Blogs

De Conferentie NL Digitaal: Klaar met denken, tijd voor doen

Digitalisering van economie en maatschappij biedt enorme kansen, maar er is ook een groot aantal uitdagingen die vragen om richting en het maken van duidelijke keuzes. Welke rol moet de overheid pakken in het structureren van de digitale economie? Kunnen bedrijven verplicht worden gesteld om data te delen? En welke rol moeten de verschillende stakeholders spelen in het voorbereiden van de volgende generatie op de digitale toekomst? Vraagstukken waarover veel is gediscussieerd tijdens de Conferentie NL Digitaal, maar waarop op de slotdag van de conferentie niet altijd eenduidige antwoorden zijn gekomen of keuzes zijn gemaakt. Wel zijn er diverse intentieverklaringen getekend en is afgesproken om in publiek-privaat verband verder na te denken over deze en andere belangrijke vraagstukken rondom digitalisering. Dat is nodig wil het kabinet de uitgesproken ambitie om digitaal koploper van Europa te worden waarmaken.

Breed aanbod aan thema’s
Op de slotdag van de conferentie vond de bestuurlijke ‘Nederland Digitaal Dag’ plaats. De  genodigden uit het bedrijfsleven, de wetenschap en de overheid vormden een kleurrijk publiek, allen geïnteresseerd in de grote vraag hoe Nederland nog beter kan inspelen op digitalisering. Uit de opzet van de conferentie blijkt wel hoe ver onze maatschappij inmiddels is doordrongen door de digitale revolutie. Onderwijs, gezondheidszorg, sociale inclusiviteit; anno 2019 heeft praktisch elk maatschappelijk dossier een eigen digitale component. De brede maatschappelijke impact van digitalisering kwam in vrijwel elke sessie op de conferentie terug. Vele onderwerpen die raken aan de
digitaliseringsstrategie van de overheid kwamen langs – uiteenlopend van maatschappelijke onderwerpen als inclusiviteit en digitale grondrechten tot economische kansen op het gebied van bijvoorbeeld Artificial Intelligence en Smart Cities.

Een van de sessies was gericht op de moderne aanpak van illegale online content. Hoewel het vervelende – maar urgente – onderwerp enigszins uit de pas liep met de positieve verhalen over innovatie en nieuwe economische kansen, was de conclusie van de sessie erg opbeurend. De aanpak van illegale content online is een perfect voorbeeld van succesvolle publiek-private samenwerking. Deze aanpak is grotendeels gestoeld op het initiatief vanuit de sector zelf, aangevuld door een juridische component vanuit de overheid. De synergie tussen relevante stakeholders – uiteenlopend van het bedrijfsleven tot politie en OM – levert uiteindelijk een eindproduct dat beter geschikt is om de strijd tegen illegale content aan te gaan.  Andere sectoren kunnen aan deze vorm van publiek-private samenwerking een voorbeeld nemen.

De kabinetsvisie op datadeling kwam ook in één van de sessies als onderwerp terug. Den Haag is hier – zoals we eerder schreven – verdeeld over. Directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie Focco Vijselaar (EZK) lichtte de visie toe: iedereen profiteert van datadeling, het vindt bij voorkeur vrijwillig, maar zo nodig verplicht plaats en mensen en bedrijven moeten controle over hun gegevens houden. Aanwezigen zagen in data een belangrijke grondstof in de 21e eeuw. Data gaat naar aller waarschijnlijkheid maatschappijbreed voor optimalisatie van diensten en producten zorgen en is een bron van innovatie. Het belang ervan werd door aanwezigen echter ook genuanceerd; zo gaat de – te vaak – gemaakte vergelijking met olie niet op. Data is immers voor meerdere partijen tegelijkertijd toegankelijk en wijdverspreid aanwezig. Het is eerder de ordening en in grotere mate de analyse en het begrip ervan die data tot een waardevolle ‘grondstof’ kan maken. Veel partijen kijken daarom met grote belangstelling naar de manier waarop het ministerie van EZK de visie op datadelen naar de praktijk gaat vertalen. Al kan ook hier het bedrijfsleven een proactieve rol spelen.

Toenemende aandacht voor digitalisering
De conferentie is een mooi voorbeeld van de toenemende aandacht van het kabinet-Rutte III voor de grote digitale ontwikkelingen van deze tijd. In het regeerakkoord refereerde de coalitie al naar het digitale koploperschap in Europa. Deze ambitie werd afgelopen zomer verder bekrachtigd door staatssecretaris Keijzer (EZK) bij de presentatie van de eerste
Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Ook andere bewindspersonen hebben de afgelopen anderhalf jaar steeds meer aandacht voor de digitale component binnen hun vakgebied – zo blijkt bijvoorbeeld uit de Cybersecurity Agenda van minister Grapperhaus (J&V), de Digitale Transportstrategie van minister van Nieuwenhuizen (I&W) en de Agenda DIGIbeter van staatssecretaris Knops (BZK),

Dit gehele pakket aan maatregelen en initiatieven is slechts een eerste stap naar een uitgewerkte visie op de digitale sector. Maar deze kabinetsbrede visie op de digitale sector is nog lang niet compleet. Zo wachten we nog op de kabinetsagenda Artificial Intelligence. En op welke manier creëren we een Europese tegenhanger voor Sillicon Valley en haar Chinese equivalent? De enorme stappen die we in de afgelopen vijf jaar hebben gezet in het klimaatvraagstuk laten zien dat het mogelijk is om in relatief korte tijd flinke vooruitgang te boeken.

De digitale toekomst van Nederland
Een belangrijk en onbeantwoord vraagstuk is waar de digitale ambities van Nederland – en de Europese Unie – precies liggen en wat de rol van de overheid hierin zou moeten zijn. Willen we vol inzetten op digitale innovatie en ruimte in regelgeving creëren om dit mogelijk te maken? Of zetten we juist in op strengere regulering waarbij veel aandacht is voor publieke waarden en de ethische aspecten van nieuwe technologieën zoals AI? Het feit dat de technologieën van morgen vandaag nog niet
up and running zijn, wil nog niet zeggen dat we niet kunnen filosoferen over welke waarden we verkiezen boven de keerzijden van een volledig vrije markt of een volledige top-down economische benadering. Deze vraagstukken verdienen aandacht waarbij zorgvuldig gezocht moet worden naar het ideale equilibrium. Juist Nederland lijkt uitstekend gepositioneerd om hier een eigen weg in te kiezen waarbij een goede balans tussen economische groei, het waarborgen van grondrechten en het behoud van eigen identiteit, mogelijk moet zijn.

Nederland kan tevens een voortrekkersrol spelen in Europa. Opvallend was dat voor deze rol in Europa (te) weinig aandacht leek te zijn tijdens de slotdag van NL Digitaal. Uiteraard is het belangrijk dat Nederland een duidelijke strategie voor ogen heeft, maar daarbij kunnen we onze ogen niet sluiten voor de ontwikkelingen in het buitenland en de rol die Nederland kan spelen in het internationale speelveld. Met het komende vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (EU) is de potentie voor Nederland om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van digitalisering mogelijk nog groter geworden. Hoe die rol eruit ziet en wat de speerpunten zijn van ons land in Europa, had hoger op de agenda mogen staan tijdens de slotdag.

Al met al is de Conferentie Nederland Digitaal een positieve ontwikkeling in het creëren van meer aandacht en bewustzijn voor onderwerpen uit de digitale sector. Op dit soort evenementen kan het debat worden aangezwengeld, kunnen nieuwe inzichten uit de sector met een breed publiek worden gedeeld en kunnen relevante partijen met elkaar in contact komen. Op dit moment wordt er veel gepraat in publiek-privaat verband, maar uiteindelijk moeten alle partijen zelf keuzes maken en stappen zetten. Want alleen als alle relevante partijen hun eigen rol (h)erkennen en aannemen kan de digitale transitie daadwerkelijk plaatsvinden.

Door: Ewout Tenhagen en Roeland Coomans