Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2022 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Relevant passages from the various budgets can be found on this page. This year there is a separate budget for the NGF which include, among other things, the financing and the steps for the integral assessment of all projects. The LNV budget includes a sustainable perspective for Dutch agriculture and fisheries including making livestock farming more sustainable, improving water quality and using less fertilizer. EZK’s budget focuses on the major climate challenge and mentions ‘Fit for 55’ as part of the European commitment.

How to proceed?

The General Political Considerations (ABP) and the General Financial Considerations (AFB) will take place on 22-23 September and 5-7 October respectively. During these debates, the main points of the plans of Rutte III will be discussed. The budget debates will start in the week of 5 October and will last throughout October and November. During the budget debates, the announced measures per ministry will be discussed in greater detail. We follow these debates on the known themes and provide interpretation on relevant topics.

Also, a new cabinet has not yet been formed. The country has to be governed, so a budget has to be prepared for next year. The formation of a new cabinet will have little or no impact on the budget. This is because the vast majority of the budgeted amounts have to be spent legally. Therefore, a new cabinet can bring little change to this budget. Unless a cabinet is formed soon and that cabinet is going to tinker with the pending budgets. This means that the budget debates will have to be repeated. Given the current formation process, this is not likely.

Before the end of the year, the House of Representatives and the Senate will vote on the proposals and amendments. As soon as they have approved the proposals, the national budget is fixed and the government can start executing its plans.

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

Mosa Meat: Begroting Economische Zaken en Klimaat 2022
  • Begrotingshoofdstuk XIV Economische Zaken en Klimaat
    • 2.1.6 Europese en regionale samenwerking
      • "De Green Deal blijft topprioriteit van de Commissie en het kabinet. Het klimaatpakket «Fit for 55» dat dient ter implementatie van de Green Deal en om de EU-regelgeving in lijn te brengen met de 2030 en 2050 klimaatdoelstellingen omvat 13 voorgenomen wetgevingsherzieningen in 2021 die in samenhang zullen moeten worden bezien om de realisatie van de klimaatdoelstellingen te verzekeren. Verder lopen en volgen er belangrijke voorstellen op het terrein van de circulaire economie, het aanpakken van vervuiling, chemische stoffen en biodiversiteit. Daarnaast zal de Commissie wetgevingsvoorstellen uit de digitale strategie verder uitwerken, waaronder voorstellen voor de platformeconomie. Verder zal de mededingingsregelgeving worden hervormd en wordt het regelgevend kader rondom IPCEI verder uitgewerkt." (p.19)
    • 3.4.1 Beleids Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
      • "De doelstelling bij artikel 4 is om in het kader van het klimaatbeleid in internationaal verband bij te dragen aan het realiseren van de doelen van de klimaatovereenkomst van Parijs en, in Europees verband, het realiseren van een netto-reductie van broeikasgassen in 2030 van ten minste 55% ten opzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050.Nationaal worden de doelen uit de Klimaatwet nagestreefd:– een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 ten opzichte van 1990

        – een reductie van de emissies van broeikasgassen met 95% in 2050 ten opzichte van 1990

        – een volledige CO2 -neutrale elektriciteitsproductie in 2050"

        (p.107)

Mosa Meat: Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2022
  • Begrotingshoofdstuk XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
    • 2.1 Beleidsprioriteiten
    • 2.1.1.2 Duurzaam perspectief voor de Nederlandse landbouw, tuinbouw en visserij
      • "De Nederlandse landbouw, tuinbouw en visserij zijn van grote waarde. Hoogwaardige productie gaat samen met een hoog niveau van kennis, technologie en innovatie. Dit draagt bij aan de verduurzaming van ketens en sectoren. Ondanks grote inspanningen in de afgelopen decennia, gaan de landbouw, tuinbouw en visserij nog over de grenzen van de milieugebruiksruimte. Om deze situatie beheersbaar te houden zijn overheden en ondernemers klem komen te zitten in een stapeling van regelgeving en handhaving. Met de omslag naar kringlooplandbouw werken we aan efficiënt gebruik van grondstoffen en een productie die samen gaat met de natuur. Dit stelt ons in staat om ruim van de grenzen af te komen en nieuw perspectief te bieden aan ondernemers. Daarbij is het belangrijk om gestelde doelen helder door te vertalen naar gebieden en bedrijven. Met kritische prestatie indicatoren wil LNV langjarig duidelijkheid bieden over de duurzame prestaties die van ondernemers verwacht worden én over de wijze waarop zij voor die prestaties beloond kunnen worden. Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij marktpartijen, consumenten en overheden om duurzame prestaties beter te laten renderen." (p.7)
    • 2.1.1.3 Brede welvaart in het landelijk gebied
      • "In de komende jaren zullen agrarisch ondernemers in met name sectoren en gebieden met grote externe effecten stappen moeten zetten naar extensivering en het emissiearmer maken van hun bedrijfsvoering. Ook zullen er ondernemers zijn die stoppen. Tegelijk speelt in het landelijk gebied een veelheid aan andere ruimtelijke opgaven, waaronder het inpassen van duurzame energieopwekking, klimaatadaptatie, woningen en infrastructuur. Bezien vanuit het perspectief van brede welvaart gaat het óók om sociale en economische aspecten. Zoals de beschikbaarheid van voorzieningen en de structuur van economie en arbeidsmarkt. Het landelijk gebied is veerkrachtig, maar er bestaat tegelijk onbehagen over toenemende welvaartsverschillen tussen gebieden en de afstand die gevoeld wordt tot ‘Den Haag’." (p.7)
    • 2.1.2.1 Structurele aanpak stikstofproblematiek
      • "Om invulling te geven aan de resultaatverplichtingen voor reductie van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, zoals opgenomen in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn), implementeert LNV een pakket stikstofreducerende bronmaatregelen en maatregelen voor natuurbehoud. LNV hecht groot belang aan de legalisering van PAS-melders. In samenwerking met de bevoegde gezagen is het doel om de PAS-melders2 en meldingsvrije activiteiten uiterlijk drie jaar na het vaststellen van het legaliseringsprogramma te legaliseren. Met andere departementen maakt LNV inzichtelijk welke stikstofontwikkelruimte er nodig is voor de vergunningverlening voor verdere ruimtelijk-economische ontwikkelingen, zoals woningbouw en energieopwekking. In 2022 is de Stikstofdepositiebank operationeel. LNV presenteert in 2022 het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering. Dit bevat een beleids- en afwegingskader voor invulling van de doelstellingen in de Wsn, voor het verminderen van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden en voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor deze habitats. Het opstellen van het programma gebeurt in samenhang met andere opgaven, zoals klimaat en economisch herstel. In het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering verankert LNV ook de kaders voor interbestuurlijke samenwerking. De samenwerking met departementen, provincies, waterschappen en gemeenten is essentieel voor doorvertaling van de landelijke doelstellingen voor stikstofreductie naar de aanpak van de meer specifieke problematiek in gebieden. Provincies stellen hiervoor gebiedsplannen op die uiterlijk in 2023 gereed zijn. Aan de hand van natuurdoelanalyses is in de gebiedsplannen opgenomen hoe bronmaatregelen een gebiedsgerichte invulling krijgen."(pp.8-9)
    • 2.1.4 Duurzaam perspectief voor de Nederlandse landbouw, tuinbouw en visserij
    • 2.1.4.2 Versterken agrarisch ondernemerschap en verdienvermogen
      • "Met het Omschakelprogramma biedt LNV ondersteuning in de financiering die nodig is voor het maken van de omslag naar een meer duurzame landbouw. Met de inzichten uit het programma True Cost Accounting in Agri&Food en de Agro-nutrimonitor van Autoriteit Consument en Markt evenals de nieuwe Europese Verordening over markttransparantie, verkent LNV nieuw beleid over prijsvorming in de agrarische sector. De verwachte wijziging in de Mededingingswet (Kamerstuk 35770, nr. 3) verduidelijkt mogelijkheden tot samenwerking van ondernemers. Op basis van het advies van de kwartiermaker verkent LNV het aanstellen van een Samenwerkingsambassadeur met als doel om meer samenwerking in de agrarische sector te stimuleren (Kamerstuk 35000-XIV-81)." (p.12)
    • 2.1.4.3 Verduurzaming veehouderij
      • "LNV ondersteunt dierlijke sectoren in de uitvoering van hun integrale plannen voor verduurzaming. LNV zet extra in op het vergroten van de vraag naar duurzame dierlijke producten in Noordwest-Europa. Dit gebeurt door het stimuleren van nieuwe productiemethoden en harmonisering van criteria voor duurzaamheid. LNV stelt gefaseerd onderdelen van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) open. Veehouders kunnen hiermee innovatieve technieken en/of managementmaatregelen ontwikkelen en deze vervolgens breder toepassen. Dit moet resulteren in een vermindering van de uitstoot van ammoniak, methaan, geur en fijnstof, waarmee tegelijk bijgedragen wordt aan herstel van de biodiversiteit. Verminderen stikstofdepositie met het beëindigen van veehouderijbedrijven en pilot grondfonds stikstofaanpak Met de Landelijke beëindigingsregeling voor veehouderijlocaties (Lbv) en de Maatregel gerichte opkoop (MGO) werkt LNV aan de reductie van de stikstofdepositie vanuit de veehouderij. De Lbv wordt opengesteld voor houders van melkvee, varkens en pluimvee die veel stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden veroorzaken en op vrijwillige basis hun bedrijf willen beëindigen. De MGO is gericht op het opkopen van de grootste piekbelasters en wordt zodanig toegepast dat er maatwerk geboden kan worden in de gebiedsprocessen onder leiding van de provincies. Hierop aansluitend werkt LNV aan het uitvoeringsgereed maken van een pilot grondfonds stikstofaanpak (motie lid Dik-Faber c.s., Kamerstuk 35 600, nr. 47). Het doel van deze pilot is om gronden, die vrijkomen bij het vrijwillig opkopen van agrarische ondernemingen, te verwerven en voor hernieuwde inzet te verkopen. Onderzocht wordt of dit bijdraagt aan het versneld en in samenhang realiseren van de beleidsopgaven in het landelijk gebied." (p.12)
    • 2.1.4.6 Beter benutten mest, verbeteren waterkwaliteit, minder gebruik kunstmest
      • "LNV hervormt het mestbeleid om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren (Kamerstuk 33037, nr. 374). Tevens speelt het mestbeleid een belangrijke rol bij het behalen van de stikstof- en klimaatdoelstellingen. Uitgangspunten van het toekomstig mestbeleid zijn een grondgebonden melk- en rundveehouderij, afvoer en verwerking van alle mest van niet-grondgebonden bedrijven en een gebiedsgerichte aanpak in gebieden waar doelen voor waterkwaliteit niet gehaald worden. Met deze aanpak zal er op termijn in de melk- en veehouderij niet langer sprake zijn van een mestoverschot. In de overige sectoren zal de mest van niet-grondgebonden bedrijven worden verwerkt tot producten die zo goed mogelijk aansluiten bij de behoefte van bodem en gewas. Parallel aan de hervorming van het mestbeleid bereidt LNV het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn 2022-2025 voor. Met dit actieprogramma wordt invulling gegeven aan de verplichtingen van de Nitraatrichtlijn. Tevens zet LNV met het actieprogramma in op een verbetering van de waterkwaliteit en daarmee het tijdig behalen van de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het zevende actieprogramma is meer dan eerdere actieprogramma’s gericht op gebieden en teelten met problematiek ten aanzien van nutriëntenuitspoeling- en afspoeling. Teneinde het gebruik van kunstmest te reduceren zet LNV in op verruiming van de Europese afspraken voor het gebruik van hoogwaardige producten uit dierlijke mest. Met een digitale realtime verantwoording van het transport van mest versterken LNV, NVWA en RVO de handhaving. Om de ammoniakemissie bij mestaanwending te verminderen ondersteunt LNV het verdund aanwenden van mest met water." (p.13)
    • 2.1.4.9 Stimuleren groei van biologische productie en consumptie
      • "Volgend op de ambities in de Farm-to-Fork mededeling van de Europese Commissie, stelt LNV een nationale strategie op voor het vergroten van biologische productie en consumptie in Nederland. LNV geeft hiermee tegelijk een impuls aan natuurinclusieve landbouw (Kamerstuk 22 112, nr. 3106)." (p.14)
    • 2.1.4.11 Verminderde afhankelijkheid van de import van eiwitrijke grondstoffen
      • "LNV geeft uitvoering aan de Nationale Eiwitstrategie (Kamerstuk 35570- XIV-70). Dit resulteert in het vergroten van de teelt van eiwitrijke gewassen in Nederland, ontwikkeling van nieuwe eiwitrijke gewassen en eiwitbronnen, insectenteelt, benutting van reststromen en het verhogen van het aandeel plantaardige consumptie." (p.14)
    • 2.1.4.13 Bijdragen aan de verduurzaming van het internationale voedselsysteem
      • "In een nieuwe strategie zet LNV uiteen hoe het wil bijdragen aan het vergroten van de internationale voedselzekerheid en de verduurzaming van het voedselsysteem (Kamerstuk 33 625, nr. 280). Het landbouwattachénetwerk ontwikkelt zich door als internationale partner in het vinden van duurzame oplossingen voor lokale opgaven. Nederlandse producten, kennis en innovaties worden daarbij proactief aangedragen. Naast het bestaande initiatief Seed NL zet LNV een nieuw internationaal publiekprivaat programma op voor ‘klimaatslim voedsel produceren’." (p. 15)
    • 3.5 Artikel 23 Kennis en Innovatie
    • 3.5.5.1.2 Missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid
      • "Voor publiek-private samenwerking is in 2022 € 66,8 mln. beschikbaar. In deze programma’s werken kennisinstellingen, private partijen uit de topsectoren Agri&Food, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Water & Maritiem en overheden samen aan kennis- en (digitale) technologieontwikkeling, innovatie, internationalisering, Human Capital en kennis voor het MKB. De kennis- en innovatieprogramma’s zijn gericht op de vijf missies, die daarbij ondersteuning krijgen van de twee sleuteltechnologieprogramma’s:
        • Kringlooplandbouw;
        • Klimaatneutrale landbouw en voedselproductie;
        • Klimaatbestendig landelijk en stedelijk gebied;
        • Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel;
        • Duurzame Noordzee, oceanen en binnenwateren;
        • Smart Technologies in Agri-Horti-Water-Food en Biotechnologie en Veredeling.

        De innovaties worden benaderd met de werkwijze «Safe-by-design». In 2022 is er extra aandacht voor valorisatie en implementatie van kennis door onder andere het programma Kennis op Maat, een versterkte betrokkenheid van de onderwijsinstellingen, het opstarten van Living Labs, aansluiting op de regionale kennisprogrammering en Communities of Practice (CoP). De al bestaande CoP voor de Noordzee, het vernieuwde programma Nationale Proeftuin PrecisieLandbouw (NPPL) en de Boerderij van de Toekomst zijn voorbeelden. In 2022 worden opnieuw kennis- en innovatie-investeringen voor de onderwerpen voedselzekerheid, natuurontwikkeling, landelijk gebied en welzijn huisdieren volgens de principes van de missies ingezet." (p.72)

Mosa Meat: Begroting Nationaal Groeifonds 2022
  • Begrotingshoofdstuk XIX Nationaal Groeifonds Rijksbegroting
    • 1.1 Structuur van het Nationaal Groeifonds
      • “Op advies van de Algemene Rekenkamer, de Raad van State en de Tweede Kamer zal de niet-departementale begroting middels een instellingswet worden omgezet in een begrotingsfonds. In deze wet zal onder andere het doel en het bereik van het fonds vastgesteld worden. Ook regelt de wet dat het NGF voorstellen kan bekostigen van veldpartijen door middel van subsidies. Daarnaast regelt de wet onder andere de instelling van de adviescommissie, het jaarlijks verstrekken van een meerjarenprogramma en een verplichting tot evaluatie van de wet. De verwachting is dat voor het begrotingsjaar 2023 de ontwerpbegroting voor het begrotingsfonds ingediend zal worden." (p.6)
      • "Na inwerkingtreding van de instellingswet zal het ook mogelijk worden voor veldpartijen om direct investeringsvoorstellen in te dienen bij het Nationaal Groeifonds. Hiertoe wordt momenteel subsidieregelgeving uitgewerkt. Daarnaast zal het mogelijk blijven voor departementen om middels een departementale route investeringsvoorstellen in te dienen.” (p. 6)
    • 1.3 Proces beoordeling projecten
      • "Voordat projecten uit het fonds kunnen worden gefinancierd en uitgevoerd, dient een aantal stappen te worden doorlopen. Er wordt hierbij een regulier proces voorzien met een vast beoordelingsmoment, zodat een integrale afweging van alle projecten plaats kan vinden. Het proces kent de volgende stappen:
      • Stap 1: Aandragen en indiening projectvoorstel In het vergroten van het verdienvermogen is een primaire rol weggelegd voor ondernemers, (mkb-) bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen uit het veld. Zowel kleine als grote partijen uit het veld zijn daarmee aangewezen om voorstellen aan te dragen. Ook decentrale overheden kunnen, bijvoorbeeld in samenspraak met veldpartijen, voorstellen aandragen die de regionale economische ontwikkeling versterken, en daarmee het verdien vermogen van Nederland als geheel. Eventueel kan een consortium van veldpartijen en het relevante beleidsministerie het plan gezamenlijk verder uitwerken. Daarom wordt na inwerkingtreding van de instellingswet geborgd dat ook deze partijen voorstellen kunnen indienen bij het fonds. In de tweede ronde kunnen alleen vakdepartementen voorstellen indienen.

        In de tweede ronde konden burgers, bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen ideeën aandragen middels Groeiplannen. Deze Groeiplannen hebben de vakdepartementen ter inspiratie gebruikt bij het opstellen van hun voorstellen. In alle gevallen is een nauwe samenwerking tussen ministeries en het veld belangrijk. De fondsbeheerders stimuleren de vakdepartementen om ook bij de voorstelontwikkeling en -uitvoering in nauw contact te staan met relevante veldpartijen.

        Een voorstel moet een uitgewerkte analyse van de effecten van het project bevatten op basis van een vooraf vastgesteld format, zodat de toegangspoort en de impactanalyse kunnen worden uitgevoerd.

        Een investeringsvoorstel kan een project of een programma zijn, mits de onderdelen binnen het voorstel een duidelijke samenhang kennen. Er wordt een minimumbijdrage gehanteerd van € 30 mln en de uitgaven moeten passen binnen de financiële kaders die voor het fonds gesteld worden.

      • Stap 2: De toegangspoort

        Ingediende voorstellen gaan eerst door een toegangspoort. Deze toegangspoort wordt uitgevoerd door de fondsbeheerders en zorgt ervoor dat de commissie alleen voorstellen beoordeelt die aan de voorwaarden van het Groeifonds voldoen. Zo moet er een uitgewerkt plan liggen waarin elementen als de kosten, bijdrage aan het verdienvermogen (bbp-effect), andere maatschappelijke kosten en baten, en uitvoerbaarheid zijn onderbouwd. Andere elementen van de toegangspoort zijn bijvoorbeeld of een project voldoet aan de minimale omvang, past binnen de investeringsterreinen en of het additioneel is aan bestaande publieke investeringen. Ook moet het gaan om niet-reguliere, niet-structurele en dus duidelijk afgebakende investeringsprojecten of programma's. Ten slotte is het van belang dat een voorstel niet strijdig is met de ambities van het kabinet, bijvoorbeeld op het gebied van het klimaat, de ruimtelijke ordening en het vestigingsklimaat.

      • Stap 3: Impactanalyse commissie

        Het primaire doel van het Groeifonds is het duurzaam versterken van het verdienvermogen, ofwel het structureel vergroten van bruto binnenlands product (bbp, volgens definitie CBS). Voorstellen die voldoen aan de vereisten uit de toegangspoort worden door de fondsbeheerders doorgeleid naar de commissie. Het is de taak van deze commissie om deze plannen te beoordelen op basis van een analyse van het effect op het verdienvermogen met inachtneming van de financiële kosten. Daarnaast moeten de maatschappelijke kosten en baten, zoals leefbaarheid, van een voorstel positief zijn en moet de commissie voldoende vertrouwen hebben in de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het voorstel. Slechts een positieve uitkomst op de maatschappelijke kosten en baten is niet voldoende om in aanmerking te komen voor het fonds. Het effect op bbp-groei is leidend. Deze onderdelen van de impactanalyse worden vooraf al in kaart gebracht door de indieners. De commissie kan aandachtspunten ter verbetering van een voorstel bij de indieners terugleggen.

        Alle voorstellen worden langs dezelfde meetlat gelegd, en maken een eerlijke kans, onafhankelijk van wie de voorstellen indient of uit welke regio ze komen. Wanneer het niet mogelijk is om een kwantitatieve schatting van het bbp-effect te berekenen, kunnen er per terrein nadere criteria door de commissie gehanteerd worden om voorstellen op hun bijdrage aan het lange termijn verdienvermogen te beoordelen. Een grotere mate van onzekerheid is op zichzelf echter geen reden om een voorstel niet positief te beoordelen.

        Groeikansen zijn breed aanwezig in verschillende regio’s. Ook het mkb en startups kunnen als onderdeel van een ecosysteem profiteren van investeringen uit het fonds. Daarnaast zijn er ook in Caribisch Nederland mogelijk heden om middels gerichte investeringen het verdienvermogen te versterken. Waar opportuun kan hierbij ook worden aangesloten bij projecten in Europees Nederland. Aansluiten op nationale én lokale krachten en op comparatieve voordelen van verschillende regio’s biedt grote kansen voor een sprong in het verdienvermogen. De commissie kan daarnaast een redelijke spreiding van investeringen in de verschillende regio’s door de tijd meewegen in de advisering. Doel van het fonds is immers om het verdienvermogen van heel Nederland op te tillen.

        Nadat projecten succesvol de toegangspoort en impactanalyse doorlopen hebben, stelt de commissie een advies op met de projecten die in beginsel in aanmerking komen voor financiering vanuit het fonds. Daarbij streeft de commissie een evenwichtige meerjarige balans tussen de verschillende terreinen na.

      • Stap 4: Toekenning budget uit het fonds

        De fondsbeheerders nemen vervolgens dit advies in ontvangst. Het kabinet is zich bewust van het spanningsveld tussen een onafhankelijke totstandkoming van goede investeringsprojecten op basis van het oordeel van de commissie en het politieke besluitvormingsproces.

        Het advies van de commissie krijgt een belangrijke rol in het proces, maar uiteindelijk is politieke goedkeuring vereist. Daarom besluit het kabinet, op voordracht van de fondsbeheerders, welke projecten uit het fonds worden gefinancierd. Het advies van de commissie is zwaarwegend in dit besluit. De fondsbeheerders toetsen bijvoorbeeld of de projecten niet in strijd zijn met kabinetsbeleid. Zij maken geen nieuwe inhoudelijke weging van de impact op het verdienvermogen. Voorstellen die negatief zijn beoordeeld door de commissie komen daarom ook niet alsnog in aanmerking. Bij presentatie van de projecten door de Fondsbeheerders worden ook de adviezen van de commissie openbaar gemaakt via een brief aan de Kamer. Hierbij worden ook de voorstellen die door de commissie zijn beoordeeld openbaar gemaakt. De beoordelingsprocedure van de commissie is daarmee zo transparant mogelijk. Het fonds kan investeringen financieren door budget over te boeken aan een ander begrotingshoofdstuk. Na invoering van de instellingswet, zal ook direct vanuit het fonds geïnvesteerd kunnen worden. Dit zal naar verwachting vanaf 2023 mogelijk zijn. Investeringen in mobiliteitsinfrastructuur zullen in principe worden gedaan door budget over te boeken naar het mobiliteitsfonds. De daadwerkelijke investering wordt dan vanuit het mobiliteitsfonds gedaan (of in het geval van waterinfrastructuur vanuit het deltafonds). Hetzelfde geldt voor de pijlers R&D & Innovatie en Kennisontwikkeling, waar de investering via de begroting van het relevante vakdepartement gedaan zal worden.

        Indien het uiteindelijke pakket aan projecten qua verdeling over de terreinen afwijkt van de geautoriseerde middelen per artikel, dient dit te worden verwerkt in een suppletoire begroting. Ook budgetoverboekingen aan andere begrotingen worden via een suppletoire begroting budgettair verwerkt zodra de projecten zijn geselecteerd. Gezien de aard van het fonds heeft het geen bezittingen. Daarmee is er geen aanleiding om een batenlastenadministratie te voeren." (pp.7-10)

    • 3.2 Beleidsartikel 2 Research & development (R&D) en innovatieve Algemene doelstelling
      • "Investeren in innovatie en R&D met oog op productiviteitsgroei. Investeringen in R&D en innovatie vormen een belangrijke pijler onder productiviteitsgroei in ontwikkelde economieën als Nederland. De doelstelling om 2,5% van ons bbp te besteden aan R&D wordt al jaren niet gehaald. Hierbij spelen zowel private als publieke R&D-uitgaven een rol. Landen die voor ons de benchmark zijn, investeren beduidend meer. Bedrijven kiezen vooral plekken uit met een goede toegang tot onderscheidende kennisbronnen, getalenteerde onderzoekers en mogelijkheden voor samenwerking in onderzoek. Daar waar de maatschappelijke baten van investeringen in R&D en innovatie groter zijn dan de private baten, is er een reden voor de overheid om deze investeringen ook te stimuleren. Investeringen in R&D en innovatie leveren het meeste op wanneer de overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap hierin samenwerken. Nederland is daar al sterk in. Dat blijkt uit de Nederlandse koppositie op het gebied van landbouw, voedselinnovatie en water. Het is zaak die kracht verder uit te bouwen, bestaande onderzoeks- en innovatie-ecosystemen te versterken en nieuwe veelbelovende ecosystemen op te bouwen. Dit sluit aan op de inzet van het kabinet, zoals aangekondigd in de groeistrategie, en de samenwerking tussen publieke en private partijen die is opgebouwd in het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. Dit betekent dat tegelijkertijd wordt ingezet op onderzoek en ontwikkeling en onderzoeksinfrastructuren als op startups en scale-ups, regelgeving en menselijk kapitaal. Investeringen in de economie van de toekomst, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en duurzaamheidstechnologie, kunnen een sleutel zijn voor toekomstige innovatie. Ook fundamenteel onderzoek valt binnen deze pijler. Investeringsvoorstellen van alle wetenschapsdisciplines komen in principe in aanmerking, zolang deze voldoen aan het doel en de criteria van het fonds." (p.16)

Uw contact voor persoonlijk advies

Charlotte van Wezel
Partner en senior adviseur
c.van.wezel@dr2.nl

Dyonne Niehof
Adviseur
d.niehof@dr2.nl

Jelle Dijkstra
Junior Adviseur
j.dijkstra@dr2.nl