Actueel

De lobbyist als volksvertegenwoordiger

Gesproken woord geldt

Goedenavond dames en heren,

Ik ben gevraagd om vanavond een verhaal te houden over de rol die public affairs (ook wel lobbyen genoemd) speelt in de besluitvorming van de hedendaagse democratie. Laat ik in dit gezelschap van retorisch geïnteresseerden dan ook maar beginnen met beeldspraak. Voor u staat een boodschappenjongen. Met een verlanglijstje van een bedrijf op zak beweeg ik mij in de achterkamertjes van politiek en ambtenarij. Met wheelen en dealen haal ik voor mijn klanten opdrachten, geld of wetgeving binnen. Vaak buiten het gezichtsveld van de burger: mijn vakgenoten en ik zoeken coalities die schijnbaar onmogelijk zijn en die het daglicht slecht verdragen. En we bewerken onze volksvertegenwoordigers als de stembussen al lang gesloten zijn.

Zo op het eerste gezicht staat dit werk in schril contrast met enkele kernwaarden van de democratie: openheid, transparantie en eerlijkheid. Waarschijnlijk is dit het beeld dat velen van een lobbyist hebben. Hij – het is altijd een hij in dat beeld – praat glad, draagt een iets te duur pak en werkt voor een chique kantoor met meerdere namen.

Later in mijn verhaal zal ik terugkomen of dit beeld klopt.

Maar eerst: hoe wordt iemand een lobbyist? Het is nou niet zo dat ik al vanaf mijn 15de droomde van een baan waarin ik de belangen van bedrijven en organisaties zou vertegenwoordigen. Wellicht een beetje hoogdravend, maar rond die leeftijd begonnen wel mijn idealen op te komen. Ik wilde me inzetten voor een betere en eerlijkere maatschappij. Een samenleving waar we de welvaart delen en oog hebben voor anderen. In mijn studietijd werd ik lid van de Partij van de Arbeid, omdat ik me thuis voelde bij een brede volkspartij die een brug wilde slaan tussen de kansarmen en de kansrijken. Na mijn studie ging ik bij de PvdA werken als perswoordvoerder van Wouter Bos en als politiek adviseur van staatssecretaris Dijksma. Met een beetje overdrijven kun je zeggen dat ik de boodschap van de sociaal democraten hielp verkopen aan de kiezer. Nu werk ik bij het Haagse public affairs- en communicatiebureau Dröge & van Drimmelen.

Maar terug naar mijn beeldspraak. In het beeld dat ik eerder schetste, druist de activiteit lobbyen ogenschijnlijk lijnrecht tegen de kernwaarden van democratie in. De beroepsgroep van PA-professionals behartigt de belangen van de grote jongens. We werken in de achterkamertjes. En beïnvloeden onze politici en beleidsmakers nádat het volk zich heeft uitgesproken.

De vraag is nu: is dit erg?

En, nog belangrijker, ondergraaft lobby onze democratie?

Op deze vragen is mijn antwoord twee keer ‘nee’. Nee, het is niet erg dat lobbyisten de belangen van anderen behartigen. En nee, lobby ondergraaft onze democratie niet. Maar maakt haar naar mijn mening juist sterker en weerbaar.

Maar wat betekent lobbyen eigenlijk? In feite is lobbyen niets meer of minder dan middelen inzetten om iets te bereiken. Een voorbeeld. Drie vrienden plannen hun jaarlijkse weekendje weg. Over de datum zijn we het eens, maar over de bestemming nog niet. Martijn wil naar Londen, ik naar Barcelona en Guus wil liever naar Portugal. Wat gebeurt er? Martijn pakt de telefoon, belt naar mij op en begint een ‘lobby’ voor Londen. Hij weet dat ik gek ben op sport, en laat in dat weekend nu net ook de Olympische Spelen in Londen zijn….. Ook in het dagelijks leven lobbyen we om iets voor elkaar te krijgen. We zoeken uit wat mensen beweegt en proberen hen op deze wijze aan onze kant te krijgen. En by-the-way: het is Londen geworden, eerste week van augustus en de kaartjes voor voetbal, hockey en basketbal zijn binnen.

Ik zie lobbyisten als mensen die anderen helpen om resultaat te boeken. In de maatschappij speelt een veelheid aan belangen, die kris-kras door elkaar lopen. Mensen zien steeds minder van hun eigen belang terug bij de traditionele partijen. Wel kunnen zij hun stem laten horen en invloed uitoefenen door zich te verenigen. Dat kan in de vorm van een bedrijf, maar net zo goed in een maatschappelijke organisatie, stichting of belangengroep. Zo kan het dat een multinational als Stork lobbyt voor gevechtsvliegtuig de JSF. En dat parallel daaraan Natuurmonumenten pleit voor het bijplaatsen van wilde Korhoenders om de populatie te redden. En een groep ouders bij de stadsdeelraad pleit voor meer speelruimte voor hun kinderen.

Vandaar dat ik het grappig vind dat mensen bij een lobbyist meteen denken aan een gladde prater, in een strak pak, werkzaam voor een duur bureau met meerdere namen. En jazeker, die lobbyist bestaat. Toen Femke Halsema nog niet zo lang geleden in een interview zei dat ze in haar hele Kamerperiode met geen enkele lobbyist had gesproken, doelde ze vast en zeker op dit stereotype. Maar ik mag toch hopen dat Halsema wel eens een gesprek heeft gehad met Bernard Wientjes van VNO-NCW, dat lobbyt voor de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Of met Agnes Jongerius van de FNV. De meeste lobbyisten zijn personen die opkomen voor de dingen die mensen in Nederland belangrijk vinden, of het nu gaat over cultuur, natuur, dierenwelzijn, de auto of knikkerputjes in de straat. Eerder noemde ik openheid, transparantie en eerlijkheid als democratische kernwaarden. Laten we daar nog vrijheid op meningsuiting aan toevoegen. Wat in feite is lobbyen niet meer of minder dan het recht op je mening te geven.

Ook over de methodes die lobbyisten gebruiken verschillen de meningen. Een kleine week geleden verscheen in verschillende media het bericht ‘Philip Morris lobbyt agressief’. Wat was er aan de hand? De tabaksfabrikant heeft in Bergen op Zoom een fabriek met 1400 banen. De vrees is dat de accijnsverhoging die is voorgesteld in het Lenteakkoord, grote gevolgen zal hebben voor de werkgelegenheid. Philip Morris probeert nu via de lokale politici de landelijke politiek te bereiken. De argumenten zijn op een rij gezet en Philip Morris heeft een conceptbrief opgesteld, die de lokale politici kunnen gebruiken om hun vrees in Den Haag kenbaar te maken.

Is dit ‘agressief’, zoals media als EénVandaag, de Telegraaf en Nu.nl kopten? Worden lokale politici voor het karretje van de sigarettenlobby gespannen? Ik vind het in ieder geval nogal meevallen. Zoals ik het zie zetten ze argumenten op een rij en helpen ze lokale politici die veelal weinig tijd hebben een helder verhaal te formuleren. De term ‘agressief’ is vooral aantrekkelijk omdat het om de sigarettenlobby gaat. Wanneer een partij als Natuurmonumenten voor deze manier van lobby zou kiezen, (wat ze in het verleden hebben gedaan) is de nieuwswaarde bijna nihil.

Even terug naar onze democratie. Kort door de bocht gezegd: in Nederland maakt de regering het beleid en de Kamerleden worden geacht dit te controleren. Om deze constructie te laten slagen, zijn er volksvertegenwoordigers nodig die weten wat er speelt in de maatschappij en weten wat de wensen zijn van de samenleving. Kamerleden die informatie op waarde kunnen schatten en afwegen.

Het is onze taak als lobbyisten om hen van deze informatie te voorzien. Wij zorgen er voor dat de informatie gestructureerd en behapbaar is. En ja, natuurlijk is deze informatie gekleurd. En ja, we worden ervoor betaald. Dat is ook helemaal niet erg: net als in het dagelijks leven is de eerste stap in krijgen wat je wil, het aangeven dát je iets wil. De uiteindelijke beslissing ligt niet bij mijn klant, niet bij mij als lobbyist, maar in de democratische besluitvorming. ‘Don’t hate the player, hate the game’, heb ik hierover eerder gezegd in een boekje dat Joris Luyendijk schreef over politiek Den Haag.

Daarstraks zette ik de lobbyist neer als boodschapper, maar ik spreek liever van een coach voor zijn opdrachtgever. Een goede lobbyist weet namelijk precies hoe een besluit tot stand komt en op welk moment je het beste in actie kunt komen om resultaten te boeken. Die besluitvorming is complex, hangt samen met andere thema’s en is plaats- en tijdgebonden. Goede lobbyisten nemen hun opdrachtgevers bij de hand, zoals Bert van Marwijk het Nederlands elftal naar de overwinning coacht.

In het voortraject helpen wij organisaties en bedrijven om tot de kern van hun verhaal te komen en een heldere boodschap te formuleren. Wij helpen de juiste prioriteiten te stellen en denken na over de inhoud én verpakking van de boodschap. Daarin hebben we dus die coachende rol. Maar ook zijn we bijna  opvoeders. Iemand die bij me komt met een verlanglijstje, in de trant van: ‘regel dit voor me’, zal ik een spiegel voorhouden. Eerst moeten we antwoord hebben op vragen als: waarom wil je dit binnenhalen. En wat heb je als wisselgeld. Sta je alleen in je standpunt of heb je medestanders. Een goede lobbyist denkt mee en stuurt op wat haalbaar is. En dat begint altijd met tegenspel aan de opdrachtgever: een lesje in realisme. Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen.

Nu ik toch het bestaande beeld van de lobbyist aan het nuanceren ben, is het goed om ook op de ethiek van het beroep in te gaan. Net als een strafrechtadvocaat wordt aan een lobbyist de onvermijdelijke vraag gesteld: ‘Zou je voor iedereen kunnen werken?’ Nee, dat zou ik persoonlijk niet kunnen. Zo heb ik een lobbyverzoek voor een producent van bont afgeslagen, omdat ik me er zelf niet senang bij voelde. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik vind dat je niet mag lobbyen voor bont, maar ik zag het mezelf op dat moment niet doen. Dat is dus op puur persoonlijke gronden.

Persoonlijke afwegingen zijn één: ik wil werken voor een bureau dat ook nee durft te zeggen tegen een mogelijke opdrachtgever. Een andere grens kan bijvoorbeeld de wet zijn. Maar hier kan het lastig worden. Een lobbyist kan gevraagd worden om te lobbyen voor iets dat op dit moment buiten de wet valt. Om een voorbeeld te noemen: de coffeeshopeigenaren voeren een lobby voor hun bestaan. Strikt genomen valt hun wens buiten de wet, maar niemand zal hun het recht ontzeggen om zich uit te spreken. En dus te lobbyen voor wetgeving die voor hun gunstig uitpakt.

Het lijkt me dat niemand hier een bezwaar tegen kan hebben. Wel kun je natuurlijk bezwaar hebben tegen foute lobbymethoden als oneigenlijke druk uitoefenen of manipulatie. Daar is de beroepsgroep zich bewust van en om die reden heeft de Beroepsvereniging een gedragscode opgesteld. Iedereen die lid wil worden van de Beroepsvereniging moet deze code onderschrijven, waarin bijvoorbeeld transparantie, integriteit, houden aan wet- en regelgeving en belangenverstrengeling zijn omschreven.

Dit is de verantwoordelijkheid die de public affairs-professional op zich neemt. Daarnaast vind ik dat ook onze volksvertegenwoordigers en ambtenaren verantwoordelijkheid dragen. In eerste instantie horen zij te beslissen op inhoud en informatie. En niet op basis van druk of persoonlijk gewin. Dat is het politieke spel, en in dat spel ligt besloten dat beslissers en beleidsmakers mans genoeg zijn om zich niet onder druk te laten zetten.

Dames en heren, ik kom tot een afronding van mijn verhaal. En ik kom nogmaals terug op de vraag: ondergraaft lobby de democratie? Mijn antwoord blijft: nee.

Nee, lobby ondergraaft de democratie niet, maar versterkt de democratie juist. Door middel van lobby hebben bedrijven, organisaties, ideële instellingen en gewone burgers de mogelijkheid om zich uit te spreken. Niet alleen wanneer de stembussen geopend zijn, maar wanneer zij dat zelf willen of noodzakelijk vinden.

De lobbyist is hiervoor het vehikel. Hij helpt en ondersteunt niet alleen de grote bedrijven, maar ook de underdog.

Een lobbyist weet wat er speelt in de samenleving. En hij vertegenwoordigt belangen van mensen uit die samenleving. Met enig chargeren en een knipoog durf ik te zeggen: een lobbyist is eigenlijk een soort van volksvertegenwoordiger.

Ik dank u hartelijk.