Actueel

Hoe krijg je invloed aan de formatietafel?

President-directeur Hans Smits  van het Havenbedrijf Rotterdam liet er geen  gras over groeien. Op zaterdag  21 april spatte de gedoogcoalitie van CDA, VVD en PVV uit elkaar. Op de dinsdag daarna, de eerste beste gelegenheid, boog hij zich samen met de andere directieleden over de vraag wat het einde van de gedoogcoalitie en het vooruitzicht van nieuwe verkiezingen zou betekenen voor alle lopende dossiers die voor de haven van belang zijn.

“De politieke crisis leidde bij ons onmiddellijk tot verhoogde activiteit, absoluut”, bevestigt Jaap Jelle Feenstra. Hij is hoofd public affairs en lobbyist van het Rotterdamse havenbedrijf en bovendien voorzitter van de Koning Willem I Kring, een club van lobbyisten van de dertig grootste bedrijven in Nederland. Hij zat  bij de bewuste vergadering van het havenbedrijf  ook  aan tafel. “We besloten aan alle partijen een brief te sturen met daarin tien adviezen voor hun verkiezingsprogramma’s”, vertelt Feenstra. “Natuurlijk wezen we als eerste op het belang van Rotterdam als belangrijkste haven van Nederland. Ons tweede advies betrof het belang van de aanleg van de Blankenburgertunnel.”

Donderdagavond, vlak voor het einde van de gedoogcoalitie, had de Tweede Kamer nog gedebatteerd over de nieuwe tunnel onder de Nieuwe Waterweg. Feenstra: “De laatste jaren is de stad sterk uitgebreid naar het westen, dus daar is een nieuwe tunnel nodig.” Minister Melanie Schultz van Haegen (infrastructuur en milieu) gaf steun aan de Blankenburgertunnel en in de Kamer was er een meerderheid voor.

Maar door de val van het kabinet ging de voor de dinsdag daarop geplande stemming niet meer door: de tunnel werd controversieel verklaard. Dat betekende minstens een halfjaar vertraging, wist Feenstra. “Ons advies aan de partijen luidde dan ook: zet die tunnel in uw programma. Rond 2020 lopen de Beneluxtunnel en de A15 vol, en daar heeft de haven van Rotterdam geen belang bij.”

Zoals het ging bij het Havenbedrijf Rotterdam, zo ging het vermoedelijk in vele directiekamers van bedrijven en in de besturen van belangenorganisaties. De koppen werden na het einde van de gedoogcoalitie snel bij elkaar gestoken. Immers, wie invloed wil hebben op het beleid van het komende kabinet, moet er vroeg bij zijn, al ver voor de verkiezingen. Ed van Thijn, oud-PvdA-Kamerlid, oud-burgemeester van Amsterdam, oud-minister en in  1981 informateur, kan dat beamen: “Als je als lobbyist in de huidige fase van de kabinetsformatie nog in actie moet komen dan ben je te laat.”

Kortom, timing is alles. Het verkrijgen van invloed aan de formatietafel begint dan ook al op het moment dat duidelijk is dat er nieuwe verkiezingen komen. “Dan treden er direct allerlei mechanismen in werking”, vertelt Frans van Drimmelen, oprichter van het grote Haagse adviesbureau Dröge & Van Drimmelen. “Op de ministeries, maar ook bij de politieke partijen. Conceptversies van de verkiezingsprogramma’s worden geschreven, kandidatenlijsten worden opgesteld.”

Uitstekende  gelegenheden om als lobbyist invloed uit te oefenen, weet Van Drimmelen. Degenen die de verkiezingsprogramma’s schrijven, hebben immers veel contact met mensen in het veld. En door in te schatten op hoeveel zetels een partij tijdens de verkiezingen uit zal komen, kunnen lobbyisten door middel van de kandidatenlijsten al snel beginnen met het ontmoeten van potentiële nieuwe Kamerleden. Dat er daarbij geen garanties zijn, bleek dit jaar wel. Van Drimmelen: “Ik schat in dat er heel wat gesprekken met SP’ers zijn geweest die uiteindelijk niet in de Kamer terecht zijn gekomen.”

Heb je eenmaal de juiste ingang te pakken dan is het een kwestie van deskundigheid en de juiste contacten, zegt Rein Jan Hoekstra, informateur bij de totstandkoming van de kabinetten Balkenende II en IV. “Alleen maar als exponent van een of andere belangenorganisatie optreden is niet genoeg”, meent de CDA’er. “Het gaat om de argumenten, om het introduceren van de juiste deskundigen – zouden jullie niet eens met die en die moeten gaan praten? De uiteindelijke afweging maken de onderhandelaars zelf wel.”

Toch, de input van lobbyisten reikt in sommige gevallen erg ver, tot in het regeerakkoord. Van Drimmelen noemt de zaak rond de CO2-opslag bij Barendrecht: “Het vorige kabinet had zich dat voorgenomen, dus het kwam in het regeerakkoord te staan. Maar door een geslaagde lobby van onder meer de gemeente Barendrecht werd er aan toegevoegd dat lokaal draagvlak nodig was.” Maar het draagvlak ontbrak, en dus ging het project uiteindelijk niet door. Of het komende regeerakkoord opnieuw dit soort anekdotes oplevert, valt volgens Van Drimmelen te betwijfelen. “Het laatste regeerakkoord was wel erg gedetailleerd, nu komen de partijen wellicht meer op een soort hoofdlijnenakkoord uit.”

Het zou goed nieuws zijn voor de lobbyisten die deze ronde de boot hebben gemist. Minder geslaagde lobby’s zijn er immers ook: neem de honderden brandbrieven die tijdens elke formatie bij de informateurs of de onderhandelaars op de mat belanden.  “Die worden niet of nauwelijks gelezen”, meent Van Drimmelen. Oud-informateur Van Thijn, die schat dat hij destijds zo’n honderd brieven kreeg, kan dat beamen: “Dat soort brieven lieten we links liggen. Echt, het laatste wat je moet doen is een brief sturen aan de informateurs of aan de onderhandelaars. Doe je het toch, zorg er dan in ieder geval voor dat je de brief afsluit met twee regels die zo het regeerakkoord in kunnen.”

Als er met al die brieven nauwelijks iets wordt gedaan, waarom ze als organisatie nog sturen? Volgens Van Drimmelen gebeurt dat mede voor de bühne: “Het kan natuurlijk nooit kwaad om nog eens te formuleren waar de organisatie precies voor staat, wat de speerpunten zijn. Dat werkt naar de achterban toe, en naar de maatschappij.” Feenstra, oud-Kamerlid (PvdA), oud-Statenlid en ook nog werkzaam geweest bij het Europees Parlement, heeft de brieven gestuurd, aan informateurs en onderhandelaars. “Maar daar laten we het niet bij. We kennen de heren die aan de onderhandelingstafel zitten en we vragen ook aandacht voor die brief. Bovendien leiden meerdere kanalen naar diezelfde personen. Bijvoorbeeld ambtelijke kanalen. Onze lobby is ook op hen gericht.”

Dat er op de ministeries kansen liggen om invloed uit te oefenen, wordt bevestigd door Van Thijn. “De beste manier van lobbyen is praten met de fractiespecialisten in de Tweede Kamer en met ambtenaren op de ministeries”, herinnert hij zich. “Immers, de informateurs krijgen van die specialisten en van de ambtenaren teksten aangereikt. Bij hen moet je lobbyen.”  Diezelfde ambtenaren stellen ook de overdrachtsdossiers voor nieuwe ministers en staatssecretarissen samen, vertelt Van Drimmelen. Voor lobbyisten een mooie mogelijkheid om toekomstig beleid te beïnvloeden: “Het is toch het eerste wat de bewindspersoon over zijn nieuwe portefeuille leest”, aldus Van Drimmelen, die merkt dat de huidige onderhandelingen meer gesloten zijn dan tijdens voorgaande formaties. “In het verleden klopten onderhandelaars tijdens de formatie aan bij hun fractiegenoten, bijvoorbeeld de zorgwoordvoerders van beide partijen. Ga even bij elkaar zitten, en ga na wat het compromis zou kunnen worden, klinkt het dan.”

Bij deze formatie is dat veel minder het geval, merkt Van Drimmelen. “Er lopen veel  gefrustreerde VVD’ers en PvdA’ers met verhitte koppen door de Haagse wandelgangen. Veel Kamerleden weten simpelweg echt niet wat er aan de formatietafel gebeurt. Alles staat in het teken van de radiostilte, het voorkomen van lekken. Dat het tot nog toe aardig lukt, geeft ook aan dat de gesprekken goed gaan.”

Heeft er nu de radiostilte vol van kracht is, en de rijen gesloten blijven, dan niemand meer toegang tot de onderhandelaars? Niet helemaal. De huidige formatiepoging begon met het bezoek van financiële experts als Klaas Knot van De Nederlandsche Bank en Coen Teulings van het Centraal Planbureau. Ook minister van financiën Jan Kees de Jager zat bij dat gesprek, geflankeerd door zijn hoogste ambtenaar Richard van Zwol. Volgens Van Drimmelen kunnen grote spelers als Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW en Ton Heerts van de vakcentrale FNV kunnen ook gedurende de formatie een rol spelen. “Daar zit nog invloed”, zegt hij. “Wil je tijdens de formatie nog met een boodschap komen, kan je dat het beste via Wientjes of Heerts spelen. Of nog beter: via beiden.” Oud-informateur Hoekstra beaamt dat. “Natuurlijk hou je rekening met VNO-NCW, maar ook met de vakbonden. Het gaat er uiteindelijk om dat je draagvlak in de samenleving creëert. Daarbij is het cruciaal om de juiste deskundigen aan tafel te krijgen. Wie is er nou echt deskundig op het gebied van onderwijs, of de gezondheidszorg? Zo iemand als Els Borst, toen die nog voorzitter van de gezondheidsraad was, dat soort mensen moet je erbij betrekken.”

Trouw, zaterdag 20 oktober 2012

Wilfried van der Bles en Jurre Plantinga