Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Vandaag presenteerde het kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan.

In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie.

Hoe nu verder? De Algemene Politieke Beschouwingen (ABP) en de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) vinden plaats op respectievelijk 18-19 september en 2-3 oktober. Tijdens deze debatten zal op hoofdlijnen gedebatteerd worden over de plannen van Rutte III. De begrotingsbehandelingen starten in de week van 8 oktober, en duren de hele maand oktober & november. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt in groter detail ingegaan op de aangekondigde maatregelen per ministerie. Deze begrotingsbehandelingen zijn van groot belang. Uiteraard kunnen wij deze debatten voor u volgen en duiden.

Voor het einde van het jaar stemmen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de voorstellen en amendementen. Zodra zij de voorstellen hebben goedgekeurd, is de Rijksbegroting vastgesteld en kan de regering haar plannen gaan uitvoeren.

In de stukken staat dat elektrisch rijden wordt gestimuleerd met aanpassingen in de bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen), motorrijtuigenbelasting en bijtelling. Eerder werd al in het Klimaatakkoord aangekondigd dat het kabinet de fiscale stimulering met stapsgewijze aanpassingen doorzet tot en met 2025. Om overstimulering te voorkomen, wordt gemonitord hoe het aantal elektrische auto’s zich ontwikkelt. In het najaar van 2019 wordt de Kamer geïnformeerd over de knelpunten voor de uitrol van laadinfrastructuur. Er wordt in de stukken niet ingegaan op netstabiliteit en smart charging. In de bijlagen van de Miljoenennota staat dat het verlaagd tarief openbare laadpalen niet wordt geëvalueerd vanwege de beoogde afschaffing in 2020.

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

Allego: Infrastructuurfonds
  • Slimme en duurzame mobiliteit
    • Slimme en duurzame mobiliteit. (€ 66 miljoen): Tijdens het BO MIRT 2018 (Kamerstukken II 2018–2019 35 000 A, nr. 78) zijn afspraken gemaakt om invulling te geven aan de ambities uit het Regeerakkoord aangaande slimme en duurzame mobiliteit. Hiervoor wordt additioneel € 66 miljoen gereserveerd als toevoeging aan de lopende programma’s. 
(blz 94)
  • Mobiliteitsfonds (MF)
    • In het regeerakkoord is opgenomen dat het IF wordt omgevormd tot een Mobiliteitsfonds (MF). Kern van het fonds is dat niet langer de modaliteit maar de mobiliteit centraal staat. Tot 2030 zijn de financiële middelen verdeeld tussen de traditionele modaliteiten. Vanaf 2030 wordt een nieuwe indeling gebruikt die aansluit op de agenda voor slimme en duurzame mobiliteit. Voor beheer en onderhoud wordt een apart budget gereserveerd. Deze verandering is ook aanleiding om de werkwijze en de gehanteerde begrippen verder te harmoniseren. Zo is het van belang om uniform te rapporteren over de staat van onze Rijksinfrastructuur, waar RWS en ProRail dit nu nog op een eigen manier doen. Zoals aangegeven in de kamerbrief over de ontwikkelingen rondom instandhouding (Kamerstukken 2018–2019, 35 000 A-98) zal IenW begrippen, budgettaire reeksen en afwegingskaders over beheer, onderhoud en vervanging beter op elkaar laten aansluiten. Dit helpt bij het maken van afwegingen in het kader van het MF en ook om de Tweede Kamer op vergelijkbare wijze te informeren over de instandhouding van alle netwerken. (blz 180)
Allego: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
  • Tabel 84 Door bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerond
    • Omschrijving: De minister zegt toe met betrekking tot laadpunten: Vanuit implementatie EPBD III wordt hieraan gewerkt. In najaar 2019 wordt Tweede Kamer geïnformeerd over eisen aan aantal oplaadpunten en laadinfrastructuur.
    • Toegezegd in: Algemeen overleg Energiebesparing en energieprestatie van gebouwen d.d. 21 februari 2019 (Kamerstukken II, 2018/19, 30196, nr. 637)
    • Voortgangsinformatie Parlement: De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2019 geïnformeerd.(blz 258)
Allego: Fiscale maatregelen klimaatakkoord.
  • Fiscale maatregelen 
    • Klimaatakkoord - mobiliteit
      • In de mobiliteitssector worden voorstellen gedaan voor het versnellen van de transitie naar emissievrij rijden. Op basis van de ingevolge de Wet uitwerking Autobrief II in de betreffende wetten opgenomen horizonbepalingen zou de fiscale stimulering van emissievrije auto’s in 2021 worden beëindigd. Ingevolge het Klimaatakkoord wordt dit aangepast en zet het kabinet de fiscale stimulering met stapsgewijze aanpassingen door tot en met 2025.
      • Het versnellen van de transitie naar emissievrij rijden leidt tot een bijdrage aan de benodigde emissiereductie in de sector mobiliteit. De transitie leidt ook tot andere maatschappelijke baten zoals meer luchtkwaliteit en stiller verkeer. Het ingroeipercentage voor emissievrije auto’s komt met de stimulering binnen de bestaande autobelastingen uit op 24% van het aantal nieuw verkochte auto’s in 2025. Het kabinet zal, ten behoeve van de volgende kabinetsformatie, onderzoek doen naar en voorbereidingen schetsen en waar mogelijk of nodig deze voorbereidingen treffen voor een ander systeem van autobelastingen gericht op het betalen naar gebruik na 2025. Daarbij zal ook het in het regeerakkoord opgenomen streven dat in 2030 alle nieuw te verkopen auto’s emissievrij zijn, worden meegenomen.
        Bij de vormgeving van het pakket maatregelen ter stimulering van emissievrij rijden hebben handelingsperspectief voor de automobilist en betaalbaarheid een belangrijke rol gespeeld. In het dekkingspakket (ter dekking van de aan de stimulering van emissievrij rijden verbonden kosten) is geen sprake van lastenverhoging op bezit voor de fossiele rijder. Wel is er, in de vorm van een zeer beperkte verhoging van de accijns op diesel, sprake van een lichte lastenverhoging op het gebruik van een fossiele auto. De accijns op diesel wordt per 2021 verhoogd met 1 cent per liter en per 2023 wederom met 1 cent per liter.
        De ontwikkeling van het emissievrij rijden is inherent onzeker. In het Klimaatakkoord is daarom voorzien in een “hand aan de kraan”-systematiek die het mogelijk maakt om in te grijpen als er sprake is van een ontwikkeling die afwijkt van het beoogde ingroeipad, bijvoorbeeld als er substantieel meer of substantieel minder elektrische auto’s worden verkocht dan voorzien. Indien de ontwikkeling afwijkt van het voorspelde pad, zal het kabinet een voorstel voor aanpassing van de mate van stimulering doen. 
      • De omvang van de aanpassing is afhankelijk van de omvang van de afwijking. Deze bijstelling geldt zowel naar boven als naar beneden. De ontwikkelingen zullen maandelijks worden gemonitord. Op basis van eerste 4 maanden in jaar t vindt een eerste voorspelling plaats op basis van de totale ontwikkeling in jaar t en de realisatie van jaar t-1. Indien deze voorspelling afwijkt van het eerder voorspelde pad is het mogelijk een voorstel te formuleren (noodrem) voor aanpassing van fiscale maatregelen ten behoeve van het Belastingplan voor jaar t + 1 die in september jaar t wordt gepubliceerd (input hiervoor in juni jaar t). 
      • Naast de maandelijkse monitoring en jaarlijkse toetsing zal op een aantal momenten een uitgebreidere evaluatie worden uitgevoerd: 2022/2023 (tussenevaluatie); 2024 (integrale evaluatie); 2027/2028 (tussenevaluatie); 2030 (eindevaluatie klimaatakkoord). Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de bijlage bij de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de kabinetsaanpak Klimaatbeleid.
    • Bijtelling
      • Zonder nadere maatregelen stopt ingevolge de huidige wetgeving met ingang van 2021 de fiscale stimulering van emissievrije auto’s. Dat houdt onder andere in dat de korting op de bijtelling5 voor de emissievrije auto van de zaak met ingang van 2021 zou worden beëindigd en dat voor nieuwe emissievrije auto’s van de zaak vanaf 2021 weer het algemene bijtellingspercentage van 22% van toepassing wordt. In het Klimaatakkoord is benadrukt dat het streven is dat uiterlijk 2030 alle nieuwe auto’s emissievrij zijn. Om die reden stelt het kabinet voor om de fiscale stimulering van emissievrije auto’s ook na 2020 voort te zetten. De fiscale stimulering is techniekneutraal en geldt voor alle emissievrije auto’s, dus zowel voor volledig batterijaangedreven elektrische auto’s als voor bijvoorbeeld auto’s waarvan de motor wordt aangedreven door waterstof. Op dit moment is de volledig batterijaangedreven elektrische auto de meest gangbare emissievrije auto. Om die reden wordt in deze paragraaf verder alleen nog gesproken over elektrische auto’s.
      • De huidige korting op de bijtelling zal derhalve ook na 2020 voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak worden gecontinueerd. Omdat de meerkosten van de elektrische auto ten opzichte van de door fossiele brandstoffen aangedreven auto’s naar verwachting zullen afnemen, kan ook de mate van fiscale stimulering dienovereenkomstig worden verlaagd. Het voorstel houdt in dat de korting op de bijtelling in stappen zal worden afgebouwd tot uiteindelijk nul vanaf 1 januari 2026. In dat jaar gaat voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak dan ook het algemene bijtellingspercentage van 22% gelden. De zogenoemde cap, zijnde het deel van de catalogusprijs waarop de korting van thans 18%-punt van toepassing is (op dit moment geldt een cap van € 50.000 waardoor de korting op de bijtelling nu maximaal € 9000 bedraagt), wordt op grond van de voorgestelde wijzigingen in 2021 verlaagd tot € 40.000 en daarna niet meer aangepast. Met ingang van 1 januari 2026 verliest de cap zijn belang omdat volgens de voorgestelde wijzigingen op dat moment ook de korting op de bijtelling is afgeschaft. 
      • Zoals aangegeven in het klimaatakkoord zijn partijen het erover eens dat de onzekerheid na 2025 groot is. Het kabinet zal daarom, ten behoeve van de volgende kabinetsformatie, varianten van betalen naar gebruik onderzoeken, voorbereidingen schetsen en waar mogelijk of nodig deze voorbereidingen treffen. Daarbij zal ook het in het regeerakkoord opgenomen streven dat in 2030 alle nieuw te verkopen auto’s emissievrij zijn, worden meegenomen. In overeenstemming met de afspraken in het Klimaatakkoord wordt bij de stimulering van elektrische auto’s meer rekening gehouden met de ontwikkelingen in de markt. De verkoopcijfers van elektrische voertuigen tonen aan dat de verkoop van elektrische auto’s aanvankelijk achterbleef bij de ramingen, maar dat het gevoerde beleid succesvol is en dat de verkopen de verwachtingen van de Wet uitwerking Autobrief II inmiddels ruimschoots overtreffen. In 2018 zijn ongeveer twee keer zoveel elektrische auto’s verkocht als verwacht. De verkopen tot nu toe in 2019 laten zien dat ook in 2019 meer elektrische auto’s zullen worden verkocht dan eerder geraamd. Een dergelijke stijging van de verkopen is een aanwijzing dat de mate van stimulering waarschijnlijk hoger is dan noodzakelijk om het gewenste doel te bereiken. Dat is voor het kabinet aanleiding om al met ingang van 1 januari 2020 over te gaan tot een verlaging van de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s en een verlaging van de cap. De korting op de bijtelling bedraagt zoals gezegd op dit moment 18%-punt. Het kabinet stelt voor met ingang van 1 januari 2020 deze korting te verlagen tot 14%-punt en tegelijkertijd de cap te verlagen tot € 45.000 waardoor in 2020 de korting maximaal € 6300 bedraagt. 
      • In de hierna opgenomen tabel is voor (in het betreffende jaar) nieuwe auto’s het verloop weergegeven van de voorgestelde korting op de bijtelling en de voorgestelde aanpassingen van de cap vanaf 1 januari 2020 tot en met 1 januari 2026. In de tabel is ook aangegeven wat in die jaren na toepassing van de verlaagde korting en de verlaagde cap de maximale korting wordt. 
      •  In de hierna opgenomen grafiek is inzichtelijk gemaakt wat bij verschillende catalogusprijzen de effectieve bijtelling op grond van dit wetsvoorstel wordt voor de elektrische auto in de verschillende jaren tot en met 2026. Ter vergelijking is daarin ook opgenomen de effectieve bijtelling zoals die geldt in 2019. De effectieve bijtelling voor bijvoorbeeld een auto met een catalogusprijs van € 70.000 en een datum eerste toelating in 2021 wordt 16,29%, zijnde 12% over de eerste € 40.000 en 22% over het restant van € 30.000. In de grafiek zijn de verschillende effectieve bijtellingspercentages ook afgezet tegen het algemene bijtellingspercentage van 22% waardoor ook de steeds kleiner wordende verschillen tussen beide percentages inzichtelijk worden.
        De in de tabel genoemde kortingen op de bijtelling en de daarin genoemde cap’s blijven voor auto’s met een in dat jaar gelegen datum van eerste toelating van toepassing gedurende 60 maanden na de eerste dag van de maand volgend op die datum van eerste toelating. De datum van eerste toelating is de datum waarop de auto voor de eerste maal op de weg is toegelaten. Voor een elektrische auto met een datum van eerste toelating van bijvoorbeeld 1 juni 2021 geldt op grond van het wetsvoorstel een korting op de bijtelling van 12%-punt en een cap van € 40.000. Deze auto behoudt deze bijtelling en cap dan tot 1 juli 2026. Voor een elektrische auto met een datum van eerste toelating in april 2025 blijft de korting van 5%-punt dan tot 1 mei 2030 van toepassing. 
    • Bpm en mrb emissievrije voertuigen en Plug-in Hybride Elektrische Voertuigen
      • Voor emissievrije voertuigen en Plug-in Hybride Elektrische Voertuigen (PHEV’s) gelden in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) en de motorrijtuigenbelasting (mrb) enkele fiscale voordelen die met ingang van 1 januari 2021 zullen aflopen. In overeenstemming met de afspraken uit het Klimaatakkoord worden deze fiscale voordelen als volgt verlengd. Het nihiltarief in de bpm voor emissievrije auto’s wordt verlengd tot en met 2024. Vanaf 2025 geldt voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer de vaste voet van € 360 (prijzen 2019).
      • Het nihiltarief in de mrb voor een personenauto met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer wordt verlengd tot en met 2024. In 2025 betaalt men voor deze personenauto’s 25% van het dan geldende reguliere mrb-tarief. Vanaf 2026 betaalt men voor deze personenauto’s 100% van het reguliere mrb-tarief. Deze wijziging geldt naast personenauto’s ook voor bestelauto’s, motorrijwielen, vrachtauto’s, rijdende winkels, autobussen en buitenlandse motorrijtuigen.
      • In de mrb geldt een halftarief voor een personenauto met een CO2-uitstoot van meer dan 0 maar niet meer dan 50 gram per kilometer. In de praktijk voldoen tot op heden uitsluitend PHEV’s aan dit criterium. Dit halftarief in de mrb wordt verlengd tot en met 2024. In 2025 wordt dit halftarief omgezet in een driekwarttarief. Per 2026 vervalt het driekwarttarief en geldt het volledige tarief.
      • De huidige correctiefactor voor de massa van PHEV voor bestelauto’s wordt verlengd tot en met 2025. Deze correctiefactor bestaat vanwege het zwaardere gewicht van PHEV ten opzichte van conventionele auto’s, veroorzaakt door de aanwezige batterij.
      • Tot slot dient te worden opgemerkt dat als gevolg van de Wet uitwerking Autobrief II de bpm- tarieven in de periode 2017 tot en met 2020 jaarlijks worden aangescherpt om gelijke tred te houden met het jaarlijks CO2-zuiniger worden van nieuwe auto’s. Hiermee wordt budgettaire derving door zogenoemde grondslagerosie voorkomen. Door Europese CO2-normen voor 2025 en 2030 zullen nieuwe auto’s ook in de periode richting 2030 jaarlijks CO2-zuiniger worden. Met deze ontwikkeling is, voor wat betreft de raming van de bpm, in de budgettaire tabellen van het Klimaatakkoord rekening gehouden. Voor de periode na 2020 dient dan ook eenzelfde jaarlijkse aanscherping van de bpm-tarieven te worden aangebracht. Anders volgt een budgettaire derving. Een dergelijke aanscherping van de bpm-tarieven is geen onderdeel van dit wetsvoorstel en wordt op een later tijdstip in de wet verankerd. (blz 3 t/m 7)
Allego: Rijksbegroting Infrastructuur en Waterstaat
  • Duurzame mobiliteit
    • De uitwerking van maatregelen voor de stimulering van de tweede- handsmarkt van elektrische voertuigen. Het kabinet stelt daarvoor 100 miljoen beschikbaar voor de periode tussen 2020 en 2024. (Blz 11)
    • Er zijn afspraken gemaakt om de elektrificatie van voertuigen (batterij- en brandstofcel) voor alle modaliteiten te versnellen. Het kabinet richt zich op overschakeling naar elektrische aandrijflijnen (inclusief waterstof), waarbij auto’s vrij zijn van schadelijke uitlaatgas- sen. Daarbij streeft het kabinet naar 100% nul-emissie nieuwverkopen personenauto’s vanaf 2030. In 2020 wordt gewerkt aan de wettelijke verankering van de stimuleringsregelingen voor elektrische personen-, bestel- en vrachtauto’s. Dat is nodig met het oog op het streven dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissieloos zijn en dat in 2025 in ongeveer 30 tot 40 grotere steden middelgrote zero-emissie zones zullen zijn ingesteld voor goederenvervoer. (blz 59)
    • (blz 62)
  • 22-05-2018: VAO Duurzaam vervoer: 
    • 31 305-261: verzoekt de regering om versneld pictogrammen op verkeersborden te plaatsen voor alternatieve brandstoffen door werk met werk te maken als er onderhoudswerkzaamheden aan de weg plaatsvinden,verzoekt de regering tevens, met de leveran- ciers van navigatiesystemen in gesprek te gaan over hoe tankstations voor alternatieve brandstoffen en (snel)laadpunten op dezelfde wijze als reguliere tankstations kunnen worden aangegeven in hun producten.
    • Staatssecretaris: De Minister heeft tijdens de begrotingsbehandeling in 2018 de Kamer toegezegd dat voor de zomer het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) met een advies zal komen over het symbool voor alternatieve brandstoffen. RWS zal na ontvangst van het advies, starten om met de implementatie van dit advies in de vervanging van borden. Het project loopt t/m eind 2021. (blz 215)
Allego: Begroting Economische Zaken en Klimaat
  • Energie- en warmtewet
    • De energietransitie vraagt om aanpassingen in wet- en regelgeving. EZK wil daarom in 2020 het wetsvoorstel voor de Energiewet indienen bij de Tweede Kamer. De Energiewet kent drie opgaven: 1) overzichtelijke wetgeving voor elektriciteit en gas, 2) implementatie van het vierde Elektriciteitspakket en 3) quick wins uit het Klimaatakkoord omzetten in wetgeving. De Energiewet moet de consument meer kansen bieden om energie op te wekken en op te slaan. Daarnaast biedt de Energiewet ook meer bescherming voor alle afnemers van elektriciteit en oplossingen voor problemen in de netcapaciteit die in delen van Nederland zijn ontstaan door de snelle toename van duurzame energie. (blz 11)
  • Elektrisch rijden
    • (blz 97)
    • Extracomptabele fiscale regelingen. Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:
    • –  EB Verlaagd tarief openbare laadpalen (Blz 112)
    • Voetnoot 1: Vanaf 2018 is het budget voor Elektrisch Rijden overgegaan van EZK naar IenW. In het jaar 2018 wordt dit verantwoord op artikel 21. Het RVO-gedeelte hiervan wordt verantwoord op artikel 19 (onderdeel 02). Het budget voor Green Deal Laadinfrastructuur en verlenging subsidie NKL worden in 2018 verantwoord op artikel 21. Het budget 2018 dat nog op de EZK-begroting 2019 verantwoord wordt betreft de uitfinanciering van de openstelling 2017. (Blz 116)
    • (blz 183)
    • (Blz 231)
Allego: Miljoenennota
  • Elektrisch vervoer
    • Er komt extra geld beschikbaar om maatregelen uit het Klimaatak­koord uit te voeren. Dit geld wordt besteed aan het warmtefonds, het noodfonds, de landbouw, de aanpak van stikstof, fiets parkeren, elektrisch vervoer en gemeenten. Deze middelen komen boven op de Klimaatenvelop die bij Regeerakkoord beschikbaar is gesteld. (blz. 32)
  • Klimaatakkoord
    •  Ook het Klimaatakkoord bevat veel fiscale maatregelen. Die ondersteunen de transitie naar elektrisch vervoer, zorgen voor een verschuiving van de energiebelasting van burgers naar bedrijven via een hogere Opslag Duurzame Energie en dragen bij aan verduurzaming in de industrie door een CO2-heffing. Elektrisch rijden wordt gestimuleerd met aanpassingen in de bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen), motorrijtuigenbelasting en bijtelling. Om overstimulering te voorkomen, zal worden gemonitord hoe het aantal elektrische auto’s zich ontwikkelt. Als dat nodig is, kan de fiscale stimulering indien nodig worden beperkt. De energiebelasting wordt aangepast zodat een sterkere prikkel ontstaat om te verduurzamen doordat investeringen in verduurzaming zich sneller terugverdienen. Extra middelen die op deze manier worden opgehaald worden teruggegeven via de belastingvermindering en een lager energiebelastingtarief van de eerste schijf voor elektriciteit. Daar staan hogere tarieven voor bedrijven tegen­ over. Om de CO2-reductie in de industrie te bewerkstelligen wordt met een CO2-heffing een prikkel voor de industrie geïntroduceerd om te verduurzamen. Deze heffing kent een afnemende vrije voet waardoor de heffing wordt geheven over de tonnen die de sector teveel uitstoot. De heffing loopt in combinatie met de ETS-prijs op tot een hoogte tussen de 125 en 150 euro per ton in 2030. (blz. 47) 

    • (blz 48)
    • Beprijzen en normeren helpt om de kosten van de transitie beperkt te houden. Door de prijzen zo veel mogelijk in lijn te brengen met de maat­schappelijke kosten en baten van producten, kunnen burgers en bedrijven worden gestimuleerd om te kiezen voor duurzame producten en productie­ processen. Het kabinet zet erop in dat de vervuiler meer gaat betalen. In de industrie wordt een CO2-heffing ingevoerd die oploopt tot 125 ‒ 150 euro per ton in 2030 en die gaat gelden over de te veel uitgestoten emissies. Ook gaat er een CO2-minimumprijs gelden voor elektriciteitsproductie. In de energiebelasting vindt er een schuif plaats waardoor elektriciteit relatief goedkoper en gas relatief duurder wordt. Het kabinet neemt tegelijkertijd maatregelen die ervoor zorgen dat het belastingdeel van de energierekening voor een huishouden in 2020 daalt. Daarnaast wordt er een vliegbelasting geïntroduceerd. Hiermee wil het kabinet vliegen, dat zorgt voor veel CO2-uitstoot, ontmoedigen. Tot slot dragen in het autodomein fiscale prikkels en Europese normen bij aan de reductie van emissies. Elektrisch rijden raakt steeds verder ingeburgerd. Mede daarom is op termijn een andere vormgeving van de autobelastingen noodzakelijk. Dit voorkomt dat een steeds kleinere groep de inkomsten opbrengt. Ook onder een nieuw stelsel moet iedereen die gebruikmaakt van infrastructuur in redelijkheid bijdragen aan de kosten. Betalen naar gebruik levert volgens het PBL potentieel een bijdrage aan minder files en uitstoot. Het kabinet zal daarom, voor de volgende kabinetsformatie, minstens drie varianten van betalen naar gebruik bij autorijden onderzoeken. Ook zal het daarbij voorbereidingen schetsen en waar mogelijk of nodig deze voorbereidingen treffen. De invoering van het nieuwe stelsel wordt betrokken bij de al voorgenomen belastingherziening in 2025. (blz 61)
  • Bijlage Miljoenennota
    • (blz 102)
    • (blz 134)

Uw contact voor persoonlijk advies

Audrey Keukens
Partner en senior adviseur
a.keukens@dr2.nl

Charlotte van Wezel
Senior adviseur
c.van.wezel@dr2.nl