Blogs

Regionale Energiestrategie (RES) binnen het ‘Huis van Thorbecke’

Het klimaatakkoord krijgt lokaal steeds meer vorm. Verspreid over het gehele land zijn gemeenten aan het onderhandelen richting een Regionale Energiestrategie (RES). Niet door debat binnen de gemeentegrenzen, maar via overleg met buurgemeenten. Zo ontkomt geen gemeente aan zijn bijdrage aan de energietransitie. Het roept wel vragen op over de lokale democratie. Is er behoefte aan nog een regionaal samenwerkingsverband? Is dit een nieuwe bestuurslaag? En voor de bestuurskundigen onder ons: hoe past dit binnen het ‘Huis van Thorbecke’?

RES
Om een lokale vertaling te maken van de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord is het land opgedeeld in dertig RES-regio’s. Juist door het lokaal uitwerken van de afspraken verwachten de beleidsmakers meer maatschappelijk draagvlak voor de keuzes. Bestuurders vanuit gemeenten en waterschappen moeten het komende jaar samen een plan opstellen om in hun gebied de energie te verduurzamen. De opgaven naar de energietransitie kennen geen grenzen. Toch is afgesproken dat geen van de dertig RES-regio’s over de provinciegrenzen heen gaan. Zo zal de energietransitie zich houden aan onze historische staatsstructuur die stamt uit de tijd dat de industriële revolutie nog op stoom moest komen.

Huis van Thorbecke
Volgens onze Grondwet hebben we drie bestuurslagen: het Rijk, de provincies en de gemeenten. Deze verticale spreiding van onze staatsmacht staat bekend als het Huis van Thorbecke. Nu is er sinds 1848 regelmatig geklust aan dit huis. Met de komst van de Europese Unie is er een verdieping op gezet. Wordt hier met de komst van de RES een laag tussen gevoegd, of is er iets anders aan de hand? Voor alle drie de verdiepingen van het Huis van Thorbecke gaan we naar de stembus. Gezien we ook stemmen voor het Europees parlementen de waterschappen is dit niet het enige criterium voor een verdieping in het Huis van Thorbecke. De drie bestuurslagen die ons land kent, hebben hiermee wel een democratisch mandaat gekregen om beslissingen te maken over de burgers. De aankondiging van de RES enkele jaren geleden deed om deze reden het nodige stof opwaaien bij de bestuurskundigen. Er wordt niet direct voor gestemd, dus mogen deze bestuurders wel beslissingen nemen? Nu de uiteindelijke vormgeving van de dertig RES-regio’s bekend is, blijkt dit niet het geval. Er worden geen beslissingen genomen, aangezien de gemeenteraad het laatste woord blijft houden. Probleem opgelost, zo lijkt.

Samenwerkingsverbanden
Een dergelijk alternatief voor een nieuwe bestuurslaag is niet iets nieuws, noch een unicum. De laatste jaren hebben de gemeentelijke samenwerkingsverbanden een vlucht genomen, met name door de decentralisatie. Gemiddeld zijn er 27 samenwerkingsverbanden per gemeente. Deze trend gaat niet gepaard zonder de nodige zorgen. Een onderzoek uit 2014 kaartte al eens aan dat driekwart van de raadsleden de samenwerkingsverbanden als een gevaar voor de lokale democratie ervaart en 44% gaf aan onvoldoende kennis te hebben om controle uit te oefenen. Door deze samenwerkingsverbanden wordt het voor raadsleden alsmaar moeilijker om de keuzes van het College van B&W te controleren en daarop invloed uit te oefenen. Zeker waar een groot aantal gemeenten betrokken zijn met verschillend formaat. Raadsleden en wethouders krijgen minder greep op de vorming van het beleid en de uitvoering ervan. Uit de opeenstapeling van al die overlappende samenwerkingsverbanden volgt de nodige bestuurlijke drukte. Besluiten blijken al genomen, men mag enkel tekenen bij het kruisje en het roept onbehagen op over de democratische legitimiteit.

Om meer grip te krijgen op de samenwerkingsverbanden werkt minister Ollongren aan de mogelijkheid om een ‘gele kaart’ in te voeren. Een gele kaart – om besluiten te heroverwegen –  wordt mogelijk voor alle soorten samenwerkingen die onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) vallen. In die wet is vrijwillige samenwerking de maatstaf. De vraag is echter of een RES-regio zich mag scharen onder de samenwerkingsverbanden uit de regeling, aangezien het een ‘verplicht vrijwillige samenwerking’ betreft.

Wordt vervolgd
De mogelijkheden voor gemeenteraden om controle uit te oefenen zijn beperkt of onduidelijk. De vorming van de RES lijkt een behoorlijk technocratische exercitie te worden voor lokale bestuurders. De klimaatafspraken krijgen lokaal steeds meer vorm, maar dat gaat gepaard met de nodige vragen over de lokale democratie. Bestuurders kunnen het resultaat enkel ter kennisgeving voorleggen aan de gemeenteraad. Reacties en zienswijzen worden opgehaald, maar gedegen controle-, verantwoordings- en sturingsmechanismen lijken te ontbreken. Dit vraagt alertheid vanuit de lokale volksvertegenwoordiging. Juist voor het vinden van het maatschappelijk draagvlak is hun democratische controle op het proces een vereiste. Bovenal is het interessant om de discussie te blijven volgen, ook wanneer de woordvoerders uit de Tweede Kamer op 27 juni met elkaar in debat gaan over het versterken van de lokale democratie.

Door Sander Des Tombe & Sander van Diepen