Categorie archieven: Nieuws

Weetje van de Week: De Handelingenkamer

Vraag een Nederlandse parlementariër naar de mooiste locatie op het Binnenhof, en de kans is groot dat je wordt verwezen naar de Handelingenkamer. Deze ruimte is een van de architectonische hoogtepunten op het Binnenhof. De Handelingenkamer bevindt zich in het oude Departement van Justitie aan het Plein, en werd in 1876 ontworpen door de architect Cornelis Hendrik Peters. Het wordt gekenmerkt door een architectuur met Chinese invloeden, wat onder ander terugkomt in de imposante gietijzeren balustrades, de roodgroene aankleding en de draken die zijn verwerkt in het interieur. Daarnaast heeft de ruimte een opvallend dak van glas in lood, wat zorgt voor een bijzondere lichtinval.

De ruimte doet dienst als het archief van het Nederlandse parlement. In de Handelingen wordt namelijk verslag gedaan van alle vergaderingen van de Staten-Generaal. Toch wordt de Handelingenkamer pas vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw gebruikt om de Handelingen op te slaan. Oorspronkelijk werd de kamer namelijk gebruikt als rechtsbibliotheek voor het ministerie van Justitie. Ook in 1978, toen het ministerie van Justitie naar een nieuw gebouw elders in Den Haag verhuisde, bleef de huidige Handelingenkamer een rechtsbibliotheek. Pas bij de renovatie van het Kamercomplex in de jaren negentig verhuisden de Handelingen naar hun huidige locatie. De Handelingen werden daarvoor altijd bewaard in het stadhouderlijk paleis aan het Binnenhof.

In de huidige Handelingenkamer zijn alle schriftelijke verslagen van de vergaderingen van zowel de Eerste als Tweede Kamer van de afgelopen tweehonderd jaar terug te vinden. Door de jaren heen nam deze verslaglegging meer ruimte in beslag, aangezien er steeds meer vergaderingen plaatsvinden in het Parlement. Waar een boekband voorheen de notulen van een heel vergaderjaar omvatte, zijn hier tegenwoordig meer dan honderd boekbanden voor nodig. Voor de jaargangen 1940-1945 is er een lege boekenplank ingeruimd in de Handelingenkamer, ter herinnering aan het feit dat het Parlement gedurende de bezetting niet bijeenkwam.

In 1995 werd besloten om alle Handelingen digitaal beschikbaar te stellen. In de loop der jaren zijn ook alle Handelingen van voor 1995 gedigitaliseerd en toegevoegd aan deze databank. Daarmee is de oorspronkelijke functie van de huidige Handelingenkamer voor een deel komen te vervallen. Toch blijft de ruimte, mede door haar architectuur en inrichting een hoogtepunt op het Binnenhof.

Helaas is de Handelingenkamer normaal gesproken niet toegankelijk voor publiek, maar toevallig vindt komende zaterdag 14 april de Dag van de Haagse Geschiedenis plaats. Speciaal voor deze gelegenheid zal de Tweede Kamer de deuren van de Handelingenkamer openen voor bezoekers. Een perfect moment om een keer een kijkje te komen nemen!

Weetje van de Week: Het nieuwe Binnenhof

Afgelopen week informeerde staatssecretaris Knops de Tweede Kamer over de renovatie van het Binnenhof. Deze renovatie gaat in de zomer van 2020 van start en duurt zo’n vijfenhalf jaar, tot eind 2025.  De gebouwen van het Binnenhof zijn dringend toe aan renovatie, de geschiedenis van het Binnenhof gaat immers terug tot ver in de Middeleeuwen. Ze begon met de Graaf van Holland, Floris IV, die aan het begin van de dertiende eeuw een groot duin- en bosgebied kocht, hoofdzakelijk voor de jacht. De zoon van Floris IV, graaf Willem II, breidde het jachtslot verder uit. Bij het jachtslot ontstond een dorp dat zou uitgroeien tot de stad ‘Des Graven Haghe’. Tegenwoordig staan de gebouwen van de Eerste en Tweede Kamer, het ministerie van Algemene Zaken en de Raad van State rondom het Binnenhof.

De staatssecretaris maakte bekend dat niemand minder dan Jan Kees de Jager, oud-minister van Financiën en huidig CFO van KPN, de onafhankelijke voorzitter wordt van de stuurgroep die toezicht houdt op de renovatie. Ook wordt de Tweede Kamer tijdens de renovatie gehuisvest in het voormalige gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Bezuidenhoutseweg. De Eerste Kamer en de Raad van State zullen verhuizen naar de Lange Voorhout, in het gebouw waar eerder de Hoge Raad en de Koninklijke Bibliotheek waren gehuisvest.

Daarnaast installeerde de Tweede Kamer vorige week een speciale Kunstcommissie, die geleid wordt door Kamervoorzitter Khadija Arib. Deze commissie gaat zich richten op de kunstcollectie van de Tweede Kamer. De Kamerleden van de kunstcommissie houden zich bezig met het aankopen van nieuwe kunst en zullen tevens opdracht geven voor het maken van nieuwe kunst. De kunstcommissie bestaat uit zeven Kamerleden en staat onder voorzitterschap van Alexander Pechtold (D66), die als kunsthistoricus en oud-veilingmeester is benaderd door het Presidium om deze functie te gaan vervullen. Andere leden zijn onder andere Corinne Ellemeet, Carla Dik-Faber en Thierry Baudet.

De komende jaren staan er heel wat verhuizingen op de planning, maar het parlement krijgt er een totaal gerenoveerd Binnenhof voor terug. Niet alleen wordt het Binnenhof hersteld waar nodig, maar ook aangekleed met zorgvuldig uitgekozen kunst van Nederlandse bodem. Op deze manier wordt de oude glorie van het Binnenhof in ere hersteld.

Weetje van de Week: Onbekend maar essentieel – de Kiesraad

Naast de gemeenteraadsverkiezingen ging Nederland op 21 maart naar de stembus voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Uit de voorlopige uitkomst die de volgende dag bekend werd gemaakt, volgde dat 49,5% tegen de wet stemde en 46,5% voor. Kees Verhoeven, Tweede Kamerlid namens D66, tweette daaropvolgend dat dit geen meerderheid voor het nee-kamp zou betekenen, omdat 4% blanco stemde. De Kiesraad ontkende dit, door te reageren dat een blanco stem geen vóór- of tegenstem is, en dat deze dus buiten beschouwing wordt gelaten bij de berekening van een meerderheid. Blanco stemmen tellen enkel mee voor het opkomstpercentage. Daarnaast benadrukte de Kiesraad dat de huidige uitslag nog een voorlopige telling betrof. De officiële eindstad werd pas de week erna bekendgemaakt tijdens de Kiesraadzitting.

De cijfers die in de dagen na het referendum in de media circuleerden waren dus slechts een voorlopige uitslag. De Kiesraad kondigde de uiteindelijke uitslag pas later aan. Maar wie is deze Kiesraad en waarom duurt het ruim een week voordat er gesproken kan worden over een definitieve uitslag voor het Wiv-referendum?

De Kiesraad treedt op als centraal stembureau. Voorafgaand aan hun uitspraak tellen alle gemeenten de stemmen. Zij geven deze door aan de desbetreffende kieskring. Nederland is namelijk voor verkiezingen en referenda verdeeld in twintig kieskringen, met ieder een eigen hoofdstembureau. De hoofdstembureaus tellen vervolgens de stemuitslagen van gemeenten op tot een uitslag voor hun kieskring. Deze worden gepresenteerd in een zitting, waar aanwezigen bezwaren kunnen inbrengen. De hoofdstembureaus maken van deze kieskringuitslagen en eventuele bezwaren een proces-verbaal en brengen dit naar het centraal stembureau, oftewel de Kiesraad. De Kiesraad onderzoekt op basis van de processen-verbaal van de stembureaus en hoofdstembureaus de geldigheid van de stemming en de juistheid van de uitkomsten. Daarnaast moet de Kiesraad aanwezig zijn bij eventuele hertellingen. Dit zorgt ervoor dat de definitieve uitslag, die in een openbare zitting ten gehore gebracht wordt, een week op zich laat wachten.

In de praktijk zit er weinig verschil tussen de de voorlopige en officiële uitslag. Toch is de controlerende procedure van de Kiesraad noodzakelijk om tot een juiste, en bovendien democratische, uitslag van het Wiv-referendum te komen. En hoewel de Kiesraad niet erg bekend is, bekleedt ze hiermee een essentiële functie binnen ons democratisch stelsel.

5 april: Lezing René Paas over Groningse Gaslobby

5 april: Lezing CdK René Paas over Groningse Gaslobby

Deze maand besloot het kabinet de gaswinning in Groningen te stoppen. Vóór 2030 moet de gaskraan volledig zijn dichtgedraaid. Hoe is deze besluitvorming verlopen en op welke manier hebben de Groningers daar achter de schermen aan gewerkt? Op 5 april krijgt u voor het eerst een kijkje achter de schermen over het proces rond dit uiterst actuele onderwerp.

René Paas, commissaris van de Koning in de provincie Groningen, deelt zijn ervaringen op 5 april 2018. Tijdens deze lezing krijgt u een kijkje achter de schermen van de lobby rondom de gaswinning in Groningen. Vervolgens bespreken Tweede Kamerlid Antje Diertens (D66) en Hoogleraar public affairs Arco Timmermans de Groningse gaslobby. Hierbij is tevens de mogelijkheid om vragen te stellen aan de sprekers. De sessie wordt georganiseerd door Dröge & van Drimmelen, in samenwerking met de Universiteit Leiden en de BVPA.

Programma 5 april 2018

  • 17.00 – 17.15u   Ontvangst en inloop op de Campus Den Haag van Universiteit Leiden (Turfmarkt 99  Den Haag)
  • 17.15 – 17.45u   Lezing Wie is de baas in Nederland? door René Paas
  • 17.45 – 18.00u   Reflectie vanuit politiek en wetenschap door Antje Diertens (Tweede Kamerlid D66) en Arco Timmermans (Hoogleraar Public Affairs Universiteit Leiden)
  • 18.00 – 18.30u   Vraaggesprek met de aanwezigen
  • 18.30 – 19.30u   Borrel

Met plezier nodigen wij onze relaties, young professionals, studenten en anderszins geïnteresseerden uit bij deze bijeenkomst. De genodigden zijn afkomstig uit het openbaar bestuur, de politiek, het bedrijfsleven, de journalistiek en studenten van verschillende universiteiten.

Wij zien uw aanmelding tegemoet via info@dr2.nl

Graag tot dan!

Weetje van de Week: De opkomst van lokale fracties in de gemeenteraad

Onlangs mocht Nederland weer naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hoewel nog niet alle uitslagen vaststaan, is het duidelijk dat een aantal landelijke politieke partijen flink hebben ingeleverd. Wat vooral opvalt is dat lokale partijen steeds meer zetels behalen in de gemeenteraden van grote steden. 

In kleinere gemeentes is het van oudsher heel normaal dat ieder dorp zijn eigen kandidatenlijst samenstelt voor de gemeenteraadsverkiezingen. Binnen die gemeentes kreeg de dorpslijst van het dorp met de meeste inwoners vaak ook de meeste zetels. Veel dorpsbewoners gaven simpelweg de voorkeur aan partijen die hun eigen gemeenschap vertegenwoordigden in plaats van de landelijke partijen. Hoewel deze dorpslijsten inmiddels vaak zijn samengevoegd tot een partij op gemeentelijk niveau, scoorden deze lokale partijen ook de afgelopen verkiezingen goed in kleinere gemeentes. 

In de steden was het tot de eeuwwisseling echter zeer ongebruikelijk dat lokale partijen veel zetels behaalden in de grote steden. De grote landelijke partijen hadden hier de meeste inspraak. Zo werden Amsterdam en Rotterdam bijvoorbeeld jarenlang beschouwd als echte PvdA-bolwerken. Halverwege de jaren negentig werden er in verschillende gemeenten in het land echter lokale Leefbaar-partijen opgericht. In 1993 werd Leefbaar Hilversum opgericht uit onvrede over het beleid van de landelijke partijen op lokaal niveau. De oprichting van Leefbaar Hilversum is een succes, bij de eerstvolgende verkiezingen weet ze twintig procent van de stemmen te behalen. In verschillende kleinere en grotere gemeentes worden in de jaren die daarop volgen ook Leefbaar-partijen opgericht.

Eind jaren negentig vestigen de Leefbaar-partijen zich ook in Utrecht en Rotterdam. In 1998 behaalt Leefbaar Utrecht een verkiezingswinst van maar liefst 14 zetels. De boodschap die de partij in deze stad wil uitstralen is helder: Leefbaar Utrecht wil een vuist maken tegen de landelijke partijen en meer aandacht vestigen op de lokale burgers. Ook in Rotterdam is dit het geval. Leefbaar Rotterdam, met als lijsttrekker Pim Fortuyn, weet de PvdA in de havenstad van de troon te stoten en boekt een grote verkiezingsoverwinning.

Hoewel de Leefbaar-partijen in de jaren daarna door onderlinge conflicten al snel aan populariteit inboeten, blijft Leefbaar Rotterdam een partij met grote lokale aanhang. De partij vergaarde afgelopen woensdag maar liefst elf zetels, en zij blijft daarmee met afstand de grootste fractie in de gemeenteraad. Ook in Den Haag wist een lokale partij gisteren veel zetels te bemachtigen. Groep de Mos, met als leus “Hard voor Den Haag”, boekte een grote overwinning en werd met negen zetels de grootste partij. En daarmee is de opmars van lokale partijen in de gemeenteraad nog altijd niet ten einde.

Weetje van de Week: Een historische ontmoeting tussen twee wereldleiders…

Vorige week aanvaardde de Amerikaanse president Trump de uitnodiging voor een topontmoeting met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. Volgens de Zuid-Koreaanse veiligheidsadviseur Chung Eui-yong zal Noord-Korea tot die tijd geen atoomproeven of andere nucleaire testen lanceren. Waar de wereldleiders elkaar zullen ontmoeten is nog onbekend, wel hebben beide partijen laten weten elkaar al in mei te willen treffen. Een top tussen Kim en Trump is op voorhand al historisch. Het is namelijk nog niet eerder voorgekomen dat de leiders van beide landen elkaar de hand schudden. 

De voorgenomen ontmoeting tussen beide wereldleiders heeft volgens de media een lading die valt te vergelijken met de historische ontvangst van Richard Nixon door Mao Zedong in China in 1972. Toentertijd was Nixon de eerste Amerikaanse president die een bezoek bracht aan de Volksrepubliek China. Deze eerste opmerkelijke stap vormde de basis voor de huidige diplomatieke Sino-Amerikaanse relaties, wat leidde tot de toetreding van China op het internationale speelveld. De top tussen Noord-Korea en Amerika wordt ook vergeleken met de ontmoeting tussen de Amerikaanse president Ronald Reagan en Sovjetleider Gorbatsjov. Deze vergadering van 1986 in IJsland wordt gezien als het begin van het einde van de Koude Oorlog, waarin de grondslag voor latere nucleaire akkoorden gelegd werd.

Door hun onvoorspelbare karakters en de recentelijke desastreuze dreigementen tussen Trump en Kim, zijn er sceptische geluiden te horen. Sommige deskundigen wijzen op de reële kans dat de ontmoeting door een van de beide partijen wordt afgeblazen. Ook lijkt het moeilijk te zeggen wat de impact van deze top zal zijn. Als het uiteindelijk een vergelijkbare historische ontmoeting als die van Nixon en Mao, of Reagan en Gorbatsjov blijkt dan kunnen de nucleaire strijdbijlen worden begraven. De verschillen tussen Noord-Korea en Amerika zijn echter groot, en de meningen over nationale veiligheid en nucleaire energie liggen ver uit elkaar. Wel hebben voorgaande historische ontmoetingen laten zien dat ideologische verschillen coöperatie niet in de weg hoeven te staan. Want als er gemeenschappelijke belangen gevonden worden kan dit deuren voor een vruchtbare samenwerking openen. Een historische ontmoeting zal het hoe dan ook worden, maar of de uitkomst ook even historisch is moet nog blijken.

Weetje van de Week: Hoe diplomatiek zijn onze ministers van Buitenlandse Zaken?

Deze eeuw zijn er ministers geweest mèt en zonder een duidelijke link met het diplomatieke werkveld. Zo hadden Koenders, Timmermans, Bot en de Hoop Scheffer wel diplomatieke ervaring, maar Verhagen, Rosenthal en Zijlstra juist niet. In dit kader werd ook Jozias van Aartsen bekend als minister op BuZa in het tweede paarse kabinet zonder buitenlandervaring. Uiteindelijk zette hij zijn carrière succesvol door als EU-coördinator voor energie. Daarna koos hij wederom voor de vertrouwde natioale politiek, als Kamerlid en fractievoorzitter van de VVD. 

Een ander opvallend ministerschap voor Buitenlandse Zaken was die van voormalig minister-president van Agt. In zijn laatste en derde termijn als minister-president vervulde hij niet enkel een rol als premier, maar ook die als minister van Buitenlandse Zaken. Hierbij werden minder vraagtekens gezet door zijn reeds opgedane diplomatieke kennis als vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap in Japan.

Het tegenovergestelde kan ook het geval zijn: wél een diplomatieke achtergrond hebben, maar juist geen ervaring in de politiek. Dit was het geval bij minister Chris van der Klaauw (VVD), minister tussen 1977-1981, die derhalve niet deskundig genoeg werd geacht om het politieke spel op nationaal en internationaal niveau te kunnen spelen. Uiteindelijk zat Van der Klaauw de gehele kabinetsperiode uit als minister. Later deelde hij zijn ervaringen op zowel diplomatiek als politiek gebied in zijn memoires onder de titel een diplomatenleven

Al met al wordt een nieuwe minister vaak streng onder de loep genomen door de media, de politiek en de burger. Uit de recente geschiedenis blijkt dat een diplomatieke achtergrond geen harde eis is om deze ministerpost te vervullen. Vooral de VVD spant hierin de kroon, aangezien alle ministers van Buitenlandse Zaken van VVD-huize in de eenentwintigste eeuw geen achtergrond hadden in het corps diplomatique. Maar ook zonder deze directe link met het diplomatenleven kan een minister hoge ogen gooien. Met nieuwe energie is minister Blok nu aan zet, hij kan zich nu in ieder geval scharen in een lijst van inspirerende ministers van Buitenlandse Zaken die Nederland heeft gekend.

 

Weetje van de Week: Ruud Lubbers – de opmars van een groot staatsman

Vorige week woensdag overleed oud-premier Ruud Lubbers. Lubbers was gedurende de periode 1982 en 1994 minister-president van Nederland. Met zijn ambtsperiode van bijna twaalf jaar is hij de langstzittende Nederlandse premier ooit in de parlementaire geschiedenis. Andere premiers die meer dan tien jaar het ambt vervulden waren Charles Ruijs De Beerenbrouck (RKSP) en Willem Drees (SDAP, PvdA). Met een leeftijd van 43 jaar en 181 dagen was Lubbers bij zijn aantreden tevens de jongste premier ooit.

Ruud Lubbers is vooral de boeken in gegaan als minister-president van Nederland. Voordat hij premier werd had hij echter al een behoorlijke staat van dienst opgebouwd in de Haagse politiek. Zo nam hij in 1973 namens de KVP zitting in het Kabinet-Den Uyl als minister van Economische Zaken. Met zijn leeftijd van 34 jaar is hij ook een van de jongste ministers ooit. Binnen het kabinet-Den Uyl vormden de ministers van de KVP en ARP de confessionele rand van de regering. Gedurende zijn ministerschap kreeg Lubbers onder andere te maken met de Oliecrisis van 1973. Als verantwoordelijk minister moest hij zodoende oplossingen bedenken voor het besparen van olie en gas. Daarom stelde hij een tiental autoloze zondagen in en vroeg hij de mensen om de gordijnen wat eerder dicht te doen.

Bij de formatie van het kabinet-Van Agt/Wiegel in 1977 kreeg Lubbers niet de ministerspost aangeboden waar hij op hoopte, waardoor hij koos voor een plek in de nieuwe CDA-fractie in de Tweede Kamer. Hij werd vicefractievoorzitter achter Willem Aantjes. Zijn periode als Kamerlid van het CDA was geen rustige periode. Binnen de CDA-fractie waren er Kamerleden die liever een coalitie met de PvdA hadden gezien. Deze ‘loyalistische’ CDA-Kamerleden moesten tevreden worden gesteld om de krappe Kamermeerderheid van 77 zetels overeind te houden. Nadat Willem Aantjes in 1978 de Tweede Kamer verliet kwam deze zware taak vrijwel volledig op de schouders van de nieuwe fractievoorzitter Lubbers terecht. Hij slaagde er echter in om het kabinet-Van Agt/Wiegel gedurende de hele kabinetsperiode overeind te houden.

Ruud Lubbers bleef aan als fractievoorzitter van het CDA tijdens de kabinetten-Van Agt II en III. In 1982 nam de kabinetsformatie echter een plotselinge wending toen beoogd premier en CDA-lijsttrekker Dries van Agt tijdens de kabinetsformatie aangaf niet open te staan voor een nieuwe termijn als premier. Van Agt was al vanaf 1977 premier geweest en had reeds drie kabinetten van verschillende samenstellingen geleid. Van Agt wees in eerste instantie CDA-prominent Jan de Koning aan als nieuwe partijleider en premier, maar deze stond hier niet voor open. Daarom viel het oog van de partij uiteindelijk op Lubbers. Tijdens de kabinetsformatie van 1982 was Lubbers namens het CDA een van de onderhandelaars geweest, maar hij had er geen rekening mee gehouden dat hij zelf het ambt van premier zou gaan vervullen. Hoewel Lubbers in 1982 aangaf dat hij zijn verrassende aanstaande premierschap niet beschouwde als een “jongensdroom die uitkwam”, heeft hij deze zware taak vele jaren met toewijding vervuld. De turbulente ervaringen die hij had opgedaan in zijn periodes als minister van Economische Zaken en fractievoorzitter van het CDA zijn hem daarbij ongetwijfeld goed van pas gekomen. 

Weetje van de week: Het einde van het raadgevend referendum?

Naast de debatten over de nieuwe donorwet en het aftreden van minister Zijlstra vergadert de Tweede Kamer deze week ook nog over het intrekken van de Wet raadgevend referendum. Op 20 december 2017 diende minister Ollongren een intrekkingswet in bij de Tweede Kamer, geheel lijn met het Regeerakkoord. Hierin stelt het Kabinet-Rutte III dat het raadgevend referendum niet aan de verwachtingen voldoet, gezien de afbrokkelende politieke steun voor het correctief referendum. Ook de controverses rondom de wijze van aanvragen, de opkomstdrempel en de uiteenlopende manieren om de uitslag van een referendum te interpreteren zijn aangedragen als argumenten om het raadgevend referendum af te schaffen.

Het raadgevend referendum is nog maar korte tijd onderdeel van de Nederlandse democratie. Pas sinds 1 juli 2015 is het mogelijk voor burgers om niet-bindende referenda aan te vragen over wetten en verdragen. Hier zijn echter wel de nodige eisen aan verbonden. Zo wordt een referendum pas georganiseerd bij 300.000 verzoeken en is de uitslag niet geldig bij een opkomst lager dan dertig procent. Daarnaast kan de regering de uitslag van het raadgevend referendum altijd naast zich neer leggen.

Nieuw is de discussie rond referenda niet. De sociaaldemocraten, vrijzinnig-democraten en de communisten pleitten reeds in de eerste helft van de 20ste eeuw voor de invoering van het correctief referendum en het volksinitiatief. De christelijke partijen, die de meerderheid vormden, voelden hier echter niets voor. Een paar decennia later dienden Tweede Kamerleden Dubbelboer (PvdA), Duyvendak (GroenLinks) en Van der Ham (D66) opnieuw een voorstel in voor een niet-bindend referendum. Desalniettemin kreeg dit wetsvoorstel in 2005 geen meerderheid, omdat de VVD geen steun verleende. Pas in 2013 werd het raadgevend referendum weer op de politieke agenda gezet door de PVV, wat uiteindelijk een meerderheid in de Tweede Kamer opleverde. Uiteindelijk keurde de Eerste Kamer keurde in 2014 de Wet raadgevend referendum goed.

Na de invoering van de huidige wetgeving is er één raadgevend referendum georganiseerd, over de associatieovereenkomst met Oekraïne. Op 21 maart aanstaande zal voorlopig het tweede raadgevend referendum worden georganiseerd, dit keer over de invoering van de Wet inlichtingen en veiligheidsdiensten. De vergadering van de Tweede Kamer deze week zal uitsluitsel geven of de Wet raadgevend referendum wordt ingetrokken, maar gezien de visie van de coalitiepartijen zal het raadgevend referendum van 21 maart voorlopig niet snel een opvolger kennen.

Weetje van de week: Jong geleerd, oud gedaan?

Afgelopen week vierde Johan van Hulst, voormalig lid van de Eerste Kamer, zijn 107e verjaardag. Op deze bijzondere dag ontving Van Hulst een persoonlijke brief van Voorzitter van de Eerste Kamer; Ankie Broekers-Knol. In de periode 1966 tot 1981 was Van Hulst lid van de Eerste Kamer. Hij was tot 1977 fractievoorzitter van het CHU en aansluitend de eerste fractievoorzitter van het CDA. Met zijn 107 jaar is van Hulst momentee de langst levende oud-parlementariër in de Nederlandse geschiedenis.

Wijsheid komt weliswaar met de jaren, maar dat betekent niet dat het bereiken van een respectabele leeftijd een vereiste is voor het Kamerlidmaatschap. Zo is Rens Raemakers (D66) met zijn 25 jaar op dit moment het jongste Tweede Kamerlid. Volgens Raemakers wist hij al vanaf 10-jarige leeftijd al precies wat hij wilde worden. U raadt het al: Kamerlid. 

De jongst zittende parlementariër in de Eerste Kamer is op dit moment Christine Teunissen. Toen zij voor de Partij van de Dieren begon was ze precies 29 jaar oud. In de geschiedenis zijn echter nog jongere Kamerleden te vinden. In de 1999 nam Driek van Vugt (SP) al op 19-jarige leeftijd zitting in de Eerste Kamer. In 2008 werd Farshad Bashir namens dezelfde partij lid van de Tweede Kamer. Bashir was toen net één dag 20 jaar, en werd daarmee het jongste Tweede Kamerlid in de Nederlandse parlementaire geschiedenis.

Opmerkelijk is dat zowel twee van de jongste Kamerleden ooit als twee van de oudste Kamerleden ooit momenteel zitting hebben in de Tweede Kamer. Sharon Dijksma en Jesse Klaver waren 23 en 24 jaar oud toen zij begonnen als Kamerlid, terwijl Lenny Geluk-Poortvliet (CDA) en Theo Hiddema (FvD) respectievelijk 74 en 73 jaar oud waren bij de aanvang van hun functie. Een mooi voorbeeld dat politici nooit te oud of te jong zijn om hun idealen in de praktijk te brengen .