Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2022 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie?

Vandaag presenteerde het demissionaire kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan. In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie. De relevante passages zijn uiteengezet in de onderstaande Prinsjesdagstukken. De hoofdlijnen hieruit zijn:

Effecten corona

Zoals verwacht stond Prinsjesdag ook dit jaar voor een groot gedeelte in het teken van de coronacrisis. Het demissionaire kabinet erkent de brede impact die het virus heeft op de Nederlandse economie. Desondanks wordt er dit jaar een economisch herstel verwacht wegens de bestrijding van het virus. Zo zijn de ramingen dat de Nederlandse economie dit jaar met 3,9% procent. Voor volgend jaar wordt een groei van 3,5% verwacht. Verder loopt de werkloosheid slechts licht op tot 3,5%. Minister Hoekstra (Financiën) schrijft in het voorwoord bij de miljoenennota, met als titel 'Veerkracht en verder bouw', dat "de Nederlandse economie er anderhalf jaar na het begin van de coronacrisis opvallend goed voorstaat".

In het kort:

De begrotingen voor 2022 zijn beleidsarm. Normaliter worden de Miljoenennota en de Rijksbegrotingen gebruikt om nieuw beleid aan te kondigen, of toekomstige investeringen toe te lichten. In de vandaag aangekondigde begrotingen wordt voornamelijk teruggeblikt en aangegeven met welke initiatieven het huidige demissionaire kabinet is gestart, en op welke wijze daar nu opvolging aan wordt gegeven. De vraag blijft echter wel hoe deze voorlopige plannen zullen materialiseren na de formatie van een nieuw kabinet.

De meest relevante ontwikkelingen voor de regio Noord-Holland Noord op de dossiers woningbouw, bereikbaarheid en energietransitie zijn hieronder weergegeven.

Woningbouw. Voor de aanpak van de wooncrisis wordt 100 miljoen per jaar beschikbaar gesteld, wat een schijntje is in verhouding tot wat er werd gevraagd vanuit gemeenten en maatschappelijk middenveld (namelijk 4 miljard per jaar). Met de Woningbouwimpuls wordt ingezet op het sneller bouwen van meer betaalbare woningen door heel Nederland.

Energietransitie. Wat met name opvalt in de begroting van EZK is dat een van de grootste knelpunten níet genoemd wordt: netcongestie. Er is veel aandacht voor de ontwikkeling van waterstof. In de kabinetsvisie waterstof onderstreept het kabinet het belang van de opschaling van waterstof voor het behalen van de klimaatdoelen en het creëren van nieuw, duurzaam verdienvermogen. Daarbij is een bedrag van € 252,1 mln gereserveerd voor de eerste fase opschaling van de productie van duurzame waterstof door middel van elektrolyse. De totaal beschikbare middelen voor het opschalingsinstrument zijn afkomstig van de DEI+ (€ 222,1 mln) en artikel 2 van de EZK-begroting (€ 30 mln). Dit budget zal naar verwachting in 2022 toegekend worden met een tenderregeling.

Bereikbaarheid. Stikstofruimte is en blijft zeer schaars en de mogelijkheden voor MIRT-projecten om project-specifiek maatregelen te treffen zijn beperkt. De maximale rekenafstand van 25 km voor de berekening van de depositiebijdrage van projecten in het kader van toestemmingverlening leidt voor wegenprojecten in het MIRT tot een fors grotere onderzoekslast. IenW blijft zich inspannen om voor ieder individueel project de benodigde onderbouwing te leveren. Zo lang er echter sprake is van een tekort aan ruimte, zullen er MIRT-projecten zijn die fors vertragen.

Hoe nu verder?

De Algemene Politieke Beschouwingen (ABP) en de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) vinden plaats op respectievelijk 22-23 september en 5-7 oktober. Tijdens deze debatten wordt op hoofdlijnen gedebatteerd over de plannen van Rutte III. De begrotingsbehandelingen starten in de week van 5 oktober, en duren de hele maand oktober en november. De agenda met relevante begrotingsbehandelingen is boven dit bericht beschreven. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt in groter detail ingegaan op de aangekondigde maatregelen per ministerie. Deze debatten volgen we op de bekende thema's en voorzien we van duiding op relevante onderwerpen.

Daarnaast is er nog geen nieuw kabinet gevormd. Het land  moet geregeerd worden en dus moeten er wel een begroting komen voor volgend jaar. De formatie van een nieuw kabinet zal weinig tot geen impact hebben op de begroting. Dit komt omdat het overgrote gedeelte van de begrootte bedragen juridisch verplicht uitgegeven moeten worden. Hierom kan een nieuw kabinet weinig verandering aan deze begroting brengen. Tenzij er snel een kabinet wordt gevormd en dat kabinet nog aan de liggende begrotingen gaat sleutelen. Dat betekent dat dan ook de begrotingsbehandelingen opnieuw moeten. Gezien het huidige formatieproces is dit niet waarschijnlijk.

Voor het einde van het jaar stemmen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de voorstellen en amendementen. Zodra zij de voorstellen hebben goedgekeurd, is de Rijksbegroting vastgesteld en kan de regering haar plannen gaan uitvoeren.

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

Noord-Holland Noord: Begroting Economische Zaken en Klimaat 2022
  • Begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken en Klimaat
    • CCS/CCU
      • “Uitgangspunt in de toekomstvisie basisindustrie voor 2050 is dat alle koolstof die we nodig hebben al gedolven is en herwonnen moet worden door Carbon Capture and Usage (CCU), Direct Air Capture (afvang van CO2 uit de lucht), chemische en mechanische recycling, het grootschalig toevoegen van hoogwaardig recyclaat in basisproducten of door hoogwaardig gebruik van biotische stromen (cascadering). Hierbij hoort ook de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan tegen relatief lage kosten dienen als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU). EZK zet in 2021 in op verdere realisatie van CCS-projecten met een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, uitrolondersteuning via de SDE++, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.” [p.14]
      • “De toepassing van CO2-afvang, -transport en -opslag (CCS) is een belangrijke (overgangs)technologie in de verduurzaming van de in Nederland gevestigde industrie en is essentieel voor Nederland om haar CO2 -reductiedoelstelling voor 2030 te behalen. Om daadwerkelijk in 2030 een significante bijdrage te kunnen leveren, is tijdige ontwikkeling van de infrastructuur voor transport en opslag van CO2 van groot belang. De komende tijd zal de SDE++ een cruciale rol blijven spelen in de realisatie van verdere uitrol van CCS. Verschillende marktpartijen hebben hun interesse getoond in de verdere ontwikkeling van CCS in Nederland. Het Rijk ziet er hierbij op toe dat de publieke belangen van veiligheid, ruimtelijke inpassing en tijdige realisatie geborgd worden en blijven. EBN zal een rol toegewezen krijgen in de opslag van CO2, naast de commerciële operators.” [pp.114-115]
      • Vanuit de openstelling van de Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+) in 2022 worden demonstratieprojecten gefaciliteerd op het gebied van waterstof, CCUS en geavanceerde biobrandstoffen.” [p.120]
    • Waterstof
      • “Ook klimaatneutrale waterstof kan een sleutelrol vervullen in de transitie-opgave: als buffer in het energiesysteem, in moeilijk te elektrificeren mobiliteitstoepassingen en als grondstof voor de industrie. Nederland heeft een unieke uitgangspositie voor grootschalige productie, distributie en toepassing van klimaatneutrale waterstof in de industrie. Om dit potentieel te benutten, voert EZK een ambitieus waterstofprogramma uit met een mix van investeringen in R&D en innovatie en een gerichte opschaling van elektrolysecapaciteit en waterstofinfrastructuur. Op Europees niveau is waterstof als strategische waardeketen aangewezen op basis van de bijdrage aan het concurrentievermogen, klimaatambities en strategische autonomie én ook nadrukkelijk aanwezig in Europese herstelplannen voor de coronacrisis. Daarom zal het kabinet onderzoek, innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten ondersteunen, zoals de bekostiging van het project «Groenvermogen van Nederland» uit het Nationaal Groeifonds. Daarnaast maakt waterstof onderdeel uit van het Europese proces om projecten van grensoverschrijdend belang IPCEI te selecteren. Lidstaten hebben, na selectie, private projecten aangedragen waarna na matchmakingrondes de Europese Commissie de definitieve lijst met projecten zal vaststellen. Op het terrein van veiligheid, marktordening regelgeving en certificering wordt (deels op Europees niveau en in samenwerking met andere ministeries) beleid voorbereid om de basis te leggen voor het creëren van een markt voor klimaatneutrale waterstof en de realisatie van de waterstofambities uit het Klimaatakkoord en de kabinetsvisie waterstof.” [pp.14-15]
      • “In de kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 485) onderstreept het kabinet het belang van de opschaling van waterstof voor het behalen van de klimaatdoelen en het creëren van nieuw, duurzaam verdienvermogen. Daarbij is een bedrag van € 252,1 mln gereserveerd voor de eerste fase opschaling van de productie van duurzame waterstof door middel van elektrolyse. De totaal beschikbare middelen voor het opschalingsinstrument zijn afkomstig van de DEI+ (€ 222,1 mln) en artikel 2 van de EZK-begroting (€ 30 mln). Dit budget zal naar verwachting in 2022 toegekend worden met een tenderregeling.” [p.185]
    • Infrastructuur energie
      • “Een tijdige ontwikkeling en beschikbaarheid van de benodigde infrastructuur voor energie en grondstoffen (o.a. CO2, restwarmte, elektriciteit en waterstof) is een cruciale randvoorwaarde voor de transitie en het realiseren van de klimaatopgave. Dit onderwerp zal extra inzet vanuit de Rijksoverheid vergen, met een sterkere publieke rol. In navolging van de kabinetsreactie op de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) is een Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie ingesteld (PIDI) met als doel de besluitvorming over aanleg van energie-infrastructuur te versnellen. Op basis van de koplopersprogramma’s werken de stakeholders in de industrieclusters aan de eerste clusterenergiestrategieën (CES-en) om te komen tot regionale en landelijke uitvoeringsprogramma’s voor infrastructuur. De CES-en en het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) vormen de basis voor het versnellen van de besluitvorming over energie-infrastructuur door verkenningen naar infrastructuur uit te voeren, knelpunten weg te nemen en te ondersteunen bij het zoeken naar aanvullende financiering.” [p.15]
    • Wind op Zee
      • “De huidige routekaart windenergie op zee is gericht op circa 11 GW aan capaciteit op zee in 2030. Het kabinet verkent mogelijkheden tot verhogen van de ambitie naar 21 GW aan capaciteit op zee om de Europese klimaatdoelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 en de verduurzamings-opgave in de industrie te halen. Om de optie tot versnellen van windenergie op zee tot 21 GW in 2030 voor het volgend kabinet open te houden, heeft het kabinet besloten om extra middelen beschikbaar te stellen. Voor de verhoging van de ambitie met 10 GW is namelijk veel onderzoek nodig. Voor deze onderzoeken is een additioneel bedrag van € 150 miljoen op de begroting gereserveerd. Het volgend kabinet beslist uiteindelijk over de hoogte van de aanvullende ambities voor windenergie op zee.” [p.113]
    • Warmte
      • “Collectieve warmtebronnen en -netten spelen naar verwachting op de korte termijn al een belangrijke rol in het behalen van de 2030-doelstellingen. Het wetsvoorstel Collectieve Warmtevoorziening beoogt de groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving te faciliteren en vormt zo een belangrijk fundament voor de energietransitie. Het voornemen is het wetsvoorstel in 2022 bij de Tweede Kamer in te dienen.” [p.115]
    • ODE
      • “Het uitgaveninstrument voor de SDE+-subsidie is tegelijkertijd ingesteld met een opslag op de energierekening, de Opslag Duurzame energie- en klimaattransitie (ODE). Bij het aanpassen van de lastenverdeling in de ODE van 50/50 naar een 33/67 lastenverdeling tussen huishoudens en bedrijven is afgesproken de belastingvermindering in de energiebelasting (EB) te verhogen, namelijk met € 55 (excl. btw) in 2020 geleidelijk oplopend naar € 78 (excl. btw) in 2030. Deze oploop van de belastingvermindering volgt de oploop van de SDE+(+)- kasuitgaven, waardoor in 2020 een bedrag van € 2.411 mln en in 2030 een bedrag van € 3.411 mln middels de ODE gedekt dient te worden. De totale (bruto) ODE-opbrengst is hierdoor gelijk aan de ex-ante geraamde SDE+(+)- kasuitgaven plus een additioneel budget ten behoeve van een verhoging van de belastingvermindering in de EB. De belastingvermindering komt echter uitsluitend ten laste van de EB. Hierdoor is de totale ODE-opbrengst in de financiële verantwoording structureel hoger dan de SDE+(+)- kasuitgaven.” [p.130]
    • Invest-NL
      • “Invest-NL Er is in 2021 en volgende jaren € 10,8 mln structureel beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwikkelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en internationale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.” [p.88]
    • RES
      • “Op 1 juli 2021 hebben de 30 RES regio’s hun RES 1.0 opgeleverd. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) komt eind 2021 met een analyse van de RES’en 1.0. Door een volgend kabinet, in samenspraak met de decentrale overheden, wordt een besluit genomen over de continuering van het Nationaal Programma (NP) RES.” [p.114]
    • SDE+(+)
      • “Met ingang van de najaarsronde 2020 is de SDE+ omgevormd tot de SDE+ +, zodat naast hernieuwbare energieproductie ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking komen voor subsidie. Doordat in de SDE++ (net als in de SDE+) goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van CO₂-reducerende technologieën, zal op de meest kosteneffectieve wijze de reductie van CO₂ worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de ETS- en de energieprijs. Voor de SDE++ geldt dat de openstelling 2021 (€ 5 mld) pas in 2022 verplicht zal worden: hiermee is in het beschikbare verplichtingenbudget voor 2022 rekening gehouden. Voor de openstelling van de SDE++ in 2022 wordt opnieuw uitgegaan van een openstelling van € 5 mld: zodra hier een definitief besluit over genomen is zal het hiervoor benodigde verplichtingenbudget in de begroting 2023 worden opgenomen, aangezien ook deze openstelling pas in het jaar volgend op de openstelling tot verplichting zal komen. Inclusief de middelen uit de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie is er in de meerjarencijfers in de periode 2021-2032 € 45,4 mld beschikbaar voor uitgaven voor de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+ en de ISDE, alsmede voor de uitvoeringskosten van deze duurzame energietransitieregelingen. Deze beschikbare middelen zijn gebaseerd op: (1) de bij het Energieakkoord gemaakte raming van de benodigde kasmiddelen voor de doelstellingen van 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023; (2) de middelen die in het kader van het Klimaatakkoord meerjarig zijn toegevoegd; (3) de middelen die na 2022 conform de afspraak in de startnota van het kabinet Rutte-III meerjarig uit de begrotingsreserve duurzame energie aan het SDE+-budget zijn toegevoegd.” [p.121]
    • Pallas/NRG
      • “Aan Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR).” [p.49]
      • “Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge fluxreactor (de Pallasreactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek.” [p.49]
      • Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: “Van het beschikbare budget voor (inter)nationale organisaties is 50% juridisch verplicht, vooral door de bijdrage aan NRG ten behoeve van nucleaire activiteiten. Daarnaast worden uit dit onderdeel de jaarlijkse contributies aan internationale klimaat- en energieorganisaties en de rekenmeesterfunctie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gefinancierd. Dit betekent dat er op dit onderdeel sprake is van enige budgetflexibiliteit, zij het beperkt op de korte termijn.” [p.119]
      • Hoge Flux Reactor (HFR): “De HFR in Petten is eigendom van de Europese Commissie en wordt geëxploiteerd door de Nuclear Research and consultancy Group (NRG). De exploitatie van de HFR wordt ondersteund door een reeks aanvullende onderzoeksprogramma’s. De voor de HFR opgenomen middelen betreffen de Nederlandse bijdrage aan het «Aanvullend Programma» van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Europese Commissie, dat in de HFR wordt uitgevoerd. Het voornaamste doel van het aanvullend onderzoeksprogramma van de HFR is een constante en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doeleinden te leveren.” [p.124]
      • Nuclear Research and consultancy Group: “De Nuclear Research and consultancy Group is onderdeel van de Stichting NRG en vormt samen met de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor (PALLAS) een personele unie. NRG voert onderzoeksactiviteiten uit op het gebied van onder meer de nucleaire veiligheid, radioactief afval en stralingsbescherming. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid.” [p.129]
    • Overig
      • “Voor de regio Noord-Holland spannen de regionale stakeholders en EZK zich in om een nieuwe ROM aan het einde van 2021 op te richten. De ingezette middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken middels participatie in innovatieve mkb en waar mogelijk samen met marktpartijen. Verder beogen zij sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid te ondersteunen middels subsidies. Tenslotte beogen zij de samenwerking tussen het (innovatieve) mkb en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.” [pp.97-98]
      • “Het kabinet heeft besloten om € 6,8 mld extra te investeren in klimaatmaatregelen, bovenop het bestaande klimaatbeleid. Een deel hiervan is nodig voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het pakket is met name bedoeld om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis en het realiseren van de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050. Met dit pakket doet het kabinet recht aan de urgente klimaatopgave, gegeven haar demissionaire status. Bijna het volledige bedrag zal aanvankelijk worden gereserveerd op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën en zal later - onder voorwaarde van een bestedingsplan – worden overgeheveld naar de diverse departementale begrotingen.” [p.113]
Noord-Holland Noord: Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties 2022
  • Begrotingshoofdstuk VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
    • 2.1 Beleidsprioriteiten
      • “De opgave om meer woningen te bouwen is groot. Er is nu een tekort van 279.000 woningen en dat aantal neemt de komende jaren eerst toe. Om de bouwopgave van 900.000 woningen te realiseren in de periode tot 2030 zijn flinke investeringen nodig. Dit kabinet stelt de komende 10 jaar € 100 mln. per jaar beschikbaar om de woningbouw extra te stimuleren. (…) Om de bouw van de 900.000 woningen te realiseren, zetten we in op drie pijlers: de veertien grootschalige woningbouwgebieden, de Woningbouwimpuls en door de randvoorwaarden op orde te krijgen.” [p. 15]
      • “Allereerst via de veertien grootschalige woningbouwlocaties. Deze gebieden zijn essentieel om continuïteit en de benodigde schaal van de woningbouw te garanderen en innovatie te stimuleren. Ze zijn belangrijk voor de steden en voor marktpartijen om te blijven investeren. Het zijn stuk voor stuk complexe, grootschalige gebiedsontwikkelingen, vaak binnenstedelijk, een aantal buitenstedelijk en sluiten aan bij de verstedelijkingsvisie van de gemeenten, provincies en het Rijk. Met deze locaties kunnen de komende tien jaar circa 200.000 woningen worden gebouwd (in totaal 440.000 tot aan 2040). In 2022 werken we verder aan plannen van aanpak en de benodigde voorbereidingen.” [p. 15]
      • “Ten tweede zetten we met de Woningbouwimpuls in op het sneller bouwen van meer betaalbare woningen door heel Nederland. Door de inzet van de Woningbouwimpuls en cofinanciering van medeoverheden worden er de komende jaren vanuit de eerste twee tranches 96.000 woningen sneller en betaalbaarder gebouwd. Dat is ruim tien procent van de opgave voor de komende tien jaar. Er zijn nog veel meer woningbouwontwikkelingen waarbij de publieke kosten de opbrengsten overtreffen. In 2022 resteert nog € 100 mln. die is gereserveerd voor ouderenhuisvesting en Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-afspraken met (gemeente) Utrecht over woningbouw.” [p. 15]
      • “We blijven met provincies in gesprek over de plancapaciteit voor woningbouw en hoe provincies deze de komende jaren met gemeenten willen realiseren. Daarmee versterken we de regie vanuit het Rijk. Die rol willen we samen met de medeoverheden verder uitwerken.” [p. 16]
      • “Ten derde zorgen we ervoor dat de woningbouw snel en onder de juiste condities kan plaatsvinden, door het creëren van de juiste (rand)voorwaarden voor de woningbouw. In 2022 gaan we verder met de al genomen besluiten om belemmeringen zoals stikstof en beperkte capaciteit bij medeoverheden te verminderen. We maken wederkerige afspraken met medeoverheden, corporaties en marktpartijen en bewaken de voortgang. We blijven met provincies in gesprek over de plancapaciteit voor woningbouw en hoe provincies deze de komende jaren met gemeenten willen realiseren. Daarmee versterken we de regie vanuit het Rijk. Die rol willen we samen met de medeoverheden verder uitwerken.” [p. 16]
    • 2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven
        • [p.32]
    • 3.3 Woningbouw
          • [p. 54]
          • “Voor de Woningbouwimpuls worden opdrachten verstrekt voor expertise en beoordeling van de projectaanvragen en voor het doen van onderzoek. Om de effectiviteit van de Woningbouwimpuls vast te stellen wordt gebruik gemaakt van een jaarlijkse monitoring, een voortgangsrapportage en tussenevaluatie. Het budget wordt besteed aan onder meer monitoring, dataverzameling en voortgang van de projecten.” [p. 60]
          • “Er is in 2022 € 60 mln. gereserveerd voor een bijdrage aan de gemeente Utrecht in het kader van afspraken over een MIRT-bijdrage in relatie tot extra woningbouw. De overige middelen zijn bestemd voor de derde tranche van de Woningbouwimpuls die doorlopen naar 2022.” [p. 60]
Noord-Holland Noord: Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2022
  • Begrotingshoofdstuk XII Infrastructuur en Waterstaat
    • 2.1 Beleidsprioriteiten
      • “De komende jaren worden de afspraken uit het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) van november 2020 voor maatregelen en activiteiten geïmplementeerd. Voorstellen worden getoetst op kosteneffectiviteit, doelmatigheid, de verwachte mobiliteitseffecten en de mate waarin een initiatief opschaalbaar is.” [p. 9]
      • “Door veroudering, intensiever en zwaarder gebruik van de infrastructuur en ontwikkelingen op het gebied van klimaat, duurzaamheid en ICT neemt de instandhoudingsopgave toe. In juni 2020 heeft uw Kamer de rapportage van Horvat ontvangen. Daarbij is aangegeven dat het verschil tussen de middelen die RWS behoeft voor het instandhouden van zijn deel van de Rijksinfrastructuur en het beschikbare budget in de begroting €1 ‒ 1,4 mld per jaar is. In december bent u geïnformeerd over de tweede validatie door PWC|REBEL. PWC|REBEL geeft aan dat de door RWS afgegeven budgetbehoefte voor instandhouding, zowel voor de lange als korte termijn, aan de bovenzijde van de genoemde bandbreedtes ligt. De budgetbehoefte voor de periode 2022–2035 ligt in de orde van gemiddeld € 1 miljard per jaar hoger dan het beschikbare budget. Hierbij wordt opgemerkt dat dit bedrag grote onzekerheden kent. Om een scherper beeld te verkrijgen is verdere validatie nodig.’’ [p. 14]
      • “Tijdens de COVID-19-crisis is de drukte op de weg afgenomen. Investeringen in het wegennet zijn echter met name gericht op de lange termijn. De verwachting blijft dat het wegverkeer op veel trajecten in de toekomst toeneemt door de groei van de bevolking. Het blijft dan ook belangrijk om het MIRT onverkort uit te voeren.’’ [p. 14]
      • “Stikstofruimte is en blijft zeer schaars en de mogelijkheden voor MIRT-projecten om project-specifiek maatregelen te treffen zijn beperkt. De maximale rekenafstand van 25 km voor de berekening van de depositiebijdrage van projecten in het kader van toestemmingverlening leidt voor wegenprojecten in het MIRT tot een fors grotere onderzoekslast. IenW blijft zich uiteraard inspannen om voor ieder individueel project de benodigde onderbouwing te leveren. Zo lang er echter sprake is van een tekort aan ruimte, zullen er MIRT-projecten zijn die fors vertragen.” [p. 15]
      • “In 2022 werken IenW, BZK en EZK en de regionale overheden verder aan de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s in de metropoolregio’s van Amsterdam, Utrecht en Rotterdam-Den Haag. Met name de benodigde extra woningen richting 2030 en 2040 vragen om slimme oplossingen op het gebied van (OV-)bereikbaarheid.’’ [p. 17]
Noord-Holland Noord: Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2022
  • Begrotingshoofdstuk XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
    • 2.1.4.8 Verduurzamen energiegebruik in de glastuinbouw
      • "In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om te komen tot een
        klimaatneutrale glastuinbouw in 2040. In het najaar van 2021 legt LNV met
        Glastuinbouw Nederland, Greenports Nederland en de ministeries van
        Financiën en Economische Zaken en Klimaat afspraken vast in een nieuw
        convenant energietransitie glastuinbouw. Daarin zijn de tussendoelen,
        acties en maatregelen opgenomen voor de periode 2021-2030. In 2022 komt
        het convenant in uitvoering. Daarnaast verkent LNV, samen met de
        ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Financiën, verbeteringen
        in generieke beleidsinstrumenten zoals de Opslag Duurzame Energie. Het
        doel is te komen tot meer prikkels voor energiebesparing en gebruik van
        duurzame energie." [p.14]

Uw contact voor persoonlijk advies

Frans van Drimmelen
Partner en senior adviseur
f.van.drimmelen@dr2.nl

Dyonne Niehof
Adviseur
d.niehof@dr2.nl