Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Vandaag presenteerde het kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan.

In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie.

Hoe nu verder? De Algemene Politieke Beschouwingen (ABP) en de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) vinden plaats op respectievelijk 18-19 september en 2-3 oktober. Tijdens deze debatten zal op hoofdlijnen gedebatteerd worden over de plannen van Rutte III. De begrotingsbehandelingen starten in de week van 8 oktober, en duren de hele maand oktober & november. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt in groter detail ingegaan op de aangekondigde maatregelen per ministerie. Deze begrotingsbehandelingen zijn van groot belang. Uiteraard kunnen wij deze debatten voor u volgen en duiden.

Voor het einde van het jaar stemmen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de voorstellen en amendementen. Zodra zij de voorstellen hebben goedgekeurd, is de Rijksbegroting vastgesteld en kan de regering haar plannen gaan uitvoeren.

In de stukken staat dat circulaire economie een speerpunt is van dit kabinet. De ambitie is om de hoeveelheid afval die wordt gestort of verbrand terug te brengen met 50% van 10 Mton in 2012 naar 5 Mton in 2022. Er wordt bezien met welke andere prikkels de circulaire economie het beste kan worden ondersteund. De in 2019 uitgevoerde analyse van de bestaande prikkels op het gebied van storten, verbranden en nuttig toepassen zal daarvoor als basis dienen. In 2020 wordt daarnaast verder gevolg gegeven aan het vormgeven van de in het regeerakkoord opgenomen verbreding van de afvalstoffenbelasting. Veel van de relevante maatregelen die worden vermeld komen uit de Klimaatenveloppe, Urgenda en het Klimaatakkoord. Uit Urgenda is bijvoorbeeld een heffing op het verbranden en storten van buitenlands afval opgenomen. Tot slot is er aandacht voor CC(U)S en de verbreding van de SDE-regelingen. 

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

AVR: Miljoenennota
  • Inkomsten en uitgaven Rijksoverheid
    • "Vanaf volgend jaar verbreedt de regering de SDE+. Naast hernieuwbare energie zullen dan ook andere technieken die leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen, voor subsidie in aanmerking komen. In de nieuwe regeling, de SDE++, zullen technieken gerangschikt gaan worden op subsidiebehoefte per ton CO2-reductie." (p.36)
  • EB Stadsverwarmingsregeling
AVR: Begroting van Infrastructuur en Waterstaat
  • Circulaire economie
    • "Circulaire economie is een speerpunt van dit kabinet; in haar laatste milieurapport heeft de Europese Commissie Nederland hierop toonaangevend genoemd. Bovendien draagt circulaire economie bij aan de klimaatdoelstellingen van Nederland. De ambitie is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van het nationale verbruik van primaire grondstoffen. Om de transitie te versnellen is het belangrijk dat alle betrokken partijen met elkaar aan de slag gaan en dat kennis, ook internationaal wordt gedeeld tussen inkopers, opdrachtgevers, bedrijven, overheden en financiers. Hopelijk biedt de tweede conferentie Circulaire economie in februari 2020 weer een goed platform voor die uitwisseling. Ook worden in 2020 de voorbereidingen getroffen voor het World Circular Economy Forum dat waarschijnlijk begin 2021 in Nederland wordt georganiseerd. De inspanningen moeten niet alleen op nationaal niveau plaatsvinden, maar ook regionaal. Projecten op het gebied van circulaire economie die bijdragen aan nationale CO2-reductie, kunnen daarnaast ondersteund worden met middelen die zijn vrijgemaakt voor de klimaatopgave. In het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis is eenmalig (voor 2019 en 2020) een bedrag van € 80 miljoen ten behoeve van IenW vrijgemaakt. Met deze middelen worden onder andere circulaire projecten in de grond-, weg- en waterbouw en de kunststoffenketen gestimuleerd. In 2020 en latere jaren wordt de besteding van die middelen gekoppeld aan het Klimaatakkoord. Hiervoor wordt in 2020 € 5 miljoen van de Klimaatenveloppe van het kabinet ingezet voor het realiseren van circulaire projecten die tegelijk tot reductie van de CO2-uitstoot leiden. In het aangekondigde Urgenda-pakket is tevens een heffing op het verbranden en storten van buitenlands afval opgenomen." (p.18-19)
    • Programma nederland circulair: transitie-agenda’s
    • "Het Rijk zet zich samen met andere maatschappelijke partijen in om de transitie naar een circulaire economie te versnellen en op te schalen. In het kader van het Rijks-brede Programma Nederland Circulair heeft het Rijk deze ambitie verder geoperationaliseerd per prioriteit, keten of grondstoffenstroom. Daarbij zijn de gewenste effecten op milieu, leveringszekerheid en economisch concurrentievermogen leidend.
    • In het uitvoeringsprogramma uit 2019 zijn de activiteiten gepresenteerd binnen vijf transitieagenda’s en binnen de dwarsdoorsnijdende thema’s. Om uitvoering te geven aan de transitieagenda’s is op de IenW begroting in totaal € 16 miljoen vrijgemaakt voor 2019 en 2020. Het PBL zal de komende jaren de resultaten monitoren en eind 2019 een eerste voortgangsrapportage opleveren. Vanaf 2020 ontvangt de Kamer jaarlijks voor de zomer een actualisering van het uitvoeringsprogramma." (p.19)
    • Verpakkingen en plastic
    • "Voor het tegengaan van plastic soep en het voorkomen van zwerfafval kent Nederland een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie-doelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Het tweede spoor betreft het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. De voortgang en de realisatie van de doelstellingen worden gemonitord door Rijkswaterstaat, hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) bijzondere aandacht geschonken aan minder blikjes in het zwerfafval. Om een extra impuls te geven aan het minder gebruiken van plastics en meer recyclen en toepassen van plastics, is een ambitieus Plastic Pact NL gesloten met 75 koplopers in het bedrijfsleven en andere maatschappelijk betrokken organisaties. Dit pact loopt vooruit op de implementatie van de Europese Single Use Plastics (SUP) richtlijn. De resultaten worden jaarlijks gemonitord en begin 2020 zal de nulmeting en een eerste voortgangsmeting aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. De aanpak met het Plastic Pact wordt daarnaast opgeschaald binnen Europa.
    • IenW ondersteunt het initiatief van Nederlandse en Europese festivalorganisatoren om zich te ontwikkelen tot circulaire festivals als vervolg op de lopende Green Deal Afvalvrije Festivals en wil ook met andere sectoren tot soortgelijke afspraken komen. Ook is voor het tegengaan van microplastics € 10 miljoen beschikbaar gesteld uit de Enveloppe Natuur en waterkwaliteit voor de periode 2018–2021, wat via het Deltafonds wordt uitgegeven. Voorts worden met de e-commerce sector afspraken gemaakt over het verduurzamen van haar verpakkingen." (p.19)
    • Kleding en textiel
    • "Kleding en textiel hebben na voedsel de grootste ecologische voetafdruk. Er wordt in deze keten bijvoorbeeld veel verspild als gevolg van «fast fashion». Ook is er onvoldoende transparantie over de productieprocessen en loopt de kwantiteit en kwaliteit van de inzameling, sortering en recycling achter op andere materiaalstromen zoals glas, papier en plastic. Daarbij neemt de export van herbruikbare kleding en textiel naar ontwikkelingslanden af, mede door de afnemende kwaliteit van ingezamelde kleding. In 2019 zal -mede op basis van het plan dat de sector zelf opstelt- een beleidsprogramma textiel worden opgesteld dat het hoofd moet bieden aan deze ongewenste ontwikkelingen. De uitvoering van het programma begint in 2020." (p.20)
    • PBL monitoring circulaire economie
    • "Voor het Rijksbrede programma Circulaire Economie is door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in samenwerking met verschillende kennisinstellingen een monitoringprogramma ontwikkeld. Eén keer in de twee jaar levert PBL in dat verband een monitoringsrapportage op. Het andere jaar levert PBL een voortgangsrapportage op. Eind 2019 zal PBL de eerste voortgangsrapportage opleveren. Op basis daarvan wordt het uitvoeringsprogramma in 2020 geactualiseerd."(p.112)
    • Derde circulaire economiepakket
    • “Het derde circulaire economiepakket dat de Europese Commissie op 16 januari 2018 heeft gepubliceerd, versterkt en ondersteunt evenals de beide vorige pakketten de Nederlandse ambities voor een circulaire economie voor de komende periode. Het pakket bevat, naast een rapport over kritieke primaire grondstoffen, de kunststoffenstrategie en het snijvlak van stoffen-, product- en afvalstoffenwetgeving, tevens het raamwerk voor monitoring van de transitie naar een circulaire economie. Op 4 maart 2019 presenteerde de Europese Commissie een rapport waarin werd geconcludeerd dat alle 54 acties van het derde circulaire afvalpakket ofwel afgerond waren ofwel doorlopen tot na 2019. Er worden komende tijd vier wijzigingsrichtlijnen met betrekking tot afvalstoffen in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd (te weten: de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen, de verpakkingenrichtlijn, de wijzigingsrichtlijn autowrakken, accu’s, batterijen en afgedankte elektronische apparatuur en de richtlijn storten van afvalstoffen. De voornaamste wijzigingen betreffen de doelstelling voor inzameling van huishoudelijk afval, uitfaseren van storten, uitbreiding van de producenten verantwoordelijkheid, afvalpreventie, en verbetering in de toepassing van de concepten «einde-afval» en «bijproducten».” (p.115)
  • Duurzaamheid
    • Algemene Doelstelling
      "Bevorderen van de circulaire economie met als doelen het behouden van natuurlijke hulpbronnen, zicht op de economische keten en het gebruik van hulpbronnen, het verbeteren van de voorzieningszekerheid van grondstoffen, het verminderen van emissies en het versterken van de Nederlandse economie.
    • Rollen en verantwoordelijkheden
      Duurzaamheid moet expliciet onderdeel uit gaan maken van afwegingen en besluiten van organisaties en individuen in Nederland. Om dit te bereiken worden belemmeringen weggenomen, instrumenten ontwikkeld en samenwerkingsverbanden georganiseerd met de maatschappelijke partners. De Minister is hierbij verantwoordelijk voor:
      De transitie naar een circulaire economie (zoals uiteengezet in het Rijksbrede programma Circulaire Economie) die wezenlijk bijdraagt aan het verminderen van de milieudruk en het halen van de klimaatdoel-stelling, het verbeteren van de voorzieningszekerheid en het versterken van het verdienvermogen van de Nederlandse economie en het vitaal houden van ons natuurlijk kapitaal;
      - Het borgen van verduurzaming via wetgeving op nationaal, op EU- en internationaal niveau, bijvoorbeeld om de markt voor secundaire grondstoffen te vergroten, slim ontwerp van producten te stimuleren, het marktaandeel van circulaire producten te verhogen, ongewenste emissies te voorkomen, de kwaliteit van de leefomgeving in verdichte gebieden te verbeteren;
      - Het met behulp van de minimumstandaarden in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) verder realiseren van hoogwaardige afvalverwerking;
      - Het coördineren van beleid in Europees en in mondiaal verband om het internationale level playing field voor duurzaamheid te versterken;
      - Het toepassen van slimme marktprikkels door het beprijzen van milieuschade;
      - Het coördineren van het interdepartementale plan van aanpak Maatschappelijk Verantwoord Inkopen overheden 2015–2020." (p.111)
  • Klimaat- en Energieverkenning
    • "Het PBL zal in de Klimaat- en Energieverkenning met ingang van 2019 jaarlijks rapporteren over de voortgang in het beleid en de effecten daarvan dat is opgenomen in het klimaatakkoord. Daarin wordt ook aandacht besteed aan circulaire projecten die tevens een CO2-reductie realiseren." (p.112)
  • Landelijk Afvalplan (LAP)
    • “Voor het afvalbeleid zijn doelen vastgesteld in het Landelijk Afvalplan (LAP), waaronder:
      Beperking van het afval aanbod door huishoudens en bedrijven, bevordering van afvalscheiding en (voorbereiding voor) nuttig hergebruik, liefst door hoogwaardige recycling. LAP3 is eind 2017 in werking getreden.
      Preventie van afvalstoffen, zodanig dat de in de periode 1985–2014 bereikte ontkoppeling tussen de ontwikkeling van het Bruto Binnen-lands Product (BBP) en de ontwikkeling van het totale afvalaanbod wordt versterkt. Dit houdt in dat het totaal afvalaanbod in 2023 niet groter mag zijn dan 61 Mton en in 2029 niet groter mag zijn dan 63 Mton.
      Het van 2012 tot 2022 halveren van de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» via afvalverbrandingsinstallaties en/of stortplaatsen (in 2012 betrof dit bijna 10 Mton).” (p.112)
  • Ontwikkeling Nederlands afval
    • “Onderstaande grafieken geven een beeld van de ontwikkeling van het Nederlands afval. De eerste grafiek (grafiek 1) laat de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» zien als percentage van die hoeveelheid in het basisjaar 2012. Grafiek 2 laat de verhoudingen zien tussen afvalverwerking (storten, recyclen en verbranden) over de jaren. Grafiek 3 is een weergave van het werkelijke afvalaanbod versus het afvalaanbod als het de ontwikkeling van het bbp zou volgen. De ambitie is om de hoeveelheid afval die wordt gestort of verbrand terug te brengen met 50% van 10 Mton in 2012 naar 5 Mton in 2022. Dat moet bereikt worden door inzet in de gehele keten, door van de ontwerp- tot aan de afvalfase te werken aan preventie, hergebruik en recycling. De hoeveelheid huishoudelijk restafval is afgenomen terwijl de hoeveelheid bedrijfsafval is toegenomen. Het is aannemelijk dat bij dat laatste de aantrekkende economie een rol speelt.” (p.112)
  • Klimaatenveloppe
    • “Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord heeft het kabinet besloten om vanaf 2020 onderstaande reeks ter beschikking te stellen voor circulaire maatregelen voor het realiseren van de CO2-reductie doelstelling in 2030. De middelen komen uit de klimaatenveloppe en zijn bestemd voor de ontwikkeling van nieuwe technieken, demonstratie en pilotprojecten in het kader van onderstaande deelthema’s:” (p.115)
  • Zwerfafval
    • “In de brief «Naar een circulaire verpakkingsketen» (Kamerstukken II 2017–2018 28 694, nr. 135) zijn de afspraken met het verpakkend bedrijfsleven over de aanpak van kleine plastic flesjes in het zwerfafval weergegeven. Besloten is tot een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie-doelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Daarmee wordt een belangrijke impuls gegeven aan circulariteit. Het tweede spoor betreft het voorbereiden van het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes, voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. In 2019 is de daartoe benodigde wijziging van het Besluit beheer verpakkingen opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. De voortgang en realisatie van de doelstellingen worden gemonitord en hierover wordt de Tweede Kamer tweemaal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) bijzondere aandacht geschonken aan minder blikjes in het zwerfafval. IenW zal hierbij graag partner zijn.” (p.115)
  • Belasting op storten en verbranden
    • “Per 1 januari 2019 heeft reeds een verhoging plaatsgevonden van de belasting op storten en verbranden. Het doel hiervan is om het verbranden en storten van restafval te ontmoedigen en daarmee scheiden van afval en hoogwaardig hergebruik van deelstromen te bevorderen.” (p.116)
  • Afvalstoffenbelasting
    • “In 2020 wordt verder gevolg gegeven aan het vormgeven van de in het regeerakkoord opgenomen verbreding van de afvalstoffenbelasting. Ook wordt bezien met welke andere prikkels de circulaire economie het beste kan worden ondersteund. De in 2019 uitgevoerde analyse van de bestaande prikkels op het gebied van storten, verbranden en nuttig toepassen zal daarvoor als basis dienen.” (p.116)
  • Duurzame Productketens
    • Opdrachten
      “De opdrachten hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken op het gebied van het afvalbeleid (onder andere de uitvoering van het LAP3). Daarnaast heeft dit betrekking op opdrachten voor de uitvoering van o.a.: de rijks-brede coördinatie van het CE-programma, de monitoring van de voortgang en effecten, de uitvoering van een aantal doorsnijdende thema’s uit de kabinetsreactie (zoals producentenverantwoordelijkheid, versnellingshuis, communicatie en circulair ontwerpen) en de versnelling en opschaling van de transitieagenda’s waar IenW voor verantwoordelijk is.” (p.119)
    • Subsidies
      “Dit betreft budget voor subsidieverlening in het kader van voorlichting aan burgers over duurzame handelingsperspectieven en ondersteuning van bedrijven bij verduurzaming van productieprocessen. Zoals vermeld in de ISB-Urgenda (Kamerstukken II 2018–2019 35 235, nr. 1) worden subsidies verstrekt via de Demonstratieregeling Energie- en klimaatinnovaties (DEI+)." (p.119)
  • Klimaatenveloppe
    • In het kader van het Klimaatakkoord worden middelen uit de klimaatenveloppe ingezet ter stimulering van:
      - Ketenaanpak, Circulair ontwerp van producten en diensten in grondstoffenketens, hergebruik consumptiegoederen via ambachts-centra, ketensamenwerking en versnellingsteams, inclusief afvalpreventie
      - Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden
      Recycling en hergebruik van (bio)plastics en textiel” (p.119)
  • ILT
    • “De ILT ontvangt in 2020 een hogere structurele agentschapsbijdrage (€ 12 miljoen). Vanaf 2021 wordt de begroting structureel opgehoogd met € 15 miljoen per jaar. Deze middelen worden ingezet om vanaf 2020 extra inspecteurs in te zetten. Op basis van de ILT-brede risicoanalyse (IBRA) worden de nieuwe medewerkers daar ingezet, waar het risico hoog is en waar de inzet vergroot moet worden om tot een voldoende niveau van toezicht te komen. De focus verschuift daarbij van reguliere werkzaamheden naar een meer programmatische aanpak. In het meerjarenplan 2020 van de ILT wordt verder ingegaan op de besteding van deze extra middelen.” (p.141)
    • Handhaving en toezicht: Top 10
      “Op basis van IBRA, de wettelijke verplichtingen, de beleidsinzet en het beeld van verwachte toekomstige risico’s breidt de ILT haar programmatische aanpak steeds verder uit. In 2020 lopen de volgende programma’s:
      4.Bodem, grond- en oppervlaktewater
      5.Afval circulair
      7.Duurzame producten
      8.Minder broeikasgassen” (p.142)
  • Motie kleine kunststof drankflessen
  • Motie taskforce herrijking afvalstoffen
  • Motie afvalverbranden
AVR: Begroting van Economische Zaken en Klimaat
  • Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
    • “Algemene doelstelling
      1) Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid,
      Eén van de prioritaire missies van het kabinet betreft het klimaat en de verduurzaming van de industrie. Met de klimaatambities van het kabinet zal innovatie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-arme en innovatieve industrie in 2050. De nationale doelstelling in het Regeerakkoord van 49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990, vertaalt zich voor de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) in additioneel 14,3 Mton reductie in 2030 (59% reductie ten opzichte van 1990). In het voorstel voor een Klimaatakkoord wordt deze transitie nader uitgewerkt (Kamerstuk 32 813, nr. H). De bijdrage die EZK levert aan de circulaire maakindustrie in het kader van het interdepartementale programma Circulaire Economie draagt hier mede aan bij.” (p.53-54)
  • Verduurzaming industrie
    • Beleidsprioriteiten
    • “Een andere belangrijke pijler binnen de verduurzaming van de industrie die bijdraagt aan het sluiten van industriële kringlopen is de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan een significante bijdrage aan de CO2-reductie leveren, tegen relatief lage kosten en kan dienen als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU). Voorwaarde bij de inzet van CCS is dat dit enkel in sectoren gebeurt waar geen kosteneffectieve alternatieven zijn en dat het de ontwikkeling van duurzame alternatieven niet in de weg staat. In 2020 werkt EZK aan de verdere realisatie van CCS-projecten middels een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.” (p.11)
    • Budgettaire gevolgen
    • Beleidswijzigingen
    • “In het kader van de Integrale Kennis- en Innovatieagenda Klimaatakkoord zijn er drie grote missiegedreven programma’s uitgewerkt voor innovatie en uitrol van nieuwe technologieën. Deze programma’s worden in 2020 geïmplementeerd waarbij er stevig gestuurd wordt op kostenreductie. Het gaat dan om:
      • het sluiten van industriële kringlopen, waaronder circulaire en biobased grondstoffen en producten, en CO2 afvang, opslag en gebruik (CCS en CCU); dit sluit aan bij het interdepartementale programma Circulaire Economie 2019–2023 waarbij EZK bijdraagt aan de circulaire maakindustrie;” (p.58)
    • Subsidies
    • “In 2018 en 2019 zijn uit de Klimaatenveloppe middelen beschikbaar gesteld ter bevordering van de CO2-reducerende maatregelen in de industrie. De Klimaatenveloppe wordt vanaf 2020 meerjarig toegekend. Voor industrie is er vanuit de klimaatenvelop in 2020 € 55 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 5 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:
      • CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2), of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkom-geving of industriële omgeving.” (p.65)
    • Verdiepingsbijlage
    • "Het betreft hier de toekenning van middelen vanuit de Klimaatenveloppe voor de Industrie voor de programmatische aanpak waterstof
    • Het betreft hier de toekenning van middelen vanuit de Klimaatenveloppe voor de Industrie voor de subsidiering van pilots en demo’s gericht op de reductie van CO2 uitstoot binnen de Industrie.
    • Het betreft hier de toekenning van middelen vanuit de Klimaatenveloppe voor de Industrie voor de toepassing van CO2 afvang, opslag (en gebruik); CC(U)S." (p.168)
  • Subsidies: Urgenda
    • “In 2019 zal gestart worden met de uitvoering van CO2 besparende maatregelen in het kader van het Urgendavonnis. Voor de industrie gaat het hierbij om de volgende maatregelen:
      • Stimulering warmteprojecten
      • CO2 afvang en levering glastuinbouw
      • Subsidieregeling CO2-reductie–Stimulering energiebesparingsmaatregelen warmtenetten
    • De kosten voor deze maatregelen worden voor € 38,5 mln gefinancierd vanuit de begrotingsreserve Maatregelen voor CO2-reductie. De maatregelen zullen uiterlijk eind 2020 zijn uitgevoerd.” (p.65)
  • Wijzigingen Energie Investeringsaftrek (EIA)
    • Beleidswijzigingen Energiebeleid:
    • “Sinds 1 januari 2019 is in de EIA een aftrekpercentage van kracht van 45%. Daarmee wordt een netto fiscaal voordeel op termijn gerealiseerd van ongeveer 10%. Het EIA-budget van € 147 mln wordt naast de stimulering van energiebesparing ook benut voor verbreding van de EIA in verband met het Klimaatakkoord met de focus op CO2-reducerende maatregelen, waaronder ondersteuning van investeringen in warmte-infrastructuur. In de uitvoeringsregeling EIA voor 2020 krijgt deze verbreding van de EIA zijn beslag. Conform de aanbeveling in de beleidsevaluatie uit 2018 is de eindverantwoordelijkheid voor de Uitvoeringsregeling EIA – met daarin opgenomen de geactualiseerde energielijst – verplaatst van de Staatssecretaris van Financiën naar de Minister van EZK.” (p.96)
  • Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)
    • “De Demonstratieregeling Klimaat – en Energie-innovatie (DEI+) komt voort uit het Energieakkoord en is vanaf 2019 in lijn gebracht met het Klimaatakkoord. De DEI+ is gericht op het ondersteunen van versnelling van de commercialisering van pilot- en demonstratieprojecten van klimaat- en energie-innovaties voor de export die een bijdrage kunnen leveren aan Nederlandse CO2-reductie. De regeling draagt bij aan de ambitie om de economische waarde van de schone energie-technologieketen in 2020 te verviervoudigen ten opzichte van 2010. De regeling is medio 2014 voor het eerst opengesteld. In het najaar van 2017 is de beleidsevaluatie van de energie-innovatieregelingen (waaronder de DEI) afgerond (Kamerstuk 30 196, nr. 572). Belangrijkste aanbeveling uit de evaluatie was om meer in te zetten op meerjarige innovatieprogramma’s dan nu het geval is. De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2020 zal inzicht geven in de realisatie tot nu toe op weg naar de afgesproken ambitie naar 2020.” (p.101)
  • Stimulering Duurzame Energieproductie+ (SDE+)
    • “In het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie heeft. Verder is afgesproken dat dit aandeel in 2023 16% zal zijn. Het belangrijkste instrument dat het kabinet heeft om dit te realiseren is de SDE+. De SDE+ richt zich op de opties hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en subsidieert het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs, de zogenaamde onrendabele top. Doordat in de SDE+ goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van hernieuwbare energie, zal op de meest kosteneffectieve wijze de productie van hernieuwbare energie worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de energieprijs. Voor de reguliere SDE+ geldt dat een groot deel van de Najaarsronde 2019 (€ 5 mld) pas in 2020 verplicht zal worden. Daarnaast is voor de openstelling van de SDE+ in 2020 € 5 mld gereserveerd. In het budget wordt opnieuw uitgegaan van een subsidieloze tender Windenergie op Zee.” (p.102)
  • Compensatie indirecte kosten ETS elektriciteitsgrootverbruikers
    • “Door de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) wordt de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgrootgebruikers doorberekend. Elektriciteitsgrootgebruikers die internationaal concurreren kunnen in veel gevallen die CO2-kosten (ook wel indirecte kosten genoemd) niet doorberekenen, omdat de concurrenten buiten de EU die kosten niet hebben. Naast verstoring van het gelijke speelveld leidt dit tot een CO2-weglekrisico (het verplaatsen van bedrijven met veel directe of indirecte CO2-uitstoot naar landen waar de uitstoot van CO2 geen prijs heeft). Voor de compensatie van de indirecte kosten in het kader van het ETS is, gelet op de gestegen CO2-prijs, in 2020 ten opzichte van 2019 het beschikbare budget opgehoogd naar € 105,6 mln.” (p.103)
  • Overige subsidies
    • “Het voor 2020 beschikbare budget betreft betalingen ten behoeve van het Expertisecentrum Warmte (ECW).” (p.104)
  • Duurzame energie
    • Onttrekking begrotingsreserve
    • “De onttrekking aan de reserve in de jaren 2019 en 2020 (€ 151 mln) maakt deel uit van de tijdelijke onttrekking van in totaal € 398 mln in de periode 2015–2020 die bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2015 aan de orde is geweest (zie hiervoor onder meer het antwoord op vraag 5 en 6 in Kamerstuk 34 210 XIII, nr. 4, blz. 5–7). De volledige € 398 mln wordt in de periode 2021 tot en met 2026 teruggestort in de reserve. Conform de afspraak in de Startnota van het kabinet Rutte-III dat de middelen in de reserve bij het afsluiten van het Klimaatakkoord toegevoegd zullen worden aan de voor de SDE+ beschikbare middelen, zal na 2022 in totaal € 1,7 mld aan de reserve worden onttrokken.” (p.109)
  • Maatregelen CO2-reductie
    • “Het kabinet zal in 2019 en 2020 additionele maatregelen nemen om aanvullende CO2-reductie te realiseren (Kamerstuk 32 813, nr. 341). Gelet op de onzekere aard en timing van de aanvullende maatregelen heeft het kabinet besloten deze maatregelen via een tijdelijke begrotingsreserve met een omvang van € 500 mln financieel mogelijk te maken bij de Najaarsnota 2018. Andere departementen, zoals LNV, IenW en BZK hebben ook een beroep kunnen doen op deze reserve voor CO2-reducerende maatregelen. Door middel van aparte Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn de middelen uit de reserve in 2019 aan de reserve onttrokken en verdeeld over de vier betrokken departementen (Kamerstukken 35 234, nr. 1; 35 235, nr. 1; 35 236, nr. 1; 35 237, nr. 1).” (p.112)
  • EB Stadsverwarmingsregeling
    • Extracomptabele fiscale regelingen
    • “Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:
      • –EB Stadsverwarmingsregeling”
  • Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen (uitvoering Urgenda-vonnis)
    • “Conform de motie Leegte (Kamerstuk 30 196, nr. 278) is onderstaand een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en de uitvoering van het Urgenda-vonnis. De maatregelen zijn gegroepeerd op basis van de doelstelling uit het Energieakkoord waaraan de maatregelen het meest direct bijdragen. Veel maatregelen dragen echter bij aan meerdere doelen.
    • De budgettaire gevolgen van het Klimaatakkoord zijn opgenomen in het Ontwerp-Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 263). De middelen die in de begrotingsreserve Maatregelen CO2-reductie beschikbaar waren voor extra maatregelen ter uitvoering van het Urgenda-vonnis zijn door middel van Incidentele Suppletoire Begrotingen toegevoegd aan de begrotingen van EZK, BZK, IenW en LNV (Kamerstuk 22 813, nr. 341).” (p.113)

Uw contact voor persoonlijk advies

Marieke van der Werf
Partner en senior adviseur
m.vander.werf@dr2.nl

Kirsten Verdel
Senior adviseur
k.verdel@dr2.nl