Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2022 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Vandaag presenteerde het demissionaire kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan. In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie.

Wat betekent het voor Stichting OPEN?

Ook dit jaar neemt circulariteit een prominente plaats in de begrotingen in. Deze richt zich echter voornamelijk op grondstondstoffen in het algemeen en plastics. Nog steeds staat de ambitie van het kabinet op volledige circulariteit in 2050. In 2022 wordt op basis van de stand van de transitie bezien met welke wijzigingen de circulaire economie het beste verder ondersteund wordt. Het in 2020 gestarte traject om te komen tot afvalprikkels die beter passen in de transitie naar een circulaire economie zal ook in 2022 de verdere basis vormen voor het vormgeven van maatregelen, zoals marktprikkels en financieringsinstrumenten.

Hoe nu verder?

De Algemene Politieke Beschouwingen (ABP) en de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB) vinden plaats op respectievelijk 22-23 september en 5-7 oktober. Tijdens deze debatten wordt op hoofdlijnen gedebatteerd over de plannen van Rutte III. De begrotingsbehandelingen starten in de week van 5 oktober, en duren de hele maand oktober en november. De agenda met relevante begrotingsbehandelingen is boven dit bericht beschreven. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt in groter detail ingegaan op de aangekondigde maatregelen per ministerie. Deze debatten volgen we op de bekende thema's en voorzien we van duiding op relevante onderwerpen.

Daarnaast is er nog geen nieuw kabinet gevormd. Het land  moet geregeerd worden en dus moeten er wel een begroting komen voor volgend jaar. De formatie van een nieuw kabinet zal weinig tot geen impact hebben op de begroting. Dit komt omdat het overgrote gedeelte van de begrootte bedragen juridisch verplicht uitgegeven moeten worden. Hierom kan een nieuw kabinet weinig verandering aan deze begroting brengen. Tenzij er snel een kabinet wordt gevormd en dat kabinet nog aan de liggende begrotingen gaat sleutelen. Dat betekent dat dan ook de begrotingsbehandelingen opnieuw moeten. Gezien het huidige formatieproces is dit niet waarschijnlijk.

Voor het einde van het jaar stemmen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer over de voorstellen en amendementen. Zodra zij de voorstellen hebben goedgekeurd, is de Rijksbegroting vastgesteld en kan de regering haar plannen gaan uitvoeren.

 

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

Stichting OPEN Begroting EZK
  • Circulaire economie
    • “Nederland staat voor een ongekende transitie op het gebied van duurzaamheid en een klimaatneutrale economie. EZK kiest daarom voor een realistische, ambitieuze en groene groeistrategie, die het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie combineert met het verbeteren van het milieu en gebruik maakt van initiatieven in de samenleving. Samen met andere departementen zet EZK zich ervoor in om die ambitieuze strategie te bereiken. De komende jaren zullen onder andere in het teken staan van een duurzaam herstel, het aanpakken van de stikstofproblematiek, de transitie naar een circulaire economie en het volledig stopzetten van de gaswinning in Groningen.” (p. 13)
    • “Een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord is de verduurzaming van de industrie. De energie-intensieve industrie staat voor een grote transitieopgave naar een CO2-neutrale, schone en circulaire industrie. Uit de EZKvisie op verduurzaming van de basisindustrie voor 20502 volgt de inzet op duurzame energiedragers, opslag en hergebruik van CO2, vergaande (groene) elektrificatie, hernieuwbare chemie en chemische recycling, procesefficiëntie en maximale warmtebenutting. Verduurzaming is zowel een kans voor ondernemerschap, als een noodzakelijke voorwaarde voor de concurrentiekracht op de langere termijn. Nederland is hiervoor uitstekend uitgerust op gebied van ligging, kennis en infrastructuur. Daarnaast staat de transitie naar een circulaire economie centraal. Deze transitie is tevens cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelen.” (p. 14)
    • Tabel met overzicht maatregelen circulaire economie in het kader van het Klimaatakkoord (p. 136)
  • Koel- en Vrieskisten
    • (p. 136)
  • Circulaire economie
    • “De opdrachten die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) uitvoert zijn samen te vatten in drie maatschappelijke opgaven: (i) transitie naar een circulaire economie, (ii) slimme en groene mobiliteit en (iii) klimaatadaptatie. Voor de transitie naar circulaire economie voert RVO onder andere de regeling circulaire ketenprojecten uit, voor mobiliteit onder andere de subsidieregeling elektrische bedrijfsauto’s en de LNG-subsidie, en voor klimaatadaptatie onder andere de Verbinding Topsector Water en Maritiem en Water as Leverage. Sommige instrumenten die RVO voor IenW uitvoert zijn generieker en dragen bij aan alle bovengenoemde transities, zoals bijvoorbeeld de MIA\Vamil, GroenBeleggen, Interreg en Horizon Europe. Met het oog op de doelstellingen van de Aanpak Stikstof, het Klimaatakkoord en het Schone Lucht Akkoord wordt ook een regeling voorbereid en in uitvoering genomen ter stimulering van schone mobiele bouwwerktuigen en bouwvoertuigen. Dit ter terugdringing en voorkomen van schadelijke emissies van mobiele werktuigen en bouwvoertuigen.” (p. 173)
Stichting OPEN Begroting I&W
  • Circulaire economie
    • “De ambitie van het kabinet is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van primaire abiotische grondstoffen. In het Rijksbrede Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie (CE) is de ambitie geoperationaliseerd per transitieagenda - biomassa en voedsel, bouw, consumptiegoederen, kunststoffen en maakindustrie. Voor het Uitvoeringsprogramma is op de IenW begroting voor 2022 €15 miljoen vrijgemaakt en voor 2023 en 2024 jaarlijks €5 miljoen. Dit is onder andere bestemd voor stimulering van sociale en productinnovaties, kennisontwikkeling en opschaling van (bijna-)marktrijpe technieken. In 2022 gaat de subsidieregeling voor mkb-ondernemers in een circulair ketensamenwerkingsverband weer open, evenals een innovatieregeling gericht op de vraagstukken vanuit de kennis- en innovatieagenda CE. Voor de subsidieregeling Circulaire Economie wordt voor ketenprojecten binnen het kabinet meerjarig (2022-2024) aanvullend 30 miljoen euro in totaal gereserveerd als onderdeel van het aanvullende klimaatpakket. Het Versnellingshuis Nederland Circulair zal ondernemers daarnaast blijven ondersteunen met hun circulaire businesscases. Dit doet het Versnellingshuis samen met versnellingspartners in de regio’s. De vierde conferentie Circulaire Economie in februari 2022 fungeert als platform om de transitie te versnellen, kennisuitwisseling te faciliteren en nieuwe ketens te smeden. Het PBL monitort in samenwerking met een groot aantal kennisinstellingen de voortgang en publiceert in 2022 een voortgangsrapportage. In de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) heeft het PBL geadviseerd dat er meer duidelijkheid moet komen over de richting van de transitie. Hiertoe worden met betrokken partners de algemene doelen voor 2030 en 2050 uitgewerkt en geconcretiseerd. Daarbij wordt zowel naar de effecten op onder andere het gebied van klimaat en biodiversiteit gekeken als naar circulariteitsdoelen op het gebied van grondstoffen. In 2022 worden naar verwachting de doelen per domein vastgesteld gebruik makend van inzicht in de effecten van verschillende grondstoffenstromen en productgroepen. In 2022 wordt ook verder ingezet op het inzichtelijk en meetbaar maken van de bijdrage die een circulaire economie levert aan de klimaatopgave. Om de regionale praktijk met de landelijke transitieagenda’s te verbinden en de circulaire bedrijvigheid op regionaal niveau op te schalen worden in 2022 acht regio’s ondersteund bij het opstellen van CE-strategieën waarmee regionale ambities worden omgezet in concrete stappen naar een circulaire economie. In 2022 wordt uitvoering gegeven aan het plan van aanpak voor het stimuleren van circulaire economie op wijkniveau en de rol van het Rijk. Voorbereidingen worden getroffen voor een eventuele CE-wet en het omvormen van het Landelijk Afvalbeheerplan tot een Circulair Materialenplan. Verdere besluitvorming over deze trajecten is aan een nieuw kabinet (pagina 21).”
    • Circulaire economie (internationaal): “De Europese Commissie heeft een aantal wetgevende voorstellen en andere initiatieven aangekondigd ter uitvoering van het EU-actieplan voor een circulaire economie. Om de markt voor secundaire grondstoffen te versterken heeft de verplichte toepassing van recyclaat bijzondere prioriteit. Nederland zet zich, ook internationaal, in om een gedegen monitoringskader te scheppen. Samenwerking met partners binnen en buiten Europa is daarvoor van belang.” (p. 22)
    • Marktprikkels voor een duurzame en circulaire economie: “Met het Nationaal plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) wordt gestimuleerd dat alle overheden hun inkoopkracht als instrument inzetten voor het versnellen van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. In 2022 wordt de MVI-aanpak en de opschaling naar transitiegericht opdrachtgeverschap bestendigd. Verder worden in 2022 investeringen in milieuvriendelijke technieken bevorderd via de jaarlijkse actualisatie van de Milieulijst van de fiscale instrumenten MIA en Vamil. Om investeringen in milieuvriendelijke technieken aantrekkelijker te maken, worden per 2022 de steunpercentages van de MIA verhoogd. Ook wordt het budget van de MIA/Vamil voor de periode 2022-2024 verhoogd met 30 miljoen euro per jaar ter bevordering van investeringen die bijdragen aan onder andere CO2- reductie, de circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming van de bouw en landbouw. Daarnaast wordt bezien met welke marktprikkels circulaire businesscases concurrerender en beter financierbaar kunnen worden gemaakt.” (p. 22)
  • Producentenverantwoordelijkheid
    • “Nederland wil de verspreiding van kleine plastic deeltjes in het oppervlaktewater, de zee (plastic soep) en op land tegengaan en de aanwezigheid van kleine plastic flesjes en blikjes in zwerfafval voorkomen. (...) In het voorjaar van 2022 verschijnt de jaarlijkse monitor van de resultaten van het Nederlandse Plastic Pact. In internationaal verband wordt gewerkt aan het vergroten van plasticrecycling en plastic-hergebruik en het gebruik van gerecycled materiaal. (...) Nederland zet zich ervoor in om mondiaal toe te werken naar een verplicht minimumpercentage van gemiddeld 30% recyclaat in nieuwe plastic producten en verpakkingen.” (p. 22)
  • Circulaire economie
    • (p. 35)
    • Artikel 21 Duurzaamheid A.                                                                      
      • Algemene doelstelling: “Bevorderen van de circulaire economie met als doel het behouden van natuurlijke hulpbronnen, het verbeteren van de leveringszekerheid van grondstoffen, het verminderen van milieudruk en emissies en het versterken van de Nederlandse economie. Daarmee levert de circulaire economie een belangrijke bijdrage aan het klimaatbeleid.”
      • Regisseren: “De transitie naar een circulaire economie maakt een groot onderdeel uit van de duurzaamheidsvraagstukken waar we voor staan. Duurzaamheid moet expliciet onderdeel uit gaan maken van afwegingen en besluiten van organisaties en individuen in Nederland. Om dit te bereiken worden belemmeringen weggenomen, instrumenten en standaarden ontwikkeld en samenwerkingsverbanden georganiseerd met (mede)overheden, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners.”
      • Stimuleren:Zowel producenten als consumenten moeten concrete stappen kunnen zetten naar een meer circulaire economie. Om dit te bereiken steunt IenW duurzame initiatieven in de samenleving.
      • De verduurzaming van productketens waarbij bedrijven worden aangespoord om efficiënter om te gaan met grondstoffen, kringlopen verder te sluiten en meer waarde uit afval te halen. Hiertoe worden partijen gefaciliteerd via bijvoorbeeld de Transitieagenda’s, aanpassing van regelgeving, Green Deals, subsidieregelingen en ketenprojecten;
      • Samenwerking tussen organisaties onderling om circulaire ketens te sluiten en begrippen als ‘duurzaam consumeren’ en ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ concreet en hanteerbaar te maken voor (kleine) bedrijven en burgers bijvoorbeeld via het Versnellingshuis voor bedrijven en Milieu Centraal voor consumenten;
      • De ontwikkeling van de benodigde kennis en innovaties vanuit de Kennis- en Innovatieagenda Circulaire Economie gericht op de reductie van gebruik aan primaire abiotische grondstoffen en een volledige circulaire economie in 2050. De focus ligt op ontwerp voor circulariteit, circulaire grondstoffen en processen, en vertrouwen, gedrag en acceptatie om zo alle actoren mee te krijgen in de transitie naar een circulaire economie;
    • “Monitoring is erop gericht om te zien of met de huidige beleidsinzet het doel van een circulaire economie in 2050 kan worden gehaald, om tijdig bij te kunnen sturen en te bepalen waar intensivering van inzet nodig is. Daarvoor is een coherent en integraal beeld nodig van de stand van zaken van de transitie naar een circulaire economie. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft daarom in samenwerking met verschillende kennisinstellingen een monitoringprogramma ontwikkeld. Eén keer in de twee jaar levert PBL een Integrale Circulaire Economie rapportage (ICER) op. De ICER geeft duiding over de koers en stand van de transitie en is daarmee een van de bouwstenen voor verdere beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. Het andere jaar levert PBL een voortgangsrapportage. Op 21 januari 2021 is de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage gepubliceerd en aangeboden aan de Kamer (p. 118/119).”
    • Beleidswijzingen: “Het Rijksbrede programma Circulaire Economie geeft richting aan alle inspanningen die IenW, de andere betrokken departementen, medeoverheden en maatschappelijke partners doen om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Op 25 september 2020 is de eerste actualisatie van het Uitvoeringsprogramma Circulaire economie 2020-2023 aan de Kamer aangeboden. In dit programma staan de activiteiten gepresenteerd die binnen de vijf transitieagenda’s en binnen de dwarsdoorsnijdende thema’s worden opgepakt. De circulariteitsdoelen en effecten voor 2030 en 2050 worden naar verwachting geconcretiseerd. Het doel is om beleidsinstrumenten vanaf 2022 gerichter in te zetten en de verantwoordelijkheid voor het behalen van (tussen)doelen transparant te beleggen (p. 120).”
    • “In 2022 wordt op basis van de stand van de transitie bezien met welke wijzigingen de circulaire economie het beste verder ondersteund wordt. Het in 2020 gestarte traject om te komen tot afvalprikkels die beter passen in de transitie naar een circulaire economie zal ook in 2022 de verdere basis vormen voor het vormgeven van maatregelen, zoals marktprikkels en financieringsinstrumenten. Ook wordt in 2022 het handboek Milieuprijzen geactualiseerd aan de actuele wetenschappelijke inzichten. Dit handboek is een belangrijke basis voor de analyses van de planbureaus op milieuthema's en wordt onder meer gebruikt voor het transparant maken van de kosten en baten van milieubeleid (p. 121).”
  • Producentenverantwoordelijkheid
    • 5 Duurzame Productketens worden onderzocht met het oog op de gevolgen van de winning, verwerking en het (her)gebruik van grondstoffen. Actie- en resultaatgerichte samenwerking in ketens en in de ‘gouden driehoek' (onderzoekers, ondernemers en overheid) wordt ondersteund om te komen tot een circulaire economie gericht op het maximaliseren van de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het minimaliseren van waarde vernietiging.
    • Opdrachten De opdrachten hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken op het gebied van het afvalbeleid (onder andere de uitvoering van het LAP3). Daarnaast heeft dit betrekking op opdrachten voor de uitvoering van onder andere: de rijksbrede coördinatie van het CE-programma, de monitoring van de voortgang en effecten, de uitvoering van een aantal doorsnijdende thema’s uit de actualisatie van het uivoeringsprogramma 2020-2023 (zoals producentenverantwoordelijkheid, Versnellingshuis, communicatie en circulair ontwerpen) en de versnelling en opschaling van de transitieagenda’s waar IenW verantwoordelijk voor is.” (p. 124)

Uw contact voor persoonlijk advies

Marieke van der Werf
Partner en senior adviseur
m.vander.werf@dr2.nl

Charlotte van Wezel
Partner en senior adviseur
c.van.wezel@dr2.nl