Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet-Rutte III de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan. In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie. De relevante passages zijn uiteengezet in de onderstaande Prinsjesdagstukken.

Het Nationale Groeifonds is een van de pijlers van de nieuwe kabinetsplannen. Zowel in de Miljoennota als de begrotingen van EZK en Financiën is hier de nodige aandacht voor, al wordt er weinig informatie toegevoegd aan de stukken die reeds een week eerder zijn gepresenteerd. Op Prinsjesdag zelf is ook het advies van de Algemene Rekenkamer en de Raad van State gedeeld. Beide instanties ontraden het investeringsfonds, omdat het Parlement in de huidige plannen onvoldoende controle kan houden op de keuzes die er binnen het fonds worden gemaakt. De plannen in haar huidige vorm zijn echter al wel gedeeld met de Tweede Kamer.

De kans is groot dat deze kwestie uitgebreid aan bod komt tijdens de Algemene Politeke Beschouwingen, mede omdat oppositiepartijen GroenLinks en PvdA al tegenhangers van het groeifonds hebben gepresenteerd. Ook tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen (29 september - 1 oktober) kan het Groeifonds een onderwerp van discussie worden, mede vanwege de huidige constructie waarbij het fonds niet is ondergebracht op de begrotingen van een van de ministeries.

Voor Artificial Intelligence (AI) is in diverse begrotingen aandacht. Het ministerie van Economische Zaken wil de krachten op AI-gebied ook in 2021 verder bundelen. De aanpak richt zich onder andere op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Ook wordt AI verder uitgewerkt als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, wordt er ingezet op regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benadrukt de belangrijke rol die AI kan spelen bij het in kaart brengen van armoede en de bestrijding van het coronavirus. Ook erkent BZK dat AI een grote rol kan spelen bij het toegankelijk en transparant maken van de digitale overheid.  el moeten publieke waarden en grondrechten - zoals non-discriminatie - altijd gewaarborgd worden.

Tot slot komen ook de risicio's van samenwerking met buitenlandse partijen terug in de Prinsjesdagstukken. In de begroting van het ministerie van OCW wordt specifiek benoemd dat internationale samenwerking niet zonder risico's is. "De internationale samenwerking tussen wetenschappers zullen we in 2021 faciliteren door het versterken van samenwerkingsverbanden [...] Daarbij is er aandacht voor de risico's binnen kennis- en innovatiesystemen met het oog op kennisveiligheid." Mogelijk word hier voorgesorteerd op het debat over de kwestie-Huawei, waar nu vier partijen Kamervragen over hebben gesteld en waar VVD en CDA  in de meest recente procedurevergadering de internationale samenwerking van wetenschappers hebben aangekaart. De kans is aannemelijk dat dit onderwerp wordt besproken tijdens de begrotingsbehandeling van OCW.

Prinsjesdag FAQ

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

UvA: Begroting ministerie van Financiën 2021
  • Voorstel Groeifonds
    • Met dit voorstel wordt er een zogenaamde niet-departementale begroting aan de rijksbegroting toegevoegd. Het gaat om de begroting van het Nationaal Groeifonds (NGF). Deze aanpassing is conform artikel 7.40 van de Comptabiliteitswet voor overleg aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd. De Algemene Rekenkamer heeft op 31 augustus jl. gereageerd met mogelijke alternatieven en aandachtspunten voor het NGF. De Algemene Rekenkamer constateert dat de opzet van het NGF om een begrotingsfonds met een instellingswet vraagt, omdat het doel is om meerjarig middelen apart te zetten ten behoeve van bepaalde uitgaven die niet regulier en gelijkmatig over de jaren zijn verspreid.De reden waarom er is gekozen voor een niet-departementale begrotingswet boven een Instellingswet voor een begrotingsfonds is hoofdzakelijk de snelheid waarmee het NGF wordt geïntroduceerd. Het opstellen van een instellingswet voor een begrotingsfonds op basis van artikel 2.11 van de CW 2016 is gelet op de gebruikelijke doorlooptijd van de reguliere wetgevingsprocedure niet haalbaar en is daarom niet wenselijk.

      Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is de memorie van toelichting van de begrotingswet van Financiën aangevuld met de doelstelling, de doelomschrijving en het hanteren 100%-eindejaarsmarge voor het NGF. Met de 100%-eindejaarsmarge wordt voorkomen dat geld een bestemming gaat zoeken en gelden ondoelmatig worden besteed. Door de wijzigingen en de omschrijving in de begrotingswet van het NGF is het voor het parlement duidelijk waarop het de regering kan controleren. Het kabinet is van oordeel dat het NGF met de doorgevoerde aanpassingen en de begroting 2021 van het NGF (blanco advies van de RvS ontvangen) wettelijk is verankerd. Gelet op voorgaande kunnen het parlement en de Algemene Rekenkamer de regering goed controleren.

      Nederland is een van de meest concurrerende economieën van Europa. Dit laat onverlet dat Nederland voor grote opgaven staat, zoals een afgenomen productiviteitsgroei, een toenemende vergrijzing, een veranderde geopolitieke context, klimaatverandering en meer recent de economische gevolgen van de coronacrisis. Nederland moet een ondernemers- en vestigingsklimaat blijven bieden dat inspeelt op de bedrijvigheid van straks. Het is wenselijk dat Nederland een aantrekkelijk land blijft om in te ondernemen. In de toekomst zal de welvaartsgroei ten dele op een andere manier moeten worden gegenereerd dan tot nu toe. Het verdienmodel van de toekomst moet evenwichtig zijn en milieu, mensen en samenleving respecteren. Nederland moet een aantrekkelijk land blijven om in te leven.

      In de Miljoenennota 2020 is aangekondigd dat het kabinet een investeringsfonds opricht om het verdienvermogen van Nederland (het structureel bbp) duurzaam te vergroten. Dit groeifonds vloeit voort uit de eind vorig jaar verschenen groeistrategie. In deze groeistrategie constateert het kabinet dat er aanleiding is voor extra investeringen, van incidentele en niet-reguliere aard, om het verdienvermogen te versterken. Vooral binnen (1) kennisontwikkeling, (2) research & development (R&D) en innovatie en (3) infrastructuur liggen kansen om de productiviteit te verhogen. Ook experts en internationale instellingen, zoals IMF en de Europese Commissie hebben Nederland geadviseerd de investeringen op deze drie terreinen significant te verhogen.

      Het oprichten van een specifiek geoormerkt groeifonds heeft als voordeel ten opzichte van additionele investeringen via de reguliere beleidsbegrotingen dat een schaalsprong op de lange termijn op het gebied van infrastructuur, R&D, innovatie en kennisontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Om de doelstelling van het versterken van het verdienvermogen van Nederland op de lange termijn separaat in beeld te houden en te beheren, is gekozen voor een aparte (niet-departementale) begroting. Een niet-departementale begroting biedt bovendien ruimte om projecten op de verschillende beleidsterreinen integraal tegen elkaar af te wegen en de beste projecten te selecteren.

      De nieuwe bepaling in de Comptabiliteitswet 2016 (CW 2016) vormt de juridische grondslag voor het NGF

      Doelstelling van het NGF is het duurzaam versterken van het verdienvermogen door het structurele vergroten van het bruto binnenlands product. Het streven is om een hogere economische groei te realiseren door de productiviteit van de Nederlandse economie te vergroten. Hiermee neemt het nationale inkomen in de toekomst toe. Dit verhoogt de bestedingsruimte van huishoudens, bedrijven en de belastinginkomsten.

      Het NGF kan een bijdrage toekennen via een budgetoverheveling in de vorm van een desaldering aan een andere begroting om vanuit daar te investeren. In dat geval wordt op de ontvangende begroting een ontvangst vanuit het NGF zichtbaar, waar de daadwerkelijke investeringsuitgave tegenover staat. Investeringen in Mobiliteitsinfrastructuur zullen in principe worden gedaan door bijdragen te doen aan het Mobiliteitsfonds. De daadwerkelijke investering wordt dan vanuit het Mobiliteitsfonds gedaan (of in het geval van waterinfrastructuur vanuit het Deltafonds). Voor R&D en Innovatie en kennisontwikkeling hangt het af van het type investering. Waar een investering nauwe aansluiting vindt bij bestaand beleid en budget kan besteding via de begroting van het desbetreffende departement plaatsvinden. In andere gevallen kunnen uitgaven in de toekomst - indien dit door de Staten-Generaal wordt gewenst direct vanuit de niet-departementale begroting worden gedaan. De fondsbeheerders zullen per geval bezien welke vorm het meest voor de hand ligt. Aanvankelijk is het echter niet de bedoeling dat het NGF direct gaat investeren vanuit de eigen begroting, maar zullen middelen worden verdeeld naar de departementale begrotingen. Dit heeft als voordeel dat er op basis van de regels en procedures van de departementen wordt verplicht en betaald, zodat de Staten-Generaal de toevoeging aan de departementale begrotingen en de onttrekkingen aan het NGF kan goedkeuren via een begrotingswet.

      Voor de niet-departementale begroting geldt een 100%-eindejaarsmarge voor de middelen uit het NGF, waardoor het beschikbare budget kan worden meegenomen naar volgende jaren. Dit is conform de afspraken in de praktijk. De afgelopen jaren is bijvoorbeeld een 100%-eindejaarsmarge is gehanteerd op het investeringsartikel van de begroting van Defensie. Als er geen goede projecten zijn, is het immers niet de bedoeling dat het budget toch wordt uitgegeven. Het NGF krijgt daarnaast een stabiel jaarlijks budget, om de continuïteit van de investeringen te waarborgen. Door een 100%- eindejaarsmarge te hanteren voor de middelen uit de niet-departementale begroting wordt het risico op ‘geld zoekt project’ verder verkleind, waardoor het beschikbare budget kan worden meegenomen naar volgende jaren en bestemd blijft voor het NGF. Eventuele onderuitputting op het NGF leidt hierdoor ook niet tot uitgavenruimte voor andere doeleinden. [p.5]

  • Nationaal Groeifonds
    • Het kabinet richt het Nationaal Groeifonds op voor publieke investeringen in ons verdienvermogen in de toekomst. Gerichte investeringen in ons verdienvermogen zijn een middel om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan en onze welvaart in brede zin te vergroten. Iedereen kan de vruchten plukken van een groter nationaal inkomen. Zo groeit de bestedingsruimte van huishoudens en bedrijven, zodat de vooruitgang direct voelbaar is in de portemonnee. Daarnaast stijgen de belastinginkomsten voor de overheid, waardoor Nederland ook in de toekomst kan blijven profiteren van hoogwaardige collectieve arrangementen, zoals goede gezondheidszorg, veiligheid en pensioenen. Maar ook van kwalitatief hoogstaand onderwijs, uitstekende infrastructuur en een aantrekkelijke, groene leefomgeving, ook voor volgende generaties. In de Miljoenennota van vorig jaar constateerde het kabinet dat extra investeringen het verdienvermogen kunnen versterken. Vooral binnen (1) kennisontwikkeling, (2) research en development (R&D) en innovatie en (3) infrastructuur liggen kansen om de productiviteit en daarmee het verdienvermogen te verhogen. Om de beste investeringsvoorstellen te selecteren komt het fonds op gepaste afstand van de politiek te staan. Een onafhankelijke commissie zal de investeringsvoorstellen beoordelen op de toegevoegde waarde voor het verdienvermogen en brengt een zwaarwegend en leidend advies uit. Voor het fonds stelt het kabinet voor de komende vijf jaar een bedrag van 20 miljard euro beschikbaar. De begrotingsstukken voor het Nationaal Groeifonds (hoofdstuk 19 van de Rijksbegroting) worden opgesteld onder regie van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat. [p.17]
UvA: Miljoenennota 2021
  • Hoofdpunten besluitvorming uitgavenkant 2021
    • Het kabinet richt een Groeifonds op voor publieke investeringen in het verdienvermogen. Hiervoor stelt het kabinet voor de komende vijf jaar een bedrag van 20 miljard euro beschikbaar. Voor de daadwerkelijke kasuitgaven is een oplopende reeks in de begroting opgenomen die over een langere periode doorloopt. Paragraaf 2.3 gaat nader in op het Groeifonds. [p.41]
  • Groeifonds voor het verdienvermogen
    • Op termijn lopen, zonder nadere maatregelen, onze collectieve uitgaven sterker op dan onze inkomsten. Dit komt onder andere door de toenemende vergrijzing, milieu-uitdagingen en de afgenomen productiviteitsgroei. Deze ontwikkeling zou betekenen dat een steeds groter deel van onze welvaart besteed wordt aan de collectieve voorzieningen. Daardoor profiteert het huishoudinkomen nauwelijks van de welvaartsgroei. Als de economische groei in de toekomst zou tegenvallen, komt ook de bekostiging van de collectieve voorzieningen in de knel. Naast het vergroten van de omvang van onze welvaart, is het noodzakelijk om de aard ervan toekomstbestendig te maken. De manier waarop wij nu onze welvaart genereren is namelijk niet houdbaar. Grote transities op de terreinen van energie, klimaat en landbouw vragen om een krachtige heroriëntatie naar nieuwe verdienmodellen, innovaties en maatschappelijk oplossingen.
    • Het kabinet richt daarom het Nationaal Groeifonds op voor publieke investeringen in ons verdienvermogen. Dit Groeifonds is niet gericht op alle noden en wensen op dit moment, maar op onze welvaart in de toekomst. Juist de huidige crisis laat zien dat onze welvaart geen vanzelfsprekendheid is. In de Miljoenennota van vorig jaar constateerde het kabinet dat extra investeringen het verdienvermogen kunnen versterken. Vooral binnen (1) kennisontwikkeling, (2) research en development (R&D) en innovatie en (3) infrastructuur liggen kansen om de productiviteit, en daarmee het verdienvermogen, te verhogen. Ook experts en internationale instellingen, zoals de Europese Commissie en het IMF, hebben Nederland geadviseerd de investeringen op deze terreinen significant te verhogen.
    • Gerichte investeringen in ons verdienvermogen zijn een middel om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan en onze welvaart in brede zin te vergroten. Iedereen kan de vruchten plukken van een groter nationaal inkomen. Zo groeit de bestedingsruimte van huishoudens en bedrijven, zodat de vooruitgang direct voelbaar is in de portemonnee. Daarnaast stijgen de belastinginkomsten voor de overheid, waardoor Nederland ook in de toekomst kan blijven profiteren van hoogwaardige collectieve arrangementen, zoals goede gezondheidszorg, veiligheid en pensioenen. Maar ook van kwalitatief hoogstaand onderwijs, uitstekende infrastructuur en een aantrekkelijke, groene leefomgeving, ook voor volgende generaties.

      De uitdaging om het verdienvermogen te versterken, valt samen met lage rentes op Nederlandse staatsobligaties. De rentes op Nederlandse staatsobligaties zijn laag. Dit hangt samen met de solide kredietwaardigheid van de Nederlandse overheid, maar ook met de wereldwijde daling van rentes in ontwikkelde economieën de afgelopen decennia. Als gevolg van de coronacrisis is de budgettaire uitgangspositie van Nederland minder gunstig dan een jaar geleden. De schuld is flink toegenomen, doordat het kabinet met forse noodmaatregelen de economie ondersteunt en de belastinginkomsten door de neerval teruglopen. Tegelijkertijd blijft het gestelde doel van het aangekondigde Groeifonds, het bevorderen van het verdienvermogen, onverkort van belang. Het Groeifonds heeft geen consumptief karakter, het gaat om investeringen. In de context van afnemende economische vraag kiest het kabinet er bewust voor investeringsplannen door te zetten. Dat geldt voor zowel voor het Nationaal Groeifonds als de reguliere begroting, waar eerder afgesproken investeringen doorgaan of zelfs naar voren worden gehaald.

      Het fonds komt op gepaste afstand van de politiek te staan. Een onafhankelijke commissie zal de investeringsvoorstellen beoordelen op de toegevoegde waarde voor het verdienvermogen en brengt een zwaarwegend en leidend advies uit. Dit advies wordt openbaar en moet ervoor zorgen dat de middelen uit het fonds doelmatig en doeltreffend worden besteed. Zo waarborgen we dat het Groeifonds niet gericht is op noden en wensen van nu, maar op die van straks.

      Op korte termijn liggen er al kansen voor investeringen in het verdienvermogen van Nederland. Om deze te verzilveren streeft het kabinet ernaar om begin volgend jaar voorstellen te doen voor enkele goede projecten die bijdragen aan het verdienvermogen. Voorwaarde hiervoor is dat deze voorstellen voldoen aan de eisen van het toetsingskader voor het fonds en dat de commissie hier een positief oordeel over geeft. Om goede investeringsvoorstellen te bekostigen maakt het kabinet voor de komende vijf jaar een bedrag van 20 miljard euro vrij, oftewel een verplichtingenruimte van 4 miljard euro per jaar. Voor de daadwerkelijke kasuitgaven is een oplopende reeks in de begroting opgenomen die over een langere periode doorloopt. Omdat de toegevoegde waarde van projecten voor het verdienvermogen leidend is, kan er tussen jaren worden geschoven met middelen. [p.44]

UvA: Begroting ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2021
  • Horizon Europe
    • Inmiddels zijn we een half jaar verder en kijken we vooruit. De samenleving past zich aan de nieuwe werkelijkheid aan. Deze begroting is in een ander licht komen te staan, maar we blijven ons hard maken voor gelijke kansen in het hele onderwijs en het bestrijden van de door leerlingen en studenten opgelopen achterstanden door corona. Verder zetten we in op het terugdringen van het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs. In het middelbaar beroepsonderwijs is het van belang dat er voor studenten voldoende stageplaatsen en leerwerkbanen zijn en blijven. In het hoger onderwijs richten we ons op toegankelijkheid en studentsucces voor alle studenten en op de erkenning en waardering van docenten. Daarnaast gaan het nieuwe Europese programma Horizon Europe (onderzoek en innovatie), Erasmus+ (onderwijs) en Creative Europe (cultuur en media) van start. [p. 9]
    • De internationale samenwerking tussen wetenschappers zullen we in 2021 faciliteren door het versterken van bilaterale en multilaterale samenwerkingsverbanden binnen en buiten Europa. Daarbij is er aandacht voor de risico’s binnen kennis- en innovatiesystemen met het oog op kennisveiligheid. Volgend jaar zal daarnaast in het teken staan van de start met Horizon Europe. Dat is het nieuwe Europese Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. De onderhandelingen daarover worden naar verwachting in 2020 afgerond. De deelname van Nederlandse onderzoekers
      is belangrijk, om internationaal mee te blijven doen met de top van de wetenschap. Daarom blijven we ons hard maken voor de belangen van de Nederlandse wetenschap in de verdere uitwerking van het Horizon Europe programma. Bovendien dringen wij aan op een ambitieuze nieuwe Europese onderzoeksruimte, met onder meer aandacht voor het erkennen en waarderen van carrières van onderzoekers. In 2021 investeren we ook 18 miljoen nationaal. Vanuit de Nationale  wetenschapsagenda (NWA) investeren we € 130 miljoen vooral in onderzoekscalls voor consortia en daarnaast in wetenschapscommunicatie (Kamerstukken II 2015/16, 29338, nr. 149, bijlage
      631503). [p.18-19]
  •  Onderzoek van wereldformaat
    • De coronacrisis onderstreept het belang van wetenschap in onze samenleving. Nederlandse onderzoekers werken vanaf het begin van de uitbraak hard aan het ontwikkelen van kennis over dit virus. Dit onderzoek gaat over de grenzen van disciplines, van medische vragen tot aan onderzoek naar gedrag of de impact van het virus. Daarom hebben wij samen met het Ministerie van VWS, NWO en ZonMw dit voorjaar al middelen beschikbaar gesteld voor het doen van urgente medische, sociale en maatschappelijke onderzoeksvragen (Kamerstukken II 2019/20, 25295, nr. 200). Veel onderzoekers zijn naast hun wetenschappelijke werk ook actief ingesprongen als docent, medicus of expert om vanuit hun expertise bij te dragen aan het bestrijden of oplossen van de effecten van deze crisis. De bijzondere situatie heeft wel tot gevolg dat veel andere onderzoeken nu stil liggen en nieuwe onderzoeken niet kunnen starten. De gevolgen daarvan zullen nog lang merkbaar zijn, ook voor onderzoekers. Bovendien kan het tot schade leiden aan projecten en materiele zaken zoals biologische collecties. We zullen dit en komend jaar ons inzetten om die schade te beperken. Daarnaast levert de wetenschap nu en in de toekomst ook op vele andere onderwerpen een maatschappelijke bijdrage. Om de klimaatambities te realiseren of voor digitalisering van de  maatschappij, in deze transities is topwetenschap onmisbaar. Een sterke onderzoeksketen, van
      ongebonden fundamentele wetenschap tot aan de toepassing van innovatie, is daarom belangrijk voor de toekomst van Nederland.
UvA: Begroting ministerie van Binnenlandse Zaken 2021
  • Spionage, cyberdreiging en ongewenste buitenlandse inmenging
    • Naast digitale en klassieke spionage voeren statelijke actoren heimelijke en ongewenste activiteiten uit met als doel invloed uit te oefenen op onze politiek en economie. Zo kan er sprake zijn van heimelijke politieke beïnvloeding, beïnvloeding en intimidatie van geëmigreerde (ex-)landgenoten (diaspora), sabotage en misbruik van de Nederlandse ICT-infrastructuur. Potentiële digitale verstoring en sabotage van vitale en essentiële infrastructuur worden gezien als één van de grootste cyberdreigingen voor Nederland. De AIVD zet zich in om de weerbaarheid van Nederland en Nederlandse bedrijven op het gebied van spionage en ongewenste buitenlandse inmenging te vergroten. [p. 13]
  • Een toegankelijke en transparante digitale overheid
    • Een effectieve en verantwoorde inzet van gegevens, algoritmen en broncodes draagt bij aan het vergroten van de overheidstransparantie, het onderbouwen van besluitvormingsprocessen, het oplossen van maatschappelijke problemen en het verbeteren van de dienstverlening door de overheid. Bij de coronamaatregelen is gebleken dat de inzet van gegevens (data) voor het maken van prognoses en het traceren van risico’s cruciaal is voor het besturen van Nederland. De afgelopen jaren is met NL DIGITAAL: Data Agenda Overheid4 concreet invulling gegeven aan het verder ontwikkelen van het databeleid van de overheid. Het gaat daarbij om het verder op orde krijgen van de data- en informatiehuishouding, het effectief delen van overheidsdata, bijvoorbeeld in de vorm van ‘open data’ en het verantwoord werken met gegevens. Dat gebeurt door gebruik te maken van algoritmische data-analyses en kunstmatige intelligentie. Op deze terreinen valt er binnen de overheid nog het nodige te verbeteren. Dit vraagt om continue verbetering van de centrale data-infrastructuur en toegesneden wet- en regelgeving. We werken ook aan verdere bewustwording in de samenleving en binnen de overheid over de kansen die data en algoritmen bieden. Daarnaast is het nodig deze gegevens en algoritmen op een verantwoorde manier in te zetten, met bescherming van waarden en rechten zoals privacy. Wij willen in 2021 de broncodes van de overheid vrijgeven (‘open, tenzij‘) en zullen het beschikbaar stellen van open source overheidssoftware stimuleren [p. 20]
    • Bij de inzet van technologieën moeten publieke waarden en grondrechten – zoals non-discriminatie, privacy, menselijke waardigheid en autonomie – altijd gewaarborgd zijn. Met name bij de opkomst en inzet van nieuwe technologieën kunnen publieke waarden en grondrechten onder druk komen te staan. Een voorbeeld van een snel opkomende technologie is artificiële intelligentie (AI). Ook deze technologie biedt mooie kansen. Zo draagt AI momenteel bij aan het voorspellen van het verloop van het coronavirus en kan het worden ingezet om armoede onder sociale groepen in kaart te brengen. De inzet hiervan kan echter ook risico’s op het gebied van privacy en non-discriminatie met zich meebrengen als het ongericht wordt ingezet of als er fouten in de gebruikte data of modellen zitten. We ontwikkelen beleid om kansen van digitale technologie te benutten en risico’s voor publieke waarden en grondrechten te benoemen. In 2021 blijven we de maatschappelijke dialoog stimuleren, concrete beleidsinstrumenten ontwikkelen, onderzoek doen en internationaal agenderen. De maatschappelijke dialoog heeft tot doel om bewustwording en begrip over de effecten van technologieën onder burgers te versterken. Dat is voor burgers cruciaal om voor hun belangen op te komen. We zullen in 2021 burgerdialogen over de effecten van technologieën stimuleren en waar nodig voorlichtingsmateriaal ontwikkelen [p. 21]
  • Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
    • Het budget voor bijdrage aan (inter-)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Dit zijn deelnemersbijdragen aan organisaties op het gebied van kunstmatige intelligentie, internationale gegevensuitwisseling en internationale overheidsdienstverlening. [p. 94]
  • Beleidsartikel 6. overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
    • Investeringsfonds
      Generieke digitale infrastructuur Voor 2022 zijn middelen vanaf de Aanvullende Post overgeheveld naar de begroting van BZK. Het betreft middelen voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid. De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in de governance van de digitale overheid (Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid: OBDO). Hierbij zijn de agenda NL DIGIbeter en het Programmaplan Basisinfrastructuur leidend
UvA: Begroting van ministerie voor Economische Zaken en Klimaat 2021
  • Inleiding

    • Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een duurzaam en ondernemend Nederland. Het jaar 2021 zal voor EZK grotendeels in het teken staan van het herstellen van de gevolgen van de coronacrisis. EZK werkt aan de hervatting van de groei, in lijn met de Groeistrategie van het kabinet. Samen met zijn partners werkt EZK aan de welvaart van alle Nederlanders, nu en later. Wij werken aan de klimaatambities, op weg naar een duurzame samenleving met schone, betrouwbare en betaalbare energie. We staan voor een open economie met een sterke internationale concurrentiepositie. We stimuleren innovatie en benutten de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. We geven ondernemers de ruimte en borgen de balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten. Deze opgaven vragen erom dat verduurzaming en economische ontwikkeling samengaan. [p. 10]
  • Vestigings- en investeringsklimaat
    • Voor de toekomstige welvaart van Nederland zetten wij ons in om koploper te zijn op het gebied van innovatie, verduurzaming en digitalisering. Het is van belang dat bedrijven die leidend zijn op deze gebieden - van klein tot groot en zowel Nederlands als buitenlands - in Nederland blijven investeren en daardoor hun activiteiten hier verder ontwikkelen en zo bijdragen aan duurzame groei. Deze investeringen zorgen voor hoogwaardige kennisontwikkeling en werkgelegenheid in Nederland. Door de belangrijke aanwezigheid van mondiale spelers zijn wij internationaal een serieuze gesprekspartner op deze gebieden. Daarom blijft het kabinet voortdurend werken aan de belangrijke vestigingsplaatsfactoren, zoals een goed functionerende arbeidsmarkt en een goede digitale en fysieke infrastructuur. [p.12]
  • Innovatie
    • Innovatie staat voor vooruitgang en is de sleutel tot herstel. Innovatie creëert namelijk nieuwe oplossingen, die een uitkomst kunnen bieden voor maatschappelijke uitdagingen. Bovendien kan innovatie leiden tot een grotere arbeidsproductiviteit en als gevolg tot een groter verdienvermogen op de lange termijn. Hierbij vormt ondernemerschap een belangrijke rol om te zorgen dat uitvindingen leiden tot innovaties die daadwerkelijk worden vermarkt. EZK stimuleert innovatie langs drie wegen: generiek innovatiebeleid, specifiek beleid en Europese samenwerking. [p.12]Daarnaast wordt innovatie bevorderd met specifiek beleid, zoals het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid. Het doel van dit beleid is het koppelen van maatschappelijke missies aan verdienvermogen. Om na de coronacrisis snel te kunnen herstellen en op belangrijke gebieden een wereldspeler te blijven of te worden, zet EZK door op de weg van de gekozen maatschappelijke thema’s. Door de coronacrisis kan innovatie echter onder druk komen te staan, doordat bedrijven noodgedwongen bezuinigen en daarmee hun R&D-uitgaven verlagen. Om innovatiever en productiever te worden, zijn de investeringen in publiek-private samenwerking (nationaal en Europees) op sleuteltechnologieën van belang, zoals op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) en kwantumtechnologie.Ook is Europese samenwerking op gebied van innovatie nodig om onze ambities te kunnen realiseren. Nederland is te klein om op alle gebieden een wereldspeler te zijn. Het is daarom belangrijk dat Nederland in gezamenlijke innovatietrajecten investeert.9 Dit waarborgt dat we een belangrijke kunnen rol spelen en optimaal profiteren van en bijdragen aan het herstel van de Europese economie. [p. 13]
  • Digitalisering
    • EZK heeft de ambitie om Nederland een voorhoedepositie te bezorgen op het gebied van AI die waarde toevoegt voor mens, maatschappij en economie. Mede in reactie op de coronacrisis neemt het aantal AI-toepassingen toe in allerlei domeinen en sectoren. In 2021 wordt daarom met de Nederlandse AI-coalitie verder gebouwd aan uitbreiding en versterking van het Nederlandse AI-ecosysteem. Die krijgt een startimpuls van € 23,5 mln van het kabinet, voor onderzoek naar en het ontwikkelen van toepassingen. Door de sterke toename van digitale activiteiten is het van belang om de ontwikkeling van de Nederlandse infrastructuur voor vaste en mobiele communicatie op peil te houden. Daarom zet EZK in 2021 in op frequentieverdelingen voor mobiele communicatie en een 5G-innovatienetwerk. [p. 14]
  • Nederlandse digitaliseringsstrategie (NDS)
    • De uitvoering van de NDS is in volle gang. In 2020 heeft de Kamer een update van de kabinetsbrede strategie ontvangen (Kamerbrief Nederlandse Digitaliseringsstrategie 2020 van 25 juni 2020). Hierin heeft het kabinet langs de zes prioriteiten (AI, data, digitale vaardigheden en inclusie, digitale overheid, digitale connectiviteit, digitale weerbaarheid) de voortgang en bijdrage van digitalisering aan maatschappelijke en economische uitdagingen zo tastbaar mogelijk gemaakt. [.....] Daarnaast investeert het kabinet in digitale sleuteltechnologieën, zoals AI. Zo heeft de staatssecretaris van EZK besloten een financiële impuls toe te kennen van € 23,5 mln voor de periode 2020-2024 voor acties van de Nederlandse AI Coalitie. In 2021 gaat het kabinet verder met de uitvoering van de NDS en zal, indien de omstandigheden dat toestaan, begin 2021 de Conferentie Nederland Digitaal organiseren. [p.
  • Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
    • Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden over de hele AI-waardeketen. In 2021 zet EZK in op het verder bundelen van de krachten zodat Nederland de kansen van Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze kan benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (Kamerstuk 26 643, nr. 640). De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Deze zet zich in voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor AI, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa. [p. 48]

Uw contact voor persoonlijk advies

Frans van Drimmelen
Partner en senior adviseur
f.van.drimmelen@dr2.nl

Ewout Tenhagen
Adviseur
e.tenhagen@dr2.nl