkten te integreren, is er veel wat nog niet in de wet wordt meegenomen.

Om te beginnen is er relatief weinig aandacht voor gasvormige energiedragers. Zo bevat het Europese Clean Energy Package, dat via deze wet wordt geïmplementeerd, geen regelgeving voor gas. Nieuwe regels op dit gebied zullen, als Europa er eenmaal mee komt, alsnog in de Energiewet verwerkt moeten worden. Over de infrastructuur voor waterstof is evenmin iets opgenomen in de wet en het wetsvoorstel collectieve warmtevoorzieningen blijft losstaan van de Energiewet. Dit terwijl we nu juist toe zouden moeten naar één kader voor de energiedragers waarmee we ons verwarmen, vervoeren, de industrie draaiende houden enzovoorts. En waar de Kamer – onder andere via de initiatiefnota-Sienot – aandringt op het nemen van bestuurlijke regie en op het tijdiger investeren in netcapaciteit voor duurzame energievormen, biedt de wet weinig houvast voort ambitieuze netbeheerders, innovatieve ontwikkelaars en duurzame afnemers.

Het is vervolgens interessant om te zien dat de wet, naast energie, voor een groot deel gaat over datastromen. De energietransitie leidt ons immers naar decentrale systemen met vele kleinere aanbieders die afhankelijk zijn van onvoorspelbare energiebronnen als zon en wind. Het belang van onder andere slimme meters is overduidelijk: netbeheerders hebben actuele gegevens uit die meters nodig om te voorkomen dat er opeens onbalans is in het net of niet geleverd wordt. Het streven in de wet is om elk kwartier elektriciteitsgebruik te kunnen uitlezen en elk uur gasgebruik. Zo zijn pieken en dalen op tijd en door de tijd zichtbaar.

Voor de netbeheerder is dat inzicht fijn, maar hoe zit het met de privacy van of de governance over deze data? Het zou niet de eerste keer zijn dat politiek, consumentenorganisaties of ngo’s zich hierover opwinden. Bij de uitrol van slimme meters tien jaar geleden, ingestoken vanuit het helpen van consumenten bij energiebesparing, ontstond al politieke weerstand tegen het meekijken naar energieverbruik in de huiskamer. Helpen ze wel echt? Zijn we niet kwetsbaar voor hacks of dieven? Wat gebeurt er met je gegevens? Die discussie is afgezwakt – maar de conceptwet gaat zo uitgebreid in op het gebruik en bewaren van al die gegevens, dat het ministerie rekening lijkt te houden met opleving van die discussie. Terecht: datastromen en de controle erop is een hot topic. Temeer belangrijk in het energieveld omdat nieuwe tech-spelers het veld betreden en dit vraagt om regelgeving, standaarden en codes.

Daarnaast valt een aantal vernieuwingen op, zoals: dat ‘energiegemeenschappen’ een wettelijk middel worden om participatie van en keuze voor consumenten te creëren; dat netbeheerders inzicht moeten geven in welke aanvragen zij niet konden honoreren, dat de voor gas vervallen aansluitverplichting alleen voor aardgas gaat gelden zodat aansluiting op hernieuwbaar gas mogelijk blijft en dat de conversie garanties van oorsprong makkelijker wordt bij het omzetten van de ene naar andere vorm van duurzame energie. Het lijken uitingen van een wens om meer opties te creëren binnen vraag en aanbod.

De consultatiefase loopt tot en met 11 februari. Daarna zal het ministerie de wet aanvullen en verbeteren aan de hand van de reacties. De getoonde haast duidde erop dat het kabinet nog voor de verkiezingen het concept naar de Raad van State wilde sturen. Dat het kabinet momenteel demissionair is zal de procedure waarschijnlijk niet in de weg te staan. Bij behoefte aan nadere duiding van het 250 pagina’s tellende documenten of het strategisch neerzetten van de risico’s of kansen voor uw organisatie kan Dröge & van Drimmelen u ondersteunen. Neem gerust contact op met Marieke van der Werf, partner en senior adviseur, of Carsten Zwaaneveld, adviseur. Wij helpen u graag.