Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Vandaag presenteerde het kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan.

In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie.

Hoe nu verder? De Algemene Politieke Beschouwingen (ABP) en de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) vinden plaats op respectievelijk 18-19 september en 2-3 oktober. Tijdens deze debatten zal op hoofdlijnen gedebatteerd worden over de plannen van Rutte III. De begrotingsbehandelingen starten in de week van 8 oktober, en duren de hele maand oktober & november. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt in groter detail ingegaan op de aangekondigde maatregelen per ministerie. Deze begrotingsbehandelingen zijn van groot belang. Uiteraard kunnen wij deze debatten voor u volgen en duiden.

Voor het einde van het jaar stemmen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de voorstellen en amendementen. Zodra zij de voorstellen hebben goedgekeurd, is de Rijksbegroting vastgesteld en kan de regering haar plannen gaan uitvoeren.

In de begroting van [ministerie] ...

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

NBTC: Begroting Financiën 2021
  • Europees herstelinstrument (NGEU)
    • “Het belangrijkste onderdeel van NGEU is de Recovery and Resilience Facility (RRF), waaruit lidstaten onder voorwaarden steun kunnen aanvragen voor hervormings- en investeringsprojecten. Voor het deel van de RRF dat gebruikt kan worden voor het verstrekken van leningen aan lidstaten wordt een garantieverplichting opgenomen op de begroting van het ministerie van Financiën. De financieringsmethode van dit deel van het herstelfonds is vergelijkbaar met die van het mechanisme voor financiële ondersteuning van de betalingsbalansen van de lidstaten zonder de euro (Balance of Payments facility, BoP), het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM) en het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid in noodsituaties te beperken naar aanleiding van de uitbraak van COVID-19 (Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency, SURE). Voor al deze instrumenten geldt dat de Europese Commissie namens de Unie middelen leent op de kapitaalmarkt of bij financiële instellingen, om deze middelen in de vorm van leningen aan lidstaten te verstrekken.” [p. 33]
    • “De voor NGEU opgenomen garantieverplichting op de Financiënbegroting heeft alleen betrekking op de middelen die gebruikt worden voor het verstrekken van leningen aan lidstaten, binnen de faciliteit voor herstel en veerkracht (Recovery and Resilience Facility, RRF). De aflossing en rente op de leningen die de Unie aangaat voor het financieren van uitgaven (voornamelijk via de RRF maar ook via andere Unieprogramma’s) zullen worden betaald via de EU-begroting. De gevolgen voor de Nederlandse begroting daarvan zullen op termijn worden verantwoord in de raming van de afdrachten aan de EU-begroting op de begroting van Buitenlandse Zaken.” [p. 67]
    • “NGEU is ingesteld in reactie op de COVID-19-crisis en bedoeld om het herstel van de gevolgen ervan te ondersteunen, op basis van artikel 122 VWEU. De Europese Commissie zal daartoe middelen lenen en deze deels gebruiken voor uitgaven in EU-programma’s en deels als leningen verstrekken aan lidstaten. Die leningen worden verstrekt binnen de RRF, een EU-programma op basis van artikel 175 VWEU, waarbij middelen ingezet worden voor hervormingen en investeringen om de economieën van lidstaten structureel te verbeteren en hun veerkracht te versterken, om zo de economieën weer op een pad van duurzaam herstel te brengen en te voorkomen dat de verschillen binnen de Unie verder toenemen. Via NGEU kan de Europese Unie tot het eind van 2026 voor maximaal 386 mld. euro aan leningen verstrekken aan lidstaten en de daarvoor benodigde middelen zelf lenen.” [p. 69]
NBTC: Begroting Economische Zaken en Klimaat 2021
  • Bijdrage aan (inter)nationale organisaties
    • Bijdrage NBTC
      "EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor bestemmingsmanagement waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congreswerving” [p. 84).
    • [p. 68]
  • Europese samenwerking en Europese Recovery and Resilience Facility 
    • “De uitdagingen waar Nederland voor staat, vragen steeds vaker om oplossingen op een schaal waarbij in elk geval Europees moet worden gedacht. Dat geldt ook voor de coronacrisis. Op Europees niveau worden in aanvulling op de nationale inspanningen onder andere via het EU Meerjarig Financieel Kader 2021-2027, het EU Herstelplan en het Europees Semester stappen gezet om het economisch herstel na de coronacrisis aan te jagen en te ondersteunen. Daarbij is het van belang om Europees beleid en Europese investeringen te richten op versterking van de Europese concurrentiekracht en het toekomstige verdienvermogen, zoals de groene en digitale transities, onderzoek en innovatie. EZK zal in 2021 inzetten op een actieve beïnvloeding van de Europese agenda op deze gebieden. Dit ook in de reactie op de in Europa weerklinkende roep om van strategische autonomie, waarbij het te doen is om het aan de orde stellen van eenzijdige ongewenste afhankelijkheden voor vitale processen (zoals van één land of één productielocatie) zonder overreactie vanuit protectionistische overwegingen.
    • Er wordt nog bezien hoe de middelen uit het Europese Recovery and Resilience Facility het beste kunnen worden ingezet om het economisch herstel te bevorderen en de weerbaarheid van onze economie te vergroten. Uiterlijk in het voorjaar van 2021 zal het kabinet een plan indienen bij de Europese Commissie. Daarnaast heeft EZK een plan opgesteld waarbij het kabinet cofinanciering levert, zodat bedrijven, universiteiten en andere deelnemers met Europese programma’s sneller uit de coronacrisis accelereren: innovatiever, duurzamer en digitaler.” [p. 17]
    • Nationale cofinanciering EU Innvation Fund
      "Het Innovation Fund is een Europees subsidieprogramma, gericht op grote CO2 -reducerende projecten voor ETS-bedrijven en de opschaling en uitrol van innovatieve technieken om de energietransitie te ondersteunen. Het is een intergouvernementeel fonds met een budget van € 1 mld in 2020, gefinancierd vanuit ETS-opbrengsten, buiten het Meerjarig Financieel Kader MFK). Dit fonds is beschikbaar voor projecten met investeringskosten groter dan € 7,5 mln en die gereed zijn voor grootschalige demonstratie. Hoeveel er voor het Nederlandse bedrijfsleven uit dit fonds beschikbaar komt is onbepaald. Met de nationale cofinanciering kan Nederland deze grootschalige investeringen of flagship projecten ondersteunen en versnellen. De doelstellingen van het fonds zijn in lijn met het Klimaatakkoord en het versnellen van industriële verduurzaming en duurzame energieopwekking, groen herstel en de Recovery and Resilience Facility (RRF). Dit biedt daarom mogelijkheden om de industriële transitie en met name grootschalige demonstratie en uitrol van innovatieve verduurzamingsprojecten, zoals op het gebied van waterstof, Carbon Capture (Usage) and Storage (CC(U)S), elektrificatie of chemische recycling, te ondersteunen.” [p. 116]
  • Stand van zaken moties en toezeggingen
  • Meerjarenplanning van overige geplande evaluaties per artikel
    • [p. 228]
NBTC: Miljoenennota 2021
  • Ondersteuning van de economie
    • “Voor een snel en gezamenlijk economisch herstel is besloten tot de oprichting van een Europees herstelinstrument. Dit heeft een omvang van 750 miljard euro, waarvan 390 miljard euro kan worden verstrekt als subsidies en 360 miljard euro als leningen. Het Europees herstelinstrument maakt onderdeel uit van het politieke akkoord voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor 2021-2027, dat de Europese regeringsleiders op 21 juli zijn overeengekomen. Het grootste onderdeel van het herstelinstrument is de Recovery and Resilience Facility (RRF), met 312,5 miljard euro aan subsidies en 360 miljard euro aan leningen, waaruit lidstaten onder voorwaarden steun kunnen aanvragen. Het instrument moet, naast het economisch herstel, bijdragen aan het structureel toekomstbestendig maken van de Europese economie. Daarvoor is het cruciaal dat lidstaten de middelen uit het fonds gebruiken om hun weer- en wendbaarheid te verbeteren door middel van publieke investeringen en structurele hervormingen. Dat laatste is voor Nederland belangrijk. Hierbij zal ook, in lijn met de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie, invulling worden gegeven aan de ambities op het vlak van vergroening en digitalisering. Het kabinet dient in het voorjaar van 2021 een herstelplan in bij de Europese Commissie om middelen uit deze faciliteit te mobiliseren. Het overige deel van het herstelinstrument betreft tijdelijke additionele middelen, in de vorm van subsidies, voor een aantal EU-programma’s onder het volgende MFK (Meerjarig Financieel Kader). Het gaat om onder andere om programma’s die gericht zijn op (gezondheids)crisisbestrijding en op onderzoek en innovatie op het gebied van gezondheidszorg, vergroening en digitale transities.” [p. 37]
Noord-Holland Noord: Memorie van Toelichting Belastingplan 2021
  • Wet ODE
    • De Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie wordt gewijzigd en treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. De memorie van toelichting stelt het volgende:
  • Doel en aanleiding
    • “De met de SDE++ gepaard gaande kasuitgaven voor 2021 en de jaren daarna werden reeds in het Regeerakkoord voorzien. In dit wetsvoorstel worden de tarieven voor de ODE voor 2021 en 2022 voorgesteld. Het kabinet kan voorstellen doen de tarieven voor het jaar 2022 alsnog te wijzigen” (p.1).
  • Voorgestelde tarieven
    • “De stijging van de ODE-tarieven in 2021 en 2022 is onderdeel van een samenhangend pakket in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord waarin gelijktijdig een verhoging van de belastingvermindering in de energiebelasting plaatsvindt. In deze wet, die onderdeel was van het pakket Belastingplan 2020, werd ook voorzien in een verhoging van de belastingvermindering in 2020 en 2021 door aanpassing van artikel 63 van de Wet belastingen op milieugrondslag. Het onderhavige wetsvoorstel voorziet in een aanvullende verhoging van de belastingvermindering in 2021 met € 5,40 en in 2022 met €1,00”. [p.2]
  • Inwerkingtreding
    • “Om de financiering van de in het Regeerakkoord en Klimaatakkoord voorziene uitgaven voor het jaar 2021 zeker te stellen is het noodzakelijk dat de wijzigingen die worden doorgevoerd met onderhavige wetsvoorstel per 1 januari 2021 in werking treden. De inwerkingtreding kan geen uitstel lijden omdat dit zou leiden tot het aanmerkelijke publieke nadeel van – uiteindelijk – het ontbreken van voldoende dekking van voornoemde kasuitgaven voortkomend uit de SDE++” [p.4].
  • Wet CO2-heffing
    • “De heffing heeft als doel om een CO2-reductie in de industrie te borgen die aansluit bij de geldende industriedoelstelling uit het Klimaatakkoord en daarbij tegelijkertijd Nederland aantrekkelijk te houden voor nieuwe en bestaande duurzame bedrijvigheid. De heffing belast CO2-uitstoot zodat het onaantrekkelijker wordt om uit te stoten en aantrekkelijker om te reduceren. Op deze wijze borgt de heffing dat de industrie daadwerkelijk 14,3 Mton ten opzichte van het PBL-basispad realiseert in 2030 (zoals vastgesteld in KEV 2019).” [p.2]
  • Het tarief van de heffing
    • “De prijs van het tarief stijgt naarmate de tijd vordert en de industrie mogelijkheid heeft gekregen om zich aan te passen. De hoogte van het tarief bedraagt met ingang van 1 januari 2021 € 30 per ton kooldioxide-equivalent. Dit tarief loopt lineair op met € 10,56 per jaar tot en met 2030 zodat het tarief in 2030 € 125 per ton CO2 is, naar het prijspeil geldend voor het jaar 2020. Dit leidt tot het volgende tariefpad, dat, zoals hieronder is aangegeven, onderhevig is aan herijkingen.” [p.19]

 

Noord-Holland Noord: Begroting ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2021
  • Verduurzaming glastuinbouw
    • “Aan de hand van de afspraken in het Klimaatakkoord werkt LNV in 2021, samen met de sector, ketenpartijen en de greenports verder aan de aanpak voor een klimaatneutrale glastuinbouwsector in 2040. Uitvoering wordt gegeven aan het innovatie- en actieprogramma Kas als Energiebron. Dat resulteert in meer energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw. Als onderdeel van de uitvoering van het Urgendavonnis zijn middelen gereserveerd voor een subsidieregeling voor het stimuleren van de toepassing van LED-verlichting in de glastuinbouw” [p. 14].
  • SeedNL
    • “Zaaizaadvoorzieningen zijn cruciaal voor de voedselzekerheid. Daarom werkt LNV verder aan het publiek-private programma SeedNL, dat tot doel heeft de zaaizaadvoorziening in ontwikkelingslanden te verbeteren. De toolbox kwekersrecht wordt daarbij ingezet” [p.19].
  • Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen
    • “Het budget (€ 27,5 mln.) is bestemd voor subsidieregelingen op het terrein van duurzame energie in de glastuinbouw. Het programma Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw stimuleert. Dit programma ondersteunt de opschaling en vroege marktintroductie van integrale innovatieve teelt- en kas(techniek) concepten en gebiedsgerichte energie-innovaties in de glastuinbouw passend bij een klimaatneutrale toekomst. Er zijn hiervoor twee subsidieregelingen: – Energie-efficiëntie glastuinbouw (EG): voor deze regeling is in 2021 € 21,5 mln. beschikbaar voor investeringen in energiebesparende maatregelen en aansluitingen op regionale warmte- en CO2-netten. – Markintroducties energie-innovaties (MEI): voor deze regeling is € 6,0 mln. beschikbaar voor investeringen in de vroege marktintroductie van energie-innovaties in de glastuinbouw” [p. 56].
Noord-Holland Noord: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2021
  • Europese School
    • “De gemeenten zijn uitgenodigd mogelijke locaties aan te dragen. Daarvoor krijgen zij tot eind 2020 de tijd” [p.219]. In het eerste kwartaal van 2021 zal OCW een voorkeur bepalen inzake de definitieve locatiekeuze Europese Scholen, die vervolgens voorgelegd wordt aan het internationale bestuur van de school.
Noord-Holland Noord: Begroting ministerie Infrastructuur en Waterstaat 2021
  • Noordzee
    • “Om de windenergieopgave en de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs in balans te brengen met de opgaven voor natuurherstel en ruimte voor visserij, zeevaart, zandwinning, recreatie en ander gebruik, wordt een lange termijnstrategie voor de Noordzee opgesteld. Eind 2021 stelt het Kabinet hiertoe het nieuwe Programma Noordzee 2022-2027 vast, als onderdeel van het Nationaal Waterprogramma. Het Programma Noordzee 2022-2027 integreert verplichtingen uit diverse richtlijnen en geeft nadere invulling aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Noordzeeakkoord dat de ministers van IenW, LNV en EZK in juni 2020 hebben gesloten met de meest betrokken stakeholderpartijen legt hieronder de bestuurlijke basis. Voorts wordt in 2021 de nieuwe strategie tot en met 2030 van het OSPARverdrag ter bescherming van het mariene milieu van de noordoost Atlantische Oceaan vastgesteld. Deze geeft samen met de Kaderrichtlijn Mariene Strategie richting aan de kaders voor een gezonde Noordzee met een duurzaam gebruik.” [p.19-20]
Noord-Holland Noord: Begroting ministerie Economische Zaken en Klimaat 2021
  • Budget duurzame energieregelingen per jaar  
  • Vestigingsklimaat
    • “Voor de toekomstige welvaart van Nederland zetten wij ons in om koploper te zijn op het gebied van innovatie, verduurzaming en digitalisering. Het is van belang dat bedrijven die leidend zijn op deze gebieden - van klein tot groot en zowel Nederlands als buitenlands - in Nederland blijven investeren en daardoor hun activiteiten hier verder ontwikkelen en zo bijdragen aan duurzame groei. Deze investeringen zorgen voor hoogwaardige kennisontwikkeling en werkgelegenheid in Nederland. Door de belangrijke aanwezigheid van mondiale spelers zijn wij internationaal een serieuze gesprekspartner op deze gebieden. Daarom blijft het kabinet voortdurend werken aan de belangrijke vestigingsplaatsfactoren, zoals een goed functionerende arbeidsmarkt en een goede digitale en fysieke infrastructuur.”“Versterking van de samenwerking met (regionale) partijen is cruciaal om samen uit de crisis te kunnen komen. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm via de Samenwerkingsagenda Rijk-Regio, de Regiodeals en de MKB-deals. Tegelijkertijd brengt de coronacrisis veel onzekerheid me zich mee. Juist in deze tijd is een voorspelbare, betrouwbare overheid van belang voor een aantrekkelijk ondernemersklimaat dat nodig is voor ondernemers om investeringen te doen en bij te dragen aan ons economisch herstel. Ook blijft EZK zich inzetten voor een goed werkende mkb-financieringsmarkt en voldoende geschikt menselijk kapitaal via de human capital agenda ICT.”
  • Waterstof
    • “Waterstof kan een sleutelrol vervullen in de transitieopgave. Nederland heeft een unieke uitgangspositie voor grootschalige productie en toepassing van duurzame waterstof. Om dit potentieel te benutten, heeft EZK een ambitieus waterstofprogramma28 aangekondigd met een gefaseerde aanpak gericht op kostenreductie en innovatie. Dit programma is aangekondigd in het Klimaatakkoord en zal na een voorbereidende fase tot en met 2021 starten. Ook is waterstof op Europees niveau als strategische waardeketen aangewezen op basis van de bijdrage aan het concurrentievermogen, klimaatambities en strategische autonomie én nadrukkelijk aanwezig in Europese herstelplannen voor de coronacrisis. Daarom zal het kabinet innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten ondersteunen, beleid op het terrein van veiligheid, regelgeving en certificeren voorbereiden en hiermee de basis leggen voor de realisatie van de waterstofambities.” [p.18]“De kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 485) bevat een uitgebreide beleidsagenda, gebaseerd op de afspraken in het Klimaatakkoord. Het jaar 2021 staat in het teken van het in gang zetten van de eerste concrete beleidswijzigingen. Centrale uitdaging is het op gang brengen van een duurzame waterstofketen en met name de opschaling en kostenreductie van de productie van duurzame waterstof. Het kabinet heeft aangeven hierin de regie te nemen. EZK gaat dan ook op een aantal terreinen het beleid vormgeven. In 2020 draaide dit met name om het voorbereiden van de benodigde wet- en regelgeving voor onderwerpen als marktordening, de taken van netbeheerders, hergebruik van infrastructuur, certificering en veiligheid; in 2021 wordt dit in de praktijk gebracht. Daarnaast komt EZK in 2021 op basis van de uitkomsten van onderzoeken met een aanpak voor een koppeling van waterstofproductie en windparken op zee en bijmenging van waterstof in het gasnet om de marktontwikkeling te stimuleren.” [p.106]

      “Een cruciaal onderdeel van het waterstofprogramma is de opschaling van de productiecapaciteit voor groene waterstof, het kabinet stelt hiervoor vanaf 2021 een budget van € 35 mln per jaar ter beschikking.” [p.106]

  • Afvang en opslag van Co2 (CCS)
    • “Een andere belangrijke pijler die binnen de verduurzaming van de industrie bijdraagt aan de CO2 -reductie is de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU) dienen. EZK zet in 2021 in op verdere realisatie van CCS-projecten middels een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.” [p.18]“De afvang en opslag van CO2 (CCS) wordt gezien als een onmisbare transitietechnologie in de mix van maatregelen om kosteneffectief CO2 -uitstoot te reduceren in bepaalde industriële sectoren. Om CCS breed toe te kunnen passen is het belangrijk om in te zetten op (internationaal) onderzoek, grootschalige demonstratieprojecten, realiseren van kostenreductie en het wegnemen van belemmeringen. Om internationaal onderzoek naar CO2 - afvang, -transport en -opslag te bevorderen, neemt Nederland deel aan het Europese onderzoeksprogramma ACT (Accelerating CCS Technologies). EZK heeft voor ACT I ruim € 4 mln aan onderzoeksbudget beschikbaar gesteld (2017-2020). Voor ACT II (2019-2022) heeft Nederland € 4,5 mln beschikbaar gesteld. Voor ACT III (2021-2024) zal Nederland opnieuw een bijdrage leveren van € 4 mln. Nederlandse onderzoeksinstellingen en bedrijven werken hierin samen met organisaties uit Europa en NoordAmerika.” [p.115]
  • Energiewet
    • “De energietransitie vraagt om aanpassingen in wet- en regelgeving. EZK wil daarom in 2021 het wetsvoorstel voor de Energiewet indienen bij de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel worden afspraken uit het Klimaatakkoord, met name van de elektriciteitstafel, in wetgeving omgezet en worden de aangekondigde maatregelen in de Kamerbrief over de Energiewet uitgevoerd. De Energiewet kent zes pijlers: een versterkt kader voor toekomstige systeemintegratie; het benutten van energiedata; het efficiënter aansluiten, transporteren en distribueren van hernieuwbare elektriciteit; het creëren van meer ruimte voor nieuwe marktinitiatieven; het borgen en versterken van de positie van de eindafnemer; en de versterking van toezicht en stroomlijning van de wetgeving.” [p.20]
  • Aardwarmte
    • “Vanuit de Klimaatenveloppe 2018 is voor de jaren 2018 en 2019 € 36 mln beschikbaar gekomen voor een project van EBN (SCAN) om in samenwerking met TNO de ondergrond in Nederland in kaart te brengen, zodat inzicht verkregen kan worden in het volledige potentieel van aardwarmte in Nederland. Om het project de komende jaren voort te kunnen zetten is in de jaren 2020 tot en met 2024 vanuit het SDE+-budget in totaal € 90 mln beschikbaar gesteld.” [p.113-114]“Aardwarmte betreft het winnen van warmte uit diepe aardlagen. Het potentieel van aardwarmte is 15 petajoule (PJ) in 2030. Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. De garantieregeling aardwarmte heeft als doel het afdekken van het risico dat het boren van putten voor de toepassing van aardwarmte niet succesvol is. Omdat dit risico in de markt (nog) niet verzekerbaar is, dekt de overheid dit risico af door middel van het verlenen van garanties aan marktpartijen die hiervoor een kostendekkende premie betalen. De uitgaven betreffen enerzijds uit te keren verliesdeclaraties, anderzijds de storting van ontvangen premies in de begrotingsreserve aardwarmte.” [p.117]
  • Pallas
    • “Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge flux reactor (de Pallasreactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek.” [p.41]
  • Verduurzaming industrie

    • “De Klimaatenveloppe is vanaf 2020 meerjarig toegekend ter bevordering van de CO2 -reducerende maatregelen in de industrie. Voor industrie is er vanuit de klimaatenveloppe in 2021 € 60 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 10 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:
      • Waterstof: vanuit de klimaatenveloppe voor de industrie wordt in 2021 € 10 mln bijgedragen aan de DEI+ en een nieuwe tenderregeling voor de opschaling van groene waterstof, via artikel 4 van de EZK-begroting.
      • CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2 ) of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkomgeving of industriële omgeving.
      • CO2 -reductie industrie: € 35 mln voor pilot en demonstratieprojecten voor versnelling van kosteneffectieve CO2 -reductie in de industrie, veelal via de DEI+-regeling. Een deel van de middelen wordt bestemd voor haalbaarheidsstudies onder de bestaande TSE-regeling.
  • Invest-NL
    • “Er is in 2021 en volgende jaren € 10,6 mln structureel beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwikkelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en internationale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.” [p.81]
  • Doorontwikkeling SDE++
    • “In het Regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd de inzet van de middelen voor de SDE+ te verbreden van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie. Op deze manier worden de beschikbare middelen ingezet om een zo groot mogelijke CO2-reductie te realiseren en daarmee bij te dragen aan de ambities voor 2030. Voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2 -reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt onderzocht of en hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. In het begin van 2021 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de nieuwe regeling en welke technieken worden opengesteld in het najaar van 2021.” [p.104]
  • Programma Energiehoofdstructuur
    • “In het Klimaatakkoord en in het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie is aangekondigd dat het Rijk een nieuw programma zal ontwikkelen voor de ruimtelijke planning van het energiesysteem. De ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is om tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee. Medio 2021 worden de eerste ruimtelijke voorkeursstrategieën voor 2030 en 2050 vastgesteld. In 2022 volgt vaststelling van het programma.” [p.104]
  • Regionale Energiestrategieën (RES'en)
    • “Overal in Nederland zijn gemeenten, provincies en waterschappen aan de slag met het RES-proces. Door coronamaatregelen is het tijdsschema van de RES’en verruimd. Op 1 oktober 2020 zal de bestuurlijk vastgestelde concept-RES aangeleverd moeten zijn bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De PBL-analyse van de concept-RES’en komt op 1 februari 2021 beschikbaar, samen met de analyse van het Nationaal Programma RES. De verdeelsystematiek van de landelijke duurzame opwekopgave van 35 TWh aan zon en wind – waar nodig – wordt gepland voor 1 februari 2021 en de RES 1.0 dient op 1 juli 2021 aangeleverd te worden. Om van de concept-RES naar een definitieve RES te gaan, waarin de plannen zoveel mogelijk geconcretiseerd worden, vraagt inzet van alle overheidslagen. Het Rijk (BZK, EZK) speelt hierin een rol als een actieve, gecommitteerde partner in het RES-proces. Dit doet het Rijk niet alleen vanuit de borging van de afspraken uit het Klimaatakkoord, maar ook vanuit zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het klimaat- en energiebeleid, de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van het energiesysteem, de inzet van Rijksgronden en -vastgoed en de borging van nationale belangen en ruimtelijke uitgangspunten voor de RES.” [p.104]
  • Expertise Centrum Warmte
    • “Warmte Het Expertise Centrum Warmte (ECW) heeft haar ondersteuningsmogelijkheden voor gemeenten uitgebreid. In 2021 heeft het extra geld beschikbaar voor het uitvoeren van de regeling Extern Advies Warmtetransitie, waarmee gemeenten expertise kunnen inkopen voor de ontwikkeling van hun Transitievisie Warmte.” [p.105]
  • Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++)
    • “Voor de openstelling van de SDE++ in 2021 wordt opnieuw uitgegaan van een openstelling van € 5 mld: zodra hier een definitief besluit over genomen is zal het hiervoor benodigde verplichtingenbudget in de begroting 2022 worden opgenomen, aangezien ook deze openstelling pas in het jaar volgend op de openstelling tot verplichting zal komen. In het budget voor 2021 wordt opnieuw uitgegaan van een subsidieloze tender Windenergie op Zee. […] Inclusief de middelen uit de begrotingsreserve duurzame energie is er in de meerjarencijfers in de periode 2020-2032 € 47,2 mld beschikbaar voor uitgaven voor de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER en de ISDE, alsmede voor de uitvoeringskosten van deze duurzame energieregelingen. […] Van de in totaal beschikbare € 47,2 mld zal bij de huidige inzichten € 27,7 mld nodig zijn voor uitgaven in de periode 2020-2032 op verplichtingen die tot en met 31 december 2019 zijn aangegaan. De resterende € 19,5 mld is nodig voor de subsidieverleningen die in 2020 zijn en worden afgegeven en om in de periode 2021-2030 nieuwe subsidiebeschikkingen te kunnen afgeven via de SDE++, de HER en de ISDE en om de uitvoeringskosten van RVO.nl te dekken.” [p.113]

 

Noord-Holland Noord: Begroting ministerie van Binnenlandse Zaken 2021
  • Nationale Woonagenda 
    • In de Nationale Woonagenda hebben we de landelijke aanpak met betrokken stakeholders vormgegeven en ook steeds steviger richting gegeven aan de bouwopgave. Om de aanpak van het woningtekort te versnellen zien we er met provincies op toe dat er regionaal voor minimaal 130% van de woningbehoefte plancapaciteit beschikbaar is en dat die plannen versneld gerealiseerd worden. Bovendien moeten deze plannen ook aansluiten bij de behoefte van verschillende groepen woningzoekenden.” [p.14] “Met de maatregelen om door te bouwen tijdens de coronacrisis versterken we de regierol van het Rijk op gebiedsontwikkeling en woningbouw en wordt deze verder uitgebouwd. Zo zet het kabinet in op het versnellen van de besluitvorming over grootschalige woningbouwlocaties. Ook wordt om de stikstofproblematiek aan te pakken tot 2030 € 100 mln. per jaar beschikbaar gesteld. We verkennen de noodzaak tot en mogelijkheden voor actief grondbeleid door het Rijk inclusief de inrichting van een mogelijk Rijksontwikkelbedrijf en uitbreiding van het instrumentarium voor doorzettingsmacht, waarbij we concrete doelstellingen voor plancapaciteit, woningbouwproductie en bouwen voor doelgroepen met regio’s afspreken.” [p.15] 

      We ondersteunen de bouw van betaalbare woningen voor starters en mensen met een middeninkomen in regio’s waar de schaarste het grootst is. De projecten die in de eerste tranche van de woningbouwimpuls zijn toegekend worden door gemeenten verder ontwikkeld. […] In 2021 is € 150 mln. extra beschikbaar voor gemeenten om meer betaalbare woningen sneller tot stand te brengen. Ook wordt de transformatiefaciliteit verder aangevuld en ook ingezet om commercieel vastgoed naar woningen om te zetten” [p.15]. 

Noord-Holland Noord: Miljoenennota 2021
  • Meer betaalbare woningen 
    • Om de realisatie van nieuwe woningen op peil te houden zet het kabinet in op meer regie vanuit het Rijk. Onder meer door de besluitvorming rond enkele grootschalige woningbouwlocaties te versnellen, en de noodzaak en mogelijkheden voor versterking van het bestuurlijk instrumentarium en actief grondbeleid door het Rijk te verkennen, inclusief een verkenning naar het inrichten van een mogelijk Rijksontwikkelbedrijf[…] In totaal is er in 2021 295 miljoen euro aan extra uitgavenmiddelen beschikbaar (waarvan honderd miljoen kasschuif en honderd miljoen structureel) om de woningbouw te stimuleren. Het kabinet geeft bij de woningbouw extra aandacht aan kwetsbare groepen en ouderen. Daarnaast zal het kabinet een doorbouwgarantie verder uitwerken, waarbij ook de financiële risico’s en budgettaire impact in kaart worden gebracht. Zo kan snel besluitvorming plaatsvinden over eventuele inzet van dit instrument indien de woningbouw markant sterker dan voorzien dreigt terug te vallen. […] Woningcorporaties krijgen [daarbij] een verlaging van de verhuurderheffing als tegemoetkoming voor het meer verlagen van de huren naar een passend niveau.” [p.38-39]
  • Infrastructuur  
    • Het kabinet versnelt verschillende maatregelen van de ministeries van IenW en BZK ter waarde van circa 1,5 miljard euro op het gebied van bijvoorbeeld onderhoud aan het spoor en (water)wegen, de veiligheid van (fiets)infrastructuur, versnelling van de woningbouwimpuls en verduurzaming van Rijksvastgoed. Hiervoor wordt het uitgavenplafond aangepast. Daarnaast haalde het kabinet in een eerder stadium 465 miljoen aan investeringen naar voren door het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie. Het totaalbedrag aan naar voren gehaalde investeringen komt daarmee op een kleine twee miljard euro.” [p.42]  
Stichting NOB: Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Internationaal beleid
    • "Naast prioriteiten die onder het financieel instrument Internationaal cultuurbeleid zijn genoemd, is Nederland aan een aantal verplichtingen gebonden en draagt Nederland bij aan de uitvoering van internationale verdragen. Dit geldt voor UNESCO erfgoedverdragen voor het werelderfgoed, het immaterieel erfgoed, de bescherming van cultureel erfgoed bij gewapend conflict, de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en het cultuurverdrag voor de diversiteit van cultuuruitingen. Ook wordt bijgedragen aan het Europees filmprogramma (Eurimages) en de Nederlandse Taalunie.
    • Nederlandse Taalunie" [p. 107] "De Nederlandse Taalunie ondersteunt de betrokken overheden in hun taalbeleid voor het Nederlands en maakt samenwerking, afstemming en uitwisseling mogelijk. Ook verzamelt, ontwikkelt en ontsluit de Nederlandse Taalunie kennis en informatie over het Nederlands, met het oog op advies en dienstverlening aan sectoren, doelgroepen en individuele taalgebruiker. Verder stimuleert de Taalunie de optimale benutting van de hedendaagse (digitale) infrastructuur voor het Nederlands." [p. 81]
GroenLeven: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • Klimaat- & Energiebeleid
    • “De prestatie-indicatoren 1 tot en met 3 vloeien voort uit het Klimaatakkoord, de prestatie-indicator 4 uit het Energieakkoord. Voor het aandeel duurzame energieproductie is een ambitie geformuleerd voor 2020 (14%) en 2023 (16%). De gerealiseerde hernieuwbare elektriciteit op land betreft waterkracht, wind op land, zon en biomassa voor elektriciteit.” [p.101]
    • “Afgeleid van klimaatneutraliteit in 2050 streeft Nederland samen met andere lidstaten naar een ambitieuzer klimaatdoel voor 2030 van 55%; Nationaal worden de doelen uit de Klimaatwet nagestreefd: (1) een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 ten opzichte van 1990; (2) een reductie van de emissies van broeikasgassen met 95% in 2050 ten opzichte van 1990; (3) een volledige CO2 -neutrale elektriciteitsproductie in 2050.” [p.98]
    • “Voor de kortere termijn stuurt het kabinet daarnaast nog op het realiseren van de doelstelling van 16% duurzame energie in 2023, die nog voortvloeit uit het Energieakkoord. […] De doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie van 14% zal in Nederland in 2020 desondanks niet gehaald worden. Het kabinet blijft maximaal inzetten op een groter aandeel hernieuwbare energie nationaal en zal daarnaast voor 2020 gebruik maken van de mogelijkheid tot statistische overdracht om te verzekeren dat de doelstelling wordt behaald. […] In oktober 2020 presenteert het kabinet de eerste Klimaatnota, die zal ingaan op de realisatie van de klimaatdoelen in 2030. Daarbij zullen ook de Klimaaten Energieverkenning 2020 en eerste Klimaatmonitor een belangrijke rol spelen. Voor de uitkijk naar 2030 kan ook een eventueel aangescherpt EUdoel effect hebben op de klimaatopgave in Nederland. Daarom zal EZK in kaart brengen hoe Nederland aan de hogere Europese doelstelling zal kunnen bijdragen. [p.99]
  • Regionale Energiestrategieën (RES'en)
    • “Overal in Nederland zijn gemeenten, provincies en waterschappen aan de slag met het RES-proces. Door coronamaatregelen is het tijdsschema van de RES’en verruimd. Op 1 oktober 2020 zal de bestuurlijk vastgestelde concept-RES aangeleverd moeten zijn bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De PBL-analyse van de concept-RES’en komt op 1 februari 2021 beschikbaar, samen met de analyse van het Nationaal Programma RES. De verdeelsystematiek van de landelijke duurzame opwekopgave van 35 TWh aan zon en wind – waar nodig – wordt gepland voor 1 februari 2021 en de RES 1.0 dient op 1 juli 2021 aangeleverd te worden. Om van de concept-RES naar een definitieve RES te gaan, waarin de plannen zoveel mogelijk geconcretiseerd worden, vraagt inzet van alle overheidslagen. Het Rijk (BZK, EZK) speelt hierin een rol als een actieve, gecommitteerde partner in het RES-proces. Dit doet het Rijk niet alleen vanuit de borging van de afspraken uit het Klimaatakkoord, maar ook vanuit zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het klimaat- en energiebeleid, de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van het energiesysteem, de inzet van Rijksgronden en -vastgoed en de borging van nationale belangen en ruimtelijke uitgangspunten voor de RES.” [p.104]
  • Netcapaciteit
    • Energiewet. “De energietransitie vraagt om aanpassingen in wet- en regelgeving. EZK wil daarom in 2021 het wetsvoorstel voor de Energiewet indienen bij de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel worden afspraken uit het Klimaatakkoord, met name van de elektriciteitstafel, in wetgeving omgezet en worden de aangekondigde maatregelen in de Kamerbrief over de Energiewet uitgevoerd. De Energiewet kent zes pijlers: een versterkt kader voor toekomstige systeemintegratie; het benutten van energiedata; het efficiënter aansluiten, transporteren en distribueren van hernieuwbare elektriciteit; het creëren van meer ruimte voor nieuwe marktinitiatieven; het borgen en versterken van de positie van de eindafnemer; en de versterking van toezicht en stroomlijning van de wetgeving.” [p.20]
    • Netcongestie.
  • Subsidies
    • [p.101]
    • Doorontwikkeling SDE++. “In het Regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd de inzet van de middelen voor de SDE+ te verbreden van hernieuwbare energieproductie naar CO2 -reductie. Op deze manier worden de beschikbare middelen ingezet om een zo groot mogelijke CO2 -reductie te realiseren en daarmee bij te dragen aan de ambities voor 2030. Voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2 -reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt onderzocht of en hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. In het begin van 2021 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de nieuwe regeling en welke technieken worden opengesteld in het najaar van 2021.” [p.104]
  • Zon op water, zon op dak, zonnepanelen
    • “In 2021 zijn middelen beschikbaar voor het versnellen van de bestaande duurzaamheidsaanpak van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) door onder andere stimulering van zonnepanelen op rijksgebouwen en het naar voren halen van investeringen voor EnergieRijk Den Haag” [p.77].“Met ingang van 2020 is de SDE+ omgevormd tot de SDE++, zodat naast hernieuwbare energieproductie ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking komen voor subsidie. Doordat in de SDE++ goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van CO₂-reducerende technologieën, zal op de meest kosteneffectieve wijze de reductie van CO₂ worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de energieprijs. Voor de SDE++ geldt dat de openstelling 2020 (€ 5 mld) pas in 2021 verplicht zal worden: hiermee is in het beschikbare verplichtingenbudget voor 2021 rekening gehouden. Voor de openstelling van de SDE++ in 2021 wordt opnieuw uitgegaan van een openstelling van € 5 mld: zodra hier een definitief besluit over genomen is zal het hiervoor benodigde verplichtingenbudget in de begroting 2022 worden opgenomen, aangezien ook deze openstelling pas in het jaar volgend op de openstelling tot verplichting zal komen.” [p.113]
    • “Met de huidige postcoderoosregeling kunnen leden van een coöperatie een energiebelastingkorting op hun energienota voor lokaal en duurzaam opgewekte elektriciteit krijgen. Door deze regeling kunnen inwoners van een wijk of dorp met elkaar op een financieel rendabele manier aan de slag met lokaal opgewekte duurzame energie. De postcoderoosregeling is tot en met 2020 een fiscale regeling en wordt vanaf 2021 een subsidieregeling (Kamerstuk 31 239, nr. 318). Als gevolg hiervan is er een kadercorrectie doorgevoerd, waarmee het voor deze regeling benodigde budget aan de EZK-begroting is toegevoegd.” [p.116]
    •  

Groen Gas Nederland: Begroting Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • Biomassa
  • Waterstof
    • “Waterstof kan een sleutelrol vervullen in de transitieopgave. Nederland heeft een unieke uitgangspositie voor grootschalige productie en toepassing van duurzame waterstof. Om dit potentieel te benutten, heeft EZK een ambitieus waterstofprogramma28 aangekondigd met een gefaseerde aanpak gericht op kostenreductie en innovatie. Dit programma is aangekondigd in het Klimaatakkoord en zal na een voorbereidende fase tot en met 2021 starten. Ook is waterstof op Europees niveau als strategische waardeketen aangewezen op basis van de bijdrage aan het concurrentievermogen, klimaatambities en strategische autonomie én nadrukkelijk aanwezig in Europese herstelplannen voor de coronacrisis. Daarom zal het kabinet innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten ondersteunen, beleid op het terrein van veiligheid, regelgeving en certificeren voorbereiden en hiermee de basis leggen voor de realisatie van de waterstofambities.” [p.18]
    • “De kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 485) bevat een uitgebreide beleidsagenda, gebaseerd op de afspraken in het Klimaatakkoord. Het jaar 2021 staat in het teken van het in gang zetten van de eerste concrete beleidswijzigingen. Centrale uitdaging is het op gang brengen van een duurzame waterstofketen en met name de opschaling en kostenreductie van de productie van duurzame waterstof. Het kabinet heeft aangeven hierin de regie te nemen. EZK gaat dan ook op een aantal terreinen het beleid vormgeven. In 2020 draaide dit met name om het voorbereiden van de benodigde wet- en regelgeving voor onderwerpen als marktordening, de taken van netbeheerders, hergebruik van infrastructuur, certificering en veiligheid; in 2021 wordt dit in de praktijk gebracht. Daarnaast komt EZK in 2021 op basis van de uitkomsten van onderzoeken met een aanpak voor een koppeling van waterstofproductie en windparken op zee en bijmenging van waterstof in het gasnet om de marktontwikkeling te stimuleren.” [p.106]
    • “Een cruciaal onderdeel van het waterstofprogramma is de opschaling van de productiecapaciteit voor groene waterstof, het kabinet stelt hiervoor vanaf 2021 een budget van € 35 mln per jaar ter beschikking.” [p.106]
  • Doorontwikkeling SDE++
    • “In het Regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd de inzet van de middelen voor de SDE+ te verbreden van hernieuwbare energieproductie naar CO2 -reductie. Op deze manier worden de beschikbare middelen ingezet om een zo groot mogelijke CO2 -reductie te realiseren en daarmee bij te dragen aan de ambities voor 2030. Voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2 -reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt onderzocht of en hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. In het begin van 2021 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de nieuwe regeling en welke technieken worden opengesteld in het najaar van 2021.” [p.104]
  • Regionale Energiestrategieën (RES'en)
    • “Overal in Nederland zijn gemeenten, provincies en waterschappen aan de slag met het RES-proces. Door coronamaatregelen is het tijdsschema van de RES’en verruimd. Op 1 oktober 2020 zal de bestuurlijk vastgestelde concept-RES aangeleverd moeten zijn bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De PBL-analyse van de concept-RES’en komt op 1 februari 2021 beschikbaar, samen met de analyse van het Nationaal Programma RES. De verdeelsystematiek van de landelijke duurzame opwekopgave van 35 TWh aan zon en wind – waar nodig – wordt gepland voor 1 februari 2021 en de RES 1.0 dient op 1 juli 2021 aangeleverd te worden. Om van de concept-RES naar een definitieve RES te gaan, waarin de plannen zoveel mogelijk geconcretiseerd worden, vraagt inzet van alle overheidslagen. Het Rijk (BZK, EZK) speelt hierin een rol als een actieve, gecommitteerde partner in het RES-proces. Dit doet het Rijk niet alleen vanuit de borging van de afspraken uit het Klimaatakkoord, maar ook vanuit zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het klimaat- en energiebeleid, de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van het energiesysteem, de inzet van Rijksgronden en -vastgoed en de borging van nationale belangen en ruimtelijke uitgangspunten voor de RES.” [p.104]
  • Expertise Centrum Warmte
    • “Warmte Het Expertise Centrum Warmte (ECW) heeft haar ondersteuningsmogelijkheden voor gemeenten uitgebreid. In 2021 heeft het extra geld beschikbaar voor het uitvoeren van de regeling Extern Advies Warmtetransitie, waarmee gemeenten expertise kunnen inkopen voor de ontwikkeling van hun Transitievisie Warmte.” [p.105]
  • Verduurzaming van het Nederlandse gassysteem
    • “Gasvormige energiedragers hebben een onvervangbare rol in de verduurzamingsopgave van het energiesysteem. Het kabinet zet in op de ontwikkeling van hernieuwbare gassen, zoals groen gas en waterstof, als alternatief voor aardgas om de toekomstige gasbehoefte duurzaam in te kunnen vullen. Aardgas blijft de komende decennia noodzakelijk, totdat er genoeg hernieuwbare gassen beschikbaar zijn. In de brief aan de Tweede Kamer over de rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst (Kamerstuk 32 813, nr. 486) is de rol van deze drie gasvormige energiedragers (aardgas, groen gas, waterstof) uitgelegd.” [p.106]
    • “In de Routekaart Groen Gas (Kamerstuk 32 813, nr. 487) heeft het kabinet een beleidsagenda geschetst om de productie van groen gas te bevorderen. Deze beleidsagenda wordt in 2021 uitgevoerd en omvat onder meer het bezien van alternatieve instrumenten om groen gas productie te ondersteunen, waaronder fiscale differentiatie, een bijmengverplichting of een separaat subsidie-instrument. Ook zet het kabinet in op sterk flankerend beleid (onderzoek, R&D, kaderstelling) op het gebied van innovatie, netbeheer, locatiebeschikbaarheid en biomassa. Voor de Transitievisies Warmte die gemeenten in 2021 zullen opstellen, heeft het kabinet duidelijkheid geboden over de positie van groen gas in de warmtetransitie.” [p.106]
  • Warmtewet
GroenLeven: Belastingplan Memorie van Toelichting
  • Postcoderoosregeling
    • “Vanaf 2021 kunnen coöperaties en Verenigingen van eigenaars subsidie aanvragen voor een zonne-energieproject of een kleinschalig windenergieproject. Net als in de huidige Postcoderoosregeling wordt in de nieuwe regeling het postcodegebied40 gebruikt om het lokale karakter te waarborgen. Onder de subsidieregeling moeten deelnemers aan een project lid zijn van de betreffende coöperatie of vereniging van eigenaars en bij aanvang wonen in hetzelfde postcodegebied als waar de elektriciteitsaansluiting van de productie-installatie zich bevindt. In de huidige Postcoderoosregeling ontvangen de leden van de coöperatie het belastingvoordeel via hun reguliere energieleverancier. In de voorgestelde situatie is er vanaf 2021 sprake van een subsidie die wordt uitbetaald aan de coöperatie of vereniging van eigenaars. De coöperatie of vereniging van eigenaars verdeelt vervolgens de subsidie onder de leden. De opzet van de nieuwe subsidieregeling vormt een belangrijke vereenvoudiging ten opzichte van de huidige Postcoderoosregeling.” [p.26]
GroenLeven: Miljoenennota 2021
  • Fiscale regelingen 2016-2021
    • Over het algemeen is sprake van een beheerste groei van de budgettaire omvang van fiscale regelingen tussen 2016 en 2021. Dit jaar zijn van veel regelingen (met name in de inkomstenbelasting) realisatiecijfers bekend voor 2018 op basis van aangiftegegevens. Slechts bij enkele regelingen is er naar verwachting tussen 2017 en 2021 een sterke endogene (niet-beleidsmatige) ontwikkeling van het belang. Dit betreft met name de regelingen voor nulemissievoertuigen, de middelingsregeling, de verminderingen in de verhuurderheffing, en de salderingsregeling voor zonnepanelen in de energiebelasting.” [p.114]  
  • EB Salderingsregeling
    • [p. 148]
Qurio.care: Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Beleidsagenda
    • "De coronacrisis heeft in verschillende opzichten de kracht van onze zorg opnieuw aangetoond. We hebben veel professionele en betrokken medewerkers en bestuurders gezien die zo goed mogelijk deden wat nodig was om coronapatiënten op te vangen en te verplegen, binnen en buiten het ziekenhuis ... Inkopende partijen (zorgverzekeraars, zorgkantoren, gemeenten) waren nauw betrokken en er werden goede financiële afspraken gemaakt om de zorgcapaciteit, niet alleen nu, maar ook in de toekomst in stand te houden. Het organiserend en aanpassingsvermogen van (de partijen in) de sector is van grote waarde gebleken.
    • De coronacrisis liet zich op een aantal cruciale onderdelen van de zorg kenmerken door een abrupte en grote schaarste en leert ons ons daarmee ook zien wat er nodig kan zijn naar de toekomst toe. In die context van schaarste werkte de reguliere aanpak niet meer, was de samenwerking in de regio vaak ontoereikend en bleken coördinatie en regie noodzakelijk. Dat gold in het bijzonder voor de spreiding van IC-patiënten (Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding, LCPS), de inkoop en verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (Landelijk Consortium voor Hulpmiddelen, LCH), de vergaring van testmateriaal en de opbouw van testcapaciteit (Landelijk Coördinatiestructuur Testcapaciteit, LCT), en de benutting van innovatieve mogelijkheden als de Coronamelder. Kenmerkend voor deze initiatieven is dat ze op enig moment, en soms langer, een zichtbare hand van de overheid vereisten. Dat gold voor de sturing op deze initiatieven, maar ook voor de financiering hiervan. Daarnaast heeft het kabinet vroegtijdig met inkopende partijen afspraken gemaakt over meerkosten en de financiering van zorgcontinuïteit.
    • De coronacrisis heeft ons allereerst laten zien dat gezondheid, sociaal contact en welbevinden basisbehoeften zijn voor iedere Nederlander. Samengenomen wijzen ook de bovengenoemde ervaringen tijdens de coronacrisis, samen met alle andere praktische en bestuurlijke ervaringen in de beweging naar juiste zorg op de juiste plek, de weg hoe we de zorg beter kunnen organiseren, daarop beter te sturen en zorg toekomstbestendig te maken. Daarbij behouden we het goede en verbeteren we het noodzakelijke. Dat is ook de insteek van de nota Contouren voor een gezonde toekomst. De insteek van de nota is drieledig: (1) we zetten in op preventie en gezondheid, (2) sturen op samenwerking, coördinatie en regie en (3) bieden ruimte voor vernieuwing en werkplezier voor professionals. De consultatieversie van de nota wordt voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer gestuurd." [p.7]
    • "Aanschaf en distributie medische beschermingsmaterialen
      De totale uitgaven aan medische beschermingsmaterialen worden in 2020 geraamd op € 1,5 miljard. Dit zijn zowel uitgaven die door VWS zijn gedaan voor persoonlijke beschermingsmaterialen als de verleende bevoorschotting aan het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). Met de verleende bevoorschotting heeft het LCH persoonlijke beschermingsmaterialen ingekocht. Voor de uitlevering van medische hulpmiddelen aan zorginstellingen in 2020 is bij de eerste suppletoire wet 2020 en eerste incidentele suppletoire begrotingswet 2020 een ontvangstenbudget van in totaal € 470 miljoen begroot. Dit ontvangstenbudget voor 2020 wordt volledig afgeraamd, omdat de ontvangsten naar verwachting na 2020 met het LCH worden afgerekend." [p.22]
  • Curatieve zorg
    • "Medische producten
      Voor de inkoop van medische hulpmiddelen is 2021 een bedrag beschikbaar van € 29,3 miljoen. Hiervan is een bedrag van € 25 miljoen beschikbaar voor de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen en testmaterialen en de kosten die hiermee samenhangen zoals transportkosten en facilitaire kosten zoals gemaakt door het Landelijk coördinatiecentrum hulpmiddelen.
      De overige middelen zijn bedoeld voor diverse opdrachten op het gebied van informatievoorziening over het voorschrijven van geneesmiddelen, een internationaal onderzoeksprogramma (Gard-P) voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en diverse onderzoeken op het gebied van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, de Stichting Farmaceutische Kengetallen, het Zorginstituut voor registers geneesmiddelen en het RIVM voor een onderzoek naar implantaten." [p. 66]
  • Moties en toezeggingen
    • [p. 296]
Retail Platform Nederland: Begroting ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2021
  • Beleidsprioriteiten
    • Verpakkingen en plastic
    • Voorts worden met de e-commerce sector afspraken gemaakt over het verduurzamen van verpakkingen en wordt onderzocht hoe vernietiging van retourgoederen te voorkomen. [p. 22]
Retail Platform Nederland: Begroting ministerie van Binnenlandse Zaken 2021
  • Beleidsagenda
    • Een veilige digitale overheid
    • Een veilige informatiesamenleving vereist dat de maatschappij erop kan vertrouwen dat de dienstverlening van de overheid op een veilige manier verloopt. Digitale veiligheid is dus een randvoorwaarde voor een kwalitatief goede informatievoorziening van de overheid, net als echtheid en toegankelijkheid van informatie. Daarom gaat de overheid verder met het toepassen van informatieveiligheidsstandaarden voor overheidswebsites. Daarbij is goed oefenen van belang: zo leren we vooraf in te spelen en voorbereid te zijn als het mis zou gaan. Om die reden vindt de Overheidsbrede Cyberoefening elk jaar plaats in de Europese maand van de cybersecurity, in oktober. Ook voor de digitale veiligheid is het belangrijk dat iedereen in Nederland goed mee kan doen met de digitale transitie. Digitaal vaardige burgers dragen bij aan de digitale veiligheid van henzelf en aan die van anderen. De overheid gaat mee met nieuwe technologieën zoals big data en kunstmatige intelligentie. Maar dat doet ze niet zonder rekening te houden met de van haar verlangde zorgvuldigheid en gebruiksvriendelijkheid en met oog voor de rechten en waarborgen van burgers. Digitale veiligheid is een randvoorwaarde voor veilige en betrouwbare overheidsdienstverlening. [p. 20]
Retail Platform Nederland: Begroting ministerie van Justitie & Veiligheid 2021
  • Beleidsprioriteiten
    • Prioriteiten in het veiligheidsbeleid
      In de veiligheidsaanpak wordt telkens bezien waar de dreigingen zijn en wat voorrang moet krijgen bij de aanpak. Daarom is de Veiligheidsagenda tussentijds herijkt. De coronacrisis heeft in elk geval tijdelijk effect op criminaliteitsvormen: inbraken, zakkenrollen en andere vormen van traditionele criminaliteit daalden tijdelijk, terwijl fenomenen als cybercrime en fraude via internet in omvang groeien. Daarnaast gaan reeds gesignaleerde trends verder. Criminaliteit lijkt te verharden, ook onder jongeren – ondanks de sterke daling van geregistreerde algemene jeugdcriminaliteit. Grensoverschrijdende criminaliteit, cybercrime en drugscriminaliteit blijven aandacht vereisen. Maatschappelijke scheidslijnen verdiepen zich al langer in Nederland en met het onvermijdelijke economische laagtij zal de komende periode extra aandacht nodig zijn voor mensen die minder weerbaar zijn, ook tegen de verlokkingen van criminaliteit en radicalisering.

       

      De dreiging van cybercrime neemt toe. In antwoord hierop gaan we door met de verstoring van criminele verdienmodellen. We houden aandacht voor slachtoffers van online criminaliteit en zetten gericht in op veilig internet-gedrag, onder meer met een preventieconvenant tussen publieke en private partners. Er komt € 10 mln. extra voor uitvoering van de Wet Computercriminaliteit III. Er komen strakkere waarborgen voor de publieke aanschaf van hacksoftware en grotere inzet op het beschermen van de privacy van burgers onderling. Stevige inzet is er op het verspreiden van wraakporno; dit wordt als een zelfstandig delict strafbaar gesteld. [p. 15]

Adyen: Begroting Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • Vestigings- en investeringsklimaat
    • Voor de toekomstige welvaart van Nederland zetten wij ons in om koploper te zijn op het gebied van innovatie, verduurzaming en digitalisering. Het is van belang dat bedrijven die leidend zijn op deze gebieden - van klein tot groot en zowel Nederlands als buitenlands - in Nederland blijven investeren en daardoor hun activiteiten hier verder ontwikkelen en zo bijdragen aan duurzame groei. Deze investeringen zorgen voor hoogwaardige kennisontwikkeling en werkgelegenheid in Nederland. Door de belangrijke aanwezigheid van mondiale spelers zijn wij internationaal een serieuze gesprekspartner op deze gebieden. Daarom blijft het kabinet voortdurend werken aan de belangrijke vestigingsplaatsfactoren, zoals een goed functionerende arbeidsmarkt en een goede digitale en fysieke infrastructuur. [p.12]
  • Digitalisering
    • Als gevolg van de coronacrisis werd op grootschalige wijze omgeschakeld naar digitale alternatieven om de economie en de samenleving zoveel mogelijk doorgang te laten vinden, zelfs op de momenten waarop werd opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te blijven.

      In de tweede update van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die op 25 juni 2020 aan de Kamer is verzonden, heeft EZK in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijksrelaties (BZK) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) uiteengezet hoe digitalisering maximaal kan bijdragen aan economische groei, innovatie en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, inclusief economisch herstel. Voor EZK ligt de focus de komende periode op opschaling, datadeling, artificiële intelligentie, digitale connectiviteit en cyberweerbaarheid. De versnelling van de digitalisering van het mkb heeft specifiek de aandacht. De scope van de digitaliseringsstrategie wordt bovendien vergroot met een verkenning naar de bijdrage van digitalisering aan het thema duurzaamheid. (p. 14).

    • Een samenleving die zich steeds meer online afspeelt, heeft behoefte aan versterkte cyberweerbaarheid. De taken van het Digital Trust Center worden daartoe uitgebreid, onder meer met een wettelijke basis voor het verwerken en delen van vertrouwelijke informatie over digitale bedreigingen voor ondernemend Nederland. Verder programmeert EZK voorlichtingscampagnes over cyberhygiëne en zet het zich in voor Europese normen voor internet of things-apparaten. (p. 14)
    • Om ook privacy online en grip op persoonsgegevens te waarborgen, spant het kabinet zich in voor de totstandkoming en implementatie van een ambitieuze Europese e-privacy verordening. [p. 14]
  • Goed functionerende economie en markten
    • Om het economisch verdienvermogen te versterken en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken zet het kabinet er op in dat Nederland digitaal koploper is en blijft in Europa, onder meer door het slim benutten van en zorgdragen voor hoogwaardige, betrouwbare en veilige digitale infrastructuren en door het stimuleren van onderzoek en innovatie op digitaal terrein. [p. 44]

 

Netflix: Miljoenennota 2021
  • 3f. Aanvullend pakket augustus
    • "Commissie Ter Haar: Beperking verrekening verliesverrekening
      Deze maatregel stelt een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening voor (terwijl dat nu zes jaar voorwaarts is). Daarbij zijn de verliezen slechts tot een bedrag van € 1 miljoen aan belastbare winst volledig verrekenbaar. Daarboven zijn de verliezen slechts tot 50% van de belastbare winst in een jaar verrekenbaar, waarbij die winst eerst wordt verminderd met € 1 miljoen.
    • Aanpassing arm’s-lengthbeginsel (informeel kapitaal)
      In het voorjaar van 2021 komt het kabinet met een afzonderlijk wetsvoorstel om het arm’s-lengthbeginsel aan te passen in gevallen dat er bij een neerwaartse bijstelling van de winst in Nederland in een ander land – kortgezegd – geen of een te lage corresponderende bate in aanmerking wordt genomen. Deze maatregel houdt kort gezegd in dat een neerwaartse correctie van de fiscale winst niet in aanmerking wordt genomen indien bij de andere, gelieerde partij geen of een te lage opwaartse bijstelling van de winst plaatsvindt. Met deze maatregel loopt Nederland internationaal meer in de pas." [p. 62-63]
Retail Platform Nederland: Begroting ministerie Economische Zaken & Klimaat 2021
  • Beleidsagenda
    • Inleiding

      Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een duurzaam en ondernemend Nederland. Het jaar 2021 zal voor EZK grotendeels in het teken staan van het herstellen van de gevolgen van de coronacrisis. EZK werkt aan de hervatting van de groei, in lijn met de Groeistrategie van het kabinet. Samen met zijn partners werkt EZK aan de welvaart van alle Nederlanders, nu en later. Wij werken aan de klimaatambities, op weg naar een duurzame samenleving met schone, betrouwbare en betaalbare energie. We staan voor een open economie met een sterke internationale concurrentiepositie. We stimuleren innovatie en benutten de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. We geven ondernemers de ruimte en borgen de balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten. Deze opgaven vragen erom dat verduurzaming en economische ontwikkeling samengaan. [p. 10]

      Ondernemend Nederland

      Om onze welvaart ook in de toekomst te behouden is een excellent vestigings- en ondernemersklimaat, vernieuwing en verduurzaming cruciaal.

    • Vestigings- en investeringsklimaat

      Voor de toekomstige welvaart van Nederland zetten wij ons in om koploper te zijn op het gebied van innovatie, verduurzaming en digitalisering. Het is van belang dat bedrijven die leidend zijn op deze gebieden - van klein tot groot en zowel Nederlands als buitenlands - in Nederland blijven investeren en daardoor hun activiteiten hier verder ontwikkelen en zo bijdragen aan duurzame groei. Deze investeringen zorgen voor hoogwaardige kennisontwikkeling en werkgelegenheid in Nederland. Door de belangrijke aanwezigheid van mondiale spelers zijn wij internationaal een serieuze gesprekspartner op deze gebieden. Daarom blijft het kabinet voortdurend werken aan de belangrijke vestigingsplaatsfactoren, zoals een goed functionerende arbeidsmarkt en een goede digitale en fysieke infrastructuur. [p.12]

      Innovatie

      Innovatie staat voor vooruitgang en is de sleutel tot herstel. Innovatie creëert namelijk nieuwe oplossingen, die een uitkomst kunnen bieden voor maatschappelijke uitdagingen. Bovendien kan innovatie leiden tot een grotere arbeidsproductiviteit en als gevolg tot een groter verdienvermogen op de lange termijn. Hierbij vormt ondernemerschap een belangrijke rol om te zorgen dat uitvindingen leiden tot innovaties die daadwerkelijk worden vermarkt. EZK stimuleert innovatie langs drie wegen: generiek innovatiebeleid, specifiek beleid en Europese samenwerking. [p.12]

      Daarnaast wordt innovatie bevorderd met specifiek beleid, zoals het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid. Het doel van dit beleid is het koppelen van maatschappelijke missies aan verdienvermogen. Om na de coronacrisis snel te kunnen herstellen en op belangrijke gebieden een wereldspeler te blijven of te worden, zet EZK door op de weg van de gekozen maatschappelijke thema’s. Door de coronacrisis kan innovatie echter onder druk komen te staan, doordat bedrijven noodgedwongen bezuinigen en daarmee hun R&D-uitgaven verlagen. Om innovatiever en productiever te worden, zijn de investeringen in publiek-private samenwerking (nationaal en Europees) op sleuteltechnologieën van belang, zoals op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) en kwantumtechnologie.

      Ook is Europese samenwerking op gebied van innovatie nodig om onze ambities te kunnen realiseren. Nederland is te klein om op alle gebieden een wereldspeler te zijn. Het is daarom belangrijk dat Nederland in gezamenlijke innovatietrajecten investeert.9 Dit waarborgt dat we een belangrijke kunnen rol spelen en optimaal profiteren van en bijdragen aan het herstel van de Europese economie. [p. 13]

      Digitalisering

      Als gevolg van de coronacrisis werd op grootschalige wijze omgeschakeld naar digitale alternatieven om de economie en de samenleving zoveel mogelijk doorgang te laten vinden, zelfs op de momenten waarop werd opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te blijven.

      In de tweede update van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die op 25 juni 2020 aan de Kamer is verzonden, heeft EZK in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijksrelaties (BZK) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) uiteengezet hoe digitalisering maximaal kan bijdragen aan economische groei, innovatie en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, inclusief economisch herstel. Voor EZK ligt de focus de komende periode op opschaling, datadeling, artificiële intelligentie, digitale connectiviteit en cyberweerbaarheid. De versnelling van de digitalisering van het mkb heeft specifiek de aandacht. De scope van de digitaliseringsstrategie wordt bovendien vergroot met een verkenning naar de bijdrage van digitalisering aan het thema duurzaamheid.

      De urgentie van versnelde transformatie en digitalisering van de industrie is groter door de coronacrisis. Om ketens wendbaarder en weerbaarder te maken, wordt het EZK-beleid gericht op smart industry voortgezet en geïntensiveerd. EZK blijft in 2021 de Smart Industry Implementatieagenda 2018-2021 ondersteunen, die is opgesteld om digitalisering van de industrie te versnellen, met steun aan 43 fieldlabs waar bedrijven en kennisinstellingen experimenteren met de nieuwste technologieën om te komen tot innovatieve oplossingen.

      EZK heeft de ambitie om Nederland een voorhoedepositie te bezorgen op het gebied van AI die waarde toevoegt voor mens, maatschappij en economie. Mede in reactie op de coronacrisis neemt het aantal AI-toepassingen toe in allerlei domeinen en sectoren. In 2021 wordt daarom met de Nederlandse AI-coalitie verder gebouwd aan uitbreiding en versterking van het Nederlandse AI-ecosysteem. Die krijgt een startimpuls van € 23,5 mln van het kabinet, voor onderzoek naar en het ontwikkelen van toepassingen. Door de sterke toename van digitale activiteiten is het van belang om de ontwikkeling van de Nederlandse infrastructuur voor vaste en mobiele communicatie op peil te houden. Daarom zet EZK in 2021 in op frequentieverdelingen voor mobiele communicatie en een 5G-innovatienetwerk.

      Een samenleving die zich steeds meer online afspeelt, heeft behoefte aan versterkte cyberweerbaarheid. De taken van het Digital Trust Center worden daartoe uitgebreid, onder meer met een wettelijke basis voor het verwerken en delen van vertrouwelijke informatie over digitale bedreigingen voor ondernemend Nederland. Verder programmeert EZK voorlichtingscampagnes over cyberhygiëne en zet het zich in voor Europese normen voor internet of things-apparaten.

      Om ook privacy online en grip op persoonsgegevens te waarborgen, spant het kabinet zich in voor de totstandkoming en implementatie van een ambitieuze Europese e-privacy verordening. [p. 14]

      Mededingings- en consumentenbeleid

      Het is voor het optimaal functioneren van de economie van belang dat bedrijven concurreren om consumenten zoveel mogelijk waar voor hun geld te bieden, en dat consumenten worden beschermd.

      Als gevolg van digitalisering is de platformeconomie in opkomst waarbij data en technologie van groot belang zijn. Dit leidt tot hiaten in de rechtsbescherming van consumenten. EZK maakt zich daarom in EU-verband sterk voor het borgen van concurrentie in markten waarop online platforms actief zijn. Sommige platforms hebben hierbij een poortwachtersfunctie, namelijk wanneer het gebruik maken van dit platform noodzakelijk is voor bedrijven en klanten om elkaar te vinden. EZK pleit voor de mogelijkheid dat een Europese toezichthouder platforms met dergelijke poortwachtersfunctie verplichtingen op kan leggen.18 In 2021 zet EZK zich er in het bijzonder voor in dat platforms verantwoordelijk worden gesteld voor het naleven van de rechten van consumenten die via platforms aankopen doen. Zo kunnen consumenten zowel in de winkel als online blijven vertrouwen op veilige producten en goede bescherming, en blijft het speelveld voor producenten en retailers gelijk.

      Als gevolg van de coronacrisis hebben overheden in Nederland en in het buitenland maatregelen genomen om het bedrijfsleven te ondersteunen. Uiteindelijk zal het bedrijfsleven weer op eigen benen moeten staan. Concurrentiekracht – met name in Europees verband – is een belangrijke pijler in dit economisch herstel. Goede, toekomstgerichte mededingingskaders spelen daarin een belangrijke rol. Dit is ook toegelicht in de kabinetspositie Europese Concurrentiekracht en de Kamerbrief over het realiseren van een gelijk speelveld op de Europese Interne Markt voor alle ondernemingen. De Europese Commissie heeft voor 2021 evaluaties van de Europese Mededingingsregels aangekondigd. De inzet van EZK daarbij zal – aansluitend bij de kabinetspositie – gericht zijn op het actualiseren van het mededingingsinstrumentarium, zodanig dat een gelijk speelveld waarin bedrijven eerlijk kunnen concurreren blijvend kan worden gewaarborgd. Daarbij heeft EZK ook aandacht voor ontwikkelingen op het terrein van bijvoorbeeld digitalisering en duurzaamheid. [p. 16]

  • Beleidsartikelen
    • Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

      Algemene doelstelling

      Goed functionerende markten dragen bij aan de economische groei en innovatie. Digitale ontwikkelingen leiden tot ingrijpende veranderingen in sectoren en domeinen. Er is sprake van een digitale transitie die onze manier van werken en leven ingrijpend verandert, met alle kansen en bedreigingen van dien. Om het economisch verdienvermogen te versterken en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken zet het kabinet er op in dat Nederland digitaal koploper is en blijft in Europa, onder meer door het slim benutten van en zorgdragen voor hoogwaardige, betrouwbare en veilige digitale infrastructuren en door het stimuleren van onderzoek en innovatie op digitaal terrein. [p. 44]

      Nederlandse digitaliseringsstrategie (NDS)

      De uitvoering van de NDS is in volle gang. In 2020 heeft de Kamer een update van de kabinetsbrede strategie ontvangen (Kamerbrief Nederlandse Digitaliseringsstrategie 2020 van 25 juni 2020). Hierin heeft het kabinet langs de zes prioriteiten (AI, data, digitale vaardigheden en inclusie, digitale overheid, digitale connectiviteit, digitale weerbaarheid) de voortgang en bijdrage van digitalisering aan maatschappelijke en economische uitdagingen zo tastbaar mogelijk gemaakt. De impact van de coronacrisis op digitalisering is hierin ook zoveel mogelijk meegenomen. Ook heeft het kabinet o.a. op basis van de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen een aantal toekomstige uitdagingen op het terrein van digitalisering geschetst. Nieuwe ontwikkeling in de NDS is de verkenning die het kabinet is gestart naar de bijdrage die digitalisering kan leveren aan het thema duurzaamheid. Het kabinet vindt het van belang om enerzijds de ecologische impact van digitalisering zelf te verkleinen en anderzijds om digitalisering in te zetten om bedrijfssectoren efficiënter te laten werken. Met de uitvoering en update van de NDS komt het kabinet ook de landen-specifieke aanbevelingen voor Nederland in het kader van het Europees Semester tegemoet. Hierin wordt Nederland onder andere aangemoedigd te investeren in de digitale transitie met hierbij speciale aandacht voor digitale vaardigheden (aanbeveling drie). De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) bundelt kabinetsbreed de ambities en doelstellingen voor een succesvolle digitale transitie in Nederland met digitale vaardigheden en inclusie als één van de hoofdprioriteiten. De Digitaliseringsagenda primair en voortgezet onderwijs, het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT voor het hoger onderwijs, de strategische digitaliseringsagenda mbo en het kabinetsprogramma Tel mee voor Taal zijn voorbeelden van maatregelen op dit terrein. Verder bieden ook de nieuwe samenwerkingen in het onderwijs die in de COVID-19 crisis tot stand zijn gekomen kansen. Daarnaast investeert het kabinet in digitale sleuteltechnologieën, zoals AI. Zo heeft de staatssecretaris van EZK besloten een financiële impuls toe te kennen van € 23,5 mln voor de periode 2020-2024 voor acties van de Nederlandse AI Coalitie. In 2021 gaat het kabinet verder met de uitvoering van de NDS en zal, indien de omstandigheden dat toestaan, begin 2021 de Conferentie Nederland Digitaal organiseren.

      Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie

      Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden over de hele AI-waardeketen. In 2021 zet EZK in op het verder bundelen van de krachten zodat Nederland de kansen van Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze kan benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (Kamerstuk 26 643, nr. 640). De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Deze zet zich in voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor AI, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa. [p. 48]

      Onderwijscurriculum up-to-date

      Om te bewerkstelligen dat jongeren mediawijs zijn en beschikken over goede ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden is een curriculum voor primair en voortgezet onderwijs opgesteld met aandacht voor digitale en praktische vaardigheden. Om de implementatie van het curriculum te bevorderen is door EZK en OCW de digitaliseringsagenda po/vo opgesteld. Hierin wordt in 2021 verder samengewerkt tussen onderwijs en bedrijfsleven om digitale vaardigheden van leerlingen en leraren te versterken.

      Voldoende ICT-professionals

      Om ervoor te zorgen dat bedrijven voldoende goed gekwalificeerd personeel kunnen vinden, ontwikkelt EZK de Human Capital Agenda ICT in 2021 verder door met nieuwe prioriteiten en wordt het Techniekpact voortgezet.

      Een florerende data-economie

      Nederland heeft een sterke uitgangspositie als het gaat om het delen van data, niet alleen binnen, maar ook tussen sectoren. Daarmee wordt een belangrijke voorwaarde ingevuld voor succesvolle innovatie op digitaal terrein. Ter ondersteuning daarvan heeft het kabinet een visie op datadeling tussen bedrijven gepubliceerd (Kamerstuk 26 643, nr. 594), wordt onderzoek uitgevoerd, en steunt ook in 2021 financieel concrete initiatieven voor vrijwillige datadeling tussen bedrijven, en dan vooral over sector en landsgrenzen heen. [p. 49]

      Een veilige digitale samenleving

      Mensen en bedrijven moeten digitale technologieën veilig kunnen gebruiken. De roadmap veilige hard- en software (Kamerstuk 26 643, nr. 535) wordt nader ingevuld om veilige (hard- en software) producten te bevorderen. Dit is van belang omdat door de opkomst van het Internet of Things steeds meer (vaak onveilige) producten aan het internet worden gekoppeld. J&V en EZK voeren ook in 2021 voorlichtingscampagnes cyberhygiëne om burgers en bedrijven bewust te maken van het belang van digitale veiligheid en bijpassend handelingsperspectief te bieden. Cyberhygiëne is erop gericht dat burgers en bedrijven maatregelen nemen om zichzelf digitaal te beschermen, zoals het uitvoeren van veiligheidsupdates. De campagne ‘Doe je updates’ brengt het belang hiervan onder de aandacht.

      Structureel is € 2,5 mln per jaar beschikbaar voor de activiteiten van het Digital Trust Center (DTC) om via voorlichting, tools en advisering bedrijven – van zzp-er tot grootbedrijf – beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren. Deze middelen zijn voor opdrachten zoals de doorontwikkeling van de website en een online platform, kennisopbouw over cyberrisico’s en kennisdeling met de doelgroep niet-vitale bedrijfsleven. Het DTC is extern geëvalueerd (Kamerstuk 26 643, nr. 668). De evaluatie gaf een positief beeld van de resultaten en doelbereik van het DTC. In lijn met de conclusies en aanbevelingen van deze evaluatie zal in 2021 gestart worden met het ontsluiten van vertrouwelijke dreigingsinformatie voor grote en meer cybermature bedrijven. Ook zal het landelijk dekkend stelsel van informatieknooppunten voor het niet-vitale bedrijfsleven via een subsidieregeling in 2021 verder uitgebreid en bestendigd worden. Voor de digitale dienstverleners zoals clouddiensten en on-line-marktplaatsen wordt de informatievoorziening van het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) in 2021 verder vormgegeven. De technologische ontwikkelingen in de telecomsector in combinatie met de dreiging vanuit statelijke actoren nopen tot een aanscherping van het toezicht en veiligheidseisen ten aanzien van telecomnetwerken. Uiterlijk 28 juni 2021 wordt de Europese Verordening Cyber Security Act (CSA) geïmplementeerd en Agentschap Telecom zal de taken van de nationale autoriteit uitvoeren. Het doel van de CSA is om door middel van een geharmoniseerde certificatiesystematiek de cyberveiligheid in Europa aan te jagen en de (digitale) interne markt te versterken. [p. 50]

      Bescherming van en regie op Persoonsgegevens

      De acties van EZK zijn er op gericht dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun privacy online goed beschermd is en grip hebben op hun persoonsgegevens. EZK zet zich in 2021 verder actief in voor de totstandkoming en implementatie van een ambitieuze Europese e-privacy verordening. De totstandkoming van de verordening heeft forse vertraging opgelopen door verdeeldheid in de Raad. Hierdoor is onduidelijk wanneer de Raad kan komen tot een algemene oriëntatie. Pas als die er is kunnen de trilogen met het Europese Parlement en de Commissie beginnen.

      Mededinging en digitalisering

      In april 2020 heeft EZK een Kamerbrief gepubliceerd over de voortgang van de modernisering van het mededingingsinstrumentarium in relatie tot digitalisering en online platforms (Kamerstuk 35 134, nr. 13). EZK is verheugd dat de Europese Commissie in lijn met de beleidsinzet van EZK heeft aangekondigd opties voor een ex ante instrumentarium voor platforms met een poortwachtersfunctie te zullen verkennen en uit te werken in concrete voorstellen. Naar verwachting komt de Commissie in het eerste kwartaal van 2021 met een voorstel. Omdat grote platforms in heel de EU actief zijn en vervolgacties daarom op Europees niveau plaats moeten vinden, zal EZK in 2021 doorgaan met het uitdragen van de Nederlandse beleidsinzet in Europa. Dit moet ervoor zorgen dat de concurrentie in de digitale economie wordt geborgd, zodat consumenten en ondernemers hun autonomie en keuzevrijheid behouden en zo de kansen die de platformeconomie biedt optimaal kunnen benutten. [p. 51]

      Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

      Stimuleren

      De minister stimuleert een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

      – het versnellen van de toepassing van digitalisering door het MKB via de programma’s «versnelling digitalisering MKB», «smart industry», de «retailagenda» en het identificeren en helpen opschalen van (regionale of sectorale) best practices op het gebied van digitalisering. [p. 63]

Adyen: Begroting Ministerie van Financiën
  • Vestigingsklimaat
    • “Dit kabinet vindt het belangrijk dat Nederland een land blijft waar bedrijven met reële economische activiteiten willen investeren en zich willen vestigen. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat wordt bepaald door wat Nederland te bieden heeft in vergelijking met omringende en concurrerende landen. Daarbij kunnen ook fiscale factoren een belangrijke rol spelen. In dit kader stelt dit kabinet voor het Vpb-tarief in de eerste tariefschijf te verlagen van 16,5% naar 15%. Verder wordt in het pakket Belastingplan 2021 voorgesteld om de eerste tariefschijf – waar vanaf 2021 het lage vennootschapsbelastingtarief van 15% op van toepassing is – te verlengen (van thans € 200.000) naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Het midden-en kleinbedrijf zal hier in belangrijke mate van profiteren. Bedrijven die meer investeren of investeringen naar voren halen worden daarin met ingang van 1 januari 2021 gestimuleerd door een korting op de afdracht van de loonheffingen. Deze regeling draagt voor de betreffende bedrijven bij aan het verlagen van de werkgeverslasten.” (p. 19).
    •  

      “Daarnaast speelt ook een gunstig netwerk van belastingverdragen een rol bij de aantrekkelijkheid van het fiscale vestigingsklimaat. Daarom wordt ook in 2021 ingezet op het versterken van het Nederlandse belastingverdragennetwerk. Begin 2021 zal de onderhandelingsagenda voor dat jaar gepubliceerd worden.” (p. 20)

  • Aanpak internationale belastingontduiking
    • Aanpak internationale belastingontduiking en ontwijking: in het voorjaar 2021 zal een wetsvoorstel komen inzake aanvullende maatregeln tegen dividendstromen naar laagbelastende jurisdicties (blz. 20). Wetgeving alleen wordt niet als oplossing gezien door het kabinet. Zo wordt er momenteel gewerkt aan een tax governance code die verder invulling moet geven aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en belastingadviseurs (blz. 20).
  • Hervorming van het internationale betalingssysteem
    • Internationale ontwikkelingen/agenda: In het Inclusive Framework van de OESO wordt gesproken over een hervorming van het internationale betalingssysteem. Er wordt gewerkt aan een herziening op basis van twee pijlers (blz. 84).
      1. Aanpassingen van de regels over toerekening van heffingsrechten tussen landen waardoor landen waar de consument zich bevindt meer heffingsrechten krijgen.
      2. Regels om een minimumniveau van belastingheffing te waarborgen bij internationaal opererende bedrijven.
  • Toezicht
    • Bijdrage aan ZBOs en RWTs: “Het ministerie draagt bij aan de financiering van het Financieel Expertise Centrum (FEC). Het FEC is een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector op het gebied van toezicht, controle, opsporing en vervolging. Vanaf 2018 wordt structureel €1,4 mln extra besteed aan de aanpak van terrorismefinanciering door het FEC. Deze gelden zijn afkomstig uit de versterkingsgelden, die eind 2017 door het kabinet zijn toegekend ten behoeve van het contra-terrorismebeleid” (blz. 101).
  • Veilig betalingsverkeer
    • Kengetallen betalingsverkeer: “Het ministerie van Financiën zet zich, samen met DNB, in voor een efficiënt, veilig en toegankelijk betalingsverkeer. Hierbij wordt nauw samengewerkt in het kader van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB), waarin banken, betaaldienstverleners en maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd. Teneinde de goede werking van het girale betalingsverkeer te borgen, is in de Regeling Oversight goede werking betalingsverkeer opgenomen dat de beschikbaarheid van pinnen (incl. contactloos betalen) 99,88% moet zijn. Deze norm richt zich tot de private partijen die het girale betalingsverkeer verzorgen en wordt gehandhaafd door DNB. De norm is in 2019 behaald. Voor de beschikbaarheid van mobiel en internetbankieren bestaan geen wettelijke eisen. Desalniettemin is ook bij deze betaalmethodes de beschikbaarheid zeer hoog, zoals blijkt uit onderstaande tabel” (blz. 103).

 

 

 

 

UvA: Begroting ministerie van Financiën 2021
  • Voorstel Groeifonds
    • Met dit voorstel wordt er een zogenaamde niet-departementale begroting aan de rijksbegroting toegevoegd. Het gaat om de begroting van het Nationaal Groeifonds (NGF). Deze aanpassing is conform artikel 7.40 van de Comptabiliteitswet voor overleg aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd. De Algemene Rekenkamer heeft op 31 augustus jl. gereageerd met mogelijke alternatieven en aandachtspunten voor het NGF. De Algemene Rekenkamer constateert dat de opzet van het NGF om een begrotingsfonds met een instellingswet vraagt, omdat het doel is om meerjarig middelen apart te zetten ten behoeve van bepaalde uitgaven die niet regulier en gelijkmatig over de jaren zijn verspreid.De reden waarom er is gekozen voor een niet-departementale begrotingswet boven een Instellingswet voor een begrotingsfonds is hoofdzakelijk de snelheid waarmee het NGF wordt geïntroduceerd. Het opstellen van een instellingswet voor een begrotingsfonds op basis van artikel 2.11 van de CW 2016 is gelet op de gebruikelijke doorlooptijd van de reguliere wetgevingsprocedure niet haalbaar en is daarom niet wenselijk.

      Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is de memorie van toelichting van de begrotingswet van Financiën aangevuld met de doelstelling, de doelomschrijving en het hanteren 100%-eindejaarsmarge voor het NGF. Met de 100%-eindejaarsmarge wordt voorkomen dat geld een bestemming gaat zoeken en gelden ondoelmatig worden besteed. Door de wijzigingen en de omschrijving in de begrotingswet van het NGF is het voor het parlement duidelijk waarop het de regering kan controleren. Het kabinet is van oordeel dat het NGF met de doorgevoerde aanpassingen en de begroting 2021 van het NGF (blanco advies van de RvS ontvangen) wettelijk is verankerd. Gelet op voorgaande kunnen het parlement en de Algemene Rekenkamer de regering goed controleren.

      Nederland is een van de meest concurrerende economieën van Europa. Dit laat onverlet dat Nederland voor grote opgaven staat, zoals een afgenomen productiviteitsgroei, een toenemende vergrijzing, een veranderde geopolitieke context, klimaatverandering en meer recent de economische gevolgen van de coronacrisis. Nederland moet een ondernemers- en vestigingsklimaat blijven bieden dat inspeelt op de bedrijvigheid van straks. Het is wenselijk dat Nederland een aantrekkelijk land blijft om in te ondernemen. In de toekomst zal de welvaartsgroei ten dele op een andere manier moeten worden gegenereerd dan tot nu toe. Het verdienmodel van de toekomst moet evenwichtig zijn en milieu, mensen en samenleving respecteren. Nederland moet een aantrekkelijk land blijven om in te leven.

      In de Miljoenennota 2020 is aangekondigd dat het kabinet een investeringsfonds opricht om het verdienvermogen van Nederland (het structureel bbp) duurzaam te vergroten. Dit groeifonds vloeit voort uit de eind vorig jaar verschenen groeistrategie. In deze groeistrategie constateert het kabinet dat er aanleiding is voor extra investeringen, van incidentele en niet-reguliere aard, om het verdienvermogen te versterken. Vooral binnen (1) kennisontwikkeling, (2) research & development (R&D) en innovatie en (3) infrastructuur liggen kansen om de productiviteit te verhogen. Ook experts en internationale instellingen, zoals IMF en de Europese Commissie hebben Nederland geadviseerd de investeringen op deze drie terreinen significant te verhogen.

      Het oprichten van een specifiek geoormerkt groeifonds heeft als voordeel ten opzichte van additionele investeringen via de reguliere beleidsbegrotingen dat een schaalsprong op de lange termijn op het gebied van infrastructuur, R&D, innovatie en kennisontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Om de doelstelling van het versterken van het verdienvermogen van Nederland op de lange termijn separaat in beeld te houden en te beheren, is gekozen voor een aparte (niet-departementale) begroting. Een niet-departementale begroting biedt bovendien ruimte om projecten op de verschillende beleidsterreinen integraal tegen elkaar af te wegen en de beste projecten te selecteren.

      De nieuwe bepaling in de Comptabiliteitswet 2016 (CW 2016) vormt de juridische grondslag voor het NGF

      Doelstelling van het NGF is het duurzaam versterken van het verdienvermogen door het structurele vergroten van het bruto binnenlands product. Het streven is om een hogere economische groei te realiseren door de productiviteit van de Nederlandse economie te vergroten. Hiermee neemt het nationale inkomen in de toekomst toe. Dit verhoogt de bestedingsruimte van huishoudens, bedrijven en de belastinginkomsten.

      Het NGF kan een bijdrage toekennen via een budgetoverheveling in de vorm van een desaldering aan een andere begroting om vanuit daar te investeren. In dat geval wordt op de ontvangende begroting een ontvangst vanuit het NGF zichtbaar, waar de daadwerkelijke investeringsuitgave tegenover staat. Investeringen in Mobiliteitsinfrastructuur zullen in principe worden gedaan door bijdragen te doen aan het Mobiliteitsfonds. De daadwerkelijke investering wordt dan vanuit het Mobiliteitsfonds gedaan (of in het geval van waterinfrastructuur vanuit het Deltafonds). Voor R&D en Innovatie en kennisontwikkeling hangt het af van het type investering. Waar een investering nauwe aansluiting vindt bij bestaand beleid en budget kan besteding via de begroting van het desbetreffende departement plaatsvinden. In andere gevallen kunnen uitgaven in de toekomst - indien dit door de Staten-Generaal wordt gewenst direct vanuit de niet-departementale begroting worden gedaan. De fondsbeheerders zullen per geval bezien welke vorm het meest voor de hand ligt. Aanvankelijk is het echter niet de bedoeling dat het NGF direct gaat investeren vanuit de eigen begroting, maar zullen middelen worden verdeeld naar de departementale begrotingen. Dit heeft als voordeel dat er op basis van de regels en procedures van de departementen wordt verplicht en betaald, zodat de Staten-Generaal de toevoeging aan de departementale begrotingen en de onttrekkingen aan het NGF kan goedkeuren via een begrotingswet.

      Voor de niet-departementale begroting geldt een 100%-eindejaarsmarge voor de middelen uit het NGF, waardoor het beschikbare budget kan worden meegenomen naar volgende jaren. Dit is conform de afspraken in de praktijk. De afgelopen jaren is bijvoorbeeld een 100%-eindejaarsmarge is gehanteerd op het investeringsartikel van de begroting van Defensie. Als er geen goede projecten zijn, is het immers niet de bedoeling dat het budget toch wordt uitgegeven. Het NGF krijgt daarnaast een stabiel jaarlijks budget, om de continuïteit van de investeringen te waarborgen. Door een 100%- eindejaarsmarge te hanteren voor de middelen uit de niet-departementale begroting wordt het risico op ‘geld zoekt project’ verder verkleind, waardoor het beschikbare budget kan worden meegenomen naar volgende jaren en bestemd blijft voor het NGF. Eventuele onderuitputting op het NGF leidt hierdoor ook niet tot uitgavenruimte voor andere doeleinden. [p.5]

  • Nationaal Groeifonds
    • Het kabinet richt het Nationaal Groeifonds op voor publieke investeringen in ons verdienvermogen in de toekomst. Gerichte investeringen in ons verdienvermogen zijn een middel om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan en onze welvaart in brede zin te vergroten. Iedereen kan de vruchten plukken van een groter nationaal inkomen. Zo groeit de bestedingsruimte van huishoudens en bedrijven, zodat de vooruitgang direct voelbaar is in de portemonnee. Daarnaast stijgen de belastinginkomsten voor de overheid, waardoor Nederland ook in de toekomst kan blijven profiteren van hoogwaardige collectieve arrangementen, zoals goede gezondheidszorg, veiligheid en pensioenen. Maar ook van kwalitatief hoogstaand onderwijs, uitstekende infrastructuur en een aantrekkelijke, groene leefomgeving, ook voor volgende generaties. In de Miljoenennota van vorig jaar constateerde het kabinet dat extra investeringen het verdienvermogen kunnen versterken. Vooral binnen (1) kennisontwikkeling, (2) research en development (R&D) en innovatie en (3) infrastructuur liggen kansen om de productiviteit en daarmee het verdienvermogen te verhogen. Om de beste investeringsvoorstellen te selecteren komt het fonds op gepaste afstand van de politiek te staan. Een onafhankelijke commissie zal de investeringsvoorstellen beoordelen op de toegevoegde waarde voor het verdienvermogen en brengt een zwaarwegend en leidend advies uit. Voor het fonds stelt het kabinet voor de komende vijf jaar een bedrag van 20 miljard euro beschikbaar. De begrotingsstukken voor het Nationaal Groeifonds (hoofdstuk 19 van de Rijksbegroting) worden opgesteld onder regie van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat. [p.17]
UvA: Miljoenennota 2021
  • Hoofdpunten besluitvorming uitgavenkant 2021
    • Het kabinet richt een Groeifonds op voor publieke investeringen in het verdienvermogen. Hiervoor stelt het kabinet voor de komende vijf jaar een bedrag van 20 miljard euro beschikbaar. Voor de daadwerkelijke kasuitgaven is een oplopende reeks in de begroting opgenomen die over een langere periode doorloopt. Paragraaf 2.3 gaat nader in op het Groeifonds. [p.41]
  • Groeifonds voor het verdienvermogen
    • Op termijn lopen, zonder nadere maatregelen, onze collectieve uitgaven sterker op dan onze inkomsten. Dit komt onder andere door de toenemende vergrijzing, milieu-uitdagingen en de afgenomen productiviteitsgroei. Deze ontwikkeling zou betekenen dat een steeds groter deel van onze welvaart besteed wordt aan de collectieve voorzieningen. Daardoor profiteert het huishoudinkomen nauwelijks van de welvaartsgroei. Als de economische groei in de toekomst zou tegenvallen, komt ook de bekostiging van de collectieve voorzieningen in de knel. Naast het vergroten van de omvang van onze welvaart, is het noodzakelijk om de aard ervan toekomstbestendig te maken. De manier waarop wij nu onze welvaart genereren is namelijk niet houdbaar. Grote transities op de terreinen van energie, klimaat en landbouw vragen om een krachtige heroriëntatie naar nieuwe verdienmodellen, innovaties en maatschappelijk oplossingen.
    • Het kabinet richt daarom het Nationaal Groeifonds op voor publieke investeringen in ons verdienvermogen. Dit Groeifonds is niet gericht op alle noden en wensen op dit moment, maar op onze welvaart in de toekomst. Juist de huidige crisis laat zien dat onze welvaart geen vanzelfsprekendheid is. In de Miljoenennota van vorig jaar constateerde het kabinet dat extra investeringen het verdienvermogen kunnen versterken. Vooral binnen (1) kennisontwikkeling, (2) research en development (R&D) en innovatie en (3) infrastructuur liggen kansen om de productiviteit, en daarmee het verdienvermogen, te verhogen. Ook experts en internationale instellingen, zoals de Europese Commissie en het IMF, hebben Nederland geadviseerd de investeringen op deze terreinen significant te verhogen.
    • Gerichte investeringen in ons verdienvermogen zijn een middel om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan en onze welvaart in brede zin te vergroten. Iedereen kan de vruchten plukken van een groter nationaal inkomen. Zo groeit de bestedingsruimte van huishoudens en bedrijven, zodat de vooruitgang direct voelbaar is in de portemonnee. Daarnaast stijgen de belastinginkomsten voor de overheid, waardoor Nederland ook in de toekomst kan blijven profiteren van hoogwaardige collectieve arrangementen, zoals goede gezondheidszorg, veiligheid en pensioenen. Maar ook van kwalitatief hoogstaand onderwijs, uitstekende infrastructuur en een aantrekkelijke, groene leefomgeving, ook voor volgende generaties.

      De uitdaging om het verdienvermogen te versterken, valt samen met lage rentes op Nederlandse staatsobligaties. De rentes op Nederlandse staatsobligaties zijn laag. Dit hangt samen met de solide kredietwaardigheid van de Nederlandse overheid, maar ook met de wereldwijde daling van rentes in ontwikkelde economieën de afgelopen decennia. Als gevolg van de coronacrisis is de budgettaire uitgangspositie van Nederland minder gunstig dan een jaar geleden. De schuld is flink toegenomen, doordat het kabinet met forse noodmaatregelen de economie ondersteunt en de belastinginkomsten door de neerval teruglopen. Tegelijkertijd blijft het gestelde doel van het aangekondigde Groeifonds, het bevorderen van het verdienvermogen, onverkort van belang. Het Groeifonds heeft geen consumptief karakter, het gaat om investeringen. In de context van afnemende economische vraag kiest het kabinet er bewust voor investeringsplannen door te zetten. Dat geldt voor zowel voor het Nationaal Groeifonds als de reguliere begroting, waar eerder afgesproken investeringen doorgaan of zelfs naar voren worden gehaald.

      Het fonds komt op gepaste afstand van de politiek te staan. Een onafhankelijke commissie zal de investeringsvoorstellen beoordelen op de toegevoegde waarde voor het verdienvermogen en brengt een zwaarwegend en leidend advies uit. Dit advies wordt openbaar en moet ervoor zorgen dat de middelen uit het fonds doelmatig en doeltreffend worden besteed. Zo waarborgen we dat het Groeifonds niet gericht is op noden en wensen van nu, maar op die van straks.

      Op korte termijn liggen er al kansen voor investeringen in het verdienvermogen van Nederland. Om deze te verzilveren streeft het kabinet ernaar om begin volgend jaar voorstellen te doen voor enkele goede projecten die bijdragen aan het verdienvermogen. Voorwaarde hiervoor is dat deze voorstellen voldoen aan de eisen van het toetsingskader voor het fonds en dat de commissie hier een positief oordeel over geeft. Om goede investeringsvoorstellen te bekostigen maakt het kabinet voor de komende vijf jaar een bedrag van 20 miljard euro vrij, oftewel een verplichtingenruimte van 4 miljard euro per jaar. Voor de daadwerkelijke kasuitgaven is een oplopende reeks in de begroting opgenomen die over een langere periode doorloopt. Omdat de toegevoegde waarde van projecten voor het verdienvermogen leidend is, kan er tussen jaren worden geschoven met middelen. [p.44]

UvA: Begroting ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2021
  • Horizon Europe
    • Inmiddels zijn we een half jaar verder en kijken we vooruit. De samenleving past zich aan de nieuwe werkelijkheid aan. Deze begroting is in een ander licht komen te staan, maar we blijven ons hard maken voor gelijke kansen in het hele onderwijs en het bestrijden van de door leerlingen en studenten opgelopen achterstanden door corona. Verder zetten we in op het terugdringen van het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs. In het middelbaar beroepsonderwijs is het van belang dat er voor studenten voldoende stageplaatsen en leerwerkbanen zijn en blijven. In het hoger onderwijs richten we ons op toegankelijkheid en studentsucces voor alle studenten en op de erkenning en waardering van docenten. Daarnaast gaan het nieuwe Europese programma Horizon Europe (onderzoek en innovatie), Erasmus+ (onderwijs) en Creative Europe (cultuur en media) van start. [p. 9]
    • De internationale samenwerking tussen wetenschappers zullen we in 2021 faciliteren door het versterken van bilaterale en multilaterale samenwerkingsverbanden binnen en buiten Europa. Daarbij is er aandacht voor de risico’s binnen kennis- en innovatiesystemen met het oog op kennisveiligheid. Volgend jaar zal daarnaast in het teken staan van de start met Horizon Europe. Dat is het nieuwe Europese Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. De onderhandelingen daarover worden naar verwachting in 2020 afgerond. De deelname van Nederlandse onderzoekers
      is belangrijk, om internationaal mee te blijven doen met de top van de wetenschap. Daarom blijven we ons hard maken voor de belangen van de Nederlandse wetenschap in de verdere uitwerking van het Horizon Europe programma. Bovendien dringen wij aan op een ambitieuze nieuwe Europese onderzoeksruimte, met onder meer aandacht voor het erkennen en waarderen van carrières van onderzoekers. In 2021 investeren we ook 18 miljoen nationaal. Vanuit de Nationale  wetenschapsagenda (NWA) investeren we € 130 miljoen vooral in onderzoekscalls voor consortia en daarnaast in wetenschapscommunicatie (Kamerstukken II 2015/16, 29338, nr. 149, bijlage
      631503). [p.18-19]
  •  Onderzoek van wereldformaat
    • De coronacrisis onderstreept het belang van wetenschap in onze samenleving. Nederlandse onderzoekers werken vanaf het begin van de uitbraak hard aan het ontwikkelen van kennis over dit virus. Dit onderzoek gaat over de grenzen van disciplines, van medische vragen tot aan onderzoek naar gedrag of de impact van het virus. Daarom hebben wij samen met het Ministerie van VWS, NWO en ZonMw dit voorjaar al middelen beschikbaar gesteld voor het doen van urgente medische, sociale en maatschappelijke onderzoeksvragen (Kamerstukken II 2019/20, 25295, nr. 200). Veel onderzoekers zijn naast hun wetenschappelijke werk ook actief ingesprongen als docent, medicus of expert om vanuit hun expertise bij te dragen aan het bestrijden of oplossen van de effecten van deze crisis. De bijzondere situatie heeft wel tot gevolg dat veel andere onderzoeken nu stil liggen en nieuwe onderzoeken niet kunnen starten. De gevolgen daarvan zullen nog lang merkbaar zijn, ook voor onderzoekers. Bovendien kan het tot schade leiden aan projecten en materiele zaken zoals biologische collecties. We zullen dit en komend jaar ons inzetten om die schade te beperken. Daarnaast levert de wetenschap nu en in de toekomst ook op vele andere onderwerpen een maatschappelijke bijdrage. Om de klimaatambities te realiseren of voor digitalisering van de  maatschappij, in deze transities is topwetenschap onmisbaar. Een sterke onderzoeksketen, van
      ongebonden fundamentele wetenschap tot aan de toepassing van innovatie, is daarom belangrijk voor de toekomst van Nederland.
UvA: Begroting ministerie van Binnenlandse Zaken 2021
  • Spionage, cyberdreiging en ongewenste buitenlandse inmenging
    • Naast digitale en klassieke spionage voeren statelijke actoren heimelijke en ongewenste activiteiten uit met als doel invloed uit te oefenen op onze politiek en economie. Zo kan er sprake zijn van heimelijke politieke beïnvloeding, beïnvloeding en intimidatie van geëmigreerde (ex-)landgenoten (diaspora), sabotage en misbruik van de Nederlandse ICT-infrastructuur. Potentiële digitale verstoring en sabotage van vitale en essentiële infrastructuur worden gezien als één van de grootste cyberdreigingen voor Nederland. De AIVD zet zich in om de weerbaarheid van Nederland en Nederlandse bedrijven op het gebied van spionage en ongewenste buitenlandse inmenging te vergroten. [p. 13]
  • Een toegankelijke en transparante digitale overheid
    • Een effectieve en verantwoorde inzet van gegevens, algoritmen en broncodes draagt bij aan het vergroten van de overheidstransparantie, het onderbouwen van besluitvormingsprocessen, het oplossen van maatschappelijke problemen en het verbeteren van de dienstverlening door de overheid. Bij de coronamaatregelen is gebleken dat de inzet van gegevens (data) voor het maken van prognoses en het traceren van risico’s cruciaal is voor het besturen van Nederland. De afgelopen jaren is met NL DIGITAAL: Data Agenda Overheid4 concreet invulling gegeven aan het verder ontwikkelen van het databeleid van de overheid. Het gaat daarbij om het verder op orde krijgen van de data- en informatiehuishouding, het effectief delen van overheidsdata, bijvoorbeeld in de vorm van ‘open data’ en het verantwoord werken met gegevens. Dat gebeurt door gebruik te maken van algoritmische data-analyses en kunstmatige intelligentie. Op deze terreinen valt er binnen de overheid nog het nodige te verbeteren. Dit vraagt om continue verbetering van de centrale data-infrastructuur en toegesneden wet- en regelgeving. We werken ook aan verdere bewustwording in de samenleving en binnen de overheid over de kansen die data en algoritmen bieden. Daarnaast is het nodig deze gegevens en algoritmen op een verantwoorde manier in te zetten, met bescherming van waarden en rechten zoals privacy. Wij willen in 2021 de broncodes van de overheid vrijgeven (‘open, tenzij‘) en zullen het beschikbaar stellen van open source overheidssoftware stimuleren [p. 20]
    • Bij de inzet van technologieën moeten publieke waarden en grondrechten – zoals non-discriminatie, privacy, menselijke waardigheid en autonomie – altijd gewaarborgd zijn. Met name bij de opkomst en inzet van nieuwe technologieën kunnen publieke waarden en grondrechten onder druk komen te staan. Een voorbeeld van een snel opkomende technologie is artificiële intelligentie (AI). Ook deze technologie biedt mooie kansen. Zo draagt AI momenteel bij aan het voorspellen van het verloop van het coronavirus en kan het worden ingezet om armoede onder sociale groepen in kaart te brengen. De inzet hiervan kan echter ook risico’s op het gebied van privacy en non-discriminatie met zich meebrengen als het ongericht wordt ingezet of als er fouten in de gebruikte data of modellen zitten. We ontwikkelen beleid om kansen van digitale technologie te benutten en risico’s voor publieke waarden en grondrechten te benoemen. In 2021 blijven we de maatschappelijke dialoog stimuleren, concrete beleidsinstrumenten ontwikkelen, onderzoek doen en internationaal agenderen. De maatschappelijke dialoog heeft tot doel om bewustwording en begrip over de effecten van technologieën onder burgers te versterken. Dat is voor burgers cruciaal om voor hun belangen op te komen. We zullen in 2021 burgerdialogen over de effecten van technologieën stimuleren en waar nodig voorlichtingsmateriaal ontwikkelen [p. 21]
  • Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
    • Het budget voor bijdrage aan (inter-)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Dit zijn deelnemersbijdragen aan organisaties op het gebied van kunstmatige intelligentie, internationale gegevensuitwisseling en internationale overheidsdienstverlening. [p. 94]
  • Beleidsartikel 6. overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
    • Investeringsfonds
      Generieke digitale infrastructuur Voor 2022 zijn middelen vanaf de Aanvullende Post overgeheveld naar de begroting van BZK. Het betreft middelen voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid. De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in de governance van de digitale overheid (Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid: OBDO). Hierbij zijn de agenda NL DIGIbeter en het Programmaplan Basisinfrastructuur leidend
UvA: Begroting van ministerie voor Economische Zaken en Klimaat 2021
  • Inleiding

    • Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een duurzaam en ondernemend Nederland. Het jaar 2021 zal voor EZK grotendeels in het teken staan van het herstellen van de gevolgen van de coronacrisis. EZK werkt aan de hervatting van de groei, in lijn met de Groeistrategie van het kabinet. Samen met zijn partners werkt EZK aan de welvaart van alle Nederlanders, nu en later. Wij werken aan de klimaatambities, op weg naar een duurzame samenleving met schone, betrouwbare en betaalbare energie. We staan voor een open economie met een sterke internationale concurrentiepositie. We stimuleren innovatie en benutten de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. We geven ondernemers de ruimte en borgen de balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten. Deze opgaven vragen erom dat verduurzaming en economische ontwikkeling samengaan. [p. 10]
  • Vestigings- en investeringsklimaat
    • Voor de toekomstige welvaart van Nederland zetten wij ons in om koploper te zijn op het gebied van innovatie, verduurzaming en digitalisering. Het is van belang dat bedrijven die leidend zijn op deze gebieden - van klein tot groot en zowel Nederlands als buitenlands - in Nederland blijven investeren en daardoor hun activiteiten hier verder ontwikkelen en zo bijdragen aan duurzame groei. Deze investeringen zorgen voor hoogwaardige kennisontwikkeling en werkgelegenheid in Nederland. Door de belangrijke aanwezigheid van mondiale spelers zijn wij internationaal een serieuze gesprekspartner op deze gebieden. Daarom blijft het kabinet voortdurend werken aan de belangrijke vestigingsplaatsfactoren, zoals een goed functionerende arbeidsmarkt en een goede digitale en fysieke infrastructuur. [p.12]
  • Innovatie
    • Innovatie staat voor vooruitgang en is de sleutel tot herstel. Innovatie creëert namelijk nieuwe oplossingen, die een uitkomst kunnen bieden voor maatschappelijke uitdagingen. Bovendien kan innovatie leiden tot een grotere arbeidsproductiviteit en als gevolg tot een groter verdienvermogen op de lange termijn. Hierbij vormt ondernemerschap een belangrijke rol om te zorgen dat uitvindingen leiden tot innovaties die daadwerkelijk worden vermarkt. EZK stimuleert innovatie langs drie wegen: generiek innovatiebeleid, specifiek beleid en Europese samenwerking. [p.12]Daarnaast wordt innovatie bevorderd met specifiek beleid, zoals het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid. Het doel van dit beleid is het koppelen van maatschappelijke missies aan verdienvermogen. Om na de coronacrisis snel te kunnen herstellen en op belangrijke gebieden een wereldspeler te blijven of te worden, zet EZK door op de weg van de gekozen maatschappelijke thema’s. Door de coronacrisis kan innovatie echter onder druk komen te staan, doordat bedrijven noodgedwongen bezuinigen en daarmee hun R&D-uitgaven verlagen. Om innovatiever en productiever te worden, zijn de investeringen in publiek-private samenwerking (nationaal en Europees) op sleuteltechnologieën van belang, zoals op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) en kwantumtechnologie.Ook is Europese samenwerking op gebied van innovatie nodig om onze ambities te kunnen realiseren. Nederland is te klein om op alle gebieden een wereldspeler te zijn. Het is daarom belangrijk dat Nederland in gezamenlijke innovatietrajecten investeert.9 Dit waarborgt dat we een belangrijke kunnen rol spelen en optimaal profiteren van en bijdragen aan het herstel van de Europese economie. [p. 13]
  • Digitalisering
    • EZK heeft de ambitie om Nederland een voorhoedepositie te bezorgen op het gebied van AI die waarde toevoegt voor mens, maatschappij en economie. Mede in reactie op de coronacrisis neemt het aantal AI-toepassingen toe in allerlei domeinen en sectoren. In 2021 wordt daarom met de Nederlandse AI-coalitie verder gebouwd aan uitbreiding en versterking van het Nederlandse AI-ecosysteem. Die krijgt een startimpuls van € 23,5 mln van het kabinet, voor onderzoek naar en het ontwikkelen van toepassingen. Door de sterke toename van digitale activiteiten is het van belang om de ontwikkeling van de Nederlandse infrastructuur voor vaste en mobiele communicatie op peil te houden. Daarom zet EZK in 2021 in op frequentieverdelingen voor mobiele communicatie en een 5G-innovatienetwerk. [p. 14]
  • Nederlandse digitaliseringsstrategie (NDS)
    • De uitvoering van de NDS is in volle gang. In 2020 heeft de Kamer een update van de kabinetsbrede strategie ontvangen (Kamerbrief Nederlandse Digitaliseringsstrategie 2020 van 25 juni 2020). Hierin heeft het kabinet langs de zes prioriteiten (AI, data, digitale vaardigheden en inclusie, digitale overheid, digitale connectiviteit, digitale weerbaarheid) de voortgang en bijdrage van digitalisering aan maatschappelijke en economische uitdagingen zo tastbaar mogelijk gemaakt. [.....] Daarnaast investeert het kabinet in digitale sleuteltechnologieën, zoals AI. Zo heeft de staatssecretaris van EZK besloten een financiële impuls toe te kennen van € 23,5 mln voor de periode 2020-2024 voor acties van de Nederlandse AI Coalitie. In 2021 gaat het kabinet verder met de uitvoering van de NDS en zal, indien de omstandigheden dat toestaan, begin 2021 de Conferentie Nederland Digitaal organiseren. [p.
  • Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
    • Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden over de hele AI-waardeketen. In 2021 zet EZK in op het verder bundelen van de krachten zodat Nederland de kansen van Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze kan benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (Kamerstuk 26 643, nr. 640). De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Deze zet zich in voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor AI, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa. [p. 48]
Netflix: Begroting Justitie en Veiligheid 2021
  • Voortgang moties en toezeggingen
    • [p. 154]
Netflix: Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2021
  • Beleidsprioriteiten – Media
    • "De afgelopen periode is na de uitbraak van het coronavirus zichtbaar geworden hoe onmisbaar de media zijn in onze samenleving. Landelijke omroepen bijvoorbeeld speelden een belangrijke rol in het geven van informatie. Ook zorgden zij voor verdieping en verbreding. Tegelijkertijd hebben de maatregelen ter bestrijding van de crisis voor de publieke omroep veel impact gehad en dit heeft tot onvermijdelijke extra kosten geleid. Daarom heeft het kabinet in 2020 eenmalig € 19 miljoen extra ter beschikking gesteld aan de NPO. Dit stelt de publieke omroep in staat om ook in de komende periode die belangrijke rol te spelen. We willen dat zij die rol ook in de toekomst blijven vervullen.
    • Volgend jaar zal ook in het teken staan van de voorbereiding op de nieuwe concessie- en erkenningsperiode. Die periode beslaat de jaren 2022-2027. De NPO zal met de omroepen een nieuw beleidsplan opstellen. Dat plan zal weer de basis zijn voor de nieuwe prestatieafspraken met de NPO. Eén van de onderdelen daarvan zal de samenwerking zijn tussen publieke en private media. Die komt inmiddels goed op gang en zorgt voor een goed en gevarieerd media-aanbod, ook in de toekomst." [p. 21-22]
  • Beleidswijzigingen – Media
    • "Op 14 juni 2019 is de visiebrief toekomst publiek omroepbestel van dit kabinet verschenen. In de mediabegrotingsbrief 2020 is ingegaan op alle maatregelen uit deze visiebrief met een uitgebreid overzicht, het zogenoemde ‘spoorboekje’. Deze maatregelen zijn vertaald in een nieuw wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008. Het merendeel van de maatregelen uit de visiebrief is onderdeel van dit wetsvoorstel. Het is de verwachting dat dit wetsvoorstel in het derde kwartaal van 2020 bij de Tweede Kamer ingediend wordt. Het streven is om het grootste deel van de maatregelen uit deze visiebrief vanaf 1 januari 2021 in te laten gaan, zodat deze maatregelen, met het uitstel van de nieuwe concessie- en erkenningsperiode, voor de nieuwe periode hun effect kunnen hebben.
    • Via een spoedwetsvoorstel is de huidige concessie- en erkenningsduur met één jaar tot 1 januari 2022 verlengd. Dit betekent dat de indiening van het concessiebeleidsplan door de NPO vóór 1 november 2020 is, de peildatum voor ledenaantallen voor de omroepverenigingen op 31 december 2020 en de indiening van erkenningsaanvragen 1 februari 2021. Onze Minister besluit vóór 1 augustus 2021 over het verlenen van een erkenning of voorlopige erkenning. De Raad voor cultuur, het Commissariaat voor de Media en de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) adviseren over een aanvraag." [p. 110]
    • [p. 110]
Erasmus: Begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • 3. Beleidsartikelen
    • Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
      • Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden over de hele AI-waardeketen. In 2021 zet EZK in op het verder bundelen van de krachten zodat Nederland de kansen van Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze kan benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (Kamerstuk 26 643, nr. 640). De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Deze zet zich in voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor AI, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa. (Blz. 48)
EventPlatform: Miljoenennota 2021
  • Ondersteuning van de economie 1.1
    • “Het kabinet ondersteunt ondernemers, maar er zijn soms ook pijnlijke aanpassingen nodig. Veel ondernemers hebben hun manier van werken aangepast. Ze werken met minder personeel of zijn overgestapt naar een ander verdienmodel. Denk aan restaurants die eten bezorgen of laten afhalen, omdat in het restaurant zelf dineren niet mogelijk was. Ook veel andere ondernemers hebben met creatieve oplossingen hun bedrijf kunnen voortzetten. Niet voor iedereen zijn zulke aanpassingen helaas mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan het toerisme en de vervoerssector (bijvoorbeeld het openbaar vervoer en luchtvaart): door de coronamaatregelen lagen deze sectoren bijna volledig stil. Ook de komende periode zullen zulke bedrijven minder inkomsten hebben, bijvoorbeeld door de terugval in (buitenlands) toerisme en omdat Nederlanders voorlopig meer zullen thuiswerken. Ook bijvoorbeeld de horeca en cultuursector kunnen voorlopig minder klanten ontvangen dan vóór corona, en veel grote evenementen gaan vooralsnog niet door. Daarom is het voor veel ondernemers nodig om zich verder aan te passen, maar ook dan zullen er meer bedrijven in de financiële problemen komen.” (p. 22)
  • Ondersteuning van de economie 1.2
    • "Vanaf oktober loopt het steunpakket in aangepaste vorm door, rekening houdend met de situatie waarin we ons bevinden. Het kabinet vindt het van belang om burgers en bedrijven voor langere tijd duidelijkheid te bieden, en waar nodig bedrijven en ondernemers de ruimte te geven aanpassingen te maken in hun verdienmodel. Het nieuwe steunpakket is erop gericht om werkenden en bedrijven te ondersteunen in deze noodzakelijke aanpassing. In het nieuwe pakket worden de NOW, TVL en TOZO voor negen maanden voortgezet. Daarbij worden wijzigingen voorgenomen om de maatregelen te blijven richten op de burgers en bedrijven waar steun de beste oplossing is. In uitzonderlijke gevallen kunnen essentiële bedrijven die hard zijn geraakt door de coronacrisis individuele steun aanvragen, zoals eerder is afgesproken. Deze steun is aan strenge voorwaarden verbonden en wordt getoetst aan het Afwegingskader bij steunverzoeken individuele bedrijven. Hierbij wordt gekeken naar het maatschappelijk belang en de levensvatbaarheid van een bedrijf, en de voorwaarden die aan steun gesteld kunnen worden." (p. 34).
Bovib: Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • Verschillen in behandeling van werkenden op de arbeidsmarkt verkleinen
    • Het kabinet heeft de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) ingevoerd en maatregelen genomen rondom loondoorbetaling bij ziekte. De wijzigingen maken het aantrekkelijker voor werkgevers om mensen in vaste dienst te nemen. Voor zelfstandigen zonder personeel is in het pensioenakkoord een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) opgenomen. Het kabinet streeft ernaar om begin 2021 een uitgewerkt voorstel AOV ZZP naar de Tweede Kamer te verzenden. Deze maatregelen dragen bij aan het verkleinen van verschillen tussen vast en flexibel werk en aan een beter vangnet voor alle werkenden. In aanvulling op de eerder aangekondigde maatregelen heeft het kabinet besloten om de zelfstandigenaftrek met ingang van 2021 versneld af te bouwen. In 2021 worden zelfstandigen gecompenseerd via een verhoging van de arbeidskorting en een verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Dit creëert een gelijker speelveld met gelijker speelveld tussen personen die voor zichzelf, en voor een werkgever werken (p. 14).
  • Verlaging zelfstandigenaftrek
    • De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 met € 250 per jaar verlaagd. Vanaf 2021 deze afbouw met € 110 per jaar versneld. In totaal wordt de zelfstandigenaftrek in 2021 met € 360 naar € 6.670. Netto gaat dit in de meeste gevallen om een afname van € 133. Dit betekent een inkomenseffect tussen ‒ 0,3% en ‒ 0,1% voor de meeste huishoudens met een zelfstandige (p. 172).
  • Financiële steun voor aanpassingen ten gevolge van coronacrisis
    • Het kabinet verlengt de steunmaatregelen zoals de NOW en de Tozo, zodat werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden blijft en bedrijven verder kunnen. Tegelijkertijd kan het kabinet niet altijd voorkomen dat mensen ontslagen worden en dat bedrijven failliet gaan. Daarom heeft het kabinet besloten tot een aanvullend sociaal pakket van circa € 1,4 miljard. Onderdelen van dit pakket zijn een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, bij- en omscholing, de aanpak van jeugdwerkloosheid en de bestrijding van armoede en schulden (p. 11). Aanvullend benadrukt het kabinet dat de Tozo een tijdelijke regeling is, en dat het vanaf 1 juli 2021 niet langer mogelijk is een aanvraag voor levensonderhoud of bedrijfskapitaal op grond van de Tozo in te dienen. Uitkeringen ten behoeve van levensonderhoud lopen 1 juli 2021 af.
Bovib: Miljoenennota
  • Zelfstandigenaftrek
    • “Het kabinet wil de weerbaarheid van onze economie vergroten om Nederland voor te bereiden op een volgende crisis. Het kabinet maakt het fiscale verschil tussen zelfstandigen en werknemers kleiner door de zelfstandigenaftrek sneller en verder af te bouwen. Tegelijkertijd wordt in 2021 (in plaats van 2022) de arbeidskorting verhoogd.” [p.9]
  • Omslag op de arbeidsmarkt raakt vooral zelfstandigen
    • Een specifiek aandachtspunt is de positie van flexwerkers en zzp’ers. Zij zijn kwetsbaar voor verlies van inkomen als het economisch tegenzit, doordat hun werk vaak op korte termijn kan wegvallen. De Commissie Regulering van Werk heeft voor de uitbraak van de coronacrisis al aandacht gevraagd voor de toenemende kloof op de arbeidsmarkt. Bestaande verschillen in contractvorm worden extra zichtbaar nu het virus een zware wissel trekt op de arbeidsmarkt. Het risico op werkloosheid was voor de coronacrisis al hoger voor flexwerkers dan voor vaste krachten. Dat risico is sindsdien alleen maar toegenomen. Juist de sectoren waarin veel oproepkrachten werken, zoals de horeca en de culturele sector, kregen te maken met flinke omzetdalingen. Zzp’ers zagen hun inkomsten snel teruglopen, doordat nieuwe opdrachten uitbleven. Het kabinet heeft voor zelfstandigen en flexwerkers tijdelijke voorzieningen getroffen om de klap van corona op te vangen (namelijk de Tozo en Tofa). Ruim 1,5 miljoen werkenden zitten in de gevarenzone: zij werken zonder vast contract in een sector waar minder vraag naar arbeid is. Zorgpunt is dat veel van hen daarnaast weinig geld hebben om op terug te vallen, zoals het inkomen van een partner of spaargeld (p. 21-22).

      Daarnaast is het kabinet voornemens om begin 2021 een uitgewerkt voorstel AOV ZZP naar de Tweede Kamer te sturen. Dit betekent dat pas een volgend kabinet een besluit zal nemen over dit voorstel.

  • Flexibiliteit arbeidsmarkt is gevolg van Nederlands beleid
    • “De flexibiliteit van de arbeidsmarkt is geen toeval, maar het gevolg van beleid. Zo is, door de regels rond ontslagbescherming, ziekte en transitievergoeding, het voor de werkgever relatief aantrekken om te kiezen voor flexibel of uitzendwerk in plaats van een vaste arbeidsrelatie. En werkgevers maken vaak minder kosten voor scholing of pensionering bij flexwerkers. Daarnaast zijn de arbeidskosten voor zzp’ers relatief laag, omdat zij meestal geen verplichte pensioenvoorziening of verzekering tegen arbeidsongeschiktheid hebben. Zzp’ers hebben ook recht op fiscale aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling, waardoor ze bij hetzelfde brutoloon aanmerkelijk meer netto-inkomen overhouden. Door al deze verschillen verstoort het arbeidsmarktbeleid (mede) de keuze voor het soort arbeidsrelatie dat iemand heeft.” [p.64]

      Dit thema is niet nieuw: al sinds de financiële crisis verschijnen er onderzoeken naar de toekomstbestendigheid van de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft meermaals met sociale partners afspraken gemaakt om de arbeidsmarkt meer evenwichtig te maken, en heeft ook verschillende concrete maatregelen genomen. Dit jaar is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden, die het aantrekkelijker maakt om een vast contract aan te bieden, en die groepen flexwerkers meer zekerheid biedt. Ook heeft het kabinet het fiscale verschil tussen zelfstandigen en werknemers verkleind, door de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 in negen jaarlijkse stappen te beperken. In deze Miljoenennota zet het kabinet een verdere stap, door de zelfstandigenaftrek verder en sneller te beperken tot aan 2036. Er is echter meer werk te doen om te komen tot een echt duurzame arbeidsmarkt. In januari heeft de Commissie Regulering van werk haar eindrapport opgeleverd, dat uitgebreid ingaat op een duurzame arbeidsmarkt. De commissie adviseert onder andere om werknemers en zelfstandigen fiscaal gelijk te behandelen, de regels rond vast werk (zoals de transitievergoeding) aan te passen, een basisverzekering voor werkenden aan te bieden en te zorgen voor meer toegankelijke scholing.” [p.65]

Erasmus: Begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • 2.1 Beleidsprioriteiten
    • Inleiding
      • Op de rand van een nieuw decennium hadden we veel plannen, ook voor 2021, net zoals heel Nederland. Door de uitbraak van COVID-19, het coronavirus, leek ons land tot stilstand te komen. Maar de rust was relatief. In veel sectoren is heel erg hard gewerkt aan de bestrijding van het virus. In de eerste plaats natuurlijk in de zorg, maar ook door onderzoekers in hun zoektocht naar bijvoorbeeld een vaccin en geneesmiddelen. In het onderwijs is heel hard gewerkt: van basisschool tot universiteit zette iedereen zich in op een innovatieve en energieke manier om het onderwijs voor alle leerlingen en studenten door te laten lopen. (Blz. 9)
    • Opleiden voor de samenleving van de toekomst
      • Onderwijs moet goed aansluiten op de arbeidsmarkt. De kinderen en (jong)volwassenen van nu zijn immers de beroepsbevolking van de toekomst. Niet alleen worden er andere kennis en vaardigheden van ze gevraagd, ook hun financiële positie verandert door bijvoorbeeld ontwikkelingen op de woningmarkt en arbeidsmarkt. De coronacrisis verslechtert in ieder geval op korte termijn het arbeidsmarktperspectief. Het is belangrijk om bij het opleiden van leerlingen en studenten goed in beeld te hebben welke ontwikkelingen er allemaal (mogelijk) gaan plaatsvinden, zoals digitalisering van het onderwijs. De gevolgen van de uitbraak van het coronavirus zullen de manier van lesgeven blijvend beïnvloeden. De digitalisering van het onderwijs biedt kansen om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, mede door het gebruik maken van digitale werkvormen. Het wordt mogelijk om meer onderwijs op maat aan te bieden, en we faciliteren indien nodig meer tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs. Sinds de corona-uitbraak heeft het gebruik van digitale middelen in het onderwijs een vlucht genomen om onderwijs op afstand te bieden. De vaardigheden van leraren, de inzet van digitaal lesmateriaal en de ICT-infrastructuur hebben een impuls gekregen. Tegelijkertijd hebben scholen en instellingen noodgedwongen grotendeels gewerkt met de hulpmiddelen waar ze al over beschikten, waardoor bestaande verschillen zijn uitvergroot en opbrengsten onder druk zijn komen te staan. De volledige potentie van digitale hulpmiddelen is nog verre van benut. In de groeistrategie hebben we een breed actieplan aangekondigd om een ambitieuze verbetering in het onderwijs mogelijk te maken (Kamerstukken II 2019/20, 29696, nr. 7). We willen onder andere het curriculum verbeteren, een gerichtere inzet van digitale hulpmiddelen om onderwijs op maat te bieden en een beter inzicht krijgen in de ontwikkeling van leerlingen. In 2021 worden de eerste acties voorzien. Het is noodzakelijk dat de inhoud van het onderwijs wordt aangepast aan een digitaliserende maatschappij. Dan kunnen we een goede aansluiting op de arbeidsmarkt behouden, aansluiten bij curriculum.nu en zorgen voor kwalitatief burgerschap. Digitale geletterdheid, digitale vaardigheden en brede vaardigheden (vaardigheden die mensen wel beheersen en apparaten niet) moeten gezien worden als basisonderdeel van opleidingen. In het hoger onderwijs ondersteunen we het Versnellingsplan onderwijsinnovatie met ICT waarin de VH, VSNU en SURF met elkaar samenwerken om de kwaliteit van onderwijs door de inzet van ICT te verhogen (Kamerstukken II 2019/20, 31288, nr. 792). Dit is extra belangrijk in het huidige perspectief van grotendeels online onderwijs. Verder versterken we de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs door in de regeling over open en online onderwijs, het delen en hergebruiken van digitale onderwijsmaterialen te stimuleren. Meer digitaal werken betekent ook dat er meer aandacht nodig is voor cyberveiligheid. Instellingen zijn daar primair zelf voor verantwoordelijk, maar het vraagt daarnaast om meer samenwerking en ontwikkeling van een integraal veiligheidsbeleid. Door het delen van lessen en ervaringen door instellingen en andere betrokken stakeholders willen we de digitale weerbaarheid versterken en de continuïteit van het onderwijs borgen. [p. 15 en 16]
    • Onderzoek van wereldformaat
      • De coronacrisis onderstreept het belang van wetenschap in onze samenleving. Nederlandse onderzoekers werken vanaf het begin van de uitbraak hard aan het ontwikkelen van kennis over dit virus. Dit onderzoek gaat over de grenzen van disciplines, van medische vragen tot aan onderzoek naar gedrag of de impact van het virus. Daarom hebben wij samen met het Ministerie van VWS, NWO en ZonMw dit voorjaar al middelen beschikbaar gesteld voor het doen van urgente medische, sociale en maatschappelijke onderzoeksvragen (Kamerstukken II 2019/20, 25295, nr. 200). Veel onderzoekers zijn naast hun wetenschappelijke werk ook actief ingesprongen als docent, medicus of expert om vanuit hun expertise bij te dragen aan het bestrijden of oplossen van de effecten van deze crisis. De bijzondere situatie heeft wel tot gevolg dat veel andere onderzoeken nu stil liggen en nieuwe onderzoeken niet kunnen starten. De gevolgen daarvan zullen nog lang merkbaar zijn, ook voor onderzoekers. Bovendien kan het tot schade leiden aan projecten en materiele zaken zoals biologische collecties. We zullen dit en komend jaar ons inzetten om die schade te beperken. Daarnaast levert de wetenschap nu en in de toekomst ook op vele andere onderwerpen een maatschappelijke bijdrage. Om de klimaatambities te realiseren of voor digitalisering van de maatschappij, in deze transities is topwetenschap onmisbaar. Een sterke onderzoeksketen, van ongebonden fundamentele wetenschap tot aan de toepassing van innovatie, is daarom belangrijk voor de toekomst van Nederland.De gevolgen van het coronavirus laten zien hoe belangrijk het verantwoord delen van data en onderzoeksresultaten is. Daarnaast speelt het delen van data een steeds grotere rol en wordt daarmee de coördinatie en ondersteuning van de transitie naar FAIR-data steeds belangrijker. De beweging naar Open Science is nog niet afgerond. Het doel van 100% Open Access komt steeds meer in beeld, maar er is nog wel coördinatie en ondersteuning nodig met name in de onderhandelingen met uitgevers. Wij ondersteunen dit met het Nationaal Programma Open Science en zetten ons in voor de totstandkoming van de European Open Science Cloud. (Blz. 18)
    • Emancipatie
      • Deze kabinetsperiode hebben we voor het realiseren van meer gender- en LHBTI-gelijkheid gewerkt langs drie thema’s: arbeid, sociale veiligheid en genderdiversiteit. Dit doen we in een nationale en internationale dimensie. Ook in tijden van corona, die een negatief effect kunnen hebben op de emancipatie van sommige groepen, houden we hier aan vast. Zo is de verwachting dat huiselijk geweld is toegenomen, waar voornamelijk vrouwen en kinderen slachtoffer van zijn. Het is onze inzet het genderperspectief in alle genomen maatregelen te krijgen en te houden. (Blz. 22)
  • 3.4 Artikel 6 en 7. Hoger onderwijs
    • Beleidswijzigingen
      • Voor de belangrijkste beleidswijzigingen op het terrein van hoger en wetenschappelijk onderwijs wordt verwezen naar de beleidsagenda. Aanvullend kan daarop nog worden gemeld dat het intrekken van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met een wijziging van de rentemaatstaf voor de lening hoger onderwijs financiële gevolgen heeft voor de Rijksbegroting en daarmee een effect op het houdbaarheidssaldo. De kosten voor het jaar 2025 zijn generaal gedekt (€ 1 miljoen). De structurele dekking (€ 226 miljoen) is technisch ingeboekt ten laste van de onderwijsbekostiging in het hoger onderwijs (artikel 6 & 7).
    • Toelichting op de financiële instrumenten
      • Bekostiging Universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs, onderzoek (wo) en ontwerp & ontwikkeling (hbo). De rijksbijdrage wordt jaarlijks aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum. De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend. Daarnaast ontvangen de instellingen middelen voor kwaliteitsafspraken en vouchers – die beschikbaar zijn gekomen door de invoering van het studievoorschot – en middelen voor profilering en zwaartepuntvorming.Het experiment vraagfinanciering en de pilots flexibilisering in het kader van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen worden afzonderlijk bekostigd.
      • Onderwijsdeel (hbo en wo)
        • Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege onderwijs. De rijksbijdrage is gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:
        • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s), er zijn drie bekostigingsniveaus (laag, hoog en top);
        • een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen;
        • een onderwijsopslag in percentages.
      • Deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) en onderzoeksdeel (wo)
        • Hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage vanwege het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. In het kader van het terugdringen van de werk-, aanvraag- en matchingsdruk zijn vanuit de 2e geldstroom de middelen voor de SEO-regeling en de resterende sectorplanmiddelen overgeheveld naar de 1e gelstroom van de universiteiten. Het onderzoeksdeel wo is gebaseerd op:
        • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden;
        • een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerperscertificaten;
        • een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en zwaartekracht;
        • een voorziening onderzoek in percentages.
      • Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek (wo)
        • De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De rijksbijdrage bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).
      • Profilering en zwaartepuntvorming (wo)
        • In de sectorakkoorden is onder meer afgesproken dat de 2%- middelen voor profilering en zwaartepuntvorming door hogescholen blijvend ingezet kunnen worden voor het vormgeven van (verdere) profilering en zwaartepuntvorming van de instelling, bijvoorbeeld door middel van Centres of Expertise. De universiteiten kunnen de 2%-middelen tijdelijk (in ieder geval tot en met 2022) inzetten voor de sectorplannen bèta-/technisch onderzoek en sociale-/geestwetenschappen. De middelen voor de hogescholen zijn structureel ondergebracht onder het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging en voor de universiteiten tot en met 2022. (Blz. 68 t/m 74)
  • 3.5 Artikel 8. Internationaal beleid
    • Algemene doelstelling
      • Bevorderen van internationale samenwerking en uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van internationale competenties van lerenden, docenten, kunstenaars en wetenschappers.
    • Budgettaire gevolgen van beleid
    • Toelichting op de financiële instrumenten
      • Internationalisering onderwijsDit budget wordt ingezet ten behoeve van de introductie, verankering en verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid van scholen in het primair en voortgezet onderwijs middels de subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs. (Blz. 77 t/m 80)
  • 3.12 Artikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid
    • Beleidswijzigingen
      • In de beleidsagenda zijn de belangrijkste beleidswijzigingen over 2021 opgenomen. Aanvullend zal de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in 2021, naar aanleiding van de inzet van de Commissie Weckhuysen op ongebonden onderzoek, inzichtelijk maken welke NWO-programma’s ongebonden of strategisch van aard zijn, en welke programma’s een hybride karakter kennen, waarbij natuurlijk niet uit het oog verloren mag worden dat het ongebonden- en strategisch onderzoek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.Verder steunt het Ministerie van OCW de ambitie van de Vereniging van Universiteitein (VNSU), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de NWO, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMW) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) om te streven naar nieuwe criteria die meer zeggen over de kwaliteit en maatschappelijke impact van onderzoek. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de waardering van onderwijs, leiderschap, open science en teamscience. Het Ministerie van OCW draagt in deze context financieel bij aan het programmaplan ‘erkennen en waarderen’ onder leiding van de VSNU. Dit plan, met een looptijd 2020-2021 verenigt diverse initiatieven van de instellingen die gericht zijn op het realiseren van een verandering in de manier van erkennen en waarderen. Daarnaast maakt het Ministerie van OCW zich in internationale context hard om deze transitie ook te agenderen op Europees niveau.Daarnaast is het verankeren van wetenschapscommunicatie in de academische wereld een ijkpunt voor het Ministerie van OCW. Wetenschapscommunicatie maakt wetenschap begrijpelijk en benaderbaar. Onderzoekers die zich inzetten voor deze dialoog krijgen nog niet altijd de ondersteuning en waardering die ze verdienen. Het Ministerie van OCW investeert vanaf 2020 in een 2-jarige pilot ‘Wetenschapscommunicatie gewaardeerd’ waarin de wetenschapscommunicatieprojecten van onderzoeksteams worden beloond, zichtbaar gemaakt en gewaardeerd. Verder worden er individuele onderzoekers als ambassadeurs aangesteld die met hun werk de impact van goede wetenschapscommunicatie illustreren en stimuleren we via het KNAW-initiatief ‘Sense about Science’ jonge onderzoekers om al in een vroeg stadium het publiek te betrekken bij het vormgeven van hun onderzoek. (Blz. 115)
NDP Nieuwsmedia: Justitie en Veiligheid
  • Voortgang moties en toezeggingen
    • [p. 154]
NDP Nieuwsmedia: Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Beleidsartikel - Goed functionerende economie en markten
    • "De acties van EZK zijn er op gericht dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun privacy online goed beschermd is en grip hebben op hun persoonsgegevens. EZK zet zich in 2021 verder actief in voor de totstandkoming en implementatie van een ambitieuze Europese e-privacy verordening. De totstandkoming van de verordening heeft forse vertraging opgelopen door verdeeldheid in de Raad. Hierdoor is onduidelijk wanneer de Raad kan komen tot een algemene oriëntatie. Pas als die er is kunnen de trilogen met het Europese Parlement en de Commissie beginnen." [p. 50]
NRG: XIII Begroting Ministerie Economische Zaken en Klimaat 2021

 

  • Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
    • "Aan Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR).Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge flux reactor (de Pallasreactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek" (blz. 36 t/m 41).

 

  • Toelichting op de financiële instrumenten
    • Hoge Flux Reactor (HFR)

      "De HFR in Petten is eigendom van de Europese Commissie en wordt geëxploiteerd door de Nuclear Research and consultancy Group (NRG). De exploitatie van de HFR wordt ondersteund door een reeks aanvullende onderzoeksprogramma’s. De voor de HFR opgenomen middelen betreffen de Nederlandse bijdrage aan het «Aanvullend Programma» van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Europese Commissie, dat in de HFR wordt uitgevoerd. Het voornaamste doel van het aanvullend onderzoeksprogramma van de HFR is een constante en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doeleinden te leveren" (blz. 115).

      Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

      "De Nuclear Research and consultancy Group (NRG), die onderdeel is van de Stichting ECN, voert onderzoeksactiviteiten uit op het gebied van onder meer de nucleaire veiligheid, radioactief afval en stralingsbescherming. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid" (blz. 120).

NDP Nieuwsmedia: Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Beleidsprioriteiten – Media
    • "De afgelopen periode is na de uitbraak van het coronavirus zichtbaar geworden hoe onmisbaar de media zijn in onze samenleving. Landelijke omroepen bijvoorbeeld speelden een belangrijke rol in het geven van informatie. Ook zorgden zij voor verdieping en verbreding. Tegelijkertijd hebben de maatregelen ter bestrijding van de crisis voor de publieke omroep veel impact gehad en dit heeft tot onvermijdelijke extra kosten geleid. Daarom heeft het kabinet in 2020 eenmalig € 19 miljoen extra ter beschikking gesteld aan de NPO. Dit stelt de publieke omroep in staat om ook in de komende periode die belangrijke rol te spelen. We willen dat zij die rol ook in de toekomst blijven vervullen.
    • Volgend jaar zal ook in het teken staan van de voorbereiding op de nieuwe concessie- en erkenningsperiode. Die periode beslaat de jaren 2022-2027. De NPO zal met de omroepen een nieuw beleidsplan opstellen. Dat plan zal weer de basis zijn voor de nieuwe prestatieafspraken met de NPO. Eén van de onderdelen daarvan zal de samenwerking zijn tussen publieke en private media. Die komt inmiddels goed op gang en zorgt voor een goed en gevarieerd media-aanbod, ook in de toekomst.
    • De onmisbare rol van media zien we ook regionaal en lokaal terug. Door de gedaalde inkomsten uit reclame en advertenties kwam de continuïteit van lokale informatievoorziening door bijvoorbeeld lokale publieke omroepen en huis-aan-huiskranten onder druk te staan. Juist in deze periode is die informatievoorziening zo belangrijk. Daarom heeft het kabinet in 2020 in totaal eenmalig € 35 miljoen beschikbaar gesteld voor een Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening.
    • Over de nieuwsvoorziening op lokaal niveau, en de publieke waarden en democratische functies van media verwachten we ten slotte dit najaar het vervolgadvies van de Raad voor Openbaar Bestuur en de Raad voor Cultuur. Samen met de Minister van BZK zullen we reageren en met de uitkomsten aan de slag gaan." [p. 21-22]
  • Belangrijkste beleidsmatige mutaties

    • [p. 34]
  • Beleidswijzigingen – Media
    • "Op 14 juni 2019 is de visiebrief toekomst publiek omroepbestel van dit kabinet verschenen. In de mediabegrotingsbrief 2020 is ingegaan op alle maatregelen uit deze visiebrief met een uitgebreid overzicht, het zogenoemde ‘spoorboekje’. Deze maatregelen zijn vertaald in een nieuw wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008. Het merendeel van de maatregelen uit de visiebrief is onderdeel van dit wetsvoorstel. Het is de verwachting dat dit wetsvoorstel in het derde kwartaal van 2020 bij de Tweede Kamer ingediend wordt. Het streven is om het grootste deel van de maatregelen uit deze visiebrief vanaf 1 januari 2021 in te laten gaan, zodat deze maatregelen, met het uitstel van de nieuwe concessie- en erkenningsperiode, voor de nieuwe periode hun effect kunnen hebben.
    • Via een spoedwetsvoorstel is de huidige concessie- en erkenningsduur met één jaar tot 1 januari 2022 verlengd. Dit betekent dat de indiening van het concessiebeleidsplan door de NPO vóór 1 november 2020 is, de peildatum voor ledenaantallen voor de omroepverenigingen op 31 december 2020 en de indiening van erkenningsaanvragen 1 februari 2021. Onze Minister besluit vóór 1 augustus 2021 over het verlenen van een erkenning of voorlopige erkenning. De Raad voor cultuur, het Commissariaat voor de Media en de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) adviseren over een aanvraag." [p. 110]
    • "De publieke omroep waarborgt een hoogstaand en pluriform media-aanbod, dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolking. Daarom bekostigt het Ministerie van OCW de landelijke en regionale publieke omroep. Mede vanwege Europese regels op het gebied van staatssteun, houdt de overheid greep op de aard en omvang van het takenpakket van de landelijke en regionale publieke omroep en bepaalt de overheid het budget van de publieke omroep. Vanaf 2020 is de rijksmediabijdrage structureel met € 40 miljoen verhoogd. Deze middelen zijn toegevoegd aan de landelijke publieke omroep." [p. 111]
  • Voortgang moties en toezeggingen
    • [p. 158]
    • [p. 189]
NRG: XVI Begroting Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2021
  • Overzicht risicoregelingen
    • "In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet in 2013 voor nieuwe en bestaande risicoregelingen een garantiekader opgesteld (Kamerstukken II 2013/14, 33750, nr. 13). In lijn met het kabinetsbeleid gaat VWS terughoudend om met het gebruik van risicoregelingen. Conform de afspraken binnen het kabinet worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstelling van VWS uitgebreid toegelicht" (blz. 26).
NRG: XII Begroting Ministerie Infrastructuur en Waterstaat 2021
  • Beleidsprioriteiten

    Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming  

    “In 2021 vindt de achtste conferentie Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval plaats bij het Internationaal Atoomenergieagentschap. Deze driejaarlijkse conferentie toetst de nationale rapportages over de nakoming van de verdragsverplichtingen en geeft aanbevelingen voor verdere beleidsontwikkeling. De vergelijkbare conventie Verdrag Nucleaire Veiligheid van de VN is uitgesteld in verband met de COVID-19-maatregelen en zal naar verwachting in 2021 plaatsvinden. Om de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming ook voor de lange termijn te borgen, is voldoende kennis van hoog niveau van groot belang. In 2021 zal het Rijk samen met de betrokken partijen een aanpak opstellen voor verdere versterking van deze kennisinfrastructuur. In 2021 start een update van het nationale programma voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen. In 2025 dient dit bij de Europese Commissie te worden aangeleverd” (blz. 26).

  • Onderzoeken ANVS

    “Het betreft uitgaven voor opdrachten aan (inter)nationale technische supportorganisaties (waaronder de dienstverlening door agentschappen) inzake technische ondersteuning, advisering en onderzoek op terreinen van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming alsmede beveiliging en waarborging (safeguards). Daarnaast worden ook de uitgaven die verband houden met samenwerking tussen ANVS en internationale organisaties (zoals bijvoorbeeld HERCA, OECD/NEA en IAEA) inzake voornoemde terreinen op dit artikel verantwoord” (blz. 155).

  • Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC)

    “DCC is verantwoordelijk voor een effectief crisisbeheersingsbeleid en een professionele aanpak van crises. Tijdens een (dreigende) crisis coördineert het DCC-IenW de informatievoorziening binnen het ministerie op het gebied van Infrastructuur en Waterstaat en is het DCC verantwoordelijk voor het crisisbeheersingsproces. Het beleid op het gebied van crisisbeheersing is het laatste decennium flink in ontwikkeling. Dit is vooral veroorzaakt door de opkomst van andere crisisvormen (terreuraanslagen, extreme weersomstandigheden en infectieziekten), door de internationale dimensies van crises en de verantwoordelijkheid voor nucleaire crisisbeheersing” (blz. 161 t/m 162).

    Door bewindslieden gedane toezeggingen

    De Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang inzake het historisch afval van NRG. De toezegging wordt behandeld in de tweede voorgangbrief die in Q4 wordt opgesteld. Toezegging gedaan tijdens het AO nucleaire veiligheid in november 2019” (blz. 244).

Uithoorn: Begroting ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2021
  • Begroting ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
    • Luchtvaartnota

      Conform het regeerakkoord werkt het ministerie aan de Luchtvaartnota 2020–2050. De definitieve Luchtvaartnota inclusief de uitvoeringsagenda wordt naar verwachting eind 2020 opgeleverd. De Ontwerp-Luchtvaartnota is op 15 mei 2020 gepubliceerd voor zienswijzen. In 2021 wordt gestart met de implementatie van de Luchtvaartnota op basis van de uitvoeringsagenda. De nota zet een nieuwe koers uit naar een duurzame luchtvaartsector die Nederland goed blijft verbinden met de rest van de wereld. Centraal in de Luchtvaartnota 2020-2050 staan de vier publieke belangen: 1) Nederland veilig in de lucht en op de grond, 2) Nederland goed verbinden, 3) Aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en 4) Nederland duurzaam (blz. 11).

      Groei van de luchtvaart is geen uitgangspunt maar kan een uitkomst zijn (blz. 88). Groei moet eerst door de sector worden verdiend. Dit kan alleen wanneer er eerst sprake is van een vermindering van de negatieve effecten op de gezondheid van mens en natuur en op het klimaat

    • Ontwikkeling Schiphol en Lelystad Airport

      Het nieuwe normen- en handhavingsstelsel (NNHS) wordt op korte termijn in het Luchthavenverkeersbesluit Schiphol (LVB1) verankerd. Het doel van dit stelsel is om het verkeer op Schiphol zo af te handelen dat dit de minste hinder voor de omgeving oplevert. De wettelijke verankering van het stelsel beëindigt de huidige situatie waarin de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) anticiperend handhaaft op het vliegen volgens het NNHS. In 2020 is de evaluatie van de implementatie van de OVV-aanbevelingen over veiligheid op Schiphol afgerond en is met een integrale veiligheidsanalyse onderzocht of ontwikkeling van Schiphol in de komende jaren aantoonbaar veilig kan plaatsvinden. Medio 2021 wordt een onafhankelijke partij gevraagd een vervolgonderzoek uit te voeren om de opvolging van alle OVV-aanbevelingen opnieuw te beoordelen. Voor de verdere ontwikkeling van Schiphol wordt er gewerkt aan een Notitie Reikwijdte en Detailniveau wat een eerste stap in het proces is om te komen tot een tweede wijziging van het Luchthavenverkeersbesluit Schiphol (LVB2). Hierover moet een volgend kabinet een definitieve keuze maken. Het LVB2 regelt de verdere ontwikkeling voor Schiphol. Schiphol is aangewezen als gecoördineerde luchthaven. Op gecoördineerde luchthavens hebben luchtvaartmaatschappijen een slot nodig om te kunnen landen en opstijgen. De slots worden verdeeld door een onafhankelijk slotcoördinator. Airport Coordination Netherlands (ACNL) is aangewezen als slotcoördinator voor alle gecoördineerde luchthavens in Nederland. In 2021 werkt IenW met ACNL verder aan het toekomstbestendig maken en houden van de slotsystematiek. De nadruk ligt in 2021 op de herziening van de Europese Slotverordening en het verder verbeteren van de slot compliance zodat de schaarse capaciteit zo optimaal mogelijk wordt benut. Bij de herziening van de Europese Slotverordening wil Nederland zich inzetten voor meer ruimte voor nationaal beleid zodat bij de slotallocatie ook rekening kan worden gehouden met duurzaamheid, netwerkkwaliteit en behoud van de vrachtsector. In het Regeerakkoord is opgenomen dat Lelystad Airport zal fungeren als overloopluchthaven voor Schiphol opdat Schiphol meer ruimte krijgt voor mainportgebonden verkeer. Door de gevolgen van de COVID-19 crisis heeft het kabinet in maart 2020 besloten om de opening van Lelystad Airport uit te stellen naar november 2021 . Om een bijdrage te kunnen leveren aan het economisch herstel worden de voorbereidingen voor openstelling van Lelystad Airport voortvarend voortgezet. Daarbij gaat het om afronding van de voorhang van wijziging van het Luchthavenbesluit uit 2015 en om een stikstofaanpak die na het wegvallen van de PAS voldoet aan de Natuurbeschermingswet (blz. 12).

    • Beter meten en berekenen

      De uitwerking en uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport ‘Vliegtuiggeluid: meten, rekenen en beleven’ van het RIVM, KNMI en NLR vindt plaats in 2020, 2021 en 2022. Het doel is de metingen en berekeningen van vliegtuiggeluid te verbeteren. Metingen zullen gebruikt worden voor informatievoorziening en om berekeningen te valideren. Ook wordt hinder structureel gemonitord en wordt nader onderzoek gedaan naar aspecten die hinder bepalen (blz. 12).

    • Programma Luchtruimherziening

      Het programma Luchtruimherziening werkt aan een duurzaam, toekomstgericht luchtruim dat vanaf 2023 structureel meer capaciteit biedt voor civiel (commercieel) vliegverkeer, militaire inzet en oefenbehoefte en de ontwikkeling van Lelystad Airport. Klimaat- en leefbaarheidsdoelstellingen worden expliciet meegewogen, naast veiligheid en capaciteit. Ook houdt het programma rekening met de komst van onbemande luchtvaart en internationale afspraken zoals in FABEC-verband en de Single European Sky. De modernisering van het luchtruim volgt drie sporen. Spoor 1 betreft verbeteringen van de aansluitroutes op Lelystad (gerealiseerd in november 2022). Spoor 2 betreft een nieuwe hoofdstructuur voor het Nederlandse luchtruim met als belangrijkste onderdelen de structurele uitbreiding van het militair oefengebied (met name voor de F35) in het noorden van Nederland en de herinrichting van het zuidoostelijk luchtruim met name voor civiel verkeer. Spoor 3 betreft de ontwikkeling van een roadmap met nieuwe ontwikkelingen voor de periode 2023–2035. In 2020 wordt gewerkt aan een voorkeursbeslissing en een ontwerp-Voorkeursbesluit. Mede door COVID-19 is dat besluit vertraagd. In 2021 start de planuitwerkingsfase en wordt het voorkeursalternatief uitgewerkt tot een concreet ontwerp (blz. 12).

    • Duurzame luchtvaart

      Op het gebied van duurzame luchtvaart wordt ingezet op de verdere uitvoering van het (ontwerp)akkoord van de Duurzame Luchtvaarttafel. Om het gebruik en de productie van duurzame brandstoffen – zoals biokerosine en synthetische kerosine – te stimuleren wordt primair ingezet op een Europese bijmengverplichting. Indien dit niet (tijdig) kan worden gerealiseerd, streeft Nederland naar invoering van een nationale bijmengverplichting per 2023. Nederland pleit daarnaast met een kopgroep van andere EU-landen voor meer ruimte voor en ondersteuning van disruptieve innovaties voor de verduurzaming van de luchtvaart. Ook zal Europese besluitvorming plaatsvinden over de vormgeving van het EU Emission Trading System voor de luchtvaart na 2023. In de International Civil Aviation Organization (ICAO) zet Nederland in op de verdere implementatie van het mondiale CO2 compensatie- en reductiesysteem (CORSIA) en een langetermijn doelstelling voor CO2 -reductie in de luchtvaart. Schiphol Group en de vliegtuigmaatschappijen werken aan een Actieprogramma emissiereductie luchtvaartsector. Het Actieprogramma zet in op maatregelen door de luchtvaartpartijen om emissies als gevolg van verkeer van en naar de luchthavens verder terug te dringen. Tevens omvat het programma een pakket aan maatregelen om alle grondgebonden activiteiten op de luchthavens («airside») in 2030 tot zero-emission te leiden en worden in het Actieprogramma maatregelen genomen die emissies door vliegtuigen zelf beperken. Ook internationaal wordt ingezet op de transformatie naar een duurzaam systeem van mobiliteit en transport en waar mogelijk te versnellen. Dit gebeurt onder meer via de EU, in de European Green Deal, en mondiaal in het International Transport Forum (ITF) en de United Nations Economic Commission for Europe-Inland Transport Committee (UNECE-ITC). Door middel van alliantievorming wordt het ambitieniveau en de actiegerichtheid ook informeel versterkt (blz. 18).

Uithoorn: Begroting ministerie van Financiën 2021
  • Begroting ministerie van Financiën
    • Vergroening fiscaal stelsel

      In het regeerakkoord zijn onder meer afspraken gemaakt over het invoeren van een minimum CO2 -prijs voor de uitstoot bij elektriciteitsproductie en over het invoeren van een vliegbelasting. Wat betreft de minimum CO2 -prijs voor elektriciteitsopwekking heeft het kabinet op 4 juni 2019 een wetsvoorstel ingediend. De maatregel zal worden ingevoerd nadat deze door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Met betrekking tot de vliegbelasting heeft het kabinet een voorkeur voor een Europese belasting op de luchtvaart. Zolang deze er niet is, zet het kabinet in op een nationale vliegbelasting. Hiertoe heeft het kabinet op 14 mei 2019 een wetvoorstel ingediend voor een nationale vliegbelasting van € 7 per vertrekkende passagier. Dit wetsvoorstel is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en ligt ter behandeling in de Eerste Kamer (blz. 21) Vervolgens zal in 2025 de invoering van de vliegbelasting geëvalueerd worden (blz. 283).

Uithoorn: Miljoenennota 2021
  • Miljoenennota
    • Milieuvervuilende keuzes worden duurderHet kabinet heeft, onder andere in het Klimaatakkoord, afspraken gemaakt om het belastingstelsel verder te vergroenen. Naast het streven naar Europese afspraken over belastingen op luchtvaart verwacht het kabinet om per 1 januari 2021 een vliegbelasting in te voeren. Daarmee wordt vliegen duurder (blz. 55) Voor de industrie voert het kabinet een CO2 -heffing in om een prikkel te introduceren om te verduurzamen. Deze heffing kent een vrije voet waardoor de heffing alleen van toepassing is op de CO2 die de industrie teveel uitstoot. De vrije voet word steeds kleiner zodat bedrijven gestimuleerd worden steeds efficiënter te produceren. Het kabinet vindt het logischer om belasting te heffen op wat we als samenleving niet willen dan op wat we wel willen, en negatieve bijeffecten te beprijzen. Zo stimuleert het kabinet consumenten en bedrijven om in hun keuzes meer rekening te houden met milieuvervuiling.
NederlandSchoon: Begroting van Infrastructuur en Waterstaat
  • Verpakkingen en Plastic
    • Verpakkingen en plastic Nederland wil de verspreiding van kleine plastic deeltjes in het oppervlaktewater en/of de zee (plastic soep) tegengaan en de aanwezigheid van kleine plastic flesjes in zwerfafval voorkomen. Daarom wordt per 1 juli 2021 statiegeld ingevoerd voor kleine plastic flesjes. Voor blikjes wordt een vergelijkbare aanpak gevolgd zoals eerder bij de kleine plastic flesjes. Als de doelen van 70-90% minder blikjes in het zwerfafval en 90% recycling van blikjes in het najaar van 2021 niet zijn gerealiseerd, wordt medio 2022 ook op blikjes statiegeld ingevoerd. Als aanvulling op en deels als nadere invulling van de implementatie van de Europese Single Use Plastics (SUP) richtlijn is het Plastic Pact gesloten. Jaarlijks worden de resultaten gemonitord.18 In 2021 volgen ook de eerste resultaten van zowel het Nederlandse Plastic Pact als het mede op Nederlands initiatief afgesloten Europees Plastic Pact. Samen met een groot aantal landen en koplopende bedrijven wordt in dit kader gewerkt aan het vergroten van plasticrecycling en plastic-hergebruik en het gebruik van gerecycled materiaal.
    • Ter implementatie van de SUP-richtlijn treedt op 1 juli 2021 het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik in werking. Het besluit legt verboden en gebruiksbeperkingen op voor bepaalde kunststofproducten om schadelijke effecten op het milieu te verminderen. Voor verpakkingen worden per 2021 nieuwe doelstellingen van kracht voor hergebruik en recycling voor de periode tot en met 2025. IenW ondersteunt het initiatief van Nederlandse en Europese festivalorganisatoren om zich te ontwikkelen tot circulaire festivals als vervolg op de lopende Green Deal Afvalvrije Festivals en wil ook met andere sectoren tot soortgelijke afspraken komen. Voorts worden met de e-commerce sector afspraken gemaakt over het verduurzamen van verpakkingen en wordt onderzocht hoe vernietiging van retourgoederen te voorkomen (blz. 22).
  • Beleidswijzigingen
    • Nederland wil de plastic soep tegengaan en de aanwezigheid van kleine plastic flesjes in zwerfafval voorkomen. Daarom is besloten om per 1 juli 2021 statiegeld in te voeren voor kleine plastic flesjes (Kamerstukken 11 2019-2020 30 872, nr. 245). Voor blikjes wordt een vergelijkbare tweesporen aanpak gevolgd als eerder is gevolgd voor de kleine plastic flesjes. Het eerste spoor betreft het door het verpakkend bedrijfsleven realiseren van 70-90% minder blikjes in het zwerfafval en 90% recycling van blikjes. Indien in het najaar van 2021 blijkt dat deze doelen niet zijn gerealiseerd, wordt in 2022 ook op blikjes statiegeld ingevoerd. Parallel wordt de daartoe benodigde wijziging van het Besluit beheer verpakkingen voorbereid. De monitoringresultaten van blikjes in het zwerfafval worden halfjaarlijks aan de Tweede Kamer gezonden. Parallel aan de genoemde twee sporen heeft het bedrijfsleven aangegeven te zullen onderzoeken hoe blikjes het beste kunnen worden ingezameld en welke middelen daarvoor nodig zijn. De uitkomsten van dit derde spoor zullen ook bij de besluitvorming worden betrokken. Voor recycling en hergebruik van verpakkingen zijn nieuwe doelstellingen gesteld voor de periode tot en met 2025. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar een circulaire verpakkingsketen
    • Ter implementatie van de Single Use Plastics (SUP)-richtlijn treedt op 1 juli 2021 het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik in werking. Het besluit legt verboden en gebruiksbeperkingen op voor bepaalde kunststofproducten met als doel de schadelijke effecten hiervan op het milieu te verminderen. Voor verpakkingen worden per 2021 nieuwe doelstellingen van kracht voor hergebruik en recycling voor de periode tot en met 2025. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar een circulaire verpakkingsketen (blz. 122).
  • Duurzame Productketens
    • Rijksbrede programma Circulaire Economie Om uitvoering te geven aan het Rijksbrede programma Circulaire Economie wordt in 2021 € 14 miljoen beschikbaar gesteld voor onder andere circulaire inkoop, circulair textiel en plastic, het stimuleren van kennisontwikkeling, het opschalen van (bijna-)marktrijpe technieken en voor uitvoeringskosten van de onderdelen van IenW binnen het programma Circulaire Economie, waaronder het Versnellingshuis, monitoring en communicatie (blz. 125).
*TABAK* miljoenennota ONZIN
  • Roken is goed voor iedereen
    • Het is gezellig en het zorgt voor interactie
  • Door de filters is het heel gezond
    • blablabla
  • Onderwerp: accijns op sigaretten
KNMV: Begroting van Justitie en Veiligheid
  • Beleidswijzigingen: Verkeer
    • "Het aantal verkeersdoden en -gewonden neemt de laatste jaren toe, onder meer onder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers. Het aantal slachtoffers moet omlaag. Samen met (branche)organisaties, provincies, gemeenten en handhavende instanties zetten we ons in voor de realisatie van het manifest «Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit». Notoire verkeersovertreders worden harder aangepakt, bijvoorbeeld met het wetsvoorstel aanscherping aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten. In het verlengde daarvan dragen we bij aan het realiseren van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019–2021 van de Minister van IenW." (Blz 54-55)
    • "Het OM verwacht in 2019 meer beroepen te behandelen dan in voorgaande jaren vanwege de toenemende inzet op de handhaving van de verkeersveiligheid." (Blz 60)
  • Motie over inzet motards
    • (Blz 238)
KNMV: Infrastructuurfonds
  • Begroting Infrastructuurfonds
    • "Bij de begroting 2020 wordt de looptijd van het Infrastructuurfonds met een jaar verlengd tot en met 2033. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2032 stand begroting 2019 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2033 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten – een ruimte van circa € 5,8 miljard beschikbaar op het Infrastructuurfonds. Deze ruimte wordt bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. Hiervoor is in 2033 circa € 4,3 miljard benodigd. De ruimte die in 2033 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen bedraagt circa € 1,5 miljard en wordt toegevoegd aan de generieke investeringsruimte ten behoeve van de vorming van het Mobiliteitsfonds." (blz 10)
    • Aanvullende middelen Infrastructuurfonds volgend uit het regeerakkoord
    • "Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is bij de Eerste suppletoire begroting 2018 meerjarig € 3,1 miljard aanvullend beschikbaar gesteld aan het Infrastructuurfonds. Met uitzondering van eenmalig € 100 miljoen voor fietsinfrastructuur en € 5 miljoen per jaar voor de exploitatie van infrastructuur op Caribisch Nederland, zijn deze middelen conform de bestaande verdeelsleutel tussen Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet verdeeld. Vanaf het jaar 2030 wordt de jaarlijkse ophoging niet meer verdeeld naar modaliteit, maar toegevoegd aan de generieke investeringsruimte ten behoeve van de vorming van het Mobiliteitsfonds." (blz 12)
  • Omvorming tot Mobiliteitsfonds
    • "Dit kabinet heeft het voornemen om het Infrastructuurfonds om te vormen tot een Mobiliteitsfonds. Kern van dit fonds is dat niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal staat. Tot 2030 zijn de financiële middelen verdeeld tussen de traditionele modaliteiten: wegen, spoorwegen en water. Middelen vanaf 2030 zijn gereserveerd voor het Mobiliteitsfonds en zullen op basis van een nieuw afweegkader en spelregels worden verdeeld." (blz 95)
KNMV: Begroting van Infrastructuur en Waterstaat
  • Slimme mobiliteit
    • Slimme mobiliteit (smart mobility) heeft in toenemende mate een merkbaar effect op het doel veilig, snel en gemakkelijk van deur tot deur kunnen reizen. Of om goederen snel en betrouwbaar op de plaats van bestemming te krijgen. De aandacht van de IenW-inspanningen verschuift steeds meer van testen en experimenteren naar toepassing in de bestaande praktijk en inbedding van slimme mobiliteit als integraal onderdeel van beleid en uitvoering. Dat doen we langs vier actielijnen:
      1. Stimuleren gebruik van bestaande producten en diensten;
      2. Verantwoorde introductie van nieuwe generatie voertuigen;
      3. Toekomstbestendige infrastructuur en wegbeheer;
      4. Zorgvuldig benutten van data-uitwisseling en connectiviteit.
    • In 2020 zal de nadruk liggen op vervolgstappen. De experimenteerruimte die wettelijk mogelijk gemaakt is om Nederland goed voorbereid te laten zijn en impact te kunnen beoordelen van zelfrijdende functies in het verkeer, wordt in 2020 benut. Bij deze experimenten blijft verkeersveiligheid prioriteit. Dit zal uiteraard worden gedaan met internationale partijen en in samenwerking met de Nederlandse steden en regio’s. Smart mobility heeft een belangrijke internationale dimensie en tegelijkertijd hebben deze ontwikkelingen impact in de lokale context. Ook zal verder gewerkt worden aan het inbedden van smart mobility als integraal onderdeel in beleids- en uitvoeringsprocessen op het gebied van onze infrastructuur. Dit wordt opgepakt over de volle breedte, van MIRT-spelregels tot en met verkeersmanagement." (blz 9-10)
  • Verkeersveiligheid
    • "Iedereen moet veilig op zijn of haar bestemming kunnen komen. Dit is de ambitie van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (Kamerstukken 29 398, nr. 639). De aanpak van verkeersveiligheid heeft met dit plan vanaf 2019 een nieuwe impuls gekregen. Een risico-gestuurde aanpak staat hierbij centraal: het Rijk, gemeenten, provincies en vervoersregio’s brengen de grootste risico’s voor de verkeersveiligheid in kaart. Op basis hiervan worden in 2020 maatregelen ontwikkeld en vastgelegd in regionale uitvoeringsagenda’s. Het door het Rijk gefinancierde landelijk kennisnetwerk «verkeersveiligheid» zal gemeenten, provincies en vervoersregio’s hierbij ondersteunen met onder meer kennis, data en praktische instrumenten. Daarnaast voert het Rijk de maatregelen van het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid (2019–2021) uit. Deze maatregelen zijn onder meer gericht op infrastructuur, gedrag en handhaving. Zo komt de zelfevaluatiescan voor de oudere automobilist in 2020 online beschikbaar en zal gebruik ervan worden bevorderd. De scan stimuleert bewustwording en zelfmanagement bij ouderen zodat zij zo lang mogelijk op een veilige manier mobiel blijven. Verder wordt onder meer de grens voor het geschiktheidsonderzoek alcohol verlaagd." (blz 12)
    • "In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 wordt samen met de medeoverheden en maatschappelijke organisaties ingezet op een risico gestuurde aanpak. Op basis van een analyse van de belangrijkste risico’s worden op het niveau van het Rijk, de provincie en de gemeente uitvoeringsagenda’s opgesteld met de meest effectieve maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren." (blz 54)
    • (Blz 266-267)
  • Rijopleidingen
    • (Blz 234)
Centric: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
  • Een waardegedreven digitale overheid
    • Een inclusieve digitale samenleving; toegankelijk, begrijpelijk en voor iedereenDe overheid vindt dat iedereen - ook in een wereld die steeds digitaler wordt - moet kunnen meedoen. Daarom zorgen we ervoor dat de dienstverlening vanuit de overheid beter aansluit op de situatie, wensen en behoeften van mensen. Daar waar nodig zorgen wij voor maatwerk en dat mensen die hulp nodig hebben passende ondersteuning krijgen.Het contact met de overheid moet voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk en begrijpelijk zijn. Met de campagne ‘Direct Duidelijk’ bevorderen we dat overheidsorganisaties begrijpelijk communiceren. Door regeldruk te verminderen nemen we ergernissen van mensen weg. Dienstverlening vanuit de overheid laten we beter aansluiten op de situatie, wensen en behoeften van mensen. Daar waar nodig zorgen wij voor maatwerk.Voor de benodigde oplossingen maken wij gebruik van experimenten, onderzoek, innovatielabs en klantreizen. Dat doen we onder in een city deal voor mensen die digitaal zijn vastgelopen. We werken daarin samen met maatschappelijke organisaties, ministeries en uitvoeringsorganisaties en een vertegenwoordiging van de doelgroep aan de benodigde oplossingen.
    • We helpen mensen om beter met technologie om te gaan met een landelijk dekkend cursusaanbod en door uit te leggen hoe digitale apparaten en technologie werken zodat ze deze beter begrijpen en meer vertrouwen. Ook is het belangrijk dat mensen zich bewust zijn van de kansen en risico’s van digitalisering. Om dit te bereiken zetten we in op verschillende activiteiten, zodat mensen mee kunnen blijven doen aan de (digitale) samenleving. Zo gaan we het informatiepunt Digitale Overheid verder uitrollen en experimenteren we met manieren om de hulpstructuur beter aan te laten sluiten op het dagelijks leven. Dit alles doen we samen met bedrijven en andere organisaties om elkaars kennis en ervaring te delen en te benutten vanuit de alliantie Digitaal Samenleven.
    • Voor mensen die niet digitaal willen of kúnnen communiceren met de overheid zorgen we met het programma ‘Machtigen’ voor een toegankelijke en robuuste oplossing. Hiermee kunnen zij iemand die ze vertrouwen, machtigen om hun digitale zaken te doen. In dit programma regelen we ook een makkelijke digitale toegang tot overheidsdiensten voor curatoren en bewindvoerders die mensen (wettelijk) vertegenwoordigen die tijdelijk zelf geen transacties mogen uitvoeren.
    • Een goed beschermde digitale samenleving; veilig en betrouwbaar
    • Iedereen moet erop kunnen vertrouwen dat zijn of haar gegevens veilig en betrouwbaar zijn. Fraude en oneigenlijk gebruik van gegevens willen we zoveel mogelijk voorkomen. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om de gegevens die haar zijn toevertrouwd te beschermen. Daarom is het van belang dat overheden zorgen dat hun systemen en processen veilig zijn en dat de onlinecommunicatie met burgers en ondernemers op een veilige manier verloopt. Om daartoe te komen, gaan we onder meer verder met de overheidsbrede aanpak voor i-bewustzijn en het interbestuurlijk ondersteuningsprogramma voor de implementatie van de overheidsbrede Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De implementatie van de BIO biedt de overheid een basis om de informatiebeveiliging structureel in te richten en te verbeteren. Door bewustwording en oefening met cyberincidenten helpen we overheden om als dat nodig is adequaat te kunnen reageren.
    • Mensen, bedrijven en overheidsorganisaties moeten erop kunnen vertrouwen dat die gegevens juist zijn. Dit borgen we bijvoorbeeld door de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit structureel in te gaan zetten. Om dit mogelijk te maken wordt de wet BRP aangepast. Daarnaast verbeteren we het aanvraag- en uitgifte proces voor paspoorten en identiteitskaarten in het programma VRS (Verbetering Reisdocumentenstelsel).
    • Net als snelwegen of het spoor heeft ook onze digitale basisinfrastructuur constant onderhoud nodig. Voor de BRP wordt gewerkt aan uitgesteld onderhoud als gevolg van het stopzetten van de operatie BRP, zoals gemeld in de Kamerbrief over het rapport commissie BRP en de uitkomsten van de health check (Kamerstukken II 2017/18, 27859, nr. 124).
    • In 2020 starten we met de implementatie van de Wet digitale overheid (WDO). Dit betreft onder meer het ontsluiten van inlogmiddelen en voorzieningen die nodig zijn voor toegang tot de digitale overheid. Het eID-stelsel dient betrouwbaar, toegankelijk, veilig en gebruiksvriendelijk te zijn waarbij de eindgebruiker centraal staat. We richten het toezicht op de inlogmiddelen en fraude- en misbruikbestrijding verder in.
    • We willen als overheid maatschappelijke doelen bereiken en dienen daarbij continu een afweging te maken tussen verschillende publieke waarden. Om een slag concreter te worden: publieke waarden zoals non-discriminatie en keuzevrijheid zijn bepalend voor hoe de overheid omgaat met vraagstukken zoals datagebruik en de inzet van algoritmes. ‘NL DIGIbeter: Data Agenda Overheid’ bevat maatregelen gericht op verantwoorde inzet en hergebruik van (open) overheidsdata en transparante overheidsalgoritmen waarop effectief toezicht wordt gehouden. Ontwikkelingen op het gebied van ArtificialIntelligence (AI) bieden zowel kansen als risico’s. Wanneer de overheid AI inzet dient dit op een verantwoorde en transparante wijze te gebeuren. We gaan hierbij op zoek naar wat technisch kan, wat juridisch mag en wat ethisch verantwoord is. Dit doen we door te experimenteren en innovaties uit de markt te benutten.
    • De digitale overheid is effectief, efficiënt en transparant
    • Het handelen van de overheid kan grote impact hebben op het leven van mensen. Daarom zorgen wij voor een digitale overheid waar je op kunt vertrouwen. Dit doen we door open te zijn over onze werkwijze en besluiten, en gegevens en voorzieningen effectief in te zetten. Omdat digitale ontwikkelingen razendsnel gaan zorgen we ervoor dat de overheid flexibel is ingericht en voldoende is toegerust om met technologische ontwikkelingen om te gaan.
    • In 2020 werken we een toekomstbeeld voor het stelsel van basisregistraties uit. Met een goed werkend stelsel van basisregistraties hoeven burgers en ondernemers hun gegevens niet steeds opnieuw aan te leveren en kan de overheid de dienstverlening verbeteren en efficiënter opereren. We zorgen er bijvoorbeeld voor dat burgers hun eigen gegevens, zoals hun adres, leeftijd of inkomen digitaal kunnen delen met organisaties buiten de overheid, zoals een zorgverlener, woningcorporatie of schuldhulpverlener. Hiervoor ontwikkelen we (wettelijke) kaders, zoals is aangekondigd in de kamerbrief Regie op Gegevens. Het verplicht gebruik van gegevens uit basisregistraties gaan we stimuleren en belemmeringen voor het gebruik nemen wij stapsgewijs weg. We gaan het recht op eenmalige verstrekking van basisgegevens (ook) opnemen in de Wet digitale overheid.
    • In 2019 zijn we gestart met de voorbereiding van de implementatie van de Wet open Overheid (Woo). We zijn nagegaan wat de impact van de Woo zal zijn door een precieze gezamenlijke interpretatie van de wet en een uitvoeringstoets per organisatie te maken. In het Rijksprogramma Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI) werkt het hele Rijk samen aan de verbetering van de informatiehuishouding, door kaders en voorzieningen te creëren voor de archivering van websites en e-mail. Dit programma is de opvolger van het programma Rijk aan Informatie (RaI). [p. 15-17]
  • 6.6 Investeringspost digitale overheid
    • Artikel 6.6 betreft de Investeringspost voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid. De besluitvorming over besteding van deze middelen is onderdeel van de governance voor de digitale overheid. Het Instellingsbesluit sturing digitale overheid, waaronder de bepaling van de gezamenlijke middelen, wordt na één jaar geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie worden meegenomen in de evaluatie in 2020 over de besteding van de middelen. Deze resultaten zijn input voor de beleidsdoorlichting van artikelonderdeel 6.6 op basis waarvan zal worden besloten over continuering van de Investeringspost als apart artikelonderdeel. [p. 27] 
    • De Investeringspost digitale overheid is bestemd voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de generieke digitale (basis)infrastructuur (GDI). De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in de governance van de digitale overheid (Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid: OBDO) en wordt opgenomen in de Investeringsagenda Digitale Overheid. Hierbij zijn NL DIGIbeter en het Programmaplan Basisinfrastructuur leidend. [p. 88]
  • Overheidsdienstverlening
    • Tot de digitale vaardigheden behoort ook het digitaal bewustzijn, wat in 2020 een van de speerpunten is. Mensen moeten weten hoe ze verantwoord met hun digitale identiteit omgaan. Op basis van de uitkomsten van onderzoeken op dit terrein zal de strategie bepaald worden welke activiteiten in 2020 worden ingezet om dit doel verder te bereiken. Daarnaast verstrekt het Ministerie van BZK een opdracht aan stichting Routerings Instituut (inter)Nationale Informatiestromen (RINIS) voor het beheer en de doorontwikkeling van het nationale knooppunt in het eDelivery-netwerk voor internationale gegevensuitwisseling tussen overheidspartijen. [p. 84]
  • ICT bij de Rijksdienst
    • Digitalisering is een belangrijke schakel in de dienstverlening van de Rijksdienst aan burgers en bedrijven en voor haar interne bedrijfsvoering. Om dit goed te laten verlopen en nieuwe ambities te kunnen realiseren, moet de Rijksdienst een volgende stap zetten op het gebied van ICT en informatiebeveiliging. Programma’s als RADIO en Versterking HR ICT Rijksdienst dragen bij aan het op peil brengen en wendbaar maken van de (juiste) ICT-kennis en kunde bij de Rijksdienst. RADIO breidt in 2020 haar aanbod uit naar thema’s waar behoefte aan is. Versterking HR ICT Rijksdienst werkt aan initiatieven voor het aantrekken, ontwikkelen en behouden van ICT’ers bij het Rijk, omdat er een rijksbreed gebrek aan ICT’ers bestaat. In 2020 wordt ingezet op de i-traineeships, de rijksbrede wervingscampagne voor ICT’ers, het om- en bijscholingsproject I-Flow voor schaarse ICT-functies en het ICT-stagebureau. Verder wordt het samenwerkingsplan tussen het Hoger Onderwijs en de Rijksdienst uitgevoerd. Deze samenwerking is gericht op het vergroten van de uitstroom van ICT-alumni naar de Rijksdienst en om ICT-kennis en kunde bij de Rijksdienst verder op peil te brengen.
    • De informatiebeveiliging binnen het Rijk wordt daarnaast versterkt door de uitbouw van het Nationaal Detectie Netwerk en het ontwikkelen en inrichten van een gezamenlijke voorziening om geautomatiseerd op kwetsbaarheden te scannen. [p. 93]
  • Logius
    • Logius zorgt voor producten en diensten voor de Digitale Overheid. We bieden ICT-oplossingen en standaarden die vrijwel alle overheidsorganisaties gebruiken in hun digitale dienstverlening. Zo helpen we bedrijven, burgers en de overheid om snel, eenvoudig en veilig met elkaar te communiceren. Om dit te bereiken wordt het gesprek gevoerd met eindgebruikers, klanten en opdrachtgevers. Samen zorgen wij voor een digitale overheid die werkt voor iedereen en doen dit volgens onze kernwaarden betrouwbaar, vakkundig én in eenvoud.
    • Onze toegevoegde waarde:
    • Het merendeel van de voorzieningen die bij Logius in beheer zijn valt onder de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) van de Nederlandse overheid. We passen deze voorzieningen aan met oog voor de eindgebruiker op een manier die past bij het tempo van een samenleving die nooit stilstaat. Dit doet Logius door:
    • Regie te voeren op de samenhang binnen de generieke digitale infrastructuur en besluitvorming daarover, met oog voor de eindgebruikers. Ondersteunen bij een heldere afweging hoe publieke organisaties middelen voor de digitale overheid het beste kunnen in zetten. Standaard voorzieningen te leveren voor de digitale overheid en het bundelen van kennis en expertise op dit gebied voor efficiënte dienstverlening. Publieke organisaties kunnen zich zo maximaal richten op hun kerntaken.
    • Dienstverlening:
    • Logius biedt dienstverlening op de volgende gebieden:
    • Toegang: Logius biedt inlogmethodes waardoor mensen en organisaties veilig toegang krijgen tot de digitale overheid.
    • Standaarden en stelsels: Via standaarden en stelsels zorgt Logius voor eenduidigheid, herbruikbaarheid en generieke oplossingen binnen de digitale overheid.
    • Gegevensuitwisseling: Logius biedt oplossingen voor elektronisch berichtenverkeer tussen overheden en hun ketenpartners. Dit maakt het ontsluiten en beschikbaar stellen van gegevens mogelijk én hierdoor wordt informatie maar één keer aangeleverd.
    • Logius zorgt ervoor dat de voorzieningen voor de Digitale Overheid steeds meer in samenhang worden ontwikkeld. Functionaliteiten voor burgers en bedrijven worden niet vanuit een specifieke voorziening opgebouwd, maar als algemene bouwsteen die voor meer voorzieningen ingezet kan worden. Verder werkt Logius aan de Agenda Digitale Overheid NL DIGIbeter. Daarbij kan onder andere worden gedacht aan doelgroep verbreding DigiD substantieel. Met dit middel is het mogelijk voor burgers gebruik makend van een smartphone met NFC-technologie, hun DigiD account te versterken naar het niveau Substantieel.
    • Organisatieontwikkeling: Hoofdtaak van Logius is de continuïteit leveren in voorzieningen voor de Digitale Overheid. Dit doet Logius, samen met haar stakeholders, in een complexe, veranderlijke en beperkt voorspelbare omgeving. Wij willen hier vanuit onze rol aan bijdragen door de organisatie en werkwijze steeds aan te passen, zodat we efficiënte, wendbare en robuuste dienstverlening leveren. De introductie van de Agile/SAFe werkwijze binnen Logius zorgt daarbij voor de optimale samenwerking met onze stakeholders. Een hierop afgestemde nieuwe organisatievorm en werkwijze is per 1 januari 2019 binnen Logius ingevoerd. In 2020 willen we verder investeren in deze nieuwe werkwijze die meer flexibiliteit oplevert. [p. 120] 

 

NHN: Begroting ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Pallas
    • In de begroting VWS staat de de overbruggingsfinanciering opgenomen (in de vorm van een lening) in 2019 voor Pallas, dat beoogt een nieuwe reactor voor medische isotopen te realiseren.
NHN: Begroting Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • Klimaatakkoord - Waterstof
    • “In 2020 gaat EZK aan de slag met de vormgeving van de instrumenten voor de industrie, die onder andere bestaan uit het bevorderen van innovatie, pilots en demonstratieprojecten gericht op kostenreductie, het verbreden van de SDE++ om de uitrol van CO2-reducerende technieken die nu nog niet rendabel zijn te versnellen en een ambitieus programma Waterstof.”
    • “Het kabinet zal actief monitoren welke bedrijven gaan investeren en welke bedrijven in de problemen zouden kunnen komen door een cumulatie van maatregelen en een draaiboek met instrumenten voorbereiden om het risico van werkgelegenheidsverlies tegen te gaan. Door deze mix van instrumenten kan de Nederlandse industrie uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte in Europa en daarmee op de langere termijn een concurrentievoordeel behalen.”[p.10]
  • Klimaatakkoord – Wind op zee
    • “Aan de elektriciteitstafel zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie (84 TWh) uit hernieuwbare bronnen komt. Voor Wind op Zee (WOZ) zal de staande routekaart WOZ 2030 worden gerealiseerd en wordt in 2020 verder uitgewerkt via de Noordzeestrategie 2030.”
  • Verduurzaming industrie
    • “Waterstof kan een sleutelrol vervullen in de verduurzaming van de industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving en aan systeemintegratie door het toevoegen van flexibiliteit en seizoensopslag. Om dit potentieel te benutten komt er een ambitieus waterstofprogramma met een gefaseerde aanpak gericht op kostenreductie en innovatie. Zo ondersteunt het kabinet innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten, bereidt het beleid voor op het terrein van veiligheid, regelgeving en certificering en zet het in op internationale samenwerking om de ontwikkeling van een geïntegreerde markt in Europees verband te versnellen.
    • Een andere belangrijke pijler binnen de verduurzaming van de industrie die bijdraagt aan het sluiten van industriële kringlopen is de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan een significante bijdrage aan de CO2-reductie leveren, tegen relatief lage kosten en kan dienen als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU). Voorwaarde bij de inzet van CCS is dat dit enkel in sectoren gebeurt waar geen kosteneffectieve alternatieven zijn en dat het de ontwikkeling van duurzame alternatieven niet in de weg staat. In 2020 werkt EZK aan de verdere realisatie van CCS-projecten middels een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.”[p.11]
  • Aardwarmte
    • "Aardwarmte wordt gezien als een kosteneffectieve duurzame energiebron met potentie. Het draagt bij aan het halen van de duurzame energiedoelstelling van Nederland. Binnen de SDE+ is het één van de gunstigste opties. Aardwarmte is tevens een belangrijke optie voor het behalen van energie- en klimaatdoelen. Stimuleren van aardwarmte is een prioriteit uit het energieakkoord, de warmtevisie, de beleidsbrief tuinbouw en de meerjarenafspraak energietransitie glastuinbouw 2014–2020. Ook het nieuwe Klimaatakkoord zet fors in op de ontwikkeling van geothermie in Nederland om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen. Het doel van de garantieregeling aardwarmte is het afdekken van het geologisch risico dat het boren van de putten voor de toepassing van aardwarmte, niet succesvol is. Het gaat om het risico dat de volgens het plan aangeboorde aardlaag minder warmwaterproductie oplevert en/of water van lagere temperatuur oplevert dan op basis van een gedegen geologisch vooronderzoek verwacht werd. Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is nog steeds een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. Door dit risico af te dekken wordt de toepassing van aardwarmte gestimuleerd." [p.33]
  • Subsidies Verduurzaming Industrie
    • “In 2018 en 2019 zijn uit de Klimaatenveloppe middelen beschikbaar gesteld ter bevordering van de CO2-reducerende maatregelen in de industrie. De Klimaatenveloppe wordt vanaf 2020 meerjarig toegekend. Voor industrie is er vanuit de klimaatenvelop in 2020 € 55 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 5 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:
    • – Waterstof: Voor waterstof wordt € 10 mln ingezet op versnelling van projecten rondom opslag, conversie en toepassing van Waterstof in de industrie. Hierbij zal de focus met name gericht zijn op pilot en demo’s maar zal er ook nadrukkelijk aandacht zijn voor de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling die bijdragen aan de verdere opschaling.
    • – CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2), of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkomgeving of industriële omgeving.
    • – CO2-reductie industrie: € 30 mln wordt bestemd voor pilot en demonstratieprojecten voor versnelling van kosteneffectieve CO2- reductie in de industrie waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de DEI+-regeling. Een deel van de middelen wordt bestemd voor haalbaarheidsstudies onder de bestaande TSE regeling. Met de inwerkingtreding van de klimaatwet per 1 september 2019 zal jaarlijks op de vierde donderdag in oktober een klimaatnota aan de Tweede Kamer worden toegestuurd.” [p.65]
  • Beleidswijzigingen Energiebeleid - Verbreding van de SDE+ (SDE++)
    • “In het Regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd de inzet van de middelen voor de SDE+ te verbreden van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie. Op deze manier worden de beschikbare middelen ingezet om een zo groot mogelijke CO2-reductie te realiseren en daarmee bij te dragen aan de ambities voor 2030. Voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2-reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt uitgewerkt hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. In het najaar van 2019 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de definitieve nieuwe regeling en welke technieken worden opengesteld. Voor de verbreding van de SDE+ zijn ook de benodigde aanpassingen in de Wet opslag duurzame energie (ODE) onderzocht. Het wetsvoorstel ODE, met de nieuwe tarieven voor 2020 ter dekking van de kasuitgaven voor de SDE++, wordt opgenomen in het Belastingplan 2020 en door de Staatssecretaris van Financiën – mede namens de Minister van EZK – op Prinsjesdag aangeboden aan de Tweede Kamer.”
  • Beleidswijzigingen Energiebeleid - CCS
    • “Binnen het Klimaatakkoord is de afvang en opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage, CCS) een belangrijk onderdeel van de mix aan kosteneffectieve maatregelen om de CO2-reductiedoelstelling voor 2030 te realiseren. CCS is als transitietechnologie nodig om de CO2-uitstoot terug te brengen in industriële sectoren waar op de korte termijn geen kosteneffectief alternatief is. In het Klimaatakkoord is overeengekomen dat een maximum van 7,2 Mton aan CCS gesubsidieerd zal worden door de verbrede SDE+ (SDE++) in 2030, als onderdeel van de reductieopgave van 14,3 Mton voor de industrie. Daarnaast is in het Klimaatakkoord ruimte geboden om 3 Mton aan reductieopgave voor de elektriciteitssector via CCS-maatregelen te subsidiëren. Inzet van het kabinet is om het CCS-beleid verder vorm te geven en de voorbereidingen om de grootschalige uitrol verder mogelijk te maken te continueren.” [p.95]
  • Moties en toezeggingen
NHN: Begroting Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  • Verduurzaming landbouw en landgebruik
    • “Met de afspraken in het Tuinbouwakkoord (Kamerstuk 32 627, nr. 30) werkt LNV, samen met de glastuinbouwsector, aan de realisatie van de ambitieuze doelstelling van een volledig klimaatneutrale glastuinbouwsector in 2040. In 2020 zijn er extra middelen beschikbaar voor de uitvoering van het programma Kas als Energiebron.” [p.11]
  • Energie-efficiëntie glastuinbouw
    • “Er wordt in 2020 € 12 mln. ter beschikking gesteld ten behoeve van het programma Kas als Energiebron. Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw stimuleert. Dit programma ondersteunt de opschaling en vroege marktintroductie van integrale innovatieve teelt- en kas(techniek) concepten en gebiedsgerichte glastuinbouw energieinnovaties passend bij een klimaatneutrale toekomst. Met de toegekende middelen wordt de regeling investeringen in energie-efficiëntie glastuinbouw (EG) opgehoogd. Deze regeling heette voorheen de EHG-regeling.” [p.19]
NHN: Begroting Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Programma luchtruimherziening
    • "Het programma Luchtruimherziening heeft als doel om een luchtruim te creëren dat in 2023 en daarna structureel meer capaciteit biedt voor civiel (commercieel) vliegverkeer, militaire inzet en oefenbehoefte faciliteert en de verdere ontwikkeling van Lelystad Airport mogelijk maakt. Klimaat- en leefbaarheidsdoelstellingen worden bij dit onderwerp voor het eerst expliciet meegewogen, naast veiligheid en capaciteit. Ook houdt het programma rekening met de komst van onbemande systemen (drones) en met internationale afspraken zoals in FABEC-verband en rondom Single European Sky. De modernisering van het luchtruim gebeurt langs drie sporen: verbeteringen van de aansluitroutes op Lelystad vóór 2023, resultaten in 2023 – het betreft de inpassing van een militair oefengebied in het noorden van Nederland en de herinrichting van het zuidoostelijk luchtruim met name voor civiel verkeer – en een roadmap voor de periode 2023–2035. De in 2020 door ons te nemen Voorkeursbeslissing legt deze drie sporen in samenhang vast".[p.16]
  • Weginfrastructuur
    • "Om vervoersknelpunten te voorkomen is het belangrijk om het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport onverkort uit te voeren. In 2020 zal dan ook vaart worden gezet achter de volgende in het regeerakkoord genoemde prioritaire wegentrajecten:
    • Voor de Corridorstudie Amsterdam-Hoorn (A7/A8) is in het voorjaar van 2019 een principebesluit genomen en in het najaar wordt een voorkeursbesluit genomen; de planuitwerking voor dit project start in 2020." [p.13]
  • Moties en toezeggingen
Universiteit van Amsterdam (UvA): Miljoenennota
  • Technologische veranderingen zullen doorwerken in de Nederlandse economie.
    • [p.17] "Technologie is een belangrijke drijver van de economische groei, en dat geldt zeker voor doorbraaktechnologieën zoals in het verleden de stoommachine en ICT zijn geweest. Het effect van nieuwe technologieën op ons verdienvermogen is met onzekerheid omgeven, maar kan zowel disruptief zijn als kansen bieden. Denk aan ontwikkelingen op het gebied van robotica, kunstmatige intelligentie en big data. Niet voor niets is hier veel aandacht voor. Het werken aan het verdienvermogen betekent daarom dat moet worden bekeken welke veranderingen in overheidsinzet nodig zijn om deze ontwikkelingen te benutten.”
NHN: Begroting Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Toekomstbestendige leefomgeving
    • "In gezamenlijke verantwoordelijkheid maken we samenwerkingsafspraken die ervoor moeten zorgen dat de omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten logisch op elkaar aansluiten. Vervolgens worden landsdekkende omgevingsagenda’s opgesteld, op basis waarvan we binnen bestaande gebiedsprogramma’s prioriteren en nieuwe initiatieven ontplooien. In gezamenlijkheid pakken de verschillende overheidslagen deze uitdaging op. In 2019 is in een aantal landsdelen al gestart met het opstellen van omgevingsagenda’s (Zuid, Noord en Oost). Op basis van die ervaringen geven we de omgevingsagenda van 2020 verder vorm.
      Specifiek voor de steden werken we aan verstedelijkingsstrategieën. Voor de Metropool Regio Amsterdam, de regio Utrecht en de Zuidelijke Randstad maken we voor de middellange en lange termijn de opgaven en bijbehorende keuzes voor wonen, bereikbaarheid, energie, klimaatadaptatie en groen inzichtelijk".[p.12]
  • Duurzaam wonen en leven in heel Nederland
    • "De groei van onze steden, de urgente problemen op de woningmarkt, de klimaatverandering en de energietransitie stellen de kwaliteit van onze leefomgeving voortdurend op de proef. Ruimte is schaars; we moeten die zo goed mogelijk benutten. Een toekomstbestendige inrichting vraagt om vindingrijkheid en keuzes. Een gedeeld beeld overin wat voorland we willen leven en wat daarvoor nodig is helpt daarbij. Dat is de Nationale Omgevingsvisie. Hierin geeft het kabinet aan waar we kunnen combineren en waar me moeten kiezen: opwekken van warmte op plekken waar die warmte nodig is, bouwen rondom bereikbare OV-knooppunten en het zoveel mogelijk opwekken van energie door wind op zee zodat er groen en oer-Hollandse landschappen overblijven.” [p.11] “In 2020 gaat BZK door met de aanpak goed verhuurderschap, het actieplan vakantieparken, het actieplan wonen & zorg, de handreiking toeristische verhuur en het expertisetraject woningmarkt in krimpgebieden. BZK geeft daarbij de kaders in weten regelgeving aan en biedt gemeenten ruimte om zelf in te grijpen.” [p.14]
  • Leefbaarheid - Toeristische verhuur
    • "In 2020 gaat BZK door met de aanpak goed verhuurderschap, het actieplan vakantieparken, het actieplan wonen & zorg, de handreiking toeristische verhuur en het expertisetraject woningmarkt in krimpgebieden. BZK geeft daarbij de kaders in weten regelgeving aan en biedt gemeenten ruimte om zelf in te grijpen." [p.14]
    • "In sommige gemeenten heeft toeristische verhuur ongewenste effecten, zoals bijvoorbeeld overlast in buurten en oneigenlijk gebruik van woonruimten. Om dat aan te pakken wordt gewerkt aan het wetsvoorstel toeristische verhuur van woningen (Kamerstukken II 2018-2019, 27926, nr. 309). Het wetsvoorstel bevat drie maatregelen waarmee een gemeente met schaarste op de woningmarkt toeristische verhuur van woningen kan reguleren. De gemeente kan een eenmalige registratieplicht invoeren waarbij de aanbieder het registratienummer moet vermelden bij elke aanbieding. Ten tweede kan de gemeente een meldplicht per feitelijke aanbieding invoeren. Ten slotte kan de gemeente indien er ernstige negatieve effecten zijn van toeristische verhuur een vergunningensysteem invoeren. De verwachting is dat het wetsvoorstel in de zomer van 2020 in werking kan treden. Om de uniformiteit en laagdrempeligheid te borgen zal bij AmvB (algemene maatregel van bestuur) worden bepaald waar een registratiesysteem minimaal aan moet voldoen. De bestuurlijke boete bij illegale verhuur wordt verhoogd bij recidive." [p.50]
  • Investeringen rijkshuisvestigingen
    • Amsterdam, aankoop grond, ontwerp en bouw EMA
    • (p. 162) "Het stichtingsbudget ten laste van de leenfaciliteit voor het gebouw ten behoeve van huisvesting EMA bedraagt € 310 mln. Dit bestaat uit investeringen voor ontwerp, de bouw en de grond. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 20 jaar bedraagt € 255 mln. en kent naast de investering in ontwerp en bouw ook de onderhoudscomponent van het pand".
  • Maatregelen woningmarkt
    • “Om te zorgen dat starters en middeninkomens toegang houden tot de woningmarkt, geeft het kabinet met deze begroting een cruciale budgettaire impuls. Met een woningbouwimpuls van € 1 mld. komen onder voorwaarden middelen beschikbaar om de bouw van betaalbare woningen te kunnen realiseren. Daarbij wordt onder andere ook gedacht aan de kosten van infrastructurele ontsluiting, het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving en het opvangen van de potentiële gevolgen van de stikstofuitspraak voor de woningbouw.
    • De middelen staan op de Aanvullende Post gereserveerd en de reeks wordt onder voorwaarde van een goedgekeurd bestedingsplan overgeheveld naar de begroting van BZK. Via de begroting van BZK worden de middelen als een specifieke uitkering uitgekeerd aan gemeenten voor het realiseren van betaalbare woningen en onder meer de daar bijbehorende infrastructurele ontsluiting. Voor een specifieke uitkering is gekozen om voorwaarden te kunnen stellen aan de bijdrage aan gemeenten. De precieze voorwaarden worden richting 2020 verder uitgewerkt. Uitgangspunt voor de bijdrage van het rijk is dat deze additioneel is aan bijdrage van andere partijen. Daarbij zal ook gekeken worden naar alternatieve manieren van bekostiging.
    • In de verhuurderheffing wordt een structurele heffingsvermindering van € 100 mln. per jaar opgenomen voor nieuwbouw van woningen. Voor de komende tien jaar is dat € 1 mld. Daarmee ontstaat een gerichte impuls voor woningcorporaties die meer woningen bouwen. Doordat voor deze heffingsvermindering geld is vrijgemaakt, gaat het niet ten koste van de middelen die beschikbaar zijn voor de betaalbaarheid en verduurzaming van de bestaande voorraad. Ook komt er een vrijstelling in de verhuurderheffing voor de bouw van tijdelijke flexibele woningen.” [p.51]
Bovib: Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • Wet arbeidsmarkt in balans
    • "Met de Wet arbeidsmarkt in balans neemt het kabinet maatregelen om de verschillen in kosten en de risico’s te verkleinen tussen vaste en flexibele contracten. Zodat niet instituties en kosten maar de aard van het werk bepalend is voor de contractvorm die wordt gekozen. In Nederland is een groot verschil tussen de bescherming die vaste en flexibele contracten bieden. Het vaste contract is heel vast en het flexibele contract heel flexibel. Werkgevers geven aan daarom huiverig te zijn hun werknemers een vast contract aan te bieden. De stapeling van kosten en risico’s schrikt hen af. Groepen werkenden belanden zo onnodig vaak in flexbanen en hebben nauwelijks perspectief op zekerheid. De Wet arbeidsmarkt in balans is een pakket van verschillende maatregelen. Hiermee krijgen mensen in een kwetsbare positie meer zekerheid in werk en inkomen terwijl flexwerk mogelijk blijft en voor werkgevers het vaste contract aantrekkelijker wordt. Deze maatregelen gaan grotendeels in per 1 januari 2020." [p.11]
  • Arbeidsmarktpositie van zelfstandigen
    • "Het kabinet werkt hard aan de arbeidsmarktpositie van zelfstandigen. Uitgangspunt is dat wie voltijd werkt, van die inkomsten moet kunnen leven. Maar dat geldt niet voor een aanzienlijk deel van de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). In 2017 had 8,6% van de zzp-huishoudens een inkomen onder het bestaansminimum tegenover 1,6% van de werknemers. Voor zzp’ers met lage tarieven is het bovendien onmogelijk om te sparen voor werkloosheid en om zich te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid. Om deze urgente problemen aan te pakken, is in het pensioenakkoord besloten tot het inrichten van een verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen en is aan de sociale partners gevraagd deze in overleg met zzp-organisaties verder vorm te geven, met het oog op een kabinetsvoorstel. Daarnaast hebben we maatregelen aangekondigd die invulling geven aan het regeerakkoord. We gaan een minimumuurtarief van € 16 invoeren om de groep kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer bescherming te bieden. Bij zzp’ers met een uurtarief boven de € 75 gaan we ervan uit dat mensen kunnen sparen voor werkloosheid en pensioen en dat ze zich kunnen verzekeren. We willen hen meer ruimte geven om te ondernemen. Zij kunnen daarom straks kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandig ondernemer werken en gevrijwaard zijn van loonheffingen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen. We gaan een webmodule inrichten om opdrachtgevers en opdrachtnemers meer duidelijkheid te bieden over de aard van de arbeidsrelatie en zo terughoudendheid bij opdrachtgevers om een zelfstandige in dienst te nemen zo veel mogelijk weg te nemen. De nieuwe wetgeving zal ingaan in 2021 en de webmodule in 2020. Ook verlagen we in stappen de zelfstandigenaftrek en verhogen we de arbeidskorting waardoor we het verschil tussen zzp’ers en werknemers verkleinen zonder dat zzp’ers (tot een inkomen van € 100.000) er op achteruit gaan. Deze maatregelen passen in het bredere streven van het kabinet om toe te werken naar een situatie waarin niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden, maar de aard van het werk dat gedaan moet worden. Met de bovengenoemde maatregelen verwachten we ook stappen te zetten om de positie van werkende armen te verbeteren. Naast de eerdergenoemde problemen rond lage tarieven en onzekere inkomsten is ook het lage aantal gewerkte uren een veel genoemde oorzaak voor armoede onder werkenden. De groeiende groep werkende armen vraagt een brede maatschappelijke analyse, daarom gaan we met de SER het gesprek aan over hoe we het aantal werkende armen duurzaam gaan terugdringen." [p.11]
Bovib: Miljoenennota Bijlage
  • Verkleinen verschil zzp'ers met werknemers
    • "Maatregel 4 bestaat uit een aantal elementen: • Om het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen zal de zelfstandigenaftrek met ingang van 2020 in acht stappen van €250 en één stap van €280 worden afgebouwd naar €5.000 in 2028. • Hiertegenover staat een verhoging van de arbeidskorting in zowel 2020 als 2021 met €106 en in 2022 met €73. Hiervan profiteren zelfstandigen en werkenden. • De structurele ruimte (a.g.v. structurele oploop grondslagverbreding Vpb en oploop zelfstandigenaftrek) wordt gereserveerd voor het zzpdossier. De Commissie Borstlap is gevraagd om aanbevelingen te doen voor een fundamentele stap naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Deze budgettaire reservering kan gebruikt worden voor verdere stappen in het zzp-dossier, bijvoorbeeld in reactie op de Commissie Borstlap." [p.33]
  • Regelingen: zelfstandigenaftrek & extra zelfstandigenaftrek starters
Bovib: Miljoenennota
  • Krapte op de arbeidsmarkt 
    • "De arbeidsmarkt is nog steeds krap. Hoewel Nederland in internationaal opzicht veel flexwerkers en zzp’ers kent, beïnvloedt de conjunctuur ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Steeds meer mensen krijgen een vaste in plaats van een flexibele baan." [p.13]
  • Koopkrachtstijging 
    • "Voor de meeste huishoudens wordt in 2020 een koopkrachtstijging verwacht. In 2019 stijgt de koopkracht naar verwachting met 1,2 procent en in 2020 met 2,1 procent. Met name werkenden gaan er volgend jaar sterk op vooruit. Hun koopkracht stijgt met 2,4 procent. Het kabinetsbeleid pakt in 2020 ook positief uit voor zelfstandigen. Tegenover de verlaging van de zelfstandigenaftrek staat namelijk een verhoging van de arbeidskorting. Daarnaast profiteren zelfstandigen net zoals andere huishoudens van het pakket lastenverlichtende maatregelen, dat wordt uitgelegd in paragraaf 2.1. Als gevolg hiervan stijgt hun koopkracht in 2020 met 2,0 procent (in voetnoot: aanname hierbij is dat de winst van zelfstandigen meestijgt met de contractloonontwikkeling)." [p.19]
  • Zelfstandigenaftrek
    • "Er komt structureel 3 miljard euro aan extra middelen om de lasten van huishoudens te verlichten, vooral voor werkenden. Daarvan is 1,5 miljard euro afkomstig uit een schuif van lasten van burgers naar bedrijven. Met deze ruimte wordt onder andere de algemene heffingskorting structureel verder verhoogd met 750 miljoen euro en het tarief in de (nieuwe) eerste schijf met 350 miljoen euro verder verlaagd. Om specifiek de lasten op arbeid te verlichten, wordt de arbeidskorting vanaf 2020 in drie stappen verhoogd met 2,15 miljard euro extra. Het kabinet vindt het, in navolging van eerder genomen maatregelen, wenselijk om het verschil in de fiscale behandeling tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen. Daarom wordt de zelfstandigenaftrek geleidelijk verlaagd. Het kabinet zal de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 met negen jaarlijkse stappen verlagen naar 5.000 euro in 2028. Dat is net wat minder dan 70 procent van het huidige niveau. In 2020, 2021 en 2022 worden zelfstandigen hiervoor gecompenseerd via de hogere arbeidskorting. De commissie Regulering van Werk schrijft een advies over de toekomst van de arbeidsmarkt, dat eind 2019 wordt verwacht. In aanloop naar dat advies reserveert het kabinet een deel van de opbrengst als gevolg van de lagere zelfstandigenaftrek. Daarmee kunnen verdere stappen worden gezet om de arbeidsmarkt rond zelfstandigen te hervormen." [p.31]
  • Ongewenste effecten toename flexibele dienstverbanden 
    • "De Nederlandse arbeidsmarkt kent veel flexwerkers. In internationaal opzicht werken in Nederland uitzonderlijk veel mensen in een flexibel dienstverband of als zelfstandige zonder personeel. Zij dragen bij aan de concurrentiekracht, dynamiek en flexibiliteit van de Nederlandse arbeidsmarkt en economie. Toch zijn er ook zorgen. De heterogeniteit onder met name zzp’ers is groot en hoewel het met veel van hen goed gaat is er ook een groep (schijn)zelfstandigen ontstaan die grote onzekerheid ervaart over werk en inkomen. Die zzp’ers bevinden zich aan de onderkant van de arbeidsmarkt waar ze zonder bodem concurreren op beloning en arbeidsvoorwaarden. Met elkaar, maar ook op een ongelijk institutioneel speelveld met werknemers. Dat leidt tot neerwaartse druk op het inkomen en de arbeidsvoorwaarden van zowel zzp’ers als van werknemers die met zzp’ers moeten concurreren. Zo is slechts 20 procent van de zzp’ers verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en kennen zelfstandigen een veel hoger armoederisico dan werknemers. Er zijn daarnaast aanwijzingen dat de toename van het aantal zzp’ers druk uitoefent op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit in Nederland. Het kabinet treft daarom een breed pakket aan maatregelen om ongewenste effecten van de toename van flexibele dienstverbanden en zelfstandigen tegen te gaan door de institutionele verschillen tussen groepen te verkleinen. Zo verkleint de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB), die begin 2019 werd aangenomen, de verschillen tussen vast en flexibel werkenden. Ook introduceert het kabinet vanaf 2021 een minimumtarief van 16 euro per uur voor zzp’ers. Voor die laatste groep geldt bovendien dat de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 in jaarlijkse stappen van 250 euro wordt teruggebracht tot 5000 euro. Tegelijkertijd wordt de arbeidskorting in 2020, 2021 en 2022 stapsgewijs verhoogd, waardoor effectief de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers worden verkleind, maar zelfstandigen er in de kabinetsperiode niet op achteruit gaan. Dit past, evenals het minimumtarief en de maatregelen die worden genomen met de WAB, in het bredere streven van het kabinet om toe te werken naar een situatie waarin niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden, maar de aard van het werk dat gedaan moet worden en de behoeften/wensen van werkgevers en werkenden. Met deze maatregelen wordt een antwoord geboden op enkele urgente knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt, maar die is daarmee nog niet af. De Commissie Regulering van Werk onderzoekt welke meer fundamentele aanpassingen nodig zijn om het arbeidsmarktbeleid toekomstbestendig te maken. Naar verwachting verschijnt het advies van de commissie eind 2019." [p.52-53]
GGNL: Miljoenennota
  • Energiebelasting
    • “Door beleidsmaatregelen uit het Regeerakkoord stijgt het aandeel van milieu- en energiebelastingen. Het kabinet wil dat milieuvervuilende keuzes duurder worden. Daarom heeft het kabinet in het Regeerakkoord de energiebelasting en de afvalstoffenheffing verhoogd.*” (p.47)
    • * Het Regeerakkoord zorgt voor een hoger aandeel milieu- en energiebelastingen. Ander beleid van het kabinet - waaronder het klimaatakkoord - zorgt voor een (tijdelijke) afname.“
    • "De energiebelasting wordt aangepast zodat een sterkere prikkel ontstaat om te verduurzamen doordat investeringen in verduurzaming zich sneller terugverdienen. Extra middelen die op deze manier worden opgehaald worden teruggegeven via de belastingvermindering en een lager energiebelastingtarief van de eerste schijf voor elektriciteit.” (p.47)
    • “In de energiebelasting vindt er een schuif plaats waardoor elektriciteit relatief goedkoper en gas relatief duurder wordt.” (p.61)
GGNL: Begroting Infrastructuur en Waterstaat
  • Toelichting
  • In artikel 3 van het Besluit Energie Vervoer die met terugwerkende kracht op 1 januari 2018 in werking is getreden, is de ontwikkeling van de jaarverplichting hernieuwbare energie, limiet conventionele biobrandstoffen en subdoelstelling geavanceerde biobrandstoffen in het vervoer van 2018 tot en met 2020 vastgelegd.” (p. 57)
GGNL: Begroting van Economische Zaken en Klimaat
  • (p.60)
  • Europese Dossiers (energie)
    • "Over de afronding van de onderhandelingen tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie (trilogen) over de voorstellen van de Commissie voor de herziening van de richtlijnen hernieuwbare energie (RED) en energie-efficiëntie (EED), de nieuwe Governance-verordening en de voorstellen voor een nieuw marktontwerp van de elektriciteitsmarkt en de ACER-verordening is de Tweede Kamer geïnformeerd aan de hand van het verslag van de Energieraad van 11 juni 2018 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 716) en het verslag van de Energieraad van 19 december 2018 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 741). Daarmee zijn de Europese klimaat- en energiedoelen voor 2030 vastgelegd en is het nieuwe marktontwerp voor elektriciteit afgerond. Medio 2020 zal de Europese Commissie naar verwachting herzieningen van de richtlijn en de verordening aardgas publiceren, met als doel eenzelfde soort wijziging aan te brengen als met het nieuwe markt-ontwerp voor elektriciteit. Er zal naar verwachting aandacht zijn voor de rol van groen gas en waterstof in het energiesysteem.” (p.97)
Allego: Infrastructuurfonds
  • Slimme en duurzame mobiliteit
    • Slimme en duurzame mobiliteit. (€ 66 miljoen): Tijdens het BO MIRT 2018 (Kamerstukken II 2018–2019 35 000 A, nr. 78) zijn afspraken gemaakt om invulling te geven aan de ambities uit het Regeerakkoord aangaande slimme en duurzame mobiliteit. Hiervoor wordt additioneel € 66 miljoen gereserveerd als toevoeging aan de lopende programma’s. 
(blz 94)
  • Mobiliteitsfonds (MF)
    • In het regeerakkoord is opgenomen dat het IF wordt omgevormd tot een Mobiliteitsfonds (MF). Kern van het fonds is dat niet langer de modaliteit maar de mobiliteit centraal staat. Tot 2030 zijn de financiële middelen verdeeld tussen de traditionele modaliteiten. Vanaf 2030 wordt een nieuwe indeling gebruikt die aansluit op de agenda voor slimme en duurzame mobiliteit. Voor beheer en onderhoud wordt een apart budget gereserveerd. Deze verandering is ook aanleiding om de werkwijze en de gehanteerde begrippen verder te harmoniseren. Zo is het van belang om uniform te rapporteren over de staat van onze Rijksinfrastructuur, waar RWS en ProRail dit nu nog op een eigen manier doen. Zoals aangegeven in de kamerbrief over de ontwikkelingen rondom instandhouding (Kamerstukken 2018–2019, 35 000 A-98) zal IenW begrippen, budgettaire reeksen en afwegingskaders over beheer, onderhoud en vervanging beter op elkaar laten aansluiten. Dit helpt bij het maken van afwegingen in het kader van het MF en ook om de Tweede Kamer op vergelijkbare wijze te informeren over de instandhouding van alle netwerken. (blz 180)
NHN: Regiodeals
  • Regionale opgaven
    • (p. 62) "De regio is de omgeving waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagingen) samenkomen, of het nu gaat om het stimuleren van de economie, het oplossen van ecologische uitdagingen of het versterken van de sociale cohesie. Als het Rijk, regionale overheden en de bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s samen optrekken om deze opgaven aan te pakken, kan meer gedaan worden voor de regio en wordt bijgedragen aan de brede welvaart in Nederland. Met de Regio Deals wil het kabinet in partnerschap met de regio’s meervoudige opgaven aanpakken die bijdragen aan de brede welvaart."
    • In 2018 zijn de eerste Regio Deals gesloten. Dit voor een totaal van € 482 mln. voor zes opgaven uit het Regeerakkoord. In november 2018 maakte de Minister van LNV bekend dat het kabinet in de tweede tranche met 12 voorstellen aan de slag gaat om deze uit te werken tot Regio Deals. Deze tweede tranche heeft een totale omvang van € 215 mln. De deals uit de tweede tranche worden naar verwachting medio 2019 ondertekend. In het najaar van 2019 de aanmelding voor de derde tranche Regio Deals geopend. De geselecteerde voorstellen zullen vervolgens medio 2020 tot een nieuwe reeks deals leiden.
  • Begrotingstabel Regio Envelop
    • (p.63)
NBTC: Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Bijdrage NBTC
    • "EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor bestemmingsmanagement waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congreswerving." [p.61]
  • Stand van zaken moties Staatssecretaris 2018-2019
    • [p.210]
  • Toezeggingen Staatssecretaris aan Tweede Kamer
    • [p.219]
NBTC: Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Leefbaarheid
    • "In 2020 gaat BZK door met de aanpak goed verhuurderschap, het actieplan vakantieparken, het actieplan wonen & zorg, de handreiking toeristische verhuur en het expertisetraject woningmarkt in krimpgebieden. BZK geeft daarbij de kaders in weten regelgeving aan en biedt gemeenten ruimte om zelf in te grijpen." [p.14]
  • Toeristische verhuur
    • "In sommige gemeenten heeft toeristische verhuur ongewenste effecten, zoals bijvoorbeeld overlast in buurten en oneigenlijk gebruik van woonruimten. Om dat aan te pakken wordt gewerkt aan het wetsvoorstel toeristische verhuur van woningen (Kamerstukken II 2018-2019, 27926, nr. 309). Het wetsvoorstel bevat drie maatregelen waarmee een gemeente met schaarste op de woningmarkt toeristische verhuur van woningen kan reguleren. De gemeente kan een eenmalige registratieplicht invoeren waarbij de aanbieder het registratienummer moet vermelden bij elke aanbieding. Ten tweede kan de gemeente een meldplicht per feitelijke aanbieding invoeren. Ten slotte kan de gemeente indien er ernstige negatieve effecten zijn van toeristische verhuur een vergunningensysteem invoeren. De verwachting is dat het wetsvoorstel in de zomer van 2020 in werking kan treden. Om de uniformiteit en laagdrempeligheid te borgen zal bij AmvB (algemene maatregel van bestuur) worden bepaald waar een registratiesysteem minimaal aan moet voldoen. De bestuurlijke boete bij illegale verhuur wordt verhoogd bij recidive." [p.50]
JJI Lelystad: Begroting Justitie & Veiligheid
  • Jeugdbescherming en kwaliteit justitiële inrichtingen
    • “Voor de vrijheidsbeneming van jongeren is 2020 een belangrijk jaar. Het huidige stelsel kent één type instelling voor alle justitiële jongeren, de justitiële jeugdinrichting («one size fits all»). Dit is echter niet meer passend. Er is behoefte aan meer maatwerk. Om die reden wordt de transitie ingezet naar een duurzaam stelsel met meer maatwerk en differentiatie in beveiligingsniveau en zorgintensiteit. De periode van vrijheidsbeneming moet minder op zichzelf staan. In het nieuwe stelsel wordt de periode van vrijheidsbeneming meer een onderdeel van een integrale aanpak om jongeren op het juiste pad te krijgen. Daarnaast wordt overcapaciteit afgebouwd. De besparing die dit oplevert maakt het mogelijk om te investeren in meer maatwerk zowel op lokaal als op landelijk niveau. Onderdeel hiervan zijn vijf kleinschalige voorzieningen en de doorontwikkeling van de huidige justitiële jeugdinrichtingen. In een kleinschalige voorziening verblijven jongeren dichter bij hun reguliere leefsysteem en lopen al bestaande zorg en dagbesteding (waaronder het volgen van onderwijs) zo veel mogelijk door.” [p.15]
  • Prognosemodel justitiële ketens (PMJ)
    • “Prognosemodel justitiële ketens (PMJ) De uitgaven worden in het jaar 2019 totaal met € 49,0 mln. (in 2020 met € 93,3 en in 2021 met 80,2 mln.) verhoogd, omdat de meest recente uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) per saldo tekorten laat zien.” [p.22]
  • Kasschuif DJI frictiekosten
    • “De kasschuif van € 77,1 mln. is bedoeld ter financiering van de frictiekosten van de capaciteitsafbouw van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Hiermee kunnen onder meer de frictiekosten van de sluiting van vier gevangenislocaties worden gefinancierd, zoals aangekondigd in de brief capaciteitsmaatregelen DJI en de capaciteitsafbouw van JJI’s, zoals aangekondigd in de brief aanpak jeugdcriminaliteit.” [p.22]
  • Hogere bezetting DJI gevangeniswezen
    • “Hiermee wordt de tegenvaller door hogere bezetting dan verwacht binnen het gevangeniswezen van de Dienst Justitiële Inrichtingen gedekt.” [p.23]
  • Verkenning invulling vrijheidsbeneming justitiële inrichting
    • “Hiermee wordt financieel uitvoering gegeven aan de maatregelen uit de brief van 28 juni jl. inzake investeren in maatwerk en afbouw van overcapaciteit binnen de jeugdinrichtingen van DJI (Kamerstukken II, 2018/19, 28 741-53).” [p.23]
  • Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ)
    • “De ontvangsten worden in het jaar 2020 verlaagd met € 33,3 mln. op basis van de meest recente uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). Het betreft een verlaging van de geraamde ontvangsten griffierechten met € 23 mln. en een verlaging van de ontvangen administratiekostenvergoeding van € 10,2 mln.” [p.29]
  • Hypothecaire leningen aan JJI's
    • “Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.” [p.36]
  • Straffen en beschermen (Artikel 34)
    • [p.67-70]
  • DJI-Jeugd
    • “DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht.” [p.77]
  • Budgettaire gevolgen sluiting
    • “In de begroting van 2019 is de sluiting van 1.500 operationele en reserve plaatsen reeds verwerkt en toegelicht. De Tweede Kamer is op 28 juni 2019 geïnformeerd over de maatregelen bij de Justitiële Jeugdinrichtingen. In deze begroting wordt hier tevens rekening mee gehouden. Hierbij daalt het aantal plaatsen waardoor overheadkosten over minder plaatsen worden verdeeld en is er spraken van duurdere huisvestingskosten. Daarnaast hebben de maatregelen tot gevolg dat de in stand te houden jeugdplaatsen per 2021 worden afgebouwd naar 0 en de reservecapaciteit jeugd stijgt naar 131 plaatsen per 2024. Deze maatregelen hebben o.a. een prijsstijging tot gevolg voor de producten Direct inzetbare jeugdcapaciteit en Reservecapaciteit jeugd.” [p.108]
    • “Ten opzichte van de begroting 2019 stijgen de kosten als gevolg van loonindexatie. Samenhangend met de veranderende doelgroep zijn er daarnaast in de onderliggende productmix naar verhouding meer zwaardere regimes, wat ook leidt tot een gemiddeld hogere prijs.” [p.108]
Belastingplan 2020 Memorie van toelichting
  • Aanpassen onderwijsvrijstelling (Europese school)
    • De onderwijsvrijstelling is een subjectieve vrijstelling voor lichamen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bekostigd onderwijs geven (of bekostigd onderzoek verrichten). Er is sprake van bekostigd onderwijs (of onderzoek) als het onderwijs hoofdzakelijk wordt bekostigd uit publieke middelen of uit een of meer van de bijdragen die zijn opgesomd in de wettekst waarin de onderwijsvrijstelling is opgenomen (zoals wettelijk collegegeld of wettelijke lesgelden).
    • De onderwijsvrijstelling kan op basis van de huidige wettekst te beperkt uitwerken voor enkele scholen voor primair of voortgezet onderwijs met een internationale afdeling die (gedeeltelijk) door de overheid worden bekostigd. Omdat bij een internationale afdeling (van een bekostigde school) niet alle werkelijke kosten worden gefinancierd vanuit de overheid, is aan deze bekostigde scholen de mogelijkheid geboden een verplichte ouderbijdrage te vragen voor toelating tot de internationale afdeling. Die bijdrage van de ouders (of verzorgers) kwalificeert op basis van de huidige tekst van de onderwijsvrijstelling, anders dan de andere verplichte bijdragen, niet als toegelaten financieringsmiddel voor de bekostigingseis. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat het lichaam (meestal een stichting) waarin een dergelijke bekostigde school met een internationale afdeling is ondergebracht, niet in aanmerking komt voor de onderwijsvrijstelling. Het kabinet is van mening dat in de genoemde situatie onbedoeld belastingplicht ontstaat. De verplichte ouderbijdrage voor toelating tot een internationale afdeling is volgens het kabinet op een lijn te stellen met het wettelijke collegegeld en met wettelijke lesgelden. Daarom wordt voorgesteld om de verplichte ouderbijdragen ten behoeve van toelating tot een internationale afdeling van een door de overheid (gedeeltelijk) bekostigde school aan te merken als toegelaten financieringsmiddel voor de bekostigingseis.
    • Tevens wordt voorgesteld om de verplichte ouderbijdrage voor toelating tot een geaccrediteerde Europese school eveneens als toegelaten financieringsmiddel voor de bekostigingseis aan te merken. Op dit moment is er slechts één geaccrediteerde Europese school in Nederland. Op deze school wordt zowel internationaal georiënteerd primair als voortgezet onderwijs aangeboden. Ook hier geldt dat de verplichte ouderbijdrage vergelijkbaar is met het wettelijke collegegeld en met wettelijke lesgelden.
Retail Platform Nederland ministerie Economische Zaken en Klimaat

• Mededinging en consumentenbeleid
o Door digitalisering verschuiven marktverhoudingen en ontstaan nieuwe (markt)rollen, zowel voor consumenten als voor bedrijven. EZK maakt zich in EU-verband sterk voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten waarop platforms actief zijn. EZK pleit hierbij voor een mogelijkheid voor een Europese toezichthouder om verplichtingen op te leggen aan pl atforms met een poortwachtersfunctie (p.16).
 Ook vindt EZK het belangrijk dat consumenten met vertrouwen online aankopen kunnen doen. EZK zet zich er daarom voor in dat zij op doeltreffende wijze van de juiste informatie worden voorzien en draagt bij aan extra bewustwording bij consumenten over hun rechten bij wereldwijde online aankopen. Zo zullen webwinkels en platforms als gevolg van de 'New Deal' voor consumenten meer informatie moeten gaan geven over de manier waarop hun rangschikking tot stand komt.
• Veilige en digitale samenleving
o Mensen en bedrijven moeten digitale technologieën veilig kunnen gebruiken. De roadmap veilige hard- en software wordt nader ingevuld om veilige producten te bevorderen. Dit is van belang omdat door de opkomst van het Internet of Things steeds meer (vaak onveilige) producten aan het internet worden gekoppeld. Structureel is € 2,5 mln per jaar beschikbaar voor de activiteiten van het Digital Trust Center (DTC) om via voorlichting, tools en advisering bedrijven – van zzp-er tot grootbedrijf – beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren (p.44). Deze middelen zijn voor opdrachten zoals de ontwikkeling van een website en een online platform, kennisopbouw over cyberrisico’s en kennisdeling met de doelgroep niet-vitale bedrijfsleven. Naast deze activiteiten wordt door het Digital Trust Center subsidie verstrekt aan bedrijven die samen willen werken aan veilig digitaal ondernemen. Deze toekenning vindt plaats via een tender met een jaarlijks budget van € 1 mln.
• Mededinging en digitalisering
o In mei 2019 heeft EZK een Kamerbrief gepubliceerd met de beleidsinzet over het mededingingsbeleid in de digitale economie. Omdat de grote platforms in heel de EU actief zijn, zullen de vervolgacties op Europees niveau plaats moeten vinden. In 2020 zal EZK zich daarom in Europa bij de nieuwe Europese Commissie en andere lidstaten sterk gaan maken om haar beleidsinzet te realiseren. Dit moet ervoor zorgen dat de concurrentie in de digitale economie wordt geborgd, zodat consumenten en ondernemers hun autonomie en keuzevrijheid behouden en zo de kansen die de platformeconomie biedt optimaal kunnen benutten (p. 44).
• Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
o In 2020 zet EZK in op het bundelen van de krachten om kansen voor Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze te benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet. Als vervolgstap wordt een meerjarig programma voor kennis en innovatie ontwikkeld in publiek privaat verband. De aanpak in 2020 is onder andere gericht op het organiseren van een breed samengestelde coalitie voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, ketens voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), datadelen, kennisontwikkeling voor verantwoorde AI en synergie met Europa (p. 42).
• Digital future skills
o Om te bewerkstelligen dat jongeren mediawijs zijn en beschikken over goede ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden is een curriculum voor primair en voortgezet onderwijs opgesteld met aandacht voor digitale geletterdheid en praktische vaardigheden. Om de implementatie van het curriculum te bevorderen is door EZK en OCW de digitaliseringsagenda po/vo opgesteld. Hierin wordt in 2020 verder samengewerkt tussen onderwijs en bedrijfsleven om digitale vaardigheden van leerlingen en leraren te versterken (p. 43)
Miljoenennota
• Technologische veranderingen
o Het effect van nieuwe technologieën op ons verdienvermogen is met onzekerheid omgeven, maar kan zowel disruptief zijn als kansen bieden. Denk aan ontwikkelingen op het gebied van robotica, kunstmatige intelligentie en big data. Niet voor niets is hier veel aandacht voor. Het werken aan het verdienvermogen betekent daarom dat moet worden bekeken welke veranderingen in overheidsinzet nodig zijn om deze ontwikkelingen te benutten.
• Nederland is gebaat bij eerlijke concurrentie
o Oneerlijke concurrentieverhoudingen zijn ook een vorm van marktfalen. Misbruik van economische machtsposities of onwenselijke concentratie van bedrijven kunnen leiden tot hogere prijzen, ten nadele van de consument. Ook leidt teveel marktmacht tot minder investeringen, innovatie en productiviteit. Er is toenemende discussie over concurrentieverhoudingen, o.a. als gevolg van technologische ontwikkelingen. Zo neemt wereldwijd de concentratie van grote bedrijven toe, met de techsector als groot voorbeeld. Daarin beheerst een aantal grote 'superstar-firms' een groot deel van de markt. Specifiek voor grote techbedrijven met een poortwachtersfunctie pleit Nederland in Europa voor een aanvullende bevoegdheid, waarbij een toezichthouder vooraf (ex-ante-) maatregelen kan opleggen (p.59)

Retail Platform Nederland Miljoenennota
  • Mededinging en consumentenbeleid 
    • Door digitalisering verschuiven marktverhoudingen en ontstaan nieuwe (markt)rollen, zowel voor consumenten als voor bedrijven. EZK maakt zich in EU-verband sterk voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten waarop platforms actief zijn. EZK pleit hierbij voor een mogelijkheid voor een Europese toezichthouder om verplichtingen op te leggen aan platforms met een poortwachtersfunctie (p.16).
    • Ook vindt EZK het belangrijk dat consumenten met vertrouwen online aankopen kunnen doen. EZK zet zich er daarom voor in dat zij op doeltreffende wijze van de juiste informatie worden voorzien en draagt bij aan extra bewustwording bij consumenten over hun rechten bij wereldwijde online aankopen. Zo zullen webwinkels en platforms als gevolg van de 'New Deal' voor consumenten meer informatie moeten gaan geven over de manier waarop hun rangschikking tot stand komt.
  • Veilige en digitale samenleving 
    • Mensen en bedrijven moeten digitale technologieën veilig kunnen gebruiken. De roadmap veilige hard- en software wordt nader ingevuld om veilige producten te bevorderen. Dit is van belang omdat door de opkomst van het Internet of Things steeds meer (vaak onveilige) producten aan het internet worden gekoppeld. Structureel is € 2,5 mln per jaar beschikbaar voor de activiteiten van het Digital Trust Center (DTC) om via voorlichting, tools en advisering bedrijven – van zzp-er tot grootbedrijf – beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren (p.44). Deze middelen zijn voor opdrachten zoals de ontwikkeling van een website en een online platform, kennisopbouw over cyberrisico’s en kennisdeling met de doelgroep niet-vitale bedrijfsleven. Naast deze activiteiten wordt door het Digital Trust Center subsidie verstrekt aan bedrijven die samen willen werken aan veilig digitaal ondernemen. Deze toekenning vindt plaats via een tender met een jaarlijks budget van € 1 mln.
  • Mededinging en digitalisering
    • In mei 2019 heeft EZK een Kamerbrief gepubliceerd met de beleidsinzet over het mededingingsbeleid in de digitale economie. Omdat de grote platforms in heel de EU actief zijn, zullen de vervolgacties op Europees niveau plaats moeten vinden. In 2020 zal EZK zich daarom in Europa bij de nieuwe Europese Commissie en andere lidstaten sterk gaan maken om haar beleidsinzet te realiseren. Dit moet ervoor zorgen dat de concurrentie in de digitale economie wordt geborgd, zodat consumenten en ondernemers hun autonomie en keuzevrijheid behouden en zo de kansen die de platformeconomie biedt optimaal kunnen benutten (p. 44).
  • Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
    • In 2020 zet EZK in op het bundelen van de krachten om kansen voor Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze te benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet. Als vervolgstap wordt een meerjarig programma voor kennis en innovatie ontwikkeld in publiek privaat verband. De aanpak in 2020 is onder andere gericht op het organiseren van een breed samengestelde coalitie voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, ketens voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), datadelen, kennisontwikkeling voor verantwoorde AI en synergie met Europa (p. 42).
  • Digital future skills 
    • Om te bewerkstelligen dat jongeren mediawijs zijn en beschikken over goede ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden is een curriculum voor primair en voortgezet onderwijs opgesteld met aandacht voor digitale geletterdheid en praktische vaardigheden. Om de implementatie van het curriculum te bevorderen is door EZK en OCW de digitaliseringsagenda po/vo opgesteld. Hierin wordt in 2020 verder samengewerkt tussen onderwijs en bedrijfsleven om digitale vaardigheden van leerlingen en leraren te versterken (p. 43)
Netflix: Miljoenennota
  • Marktpositie
    • Nederland is gebaat bij eerlijke concurrentie. Oneerlijke concurrentieverhoudingen zijn ook een vorm van marktfalen. Misbruik van economische machtsposities of onwenselijke concentratie van bedrijven kunnen leiden tot hogere prijzen, ten nadele van de consument. Ook leidt teveel marktmacht tot minder investeringen, innovatie en productiviteit. Er is toenemende discussie over concurrentieverhoudingen, onder andere als gevolg van technologische ontwikkelingen. Zo neemt wereldwijd de concentratie van grote bedrijven toe, met de techsector als bekend voorbeeld. Daarin beheerst een aantal grote «superstar firms» een groot deel van de markt. Ook geopolitieke ontwikkelingen kunnen druk zetten op een eerlijk speelveld voor bedrijven in verschillende landen. In Nederland is de trend van toenemende concentratie (nog) niet zichtbaar. Om teveel marktmacht te voorkomen en effectieve concurrentie te bevorderen, hebben Nederland en de EU mededingingsregels. In Nederland worden deze gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en in Europa door de Europese Commissie. Marktmacht is immers bij uitstek een internationaal fenomeen.
    • Ook in de toekomst blijft eerlijke concurrentie tussen bedrijven, en daarmee een scherpe handhaving van mededingingsregels, van groot belang voor consumenten en voor de economie als geheel. Het kabinet zet verder in op een gelijk speelveld ten opzichte van derde landen, met het doel om zowel binnen de Europese interne markt als daarbuiten Europese en niet-Europese ondernemingen onder vergelijkbare voorwaarden met elkaar te laten concurreren, zoals aangegeven in het Regeerakkoord. Specifiek voor grote techbedrijven met een poortwachtersfunctie pleit Nederland in Europa voor een aanvullende bevoegdheid, waarbij een toezichthouder vooraf (ex-ante-) maatregelen kan opleggen.
Netflix: Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Inleiding
    • Het Regeerakkoord gaat uit van individuele vrijheden en een hecht collectief. [...] Onze ambities liggen in de bestrijding van kansenongelijkheid en de stimulering van talent, voldoende en goede docenten met een sterke positie, toponderzoek en krachtig beroepsonderwijs. De positie van Nederlandse onderzoekers in de wereldtop willen we behouden en versterken. Maar ook cultuur en het publieke en private mediabestel verrijken het individu en verbinden de samenleving. Schrijvers, theatermakers, filmers, ontwerpers en beeldend kunstenaars dagen onze verbeeldingskracht uit; dankzij hun beelden en verhalen kunnen we onze eigen voorstelling van de wereld kritisch toetsen en ontwikkelen.
  • Media / Publieke omroep
    • De landelijke publieke omroep staat voor de uitdaging om toekomstgerichte keuzes te maken en zijn rol in de samenleving te bestendigen. De ontwikkelingen in de mediasector vragen daarom; media-gebruikers kijken niet meer alleen lineair maar ook wanneer het hen uitkomt en steeds meer online, er zijn allerlei nieuwe grote spelers op de markt en verdienmodellen veranderen. De NPO zal het komende jaar verdere invulling geven aan de Prestatieovereenkomst 2017–2020. In de visiebrief over de toekomst van het publieke omroepbestel staan de ambities van dit kabinet. We gaan de maatregelen uit de visiebrief uitwerken in overleg met de NPO, omroepen en betrokken partijen, omdat de keuzes die we gemaakt hebben van grote invloed kunnen zijn op hen en op de landelijke publieke omroep als geheel. Publieke en private mediapartijen werken ondertussen samen op verschillende vlakken om Nederlandse media-gebruikers ook in de toekomst een goed en gevarieerd media-aanbod te geven.
    • Het Kabinet maakt structureel € 40 miljoen vrij om de publieke omroep te compenseren voor minder reclame-inkomsten. Dit is toegelicht in de brief over de visie toekomst publiek omroepbestel die op 14 juni 2019 naar de Tweede Kamer is verstuurd.
    • In 2020 zullen de besluiten over de culturele basisinfrastructuur 2021–2024 worden genomen. De Tweede Kamer is in de brief van 11 juni 2019 over de uitgangspunten voor deze periode geïnformeerd. Vanuit de Regeerakkoord-middelen wordt in 2020 via het Filmfonds € 5,5 miljoen geïnvesteerd in voortzetting van de succesvolle pilot om de Film Production Incentive (cash rebate) uit te breiden naar high end tv-series.
  • Beleidswijzigingen
    • Op 14 juni 2019 is de visiebrief toekomst publiek omroepbestel van dit kabinet verschenen. In de mediabegrotingsbrief 2019 zijn de algemene uitgangspunten daarvoor gegeven: de publieke omroep moet geworteld zijn in de maatschappelijke pluriformiteit, iedereen kunnen bereiken, een stabiele financiering hebben, vernieuwend zijn en kunnen samenwerken. Vanuit deze uitgangspunten stelt het kabinet maatregelen voor die zich laten clusteren onder de volgende doelstellingen: versterking van een pluriforme programmering, versterking van de financieringsbasis en versterking van de organisatie.
    • De maatregelen uit deze visiebrief zullen worden vertaald in een nieuw wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008. Vanwege een aantal wettelijke termijnen rond de komende concessie- en erkenningsperiode (zoals voor de indiening van het concessiebeleidsplan door de NPO, de teldatum voor ledenaantallen voor de omroepverenigingen en de indiening van erkenningsaanvragen) zullen parallel aan de uitwerking van deze visiebrief via een spoedwetsvoorstel de huidige concessie- en erkenningsduur verlengd worden met één jaar tot 1 januari 2022. Het streven is om het grootste deel van de maatregelen uit deze visiebrief vanaf 1 januari 2021 in te laten gaan, zodat deze maatregelen, met het uitstel van de nieuwe concessie- en erkenningsperiode, voor de nieuwe periode hun effect kunnen hebben. Vanaf 2020 zal de rijksmediabijdrage met € 40 miljoen worden verhoogd.
  • Bekostiging
    • Filmfonds van de Omroep en Telefilm (CoBO) - Het CoBO-fonds ondersteunt de film- en documentairesector en participeert in audiovisuele coproductieprojecten waarin wordt deelgenomen door een of meer van de publieke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep en de Vlaamse publieke omroep (VRT) en/of Duitse publieke omroepen en/of onafhankelijke filmproducenten en/of instellingen werkzaam op het gebied van de podiumkunsten
    • Algemene Mediareserve - Vanaf 2020 zal de rijksmediabijdrage structureel met € 40 miljoen worden verhoogd. Deze middelen zijn voorlopig toegevoegd aan de post dotatie/ontrekking AMr en zullen op een later tijdstip na uitwerking van de maatregelen uit de visiebrief worden verdeeld over de mediabegroting.
    • Overige bekostiging Media - Te laste van dit budget wordt onder meer het NICAM betaald voor de uitvoering van de activiteiten welke nodig zijn voor het continueren en verbeteren van de kwaliteit van Kijkwijzer.
    • Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s - De kerntaak van het Commissariaat voor de Media (CvdM) bestaat uit het uitoefenen van onafhankelijk toezicht op het handelen van de media-instellingen in Nederland en uit handhavend optreden ingeval de toepasselijke regelgeving niet in acht wordt genomen. De bevoegdheid om toezicht en handhaving uit te oefenen heeft betrekking op alle media-instellingen: publieke media-instellingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau en commerciële media-instellingen op landelijk en niet-landelijk niveau. Het CvdM is tevens verantwoordelijk voor het metatoezicht op het Nederlands Instituut voor Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM). Daarnaast heeft het CvdM tot taak erop toe te zien dat kabelexploitanten hun wettelijke verplichtingen nakomen tot doorgifte van de must carry-zenders.
  • Planning
    • Motie-Belhaj -> 'op dit moment wordt bekeken hoe de uitvoering van de motie kan worden vormgegeven'
    • Aanvullende onderzoeken 'in het kader van heffingen Netflix, Google, etc. -> Zoals de Minister van OCW heeft aangekondigd tijdens het Algemeen Overleg over de Uitgangspuntenbrief Cultuur op 27 juni
      2019, wordt de Tweede Kamer na de zomer geïnformeerd over een stimuleringsmaatregel voor Nederlandse culturele AV-producties. Dit naar aanleiding van het sectoradvies Audiovisueel van de Raad voor Cultuur.
JJI Lelystad: Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Jeugd & Gezin
    • "In de afgelopen jaren is het stelsel voor de jeugdzorg flink gewijzigd. Gemeenten zijn nu primair verantwoordelijk voor goede zorg voor de jeugd. Uit onderzoek is gebleken dat de gewenste transformatie van de jeugdzorg nog niet goed op gang is gekomen. Gemeenten lopen aan tegen tekorten op het budget voor jeugdhulp onder meer doordat meer kinderen en ouders in beeld komen die hulp nodig hebben. We investeren daarom 1 miljard euro in 2019, 2020 en 2021 extra in de jeugdzorg om gemeenten in staat te stellen om goede zorg te blijven leveren." [p.27-28]
    • "Alleen geld is niet de oplossing om de jeugdzorg te verbeteren. In het kader van de extra middelen maken we afspraken met gemeenten om de jeugdhulp te verbeteren. Die afspraken gaan over een betere ordening van het jeugdhulplandschap. Zo is het de vraag op welk niveau (lokaal, regionaal, bovenregionaal en landelijk) jeugdhulp het best kan worden georganiseerd. We gaan onderzoeken waaraan gemeenten het geld besteden dat ze voor jeugdhulp ontvangen. Daarnaast willen we dat administratieve lasten omlaaggaan zodat er meer geld voor hulp en ondersteuning overblijft. Een belangrijke vraag is ook: wat hoort bij normaal opvoeden en waar begint de jeugdhulpplicht? Naast het extra budget dat we beschikbaar stellen voor jeugdhulp ondersteunen we gemeenten met het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd, het Transformatiebudget en de Jeugdautoriteit om de beschikbaarheid van essentiële jeugdhulp te borgen." [p.27-28]
  • Tekorten jeugdhulp
    • "Omdat sinds de decentralisatie meer kinderen in beeld komen en de transformatie nog onvoldoende van de grond komt heeft het kabinet extra middelen toegekend voor jeugdzorg. Gemeenten hebben extra € 400 miljoen in 2019 en € 300 miljoen in 2020 en 2021 gekregen in het gemeentefonds. Daarnaast is € 20 miljoen toegevoegd in 2019 aan de begroting van VWS (artikel 5). Dit bedrag is bedoeld voor tijdelijke liquiditeitssteun aan instellingen indien de zorgcontinuiteit in gevaar komt." [p.199]
  • Moties (per 24-07-2019)
    • [p.278]
  • Toezeggingen (per 18-07-2019)
    • [p.298]
Netflix: Begroting Justitie & Veiligheid
  • Wetgevingsprogramma
      • Implementatiewet richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt. Status = Interne voorbereiding

     

      • Wetsvoorstel modernisering Wet toezicht en geschillenbeslechting
        collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten Status = Raad van State

     

    • Motie-Verhoeven om de evaluatie van de Wet auteurscontractenrecht zo te organiseren dat daarbij ook de belangen van makers die niet vertegenwoordigd zijn via de beroeps- en belangenorganisaties, voldoende gewogen worden Status = wordt betrokken bij evaluatie Wet auteurscontractenrecht (toegezegd voor 2020)
Netflix: Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Mededinging- en Consumentenbeleid
    • Een belangrijke randvoorwaarde voor een vernieuwend en ondernemend Nederland is dat markten competitief zijn en consumenten worden beschermd. Door digitalisering verschuiven marktverhoudingen en ontstaan nieuwe (markt)rollen, zowel voor consumenten als voor bedrijven. EZK maakt zich in EU-verband sterk voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten waarop platforms actief zijn. Hierbij pleit EZK onder andere voor een mogelijkheid voor een Europese toezichthouder om verplichtingen op te leggen aan platforms met een poortwachtersfunctie. Ook vindt EZK het belangrijk dat consumenten met vertrouwen online aankopen kunnen doen. EZK zet zich er daarom voor in dat zij op doeltreffende wijze van de juiste informatie worden voorzien en draagt bij aan extra bewustwording bij consumenten over hun rechten bij wereldwijde online aankopen. Zo zullen webwinkels en platforms als gevolg van de «New Deal» voor consumenten meer informatie moeten gaan geven over de manier waarop hun rangschikking tot stand komt.
  • Mededinging en digitalisering
    • In mei 2019 heeft EZK een Kamerbrief gepubliceerd met de beleidsinzet over het mededingingsbeleid in de digitale economie. Omdat de grote platforms in heel de EU actief zijn, zullen de vervolgacties op Europees niveau plaats moeten vinden. In 2020 zal EZK zich daarom in Europa bij de nieuwe Europese Commissie en andere lidstaten sterk gaan maken om haar beleidsinzet te realiseren. Dit moet ervoor zorgen dat de concurrentie in de digitale economie wordt geborgd, zodat consumenten en ondernemers hun autonomie en keuzevrijheid behouden en zo de kansen die de platformeconomie biedt optimaal kunnen benutten.
Allego: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
  • Tabel 84 Door bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerond
    • Omschrijving: De minister zegt toe met betrekking tot laadpunten: Vanuit implementatie EPBD III wordt hieraan gewerkt. In najaar 2019 wordt Tweede Kamer geïnformeerd over eisen aan aantal oplaadpunten en laadinfrastructuur.
    • Toegezegd in: Algemeen overleg Energiebesparing en energieprestatie van gebouwen d.d. 21 februari 2019 (Kamerstukken II, 2018/19, 30196, nr. 637)
    • Voortgangsinformatie Parlement: De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2019 geïnformeerd.(blz 258)
Netflix: Begroting Financiën + Belastingplan
  • Belastingontwijking en -ontduiking
    • Het kabinet wil de strijd tegen belastingontwijking en belastingontduiking voortvarend voortzetten. Een belangrijke aankomende maatregel om de belastinggrondslag te beschermen, is de implementatie van de tweede Europese richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking (Anti Tax Avoidance Directive 2, kortweg ATAD2). ATAD2 beoogt te voorkomen dat belastingplichtigen gebruik kunnen maken van structuren, waarbij door kwalificatieverschillen tussen belastingstelsels (zogenoemde hybridemis-matches) de belasting in Nederland of in een ander land wordt ontweken. Daarnaast wil dit kabinet een eind maken aan het gebruik van het Nederlands belastingstelsel voor doorstroomactiviteiten naar laagbelastende landen. Daarom dient het kabinet een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in ter invoering van een conditionele bronbelasting op rente en royalty’s. Toch zal wetgeving alleen niet de oplossing zijn. Het bedrijfsleven en belastingadviseurs vervullen vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid hierin ook een essentiële rol. De ontwikkeling van een «tax governance code» kan verder invulling geven aan die maatschappelijke verantwoordelijkheid.”
  • Belastingplanpakket

    • In het Belastingplanpakket is een veelheid aan maatregelen opgenomen. Het pakket bestaat uit zes wetsvoorstellen. Het grootste deel van de voorgestelde maatregelen wordt per 1 januari 2020 van kracht en in een enkel geval per 1 januari 2021. Met het Belastingplan 2020 wordt onder meer voorgesteld om een bronbelasting in te voeren op rente en royalty’s. De bronbelasting is verschuldigd over iedere directe rente- of royaltybetaling die binnen concernverband wordt gedaan door – kort gezegd – een Nederlands bedrijf aan een bedrijf in een land dat is opgenomen op de Nederlandse lijst van laagbelastende landen. Hiermee wil het kabinet een eind maken aan het gebruik van het Nederlands belastingstelsel voor doorstroomactiviteiten naar laagbelastende landen.
  • Belastingplan
    • In het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2021 wordt een bronbelasting geïntroduceerd die van toepassing zal zijn bij een rente- of royaltybetaling door een in Nederland gevestigd lichaam aan een in een laagbelastende jurisdictie gevestigd gelieerd lichaam en in misbruiksituaties. Deze bronbelasting dient ertoe te voorkomen dat Nederland nog langer wordt gebruikt als toegangspoort naar laagbelastende jurisdicties en om het risico van belastingontwijking door het verschuiven van de (Nederlandse) belastinggrondslag naar laagbelastende jurisdicties te verkleinen.
Afvalfonds: Infrastructuur en Waterstaat
  • Circulaire economie
    • In het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis is eenmalig (voor 2019 en 2020) een bedrag van € 80 miljoen ten behoeve van IenW vrijgemaakt. Met deze middelen worden onder andere circulaire projecten in de grond-, weg- en waterbouw en de kunststoffenketen gestimuleerd. In 2020 en latere jaren wordt de besteding van die middelen gekoppeld aan het Klimaatakkoord. Hiervoor wordt in 2020 € 5 miljoen van de Klimaatenveloppe van het kabinet ingezet voor het realiseren van circulaire projecten die tegelijk tot reductie van de CO2-uitstoot leiden. In het aangekondigde Urgenda-pakket is tevens een heffing op het verbranden en storten van buitenlands afval opgenomen. (p.18-19)
  • Verpakkingen en plastic
    • Voor het tegengaan van plastic soep en het voorkomen van zwerfafval kent Nederland een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie-doelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Het tweede spoor betreft het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. De voortgang en de realisatie van de doelstellingen worden gemonitord door Rijkswaterstaat, hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) bijzondere aandacht geschonken aan minder blikjes in het zwerfafval. Om een extra impuls te geven aan het minder gebruiken van plastics en meer recyclen en toepassen van plastics, is een ambitieus Plastic Pact NL gesloten met 75 koplopers in het bedrijfsleven en andere maatschappelijk betrokken organisaties. Dit pact loopt vooruit op de implementatie van de Europese Single Use Plastics (SUP) richtlijn. De resultaten worden jaarlijks gemonitord en begin 2020 zal de nulmeting en een eerste voortgangsmeting aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. De aanpak met het Plastic Pact wordt daarnaast opgeschaald binnen Europa.IenW ondersteunt het initiatief van Nederlandse en Europese festivalorganisatoren om zich te ontwikkelen tot circulaire festivals als vervolg op de lopende Green Deal Afvalvrije Festivals en wil ook met andere sectoren tot soortgelijke afspraken komen. Ook is voor het tegengaan van microplastics € 10 miljoen beschikbaar gesteld uit de Enveloppe Natuur en waterkwaliteit voor de periode 2018–2021, wat via het Deltafonds wordt uitgegeven. Voorts worden met de e-commerce sector afspraken gemaakt over het verduurzamen van haar verpakkingen. (p.19)
  • Rollen en verantwoordelijkheden
    • Regisseren: Duurzaamheid moet expliciet onderdeel uit gaan maken van afwegingen en besluiten van organisaties en individuen in Nederland. Om dit te bereiken worden belemmeringen weggenomen, instrumenten ontwikkeld en samenwerkingsverbanden georganiseerd met de maatschappelijke partners. De Minister is hierbij verantwoordelijk voor het met behulp van de minimumstandaarden in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) verder realiseren van hoogwaardige afvalverwerking;
    • Stimuleren: Zowel producenten als consumenten moeten concrete stappen kunnen zetten naar een meer circulaire economie. Om dit te bereiken steunt IenW duurzame initiatieven in de samenleving. Daarom stimuleert de Minister in samenwerking met andere ministers: De verduurzaming van productketens waarbij bedrijven worden gestimuleerd om efficiënter om te gaan met grondstoffen, kringlopen verder te sluiten en meer waarde uit afval te halen. Hiertoe worden partijen gefaciliteerd via bijvoorbeeld de Transitieagenda’s, aanpassing van regelgeving, Green Deals en ketenprojecten; Samenwerking met andere organisaties om begrippen als «duurzaam consumeren» en «maatschappelijk verantwoord ondernemen» concreet en hanteerbaar te maken voor (kleine) bedrijven en burgers
    • Investeringen in productietechnieken met minder milieudruk. Bijvoorbeeld door het stimuleren van de aanschaf van milieuvriendelijke producten of bedrijfsmiddelen door middel van financiële stimulering (MIA/VAMIL en DEI+) en Groen Beleggen;
    • Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) bij zowel het Rijk als decentrale overheden te vergroten/versterken, met speciale aandacht voor klimaatneutraal en circulair inkopen. (blz 111)
  • Indicatoren en kerngetallen: Landelijk Afvalplan (LAP)
    • “Voor het afvalbeleid zijn doelen vastgesteld in het Landelijk Afvalplan (LAP), waaronder:Beperking van het afval aanbod door huishoudens en bedrijven, bevordering van afvalscheiding en (voorbereiding voor) nuttig hergebruik, liefst door hoogwaardige recycling. LAP3 is eind 2017 in werking getreden.Preventie van afvalstoffen, zodanig dat de in de periode 1985–2014 bereikte ontkoppeling tussen de ontwikkeling van het Bruto Binnen-lands Product (BBP) en de ontwikkeling van het totale afvalaanbod wordt versterkt. Dit houdt in dat het totaal afvalaanbod in 2023 niet groter mag zijn dan 61 Mton en in 2029 niet groter mag zijn dan 63 Mton.Het van 2012 tot 2022 halveren van de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» via afvalverbrandingsinstallaties en/of stortplaatsen (in 2012 betrof dit bijna 10 Mton).”
    • “Onderstaande grafieken geven een beeld van de ontwikkeling van het Nederlands afval. De eerste grafiek (grafiek 1) laat de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» zien als percentage van die hoeveelheid in het basisjaar 2012. Grafiek 2 laat de verhoudingen zien tussen afvalverwerking (storten, recyclen en verbranden) over de jaren. Grafiek 3 is een weergave van het werkelijke afvalaanbod versus het afvalaanbod als het de ontwikkeling van het bbp zou volgen. De ambitie is om de hoeveelheid afval die wordt gestort of verbrand terug te brengen met 50% van 10 Mton in 2012 naar 5 Mton in 2022. Dat moet bereikt worden door inzet in de gehele keten, door van de ontwerp- tot aan de afvalfase te werken aan preventie, hergebruik en recycling. De hoeveelheid huishoudelijk restafval is afgenomen terwijl de hoeveelheid bedrijfsafval is toegenomen. Het is aannemelijk dat bij dat laatste de aantrekkende economie een rol speelt.” (p.112)
  • Zwerfafval
    • “In de brief «Naar een circulaire verpakkingsketen» (Kamerstukken II 2017–2018 28 694, nr. 135) zijn de afspraken met het verpakkend bedrijfsleven over de aanpak van kleine plastic flesjes in het zwerfafval weergegeven. Besloten is tot een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie-doelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Daarmee wordt een belangrijke impuls gegeven aan circulariteit. Het tweede spoor betreft het voorbereiden van het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes, voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. In 2019 is de daartoe benodigde wijziging van het Besluit beheer verpakkingen opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. De voortgang en realisatie van de doelstellingen worden gemonitord en hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) bijzondere aandacht geschonken aan minder blikjes in het zwerfafval. IenW zal hierbij graag partner zijn.” (p.115)
  • Derde circulaire economiepakket
    • “Het derde circulaire economiepakket dat de Europese Commissie op 16 januari 2018 heeft gepubliceerd, versterkt en ondersteunt evenals de beide vorige pakketten de Nederlandse ambities voor een circulaire economie voor de komende periode. Het pakket bevat, naast een rapport over kritieke primaire grondstoffen, de kunststoffenstrategie en het snijvlak van stoffen-, product- en afvalstoffenwetgeving, tevens het raamwerk voor monitoring van de transitie naar een circulaire economie. Op 4 maart 2019 presenteerde de Europese Commissie een rapport waarin werd geconcludeerd dat alle 54 acties van het derde circulaire afvalpakket ofwel afgerond waren ofwel doorlopen tot na 2019. Er worden komende tijd vier wijzigingsrichtlijnen met betrekking tot afvalstoffen in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd (te weten: de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen, de verpakkingenrichtlijn, de wijzigingsrichtlijn autowrakken, accu’s, batterijen en afgedankte elektronische apparatuur en de richtlijn storten van afvalstoffen. De voornaamste wijzigingen betreffen de doelstelling voor inzameling van huishoudelijk afval, uitfaseren van storten, uitbreiding van de producenten verantwoordelijkheid, afvalpreventie, en verbetering in de toepassing van de concepten «einde-afval» en «bijproducten».” (p.115)
  • Belasting
    • Belasting op storten en verbranden “Per 1 januari 2019 heeft reeds een verhoging plaatsgevonden van de belasting op storten en verbranden. Het doel hiervan is om het verbranden en storten van restafval te ontmoedigen en daarmee scheiden van afval en hoogwaardig hergebruik van deelstromen te bevorderen.”Afvalstoffenbelasting “In 2020 wordt verder gevolg gegeven aan het vormgeven van de in het regeerakkoord opgenomen verbreding van de afvalstoffenbelasting. Ook wordt bezien met welke andere prikkels de circulaire economie het beste kan worden ondersteund. De in 2019 uitgevoerde analyse van de bestaande prikkels op het gebied van storten, verbranden en nuttig toepassen zal daarvoor als basis dienen.” (p.116)
  • Duurzame Productketens: Opdrachten
    • “De opdrachten hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken op het gebied van het afvalbeleid (onder andere de uitvoering van het LAP3). Daarnaast heeft dit betrekking op opdrachten voor de uitvoering van o.a.: de rijks-brede coördinatie van het CE-programma, de monitoring van de voortgang en effecten, de uitvoering van een aantal doorsnijdende thema’s uit de kabinetsreactie (zoals producentenverantwoordelijkheid, versnellingshuis, communicatie en circulair ontwerpen) en de versnelling en opschaling van de transitieagenda’s waar IenW voor verantwoordelijk is.”
    • In het kader van het Klimaatakkoord worden middelen uit de klimaatenveloppe ingezet ter stimulering van: - Ketenaanpak, Circulair ontwerp van producten en diensten in grondstoffenketens, hergebruik consumptiegoederen via ambachts-centra, ketensamenwerking en versnellingsteams, inclusief afvalpreventie - Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden - Recycling en hergebruik van (bio)plastics en textiel” (p.119)
Universiteit van Amsterdam (UvA): Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Innovatie
    • [p.14-15] "Innovatie staat voor vooruitgang. Innovatieve producten, processen en diensten bieden nieuwe mogelijkheden voor de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, creëren productiviteitsgroei en houden bedrijven concurrerend in een internationaal speelveld. EZK stimuleert innovatie op drie manieren. Ten eerste verlagen we de drempel voor bedrijven om te investeren in onderzoek en ontwikkeling, bijvoorbeeld met een fiscaal instrument als de WBSO. Dat doen we voor grote en kleine bedrijven, voor gevestigde bedrijven en voor uitdagers. Ten tweede richten we ons op goede onderzoekers en kennis- en onderzoeksvoorzieningen. De beste onderzoekers en voorzieningen zijn nodig om binnenlandse en buitenlandse bedrijven, investeerders en talent voor Nederland te laten kiezen. EZK en LNV richten zich hierbij op toegepast onderzoek bij de TO2»s (TNO, Wageningen Research, Deltares, NLR en Marin), waar OCW primair gaat over universiteiten en hogescholen. Een goed onderzoeksklimaat zorgt er ook voor dat Nederlandse kennisorganisaties, publiek en privaat, optimaal gebruik kunnen maken van Europese onderzoeksmiddelen. Ten derde stimuleert en ondersteunt EZK de samenwerking tussen publieke en private partijen (PPS). We helpen partijen elkaar te vinden en afspraken te maken over samenwerking.Dat doen we regionaal (met provincies), nationaal (ook met andere departementen), maar ook internationaal (via het netwerk van innovatie-attachés en via het Horizon-programma van de EU).

      In het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid staan de economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en de ontwikkeling van sleuteltechnologieën centraal. Deze aanpak bouwt voort op de bestaande publiek-private samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. In 2020 en verder wordt toegewerkt naar het realiseren van vijfentwintig missies verdeeld over vier thema’s (Energietransitie en Duurzaamheid; Landbouw, Water en Voedsel; Gezondheid en Zorg; en Veiligheid) en versterkt ingezet op sleuteltechnologieën. Per maatschappelijk thema is een Kennis- en Innovatieagenda (KIA) opgesteld, met innovatieprogramma’s die bijdragen aan het realiseren van de missies en een strategie voor valorisatie en marktcreatie. Daarin is onder meer aandacht voor de rol van de overheid bij de implementatie van kennisinnovaties in het MKB en om de vraag naar innovaties te stimuleren door het creëren van nieuwe markten. Verder stellen de Topsectoren ook dit jaar weer een agenda op voor human capital en internationalisering. Door het aanbrengen van een focus op missies worden de innovatiekrachten gebundeld en wordt gericht toegewerkt naar innovaties die Nederland duurzamer, gezonder en veiliger maken én de Nederlandse concurrentiekracht versterken.

      Voor sleuteltechnologieën worden Meerjarige Programma’s ontwikkeld, onder andere gericht op kunstmatige intelligentie, fotonica en kwantum- en nanotechnologie. Investeringen in sleuteltechnologieën zijn een vliegwiel voor baanbrekende innovaties, die een belangrijke basis vormen voor verdere welvaartsgroei. We zoeken met het innovatiebeleid nadrukkelijk naar versterkte samenwerking binnen Europa. Het vernieuwde nationale beleid sluit goed aan op het nieuwe onderzoeks- en innovatiebeleid dat de EU nu ontwikkelt (Horizon Europe, de Europese investeringsfondsen en het EUREKA programma). Daarin staan de maatschappelijke uitdagingen en sleutel-technologieën ook steeds meer centraal."
  • Startup- en scale-up beleid 
    • [p.20] "Het kabinet heeft de ambitie dat Nederland zich ontwikkelt tot één van de sterkste startup-ecosystemen van de wereld. In 2020 wordt daarom uitvoering gegeven aan het vierjarige programma voor startups en scale-ups.26 Doel van het programma is om het ondernemersklimaat voor deze groep ambitieuze, innovatieve technologiebedrijven verder te versterken en koploper in Europa te worden. De focus ligt op het verbeteren van de toegang voor innovatieve bedrijven tot kapitaal, gekwalificeerd personeel (talent), kennis, de overheid en internationale markten en klanten. Hierbij werkt EZK nauw samen met Buitenlandse Zaken door bijvoorbeeld de inzet van BZ-startup liaison officers en collectief startup-beursbezoeken. Onderdeel van het programma is de aandacht voor de doorgroei van startups naar scale-ups met maatschappelijke en economische betekenis, omdat Nederland daar ten opzichte van andere landen achterloopt. De overheid voert het programma uit in samenwerking met de partners die verbonden zijn in het initiatief TechLeap.NL (voorheen StartupDelta) met Constantijn van Oranje als ambassadeur. Om innovatieve bedrijven aan elkaar, de overheid, kennisinstellingen en investeerders te koppelen, wordt daarnaast samen met de Amerikaanse organisatie CTA het evenement «Consumer Electronics Show (CES) Unveiled» in het najaar van 2019 georganiseerd. Daarnaast is Nederland in overleg met CTA over de organisatie van CES Europe."
  • Techniekpact
    • [p.20] "Met het Techniekpact wordt verder gebouwd op de reeds ingezette koers naar een bredere inzet op menselijk kapitaal, onder andere door een explicietere verbreding naar technologie en meer verwevenheid met maatschappelijke uitdagingen als digitalisering en de klimaat- en energietransitie. Hierbij zijn ook de behoeften op het gebied van human capital die voortkomen uit het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid van belang. Daarbij is de aandacht steeds meer verbreed naar het gehele mkb. Door onder andere digitalisering verdwijnen traditionele beroepen en worden van de werknemer van de toekomst andere vaardigheden gevraagd. Het Techniekpact is een integraal actieprogramma waarbij het naast personeelstekorten (werkgevers) en leven lang ontwikkelen (werknemers) ook gaat om arbeidsmarktgericht opleiden (onderwijs) en het realiseren van maatschappelijke uitdagingen (geen klimaatresultaten zonder de mensen die windmolens kunnen aanleggen). Begin 2020 wordt het Techniekpact geëvalueerd door een onafhankelijke partij, waarbij met name gekeken wordt naar lessen voor de toekomst."
  • Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
    • [p.42] "Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden. In 2020 zet EZK in op het bundelen van de krachten om kansen voor Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze te benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (2019)37. Als vervolgstap wordt een meerjarig programma voor kennis en innovatie ontwikkeld in publiek privaat verband. De aanpak in 2020 is onder andere gericht op het organiseren van een breed samengestelde coalitie voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, ketens voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), datadelen, kennisontwikkeling voor verantwoorde AI en synergie met Europa. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid."
Universiteit van Amsterdam (UvA): Begroting Ministerie van Onderwijs en Cultuur
  • Onderzoek van wereldformaat
    • [p. 18-19] "Nederlandse onderzoekers behoren tot de wereldtop. We willen onze positie behouden en versterken. In de brief Nieuwsgierig en betrokken beschreven wij onze ambities voor het wetenschapsbeleid voor de komende jaren. We streven naar 100% open access in 2020 (het percentage over 2017 is 50%). Dit zou betekenen dat dan alle wetenschappelijke publicaties voor iedereen gratis toegankelijk zijn.Onderzoek staat in nauwe verbinding met de maatschappij. Komend jaar bouwen we die verbinding uit met de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). De middelen die hiervoor beschikbaar zijn stijgen tot € 130 miljoen. Via de NWA stimuleren we multidisciplinaire samenwerking in de volle breedte van de wetenschap via 25 routes. De gehonoreerde consortia uit de eerste call voor langjarige onderzoeksfinanciering komen volgend jaar op stoom. Voor de onderwerpen die aangedragen zijn door de vakdepartementen zullen in 2020 calls gelanceerd worden op acht onderwerpen, waaronder digitale innovaties en werk, economische veerkracht van vrouwen, encryptie, herstel biodiversiteit en vernieuwing toezicht. Voor de ideeëngenerator voor creatieve, spannende en innovatieve onderzoeksideeën zijn er komend jaar twee aanvraagrondes.

      Naar aanleiding van het advies van de commissie Van Rijn hebben we besloten om met ingang van 2020 in totaal € 60 miljoen over te hevelen van de middelen van NWO (tweede geldstroom) naar de universiteiten (eerste geldstroom). Door de middelen niet via NWO te verdelen maar direct aan de universiteiten toe te kennen, neemt de matchingsdruk bij universiteiten af en ontstaat meer vrije financiële ruimte bij hen. De universiteiten werken samen met NWO en de KNAW aan een voorstel om de overheveling op te laten lopen tot € 100 miljoen. Op basis daarvan wordt over de invulling van de resterende overheveling besloten. De prioriteiten uit het Regeerakkoord worden hierbij ontzien en de overheveling moet leiden tot meer samenwerking en profilering. Naar aanleiding van de motie van Meenen onderzoeken we op dit moment of de over te hevelen sectormiddelen voor bèta/techniek ten goede kunnen komen aan de algemene universiteiten.

      Ook op Europees niveau zijn wij actief om onze doelen te bereiken. Wij dringen aan op een andere manier van onderzoeksbeoordeling, omdat de huidige focus op citatiescores niet voldoende zegt over de kwaliteit van wetenschap. Wij willen dat er ook aandacht is voor wetenschap met maatschappelijke impact, goede verbinding met onderwijs en academisch leiderschap. Na de Europese Gender Summit in oktober 2019 gaan wij een nationaal actieplan maken voor diversiteit in de wetenschap. Voor de nieuwe Europese begroting legt het Regeerakkoord de nadruk op een modernere Europese begroting die meer is gericht op onderzoek en innovatie. Onze uitgangspunten voor het Europese onderzoeksprogramma Horizon Europe hebben een duidelijke plek gekregen in het akkoord: Excellentie, impact en open science. In 2020 krijgen wij met de tweejarige Balans van de Wetenschap inzicht in de positie van wetenschap in Nederland ten opzichte van andere landen. Wij blijven ons voor deze lijnen en uitgangspunten inzetten.Ook onderzoeken we samen met de andere departementen in hoeverre aanvullende maatregelen gewenst zijn met betrekking tot de risico’s van ongewenste kennis- en technologieoverdracht in het academisch onderwijs en onderzoek en op welke manier een brede kennisregeling kan worden opgezet."
Universiteit van Amsterdam (UvA): Begroting Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Een goed beschermde digitale samenleving; veilig en betrouwbaar
    • [p.16] "We willen als overheid maatschappelijke doelen bereiken en dienen daarbij continu een afweging te maken tussen verschillende publieke waarden. Om een slag concreter te worden: publieke waarden zoals non-discriminatie en keuzevrijheid zijn bepalend voor hoe de overheid omgaat met vraagstukken zoals datagebruik en de inzet van algoritmes. ‘NL DIGIbeter: Data Agenda Overheid’ bevat maatregelen gericht op verantwoorde inzet en hergebruik van (open) overheidsdata en transparante overheidsalgoritmen waarop effectief toezicht wordt gehouden. Ontwikkelingen op het gebied van Artificial Intelligence (AI) bieden zowel kansen als risico’s. Wanneer de overheid AI inzet dient dit op een verantwoorde en transparante wijze te gebeuren. We gaan hierbij op zoek naar wat technisch kan, wat juridisch mag en wat ethisch verantwoord is. Dit doen we door te experimenteren en innovaties uit de markt te benutten."
  • Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving
      • [p.83] Overheidsdienstverlening 
        Er wordt subsidie verstrekt aan het Electronic Commerce Platform Nederland (ECP) ter versterking van het maatschappelijk debat over de impact van nieuwe technologieën en om innovatie te stimuleren rond blockchain en Artificial Intelligence. Ten behoeve van verbetering van de overheidsdienstverlening in de informatiesamenleving wordt onder andere subsidie verleend aan proeftuinen en lokale initiatieven. Dit is een voortzetting van het beleid dat in 2019 is gestart. Daarnaast worden middelen verstrekt aan de alliantie Digitaal Samenleven om meer inzicht te krijgen in de digitale interactie met mensen. Bovendien worden incidentele (project)subsidies beschikbaar gesteld aan aangesloten publieke en private partners voor de uitvoering van gemeenschappelijke uitdagingen.

     

      • [p.84] Informatiebeleid
        Toegankelijke overheidsinformatie versterkt de informatiepositie van burgers en bedrijven en draagt bij aan de publieke verantwoording van de overheid. Het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant. Dit betreft een wettelijke taak. De productie van deze publicaties vindt plaats bij Sdu. Daarnaast werkt het Ministerie van BZK aan een adequaat informatiebeveiligingsbeleid. Hiervoor wordt onder andere de overheidsbrede i-bewustzijnaanpak en het interbestuurlijk ondersteuningsprogramma voor de implementatie van de overheidsbrede Baseline Informatiebeveiliging Overheid gecontinueerd en wordt er een verdere impuls gegeven aan het overheidsbreed oefenen met incident.

     

      • [p.84] Informatiesamenleving
        Het kabinet heeft met NL DIGITAAL: Data Agenda Overheid (Kamerstukken II, 2018/19, 26643, nr. 597) haar ambitie op het gebied van datagebruik door de overheid met concrete acties uiteengezet. Dit gaat om het bevorderen van (de kwaliteit van) open data, verantwoord datagebruik en meer datagedreven werken.In het kader van NL DIGITAAL organiseert het Ministerie van BZK de maatschappelijke dialoog over de impact van nieuwe technologie op publieke waarden en grondrechten. Doel is om onder alle groepen in de samenleving bewustwording hierover te creëren en het gesprek aan te gaan wat digitalisering voor hen betekent. Hiervoor organiseert het ministerie onder andere bijeenkomsten en congressen en worden communicatiematerialen zoals lespakketten ontwikkeld.Randvoorwaardelijk voor goed beleid op het gebied van technologische ontwikkeling is gedegen onderzoek. Het ministerie laat daarom onder meer onderzoek doen naar kunstmatige intelligentie, gedragsbeïnvloedende technologie en algoritmen. De VNG ontvangt een bijdrage van het Ministerie van BZK om met gemeenten en CBS te werken aan het verder ontwikkelen, bestendigen en opschalen van dataoplossingen op het gebied van armoede, schulden en ondermijning.

     

    • [p.84] Overheidsdienstverlening
      Tot de digitale vaardigheden behoort ook het digitaal bewustzijn, wat in 2020 een van de speerpunten is. Mensen moeten weten hoe ze verantwoord met hun digitale identiteit omgaan. Op basis van de uitkomsten van onderzoeken op dit terrein zal de strategie bepaald worden welke activiteiten in 2020 worden ingezet om dit doel verder te bereiken. Daarnaast verstrekt het Ministerie van BZK een opdracht aan stichting Routerings Instituut (inter)Nationale Informatiestromen (RINIS) voor het beheer en de doorontwikkeling van het nationale knooppunt in het eDelivery-netwerk voor internationale gegevensuitwisseling tussen overheidspartijen.
AVR: Miljoenennota
  • Inkomsten en uitgaven Rijksoverheid
    • "Vanaf volgend jaar verbreedt de regering de SDE+. Naast hernieuwbare energie zullen dan ook andere technieken die leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen, voor subsidie in aanmerking komen. In de nieuwe regeling, de SDE++, zullen technieken gerangschikt gaan worden op subsidiebehoefte per ton CO2-reductie." (p.36)
  • EB Stadsverwarmingsregeling
FMN: Begroting Infrastructuur en Waterstaat
  • Marktordening spoor 
    • [p. 14] "In 2020 wordt een besluit genomen over de vervoerconcessie voor een hoofdrailnet (HRN) na 2024. Hierbij wordt er gekeken naar:
    • - De vraag of de volgende vervoerconcessie onderhands wordt gegund of wordt aanbesteed.
    • - De reikwijdte van een hoofdrailnet. Onderdeel hiervan is onderzoek naar de mogelijke decentralisatie van één of meerdere lijnen die in het regeerakkoord worden genoemd en onderzoek naar de positie van de hogesnelheidslijn."
  • Ordening en sturing
    • [p. 69-70] “In het voorjaar van 2020 neemt de Staatssecretaris een integraal besluit over de ordening en sturing op het spoor na 2024. Dan loopt de vervoer-concessie op het hoofdrailnet af. Om in 2020 een gedegen besluit te kunnen nemen heeft de Staatssecretaris de Kamer per brief van 28 november 2017 (Kamerstukken II, 29 984, nr 733), 30 mei 2018 (Kamerstukken II, 29 984, nr. 768) en 15 mei 2019 (Kamerstukken II, 29 984 nr. 849) geïnformeerd over de onderzoeken die worden uitgevoerd («bouwstenen») t.b.v. de besluitvorming. Het belangrijkste element van het besluit is de keuze of de nieuwe vervoerconcessie na 2024 voor het hoofdrailnet onderhands aan NS wordt gegund of wordt aanbesteed. Daarbij is ook van belang welke omvang het hoofdrailnet dan heeft. Daarnaast wordt bezien, conform afspraken in het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34), wat de verschillende opties voor het eigendom en de exploitatie van de stations zijn. En de Staatssecretaris beziet in hoeverre randvoorwaardelijke maatregelen nodig zijn om het gelijke speelveld op de spoormarkt te blijven borgen en de gevolgen van de Europese introductie van open toegang tot het binnenlandse netwerk in goede banen te leiden. De resultaten van het onderzoek naar de effecten van openbaar aanbesteden van het openbaar vervoer worden betrokken bij het integrale besluit. In de eerste helft van 2020 zijn ook de resultaten van de midterm review (MTR) van de NS-vervoerconcessie op het hoofdrailnet bekend. Hierover zijn afspraken gemaakt in de vervoerconcessie. De MTR-resultaten worden vervolgens ook betrokken bij de integrale besluitvorming over de ordening en sturing op het spoor na 2024."
    • [p. 70] "In 2020 wordt de behandeling van de Instellingswet van het ZBO ProRail in de Tweede Kamer afgerond en wordt dit voorstel ingediend bij de Eerste Kamer. Ook zal de lagere regelgeving voor advies worden aangeboden aan de Raad van State. Door ProRail wordt in samenwerking met andere partijen in opdracht van het Ministerie van IenW gewerkt aan de verbetering van het spoor, toegankelijke stations en nieuwe fietsparkeervoorzieningen. Daarnaast zal het station Driebergen-Zeist opgeleverd worden. Ook op het gebied van spoorveiligheid worden de overwegenaanpak en het programma ERTMS doorgezet. Nadat in 2019 de programmabeslissing ERTMS is genomen zal 2020 het jaar worden dat volledig staat in het teken van de start van de aanbesteding en realisatie. De aanbestedingsprocedures voor de infrastructuur en het materieel worden in volle gang gezet en zullen deels worden voltooid.”
AVR: Begroting van Infrastructuur en Waterstaat
  • Circulaire economie
    • "Circulaire economie is een speerpunt van dit kabinet; in haar laatste milieurapport heeft de Europese Commissie Nederland hierop toonaangevend genoemd. Bovendien draagt circulaire economie bij aan de klimaatdoelstellingen van Nederland. De ambitie is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van het nationale verbruik van primaire grondstoffen. Om de transitie te versnellen is het belangrijk dat alle betrokken partijen met elkaar aan de slag gaan en dat kennis, ook internationaal wordt gedeeld tussen inkopers, opdrachtgevers, bedrijven, overheden en financiers. Hopelijk biedt de tweede conferentie Circulaire economie in februari 2020 weer een goed platform voor die uitwisseling. Ook worden in 2020 de voorbereidingen getroffen voor het World Circular Economy Forum dat waarschijnlijk begin 2021 in Nederland wordt georganiseerd. De inspanningen moeten niet alleen op nationaal niveau plaatsvinden, maar ook regionaal. Projecten op het gebied van circulaire economie die bijdragen aan nationale CO2-reductie, kunnen daarnaast ondersteund worden met middelen die zijn vrijgemaakt voor de klimaatopgave. In het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis is eenmalig (voor 2019 en 2020) een bedrag van € 80 miljoen ten behoeve van IenW vrijgemaakt. Met deze middelen worden onder andere circulaire projecten in de grond-, weg- en waterbouw en de kunststoffenketen gestimuleerd. In 2020 en latere jaren wordt de besteding van die middelen gekoppeld aan het Klimaatakkoord. Hiervoor wordt in 2020 € 5 miljoen van de Klimaatenveloppe van het kabinet ingezet voor het realiseren van circulaire projecten die tegelijk tot reductie van de CO2-uitstoot leiden. In het aangekondigde Urgenda-pakket is tevens een heffing op het verbranden en storten van buitenlands afval opgenomen." (p.18-19)
    • Programma nederland circulair: transitie-agenda’s
    • "Het Rijk zet zich samen met andere maatschappelijke partijen in om de transitie naar een circulaire economie te versnellen en op te schalen. In het kader van het Rijks-brede Programma Nederland Circulair heeft het Rijk deze ambitie verder geoperationaliseerd per prioriteit, keten of grondstoffenstroom. Daarbij zijn de gewenste effecten op milieu, leveringszekerheid en economisch concurrentievermogen leidend.
    • In het uitvoeringsprogramma uit 2019 zijn de activiteiten gepresenteerd binnen vijf transitieagenda’s en binnen de dwarsdoorsnijdende thema’s. Om uitvoering te geven aan de transitieagenda’s is op de IenW begroting in totaal € 16 miljoen vrijgemaakt voor 2019 en 2020. Het PBL zal de komende jaren de resultaten monitoren en eind 2019 een eerste voortgangsrapportage opleveren. Vanaf 2020 ontvangt de Kamer jaarlijks voor de zomer een actualisering van het uitvoeringsprogramma." (p.19)
    • Verpakkingen en plastic
    • "Voor het tegengaan van plastic soep en het voorkomen van zwerfafval kent Nederland een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie-doelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Het tweede spoor betreft het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. De voortgang en de realisatie van de doelstellingen worden gemonitord door Rijkswaterstaat, hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) bijzondere aandacht geschonken aan minder blikjes in het zwerfafval. Om een extra impuls te geven aan het minder gebruiken van plastics en meer recyclen en toepassen van plastics, is een ambitieus Plastic Pact NL gesloten met 75 koplopers in het bedrijfsleven en andere maatschappelijk betrokken organisaties. Dit pact loopt vooruit op de implementatie van de Europese Single Use Plastics (SUP) richtlijn. De resultaten worden jaarlijks gemonitord en begin 2020 zal de nulmeting en een eerste voortgangsmeting aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. De aanpak met het Plastic Pact wordt daarnaast opgeschaald binnen Europa.
    • IenW ondersteunt het initiatief van Nederlandse en Europese festivalorganisatoren om zich te ontwikkelen tot circulaire festivals als vervolg op de lopende Green Deal Afvalvrije Festivals en wil ook met andere sectoren tot soortgelijke afspraken komen. Ook is voor het tegengaan van microplastics € 10 miljoen beschikbaar gesteld uit de Enveloppe Natuur en waterkwaliteit voor de periode 2018–2021, wat via het Deltafonds wordt uitgegeven. Voorts worden met de e-commerce sector afspraken gemaakt over het verduurzamen van haar verpakkingen." (p.19)
    • Kleding en textiel
    • "Kleding en textiel hebben na voedsel de grootste ecologische voetafdruk. Er wordt in deze keten bijvoorbeeld veel verspild als gevolg van «fast fashion». Ook is er onvoldoende transparantie over de productieprocessen en loopt de kwantiteit en kwaliteit van de inzameling, sortering en recycling achter op andere materiaalstromen zoals glas, papier en plastic. Daarbij neemt de export van herbruikbare kleding en textiel naar ontwikkelingslanden af, mede door de afnemende kwaliteit van ingezamelde kleding. In 2019 zal -mede op basis van het plan dat de sector zelf opstelt- een beleidsprogramma textiel worden opgesteld dat het hoofd moet bieden aan deze ongewenste ontwikkelingen. De uitvoering van het programma begint in 2020." (p.20)
    • PBL monitoring circulaire economie
    • "Voor het Rijksbrede programma Circulaire Economie is door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in samenwerking met verschillende kennisinstellingen een monitoringprogramma ontwikkeld. Eén keer in de twee jaar levert PBL in dat verband een monitoringsrapportage op. Het andere jaar levert PBL een voortgangsrapportage op. Eind 2019 zal PBL de eerste voortgangsrapportage opleveren. Op basis daarvan wordt het uitvoeringsprogramma in 2020 geactualiseerd."(p.112)
    • Derde circulaire economiepakket
    • “Het derde circulaire economiepakket dat de Europese Commissie op 16 januari 2018 heeft gepubliceerd, versterkt en ondersteunt evenals de beide vorige pakketten de Nederlandse ambities voor een circulaire economie voor de komende periode. Het pakket bevat, naast een rapport over kritieke primaire grondstoffen, de kunststoffenstrategie en het snijvlak van stoffen-, product- en afvalstoffenwetgeving, tevens het raamwerk voor monitoring van de transitie naar een circulaire economie. Op 4 maart 2019 presenteerde de Europese Commissie een rapport waarin werd geconcludeerd dat alle 54 acties van het derde circulaire afvalpakket ofwel afgerond waren ofwel doorlopen tot na 2019. Er worden komende tijd vier wijzigingsrichtlijnen met betrekking tot afvalstoffen in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd (te weten: de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen, de verpakkingenrichtlijn, de wijzigingsrichtlijn autowrakken, accu’s, batterijen en afgedankte elektronische apparatuur en de richtlijn storten van afvalstoffen. De voornaamste wijzigingen betreffen de doelstelling voor inzameling van huishoudelijk afval, uitfaseren van storten, uitbreiding van de producenten verantwoordelijkheid, afvalpreventie, en verbetering in de toepassing van de concepten «einde-afval» en «bijproducten».” (p.115)
  • Duurzaamheid
    • Algemene Doelstelling
      "Bevorderen van de circulaire economie met als doelen het behouden van natuurlijke hulpbronnen, zicht op de economische keten en het gebruik van hulpbronnen, het verbeteren van de voorzieningszekerheid van grondstoffen, het verminderen van emissies en het versterken van de Nederlandse economie.
    • Rollen en verantwoordelijkheden
      Duurzaamheid moet expliciet onderdeel uit gaan maken van afwegingen en besluiten van organisaties en individuen in Nederland. Om dit te bereiken worden belemmeringen weggenomen, instrumenten ontwikkeld en samenwerkingsverbanden georganiseerd met de maatschappelijke partners. De Minister is hierbij verantwoordelijk voor:
      De transitie naar een circulaire economie (zoals uiteengezet in het Rijksbrede programma Circulaire Economie) die wezenlijk bijdraagt aan het verminderen van de milieudruk en het halen van de klimaatdoel-stelling, het verbeteren van de voorzieningszekerheid en het versterken van het verdienvermogen van de Nederlandse economie en het vitaal houden van ons natuurlijk kapitaal;
      - Het borgen van verduurzaming via wetgeving op nationaal, op EU- en internationaal niveau, bijvoorbeeld om de markt voor secundaire grondstoffen te vergroten, slim ontwerp van producten te stimuleren, het marktaandeel van circulaire producten te verhogen, ongewenste emissies te voorkomen, de kwaliteit van de leefomgeving in verdichte gebieden te verbeteren;
      - Het met behulp van de minimumstandaarden in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) verder realiseren van hoogwaardige afvalverwerking;
      - Het coördineren van beleid in Europees en in mondiaal verband om het internationale level playing field voor duurzaamheid te versterken;
      - Het toepassen van slimme marktprikkels door het beprijzen van milieuschade;
      - Het coördineren van het interdepartementale plan van aanpak Maatschappelijk Verantwoord Inkopen overheden 2015–2020." (p.111)
  • Klimaat- en Energieverkenning
    • "Het PBL zal in de Klimaat- en Energieverkenning met ingang van 2019 jaarlijks rapporteren over de voortgang in het beleid en de effecten daarvan dat is opgenomen in het klimaatakkoord. Daarin wordt ook aandacht besteed aan circulaire projecten die tevens een CO2-reductie realiseren." (p.112)
  • Landelijk Afvalplan (LAP)
    • “Voor het afvalbeleid zijn doelen vastgesteld in het Landelijk Afvalplan (LAP), waaronder:
      Beperking van het afval aanbod door huishoudens en bedrijven, bevordering van afvalscheiding en (voorbereiding voor) nuttig hergebruik, liefst door hoogwaardige recycling. LAP3 is eind 2017 in werking getreden.
      Preventie van afvalstoffen, zodanig dat de in de periode 1985–2014 bereikte ontkoppeling tussen de ontwikkeling van het Bruto Binnen-lands Product (BBP) en de ontwikkeling van het totale afvalaanbod wordt versterkt. Dit houdt in dat het totaal afvalaanbod in 2023 niet groter mag zijn dan 61 Mton en in 2029 niet groter mag zijn dan 63 Mton.
      Het van 2012 tot 2022 halveren van de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» via afvalverbrandingsinstallaties en/of stortplaatsen (in 2012 betrof dit bijna 10 Mton).” (p.112)
  • Ontwikkeling Nederlands afval
    • “Onderstaande grafieken geven een beeld van de ontwikkeling van het Nederlands afval. De eerste grafiek (grafiek 1) laat de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» zien als percentage van die hoeveelheid in het basisjaar 2012. Grafiek 2 laat de verhoudingen zien tussen afvalverwerking (storten, recyclen en verbranden) over de jaren. Grafiek 3 is een weergave van het werkelijke afvalaanbod versus het afvalaanbod als het de ontwikkeling van het bbp zou volgen. De ambitie is om de hoeveelheid afval die wordt gestort of verbrand terug te brengen met 50% van 10 Mton in 2012 naar 5 Mton in 2022. Dat moet bereikt worden door inzet in de gehele keten, door van de ontwerp- tot aan de afvalfase te werken aan preventie, hergebruik en recycling. De hoeveelheid huishoudelijk restafval is afgenomen terwijl de hoeveelheid bedrijfsafval is toegenomen. Het is aannemelijk dat bij dat laatste de aantrekkende economie een rol speelt.” (p.112)
  • Klimaatenveloppe
    • “Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord heeft het kabinet besloten om vanaf 2020 onderstaande reeks ter beschikking te stellen voor circulaire maatregelen voor het realiseren van de CO2-reductie doelstelling in 2030. De middelen komen uit de klimaatenveloppe en zijn bestemd voor de ontwikkeling van nieuwe technieken, demonstratie en pilotprojecten in het kader van onderstaande deelthema’s:” (p.115)
  • Zwerfafval
    • “In de brief «Naar een circulaire verpakkingsketen» (Kamerstukken II 2017–2018 28 694, nr. 135) zijn de afspraken met het verpakkend bedrijfsleven over de aanpak van kleine plastic flesjes in het zwerfafval weergegeven. Besloten is tot een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie-doelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Daarmee wordt een belangrijke impuls gegeven aan circulariteit. Het tweede spoor betreft het voorbereiden van het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes, voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. In 2019 is de daartoe benodigde wijziging van het Besluit beheer verpakkingen opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. De voortgang en realisatie van de doelstellingen worden gemonitord en hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) bijzondere aandacht geschonken aan minder blikjes in het zwerfafval. IenW zal hierbij graag partner zijn.” (p.115)
  • Belasting op storten en verbranden
    • “Per 1 januari 2019 heeft reeds een verhoging plaatsgevonden van de belasting op storten en verbranden. Het doel hiervan is om het verbranden en storten van restafval te ontmoedigen en daarmee scheiden van afval en hoogwaardig hergebruik van deelstromen te bevorderen.” (p.116)
  • Afvalstoffenbelasting
    • “In 2020 wordt verder gevolg gegeven aan het vormgeven van de in het regeerakkoord opgenomen verbreding van de afvalstoffenbelasting. Ook wordt bezien met welke andere prikkels de circulaire economie het beste kan worden ondersteund. De in 2019 uitgevoerde analyse van de bestaande prikkels op het gebied van storten, verbranden en nuttig toepassen zal daarvoor als basis dienen.” (p.116)
  • Duurzame Productketens
    • Opdrachten
      “De opdrachten hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken op het gebied van het afvalbeleid (onder andere de uitvoering van het LAP3). Daarnaast heeft dit betrekking op opdrachten voor de uitvoering van o.a.: de rijks-brede coördinatie van het CE-programma, de monitoring van de voortgang en effecten, de uitvoering van een aantal doorsnijdende thema’s uit de kabinetsreactie (zoals producentenverantwoordelijkheid, versnellingshuis, communicatie en circulair ontwerpen) en de versnelling en opschaling van de transitieagenda’s waar IenW voor verantwoordelijk is.” (p.119)
    • Subsidies
      “Dit betreft budget voor subsidieverlening in het kader van voorlichting aan burgers over duurzame handelingsperspectieven en ondersteuning van bedrijven bij verduurzaming van productieprocessen. Zoals vermeld in de ISB-Urgenda (Kamerstukken II 2018–2019 35 235, nr. 1) worden subsidies verstrekt via de Demonstratieregeling Energie- en klimaatinnovaties (DEI+)." (p.119)
  • Klimaatenveloppe
    • In het kader van het Klimaatakkoord worden middelen uit de klimaatenveloppe ingezet ter stimulering van:
      - Ketenaanpak, Circulair ontwerp van producten en diensten in grondstoffenketens, hergebruik consumptiegoederen via ambachts-centra, ketensamenwerking en versnellingsteams, inclusief afvalpreventie
      - Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden
      Recycling en hergebruik van (bio)plastics en textiel” (p.119)
  • ILT
    • “De ILT ontvangt in 2020 een hogere structurele agentschapsbijdrage (€ 12 miljoen). Vanaf 2021 wordt de begroting structureel opgehoogd met € 15 miljoen per jaar. Deze middelen worden ingezet om vanaf 2020 extra inspecteurs in te zetten. Op basis van de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) worden de nieuwe medewerkers daar ingezet, waar het risico hoog is en waar de inzet vergroot moet worden om tot een voldoende niveau van toezicht te komen. De focus verschuift daarbij van reguliere werkzaamheden naar een meer programmatische aanpak. In het meerjarenplan 2020 van de ILT wordt verder ingegaan op de besteding van deze extra middelen.” (p.141)
    • Handhaving en toezicht: Top 10
      “Op basis van IBRA, de wettelijke verplichtingen, de beleidsinzet en het beeld van verwachte toekomstige risico’s breidt de ILT haar programmatische aanpak steeds verder uit. In 2020 lopen de volgende programma’s:
      4.Bodem, grond- en oppervlaktewater
      5.Afval circulair
      7.Duurzame producten
      8.Minder broeikasgassen” (p.142)
  • Motie kleine kunststof drankflessen
  • Motie taskforce herrijking afvalstoffen
  • Motie afvalverbranden
Den Helder – Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Klimaatakkoord - Waterstof
    • “In 2020 gaat EZK aan de slag met de vormgeving van de instrumenten voor de industrie, die onder andere bestaan uit het bevorderen van innovatie, pilots en demonstratieprojecten gericht op kostenreductie, het verbreden van de SDE++ om de uitrol van CO2-reducerende technieken die nu nog niet rendabel zijn te versnellen en een ambitieus programma Waterstof.”
    • “Het kabinet zal actief monitoren welke bedrijven gaan investeren en welke bedrijven in de problemen zouden kunnen komen door een cumulatie van maatregelen en een draaiboek met instrumenten voorbereiden om het risico van werkgelegenheidsverlies tegen te gaan. Door deze mix van instrumenten kan de Nederlandse industrie uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte in Europa en daarmee op de langere termijn een concurrentievoordeel behalen.”[p.10]
  • Klimaatakkoord – Wind op zee
    • “Aan de elektriciteitstafel zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie (84 TWh) uit hernieuwbare bronnen komt. Voor Wind op Zee (WOZ) zal de staande routekaart WOZ 2030 worden gerealiseerd en wordt in 2020 verder uitgewerkt via de Noordzeestrategie 2030.”
  • Verduurzaming industrie
    • “Waterstof kan een sleutelrol vervullen in de verduurzaming van de industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving en aan systeemintegratie door het toevoegen van flexibiliteit en seizoensopslag. Om dit potentieel te benutten komt er een ambitieus waterstofprogramma met een gefaseerde aanpak gericht op kostenreductie en innovatie. Zo ondersteunt het kabinet innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten, bereidt het beleid voor op het terrein van veiligheid, regelgeving en certificering en zet het in op internationale samenwerking om de ontwikkeling van een geïntegreerde markt in Europees verband te versnellen.
    • Een andere belangrijke pijler binnen de verduurzaming van de industrie die bijdraagt aan het sluiten van industriële kringlopen is de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan een significante bijdrage aan de CO2-reductie leveren, tegen relatief lage kosten en kan dienen als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU). Voorwaarde bij de inzet van CCS is dat dit enkel in sectoren gebeurt waar geen kosteneffectieve alternatieven zijn en dat het de ontwikkeling van duurzame alternatieven niet in de weg staat. In 2020 werkt EZK aan de verdere realisatie van CCS-projecten middels een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.”[p.11]
  • Subsidies Verduurzaming Industrie
    • “In 2018 en 2019 zijn uit de Klimaatenveloppe middelen beschikbaar gesteld ter bevordering van de CO2-reducerende maatregelen in de industrie. De Klimaatenveloppe wordt vanaf 2020 meerjarig toegekend. Voor industrie is er vanuit de klimaatenvelop in 2020 € 55 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 5 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:
    • – Waterstof: Voor waterstof wordt € 10 mln ingezet op versnelling van projecten rondom opslag, conversie en toepassing van Waterstof in de industrie. Hierbij zal de focus met name gericht zijn op pilot en demo’s maar zal er ook nadrukkelijk aandacht zijn voor de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling die bijdragen aan de verdere opschaling.
    • – CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2), of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkomgeving of industriële omgeving.
    • – CO2-reductie industrie: € 30 mln wordt bestemd voor pilot en demonstratieprojecten voor versnelling van kosteneffectieve CO2- reductie in de industrie waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de DEI+-regeling. Een deel van de middelen wordt bestemd voor haalbaarheidsstudies onder de bestaande TSE regeling. Met de inwerkingtreding van de klimaatwet per 1 september 2019 zal jaarlijks op de vierde donderdag in oktober een klimaatnota aan de Tweede Kamer worden toegestuurd.” [p.65]
  • Beleidswijzigingen Energiebeleid - Verbreding van de SDE+ (SDE++)
    • “In het Regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd de inzet van de middelen voor de SDE+ te verbreden van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie. Op deze manier worden de beschikbare middelen ingezet om een zo groot mogelijke CO2-reductie te realiseren en daarmee bij te dragen aan de ambities voor 2030. Voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2-reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt uitgewerkt hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. In het najaar van 2019 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de definitieve nieuwe regeling en welke technieken worden opengesteld. Voor de verbreding van de SDE+ zijn ook de benodigde aanpassingen in de Wet opslag duurzame energie (ODE) onderzocht. Het wetsvoorstel ODE, met de nieuwe tarieven voor 2020 ter dekking van de kasuitgaven voor de SDE++, wordt opgenomen in het Belastingplan 2020 en door de Staatssecretaris van Financiën – mede namens de Minister van EZK – op Prinsjesdag aangeboden aan de Tweede Kamer.”
  • Beleidswijzigingen Energiebeleid - CCS
    • “Binnen het Klimaatakkoord is de afvang en opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage, CCS) een belangrijk onderdeel van de mix aan kosteneffectieve maatregelen om de CO2-reductiedoelstelling voor 2030 te realiseren. CCS is als transitietechnologie nodig om de CO2-uitstoot terug te brengen in industriële sectoren waar op de korte termijn geen kosteneffectief alternatief is. In het Klimaatakkoord is overeengekomen dat een maximum van 7,2 Mton aan CCS gesubsidieerd zal worden door de verbrede SDE+ (SDE++) in 2030, als onderdeel van de reductieopgave van 14,3 Mton voor de industrie. Daarnaast is in het Klimaatakkoord ruimte geboden om 3 Mton aan reductieopgave voor de elektriciteitssector via CCS-maatregelen te subsidiëren. Inzet van het kabinet is om het CCS-beleid verder vorm te geven en de voorbereidingen om de grootschalige uitrol verder mogelijk te maken te continueren.” [p.95]
  • Beleidswijzigingen Gaswinning kleine velden
    • “Gaswinning kleine velden Op 30 mei 2018 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de gaswinning uit de kleine velden in de energietransitie (Kamerstuk 33 529, nr. 469). Belangrijke elementen hierin zijn dat de risico’s door de gaswinning uit de kleine velden qua omvang en impact niet vergelijkbaar zijn met die van de gaswinning in Groningen. Zolang en in zoverre de gebouwde omgeving en de bedrijven nog afhankelijk zijn van aardgas, blijft gaswinning of import van aardgas noodzakelijk. In deze afbouwfase heeft voor het kabinet gaswinning uit de kleine velden, waar dit veilig en verantwoord kan, de voorkeur boven gasimport. Een voorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet, met daarin de generieke investeringsaftrek op de Noordzee, wordt naar verwachting in 2019 bij de Tweede Kamer ingediend. Evenals een voorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet waarin de aanvullende verplichtingen tot financiële zekerheidstelling voor de nakoming van de verwijderingsverplichting van de Nederlandse olie- en gasinfrastructuur (platforms, putten en pijpleidingen) staat.” [p.121]
  • Moties en toezeggingen
Uithoorn: Begroting Infrastructuur en Waterstaat
  • Beleidsagenda: Luchtvaart
    • Luchtvaartnota
      (p. 14) "Zoals afgesproken in het Regeerakkoord wordt gewerkt aan een Lucht- vaartnota 2020–2050. De ontwerp-Luchtvaartnota wordt naar verwachting eind 2019 opgeleverd. De nota wordt een richtinggevende en integrale beleidsvisie van dit kabinet en moet leiden tot een goed afgewogen visie voor een duurzaam luchtvaartbeleid met daarbij de contouren van de benodigde overheidsinzet. Veiligheid, omgeving, milieu, economie en infrastructuur zijn daarin bepalende factoren. Dit vraagt ook een intensief traject met belanghebbenden en omgeving om een breed gedragen visie te kunnen ontwikkelen. In 2020 zal gestart worden met de uitvoering van de luchtvaartnota".
    • Ontwikkeling Schiphol en Lelystad
      (p.15) "De verankering van het Nieuw normen- en handhavingsstelsel (NNHS) voor Schiphol wordt voorbereid. Dit stelsel heeft tot doel het verkeer op Schiphol zo af te handelen dat dit de minste hinder voor de omgeving oplevert. Met de wettelijke verankering van het stelsel komt er een einde aan de huidige situatie waarin door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) anticiperend wordt gehandhaafd op het vliegen volgens de regels van het NNHS. Daarnaast is gestart met de evaluatie van de implementatie van de OVV-aanbevelingen over veiligheid op Schiphol. Deze evaluatie zal in 2020, tijdig voor de start van het gebruiksjaar 2021, worden afgerond. Aanvullend op deze evaluatie wordt onderzocht of een verdere ontwikkeling van Schiphol in de komende jaren aantoonbaar veilig kan plaatsvinden.
      Het Luchthavenverkeersbesluit, waarmee een einde komt aan het anticiperend handhaven op Schiphol, wordt na het zomerreces 2019 in procedure gebracht. Op basis van de richtinggevende uitspraken in de Luchtvaartnota, het verslag van de voorzitter van de Omgevingsraad Schiphol en de bestaande feitenbasis met onderzoeken over economie, veiligheid en milieu, wordt in de periode daarna gewerkt aan een tweede Luchthavenverkeersbesluit waarin de ontwikkeling voor Schiphol op de middellange termijn wordt geregeld.
      Ook wordt in 2020 Stichting Airport Coordination Netherlands (ACNL) omgevormd tot een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Deze organisatie is verantwoordelijk voor de verdeling van slots aan luchtvaartmaatschappijen die gebruik willen maken van gecoördineerde luchthavens. Vanwege de toegenomen schaarste op deze luchthavens wordt ook ingezet op het toekomstbestendig maken en houden van de slotsystematiek. Daarbij wordt naar het gehele proces gekeken van de vaststelling van de beschikbare capaciteit tot aan de handhaving om er voor te zorgen dat de beschikbare slots zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. In dat kader is het voornemen om eind 2020 het handhavingsin- strumentarium van de ILT, die toeziet op slotmisbruik, uit te breiden met een bestuurlijke boete.
      In het Regeerakkoord is opgenomen dat Lelystad Airport een luchthaven wordt voor vakantievluchten. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State inzake het PAS is opening van Lelystad per 1 april 2020 niet meer haalbaar. De komende periode wordt derhalve voortvarend doorgewerkt aan de voorbereidingen met het doel om Lelystad Airport zo snel mogelijk te openen om Schiphol te ontlasten. Ook worden er in 2020 verdere stappen gezet in de integratie van de civiele en militaire luchtverkeersleidingsorganisaties LVNL en CLSK tot één organisatie".
    • Beter meten en berekenen
      (p. 15) "In 2019 is gestart met het Project meten en berekenen van vliegtuiggeluid. Het doel is deze dichter bij elkaar te brengen om de informatievoorziening aan de burger te verbeteren en beleidsopties beter te kunnen beoordelen/
      Het RIVM, KNMI en NLR zullen een rapport opleveren waarin advies wordt gegeven hoe om te gaan met meten en berekenen. Daarnaast worden experts op het gebied van geluid en -hinder gevraagd constructief mee te denken met RIVM, KNMI en NLR. De Tweede Kamer is geïnformeerd over de start van het project en zal ook tussentijds worden geïnformeerd. In 2020 zal uitvoering worden gegeven aan de overgenomen aanbevelingen uit de nog te ontvangen rapportage.
    • Programma luchtruimherziening
      (p. 16) "Het programma Luchtruimherziening heeft als doel om een luchtruim te creëren dat in 2023 en daarna structureel meer capaciteit biedt voor civiel (commercieel) vliegverkeer, militaire inzet en oefenbehoefte faciliteert en de verdere ontwikkeling van Lelystad Airport mogelijk maakt. Klimaat- en leefbaarheidsdoelstellingen worden bij dit onderwerp voor het eerst expliciet meegewogen, naast veiligheid en capaciteit. Ook houdt het programma rekening met de komst van onbemande systemen (drones) en met internationale afspraken zoals in FABEC-verband en rondom Single European Sky. De modernisering van het luchtruim gebeurt langs drie sporen: verbeteringen van de aansluitroutes op Lelystad vóór 2023, resultaten in 2023 – het betreft de inpassing van een militair oefengebied in het noorden van Nederland en de herinrichting van het zuidoostelijk luchtruim met name voor civiel verkeer – en een roadmap voor de periode 2023–2035. De in 2020 door ons te nemen Voorkeursbeslissing legt deze drie sporen in samenhang vast".
    • Regionale luchthavens
      (p. 16) "In de Luchtvaartnota 2020–2050 kijken we naar de toekomstige rol en positie van de regionale luchthavens. Vanuit die context zal de besluit- vorming over de luchthavenbesluiten dan ook plaatsvinden. Tevens zetten we verdere stappen in de procedures om te komen tot Luchthavenbesluiten voor de (regionale) burgerluchthavens van nationale betekenis. In 2019 is het advies van de heer Van Geel over de toekomst van Eindhoven Airport aangeboden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie. In 2020 geven we verder uitwerking aan dit advies".
  • Beleidsartikel 17 Luchtvaart
    • (p. 77)
    • Toelichting
      "Voor de luchthaven Schiphol is in 2008 voor de periode tot en met 2020 een plafond voor het aantal vliegtuigbewegingen afgesproken van 510.000. In 2015 is dat plafond verlaagd naar 500.000 per jaar. Het Rijk heeft daarnaast de verantwoordelijkheid voor het creëren van capaciteit op de luchthavens Eindhoven en Lelystad.Er is gewerkt aan het wettelijk verankeren van het Nieuwe Normen- en Handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol (NNHS). Dit is van belang voor de indicator over luchthavencapaciteit, omdat de toegestane aantal vliegbewegingen een afgeleide zijn van deze regelgeving. De wet waarin dit stelsel is opgenomen, is op 30 maart 2016 gepubliceerd in het Staatsblad, maar nog niet formeel in werking getreden. Het bij de nieuwe wet behorende Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) is nog in voorbereiding. Totdat het in voorbereiding zijnde LVB in werking is getreden, is het nieuwe stelsel formeel nog niet van kracht. Deze wijziging van het LVB voor de verankering van het NNHS wordt in de tweede helft van 2019 in procedure gebracht".
    • (p. 77)
    • Toelichting
      "De ontwikkeling van Eindhoven en Lelystad (met in totaal 70.000 extra vliegtuigbewegingen op jaarbasis) moet ervoor zorgen dat Schiphol meer ruimte overhoudt voor mainportverkeer en de concurrentiepositie van Schiphol wordt versterkt, conform het Convenant «Behoud en versterking mainportfunctie en netwerkkwaliteit luchthaven Schiphol».Op 17 december 2015 is aan Eindhoven Airport NV voor de jaren 2016 tot en met 2019 een vergunning verleend voor burgermedegebruik van de militaire luchthaven Eindhoven voor de volledige ruimte van 25.000 extra vliegtuigbewegingen (Stcrt. 2015, 47829).Ten behoeve van de uitbreiding van Lelystad Airport heeft het kabinet een Luchthavenbesluit vastgesteld dat op 1 april 2015 in werking is getreden met een voorziene uitbreiding van de luchthaven voor groot commercieel verkeer: gefaseerd naar maximaal 45.000 vliegtuigbewegingen. Tot de herziening van het luchtruim is dit aantal maximaal 10.000 vliegtuigbewe-gingen. Alle betrokken overheden en marktpartijen werken met volle inzet aan ingebruikname van de luchthaven. Op 21 februari 2018 is de Tweede Kamer bij brief geïnformeerd dat de openingsdatum van Lelystad Airport voor groot commercieel verkeer is uitgesteld. In dezelfde brief is de Tweede Kamer geïnformeerd over de actualisatie van de MER voor Lelystad Airport en de geoptimaliseerde aansluitroutes voor de lucht-haven. (Kamerstukken II 2017–2018, 31 639, nr. 462)".
    • (p. 79)
    • Toelichting
      "In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol zijn voor de luchthaven Schiphol de grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid geluid (Totaal Volume Geluid, TVG) dat het vliegverkeer in een jaar mag produceren. De geluidsbelasting van het vliegverkeer moet worden begrensd met op handhavingspunten vastgestelde grenswaarden (aan de baankoppen en bij aanpalende bebouwde kom).
      In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol is vastgelegd dat de totale hoeveelheid geluid van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar overdag (de Lden) niet meer dan 63,46 dB(A) en voor de nacht (de Lnight) niet meer dan 54,44 dB(A) mag bedragen. Bij dreigende overschrijding wordt door de ILT handhavend opgetreden. De Handhavingsrapportage Schiphol 2017 van de ILT is aan de Tweede Kamer aangeboden op 22 mei 2019 (Kamerstukken II 2018–2019, 29 665, nr. 370).
      Voor de jaarlijkse totale risicogewicht score (TRG-score) voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit wordt verwezen naar de handhavingsrapportage Schiphol, ILT, 2018".
  • Beleidswijzigingen
    • (p. 82) "Zoals afgesproken in het Regeerakkoord wordt gewerkt aan een Lucht-vaartnota 2020–2050. De ontwerp-Luchtvaartnota wordt naar verwachting eind 2019 opgeleverd. De nota wordt een richtinggevende en integrale beleidsvisie van dit kabinet en moet leiden tot een goed afgewogen visie voor een duurzaam luchtvaartbeleid met daarbij de contouren van de benodigde overheidsinzet. Veiligheid, omgeving, milieu, economie en infrastructuur zijn daarin bepalende factoren. Dit vraagt ook een intensief traject met belanghebbenden en omgeving om een breed gedragen visie te kunnen ontwikkelen. In 2020 zal gestart worden met de uitvoering van de luchtvaartnota.
      Mede doordat de maximaal toegestane 500.000 vliegtuigbewegingen tot en met 2020 in zicht komen wordt de komende tijd onderzoek gedaan naar veiligheid, hinder voor de omgeving, de grensbewaking en de infra-structuur van de luchthaven. Dit ten behoeve van de discussie over de toekomst van Schiphol na 2020. Daarnaast wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan de realisatie van Lelystad Airport om zo snel als mogelijk is, deze te openen om Schiphol te ontlasten. Op 25 maart 2019 is hiervoor de Verkeersverdelingsregel (VVR) voor Schiphol en Lelystad Airport genotificeerd bij de Europese Commissie. Voor Eindhoven Airport is in 2019 advies door de heer Van Geel uitgebracht over de toekomst van de luchthaven (Proefcasus Eindhoven). In 2019 zal het kabinet op het advies reageren en het toekomstperspectief op Eindhoven Airport opnemen in de Luchtvaartnota".
  • Budgetflexibiliteit
    • (p. 82) "Het grootste deel van de uitgaven is juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van aangegane verplichtingen voor opdrachten en subsidies voor onder meer het project geluidsisolatie Schiphol (GIS), de uitgaven voor het Schadeschap Schiphol en voor de uitvoering van toezichtstaken door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Voor een overzicht van de subsidies wordt verwezen naar de bijlage Subsidies. De subsidies hebben een tijdshorizon".
  • Toelichting op financiële instrumenten
    • Opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS)
      (p. 85) "Doel van het project Geluidsisolatie Schiphol fase 3 (GIS-3) is het verminderen van geluidshinder voor omwonenden van Schiphol door middel van geluidsisolatie. De geplande uitgaven voor 2020 en verder hebben betrekking op aankopen in de geluidssloopzones, klachtenafhandeling en de behandeling en uitbetaling van schadeclaims".
    • Programma Schiphol
      (p. 85) "De ontwikkelingen op het luchtvaartdossier vragen om een integrale benadering voor de beleidsvorming over Schiphol. Omdat hiervoor een stevige extra inzet nodig is, is besloten een project Schiphol in te richten waarin een integrale aanpak wordt ontwikkeld voor de luchthaven. In de Kamerbrief van 21 december (Kamerstukken II 2017–2018, 29 665, nr. 250) wordt ingegaan welke concrete stappen er voor de korte en middellange termijn moeten worden gezet. Een belangrijk aspect hiervan is het verankeren van politiek-bestuurlijke en juridische afspraken in regelgeving, hierbij gaat het om het vaststellen van een LVB en LIB. In wetgeving en politiek bestuurlijke afspraken is opgenomen dat de ontwikkeling van Schiphol en de regionale luchthavens via juridische besluiten vastgelegd moet worden".
    • Lelystad
      (p. 86) "Lelystad Airport moet fungeren als overloopluchthaven voor Schiphol, zodat op Schiphol meer ruimte vrijkomt voor mainportgebonden verkeer. Omdat voor de openstelling van Lelystad Airport voor groot commercieel handelsverkeer een stevige extra inzet nodig is, is besloten een project Lelystad Airport in te richten. In de Kamerbrief van 21 februari (Kamer-stukken II 2017–2018, 31 936, nr. 462) wordt ingegaan welke concrete stappen er moeten worden gezet in de richting van de opening van de luchthaven. Belangrijke stappen waarvoor extra inzet nodig is zijn bijvoorbeeld het wijzigen van het Luchthavenbesluit, het organiseren van een monitoringsprogramma en het notificeren van de Verkeersverdelings-regel (VVR) bij de Europese Commissie".
    • Omgevingsmanagement
      (p. 86) "Vanuit het ministerie staat een transparante en zorgvuldige besluit-vorming voor luchtvaart voorop. Met ruime betrokkenheid voor de omgeving en belanghebbenden. De Luchtvaartnota en de opgaven voor de herziening van het luchtruim, Schiphol na 2020 en Lelystad zijn projectmatig opgezet. Dat maakt het mogelijk om te sturen op het gebied van de projectbeheersing, het risicomanagement en de planning en op het gebied van het omgevings- en besluitvormingsmanagement. Daartoe worden voorzieningen getroffen om genoemde functies op professionele wijze uit te voeren. Bijzondere aandacht daarin heeft het omgevingsmanagement en de bijbehorende vormen van participatie, communicatie en het borgen van expertise en inzichten vanuit diverse invalshoeken, ten einde een open en zorgvuldige besluitvorming te faciliteren. De hiervoor gereserveerde middelen worden ingezet om op professionele wijze de benodigde expertise aan te trekken en voor het organiseren van de betrokkenheid van de omgeving".
  • Subsidies Luchtvaart
    • Omgevingsraad Schiphol en Commissies Regionaal Overleg
      (p. 88) "IenW draagt financieel bij aan de activiteiten van de Omgevingsraad Schiphol (ORS). Dit onafhankelijke overleg- en adviesorgaan verenigt bewoners, regionale en lokale overheden, luchtvaartpartijen en branche-organisaties met als doel om de hinder van Schiphol zoveel mogelijk te beperken en een optimaal gebruik van de luchthaven te bevorderen. De jaarlijkse bijdrage bedraagt maximaal € 36.900.De luchthavens van nationale betekenis Eelde, Lelystad, Maastricht en Rotterdam kennen in 2020 eveneens Commissies voor Regionaal Overleg (CRO’s). In 2020 is de rijksbijdrage per commissie maximaal € 35.000. In 2018 is een tussenevaluatie naar het functioneren van de commissies voor regionaal overleg uitgevoerd. Uit deze tussenevaluatie blijkt dat het functioneren van de CRO’s overwegend positief wordt beoordeeld. In de evaluatie is in overweging gegeven om te bezien of de huidige wettelijke taak gehandhaafd moet blijven of mogelijk verruimd kan worden. Dit punt wordt bezien in het kader van de bredere aanpak van het omgevingsmanagement en het traject van de Luchtvaartnota".
    • Leefbaarheidsfonds
      (p. 88) "Bij de afnemende mogelijkheden van hinderbeperking is de tweede tranche van het leefbaarheidsfonds een belangrijke impuls voor de inpassing van de luchthaven Schiphol in haar omgeving. De partijen Schiphol, de provincie Noord-Holland en het Rijk hebben afgesproken om in totaal € 30 miljoen voor een tweede fase ter beschikking te stellen aan de Stichting Leefomgeving Schiphol.Het Rijk stelt maximaal € 10 miljoen ter beschikking, hiervan is in voorgaande jaren € 9,2 miljoen verstrekt. In de jaren 2020 en 2021 wordt jaarlijks maximaal € 0,4 miljoen verstrekt".

 

NRG: Begroting Volksgezondheid, Welzijn & Sport
  • Overig beleidsmatig
    • [p.193] Deze post is het saldo van verschillende kleine beleidsmatige mutaties, waaronder de overbruggingsfinanciering (in de vorm van een lening) in 2019 voor het Pallas-initiatief, dat beoogt een nieuwe reactor voor medische isotopen te realiseren.
  • Bijlage Moties en toezeggingen
    • (p. 295)
    • (p. 343)
NRG: Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Belangrijkste beleidsmatige mutaties: Energieonderzoek Centrum Nederland & Pallas
    • (pp. 34 - 35) "Aan Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van ECN en NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR)".
    • (p. 35) "Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge flux reactor (de Pallas-reactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek".
  • Overzicht uitstaande leningen
    • (p.34)
  • Europese dossiers (energie)
    • (p.99)
  • Budgetflexibiliteit: Bijdragen aan (inter)nationale organisaties
    • (p. 99) "Van het beschikbare budget voor (inter)nationale organisaties is 70% juridisch verplicht, vooral door de bijdrage aan ECN-NRG ten behoeve van nucleaire activiteiten. Daarnaast worden uit dit onderdeel de jaarlijkse contributies aan internationale klimaat- en energieorganisaties gefinancierd. Dit betekent dat er op dit onderdeel sprake is van enige budgetflexibiliteit, zij het beperkt op de korte termijn".
  • Subsidies: Hoge Flux Reactor (HFR)
    • (p. 103) "De HFR in Petten is eigendom van de Europese Commissie en wordt geëxploiteerd door de Nuclear Research and consultancy Group (NRG). De exploitatie van de HFR wordt ondersteund door een reeks aanvullende onderzoeksprogramma’s. De voor de HFR opgenomen middelen betreffen de Nederlandse bijdrage aan het «aanvullend programma» van het Joint Research Centre van de Europese Commissie, dat in de HFR wordt uitgevoerd. Het voornaamste doel van het aanvullend onderzoeksprogramma van de HFR is een constante en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doeleinden te leveren".
  • Leningen: Pallas
    • (p. 104) "In 2014 is aan de stichting Voorbereiding Pallas-reactor een lening ter beschikking gesteld met een hoofdsom van € 40 mln. De hoofdsom wordt in tranches beschikbaar gesteld op basis van verzoeken door de stichting. In 2018 is de laatste tranche van de lening door de stichting opgevraagd".
  • Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Nuclear Research and consultancy Group (ECN-NRG)
    • (p. 107) "De Nuclear Research and consultancy Group, die onderdeel is van de Stichting ECN, voert onderzoeksactiviteiten uit op het gebied van onder meer de nucleaire veiligheid, radioactief afval en stralingsbescherming. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid.Met ingang van het jaar 2019 is het budget substantieel lager, omdat het duurzame energieonderzoek van de stichting ECN per 1 april 2018 is afgesplitst en voortaan gefinancierd wordt via het budget TNO-Kerndepartement (zie hierboven). Het duurzame energieonderzoek van de Stichting ECN en TNO is samengevoegd in een herkenbaar onderzoekscentrum onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van TNO".
  • Toelichting op de begrotingsreserves: ECN
    • (p. 112) "De middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken als ECN – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst. Deze reserve betreft uitsluitend een zekerstelling binnen de rijksbegroting. Derden kunnen geen beroep op deze middelen doen en daarmee zijn de middelen op deze reserve niet juridisch verplicht".
NRG: Begroting Landbouw, Natuur en Visserij
  • Regionale opgaven
    • (p. 62) De Minister van LNV coördineert in het kabinet de besluitvorming over de Regio Envelop (€ 950 mln. (Kamerstuk 34 775, nr. 54)) in overleg met de Minister van BZK. Om deze rol tot uitdrukking te brengen worden middelen uit de Regio Envelop vanaf de Aanvullende Post eerst overgeboekt naar artikel 51 op de LNV-begroting en vanaf hier uitgekeerd aan de regio dan wel overgeboekt naar de begroting van een ander departement. Dit artikel is dus tevens een verdeelartikel voor de middelen uit de Regio Envelop.

      De regio is de omgeving waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagingen) samenkomen, of het nu gaat om het stimuleren van de economie, het oplossen van ecologische uitdagingen of het versterken van de sociale cohesie. Als het Rijk, regionale overheden en de bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s samen optrekken om deze opgaven aan te pakken, kan meer gedaan worden voor de regio en wordt bijgedragen aan de brede welvaart in Nederland. Met de Regio Deals wil het kabinet in partnerschap met de regio’s meervoudige opgaven aanpakken die bijdragen aan de brede welvaart.

      Samen met publieke en private partners wordt gewerkt aan een integrale aanpak van ecologische, economische en sociale opgaven die in de regio spelen. Toelichting proces Regio Deals In het Regeerakkoord zijn zes opgaven benoemd. In 2018 zijn hiermee de eerste Regio Deals gesloten en zijn de eerste overboekingen gedaan vanuit het Ministerie van Financiën naar de LNV-begroting. In november 2018 maakte de Minister van LNV bekend dat het kabinet in de tweede tranche met 12 voorstellen aan de slag gaat om deze uit te werken tot Regio Deals (over tien van de twaalf Regio Deals is de Tweede Kamer in juli 2019 geïnformeerd). Deze tweede tranche heeft een totale omvang van € 215 mln. (Kamerstuk 29 697, nr. 56). De deals uit de tweede tranche worden naar verwachting medio 2019 ondertekend.

  • Begrotingstabel Regio Envelop
    • (p.63)
  • Toelichting Regio Deals
    • (p.63) Zes opgaven uit het Regeerakkoord Het kabinet heeft bekendgemaakt in totaal € 482 mln. te reserveren voor de zes opgaven uit het Regeerakkoord: Brainport Eindhoven, Nucleaire problematiek, Zeeland, ESTEC, Rotterdam-Zuid en de BES-eilanden. Inmiddels is een deel van de middelen overgeboekt naar de regio’s en is gestart met de uitvoering van de Regio Deals Brainport Eindhoven, Rotterdam-Zuid en Zeeland. Voor de BES-eilanden is een pakket aan projecten samengesteld in het kader van de Regio Envelop. De middelen voor de nucleaire problematiek en ESTEC zijn overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van EZK.
AVR: Begroting van Economische Zaken en Klimaat
  • Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
    • “Algemene doelstelling
      1) Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid,
      Eén van de prioritaire missies van het kabinet betreft het klimaat en de verduurzaming van de industrie. Met de klimaatambities van het kabinet zal innovatie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-arme en innovatieve industrie in 2050. De nationale doelstelling in het Regeerakkoord van 49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990, vertaalt zich voor de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) in additioneel 14,3 Mton reductie in 2030 (59% reductie ten opzichte van 1990). In het voorstel voor een Klimaatakkoord wordt deze transitie nader uitgewerkt (Kamerstuk 32 813, nr. H). De bijdrage die EZK levert aan de circulaire maakindustrie in het kader van het interdepartementale programma Circulaire Economie draagt hier mede aan bij.” (p.53-54)
  • Verduurzaming industrie
    • Beleidsprioriteiten
    • “Een andere belangrijke pijler binnen de verduurzaming van de industrie die bijdraagt aan het sluiten van industriële kringlopen is de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan een significante bijdrage aan de CO2-reductie leveren, tegen relatief lage kosten en kan dienen als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU). Voorwaarde bij de inzet van CCS is dat dit enkel in sectoren gebeurt waar geen kosteneffectieve alternatieven zijn en dat het de ontwikkeling van duurzame alternatieven niet in de weg staat. In 2020 werkt EZK aan de verdere realisatie van CCS-projecten middels een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.” (p.11)
    • Budgettaire gevolgen
    • Beleidswijzigingen
    • “In het kader van de Integrale Kennis- en Innovatieagenda Klimaatakkoord zijn er drie grote missiegedreven programma’s uitgewerkt voor innovatie en uitrol van nieuwe technologieën. Deze programma’s worden in 2020 geïmplementeerd waarbij er stevig gestuurd wordt op kostenreductie. Het gaat dan om:
      • het sluiten van industriële kringlopen, waaronder circulaire en biobased grondstoffen en producten, en CO2 afvang, opslag en gebruik (CCS en CCU); dit sluit aan bij het interdepartementale programma Circulaire Economie 2019–2023 waarbij EZK bijdraagt aan de circulaire maakindustrie;” (p.58)
    • Subsidies
    • “In 2018 en 2019 zijn uit de Klimaatenveloppe middelen beschikbaar gesteld ter bevordering van de CO2-reducerende maatregelen in de industrie. De Klimaatenveloppe wordt vanaf 2020 meerjarig toegekend. Voor industrie is er vanuit de klimaatenvelop in 2020 € 55 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 5 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:
      • CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2), of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkom-geving of industriële omgeving.” (p.65)
    • Verdiepingsbijlage
    • "Het betreft hier de toekenning van middelen vanuit de Klimaatenveloppe voor de Industrie voor de programmatische aanpak waterstof
    • Het betreft hier de toekenning van middelen vanuit de Klimaatenveloppe voor de Industrie voor de subsidiering van pilots en demo’s gericht op de reductie van CO2 uitstoot binnen de Industrie.
    • Het betreft hier de toekenning van middelen vanuit de Klimaatenveloppe voor de Industrie voor de toepassing van CO2 afvang, opslag (en gebruik); CC(U)S." (p.168)
  • Subsidies: Urgenda
    • “In 2019 zal gestart worden met de uitvoering van CO2 besparende maatregelen in het kader van het Urgendavonnis. Voor de industrie gaat het hierbij om de volgende maatregelen:
      • Stimulering warmteprojecten
      • CO2 afvang en levering glastuinbouw
      • Subsidieregeling CO2-reductie–Stimulering energiebesparingsmaatregelen warmtenetten
    • De kosten voor deze maatregelen worden voor € 38,5 mln gefinancierd vanuit de begrotingsreserve Maatregelen voor CO2-reductie. De maatregelen zullen uiterlijk eind 2020 zijn uitgevoerd.” (p.65)
  • Wijzigingen Energie Investeringsaftrek (EIA)
    • Beleidswijzigingen Energiebeleid:
    • “Sinds 1 januari 2019 is in de EIA een aftrekpercentage van kracht van 45%. Daarmee wordt een netto fiscaal voordeel op termijn gerealiseerd van ongeveer 10%. Het EIA-budget van € 147 mln wordt naast de stimulering van energiebesparing ook benut voor verbreding van de EIA in verband met het Klimaatakkoord met de focus op CO2-reducerende maatregelen, waaronder ondersteuning van investeringen in warmte-infrastructuur. In de uitvoeringsregeling EIA voor 2020 krijgt deze verbreding van de EIA zijn beslag. Conform de aanbeveling in de beleidsevaluatie uit 2018 is de eindverantwoordelijkheid voor de Uitvoeringsregeling EIA – met daarin opgenomen de geactualiseerde energielijst – verplaatst van de Staatssecretaris van Financiën naar de Minister van EZK.” (p.96)
  • Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)
    • “De Demonstratieregeling Klimaat – en Energie-innovatie (DEI+) komt voort uit het Energieakkoord en is vanaf 2019 in lijn gebracht met het Klimaatakkoord. De DEI+ is gericht op het ondersteunen van versnelling van de commercialisering van pilot- en demonstratieprojecten van klimaat- en energie-innovaties voor de export die een bijdrage kunnen leveren aan Nederlandse CO2-reductie. De regeling draagt bij aan de ambitie om de economische waarde van de schone energie-technologieketen in 2020 te verviervoudigen ten opzichte van 2010. De regeling is medio 2014 voor het eerst opengesteld. In het najaar van 2017 is de beleidsevaluatie van de energie-innovatieregelingen (waaronder de DEI) afgerond (Kamerstuk 30 196, nr. 572). Belangrijkste aanbeveling uit de evaluatie was om meer in te zetten op meerjarige innovatieprogramma’s dan nu het geval is. De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2020 zal inzicht geven in de realisatie tot nu toe op weg naar de afgesproken ambitie naar 2020.” (p.101)
  • Stimulering Duurzame Energieproductie+ (SDE+)
    • “In het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie heeft. Verder is afgesproken dat dit aandeel in 2023 16% zal zijn. Het belangrijkste instrument dat het kabinet heeft om dit te realiseren is de SDE+. De SDE+ richt zich op de opties hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en subsidieert het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs, de zogenaamde onrendabele top. Doordat in de SDE+ goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van hernieuwbare energie, zal op de meest kosteneffectieve wijze de productie van hernieuwbare energie worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de energieprijs. Voor de reguliere SDE+ geldt dat een groot deel van de Najaarsronde 2019 (€ 5 mld) pas in 2020 verplicht zal worden. Daarnaast is voor de openstelling van de SDE+ in 2020 € 5 mld gereserveerd. In het budget wordt opnieuw uitgegaan van een subsidieloze tender Windenergie op Zee.” (p.102)
  • Compensatie indirecte kosten ETS elektriciteitsgrootverbruikers
    • “Door de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) wordt de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgrootgebruikers doorberekend. Elektriciteitsgrootgebruikers die internationaal concurreren kunnen in veel gevallen die CO2-kosten (ook wel indirecte kosten genoemd) niet doorberekenen, omdat de concurrenten buiten de EU die kosten niet hebben. Naast verstoring van het gelijke speelveld leidt dit tot een CO2-weglekrisico (het verplaatsen van bedrijven met veel directe of indirecte CO2-uitstoot naar landen waar de uitstoot van CO2 geen prijs heeft). Voor de compensatie van de indirecte kosten in het kader van het ETS is, gelet op de gestegen CO2-prijs, in 2020 ten opzichte van 2019 het beschikbare budget opgehoogd naar € 105,6 mln.” (p.103)
  • Overige subsidies
    • “Het voor 2020 beschikbare budget betreft betalingen ten behoeve van het Expertisecentrum Warmte (ECW).” (p.104)
  • Duurzame energie
    • Onttrekking begrotingsreserve
    • “De onttrekking aan de reserve in de jaren 2019 en 2020 (€ 151 mln) maakt deel uit van de tijdelijke onttrekking van in totaal € 398 mln in de periode 2015–2020 die bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2015 aan de orde is geweest (zie hiervoor onder meer het antwoord op vraag 5 en 6 in Kamerstuk 34 210 XIII, nr. 4, blz. 5–7). De volledige € 398 mln wordt in de periode 2021 tot en met 2026 teruggestort in de reserve. Conform de afspraak in de Startnota van het kabinet Rutte-III dat de middelen in de reserve bij het afsluiten van het Klimaatakkoord toegevoegd zullen worden aan de voor de SDE+ beschikbare middelen, zal na 2022 in totaal € 1,7 mld aan de reserve worden onttrokken.” (p.109)
  • Maatregelen CO2-reductie
    • “Het kabinet zal in 2019 en 2020 additionele maatregelen nemen om aanvullende CO2-reductie te realiseren (Kamerstuk 32 813, nr. 341). Gelet op de onzekere aard en timing van de aanvullende maatregelen heeft het kabinet besloten deze maatregelen via een tijdelijke begrotingsreserve met een omvang van € 500 mln financieel mogelijk te maken bij de Najaarsnota 2018. Andere departementen, zoals LNV, IenW en BZK hebben ook een beroep kunnen doen op deze reserve voor CO2-reducerende maatregelen. Door middel van aparte Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn de middelen uit de reserve in 2019 aan de reserve onttrokken en verdeeld over de vier betrokken departementen (Kamerstukken 35 234, nr. 1; 35 235, nr. 1; 35 236, nr. 1; 35 237, nr. 1).” (p.112)
  • EB Stadsverwarmingsregeling
    • Extracomptabele fiscale regelingen
    • “Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:
      • –EB Stadsverwarmingsregeling”
  • Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen (uitvoering Urgenda-vonnis)
    • “Conform de motie Leegte (Kamerstuk 30 196, nr. 278) is onderstaand een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en de uitvoering van het Urgenda-vonnis. De maatregelen zijn gegroepeerd op basis van de doelstelling uit het Energieakkoord waaraan de maatregelen het meest direct bijdragen. Veel maatregelen dragen echter bij aan meerdere doelen.
    • De budgettaire gevolgen van het Klimaatakkoord zijn opgenomen in het Ontwerp-Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 263). De middelen die in de begrotingsreserve Maatregelen CO2-reductie beschikbaar waren voor extra maatregelen ter uitvoering van het Urgenda-vonnis zijn door middel van Incidentele Suppletoire Begrotingen toegevoegd aan de begrotingen van EZK, BZK, IenW en LNV (Kamerstuk 22 813, nr. 341).” (p.113)
Allego: Fiscale maatregelen klimaatakkoord.
  • Fiscale maatregelen 
    • Klimaatakkoord - mobiliteit
      • In de mobiliteitssector worden voorstellen gedaan voor het versnellen van de transitie naar emissievrij rijden. Op basis van de ingevolge de Wet uitwerking Autobrief II in de betreffende wetten opgenomen horizonbepalingen zou de fiscale stimulering van emissievrije auto’s in 2021 worden beëindigd. Ingevolge het Klimaatakkoord wordt dit aangepast en zet het kabinet de fiscale stimulering met stapsgewijze aanpassingen door tot en met 2025.
      • Het versnellen van de transitie naar emissievrij rijden leidt tot een bijdrage aan de benodigde emissiereductie in de sector mobiliteit. De transitie leidt ook tot andere maatschappelijke baten zoals meer luchtkwaliteit en stiller verkeer. Het ingroeipercentage voor emissievrije auto’s komt met de stimulering binnen de bestaande autobelastingen uit op 24% van het aantal nieuw verkochte auto’s in 2025. Het kabinet zal, ten behoeve van de volgende kabinetsformatie, onderzoek doen naar en voorbereidingen schetsen en waar mogelijk of nodig deze voorbereidingen treffen voor een ander systeem van autobelastingen gericht op het betalen naar gebruik na 2025. Daarbij zal ook het in het regeerakkoord opgenomen streven dat in 2030 alle nieuw te verkopen auto’s emissievrij zijn, worden meegenomen.
        Bij de vormgeving van het pakket maatregelen ter stimulering van emissievrij rijden hebben handelingsperspectief voor de automobilist en betaalbaarheid een belangrijke rol gespeeld. In het dekkingspakket (ter dekking van de aan de stimulering van emissievrij rijden verbonden kosten) is geen sprake van lastenverhoging op bezit voor de fossiele rijder. Wel is er, in de vorm van een zeer beperkte verhoging van de accijns op diesel, sprake van een lichte lastenverhoging op het gebruik van een fossiele auto. De accijns op diesel wordt per 2021 verhoogd met 1 cent per liter en per 2023 wederom met 1 cent per liter.
        De ontwikkeling van het emissievrij rijden is inherent onzeker. In het Klimaatakkoord is daarom voorzien in een “hand aan de kraan”-systematiek die het mogelijk maakt om in te grijpen als er sprake is van een ontwikkeling die afwijkt van het beoogde ingroeipad, bijvoorbeeld als er substantieel meer of substantieel minder elektrische auto’s worden verkocht dan voorzien. Indien de ontwikkeling afwijkt van het voorspelde pad, zal het kabinet een voorstel voor aanpassing van de mate van stimulering doen. 
      • De omvang van de aanpassing is afhankelijk van de omvang van de afwijking. Deze bijstelling geldt zowel naar boven als naar beneden. De ontwikkelingen zullen maandelijks worden gemonitord. Op basis van eerste 4 maanden in jaar t vindt een eerste voorspelling plaats op basis van de totale ontwikkeling in jaar t en de realisatie van jaar t-1. Indien deze voorspelling afwijkt van het eerder voorspelde pad is het mogelijk een voorstel te formuleren (noodrem) voor aanpassing van fiscale maatregelen ten behoeve van het Belastingplan voor jaar t + 1 die in september jaar t wordt gepubliceerd (input hiervoor in juni jaar t). 
      • Naast de maandelijkse monitoring en jaarlijkse toetsing zal op een aantal momenten een uitgebreidere evaluatie worden uitgevoerd: 2022/2023 (tussenevaluatie); 2024 (integrale evaluatie); 2027/2028 (tussenevaluatie); 2030 (eindevaluatie klimaatakkoord). Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de bijlage bij de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de kabinetsaanpak Klimaatbeleid.
    • Bijtelling
      • Zonder nadere maatregelen stopt ingevolge de huidige wetgeving met ingang van 2021 de fiscale stimulering van emissievrije auto’s. Dat houdt onder andere in dat de korting op de bijtelling5 voor de emissievrije auto van de zaak met ingang van 2021 zou worden beëindigd en dat voor nieuwe emissievrije auto’s van de zaak vanaf 2021 weer het algemene bijtellingspercentage van 22% van toepassing wordt. In het Klimaatakkoord is benadrukt dat het streven is dat uiterlijk 2030 alle nieuwe auto’s emissievrij zijn. Om die reden stelt het kabinet voor om de fiscale stimulering van emissievrije auto’s ook na 2020 voort te zetten. De fiscale stimulering is techniekneutraal en geldt voor alle emissievrije auto’s, dus zowel voor volledig batterijaangedreven elektrische auto’s als voor bijvoorbeeld auto’s waarvan de motor wordt aangedreven door waterstof. Op dit moment is de volledig batterijaangedreven elektrische auto de meest gangbare emissievrije auto. Om die reden wordt in deze paragraaf verder alleen nog gesproken over elektrische auto’s.
      • De huidige korting op de bijtelling zal derhalve ook na 2020 voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak worden gecontinueerd. Omdat de meerkosten van de elektrische auto ten opzichte van de door fossiele brandstoffen aangedreven auto’s naar verwachting zullen afnemen, kan ook de mate van fiscale stimulering dienovereenkomstig worden verlaagd. Het voorstel houdt in dat de korting op de bijtelling in stappen zal worden afgebouwd tot uiteindelijk nul vanaf 1 januari 2026. In dat jaar gaat voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak dan ook het algemene bijtellingspercentage van 22% gelden. De zogenoemde cap, zijnde het deel van de catalogusprijs waarop de korting van thans 18%-punt van toepassing is (op dit moment geldt een cap van € 50.000 waardoor de korting op de bijtelling nu maximaal € 9000 bedraagt), wordt op grond van de voorgestelde wijzigingen in 2021 verlaagd tot € 40.000 en daarna niet meer aangepast. Met ingang van 1 januari 2026 verliest de cap zijn belang omdat volgens de voorgestelde wijzigingen op dat moment ook de korting op de bijtelling is afgeschaft. 
      • Zoals aangegeven in het klimaatakkoord zijn partijen het erover eens dat de onzekerheid na 2025 groot is. Het kabinet zal daarom, ten behoeve van de volgende kabinetsformatie, varianten van betalen naar gebruik onderzoeken, voorbereidingen schetsen en waar mogelijk of nodig deze voorbereidingen treffen. Daarbij zal ook het in het regeerakkoord opgenomen streven dat in 2030 alle nieuw te verkopen auto’s emissievrij zijn, worden meegenomen. In overeenstemming met de afspraken in het Klimaatakkoord wordt bij de stimulering van elektrische auto’s meer rekening gehouden met de ontwikkelingen in de markt. De verkoopcijfers van elektrische voertuigen tonen aan dat de verkoop van elektrische auto’s aanvankelijk achterbleef bij de ramingen, maar dat het gevoerde beleid succesvol is en dat de verkopen de verwachtingen van de Wet uitwerking Autobrief II inmiddels ruimschoots overtreffen. In 2018 zijn ongeveer twee keer zoveel elektrische auto’s verkocht als verwacht. De verkopen tot nu toe in 2019 laten zien dat ook in 2019 meer elektrische auto’s zullen worden verkocht dan eerder geraamd. Een dergelijke stijging van de verkopen is een aanwijzing dat de mate van stimulering waarschijnlijk hoger is dan noodzakelijk om het gewenste doel te bereiken. Dat is voor het kabinet aanleiding om al met ingang van 1 januari 2020 over te gaan tot een verlaging van de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s en een verlaging van de cap. De korting op de bijtelling bedraagt zoals gezegd op dit moment 18%-punt. Het kabinet stelt voor met ingang van 1 januari 2020 deze korting te verlagen tot 14%-punt en tegelijkertijd de cap te verlagen tot € 45.000 waardoor in 2020 de korting maximaal € 6300 bedraagt. 
      • In de hierna opgenomen tabel is voor (in het betreffende jaar) nieuwe auto’s het verloop weergegeven van de voorgestelde korting op de bijtelling en de voorgestelde aanpassingen van de cap vanaf 1 januari 2020 tot en met 1 januari 2026. In de tabel is ook aangegeven wat in die jaren na toepassing van de verlaagde korting en de verlaagde cap de maximale korting wordt. 
      •  In de hierna opgenomen grafiek is inzichtelijk gemaakt wat bij verschillende catalogusprijzen de effectieve bijtelling op grond van dit wetsvoorstel wordt voor de elektrische auto in de verschillende jaren tot en met 2026. Ter vergelijking is daarin ook opgenomen de effectieve bijtelling zoals die geldt in 2019. De effectieve bijtelling voor bijvoorbeeld een auto met een catalogusprijs van € 70.000 en een datum eerste toelating in 2021 wordt 16,29%, zijnde 12% over de eerste € 40.000 en 22% over het restant van € 30.000. In de grafiek zijn de verschillende effectieve bijtellingspercentages ook afgezet tegen het algemene bijtellingspercentage van 22% waardoor ook de steeds kleiner wordende verschillen tussen beide percentages inzichtelijk worden.
        De in de tabel genoemde kortingen op de bijtelling en de daarin genoemde cap’s blijven voor auto’s met een in dat jaar gelegen datum van eerste toelating van toepassing gedurende 60 maanden na de eerste dag van de maand volgend op die datum van eerste toelating. De datum van eerste toelating is de datum waarop de auto voor de eerste maal op de weg is toegelaten. Voor een elektrische auto met een datum van eerste toelating van bijvoorbeeld 1 juni 2021 geldt op grond van het wetsvoorstel een korting op de bijtelling van 12%-punt en een cap van € 40.000. Deze auto behoudt deze bijtelling en cap dan tot 1 juli 2026. Voor een elektrische auto met een datum van eerste toelating in april 2025 blijft de korting van 5%-punt dan tot 1 mei 2030 van toepassing. 
    • Bpm en mrb emissievrije voertuigen en Plug-in Hybride Elektrische Voertuigen
      • Voor emissievrije voertuigen en Plug-in Hybride Elektrische Voertuigen (PHEV’s) gelden in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) en de motorrijtuigenbelasting (mrb) enkele fiscale voordelen die met ingang van 1 januari 2021 zullen aflopen. In overeenstemming met de afspraken uit het Klimaatakkoord worden deze fiscale voordelen als volgt verlengd. Het nihiltarief in de bpm voor emissievrije auto’s wordt verlengd tot en met 2024. Vanaf 2025 geldt voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer de vaste voet van € 360 (prijzen 2019).
      • Het nihiltarief in de mrb voor een personenauto met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer wordt verlengd tot en met 2024. In 2025 betaalt men voor deze personenauto’s 25% van het dan geldende reguliere mrb-tarief. Vanaf 2026 betaalt men voor deze personenauto’s 100% van het reguliere mrb-tarief. Deze wijziging geldt naast personenauto’s ook voor bestelauto’s, motorrijwielen, vrachtauto’s, rijdende winkels, autobussen en buitenlandse motorrijtuigen.
      • In de mrb geldt een halftarief voor een personenauto met een CO2-uitstoot van meer dan 0 maar niet meer dan 50 gram per kilometer. In de praktijk voldoen tot op heden uitsluitend PHEV’s aan dit criterium. Dit halftarief in de mrb wordt verlengd tot en met 2024. In 2025 wordt dit halftarief omgezet in een driekwarttarief. Per 2026 vervalt het driekwarttarief en geldt het volledige tarief.
      • De huidige correctiefactor voor de massa van PHEV voor bestelauto’s wordt verlengd tot en met 2025. Deze correctiefactor bestaat vanwege het zwaardere gewicht van PHEV ten opzichte van conventionele auto’s, veroorzaakt door de aanwezige batterij.
      • Tot slot dient te worden opgemerkt dat als gevolg van de Wet uitwerking Autobrief II de bpm- tarieven in de periode 2017 tot en met 2020 jaarlijks worden aangescherpt om gelijke tred te houden met het jaarlijks CO2-zuiniger worden van nieuwe auto’s. Hiermee wordt budgettaire derving door zogenoemde grondslagerosie voorkomen. Door Europese CO2-normen voor 2025 en 2030 zullen nieuwe auto’s ook in de periode richting 2030 jaarlijks CO2-zuiniger worden. Met deze ontwikkeling is, voor wat betreft de raming van de bpm, in de budgettaire tabellen van het Klimaatakkoord rekening gehouden. Voor de periode na 2020 dient dan ook eenzelfde jaarlijkse aanscherping van de bpm-tarieven te worden aangebracht. Anders volgt een budgettaire derving. Een dergelijke aanscherping van de bpm-tarieven is geen onderdeel van dit wetsvoorstel en wordt op een later tijdstip in de wet verankerd. (blz 3 t/m 7)
Nederlandse Cosmetica Vereniging: Begroting Infrastructuur & Waterstaat
  • Verpakkingen en plastic
    • "Voor het tegengaan van plastic soep en het voorkomen van zwerfafval kent Nederland een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductiedoelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Het tweede spoor betreft het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. De voortgang en de realisatie van de doelstellingen worden gemonitord door Rijkswaterstaat, hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. […] Om een extra impuls te geven aan het minder gebruiken van plastics en meer recyclen en toepassen van plastics, is een ambitieus Plastic Pact NL gesloten met 75 koplopers in het bedrijfsleven en andere maatschappelijk betrokken organisaties. Dit pact loopt vooruit op de implementatie van de Europese Single Use Plastics (SUP) richtlijn. De resultaten worden jaarlijks gemonitord en begin 2020 zal de nulmeting en een eerste voortgangsmeting aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. De aanpak met het Plastic Pact wordt daarnaast opgeschaald binnen Europa." [p.19]
  • Duurzaamheid
    • "Er worden komende tijd vier wijzigingsrichtlijnen met betrekking tot afvalstoffen in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd (te weten: de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen, de verpakkingenrichtlijn, de wijzigingsrichtlijn autowrakken, accu’s, batterijen en afgedankte elektronische apparatuur en de richtlijn storten van afvalstoffen. De voornaamste wijzigingen betreffen de doelstelling voor inzameling van huishoudelijk afval, uitfaseren van storten, uitbreiding van de producenten verantwoordelijkheid, afvalpreventie, en verbetering in de toepassing van de concepten «einde-afval» en «bijproducten»." [p.115]
  • Duurzame productieketens
    • "Zoals vermeld in de ISB-Urgenda (Kamerstukken II 2018–2019 35 235, nr. 1) worden subsidies verstrekt via de Demonstratieregeling Energie- en klimaatinnovaties (DEI+). Dit betreft budget voor subsidieverlening in het kader van voorlichting aan burgers over duurzame handelingsperspectieven en ondersteuning van bedrijven bij verduurzaming van productieprocessen. In het kader van het Klimaatakkoord worden middelen uit de klimaatenveloppe ingezet ter stimulering van: • Ketenaanpak, Circulair ontwerp van producten en diensten in grondstoffenketens, hergebruik consumptiegoederen via ambachtscentra, ketensamenwerking en versnellingsteams, inclusief afvalpreventie • Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden • Recycling en hergebruik van (bio)plastics en textiel." [p.119]
  • Toezeggingen bewindspersonen Infrastructuur en Waterstaat [p.253 + 269]
Achmea Begroting ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Gezondheid dichtbij voor iedereen
    • Ook in 2020 neemt het kabinet maatregelen om stapeling van eigen betalingen voor zorg en ondersteuning te beperken. Met de invoering van het abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen is een eerste stap gezet. Vanaf 2020 wordt de invoering van het abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen via een wetswijziging volledig gerealiseerd. Het tarief gaat dan gelden voor zowel maatwerkvoorzieningen als voor een belangrijk deel van de algemene voorzieningen (p.15).
    • De directe, beïnvloedbare indicator voor de betaalbaarheid is de plafondtoets voor de zorg, omdat die aangeeft of de zorguitgaven binnen het door het kabinet gestelde maximum blijven. Daarmee is
      dit een streefcijfer. Zoals in het Financieel Beeld Zorg (VWS-begroting 2020) beschreven blijven de netto-zorguitgaven jaarlijks meer dan € 1 miljard onder dat gestelde plafond. De bruto-zorguitgaven inclusief de uitgaven aan de Wmo en jeugdzorg en die op de VWS-begroting lopen op naar € 92 miljard in 2021. Twee bredere en meer maatschappelijk relevante indicatoren voor de betaalbaarheid van de zorg betreffen het aandeel van het BBP dat besteed wordt aan zorg en de gemiddelde lasten per volwassene. De eerste laat tussen 2013 en 2018 een dalende trend zien en bedraagt in 2018 9,9% (OESO-definitie). De lasten per volwassene stijgen naar verwachting tussen 2017 (€ 5.047) en 2021 (€ 5.924) met gemiddeld 4,1% per jaar. Ter vergelijking: de contractlonen stijgen in diezelfde periode met gemiddeld 2,3% per jaar. (p.16)
    • Het vraagstuk m.b.t. de organiseerbaarheid van de zorg moet vanuit de regio worden bezien. Daar moet de samenwerking plaatsvinden, tussen zorg- en hulpverleners, tussen hun organisaties, en tussen gemeenten, verzekeraars en zorgkantoren als inkopende partijen. Het is daarbij zaak de aanspreekbaarheid van partijen te vergroten. Het kabinet verwacht van partijen dus dat ze het gedeelde beeld maken en de daaruit voortkomende opgave oppakken; dat ze bepalen of in de regio een brede basis van preventie, ondersteuning en zorg op orde is en dat er actie wordt ondernomen als dat onvoldoende het geval blijkt te zijn. Het kabinet verwacht dat ze afspraken maken over de samenwerking op en rond de grensvlakken van de verschillende zorgdomeinen, om te beginnen voor kwetsbare groepen (p.17). De samenwerking in de regio kan op initiatief van verschillende partijen plaatsvinden. De afspraak in de hoofdlijnenakkoorden is dat de inkopende partijen de rol op zich nemen om tot dat gedeelde beeld te komen als het initiatief ontbreekt. De eerste inventarisatie van de gemaakte regiobeelden wordt begin 2020 opgemaakt.
    • De komende periode gaat het kabinet verder met de uitvoering van de programma's, akkoorden en andere trajecten. Parallel daaraan wil het kabinet met betrokken partijen verkennen hoe de governance binnen het zorgstelsel kan en moet worden versterkt om aan de toekomstige zorgvraag (in de regio) tegemoet te komen. Voor het zomerreces van 2020 wordt een contourennota uitgebracht. `Hierbij wordt gebruik gemaakt van de inzichten en ontwikkelingen uit de beweging de Juiste Zorg op de Juiste plek.'
NDP Nieuwsmedia – Begroting ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Beleidsprioriteiten - Media
    • “Onafhankelijke, betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige media zijn onmisbaar. Het belang van goede onderzoeksjournalistiek blijft onverminderd groot, de media vervullen een onontbeerlijke rol in onze maatschappij en democratie. We zetten daarom ook in 2020 in op de versterking van (onderzoeks)journalistiek, met nadruk op de regionale en lokale journalistiek. Wij stimuleren (onderzoeks)journalistieke producties, investeringen in professionalisering en talentontwikkeling en innovatie van de journalistieke infrastructuur in Nederland.
    • In samenwerking met het Ministerie van BZK, de VNG en de NLPO (Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen) werken we het advies uit over de organisatie en financiering van lokale publieke omroepen van de Raad voor cultuur en Raad voor het openbaar bestuur. Voor 2020 is er een subsidieregeling ingesteld voor de regionale publieke mediainstellingen. Deze vervangt de eerdere regeling B van de Frictiekostenregeling regionale publieke media-instellingen 2016–2019. Met deze subsidie investeren we in projecten gericht op toekomstgerichte innovatie en op samenwerking lokale, regionale en landelijke media.
    • De landelijke publieke omroep staat voor de uitdaging om toekomstgerichte keuzes te maken en zijn rol in de samenleving te bestendigen. De ontwikkelingen in de mediasector vragen daarom; media-gebruikers kijken niet meer alleen lineair maar ook wanneer het hen uitkomt en steeds meer online, er zijn allerlei nieuwe grote spelers op de markt en verdienmodellen veranderen. De NPO zal het komende jaar verdere invulling geven aan de Prestatieovereenkomst 2017–2020. In de visiebrief over de toekomst van het publieke omroepbestel staan de ambities van dit kabinet. We gaan de maatregelen uit de visiebrief uitwerken in overleg met de NPO, omroepen en betrokken partijen, omdat de keuzes die we gemaakt hebben van grote invloed kunnen zijn op hen en op de landelijke publieke omroep als geheel. Publieke en private mediapartijen werken ondertussen samen op verschillende vlakken om Nederlandse mediagebruikers ook in de toekomst een goed en gevarieerd media-aanbod te geven.” [p.20]
  • Aanvullende middelen mediavisiebrief
    • “Het Kabinet maakt structureel € 40 miljoen vrij om de publieke omroep te compenseren voor minder reclame-inkomsten. Dit is toegelicht in de brief over de visie toekomst publiek omroepbestel die op 14 juni 2019 naar de Tweede Kamer is verstuurd. Daarnaast is er voor de periode 2019 tot en met 2021 totaal € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor de versterking van de samenwerking tussen regionale en lokale publieke omroepen.” [p.26]
  • Beleidswijzigingen - Media
    • "Op 14 juni 2019 is de visiebrief toekomst publiek omroepbestel van dit kabinet verschenen. De maatregelen uit deze visiebrief zullen worden vertaald in een nieuw wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008. Vanwege een aantal wettelijke termijnen rond de komende concessie- en erkenningsperiode (zoals voor de indiening van het concessiebeleidsplan door de NPO, de teldatum voor ledenaantallen voor de omroepverenigingen en de indiening van erkenningsaanvragen) zullen parallel aan de uitwerking van deze visiebrief via een spoedwetsvoorstel de huidige concessie- en erkenningsduur verlengd worden met één jaar tot 1 januari 2022. Het streven is om het grootste deel van de maatregelen uit deze visiebrief vanaf 1 januari 2021 in te laten gaan, zodat deze maatregelen, met het uitstel van de nieuwe concessie- en erkenningsperiode, voor de nieuwe periode hun effect kunnen hebben.
    • Vanaf 2020 zal de rijksmediabijdrage met € 40 miljoen worden verhoogd. Voor de regionale, lokale en streekomroepen is € 15 miljoen toegevoegd aan de beschikbare rijksmediabijdrage. Dit bedrag wordt als volgt over drie jaren verdeeld: € 3 miljoen in 2019, € 7,5 miljoen in 2020 en 4,5 miljoen in 2021. In zowel 2019 als 2020 wordt € 3 miljoen bestemd voor de streekomroepen in het kader van de motie Sneller c.s.; voor 2020 en 2021 is voor beide jaren € 4,5 miljoen beschikbaar voor de samenwerking tussen regionale en lokale publieke omroepen." [p.107]
NDP Nieuwsmedia – Memorie van toelichting Belastingplan 2020
  • Verlaagd btw-tarief voor elektronische uitgaven
    •  "De BTW-richtlijn 200637 kent de mogelijkheid een verlaagd btw-tarief toe te passen voor het leveren en uitlenen van boeken, kranten en tijdschriften op een fysieke drager. Deze richtlijn bood echter tot voor kort nog geen mogelijkheid boeken, kranten en tijdschriften die langs elektronische weg worden geleverd of uitgeleend ook onder het verlaagde btw-tarief te brengen. De Raad van de Europese Unie heeft inmiddels een richtlijn vastgesteld over btw-tarieven op boeken, kranten en tijdschriften (Richtlijn btw-tarieven boeken, kranten en tijdschriften) die de BTW-richtlijn 2006 op dat punt wijzigt. Het is de EU-lidstaten nu toegestaan het verlaagde btw-tarief in de nationale wetgeving op te nemen voor langs elektronische weg geleverde boeken, kranten en tijdschriften. Het kabinet heeft zich voor een wijziging van de BTW-richtlijn 2006 op dit punt ingespannen. Vanzelfsprekend wil het kabinet ook gebruikmaken van de mogelijkheid die de BTW-richtlijn 2006 nu biedt om het bestaande verschil in de btw-behandeling van boeken, kranten en tijdschriften die op verschillende wijze worden geleverd of uitgeleend te beëindigen. Dit gebeurt met het voorliggende voorstel.[p.31]
  • Wijzigingen in de Wet OB 1968
    • “Op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) geldt voor de levering of het uitlenen van op papier of een andere fysieke drager aangebrachte boeken, digitale educatieve informatie, dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere ten minste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven (fysieke uitgaven) het verlaagde btw-tarief. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de toepassing van dit verlaagde btw-tarief met ingang van 1 januari 2020 uit te breiden voor de levering of het uitlenen van deze uitgaven langs elektronische weg (elektronische uitgaven). Het voorstel leidt ertoe dat het voor de btw-behandeling niet meer uitmaakt of bijvoorbeeld een boek op papier of op een cd wordt geleverd (fysieke drager) of dat de gedigitaliseerde inhoud van een boek langs elektronische weg wordt aangeboden. De ongelijke behandeling wordt dus opgeheven.
    • Daarnaast wordt gebruikgemaakt van de mogelijkheid om het verlaagde btw-tarief met ingang van 1 januari 2020 ook toe te passen op het verlenen van toegang tot nieuwswebsites zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften. Verder wordt – in lijn met de BTW-richtlijn 2006 – vastgelegd dat voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief de elektronische uitgaven en de nieuwswebsites niet uitsluitend of hoofdzakelijk mogen bestaan uit reclamemateriaal of uit videoinhoud of beluisterbare muziek.[p.31]
  • Budgetaire gevolgen verlaagd btw-tarief voor elektronische uitgaven
    • “Het verlaagde btw-tarief voor boeken, kranten, tijdschriften en dergelijke wordt uitgebreid zodat ook bepaalde digitale uitgaven hieronder komen te vallen. Voor deze zogenoemde e-publicaties daalt het btw-tarief van 21% naar 9%. De budgettaire derving van deze maatregel bedraagt jaarlijks € 30 miljoen” [p.41]
  • Het verlenen van toegang tot nieuwswebsites zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften
    • “Voorgesteld wordt het verlaagde btw-tarief ook van toepassing te laten zijn op het verlenen van toegang tot de nieuwswebsite zoals die van een dagblad, weekblad of tijdschrift. Bedoeld worden websites waarop nieuws, actualiteiten en achtergrondinformatie (bijvoorbeeld als uitvloeisel van journalistiek onderzoek) is te lezen, waarbij voor iedere afnemer dezelfde leesinhoud beschikbaar is. Met deze aanvulling wordt bijvoorbeeld beoogd nieuwswebsites – waaronder begrepen apps – van de welbekende dagbladen, zoals deze op dit moment worden aangeboden, onder het toepassingsbereik van het verlaagde tarief te brengen. Door de modale consument worden deze producten gezien als dagblad. Het is inherent aan een nieuwswebsite dat de daarop gepubliceerde artikelen voortdurend worden ververst en dat er bijvoorbeeld een door de afnemer aangebrachte voorkeursselectie van de nieuwsberichten te verkrijgen is. Deze mogelijkheden doen daarom niet af aan de toepassing van het verlaagde btw-tarief.”
Allego: Rijksbegroting Infrastructuur en Waterstaat
  • Duurzame mobiliteit
    • De uitwerking van maatregelen voor de stimulering van de tweede- handsmarkt van elektrische voertuigen. Het kabinet stelt daarvoor 100 miljoen beschikbaar voor de periode tussen 2020 en 2024. (Blz 11)
    • Er zijn afspraken gemaakt om de elektrificatie van voertuigen (batterij- en brandstofcel) voor alle modaliteiten te versnellen. Het kabinet richt zich op overschakeling naar elektrische aandrijflijnen (inclusief waterstof), waarbij auto’s vrij zijn van schadelijke uitlaatgas- sen. Daarbij streeft het kabinet naar 100% nul-emissie nieuwverkopen personenauto’s vanaf 2030. In 2020 wordt gewerkt aan de wettelijke verankering van de stimuleringsregelingen voor elektrische personen-, bestel- en vrachtauto’s. Dat is nodig met het oog op het streven dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissieloos zijn en dat in 2025 in ongeveer 30 tot 40 grotere steden middelgrote zero-emissie zones zullen zijn ingesteld voor goederenvervoer. (blz 59)
    • (blz 62)
  • 22-05-2018: VAO Duurzaam vervoer: 
    • 31 305-261: verzoekt de regering om versneld pictogrammen op verkeersborden te plaatsen voor alternatieve brandstoffen door werk met werk te maken als er onderhoudswerkzaamheden aan de weg plaatsvinden,verzoekt de regering tevens, met de leveran- ciers van navigatiesystemen in gesprek te gaan over hoe tankstations voor alternatieve brandstoffen en (snel)laadpunten op dezelfde wijze als reguliere tankstations kunnen worden aangegeven in hun producten.
    • Staatssecretaris: De Minister heeft tijdens de begrotingsbehandeling in 2018 de Kamer toegezegd dat voor de zomer het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) met een advies zal komen over het symbool voor alternatieve brandstoffen. RWS zal na ontvangst van het advies, starten om met de implementatie van dit advies in de vervanging van borden. Het project loopt t/m eind 2021. (blz 215)
Achmea Miljoenennota
  • In het kort
    • Het kabinet verwacht dat 2020 het zevende jaar op rij is met economische groei. Al neemt het groeipercentage wel af. Met 1.8 procent dit jaar en 1.5 procent in 2020.
    • Om Nederland ook in de toekomst robuust te houden maakt het kabinet drie miljard euro extra vrij de lasten van huishoudens, en met name werkenden, te verlichten en wordt een betere balans beoogd tussen werkenden en zelfstandigen. Daarnaast wordt extra geld uitgetrokken voor betaalbare woningen, jeugdzorg, defensie en het versneld afbouwen van de gaswinning.
    • De komende periode worden de contouren voor een investeringsfonds dat voeding biedt aan verstandige investeringen t.b.v. het verdienvermogen op lange termijn uitgewerkt
  •  Gezondheid dichtbij voor iedereen
    • De komende jaren komt er extra budget beschikbaar voor de knelpunten in de jeugdhulp. Gemeenten zijn nog volop bezig om het transformatiedoel van de decentralisaties te realiseren. Daardoor is het budget in veel gemeenten niet toereikend en komt het kabinet de gemeenten de komende jaren tegemoet met een extra budget van in totaal 420 miljoen euro in 2019, 300 miljoen euro in 2020 en 300 miljoen euro in 2021.
    • De zorguitgaven nemen toe, maar zijn lager dan verwacht in het Regeerakkoord.
  • Financiële oplossingen voor nu, straks en later
    • Om ouderen in goede gezondheid de AOW-leeftijd te laten bereiken, wordt de AOW leeftijdsgrens niet meer een-op-een gekoppeld aan de levensverwachting; er komt een twee-op-drie koppeling. Voor elk jaar dat de levensverwachting toeneemt, stijgt de AOW-leeftijd dan met acht maanden, in plaats van met één jaar.
Allego: Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Energie- en warmtewet
    • De energietransitie vraagt om aanpassingen in wet- en regelgeving. EZK wil daarom in 2020 het wetsvoorstel voor de Energiewet indienen bij de Tweede Kamer. De Energiewet kent drie opgaven: 1) overzichtelijke wetgeving voor elektriciteit en gas, 2) implementatie van het vierde Elektriciteitspakket en 3) quick wins uit het Klimaatakkoord omzetten in wetgeving. De Energiewet moet de consument meer kansen bieden om energie op te wekken en op te slaan. Daarnaast biedt de Energiewet ook meer bescherming voor alle afnemers van elektriciteit en oplossingen voor problemen in de netcapaciteit die in delen van Nederland zijn ontstaan door de snelle toename van duurzame energie. (blz 11)
  • Elektrisch rijden
    • (blz 97)
    • Extracomptabele fiscale regelingen. Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:
    • –  EB Verlaagd tarief openbare laadpalen (Blz 112)
    • Voetnoot 1: Vanaf 2018 is het budget voor Elektrisch Rijden overgegaan van EZK naar IenW. In het jaar 2018 wordt dit verantwoord op artikel 21. Het RVO-gedeelte hiervan wordt verantwoord op artikel 19 (onderdeel 02). Het budget voor Green Deal Laadinfrastructuur en verlenging subsidie NKL worden in 2018 verantwoord op artikel 21. Het budget 2018 dat nog op de EZK-begroting 2019 verantwoord wordt betreft de uitfinanciering van de openstelling 2017. (Blz 116)
    • (blz 183)
    • (Blz 231)
Allego: Miljoenennota
  • Elektrisch vervoer
    • Er komt extra geld beschikbaar om maatregelen uit het Klimaatak­koord uit te voeren. Dit geld wordt besteed aan het warmtefonds, het noodfonds, de landbouw, de aanpak van stikstof, fiets parkeren, elektrisch vervoer en gemeenten. Deze middelen komen boven op de Klimaatenvelop die bij Regeerakkoord beschikbaar is gesteld. (blz. 32)
  • Klimaatakkoord
    •  Ook het Klimaatakkoord bevat veel fiscale maatregelen. Die ondersteunen de transitie naar elektrisch vervoer, zorgen voor een verschuiving van de energiebelasting van burgers naar bedrijven via een hogere Opslag Duurzame Energie en dragen bij aan verduurzaming in de industrie door een CO2-heffing. Elektrisch rijden wordt gestimuleerd met aanpassingen in de bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen), motorrijtuigenbelasting en bijtelling. Om overstimulering te voorkomen, zal worden gemonitord hoe het aantal elektrische auto’s zich ontwikkelt. Als dat nodig is, kan de fiscale stimulering indien nodig worden beperkt. De energiebelasting wordt aangepast zodat een sterkere prikkel ontstaat om te verduurzamen doordat investeringen in verduurzaming zich sneller terugverdienen. Extra middelen die op deze manier worden opgehaald worden teruggegeven via de belastingvermindering en een lager energiebelastingtarief van de eerste schijf voor elektriciteit. Daar staan hogere tarieven voor bedrijven tegen­ over. Om de CO2-reductie in de industrie te bewerkstelligen wordt met een CO2-heffing een prikkel voor de industrie geïntroduceerd om te verduurzamen. Deze heffing kent een afnemende vrije voet waardoor de heffing wordt geheven over de tonnen die de sector teveel uitstoot. De heffing loopt in combinatie met de ETS-prijs op tot een hoogte tussen de 125 en 150 euro per ton in 2030. (blz. 47) 

    • (blz 48)
    • Beprijzen en normeren helpt om de kosten van de transitie beperkt te houden. Door de prijzen zo veel mogelijk in lijn te brengen met de maat­schappelijke kosten en baten van producten, kunnen burgers en bedrijven worden gestimuleerd om te kiezen voor duurzame producten en productie­ processen. Het kabinet zet erop in dat de vervuiler meer gaat betalen. In de industrie wordt een CO2-heffing ingevoerd die oploopt tot 125 ‒ 150 euro per ton in 2030 en die gaat gelden over de te veel uitgestoten emissies. Ook gaat er een CO2-minimumprijs gelden voor elektriciteitsproductie. In de energiebelasting vindt er een schuif plaats waardoor elektriciteit relatief goedkoper en gas relatief duurder wordt. Het kabinet neemt tegelijkertijd maatregelen die ervoor zorgen dat het belastingdeel van de energierekening voor een huishouden in 2020 daalt. Daarnaast wordt er een vliegbelasting geïntroduceerd. Hiermee wil het kabinet vliegen, dat zorgt voor veel CO2-uitstoot, ontmoedigen. Tot slot dragen in het autodomein fiscale prikkels en Europese normen bij aan de reductie van emissies. Elektrisch rijden raakt steeds verder ingeburgerd. Mede daarom is op termijn een andere vormgeving van de autobelastingen noodzakelijk. Dit voorkomt dat een steeds kleinere groep de inkomsten opbrengt. Ook onder een nieuw stelsel moet iedereen die gebruikmaakt van infrastructuur in redelijkheid bijdragen aan de kosten. Betalen naar gebruik levert volgens het PBL potentieel een bijdrage aan minder files en uitstoot. Het kabinet zal daarom, voor de volgende kabinetsformatie, minstens drie varianten van betalen naar gebruik bij autorijden onderzoeken. Ook zal het daarbij voorbereidingen schetsen en waar mogelijk of nodig deze voorbereidingen treffen. De invoering van het nieuwe stelsel wordt betrokken bij de al voorgenomen belastingherziening in 2025. (blz 61)
  • Bijlage Miljoenennota
    • (blz 102)
    • (blz 134)
NRG: Begroting Infrastructuur & Waterstaat
  • Beleidsagenda I&W: nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en beveiliging
    • (pp. 23 - 24) "Nucleaire veiligheid is van groot belang en heeft onverminderd onze aandacht; Nederland en de buurlanden zetten de goede samenwerking ook in 2020 voort bijvoorbeeld door samenwerking bij de uitwisseling van informatie over de staat van de reactoren, crisisvoorbereiding en uitvoering van kruisinspecties. De samenwerking heeft onder meer als doel om ervoor te zorgen dat bewoners in de grensgemeenten ook bij gebeurtenissen bij kerncentrales over de nationale grenzen heen snel en juist worden geïnformeerd. Adequate communicatie over ongewone gebeurtenissen bij nucleaire installaties en goede samenwerking met alle veiligheidspartners vormen andere belangrijke pijlers, ook om onnodige maatschappelijke onrust te voorkomen.
      De nucleaire beveiliging blijft op een solide niveau door bijstelling van de referentiedreiging Cyber Security in 2020 op basis van een in 2019 uitgevoerd assessment van de cyberweerstand bij nucleaire inrichtingen. Een referentiedreiging beschrijft de meest ernstige, maar toch nog realistische, scenario’s gebaseerd op dreigingsinformatie van de AIVD. Deze referentiedreiging vormt het uitgangspunt voor de verplichte maatregelen voor cyberbeveiliging van de Nederlandse nucleaire installaties.
      De borging voor nucleaire veiligheid, beveiliging en stralingsbescherming is daarnaast afhankelijk van kwalitatief hoogwaardige regelgeving, vergunningverlening en het toezicht daarop. In dat licht vinden regelmatig internationale toetsingen plaats. In 2020 zal de driejaarlijkse rapportage door Nederland in het kader van het VN Verdrag Nucleaire Veiligheid internationaal worden getoetst. Ook de wettelijke evaluatie van de ANVS (afronding 3e kwartaal 2019) zal een graadmeter zijn op dit vlak. De eventuele vervolgacties worden in 2020 opgepakt.
      Tegelijk wil Nederland blijven innoveren, bijvoorbeeld bij medische toepassingen en in de industrie. Dit kan leiden tot meer en intensievere toepassingen van ioniserende straling. Hoewel de gevolgen voor mens en milieu daarvan in het algemeen beperkt zijn, gaat ook hier veiligheid voor alles. De ANVS volgt daarom de innovaties nauwlettend en past zo nodig het (uitvoerings)beleid aan met als doel een veilige toepassing, ook in de gezondheidszorg".
VSNU: Begroting Onderwijs Cultuur en Wetenschap
  • Onderzoek en wetenschapsbeleid: beleidswijzigingen open access
    • "In 2020 wordt het budget van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) verhoogd van € 108 miljoen naar € 130 miljoen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de afspraken in het regeerakkoord over de NWA (zie de beleidsagenda).De Nederlandse wetenschap is onderdeel van het internationale bestel en Nederland werkt erg succesvol internationaal samen. Zo wordt 7,8% van de middelen uit het huidige EU-Kaderprogramma verworven door Nederland. De inzet is er op gericht deze hoge score in het nieuwe Kaderprogramma vast te houden (zie de beleidsagenda).Open science en open access worden de norm in wetenschappelijk onderzoek. Zoals beschreven in het Nationaal Plan Open Science (NPOS) streeft OCW naar 100% open access van publicaties in 2020 en het optimaal hergebruik van data. Om de overgang naar open science te versnellen, starten de partijen binnen het NPOS dit jaar met een aantal concrete projecten op het gebied van open access, FAIR-data en waarderen en belonen van onderzoekers. Daarnaast komt er dit jaar meer duidelijkheid over de ontwikkeling van de European Open Science Cloud (EOSC)." [p. 113]
  • Beleidsprioriteiten: Onderzoek van wereldformaat
    • [p. 18]
    • "Nederlandse onderzoekers behoren tot de wereldtop. We willen onze positie behouden en versterken. In de brief Nieuwsgierig en betrokken beschreven wij onze ambities voor het wetenschapsbeleid voor de komende jaren. We streven naar 100% open access in 2020 (het percentage over 2017 is 50%). Dit zou betekenen dat dan alle wetenschappelijke publicaties voor iedereen gratis toegankelijk zijn.Onderzoek staat in nauwe verbinding met de maatschappij. Komend jaar bouwen we die verbinding uit met de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). De middelen die hiervoor beschikbaar zijn stijgen tot € 130 miljoen. Via de NWA stimuleren we multidisciplinaire samenwerking in de volle breedte van de wetenschap via 25 routes. De gehonoreerde consortia uit de eerste call voor langjarige onderzoeksfinanciering komen volgend jaar op stoom. Voor de onderwerpen die aangedragen zijn door de vakdepartementen zullen in 2020 calls gelanceerd worden op acht onderwerpen, waaronder digitale innovaties en werk, economische veerkracht van vrouwen, encryptie, herstel biodiversiteit en vernieuwing toezicht. Voor de ideeëngenerator voor creatieve, spannende en innovatieve onderzoeksideeën zijn er komend jaar twee aanvraagrondes." [p. 18]
    • "Naar aanleiding van het advies van de commissie Van Rijn hebben we besloten om met ingang van 2020 in totaal € 60 miljoen over te hevelen van de middelen van NWO (tweede geldstroom) naar de universiteiten (eerste geldstroom). Door de middelen niet via NWO te verdelen maar direct aan de universiteiten toe te kennen, neemt de matchingsdruk bij universiteiten af en ontstaat meer vrije financiële ruimte bij hen. De universiteiten werken samen met NWO en de KNAW aan een voorstel om de overheveling op te laten lopen tot € 100 miljoen. Op basis daarvan wordt over de invulling van de resterende overheveling besloten. De prioriteiten uit het Regeerakkoord worden hierbij ontzien en de overheveling moet leiden tot meer samenwerking en profilering. Naar aanleiding van de motie van Meenen onderzoeken we op dit moment of de over te hevelen sectormiddelen voor bèta/techniek ten goede kunnen komen aan de algemene universiteiten." [p. 18]
    • "Ook op Europees niveau zijn wij actief om onze doelen te bereiken. Wij dringen aan op een andere manier van onderzoeksbeoordeling, omdat de huidige focus op citatiescores niet voldoende zegt over de kwaliteit van wetenschap. Wij willen dat er ook aandacht is voor wetenschap met maatschappelijke impact, goede verbinding met onderwijs en academisch leiderschap. Na de Europese Gender Summit in oktober 2019 gaan wij een nationaal actieplan maken voor diversiteit in de wetenschap. Voor de nieuwe Europese begroting legt het Regeerakkoord de nadruk op een modernere Europese begroting die meer is gericht op onderzoek en innovatie. Onze uitgangspunten voor het Europese onderzoeksprogramma Horizon Europe hebben een duidelijke plek gekregen in het akkoord: Excellentie, impact en open science. In 2020 krijgen wij met de tweejarige Balans van de Wetenschap inzicht in de positie van weten-schap in Nederland ten opzichte van andere landen. Wij blijven ons voor deze lijnen en uitgangspunten inzetten.Ook onderzoeken we samen met de andere departementen in hoeverre aanvullende maatregelen gewenst zijn met betrekking tot de risico’s van ongewenste kennis- en technologieoverdracht in het academisch onderwijs en onderzoek en op welke manier een brede kennisregeling kan worden opgezet." [p. 19]
BVO Begroting Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Beleidsprioriteiten
    • "In 2019 is het bevolkingsonderzoek darmkanker volledig ingevoerd. Vanaf dat jaar krijgen jaarlijks naar schatting bijna 2,3 miljoen mensen een uitnodiging om mee te doen." (p. 23)
  • Bevolkingsonderzoeken
    • "In de begroting 2020 worden alle subsidies voor bevolkingsonderzoeken samengevoegd. In de begroting 2019 was dit nog niet het geval. Onder deze post vallen: (1) het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker (€ 125,4 miljoen), (2) het financieren van de Regionale centra prenatale screening (€ 4,2 miljoen) en (3) het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT) (€ 15,4 miljoen)." (p. 65)
    • VWS geeft in de begroting de kengetallen deelname aan bevolkingsonderzoeken weer:
  •  Kankeronderzoek
    • "VWS stelt in 2020 € 80,5 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de medisch specialistische zorg. Hieronder valt een aantal zorggebieden, zoals: oncologie, geboortezorg, acute zorg en antibioticaresistente. Voor oncologie is in 2020 in totaal € 59,2 miljoen beschikbaar voor:
      - Het bevorderen van fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en het bevorderen van kwaliteit van leven van de patiënt;
      - Het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het opstellen van richtlijnen, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing;
      - De eenmalige registratie van alle pathologie-uitslagen, het beheer hiervan in een landelijke databank en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Deze gegevens vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonderzoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek". (p. 76)

Uw contact voor persoonlijk advies

Frans van Drimmelen
Partner en senior adviseur
f.van.drimmelen@dr2.nl

Audrey Keukens
Partner en senior adviseur
a.keukens@dr2.nl

Marieke van der Werf
Partner en senior adviseur
m.vander.werf@dr2.nl

Roeland Coomans
Partner en senior adviseur
r.coomans@dr2.nl

Eelco Keij
US agent & senior advisor
e.keij@dr2.nl

Jeroen Lammers
Managing partner
j.lammers@dr2.nl

Kirsten Verdel
Senior adviseur
k.verdel@dr2.nl

Marielle Rillaerts
Senior Adviseur
m.rillaerts@dr2.nl

Charlotte van Wezel
Senior adviseur
c.van.wezel@dr2.nl

Leonie Scholts
Senior adviseur
l.scholts@dr2.nl

Ewout Tenhagen
Adviseur
e.tenhagen@dr2.nl

Amber Leguit
Adviseur
a.leguit@dr2.nl

Carsten Zwaaneveld
Adviseur
c.zwaaneveld@dr2.nl

Jonathan Mol
Adviseur
j.mol@dr2.nl

Dyonne Niehof
Junior Adviseur
d.niehof@dr2.nl

Rik Jansen
Junior Adviseur
r.jansen@dr2.nl

Veerle Nicolaï
Junior Adviseur
v.nicolai@dr2.nl

Carline van Breugel
Junior Adviseur
c.van.breugel@dr2.nl

Evan Clark
Junior Adviseur
e.clark@dr2.nl

Tom de Kleer
Junior Adviseur
t.de.kleer@dr2.nl

Samar Ahmed
Stagiair


Rein Jas
Stagiair


Leander den Boer
Stagiair


Gina Versteegen
Secretaresse
g.versteegen@dr2.nl

Stephanie Willems
Secretaresse


Alicia Dewansingh
Junior secretaresse
a.dewansingh@dr2.nl

Sandy Soebedar
HR | Finance
s.soebedar@dr2.nl

Ilona Heijkoop
Financial Controller
I.Heijkoop@dr2.nl

Roel Bol
Geassocieerd partner en senior adviseur
info@dr2.nl

Marc Muntinga
Geassocieerd partner en senior adviseur


Tine van Heerikhuize
Geassocieerd partner en senior adviseur
info@dr2.nl