Blogs

Den Haag verdeeld over datadeling

Een paar jaar geleden begon de opmars van de tech lash, de terugslag tegen de grote techbedrijven als Amazon, Alphabet, Apple, Microsoft en Facebook. Het succes van deze bedrijven gaat gepaard met maatschappelijke zorgen over hun macht. Overheden ervaren druk om met maatregelen te komen om deze bedrijven aan te pakken. Een veelgehoord voorstel is om datadeling verplicht te stellen. Afgelopen week heeft het kabinet een visie over datadeling gepubliceerd en D66 een techvisie 2.0. Daarom komt dit onderwerp binnenkort ook aan bod in de Tweede Kamer. Uit de discussie tot nu toe blijkt dat verplichte datadeling op het eerste gezicht een goede maatregel lijkt en aanslaat bij politici, maar dat sommige economen twijfelen over het nut en de noodzaak ervan. In het politieke debat moet een balans gevonden worden tussen de politieke wil om de macht van big tech bedrijven aan te pakken en de noodzaak van zorgvuldige wet- en regelgeving. Bedrijven, zowel groot als klein, die gebruik maken van data doen er goed aan om tijdig te laten zien hoe zij met data omgaan en wat een maatregel als verplichte datadeling voor hen zou betekenen.

Terugblik
Hoewel vorige week twee voorstellen omtrent datadeling zijn gepubliceerd, is het geen nieuwe discussie. Een van de eerste keren dat we het ministerie van Economische Zaken over verplichte datadeling hebben gehoord, was toen secretaris-generaal Maarten Camps in januari 2018 in het vakblad voor economen ESB stelde dat het delen van data het nieuwe uitgangspunt moet worden. Het is opvallend dat hij als secretaris-generaal op eigen titel hiervoor pleitte, terwijl het geen staand beleid van het ministerie was. Een paar maanden later publiceerde het ministerie van Economische Zaken de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, waarin staat dat verplichte datadeling ook negatieve gevolgen kan hebben, onder andere voor privacy en innovatie. Het ministerie besloot daarom onderzoek te doen naar de voor- en nadelen van verplicht datadelen en daarna een kabinetsvisie te publiceren.

Uit de discussie die volgde bleek dat men het niet eens is over het nut, de wenselijkheid en de praktische uitvoerbaarheid van verplichte datadeling. In een ESB-artikel krijgt Maarten Camps steun van drie van zijn eigen beleidsmedewerkers. Zij betogen dat bij exclusief gebruik van gegevens veel potentiële waarde verloren kan gaan, zeker wanneer er sprake is van marktmacht. Ook de economen van Tilburg Universiteit Inge Graef en Jens Prufer staan positief tegenover datadeling, omdat in sommige sectoren verplichte datadeling kan voorkomen dat datagedreven markten omslaan naar een monopolie. De Europese betalingsrichtlijn PSD2 geeft derde partijen bijvoorbeeld de mogelijkheid om met expliciete toestemming van rekeninghouders bij banken toegang te krijgen tot rekeninginformatie om zo te zorgen voor een gelijk speelveld in het bankwezen.

Hoewel PSD2 een voorbeeld is van sectorspecifieke verplichte datadeling, bleek bij de omzetting van deze richtlijn in nationale wetgeving eerder dit jaar dat sommige Kamerleden zich juist zorgen maken of een dergelijke verplichting niet juist leidt tot meer marktdominantie van de grote techbedrijven in plaats van minder. Mahir Alkaya (SP) vreest bijvoorbeeld dat bedrijven als Google en Facebook zich ook in deze markt gaan begeven en zodoende nog meer gegevens krijgen en daardoor nog machtiger worden.

Opvallend is de stellingname van de toezichthouder ACM in deze discussie. In tegenstelling tot Maarten Camps zijn zij geen voorstander van verplicht datadelen. Zij stellen dat het effect van verplichte datadeling op innovatie onzeker is en per geval verschilt. Datadeling kan innovatie niet alleen stimuleren, maar ook schaden. Het mededingingsrecht volstaat omdat de toezichthouder onder redelijke voorwaarden datadeling al kan verplichten. Aanvullende regulering als een algemene verplichting tot datadeling is volgens hen dus niet wenselijk en niet nodig.

Afgelopen week (woensdag 20 februari 2019) heeft het ministerie van Economische Zaken een kabinetsvisie gepubliceerd over datadeling tussen bedrijven. De visie is over het algemeen genuanceerd en gebalanceerd, waarbij het kabinet de voor- en nadelen tegen elkaar afweegt. De conclusie is dat datadeling bij voorkeur vrijwillig, maar zo nodig verplicht tot stand komt. Mocht het kabinet overgaan tot verplichte datadeling, komt er eerst een consultatie met belanghebbenden en een grondige analyse over een dergelijke plicht. De visie van het kabinet staat in contrast met de voorstellen van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66), die op dezelfde dag zijn nieuwe Techvisie 2.0 presenteerde. Hij wil de macht van datamacht van techreuzen inperken door datadeling zowel ex-ante als ex-post verplicht te stellen, zoals ook blijkt uit zijn initiatiefnota.

Vooruitblik
In de hiervoor geschetste discussie over verplichte datadeling, valt op dat de analyses van economen en de positie van sommige politieke partijen uiteenlopen. Waar sommige economen twijfelen aan het nut en de noodzaak van verplicht datadelen, stelt Kees Verhoeven (D66) dat het noodzakelijk is om de datamacht van techreuzen in te perken. Een mogelijke verklaring voor deze discrepantie is dat politici door de tech lash druk ervaren om de macht van grote techbedrijven aan te pakken en verplicht datadelen hiervoor op eerste gezicht een goede maatregel lijkt.

Binnenkort komt datadeling aan bod in de Tweede Kamer. Onder andere tijdens het notaoverleg over de initiatiefnota van Kees Verhoeven en tijdens het algemeen overleg waar de kabinetsvisie over datadeling wordt geagendeerd. Dan moet een balans gevonden worden tussen de politieke wil om de macht van big tech bedrijven aan te pakken en de noodzaak van zorgvuldige wet- en regelgeving.

In aanloop naar het politieke debat over datadeling, doen bedrijven er goed aan om beleidsmakers en politici te informeren over hoe zij omgaan met data. Dit geldt niet alleen voor de big tech bedrijven waar deze maatregel ogenschijnlijk voor bedoeld lijkt te zijn, maar ook voor de kleinere bedrijven waar een dergelijke maatregel disproportioneel veel impact kan hebben op de bedrijfsvoering. Het zou daarom goed zijn om meer voorbeelden te geven over vrijwillige initiatieven van bedrijven om data te delen. In veel discussies over datadeling wordt de rol van dataportabiliteit bijvoorbeeld niet meegenomen, terwijl dit wel degelijk kan bijdragen aan concurrentie en innovatie. Dergelijke informatievoorziening draagt mogelijk bij aan een genuanceerder politiek debat over datadeling.

Door Isabelle van Rossum & Roeland Coomans