Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2022 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie?

Vandaag presenteerde het demissionaire kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan. In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie. De relevante passages zijn uiteengezet in de onderstaande Prinsjesdagstukken. De hoofdlijnen hieruit zijn:

Nationaal Groeifonds

Dit jaar is er een aparte begroting met toelichting op het Nationaal Groeifonds. Hierin staan onder andere de structuur van het fonds en de verschillende stappen van het beoordelingsproces. Het wordt na de inwerkingtreding van de instellingswet het ook mogelijk worden voor veldpartijen om direct investeringsvoorstellen in te dienen bij het Nationaal Groeifonds. Hiertoe wordt momenteel subsidieregelgeving uitgewerkt. Daarnaast zal het mogelijk blijven voor departementen om middels een departementale route investeringsvoorstellen in te dienen.

Elektrisch rijden

In onder andere de miljoenennota gaat de regering in op elektrisch rijden en het belang daarin : "In de periode 2022 tot en met 2025 worden naar verwachting circa 77 duizend emissievrije personenauto’s meer verkocht dan verwacht in het Klimaatakkoord. (....) Tegelijkertijd is de klimaatopgave urgent en deelt het kabinet het belang van de transitie naar elektrisch rijden. Het kabinet reserveert daarom 600 miljoen euro extra om het resterend deel van de hogere kosten van de EV-stimulering te dekken (242 miljoen euro) en om de subsidiebudgetten voor de subsidieregeling emissievrije bestelauto’s (SEBA) en de subsidieregeling voor particuliere emissievrije personenauto’s (SEPP) te verhogen. De precieze invulling van de hoogte van de subsidiebedragen zal het kabinet in de komende periode uitwerken"

In de begroting van het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat wordt ook nog ingegaan op specifiek elektrische logistiek: "Als voorzitter van de Transport Decarbonisation Alliance zet Nederland in op het terugdringen van CO2-uitstoot in de transportsector en een mondiaal Memorandum of Understanding voor nul-emissie vrachtvoertuigen. Verder werkt Nederland samen met gelijkgestemden in de internationale Zero-Emission Vehicle Alliance. In 2022 ligt de focus daarbij op het ontwikkelen van een tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen en elektrisch vrachtverkeer"

Hoe nu verder?

De Algemene Politieke Beschouwingen (ABP) en de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) vinden plaats op respectievelijk 22-23 september en 5-7 oktober. Tijdens deze debatten wordt op hoofdlijnen gedebatteerd over de plannen van Rutte III. De begrotingsbehandelingen starten in de week van 5 oktober, en duren de hele maand oktober en november. De agenda met relevante begrotingsbehandelingen is boven dit bericht beschreven. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt in groter detail ingegaan op de aangekondigde maatregelen per ministerie. Deze debatten volgen we op de bekende thema's en voorzien we van duiding op relevante onderwerpen.

Daarnaast is er nog geen nieuw kabinet gevormd. Het land  moet geregeerd worden en dus moeten er wel een begroting komen voor volgend jaar. De formatie van een nieuw kabinet zal weinig tot geen impact hebben op de begroting. Dit komt omdat het overgrote gedeelte van de begrootte bedragen juridisch verplicht uitgegeven moeten worden. Hierom kan een nieuw kabinet weinig verandering aan deze begroting brengen. Tenzij er snel een kabinet wordt gevormd en dat kabinet nog aan de liggende begrotingen gaat sleutelen. Dat betekent dat dan ook de begrotingsbehandelingen opnieuw moeten. Gezien het huidige formatieproces is dit niet waarschijnlijk.

Voor het einde van het jaar stemmen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de voorstellen en amendementen. Zodra zij de voorstellen hebben goedgekeurd, is de Rijksbegroting vastgesteld en kan de regering haar plannen gaan uitvoeren.

 

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

Fastned: Economische Zaken en Klimaat 2022
  • Elektrisch Rijden
    • "Investeringskasstroom In 2022 wordt een investering begroot van € 5,75 mln, te investeren in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur, (elektrische) auto’s en antennes (€ 2,65 mln), mobiele telefonie (€ 0,1 mln) en ICT-projecten (€ 3,0 mln) (p. 159)."
    • "Extracomptabele fiscale regelingen: naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regeling die niet in onderstaande tabel is opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, is de EB Verlaagd tarief openbare laadpalen (p. 134)."
  • Energietransitie + mobiliteit
    • Duurzame industrie: "Een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord is de verduurzaming van de industrie. De energie-intensieve industrie staat voor een grote transitieopgave naar een CO2 -neutrale, schone en circulaire industrie. Uit de EZKvisie op verduurzaming van de basisindustrie voor 20502 volgt de inzet op duurzame energiedragers, opslag en hergebruik van CO2 , vergaande (groene) elektrificatie, hernieuwbare chemie en chemische recycling, procesefficiëntie en maximale warmtebenutting. Verduurzaming is zowel een kans voor ondernemerschap, als een noodzakelijke voorwaarde voor de concurrentiekracht op de langere termijn. Nederland is hiervoor uitstekend uitgerust op gebied van ligging, kennis en infrastructuur. Daarnaast staat de transitie naar een circulaire economie centraal. Deze transitie is tevens cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelen (p. 14-16)."
    • "Een tijdige ontwikkeling en beschikbaarheid van de benodigde infrastructuur voor energie en grondstoffen (o.a. CO2 , restwarmte, elektriciteit en waterstof) is een cruciale randvoorwaarde voor de transitie en hetrealiseren van de klimaatopgave. Dit onderwerp zal extra inzet vanuit de Rijksoverheid vergen, met een sterkere publieke rol. In navolging van de kabinetsreactie op de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI)7 is een Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie ingesteld (PIDI) met als doel de besluitvorming over aanleg van energie-infrastructuur te versnellen. Op basis van de koplopersprogramma’s werken de stakeholders in de industrieclusters aan de eerste clusterenergiestrategieën (CES-en) om te komen tot regionale en landelijke uitvoeringsprogramma’s voor infrastructuur. De CES-en en het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) vormen de basis voor het versnellen van de besluitvorming over energie-infrastructuur door verkenningen naar infrastructuur uit te voeren, knelpunten weg te nemen en te ondersteunen bij het zoeken naar aanvullende financiering" (p. 14-16)
Fastned: Infrastructuur en Waterstaat 2022
  • Duurzame mobiliteit
    • De klimaatopgave is urgent. Het kabinet wil de CO2 reductie die samenhangt met de groei van elektrisch rijden niet kwijtraken. Als onderdeel van een breder klimaatpakket reserveert het kabinet daarom extra middelen voor zowel het stimuleren van emissievrije personenauto’s als bestelauto’s. Deze extra middelen worden ingezet om gerichter de ingroei te stimuleren, door een versobering van de fiscale stimulering voor zakelijke rijders en een verruiming van de subsidiebudgetten voor particulieren (SEPP) met ongeveer 60 miljoen euro en voor ondernemers (SEBA) met ongeveer 28 miljoen euro. Tegelijkertijd met deze verruiming van het subsidiebudget voor SEPP wordt het subsidiebedrag per auto verlaagd ten opzichte van de bestaande regeling. Zo wil het kabinet de subsidie voor meer particulieren beschikbaar maken en tegelijk een maximale CO2 reductie bereiken met de beschikbare budgettaire middelen. De precieze invulling van de hoogte van de subsidiebedragen van SEPP zal het kabinet in de komende periode uitwerken. We versnellen de uitrol van de laadinfrastructuur en stellen subsidies ter beschikking om emissievrij rijden voor iedere particulier aantrekkelijk te maken. In 2022 vindt ook een integrale evaluatie van het (financieel) stimuleren van elektrisch vervoer plaats. Om fietsen te stimuleren gaan we aan de slag met de Uitvoeringsagenda van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. Samen met regio’s zetten we in op het wegnemen van knelpunten van bestaande fietsinfrastructuur. Ook gaan we door om 20% meer fietskilometers in 2027 dan in 2017 te behalen. Om een nieuwe sociale norm voor duurzame mobiliteit te creëren reserveert het kabinet 24 miljoen euro extra voor gedrags- en communicatiemaatregelen. Dit zijn maatregelen zoals ‘Het nieuwe rijden’ en ‘spreiden en mijden’. Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van de nieuwe normerende regelgeving voor werkgebonden personenmobiliteit in 2022. Via een digitaal platform helpen we werkgevers met hun informatieplicht. Medio 2022 wordt het platform voor vrijwillig gebruik beschikbaar gesteld. Via de Werkgeversaanpak verduurzamen we de mobiliteit middels de inzet op het hybride werken en beter spreiden van reizen over de dag en de week. (p. 11-12)
    • De COVID-19-pandemie laat zien dat duurzame mobiliteit en transport bij uitstek een internationaal speelveld is. IenW zet zich in om de transformatie naar een duurzaam en slim mobiliteitssysteem te verankeren en waar mogelijk te versnellen. Dit gebeurt onder meer door het bepleiten van concrete maatregelen en ambitieus nul-emissiebeleid in internationale gremia en via alliantievorming. In EU-verband doen we dit bij de uitwerking van de Europese Green Deal en de Europese Strategie voor slimme en duurzame mobiliteit. Verder wordt tijdens de conferentie van partijen bij het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC COP 27) in november 2022 duurzame mobiliteit en transport verder uitgewerkt. Als voorzitter van de Transport Decarbonisation Alliance zet Nederland in op het terugdringen van CO2-uitstoot in de transportsector en een mondiaal Memorandum of Understanding voor nul-emissie vrachtvoertuigen. Verder werkt Nederland samen met gelijkgestemden in de internationale Zero-Emission Vehicle Alliance. In 2022 ligt de focus daarbij op het ontwikkelen van een tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen en elektrisch vrachtverkeer (p.13)
  • Regisseren
    • Uitvoering geven aan de afspraken en ambities op gebied van CO2 reductie in de sector mobiliteit na sluiten van het Klimaatakkoord. Uitvoering hiervan vindt plaats langs vier lijnen:
      • hernieuwbare energiedragers
      • elektrisch rijden
      • verduurzaming van de logistiek, en
      • verduurzaming van personenmobiliteit (p.61)
  • Wegen & Verkeersveiligheid: toelichting
    • In december 2016 zijn de nieuwe doelstellingen voor luchtverontreinigende stoffen vastgesteld voor de periodes 2020 ‒ 2029 en de periode 2030 en verder. Het betreft aanpassing van de oude Europese richtlijn voor National Emission Ceilings (NEC) voor 2010-2019, in een nieuwe NEC-richtlijn (EU2016/2284). In bovenstaande tabel zijn de reductiepercentages uit de richtlijn omgerekend naar vrachten. Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast doordat deze nieuwe inzichten met
      terugwerkende kracht ook worden meegenomen in de emissiecijfers van voorgaande jaren. Voor de sector mobiliteit wilde het kabinet dat vanaf 2030 alleen personenauto’s worden verkocht die volledig emissieloos zijn. Dat zijn auto’s met een elektrische aandrijving of auto's die op waterstof rijden. Om dit doel te bereiken, wordt samengewerkt met het Formule E-Team (FET) en is een stuurgroep Nationale Agenda Laadinfrastructuur actief waaraan het ministerie deelneemt. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert maandelijks de voortgang ten aanzien van het aantal emissieloze personenauto’s en de daarvoor benodigde uitrol van laadinfrastructuur. De gegevens over 2020 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2022. (p.65)

Fastned: Miljoenennota 2022
  • Miljoenennota 2022
    • 2.2.4 Samenvatting maatregelen Belastingplan 2022
      • “In de periode 2022 tot en met 2025 worden naar verwachting circa 77 duizend emissievrije personenauto’s meer verkocht dan verwacht in het Klimaatakkoord. Hierdoor komen de budgettaire kosten naar verwachting over deze periode in totaal 572 miljoen euro hoger uit dan ten tijde van het Klimaatakkoord was voorzien. Met ingang van 1 januari 2022 wordt daarom de cap in de bijtelling (de catalogusprijs waarover de maximale korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s van toepassing is) in twee stappen verlaagd. Door het verlagen van de cap wordt de vraag in de zakelijke markt meer gestuurd naar goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten. Dit verbetert de aansluiting op de (particuliere) tweedehands markt. De budgettaire opbrengst van 330 miljoen euro wordt gebruikt om een deel van de meerkosten van de EVingroei (572 miljoen euro) te dekken. Tegelijkertijd is de klimaatopgave urgent en deelt het kabinet het belang van de transitie naar elektrisch rijden. Het kabinet reserveert daarom 600 miljoen euro extra om het resterend deel van de hogere kosten van de EV-stimulering te dekken (242 miljoen euro) en om de subsidiebudgetten voor de subsidieregeling emissievrije bestelauto’s (SEBA) en de subsidieregeling voor particuliere emissievrije personenauto’s (SEPP) te verhogen. De precieze invulling van de hoogte van de subsidiebedragen zal het kabinet in de komende periode uitwerken.” (pp. 40-41)
    • 2.4. Horizontale ontwikkeling inkomsten en lasten
      • “Verder heeft de Tweede Kamer ingestemd met een CO2 -minimumprijs voor elektriciteitsopwekking. In de energiebelasting verhoogt het kabinet stapsgewijs het tarief voor gas en verlaagt het juist het tarief voor elektriciteit. In de motorrijtuigenbelasting geldt een verlaagd tarief voor elektrische auto’s. Zo stimuleert het kabinet consumenten en bedrijven om in hun keuzes meer rekening te houden met milieuvervuiling. Ook voor klimaatverandering geldt dat een internationale inspanning cruciaal is. Het kabinet zet daarom in op een hoge ambitie voor de beperking van uitstoot in de EU en wereldwijd.” (p. 46)
Fastned: Nationaal Groeifonds 2022
  • Structuur van het Nationaal Groeifonds
    • “Op advies van de Algemene Rekenkamer, de Raad van State en de Tweede Kamer zal de niet-departementale begroting middels een instellingswet worden omgezet in een begrotingsfonds. In deze wet zal onder andere het doel en het bereik van het fonds vastgesteld worden. Ook regelt de wet dat het NGF voorstellen kan bekostigen van veldpartijen door middel van subsidies. Daarnaast regelt de wet onder andere de instelling van de adviescommissie, het jaarlijks verstrekken van een meerjarenprogramma en een verplichting tot evaluatie van de wet. De verwachting is dat voor het begrotingsjaar 2023 de ontwerpbegroting voor het begrotingsfonds ingediend zal worden.
    • Na inwerkingtreding van de instellingswet zal het ook mogelijk worden voor veldpartijen om direct investeringsvoorstellen in te dienen bij het Nationaal Groeifonds. Hiertoe wordt momenteel subsidieregelgeving uitgewerkt. Daarnaast zal het mogelijk blijven voor departementen om middels een departementale route investeringsvoorstellen in te dienen.” (Blz. 6)
  • Proces beoordeling projecten
    • Voordat projecten uit het fonds kunnen worden gefinancierd en uitgevoerd, dient een aantal stappen te worden doorlopen. Er wordt hierbij een regulier proces voorzien met een vast beoordelingsmoment, zodat een integrale afweging van alle projecten plaats kan vinden. Het proces kent de volgende stappen:
      • Stap 1:
        Aandragen en indiening projectvoorstel In het vergroten van het verdienvermogen is een primaire rol weggelegd voor ondernemers, (mkb-)bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen uit het veld. Zowel kleine als grote partijen uit het veld zijn daarmee aangewezen om voorstellen aan te dragen. Ook decentrale overheden kunnen, bijvoorbeeld in samenspraak met veldpartijen, voorstellen aandragen die de regionale economische ontwikkeling versterken, en daarmee het verdien vermogen van Nederland als geheel. Eventueel kan een consortium van veldpartijen en het relevante beleidsministerie het plan gezamenlijk verder uitwerken. Daarom wordt na inwerkingtreding van de instellingswet geborgd dat ook deze partijen voorstellen kunnen indienen bij het fonds. In de tweede ronde kunnen alleen vakdepartementen voorstellen indienen.
        In de tweede ronde konden burgers, bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen ideeën aandragen middels Groeiplannen. Deze Groeiplannen hebben de vakdepartementen ter inspiratie gebruikt bij het opstellen van hun voorstellen. In alle gevallen is een nauwe samenwerking tussen ministeries en het veld belangrijk. De fondsbeheerders stimuleren de vakdepartementen om ook bij de voorstelontwikkeling en -uitvoering in nauw contact te staan met relevante veldpartijen.
        Een voorstel moet een uitgewerkte analyse van de effecten van het project bevatten op basis van een vooraf vastgesteld format, zodat de toegangspoort en de impactanalyse kunnen worden uitgevoerd.
        Een investeringsvoorstel kan een project of een programma zijn, mits de onderdelen binnen het voorstel een duidelijke samenhang kennen. Er wordt een minimumbijdrage gehanteerd van € 30 mln en de uitgaven moeten passen binnen de financiële kaders die voor het fonds gesteld worden.
      • Stap 2: De toegangspoort
        Ingediende voorstellen gaan eerst door een toegangspoort. Deze toegangspoort wordt uitgevoerd door de fondsbeheerders en zorgt ervoor dat de commissie alleen voorstellen beoordeelt die aan de voorwaarden van het Groeifonds voldoen. Zo moet er een uitgewerkt plan liggen waarin elementen als de kosten, bijdrage aan het verdienvermogen (bbp-effect), andere maatschappelijke kosten en baten, en uitvoerbaarheid zijn onderbouwd. Andere elementen van de toegangspoort zijn bijvoorbeeld of een project voldoet aan de minimale omvang, past binnen de investeringsterreinen en of het additioneel is aan bestaande publieke investeringen. Ook moet het gaan om niet-reguliere, niet-structurele en dus duidelijk afgebakende investeringsprojecten of programma's. Ten slotte is het van belang dat een voorstel niet strijdig is met de ambities van het kabinet, bijvoorbeeld op het gebied van het klimaat, de ruimtelijke ordening en het vestigingsklimaat.
      • Stap 3: Impactanalyse commissie
        Het primaire doel van het Groeifonds is het duurzaam versterken van het verdienvermogen, ofwel het structureel vergroten van bruto binnenlands product (bbp, volgens definitie CBS). Voorstellen die voldoen aan de vereisten uit de toegangspoort worden door de fondsbeheerders doorgeleid naar de commissie. Het is de taak van deze commissie om deze plannen te beoordelen op basis van een analyse van het effect op het verdienvermogen met inachtneming van de financiële kosten. Daarnaast moeten de maatschappelijke kosten en baten, zoals leefbaarheid, van een voorstel positief zijn en moet de commissie voldoende vertrouwen hebben in de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het voorstel. Slechts een positieve uitkomst op de maatschappelijke kosten en baten is niet voldoende om in aanmerking te komen voor het fonds. Het effect op bbp-groei is leidend. Deze onderdelen van de impactanalyse worden vooraf al in kaart gebracht door de indieners. De commissie kan aandachtspunten ter verbetering van een voorstel bij de indieners terugleggen.
        Alle voorstellen worden langs dezelfde meetlat gelegd, en maken een eerlijke kans, onafhankelijk van wie de voorstellen indient of uit welke regio ze komen. Wanneer het niet mogelijk is om een kwantitatieve schatting van het bbp-effect te berekenen, kunnen er per terrein nadere criteria door de commissie gehanteerd worden om voorstellen op hun bijdrage aan het lange termijn verdienvermogen te beoordelen. Een grotere mate van onzekerheid is op zichzelf echter geen reden om een voorstel niet positief te beoordelen.
        Groeikansen zijn breed aanwezig in verschillende regio’s. Ook het mkb en startups kunnen als onderdeel van een ecosysteem profiteren van investeringen uit het fonds. Daarnaast zijn er ook in Caribisch Nederland mogelijk heden om middels gerichte investeringen het verdienvermogen te versterken. Waar opportuun kan hierbij ook worden aangesloten bij projecten in Europees Nederland. Aansluiten op nationale én lokale krachten en op comparatieve voordelen van verschillende regio’s biedt grote kansen voor een sprong in het verdienvermogen. De commissie kan daarnaast een redelijke spreiding van investeringen in de verschillende regio’s door de tijd meewegen in de advisering. Doel van het fonds is immers om het verdienvermogen van heel Nederland op te tillen.
        Nadat projecten succesvol de toegangspoort en impactanalyse doorlopen hebben, stelt de commissie een advies op met de projecten die in beginsel in aanmerking komen voor financiering vanuit het fonds. Daarbij streeft de commissie een evenwichtige meerjarige balans tussen de verschillende terreinen na.
      • Stap 4: Toekenning budget uit het fonds
        De fondsbeheerders nemen vervolgens dit advies in ontvangst. Het kabinet is zich bewust van het spanningsveld tussen een onafhankelijke totstandkoming van goede investeringsprojecten op basis van het oordeel van de commissie en het politieke besluitvormingsproces.
        Het advies van de commissie krijgt een belangrijke rol in het proces, maar uiteindelijk is politieke goedkeuring vereist. Daarom besluit het kabinet, op voordracht van de fondsbeheerders, welke projecten uit het fonds worden gefinancierd. Het advies van de commissie is zwaarwegend in dit besluit. De fondsbeheerders toetsen bijvoorbeeld of de projecten niet in strijd zijn met kabinetsbeleid. Zij maken geen nieuwe inhoudelijke weging van de impact op het verdienvermogen. Voorstellen die negatief zijn beoordeeld door de commissie komen daarom ook niet alsnog in aanmerking. Bij presentatie van de projecten door de Fondsbeheerders worden ook de adviezen van de commissie openbaar gemaakt via een brief aan de Kamer. Hierbij worden ook de voorstellen die door de commissie zijn beoordeeld openbaar gemaakt. De beoordelingsprocedure van de commissie is daarmee zo transparant mogelijk. Het fonds kan investeringen financieren door budget over te boeken aan een ander begrotingshoofdstuk. Na invoering van de instellingswet, zal ook direct vanuit het fonds geïnvesteerd kunnen worden. Dit zal naar verwachting vanaf 2023 mogelijk zijn. Investeringen in mobiliteitsinfrastructuur zullen in principe worden gedaan door budget over te boeken naar het mobiliteitsfonds. De daadwerkelijke investering wordt dan vanuit het mobiliteitsfonds gedaan (of in het geval van waterinfrastructuur vanuit het deltafonds). Hetzelfde geldt voor de pijlers R&D & Innovatie en Kennisontwikkeling, waar de investering via de begroting van het relevante vakdepartement gedaan zal worden.
        Indien het uiteindelijke pakket aan projecten qua verdeling over de terreinen afwijkt van de geautoriseerde middelen per artikel, dient dit te worden verwerkt in een suppletoire begroting. Ook budgetoverboekingen aan andere begrotingen worden via een suppletoire begroting budgettair verwerkt zodra de projecten zijn geselecteerd. Gezien de aard van het fonds heeft het geen bezittingen. Daarmee is er geen aanleiding om een batenlastenadministratie te voeren.  (Blz 7 t/m 10)
  • Beleidswijzigingen en budget flexibiliteit]
    • In de 1e suppletoire begroting 2021 zijn de goedgekeurde projecten uit de 1 e ronde van het NGF in de NGF-begroting verwerkt. Dit betreft voor de pijler kennisontwikkeling voorwaardelijk toegekende projecten. Nadat de door de commissie gestelde voorwaarden zijn ingevuld zal de voorwaardelijke toekenning worden omgezet in een daadwerkelijke toekenning en zal het voor deze projecten beschikbaargestelde budget worden overgeboekt naar de betreffende departementale begroting. Er zijn voor projecten ook reserveringen gedaan. Omdat voor de reserveringen een nieuw advies van de commissie nodig is, zijn deze budgetten nog niet voor het betreffende project geraamd op de NGF-begroting. (Blz. 14)
    • De budgetten voor toegekende projecten zijn overgeheveld naar de betreffende departementale begrotingen. De budgetten voor de voorwaardelijk toegekende projecten zijn bestuurlijk gebonden. Dit betreft 2% van het uitgavenbudget in 2022. Zodra de gestelde voorwaarden voor deze projecten zijn ingevuld, worden de bijbehorende budgetten overgeboekt naar de betreffende departementale begrotingen. (Blz. 14)
  • Beleidsartikel 2 Research & development (R&D) en innovatie Algemene doelstelling
    • Investeren in innovatie en R&D met oog op productiviteitsgroei. Investeringen in R&D en innovatie vormen een belangrijke pijler onder productiviteitsgroei in ontwikkelde economieën als Nederland. De doelstelling om 2,5% van ons bbp te besteden aan R&D wordt al jaren niet gehaald. Hierbij spelen zowel private als publieke R&D-uitgaven een rol. Landen die voor ons de benchmark zijn, investeren beduidend meer. Bedrijven kiezen vooral plekken uit met een goede toegang tot onderscheidende kennisbronnen, getalenteerde onderzoekers en mogelijkheden voor samenwerking in onderzoek. Daar waar de maatschappelijke baten van investeringen in R&D en innovatie groter zijn dan de private baten, is er een reden voor de overheid om deze investeringen ook te stimuleren. Investeringen in R&D en innovatie leveren het meeste op wanneer de overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap hierin samenwerken. Nederland is daar al sterk in. Dat blijkt uit de Nederlandse koppositie op het gebied van landbouw, voedselinnovatie en water. Het is zaak die kracht verder uit te bouwen, bestaande onderzoeks- en innovatie-ecosystemen te versterken en nieuwe veelbelovende ecosystemen op te bouwen. Dit sluit aan op de inzet van het kabinet, zoals aangekondigd in de groeistrategie, en de samenwerking tussen publieke en private partijen die is opgebouwd in het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. Dit betekent dat tegelijkertijd wordt ingezet op onderzoek en ontwikkeling en onderzoeksinfrastructuren als op startups en scale-ups, regelgeving en menselijk kapitaal. Investeringen in de economie van de toekomst, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en duurzaamheidstechnologie, kunnen een sleutel zijn voor toekomstige innovatie. Ook fundamenteel onderzoek valt binnen deze pijler. Investeringsvoorstellen van alle wetenschapsdisciplines komen in principe in aanmerking, zolang deze voldoen aan het doel en de criteria van het fonds. (Blz. 16)
    • Investeren in goede fysieke infrastructuur. Een goede fysieke infrastructuur is cruciaal voor het functioneren van een economie. Goede verbindingen verlagen de kosten van transport. Dit geldt zowel voor transport van goederen als vervoer van mensen. En dit gaat al lang niet meer alleen om mobiliteitsinfrastructuur, zoals goede verbindingen over weg, spoor, water en door de lucht, maar ook over energieinfrastructuur en digitale verbindingen. Met een goede verbinding thuiswerken moet op termijn overal mogelijk zijn. Investeringen in infrastructuur dragen ook bij aan de aantrekkelijkheid van ons land en zijn daarmee goed voor ons vestigingsklimaat. Daarbij helpt het dat Nederland met de Rotterdamse haven, de luchthaven Schiphol en een uitstekend netwerk van verbindingen over weg en water dé toegangspoort tot Europa is. Schaarse ruimte vereist een efficiënt gebruik hiervan met een integrale gebiedsontwikkelingsaanpak waarin de leefbaarheid en bereikbaarheid van steden een belangrijke rol spelen. Door mobiliteit en wonen in samenhang te bezien hoeft de productiviteitsgroei zich niet te concentreren in de Randstad, en is verdere spreiding richting andere regio’s mogelijk, dit in lijn met de ontwikkeling Stedelijk Netwerk Nederland en gericht op het potentieel van heel Nederland. In zijn Global Competitiveness Report uit 2019 stelt het World Economic Forum dat de Nederlandse infrastructuur qua kwaliteit op een tweede plek wereldwijd staat. Als Nederland die positie wil behouden en uitbouwen, zal daarin blijvend moeten worden geïnvesteerd. (Blz. 19)

Uw contact voor persoonlijk advies

Charlotte van Wezel
Partner en senior adviseur
c.van.wezel@dr2.nl

Jonathan Mol
Adviseur
j.mol@dr2.nl