Categorie archieven: Nieuws

Weetje van de Week: Taalgebruik in de Tweede Kamer

Bij de afgelopen Algemene Beschouwingen beklaagden tv-kijkers zich over de harde woorden en “sterke” uitdrukkingen die werden gebruikt tussen bijvoorbeeld Wilders (PVV) en Kuzu (DENK). Verschillende Kamerleden vonden het grove taalgebruik ook een doorn in het oog. Niet voor eerst leert de geschiedenis want sinds de oprichting van de Tweede Kamer in 1814 is het woordgebruik punt van discussie.

De minderheid zit de meerderheid dwars
Een bekend voorbeeld is de botsing in 1910 tussen Kamerleden Schaper (SDAP) en de Savorin Lohman (CHU). De voorman van de CHU was woedend op een actie van Schaper en vond dat “de hele Kamer moest buigen voor een klein groepje sociaaldemocraten”. Dit resulteerde in een beledigende tirade van de Groninger Schaper waarbij hij de regeringspartijen typeerde als “lelijke kornuiten”. De Kamervoorzitter, dhr. de Geer, zag zich genoodzaakt om in te grijpen. Kamerlid Schaper werd gesommeerd zijn toon te matigen, bleef hij sterke bewoordingen gebruiken dan zou de voorzitter hem het woord ontnemen en in het uiterste geval Schaper uit de Kamer laten verwijderen. Schaper mopperde maar matigde zijn toon.

Reglement van orde
Bovenstaand voorbeeld behoort tot een van de vele onenigheden tussen Kamerleden waarbij een hoofdrol is weggelegd voor het taalgebruik. In 1934 besloot men daarom om de Kamervoorzitter de juridische bevoegdheid te geven om bepaald taalgebruik te kunnen schrappen uit de Handelingen; het schriftelijk verslag van de Tweede Kamer. Deze vorm van censuur die de Kamervoorzitter kon toepassen, kwam in de jaren ’90 steeds meer onder druk te staan. De kritiek baseerde zich vooral op de mate waarin, bijvoorbeeld in het geval van Kamerlid Janmaat (CD), de voorzitter in naam van de Kamer een te groot tegenwicht bood tegen bepaalde uitlatingen. En dat was de taak van Kamerleden, niet van de voorzitter. Om deze reden werd in 2001 besloten de Kamervoorzitter niet meer de bevoegdheid te geven om woorden te schrappen uit de Handelingen.

Discussie omtrent het taalgebruik van Kamerleden is van alle jaren. Juist de afwijking van taalgebruik, mits niet beledigd en opgeroepen wordt tot geweld, kan een afspiegeling zijn van gewenste politieke omgangsvormen in de samenleving.

Weetje van de week: Het Nationaal Preventieakkoord

De Nederlandse bevolking moet gezonder leven, is wat het recent verschenen Nationaal Preventieakkoord stelt. Het Nationaal Preventieakkoord is een akkoord waarin afspraken zijn gemaakt tussen meer dan 70 verschillende organisaties. Het doel van het Nationaal Preventieakkoord is om roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik aan te pakken om zo de gezondheid van de Nederlandse bevolking te verbeteren. Met het akkoord wil de Nederlandse overheid het aantal sterftegevallen en zorgkosten ontstaan door een ongezonde leefstijl terugdringen. Belangrijk nevendoel is het verminderen van de gezondheidskloof tussen hoger- en lager opgeleiden, tussen arm en rijk. 

Totstandkoming
Het akkoord is een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Middels rondetafelgesprekken wordt een aanpak gemaakt ter voorbereiding op het akkoord. Het kabinet werkt vervolgens samen met vertegenwoordigers uit diverse sectoren van de samenleving: zorgaanbieders, gemeenten, horeca, supermarkten en vele anderen. Deze groep partijen vertegenwoordigt de belangen van de Nederlandse samenleving op het gebied van gezondheid. Het uiteindelijke akkoord komt tot stand in overleg met al deze partijen, waardoor iedere stem wordt gehoord. Het akkoord bevat met name zachte maatregelen (gezond gedrag stimuleren) en weinig harde (regels en het verbieden van producten).

Verschillende invalshoeken
De vraag die naar boven komt bij het opstellen van een dergelijk akkoord is de rol die de overheid speelt. Enerzijds kan worden gesteld dat de overheid opdraait voor hoge zorgkosten ten gevolge van een ongezonde leefstijl. Vanuit dit oogpunt heeft de overheid een verantwoordelijke rol in het opstellen van maatregelen. Op het moment dat mensen minder snel ziek worden, is er minder zorg nodig, gaan de kosten omlaag en geven zij een goed voorbeeld aan de volgende generatie. Met andere woorden, de overheid heeft een belangrijke rol in het stimuleren van de volksgezondheid. Aan de andere kant kan worden geredeneerd dat de maatregelen van het akkoord de keuzevrijheid van burgers beperken. Men zou vrij moeten zijn in hun consumptiekeuzes zonder daartoe regels opgelegd te krijgen. Deze claim wordt gemaakt vanuit de veronderstelling dat men zelf kan bepalen wat gezond en ongezond is. Daarnaast concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het rapport ‘Zorgkeuzes in kaart’ dat preventie op de lange termijn niet leidt tot lagere zorguitgaven. Een gezonde leefstijl zorgt volgens het onderzoek op de korte termijn wel voor lagere zorgkosten, maar niet op lange termijn. Volgens dit rapport verschuiven de kosten in dat geval alleen naar een later moment in het leven. Om te kijken welke van de twee invalshoeken het bij het juiste eind heeft, moet door middel van lange termijn onderzoek worden gekeken naar de effecten van het preventieakkoord.

Weetje van de Week: de Biechtstoelprocedure

De biechtstoelprocedure is een veelgebruikt instrument in de politiek. Zo werd deze procedure met grote regelmaat gehanteerd door Gerrit Zalm, in zijn rol als formateur, om compromissen te kunnen bereiken op moeizame dossiers tijdens de onderhandelingen over het kabinet Rutte III. Bij een biechtstoelprocedure nodigt een formateur of onderhandelingsvoorzitter de betrokken partijen één voor één uit om wensen en grieven te bespreken, de ruimte voor concessies te verkennen en common ground te vinden. Een dergelijke biechtstoelprocedure stelt de formateur of onderhandelingsvoorzitter in staat om tot een voorstel voor een compromis te komen.

Toepassing van de procedure

De biechtstoelprocedure werd niet alleen gebruikt tijdens de kabinetsonderhandelingen van Rutte III. Zo gebruikte minister-president Lubbers de biechtstoelprocedure in 1991 toen Nederland voorzitter was van de Europese Raad van Ministers: nadat het oorspronkelijke Nederlandse voorstel voor een Europese Unie van tafel was geveegd, reisde Lubbers langs de Europese hoofdsteden om afzonderlijk met de elf regeringsleiders te spreken. Ook in Maastricht zelf, waar de regeringsleiders bijeenkwamen om over een nieuwe opzet van de Europese Gemeenschap te spreken, onderbrak Lubbers de vergadering van de Europese Raad voor biechtstoelgesprekken. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren, lukte het op die manier toch om tot het Verdrag van Maastricht te komen. Sindsdien is de biechtstoelprocedure een veel gebruikt instrument binnen de EU om compromissen te bereiken, zo ook in de context van de Brexit-onderhandelingen. In Nederland werd de biechtstoelprocedure recentelijk gehanteerd door D66 bij de verkiezing van een nieuwe fractievoorzitter na het aftreden van Alexander Pechtold. Hierbij konden de Kamerleden van D66 hun belangstelling of hun voorkeur voor het fractievoorzitterschap uitspreken, waarna de fractie unaniem voor Rob Jetten koos.

Vermijden van confrontaties

Het hoofdprincipe bij de biechtstoelprocedure is het vermijden van confrontaties: waar gesprekken aan de grote onderhandelingstafel explosief kunnen zijn, leggen betrokken partijen de kaarten gemakkelijker op tafel wanneer één op één met een formateur of onderhandelingsvoorzitter wordt gesproken. Aan de grote onderhandelingstafel worden namelijk wel posities, maar vaak geen échte belangen prijs gegeven. De naam ‘biechtstoelprocedure’ is dan ook niet zo ver gezocht: net als in een biechtstoel in de kerk heerst er tijdens zo’n procedure een sfeer van vertrouwelijkheid. Groot voordeel van de biechtstoelprocedure is dan ook dat vertrouwelijkheid het bereiken van compromissen op politiek gevoelige dossiers faciliteert.

Nadelen

Dit is echter ook meteen een nadeel van de biechtstoelprocedure: de gesprekken zijn vertrouwelijk, en de inhoud blijft dus geheim. De formateur of onderhandelingsvoorzitter is hierbij de enige met een totaaloverzicht van de standpunten van de betrokken partijen, waardoor niet goed inzichtelijk is hoe compromissen tot stand komen. De biechtstoelprocedure draagt hiermee niet bij aan de transparantie van de politiek. Bij de kabinetsonderhandelingen over Rutte III stelde Kamervoorzitter Arib dat zij zich ergerde aan het gebrek aan transparantie. Ook deed de verkiezing van Jetten tot fractievoorzitter her en der wat wenkbrauwen fronsen: want klopte het wel dat Jetten na een biechtstoelprocedure van één dag als enige kandidaat overbleef, zoals de fractie beweerde? Dit neemt niet weg dat de biechtstoelprocedure een belangrijk instrument is in de Nederlandse en Europese politiek, dat veelvuldig wordt ingezet om complexe onderhandelingen tot een goed einde te brengen.

Weetje van de Week: Bekendheid als lobbymiddel

Begin november haalde Tim Hofman (BNN) het nieuws met een petitie voor een nieuw kinderpardon. In een uitzending van zijn YouTube-programma #BOOS volgde Hofman vijf kinderen die al langer dan vijf jaar in Nederland wonen, maar wel het land uit moeten. Na de uitzending startte de presentator een burgerinitiatief, die inmiddels al meer dan 215.000 keer ondertekend is.

Burgerlobby
Het fenomeen dat een bekende Nederlander zijn of haar bekendheid voor een groter doel gebruikt, is niet nieuw. Eerder werd dit al geconstateerd in ons trendrapport over burgerlobby. Zo verzetten Freek de Jonge en Jan Mulder zich tegen de gaswinning in Groningen, Jan Terlouw tegen Lelystad Airport, en pleitte Hugo Borst voor een verbetering van de ouderenzorg. Is het effectief als bekende Nederlanders hun bekendheid inzetten om beleid te beïnvloeden?

Opinieleiders
Mensen ontwikkelen hun mening vaak via opinieleiders. Theoretisch gezien is er sprake van een tweetrapsraket: opinieleiders agenderen bepaalde kwesties op de publieke agenda via de media, en de publieke ophef die dit veroorzaakt heeft weer invloed op de politieke agenda. BN’ers vergoten dus de betrokkenheid onder de bevolking. Aan de andere kant kan de vraag worden gesteld of burgers zich wel gerepresenteerd voelen door een BN’ers, en of politici de stem van BN’ers even serieus nemen als de stem van de burger.   

Draagvlak
Om invloed te kunnen uitoefenen op beleid, is de grootste graatmeter de draagvlakte van het protest: hoe groter het draagvlak, hoe serieuzer de politiek het protest neemt. In het geval van Tim Hofman zie je aan de reacties van de politici tijdens de uitzending dat zij het niet per sé heel serieus namen. Maar ondertussen heeft hij genoeg mensen op de been gebracht om het kinderpardon weer het gesprek van de dag te maken. Het aantal handtekeningen om een petitie op de politieke agenda te krijgen heeft hij immers veruit gehaald. Nu moet hij de politiek nog achter zich weten te scharen.

N.B. ons Trendrapport 2018 over burgerlobby vindt u hier.

Weetje van de week: Regio Deals

Met de aankondiging van de Regio Deals in het regeerakkoord liet Rutte III blijken oog te hebben voor de regio. De regering stelt in het regeerakkoord regionale kansen te willen benutten door nauwe samenwerking met de regio’s en het sluiten van ‘deals’ met decentrale overheden. De regering heeft in de huidige kabinetsperiode €950 miljoen gereserveerd in een Regio Envelop voor de aanpak van regionale knelpunten. De helft van deze Regio Envelop is gereserveerd voor zes in het regeerakkoord benoemde projecten. Zo wordt onder meer geïnvesteerd in Brainport Eindhoven en in het onderzoekscentrum voor ruimtevaart ESTEC in Noordwijk. Op de andere helft van de Regio Envelop (€462 miljoen) kunnen alle regio’s in Nederland, of het nu gaat om stedelijke regio’s of plattelandsregio’s, een beroep doen door een Regio Deal te sluiten met het Rijk. Steden en regio’s zijn blij met de hernieuwde aandacht voor de regio: zij gaan nauwere samenwerking met het kabinet graag aan om de ambities van de regio te realiseren.

Het belang van de regio’s

Volgens onderzoeker Otto Raspe van het Planbureau voor de Leefomgeving en hoogleraar economie Erik Stam kan Den Haag niet langer om de regio’s heen: steden en regio’s zijn volgens hen bepalend voor innovatie en economische groei. Grote maatschappelijke opgaven, zoals vraagstukken rond mobiliteit, de woningmarkt, de energietransitie en klimaatadaptatie vragen om een regionale oriëntatie en aanpak. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde dan ook dat de Regio Deals, na lange afwezigheid van het Rijk in de regio, een goede eerste stap zijn richting een sterkere relatie tussen Rijk en regio. Maar met een eenmalig bedrag van €950 miljoen is het Rijk er nog niet: er is grote behoefte aan een integrale, brede agenda voor regionale economische groei op de lange termijn. Volgens Raspe moet het Rijk er dan ook voor waken dat de regiostimulering onder de Regio Deals incidenteel en eenmalig is.

Concurrentie tussen de regio’s

In de eerste uitvraag is € 200 miljoen beschikbaar. Regio’s zullen dus de concurrentie aan moeten gaan. Want niet Den Haag gaat bepalen wat goed is voor de regio, zo benadrukte minister Carola Schouten: regio’s moeten aan het Rijk laten zien wat zij nodig hebben. Het enthousiasme in de regio’s is groot: het ministerie van LNV kreeg 88 voorstellen “uit alle hoeken van het land” opgestuurd, waarbij voor 1,3 miljard euro aan subsidie is aangevraagd. Het beschikbare budget voor de regiodeals in de eerste uitvraag blijkt dus ruim zes keer te zijn overvraagd. In een ideale situatie zou het Rijk met elke regio afspraken maken over de stimulering van de regionale economie. Gezien de middelen beperkt zijn, zal minister Schouten echter impopulaire keuzes moeten maken om te voorkomen dat de beschikbare middelen op ineffectieve wijze worden ingezet, en over te veel projecten moeten worden verdeeld. Het is dus aan het Rijk om te beoordelen of de claims uit de regio zinnig en relevant zijn, en op welke plek investeringen het beste renderen. Komend najaar maakt het ministerie bekend welke proposities verder worden uitgewerkt. Tot die tijd zullen de regio’s naar verwachting stevig moeten lobbyen als zij willen dat hun project wordt uitgekozen voor het sluiten van een regiodeal.

Weetje van de Week: ‘Ik houd van tegen de wind in fietsen’ (Wim Kok)

Afgelopen zaterdag overleed op 80-jarige leeftijd oud-premier Wim Kok (PvdA). De leider van de Paarse kabinetten werd bekend als voorman van de nieuw gevormde vakbond FNV, toen hij het veel geroemde Akkoord van Wassenaar sloot. Daarmee legde hij de basis voor wat wereldwijd bekend zou worden als het typisch Nederlandse poldermodel en voor de moderne public affairs in Nederland.

Stichting van de Arbeid

Eind jaren ’70 had ons land te maken met flinke economische malaise: de overheidsfinanciën rezen de pan uit en het rendement van het bedrijfsleven kelderde. In 1982 resulteerde dit in een diepe recessie; ruim 8000 bedrijven gingen failliet, de werkloosheid steeg snel en de toenemende overheidsuitgaven leidden tot zorg.

Gedurende de formatie van het kabinet Lubbers I (1982) bleek dat CDA en VVD voorstander waren van een looningreep (lees; loonmatiging) om de Nederlandse economie er weer bovenop te helpen. Zowel de werkgevers –als werknemersorganisaties voorzagen echter problemen en risico’s, zoals de grootschalige stakingen die veel landen om ons heen kenmerkten. In plaats van een ingreep van de overheid af te wachten, besloten ze zelf de handen ineen te slaan en een compromis te sluiten. Dit resulteerde in het Akkoord van Wassenaar waarbij de sociale partners, voor het eerst in de Nederlandse historie, elkaar zakelijk benaderden. De vakbonden zagen af van hun looneis, maar de werkgevers gingen akkoord met arbeidstijdverkorting. Voor het kabinet Lubbers I kwam het compromis als een zegen en het Nederlandse poldermodel was geboren.

Public Affairs

In 1986 maakte Kok de overstap naar de politiek, eerst als Kamerlid en vervolgens als minister van Financiën in het kabinet Lubbers III. Hij nam het stokje als PvdA-leider over van de illustere sociaaldemocraat Joop den Uyl en maakte zijn partij in 1994 de grootste van Nederland. Zijn ervaring in het Akkoord van Wassenaar nam hij mee in de formatie van het kabinet Kok I; als werkgevers en werknemers er samen uit konden komen, konden VVD en PvdA dat, met D66 als bindmiddel, ook.

De zakelijke benadering die Kok als FNV-voorzitter toen hanteerde, gebruikte hij ook bij de formatie. Polarisatie maakte plaats voor samenwerking en debat voor overleg. Daarmee legde hij ook de basis voor de public affairs in Nederland. De ideologische spanning tussen vakbonden en werkgeversorganisaties verdween en het was niet langer taboe om onderling informatie te delen. Ook ambtenaren en politici konden voortaan betrekkelijk probleemloos aanschuiven bij werkgevers en vakbonden. Samenwerking ging over zuilen en politieke stromingen heen en deuren die altijd gesloten waren gebleven, openden zich. Die zakelijke manier van politiek bedrijven was nieuw in Nederland en werd zelfs een voorbeeld voor de rest van de wereld. En hoewel het poldermodel sindsdien ook een andere positie heeft gekregen in de maatschappelijke beeldvorming, is de zakelijke politiek zonder twijfel een belangrijke erfenis van Wim Kok.

Weetje van de Week: Kunstmatige intelligentie op het Binnenhof (week 41)

Een bont gezelschap bestaande uit onderzoekers van verschillende Nederlandse universiteiten, het bedrijfsleven (VNO-NCW) en onderzoeksinstituten TNO en NWO, is bezig met een brede kunstmatige intelligentie agenda, die later aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. In de gepresenteerde agenda moeten alle aspecten omtrent kunstmatige intelligentie aan bod komen. Het belooft een omvangrijke agenda te worden aangezien er omtrent kunstmatige intelligentie een breed spectrum is dat aan de orde kan komen.

Investeringen blijven nodig
Al vanaf de jaren negentig onderzoeken de Nederlandse universiteiten de mogelijkheden en uitdagingen van kunstmatige intelligentie. Nederlands onderzoek naar kunstmatige intelligentie staat nog altijd hoog aangeschreven waardoor ieder jaar honderden studenten uit het buitenland ervoor kiezen om aan een Nederlandse universiteit onderzoek te doen naar kunstmatige intelligentie.

Tegelijkertijd blijven de investeringen in kunstmatige intelligentie in Nederland ver achter vergeleken met andere landen zoals China, de Verenigde Staten, Engeland, Zweden en Denemarken stelt hoogleraar Kunstmatige Intelligentie Maarten de Rijke (UvA) in de Volkskrant. Dit heeft als gevolg dat talenten op het gebied van kunstmatige intelligentie uit Nederland vertrekken en Nederlandse techbedrijven een concurrentieachterstand oplopen.

Visie op werk
Niet alleen op economisch gebied genereert kunstmatige intelligentie uitdagingen. Wat te denken van werk? Over enkele decennia zullen veel werkzaamheden worden uitgevoerd door robots met als gevolg dat honderdduizenden banen zullen verdwijnen blijkt uit een onderzoek van ING Nederland. Tegelijkertijd zullen ook nieuwe banen worden gecreëerd maar lang niet genoeg om de verdwenen banen te vervangen. Het gevolg zijn vele werklozen zonder uitzicht op een baan. Zaak is dan ook dat politieke partijen het debat aangaan over de invloed van kunstmatige intelligentie op de arbeidsmarkt en het daarbij behorende banenverlies stelt Stuart Russell, hoogleraar Kunstmatige Intelligentie in Relatie tot de Mensheid, in Nieuwsuur.  

Al met al verwacht de Rijke (UvA) dat de impact van kunstmatige intelligentie groot zal zijn. Vandaar is het van belang dat de politiek begint met de aanpak van de verschillende maatschappelijke vraagstukken rondom kunstmatige intelligentie zodat Nederland over enkele decennia niet voor verassingen komt te staan. 

 

Weetje van de Week: Van Goud of van Glas? (week 38)

Waar Prinsjesdag voor menig persoon bekend staat als ‘hoedjesdag’, is de welbekende koets voor de fanatiekelingen ook een punt van aandacht. Alhoewel het koninklijk echtpaar normaal gesproken de rit van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal in de Gouden Koets maakt, doen ze dat sinds 2016 in de Glazen Koets. De reden hiervoor is een onderzoek uit 2015 van de ‘Stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau’, waaruit is gebleken dat de Gouden Koets voor het eerst sinds 118 jaar, aan restauratie toe was.

Al drie Prinsjesdagen op rij is de Gouden Koets dus vervangen door de Glazen Koets. Maar is er een verschil tussen deze twee koetsen? Formeel gezien zijn de twee koetsen gelijkwaardig aan elkaar. Zo was de Glazen Koets sinds 1840 in gebruik voor Prinsjesdag, maar gaf Koningin Wilhelmina  de voorkeur aan de Gouden Koets, welke zij als cadeau kreeg bij haar inhuldiging in 1898. Sindsdien is de Gouden Koets de aangewezen koets voor Prinsjesdag en wordt de Glazen Koets slechts gebruikt voor speciale gelegenheden, zoals tijdens het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus in 1966.

Beide koetsen kennen dezelfde protocollaire status. De koetsen mogen uitsluitend worden gebruikt door een koning(in) of koninklijke prins. In dat geval worden er acht paarden voorgespannen. Ook troonopvolgers mogen plaatsnemen in de koetsen. In dat geval worden er ‘slechts’ zes paarden voorgespannen. Bij oefenritten zijn dit slechts twee paarden.  

Hoe lang de Glazen Koets nog de vervanger blijft van de Gouden Koets, is nog niet bekend. De restauratie van een oudere Glazen Koets duurde zeven jaar. Gezien de precisie die bij de restauratie van de Gouden Koets komt kijken, is er een aanzienlijke mogelijkheid dat de Glazen Koets nog enkele jaren het koninklijk echtpaar op Prinsjesdag vervoert.

 

Weetje van de Week: De polder die er niet kwam (week 36)

Afgelopen zaterdag opende minister van Nieuwenhuizen (VVD) een kersvers stukje nieuw Nederland in het Markermeer. De Marker Wadden, een initiatief van Natuurmonumenten, bestaan uit vijf eilanden met een gezamenlijk oppervlak van 1000 hectare. In samenwerking met Rijkswaterstaat heeft Natuurmonumenten de ambitie om met de eilanden het natuurherstel in het Markermeer te bevorderen en uiteindelijk ruim 10.000 hectare aan nieuw natuurgebied te creëren. Plannen om in het Markermeer land te winnen zijn niet nieuw en waren lange tijd omstreden.

Markerwaard
De vooruitzichten van een snel groeiende Nederlandse bevolking en een toenemende voedselvraag deed het kabinet-Cort van der Linden doen besluiten om precies honderd jaar geleden de Zuiderzeewet in te voeren. Besloten werd om onder andere het Markermeer in te polderen. Lang was het inpolderingsproject rondom het Markermeer geen onderwerp van discussie, totdat het kabinet Den Uyl in 1972 de beslissing nam om de inpoldering uit te stellen. In de jaren daaropvolgend nam de weerstand vanuit recreatie –en natuurorganisaties sterk toe. De aanleg van de Markerwaard zou grote schade voor de natuur en de recreatiesector veroorzaken. Tegelijkertijd gaf de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in 1974 aan een uitgesproken voorstander te zijn van de inpoldering. Wat volgde waren jaren van verhitte discussies binnen –en buiten de politiek totdat het kabinet van Agt I in 1980 de beslissing nam om tot inpoldering over te gaan.

Naar aanleiding van de beslissing van dit kabinet nam het protest tegen aanleg weer toe. Minister Smit-Kroes (VVD) van Verkeer en Waterstaat gaf in 1985 aan het onverantwoord te vinden om, in tijden van bezuinigingen, miljarden te investeren in het Markerwaardproject. Tevens was de PvdA tijdens de verkiezingen van mei ’86 een uitgesproken tegenstander van de inpoldering. Doordat de weerstand in het jaar 1986 toenam, gaf het nieuwe kabinet Lubbers II eind 1986 aan voorlopig de inpoldering uit te stellen. Doorslaggevend voor het definitieve besluit was de tegenstand vanuit de Europese Unie. In 1989 gaf minister van den Broek (CDA) aan dat binnen de EU verontwaardigd werd gereageerd op het Nederlandse plan om duizenden hectare landbouwgrond aan te leggen terwijl de EU juist de landbouwproductie wilde terugdringen. Uiteindelijk werd in 1990 een definitief besluit genomen, toen kabinet Lubbers III aangaf van aanleg af te zien.

Lange tijd bleef het relatief rustig rondom de besluitvorming van de Markerwaard, totdat het in 2002 plots weer op de politieke agenda kwam. De LPF, onder leiding van Fortuyn, was een voorstander van de inpoldering en bepleitte de aanleg van de Markerwaard. Zo ver kwam het uiteindelijk niet en het kabinet Balkenende II besliste definitief in 2003 dat het Markermeer niet werd ingepolderd.

Vijftien jaar later is er toch een klein gedeelte van het Markermeer “ingepolderd”. De Marker Wadden staan met hun 1000 hectare natuurgebied weliswaar in schril contrast met het oorspronkelijke plan van de Markerwaard maar toch; is dit het begin van een nieuw debat rondom landaanwinning in het Markermeer? 

Weetje van de Week: Vrouwen in topposities

Afgelopen weekend publiceerde prof. Dr. Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance aan Tilburg University, de Nederlandse Female Board Index. De jaarlijkse index geeft een overzicht van vrouwelijke bestuurders en commissarissen bij negentig Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. De index van dit jaar laat zien dat het opnieuw niet wil vlotten met het aantal topvrouwen in Nederland, blijkens een aantal opvallende resultaten: zo zijn de percentages vrouwelijke bestuurders en commissarissen ten opzichte van 2017 beiden exact gelijk gebleven (respectievelijk zes en vijfentwintig procent).

Streefpercentage
Van de negentig beursgenoteerde bedrijven voldoen maar vijf bedrijven aan het streefpercentage van dertig procent vrouwen in RvB én RvC, één bedrijf minder dan in 2017. Bovendien is slechts 11% van alle nieuw benoemde bestuurders in het afgelopen jaar vrouw (5 van de in totaal 44 nieuwe bestuurders). Onderzoeker Lückerath stelt dat het gebrek aan vooruitgang in Nederland ‘schokkend’ is, zeker voor een land dat graag open en divers wil zijn. Ook D66-minister van Engelshoven (emancipatie) noemt de nieuwe cijfers ‘beschamend en diep teleurstellend’.

Verklaringen
Bedrijven die het streefpercentage van dertig procent niet halen, geven hiervoor in hun jaarverslagen uiteenlopende verklaringen. Zo wijten veel financiële, technische en industriële bedrijven hun tekort aan topvrouwen aan hun sector, waarin vrouwelijk talent schaars zou zijn. Het meest gebruikte argument is echter dat diversiteit geen leidend selectiecriterium is, en dat andere competenties voorgaan: de beste kandidaat wordt gekozen. Dit is toch meestal een man, blijkens de cijfers. Hoewel een buitenstaander niet kan beoordelen wie tijdens de selectie de beste kandidaat was, vindt Lückerath dat bedrijven niet langer zonder eerlijke uitleg met dit argument kunnen wegkomen.

Quotum
Ondertussen overweegt de Nederlandse overheid al jaren een quotum, maar quota stuiten vaak op maatschappelijke tegenstand: topvrouwen willen benoemd worden omdat ze de beste kandidaat zijn, niet omdat een quotum dit voorschrijft. Ook VNO-NCW voorzitter Hans de Boer stelt dat het een zwaktebod zou zijn als het uiteindelijk tot een quotum moet komen, en zegt extra acties in gang te zetten, waaronder een rondgang langs beursgenoteerde bedrijven. Toch laat Minister van Engelshoven weten dat ze ‘stevige maatregelen’ niet zal schuwen als bedrijven geen vooruitgang boeken. Zolang de overheid echter geen quotum invoert, ligt de macht bij aandeelhouders: zij kunnen aan de bel trekken als gestelde diversiteitsdoelen niet worden gehaald. Lückerath ziet dit in Nederland echter maar weinig gebeuren.