Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Vandaag is het de ‘derde dinsdag in september’, oftewel Prinsjesdag. De dag van hoed, de koets en het koffertje van het ministerie van Financiën. Minister Hoekstra overhandigt het koffertje vandaag aan de Tweede Kamer met daarin twee belangrijke documenten: de Miljoenennota en de Rijksbegroting. Hierin staan de plannen van het kabinet voor het komende jaar en een toelichting hoe deze plannen worden gefinancierd.

Voor het eerst sinds 1908 spreekt de Koning de troonrede niet uit in de Ridderzaal maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dat heeft te maken met de coronacrisis die de wereld de afgelopen maanden in zijn greep heeft.

De coronacrisis beïnvloedt niet alleen de ceremonie van Prinsjesdag, maar ook de plannen van het kabinet. Door de coronacrisis konden veel mensen niet werken en kwam de economie een aantal maanden zo goed als stil te liggen. De economie heeft hierdoor een flinke klap gekregen en het kabinet zal met structurele plannen moeten komen om de economie weer te herstellen. Vandaag zijn de plannen bekend gemaakt die het kabinet heeft bedacht om de economie weer op gang te brengen. Het kabinet geeft bijvoorbeeld aan te willen investeren om uit de economische crisis te komen doormiddel van het investeringsfonds van minister Hoekstra en minister Wiebes.

Na Prinsjesdag beginnen de begrotingsonderhandelingen en wordt het politiek spannend. Tijdens de begrotingsbehandelingen wordt iedere begroting uitgebreid besproken met de desbetreffende minister. Kamerleden kunnen doormiddel van amendementen kosten op de begroting wijzigen, mits hier een meerderheid voor is. De huidige coalitie heeft voor een meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer steun nodig van de oppositie. Dat betekent dat het kabinet moet samenwerken met de oppositie om een meerderheid voor het belastingplan 2021 te behalen. Wanneer de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de begroting mag het kabinet weer aan de slag om deze plannen uit te voeren voor Nederland.

Dröge en Drimmelen volgt de ontwikkelingen rond Prinsjesdag op de voet en helpt u graag met advies over de begroting van het kabinet. Wij houden de actualiteit scherp in de gaten, voor Prinsjesdag en voor het komende politieke jaar.

Wist u dat …
De ‘B’ van de Troon in de Ridderzaal tijdelijk vervangen door een ‘W’ een dag na de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Op dinsdag 17 september 2013 was het huidige houtsnijwerk gereed, de eerste Prinsjesdag van Koning Willem-Alexander, waarin de letters W en A met elkaar verweven.
Wist u dat …
Er elke minuut een saluutschot wordt afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld in Den Haag tijdens de rijtoer.
Wist u dat …
In 1911 Koningin Wilhelmina de Troonrede niet heeft voorgelezen. Ze vond dat de voorzitter van de Tweede Kamer moest aftreden. Dit deed hij echter niet dus wilde zij niet voorkomen.
Wist u dat …
Op Prinsjesdag in 1963 de paarden van de koets met de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet op hol sloegen. De koets kwam tegen een boom tot stilstand. Gelukkig bleven de prinsessen ongedeerd en reden zij verder met hun ouders in de gouden koets.
Wist u dat …
De gouden koets eigenlijk helemaal niet van goud is, maar van hout en beplakt met een dun laagje bladgoud.
Wist u dat …
In 1897 na afloop van de troonrede iemand na het roepen van ‘Leve de Koning!’ daarna spontaan 3x ‘hoera’ riep. Sindsdien gebeurt dat nog steeds ieder jaar.
Wist u dat …
In 1887 Prinsjesdag verplaatst werd naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Wist u dat …
De Troonrede niet altijd in de Ridderzaal is uitgesproken? Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
Wist u dat …
De Rijksbegroting sinds 1947 wordt aangeboden in een koffertje? De toenmalige minister van Financiën wilde de eerste begroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl aanbieden. Hij keek dit gebruik af van Engeland, waar ze de rijksbegroting al jaren in een koffertje aanboden.
Wist u dat …
In 1977 Erica Terpstra de eerste was die een hoedje droeg? Inmiddels is dit zo ingeburgerd dat Prinsjesdag onlosmakelijk verbonden is met de hoedjesparade.
Wist u dat …
Wist u dat.. de Troonrede voor het eerst te horen was op de radio in 1933. In het jaar 1952 was de reportage over Prinsjesdag te zien op televisie.
Wist u dat …
Op een traditierijke dag als Prinsjesdag is er soms ook ruimte voor vernieuwing? Minister Zalm bood in 1999 de Miljoenennota aan op een cd-rom. Demissionair minister De Jager bood de Miljoenennota in 2012 aan op een tablet met een Prinsjesdag-app.
Wist u dat …
De Glazen Koets het oudste rijtuig in de collectie van het Koninklijk huis is? Deze koets is in 1826 gemaakt voor koning Willem I en sinds 1840 is in gebruik voor Prinsjesdag. De Glazen Koets kent enkele protocollaire regels. Alleen een koning(in) of koninklijke prins mag in een koets met glas zitten. Tevens moeten er acht paarden voorgespannen worden indien de koning plaatsneemt.
Wist u dat …
De langste troonrede reeds 3220 woorden telde en geschreven was door kabinet Lubbers III in 1993? De kortste troonrede tot nu toe telde daarentegen 981 woorden en was geschreven door het kabinet van Agt II in 1981 omdat dit kabinet enkele dagen voor Prinsjesdag werd beëdigd.

Wat betekent Prinsjesdag voor uw organisatie ?

Vandaag presenteerde het kabinet van VVD, CDA, D66 en CU de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan. In dit overzicht vindt u de belangrijkste wijzigingen voor uw organisatie. De relevante passages zijn uiteengezet in de onderstaande Prinsjesdagstukken. De hoofdlijnen hieruit zijn:

In de begroting wordt genoemd dat de coronacrisis het belang van wetenschap in onze samenleving heeft onderstreept. Hierbij gaat het om wetenschap in de volle breedte.

Het programmaplan ‘erkennen en waarderen’ van de VSNU komt specifiek naar voren. Daarnaast ondersteund het ministerie een aantal instellingen om te streven naar nieuwe criteria die meer zeggen over de kwaliteit en maatschappelijke impact van onderzoek.

Opvallend zijn ook de onderdelen die niet in deze begroting naar voren komen. Zo komt werkdruk regelmatig naar voren, maar enkel in relatie tot primair onderwijs. Daarnaast wordt er ook niet gesproken over de aanpassingen aan het bekostigingsbeleid n.a.v. Rapport Van Rijn.

Prinsjesdag FAQ

Relevante passages Prinsjesdagstukken 2021

Erasmus: Begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat
  • 3. Beleidsartikelen
    • Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie
      • Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden over de hele AI-waardeketen. In 2021 zet EZK in op het verder bundelen van de krachten zodat Nederland de kansen van Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze kan benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (Kamerstuk 26 643, nr. 640). De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Deze zet zich in voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor AI, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa. (Blz. 48)
Erasmus: Begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • 2.1 Beleidsprioriteiten
    • Inleiding
      • Op de rand van een nieuw decennium hadden we veel plannen, ook voor 2021, net zoals heel Nederland. Door de uitbraak van COVID-19, het coronavirus, leek ons land tot stilstand te komen. Maar de rust was relatief. In veel sectoren is heel erg hard gewerkt aan de bestrijding van het virus. In de eerste plaats natuurlijk in de zorg, maar ook door onderzoekers in hun zoektocht naar bijvoorbeeld een vaccin en geneesmiddelen. In het onderwijs is heel hard gewerkt: van basisschool tot universiteit zette iedereen zich in op een innovatieve en energieke manier om het onderwijs voor alle leerlingen en studenten door te laten lopen. (Blz. 9)
    • Opleiden voor de samenleving van de toekomst
      • Onderwijs moet goed aansluiten op de arbeidsmarkt. De kinderen en (jong)volwassenen van nu zijn immers de beroepsbevolking van de toekomst. Niet alleen worden er andere kennis en vaardigheden van ze gevraagd, ook hun financiële positie verandert door bijvoorbeeld ontwikkelingen op de woningmarkt en arbeidsmarkt. De coronacrisis verslechtert in ieder geval op korte termijn het arbeidsmarktperspectief. Het is belangrijk om bij het opleiden van leerlingen en studenten goed in beeld te hebben welke ontwikkelingen er allemaal (mogelijk) gaan plaatsvinden, zoals digitalisering van het onderwijs. De gevolgen van de uitbraak van het coronavirus zullen de manier van lesgeven blijvend beïnvloeden. De digitalisering van het onderwijs biedt kansen om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, mede door het gebruik maken van digitale werkvormen. Het wordt mogelijk om meer onderwijs op maat aan te bieden, en we faciliteren indien nodig meer tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs. Sinds de corona-uitbraak heeft het gebruik van digitale middelen in het onderwijs een vlucht genomen om onderwijs op afstand te bieden. De vaardigheden van leraren, de inzet van digitaal lesmateriaal en de ICT-infrastructuur hebben een impuls gekregen. Tegelijkertijd hebben scholen en instellingen noodgedwongen grotendeels gewerkt met de hulpmiddelen waar ze al over beschikten, waardoor bestaande verschillen zijn uitvergroot en opbrengsten onder druk zijn komen te staan. De volledige potentie van digitale hulpmiddelen is nog verre van benut. In de groeistrategie hebben we een breed actieplan aangekondigd om een ambitieuze verbetering in het onderwijs mogelijk te maken (Kamerstukken II 2019/20, 29696, nr. 7). We willen onder andere het curriculum verbeteren, een gerichtere inzet van digitale hulpmiddelen om onderwijs op maat te bieden en een beter inzicht krijgen in de ontwikkeling van leerlingen. In 2021 worden de eerste acties voorzien. Het is noodzakelijk dat de inhoud van het onderwijs wordt aangepast aan een digitaliserende maatschappij. Dan kunnen we een goede aansluiting op de arbeidsmarkt behouden, aansluiten bij curriculum.nu en zorgen voor kwalitatief burgerschap. Digitale geletterdheid, digitale vaardigheden en brede vaardigheden (vaardigheden die mensen wel beheersen en apparaten niet) moeten gezien worden als basisonderdeel van opleidingen. In het hoger onderwijs ondersteunen we het Versnellingsplan onderwijsinnovatie met ICT waarin de VH, VSNU en SURF met elkaar samenwerken om de kwaliteit van onderwijs door de inzet van ICT te verhogen (Kamerstukken II 2019/20, 31288, nr. 792). Dit is extra belangrijk in het huidige perspectief van grotendeels online onderwijs. Verder versterken we de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs door in de regeling over open en online onderwijs, het delen en hergebruiken van digitale onderwijsmaterialen te stimuleren. Meer digitaal werken betekent ook dat er meer aandacht nodig is voor cyberveiligheid. Instellingen zijn daar primair zelf voor verantwoordelijk, maar het vraagt daarnaast om meer samenwerking en ontwikkeling van een integraal veiligheidsbeleid. Door het delen van lessen en ervaringen door instellingen en andere betrokken stakeholders willen we de digitale weerbaarheid versterken en de continuïteit van het onderwijs borgen. [p. 15 en 16]
    • Onderzoek van wereldformaat
      • De coronacrisis onderstreept het belang van wetenschap in onze samenleving. Nederlandse onderzoekers werken vanaf het begin van de uitbraak hard aan het ontwikkelen van kennis over dit virus. Dit onderzoek gaat over de grenzen van disciplines, van medische vragen tot aan onderzoek naar gedrag of de impact van het virus. Daarom hebben wij samen met het Ministerie van VWS, NWO en ZonMw dit voorjaar al middelen beschikbaar gesteld voor het doen van urgente medische, sociale en maatschappelijke onderzoeksvragen (Kamerstukken II 2019/20, 25295, nr. 200). Veel onderzoekers zijn naast hun wetenschappelijke werk ook actief ingesprongen als docent, medicus of expert om vanuit hun expertise bij te dragen aan het bestrijden of oplossen van de effecten van deze crisis. De bijzondere situatie heeft wel tot gevolg dat veel andere onderzoeken nu stil liggen en nieuwe onderzoeken niet kunnen starten. De gevolgen daarvan zullen nog lang merkbaar zijn, ook voor onderzoekers. Bovendien kan het tot schade leiden aan projecten en materiele zaken zoals biologische collecties. We zullen dit en komend jaar ons inzetten om die schade te beperken. Daarnaast levert de wetenschap nu en in de toekomst ook op vele andere onderwerpen een maatschappelijke bijdrage. Om de klimaatambities te realiseren of voor digitalisering van de maatschappij, in deze transities is topwetenschap onmisbaar. Een sterke onderzoeksketen, van ongebonden fundamentele wetenschap tot aan de toepassing van innovatie, is daarom belangrijk voor de toekomst van Nederland.De gevolgen van het coronavirus laten zien hoe belangrijk het verantwoord delen van data en onderzoeksresultaten is. Daarnaast speelt het delen van data een steeds grotere rol en wordt daarmee de coördinatie en ondersteuning van de transitie naar FAIR-data steeds belangrijker. De beweging naar Open Science is nog niet afgerond. Het doel van 100% Open Access komt steeds meer in beeld, maar er is nog wel coördinatie en ondersteuning nodig met name in de onderhandelingen met uitgevers. Wij ondersteunen dit met het Nationaal Programma Open Science en zetten ons in voor de totstandkoming van de European Open Science Cloud. (Blz. 18)
    • Emancipatie
      • Deze kabinetsperiode hebben we voor het realiseren van meer gender- en LHBTI-gelijkheid gewerkt langs drie thema’s: arbeid, sociale veiligheid en genderdiversiteit. Dit doen we in een nationale en internationale dimensie. Ook in tijden van corona, die een negatief effect kunnen hebben op de emancipatie van sommige groepen, houden we hier aan vast. Zo is de verwachting dat huiselijk geweld is toegenomen, waar voornamelijk vrouwen en kinderen slachtoffer van zijn. Het is onze inzet het genderperspectief in alle genomen maatregelen te krijgen en te houden. (Blz. 22)
  • 3.4 Artikel 6 en 7. Hoger onderwijs
    • Beleidswijzigingen
      • Voor de belangrijkste beleidswijzigingen op het terrein van hoger en wetenschappelijk onderwijs wordt verwezen naar de beleidsagenda. Aanvullend kan daarop nog worden gemeld dat het intrekken van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met een wijziging van de rentemaatstaf voor de lening hoger onderwijs financiële gevolgen heeft voor de Rijksbegroting en daarmee een effect op het houdbaarheidssaldo. De kosten voor het jaar 2025 zijn generaal gedekt (€ 1 miljoen). De structurele dekking (€ 226 miljoen) is technisch ingeboekt ten laste van de onderwijsbekostiging in het hoger onderwijs (artikel 6 & 7).
    • Toelichting op de financiële instrumenten
      • Bekostiging Universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs, onderzoek (wo) en ontwerp & ontwikkeling (hbo). De rijksbijdrage wordt jaarlijks aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum. De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend. Daarnaast ontvangen de instellingen middelen voor kwaliteitsafspraken en vouchers – die beschikbaar zijn gekomen door de invoering van het studievoorschot – en middelen voor profilering en zwaartepuntvorming.Het experiment vraagfinanciering en de pilots flexibilisering in het kader van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen worden afzonderlijk bekostigd.
      • Onderwijsdeel (hbo en wo)
        • Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege onderwijs. De rijksbijdrage is gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:
        • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s), er zijn drie bekostigingsniveaus (laag, hoog en top);
        • een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen;
        • een onderwijsopslag in percentages.
      • Deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) en onderzoeksdeel (wo)
        • Hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage vanwege het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. In het kader van het terugdringen van de werk-, aanvraag- en matchingsdruk zijn vanuit de 2e geldstroom de middelen voor de SEO-regeling en de resterende sectorplanmiddelen overgeheveld naar de 1e gelstroom van de universiteiten. Het onderzoeksdeel wo is gebaseerd op:
        • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden;
        • een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerperscertificaten;
        • een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en zwaartekracht;
        • een voorziening onderzoek in percentages.
      • Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek (wo)
        • De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De rijksbijdrage bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).
      • Profilering en zwaartepuntvorming (wo)
        • In de sectorakkoorden is onder meer afgesproken dat de 2%- middelen voor profilering en zwaartepuntvorming door hogescholen blijvend ingezet kunnen worden voor het vormgeven van (verdere) profilering en zwaartepuntvorming van de instelling, bijvoorbeeld door middel van Centres of Expertise. De universiteiten kunnen de 2%-middelen tijdelijk (in ieder geval tot en met 2022) inzetten voor de sectorplannen bèta-/technisch onderzoek en sociale-/geestwetenschappen. De middelen voor de hogescholen zijn structureel ondergebracht onder het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging en voor de universiteiten tot en met 2022. (Blz. 68 t/m 74)
  • 3.5 Artikel 8. Internationaal beleid
    • Algemene doelstelling
      • Bevorderen van internationale samenwerking en uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van internationale competenties van lerenden, docenten, kunstenaars en wetenschappers.
    • Budgettaire gevolgen van beleid
    • Toelichting op de financiële instrumenten
      • Internationalisering onderwijsDit budget wordt ingezet ten behoeve van de introductie, verankering en verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid van scholen in het primair en voortgezet onderwijs middels de subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs. (Blz. 77 t/m 80)
  • 3.12 Artikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid
    • Beleidswijzigingen
      • In de beleidsagenda zijn de belangrijkste beleidswijzigingen over 2021 opgenomen. Aanvullend zal de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in 2021, naar aanleiding van de inzet van de Commissie Weckhuysen op ongebonden onderzoek, inzichtelijk maken welke NWO-programma’s ongebonden of strategisch van aard zijn, en welke programma’s een hybride karakter kennen, waarbij natuurlijk niet uit het oog verloren mag worden dat het ongebonden- en strategisch onderzoek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.Verder steunt het Ministerie van OCW de ambitie van de Vereniging van Universiteitein (VNSU), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de NWO, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMW) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) om te streven naar nieuwe criteria die meer zeggen over de kwaliteit en maatschappelijke impact van onderzoek. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de waardering van onderwijs, leiderschap, open science en teamscience. Het Ministerie van OCW draagt in deze context financieel bij aan het programmaplan ‘erkennen en waarderen’ onder leiding van de VSNU. Dit plan, met een looptijd 2020-2021 verenigt diverse initiatieven van de instellingen die gericht zijn op het realiseren van een verandering in de manier van erkennen en waarderen. Daarnaast maakt het Ministerie van OCW zich in internationale context hard om deze transitie ook te agenderen op Europees niveau.Daarnaast is het verankeren van wetenschapscommunicatie in de academische wereld een ijkpunt voor het Ministerie van OCW. Wetenschapscommunicatie maakt wetenschap begrijpelijk en benaderbaar. Onderzoekers die zich inzetten voor deze dialoog krijgen nog niet altijd de ondersteuning en waardering die ze verdienen. Het Ministerie van OCW investeert vanaf 2020 in een 2-jarige pilot ‘Wetenschapscommunicatie gewaardeerd’ waarin de wetenschapscommunicatieprojecten van onderzoeksteams worden beloond, zichtbaar gemaakt en gewaardeerd. Verder worden er individuele onderzoekers als ambassadeurs aangesteld die met hun werk de impact van goede wetenschapscommunicatie illustreren en stimuleren we via het KNAW-initiatief ‘Sense about Science’ jonge onderzoekers om al in een vroeg stadium het publiek te betrekken bij het vormgeven van hun onderzoek. (Blz. 115)

Uw contact voor persoonlijk advies

Audrey Keukens
Partner en senior adviseur
a.keukens@dr2.nl

Charlotte van Wezel
Senior adviseur
c.van.wezel@dr2.nl

Veerle Nicolaï
Junior Adviseur
v.nicolai@dr2.nl