Categorie archieven: Nieuws

Dröge & van Drimmelen opent kantoren in New York en Kopenhagen

Persbericht
Den Haag, 3 september 2019

Dröge & van Drimmelen, het Nederlandse adviesbureau op het gebied van public affairs en corporate communication, opent nieuwe kantoren in New York en Kopenhagen. Die locaties komen bij de bestaande kantoren in Den Haag, Brussel en Shanghai. Dat maakte oprichter en directeur Frans van Drimmelen bekend tijdens de jaarlijkse Haagse Nazomer Borrel in Den Haag. “We zien steeds meer dat het vakgebied van public affairs internationaal wordt”, aldus Van Drimmelen. “De uitbreiding richting Scandinavië en de hoofdstad van internationale instituties als de VN is daarom een logische stap”.

Trendrapport
Dröge & van Drimmelen publiceert al enige tijd een jaarlijks trendrapport over ontwikkelingen in het vakgebied van de public affairs. Dit jaar staat dat onderzoek, dat ook tijdens de Haagse Nazomer Borrel in de Haagse Sociëteit De Vereeniging werd gepresenteerd, in het kader van Global Public Affairs. Frans van Drimmelen: “We zien dat het steeds belangrijker wordt dat bedrijven voor hun belangenbehartiging over grenzen heen kijken. Onderwerpen als privacy, databeveiliging en duurzaamheid laten zich niet door grenzen beperken. Ook kleine bedrijven worden daarom steeds vaker geraakt door wet- en regelgeving in landen waar ze geen eigen kantoren hebben. Als adviesbureau zien wij het daarom als onze taak om klanten ook wereldwijd ondersteuning te bieden.”

Drie continenten
Met de opening van DR2 Consultants New York is Dröge & van Drimmelen nu op drie continenten vertegenwoordigd. In Amerika gaat Eelco Keij, die in het verleden onder meer bij de VN werkte en strijdt voor beter georganiseerd kiesrecht voor Nederlanders in het buitenland, zich vooral richten op vertegenwoordiging richting internationale organisaties. In Shanghai richt DR2 Consultants Shanghai zich al enkele jaren op handelsbelangen tussen Europa en China. Het kantoor in Brussel is begonnen met de focus op Europese politiek, maar ondersteunt inmiddels ook steeds meer klanten in relatie tot hun Belgische belangen. Dröge & van Drimmelen is in Den Haag al jaren een begrip. En vanuit Kopenhagen zal Jeroen Lammers, die voorheen onder meer bij VNO-NCW en MKB Nederland werkzaam was, zich richten op vooral Scandinavië en de Baltische staten. “Dröge & van Drimmelen bestaat dit jaar twintig jaar”, besluit Frans van Drimmelen. “Ik ben trots om te zien dat we onszelf blijven vernieuwen en ontwikkelen.”

 

Trendrapport Global Public Affairs

Waneer u op de afbeelding klikt of op de onderstaande link treft u een kopie aan van het trendrapport 2019.

Read more


Contact information:
Frans van Drimmelen, senior partner bij Dröge & van Drimmelen.
www.dr2.nl
f.van.drimmelen@dr2.nl
+316 2156 7148

DR2: Your key to the continent

 

In a time of changing geopolitical landscapes and increased protectionism, more and more companies are moving to the Netherlands as a base of operations for the European continent. With a no-deal Brexit becoming increasingly likely, British companies in particular are opening offices in Holland. To help these companies be successful on a local, national, European and global level, Dröge & van Drimmelen (DR2 Consultants) has opened its Brexit Office. DR2 Consultants: your key to the continent.

Local Stakeholders

Opening offices anywhere in the Netherlands requires strong local stakeholder management. Rising housing prices, anti-gentrification sentiments and increased protectionism have fueled a backlash against international corporations setting up shop in cities like Amsterdam, Rotterdam and The Hague. DR2 Consultants helps companies build strong relationships with local communities and politicians, through reputation- and stakeholder management. With our help, any organization can become a valued member of the local community.

National Strategy

Corporate communication and public affairs are DR2 Consultants’s core business. This means we help organizations build and execute strategies to influence public policy and -debate, including issue-monitoring, political-, public- and private stakeholder management and policy positioning. Through our sister corporations in The Hague, we also help companies develop an effective, private and secure data-strategy (Hooghiemstra & Partners), a circular and sustainable business model (DR2 New Economy) and to organize great events (DR2 Events & Campaigns). For companies moving to the Netherlands, DR2 Consultants offers a one-stop-shop when it comes to politics and policy.

European Policy

DR2 Consultants has been around in the Netherlands for 20 years, but also opened its first international office in Brussels more than five years ago. Since then, DR2 Consultants, situated at the heart of the European quarter, has grown steadily to become major consultancy for both European and Belgian public affairs. Our international team of experts helps organizations to develop and implement an effective EU Public Affairs strategy, often in cooperation with office in The Hague to ensure that national and international strategies complement each other.

Global Public Affairs

With offices in The Hague, Brussels, Shanghai, New York and Copenhagen, the DR2 Network truly is the leading Global Public Affairs consultancy in the Netherlands. In 2019, our annual trend report focusses on the growing relevance of Global Public Affairs. Our offices around the globe help companies develop strategies that cross international borders and deal with policy issues like privacy, data-protection, (cyber) security, CO2-emmisions and resource/waste management. We understand the perils of major multinationals dealing with policy issues on several continents, but also of small innovative companies that might not necessarily want to deal with this but are forced to do so, to be successful.

Dr2 RES-Academie: ondersteuning van bestuurders in de regionale energiestrategie

De opgave
Nederland bevindt zich in een transitie, die, om de doelen van het Parijs-akkoord te behalen een ingrijpende verandering van onze energievoorziening beoogt. Inmiddels is het Klimaatakkoord gepubliceerd en dertig regio’s zijn lokaal vorm aan het geven wat landelijk is bedacht. Het bestuurlijk talent dat deze uitdaging aangaat verdient vanzelfsprekend de best beschikbare ondersteuning. Met dit streven is er de afgelopen maanden door de Rijksoverheid, RVO en VNG gewerkt aan een ondersteuningsprogramma voor de uitvoering van de RES.

Aanvullend op dit aanbod, richt de Dr2 RES-Academie zich specifiek op ondersteuning van bestuurders en managers. Sturing geven aan de regionale energietransitie in het krachtenveld tussen top-down kaders en bottom-up wensen en tussen interbestuurlijke afstemming en politieke verantwoording is beslist geen sinecure. De Dr2 RES-Academie biedt antwoorden op de vragen die hieruit voortkomen en helpt valkuilen te vermijden.

Dr2 RES-Academie is een co-creatie van de transitie-experts van Dr2 New Economy, public affairs-specialisten van Dröge & van Drimmelen en een breed netwerk aan experts en sleutelfiguren binnen de Regionale Energiestrategieën (RES).

De vraagstukken
Enkele van de door ons gesignaleerde vraagstukken zijn:

  1. Vanuit welke (gezamenlijke) visie ga ik het project aan?
  2. Welke positie past mij in het krachtenveld?
  3. Hoe betrek ik alle stakeholders?
  4. Wat heb ik nodig t.a.v. de inhoud?
  5. Wat heb ik nodig t.a.v. de randvoorwaarden?

Op onder meer deze terreinen biedt de Dr2 RES-Academie voor RES-bestuurders in de regio een module bestaande uit: inspirerende lezing, kennis-uitwisseling, inhoudelijke workshop, vaardigheidstraining.

Meer informatie
Marieke van der Werf
Partner en Senior Adviseur Dröge & van Drimmelen en Dr2 New Economy
Voormalig deelraadslid Gemeente Amsterdam en oud-Tweede Kamerlid woordvoerder energie, specialist bestuur & beleid, energie en public affairs
mariek@dr2neweconomy.com / 06 50 41 98 96

Iris Grobben
Junior adviseur Dr2 NewEconomy
specialist transitie vraagstukken en participatieprocessen
iris@dr2neweconomy.com / 06 49 32 17 26

Sander des Tombe
Junior adviseur Dröge & van Drimmelen
specialist public affairs en financiële haalbaarheid
s.des.tombe@dr2.nl / 06 53 19 41 81

Weetje van de week: de maatschappelijke waarden van bedrijven

In het najaar van 2018 ontstond er ophef in de Verenigde Staten toen sportkledingmerk Nike de American football-speler Colin Kaepernick inzette voor hun jubileumcampagne. Kaepernick weigerde in 2016 op te staan bij het afspelen bij het Amerikaanse volkslied, als protest tegen discriminatie, en knielde daarom neer. Deze actie riep felle reacties op: zowel woede als steun. Door met Kaepernick in zee te gaan koos Nike een kant in deze discussie. Dit politiek-maatschappelijke statement leek Nike aanvankelijk duur te komen staan. De aandelenkoers daalde en op social media plaatsten sommige mensen een filmpje waarin ze hun Nike-schoenen verbrandden. Aan de andere kant bleken de online omzetten alleen al in het weekend van de campagne met 30% te zijn gestegen.

Niet alleen Nike, maar ook andere bedrijven dragen steeds vaker een maatschappelijke of politieke boodschap uit in hun advertenties. Kijkend naar het voorbeeld van Nike lijken consumenten hun gedrag te veranderen wanneer een groot merk een bepaalde boodschap uitdraagt. Is er sprake van een ontwikkeling waarbij consumenten meer waardeoordelen van bedrijven verwachten? Aan de andere kant: hoe oprecht zijn de intenties vanuit bedrijven om bij te willen dragen aan een maatschappelijke verandering?

Belang hechten aan stellingname
Een (politieke) stelling innemen kan voor een bedrijf riskant zijn, omdat dit tot gevolg kan hebben dat sommige consumenten niet meer met het merk geassocieerd willen worden. Om dit te voorkomen pasten de meeste bedrijven voorheen de “windvaanstrategie” toe: wie zich niet uitspreekt over gevoelige issues, kan het ook bij niemand verpesten. Echter is dit tegenwoordig minder makkelijk.

Onderzoek wijst uit dat hoe jonger de consument is, des te meer waarde hij of zij hecht aan de politieke stellingname van bedrijven. Meer dan de helft van de studenten verwacht van grote bedrijven dat zij duidelijke uitspraken doen over hun standpunten. Uit onderzoek van marketingbedrijf Edelman blijkt dat bijna tweede-derde van de consumenten over de wereld bereid is om een merk te kopen of te boycotten op basis van zijn positie in maatschappelijke issues.

Oriëntatie en identiteit
Alexander Schill, hoofd van de creatieve sectie van het grootste reclamebureau van Duitsland, stelt dat de verklaring hiervan ligt in te toenemende onoverzichtelijkheid van de wereld. Mensen zijn volgens hem op zoek naar oriëntatie en identiteit. Op een dag zijn er talloze beslissingen te nemen op basis van wie je bent en waar je in gelooft. Dit is soms zo vermoeiend, dat het fijn is als een idool of merk een aantal beslissingen van je overneemt.

Daarnaast vallen “millennials” voor authentieke en eerlijke verhalen van organisaties en kijken zij kritisch naar de wereld. Hierbij verlangen zij dat bedrijven er niet alleen zijn om zoveel mogelijk geld te verdienen, maar dat zij ook een maatschappelijke functie vervullen. Dit zie je ook terug in de manier hoe jonge mensen naar hun werkgever kijken. Als je je werknemers aan je onderneming wil binden, moet je ze naast salaris ook waarden aanbieden, ze het gevoel geven dat ze voor een goede zaak werken.

Vanuit het marketingoogpunt
Naast de veranderende wens van consumenten voor politieke stellingname blijft de vraag of bedrijven het vanuit een marketingoogpunt aandurven op zich uit te spreken. Forbes stelde aan 324 marketeers de vraag: “Denkt u dat het gepast is dat uw merk een standpunt inneemt over politiek geladen kwesties?”. Voornamelijk “middelgrote” bedrijven staan hier het meest welwillend tegenover (50%), kleine bedrijven het minst (17,1%) en grote bedrijven hier tussenin (23,5%).

Volgens marketeers is het wel vereist dat het statement dat een bedrijf uitdraagt geloofwaardig moet zijn: de strategie moet matchen met het imago. Doen bedrijven dit niet, prikt de consument daar zo doorheen. Zo stelt Alexander Schill dat een bedrijf die jarenlang het milieu heeft vervuild niet opeens met een ecologische campagne aan kan komen zetten.

Een oprechte wens naar sociale verandering?
Steeds meer consumenten, waarvan jonge mensen de grootste groep is, verwachten dat bedrijven zich durven uit te spreken over politiek-maatschappelijke issues. Vanuit klassiek marketing standpunt staan bedrijven liever aan de zijlijn om hun vingers niet te hoeven branden aan een gevoelig politiek issue. Echter maken sommigen nu juist handig gebruik van de wens onder consumenten naar een bedrijven die waarden uitdragen. Wel moet het standpunt in lijn zijn met het imago van het bedrijf, anders kan het juist leiden tot een blunder. Maar maakt het uit of de boodschap oprecht is, of puur voor financieel gewin? Zoals Angelika Slavik in haar artikel in het FD concludeert: het alternatief van uit berekening de goede kant kiezen is helemaal geen kant kiezen. Dit is volgens haar, in tijden waarin een aantal maatschappelijke waarden ter discussie staan, misschien wel net zo erg als de verkeerde kant kiezen.

Weetje van de week: Afsplitsingen in de Tweede Kamer

Femke Merel van Kooten-Arissen kondigde afgelopen week aan dat ze uit de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren (PvdD) stapt en dat ze verder gaat met een eigen zetel. In een reactie gaf de PvdD aan “onaangenaam verrast te zijn dat Van Kooten-Arissen de zetel niet teruggeeft” en dat ze geroyeerd is als lid van de partij. Er werd door sommigen gesproken over kiezersbedrog en zetelroof, omdat het Kamerlid de zetel niet teruggeeft aan de partij.  Twee maanden geleden besloot ook een Kamerlid – Zihni Özdil van GroenLinks – zijn fractie te verlaten, maar hij gaf wel zijn zetel terug aan de partij.

Stemmen zonder last
Toch hoeft een zetel niet teruggegeven geworden. Een Kamerlid wordt namelijk als individu gekozen en de zetel is dus geen eigendom van de partij. In artikel 67 lid 3 van de Nederlandse Grondwet is opgenomen dat “de leden stemmen zonder last,” dit betekent dat Kamerleden mogen stemmen op basis van eigen inzicht en overtuiging. Tot 1983 was in artikel 140 ook vastgelegd dat “leden stemmen zonder ruggespraak,” wat, ten onrechte, de indruk wekte dat Kamerleden niet mochten overleggen met hun eigen partij of anderen. Een Kamerlid is vrij om te stemmen zoals hij zelf wil en mag overleggen met de partij, de achterban en anderen; zonder last, maar met ruggespraak.

Afsplitsingen in de Kamer
Al vanaf het begin dat er fracties zijn in de Tweede Kamer (sinds rond 1880), zijn er afsplitsingen geweest. Over het algemeen ontstaan deze door onenigheden over de koers van de partij. Deze afsplitsingen zijn vaak niet succesvol: de afgelopen 45 jaar zijn er maar twee gevallen waarbij een afsplitsing zijn vruchten afwierp. In 2004 toen Geert Wilders de VVD verliet en na twee jaar de PVV oprichtte. En in 2015 toen Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk uit de PvdA-fractie werden gezet en hun partij Denk startten. Om de faciliteiten van afsplitste Kamerleden enigszins in te perken zijn in 2017 de bepalingen over fracties gewijzigd. Een afgesplitste fractie heet nu wettelijk een ‘groep’ en deze groep heeft andere rechten dan een fractie. Zo is de personele en financiële ondersteuning minder voor een groep dan voor fracties en hebben afsplitsingen minder spreektijd krijgen tijdens debatten (de maximumspreektijd per fractie is twee minuten en per groep een minuut).

Boodschap
De geschiedenis leert dus dat afsplitsen weinig garantie geeft voor succes en de recente wijziging in de ondersteuningsbepalingen bevestigt dat het nog lastiger is geworden voor eenmansfracties om zich staande te houden. Maar wellicht is afsplitsen ook eerder een middel om een boodschap duidelijk te maken, dan dat het een poging is om een compleet nieuwe partij op te richten. Ook nu weer pakt een afgesplitst Kamerlid de kans. Net nadat de gemoederen tussen Van Kooten-Arissen en de PvdD iets tot rust leken te zijn gekomen, barstte de bom: in een interview in het Parool doet Van Kooten-Arissen een boekje open over de cultuur binnen de partij. De tijd zal leren of het Van Kooten-Arissen lukt een succesvolle politieke partij kan ontwikkelen.

Weetje van de week: De (politieke) gevolgen van het Programma Aanpak Stikstof

Op 29 mei 2019 deed de Raad van State uitspraak over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit programma slaan het Rijk, de provincies, natuurorganisaties en ondernemers de handen ineen om de stikstofuitstoot in natuurgebieden terug te dringen. Het oordeel van de Raad van State: de PAS is in strijd met Europese wetgeving en mag niet als basis voor toestemming voor activiteiten worden gebruikt. Een uitspraak met grote gevolgen voor grote bouw- en infraprojecten, industrie en landbouw in de buurt van de beschermde natuurgebieden. Een lastig nieuw vraagstuk voor de regering, omdat er politieke keuzes gemaakt moeten worden. Waar schiet de PAS precies in tekort, en wat zijn de vervolgstappen?

Het doel van de PAS
Stikstof veroorzaakt verzuring in arme voedingsbodems. Veel plantensoorten kunnen op dit soort verzuurde bodems niet groeien, waardoor de biodiversiteit wordt aangetast. Om deze reden is er doormiddel van Europese wetgeving bepaald dat bedrijven en boeren rondom beschermde natuurgebieden de schadelijke uitstoot van extra stikstof moeten compenseren. Omdat Nederland een relatief dichtbebouwd land is, met veel economische activiteit rondom zogenaamde “Natura 2000-gebieden” (beschermde natuur), is de PAS in het leven geroepen. Met deze regeling hebben de “uitstoters” de mogelijkheid om later pas te compenseren voor de veroorzaakte natuurschade. Zo kon de overheid vergunningen blijven vergeven aan bedrijven en boeren in de buurt van Natura 2000-gebieden.

De gevolgen van de uitspraak
De Raad van State stelt dat de natuur niet is geholpen door de beloften van bedrijven om de uitstoot van stikstof later te compenseren. Het feit dat de regeling ingaat tegen de Europese wetgeving, maakt dat de PAS nu echt van tafel moet. Deze uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor vergunningen in de toekomst, maar ook voor allerlei projecten in het heden. Projecten mogen pas van start als er een zogenaamd “stikstofplan” is waarin concreet moet worden aangetoond dat de stikstof die bij het project vrijkomt de natuur niet schaadt. Om deze reden lopen grootschalige projecten als de opening van Lelystad Airport en het Circuit van Zandvoort vertraging op. Of er überhaupt een opening plaats gaat vinden staat nog niet vast. Dit is voor vele projecten in Nederland nu realiteit.

Politieke verschillen
Om de stikstofuitstoot terug te dringen lijkt er een keuze gemaakt te moeten worden tussen een krimp van de veestapel, het op slot doen van de woningbouw, fabrieksbouw of infrastructuur. Volgens de verantwoordelijke ministers is het vinden van een oplossing lastig. Er is een crisisteam opgesteld, onder leiding van Carola Schouten (Minister Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) om te inventariseren welke projecten nu “gevaar” lopen. Ook kijken juristen naar de precieze effecten van de uitspraak van de Raad van State.

De verschillende visies van de coalitiepartijen kunnen over de uiteindelijke besluiten gaan botsen. VVD en CDA geven aan dat een kleinere veestapel geen optie is. Ook is het terugdringen van de maximumsnelheid of een stop op infra-projecten tegen het zere been van de VVD aan. VVD-Kamerlid Arne Weverling opperde al de Natura 2000 eisen af te zwakken: regels die er niet zijn kunnen immers ook niet overtreden worden. D66 en ChristenUnie hebben een andere insteek. Deze partijen maken zich al langer hard voor een kleinere veestapel, en de stikstof-uitspraak kan hier iets aan doen.

De (linkse) oppositiepartijen willen ook dat Minister Schouten maatregelen treft om de stikstofuitstoot terug te dringen aan de hand van de uitspraak. Hiervoor dienden zij al een aantal moties in, die echter allemaal werden verworpen. De Minister zelf vindt het nu nog te vroeg om met deze plannen te komen en wacht de uitkomsten van het crisisteam af.

Insteek voor een oplossing
De stikstof-uitspraak van de Raad van State heeft veel teweeggebracht. Er lijkt voornamelijk een verschil in focus op de oplossing tussen partijen. Aan de ene kant: hoe zorgen we dat de projecten die op de planning staan gewoon door kunnen gaan, ondanks de verandering van de regels? Aan de andere kant: hoe dringen we de stikstofuitstoot terug zodat de natuur beschermd blijft in de toekomst? De visie waarmee het kabinet de ‘stikstofcrisis’ gaat benaderen, bepaalt de toekomst van natuurgebieden en vele projecten.

Weetje van de week: Decentralisatie

Het is deze week 47 jaar geleden dat het gedoogbeleid omtrent softdrugs werd ingevoerd. Op 7 juli 1972 besloot de Nederlandse regering namelijk om het gebruik van softdrugs niet langer te vervolgen. Ondanks het gedoogbeleid bleek deze week ook dat er in 218 van de 355 Nederlandse gemeenten een algeheel verbod op drugsgebruik is afgekondigd voor de publieke ruimte, zoals parken, straten of openbare gebouwen. De Nederlandse Opiumwet stelt dat alleen de handel en productie van soft- en harddrugs strafbaar is, maar het gebruik ervan niet. De gemeenten volgen met hun totaalverbod dus niet de landelijk geldende Opiumwet. De redenering van de gemeenten is dat ze dit verbod kunnen gebruiken om in te grijpen bij excessen en overlast, maar niet om hard te handhaven.

Gemeentelijk beleid
Ondertussen presenteerde de burgemeester van Amsterdam Femke Halsema deze week vier scenario’s voor de toekomst van de prostitutie op de Wallen. De meest vergaande variant is het laten verdwijnen van alle bordelen op de Wallen en aan het Singelgebied, om elders in de stad weer open te laten gaan, bijvoorbeeld in de vorm van een prostitutiehotel. De bedoeling van deze scenario’s is om meer zicht te krijgen op de branche en misstanden aan te pakken, ook in verband met de vele toeristen in de binnenstad van Amsterdam.

Een aantal maanden geleden kwam de Amsterdamse burgemeester tevens in het nieuws vanwege haar uitingen over het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Hierover zei ze tijdens een bijeenkomst: “Je kan ervan op aan dat ik niet zal toestaan dat Amsterdam daar gevolg aan geeft.” Hiermee ging ze in tegen de wet die de Eerste Kamer op 26 juni 2018 heeft aangenomen.

Eigen koninkrijk
Dit zijn drie recente voorbeelden waarbij gemeenten zich niet houden aan besluiten die door het Rijk zijn genomen en een eigen plan trekken omtrent bepaalde problematiek. Dit oogt alsof gemeenten zichzelf steeds meer zijn gaan zien als een eigen koninkrijk. Echter is er sprake van een steeds verdergaande decentralisatie in Nederland, die er ook voor zorgt dat gemeenten steeds meer beslissingen moeten nemen. Sinds 2015 zijn gemeenten onder andere verantwoordelijk voor het sociaal domein en vanaf 2021 worden gemeenten door de Omgevingswet ook verantwoordelijk voor het fysieke domein; de volgende grote vorm van decentralisatie.

Decentrale lobby
Deze decentralisatie heeft, naast het feit dat gemeenten steeds meer het heft in eigen handen gaan nemen, ook een belangrijk gevolg voor belangenbehartiging. Ten eerste komt er vanuit de gemeenten een steeds actievere lobby richting het Rijk om invloed te kunnen uitoefenen op de besluitvorming. Ten tweede richten partijen uit de samenleving en (belangen)organisaties hun pijlen steeds meer op gemeenten. Dit gebeurt onder meer vanuit bepaalde sectoren, zoals jeugdzorg, die door de decentralisatie op het bordje van gemeenten zijn gekomen.

Met de invoering van de Omgevingswet lijkt de trend van decentralisatie zich steeds verder voort te zetten. De hierbij gepaarde ontwikkeling van de lobby richting en vanuit gemeenten is vanuit public affairsperspectief zeer interessant om in de gaten houden.

Weetje van de week: Volwassen genoeg om te stemmen?

In Nederland en veel andere landen mag er vanaf het achttiende levensjaar gestemd worden voor de Gemeenteraad, de Provinciale Staten, het Europees Parlement en de Tweede Kamer. Tot achttiende kan iemand wel politiek betrokken zijn door zich aan te sluiten bij een politieke jongerenpartij of belangenorganisatie. Trouw schreef vorig jaar al dat de betrokkenheid van jongeren van groot belang is, in een land dat steeds sneller vergrijst. Jongeren zijn nodig om de politiek van frisse inzichten te blijven voorzien. Sinds kort klinken er steeds meer geluiden voor vervroeging van het stemrecht. Met verschillende achterliggende gedachten wordt er gepleit voor stemrecht vanaf 16 jaar. Wat zijn de overwegingen?

Betrokken bij de politiek
Het vertrouwen van jongeren in de politiek neemt af terwijl ze wel actief meedoen in de samenleving. Vanaf 16 jaar werken jongeren vaak al, mogen ze op zichzelf wonen, kunnen onder voorwaarden auto rijden en mogen zelfstandig internationaal reizen. Daarnaast moeten ze vanaf 16 jaar belasting betalen en mag de rechter ze veroordelen als volwassenen. Allen het belangrijkste recht in een democratie ontbreekt schrijven de Jonge Democraten in Trouw: stemrecht.

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) pleit in een advies aan het kabinet en het parlement om de kiesgerechtigde leeftijd omlaag te brengen naar 16 jaar. Tot deze beslissing kwam de Raad voor het Openbaar Bestuur niet zomaar. Een belangrijk twistpunt was: Moet eerst de kiesgerechtigde leeftijd omlaag om zo de betrokkenheid van jongeren te vergroten, of moet de betrokkenheid eerst groter voordat de kiesgerechtigde leeftijd omlaag kan. Zij denken dat de maatregel kan helpen de politieke betrokkenheid van jongeren te vergroten. Daarnaast is het belangrijk dat jonge mensen eerder toegang hebben tot democratische besluitvorming omdat het invloed heeft op hun volwassen leven. Bovendien zijn jongeren de ‘toekomstige dragers van de democratie’ aldus de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Het Financieel Dagblad kopt op 25 juni ‘Adviesraad wil apathische jongere betrekken bij de politiek’. De opkomst van jongeren bij verkiezingen is steevast lager dan bij volwassenen en degene die stemmen zijn vooral hoogopgeleide jongeren. Dit leidt op een gegeven moment tot een vertegenwoordigingsprobleem, want hun belangen zijn slechter vertegenwoordigd dan die van andere kiezersgroepen.

Ontwikkelingen
Verschillende Europese landen experimenteren al langer met uitbreiding van de kiesgerechtigde leeftijd. Duitsland en Estland stellen lokale of regionale verkiezingen open en in Schotland mochten 16-jarigen ook stemmen voor het onafhankelijkheidsreferendum. In Malta mogen jongeren nu ruim een jaar vanaf hun zestiende jaar meedoen aan alle stemmingen en Oostenrijk verlaagde de leeftijdsgrens zelfs in 2007 al. In Oostenrijk wierp dit zijn vruchten af bleek uit onderzoek van de Universiteit van Wenen. De onderzoekers gaven aan dat de opkomstcijfers gelijk zijn aan die van achttienjarigen en dat jongeren dezelfde weloverwogen keuzes maken als volwassenen bij het uitbrengen van hun stem.

Een tegenargument wat vaak wordt opgebracht is de mate van ontwikkeling van het brein. Zestienjarigen worden nog te jong geacht om een weloverwogen stem uit te kunnen brengen. Het brein is in dat geval nog niet ver genoeg ontwikkeld. Neuroloog Dick Swaab geeft aan dat de hersenen pas volledig ontwikkeld zijn bij 24 jaar, dit betekent dan ook dat een achttienjarige niet volwassen genoeg is om te stemmen.

De tijd wijst of een meerderheid in de Tweede Kamer de plannen toejuicht. Wie weet stemmen volgende Europese Verkiezingen naast Maltese en Oostenrijkse, ook Nederlandse jongeren mee.

Weetje van de week: Herziening van de Canon van Nederland

In 2006 werd de Canon van Nederland samengesteld: een leidraad voor het geschiedenisonderwijs op basis van vijftig onderwerpen. Sinds 2009 werken basisscholen en de onderbouw van het voortgezet onderwijs met de methode die poogt om de belangrijkste gebeurtenissen, personen en objecten uit de Nederlandse geschiedenis te omvatten.

Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) vindt dat de canon aan vernieuwing toe is. Er moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan de “schaduwkanten” van de Nederlandse geschiedenis alsmede de verhalen en perspectieven van verschillende groepen in de samenleving. Reden voor het kabinet om een nieuwe commissie aan te stellen die de canon moet gaan herijken. Een uitspraak en een beslissing die veel reactie oproept bij opiniemakers en geschiedkundigen. In hoeverre mag de politiek zich “bemoeien” met de Nederlandse geschiedenis? Aan de andere kant, is het niet eens tijd om na 13 jaar de canon te veranderen naar nieuwe inzichten?

Eerder ook al commotie
De reacties die Van Engelshoven opriep met haar uitspraken over de canon waren misschien fel, maar niet nieuw. De discussie kwam opzetten in juni 2018, toen D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma aan Van Engelshoven in een Kamerdebat vroeg wat zij ervan vond dat er zo weinig vrouwen voorkomen in de canon van Nederland. De minister antwoordde “graag bereid” te zijn om de samenstelling te evalueren en “een meer divers gezicht” te geven van de Nederlandse geschiedenis. Dit schoot in het verkeerde keelgat bij toenmalig CDA-leider Sybrand Buma, die aangaf geen politieke discussie te willen voeren over de inhoud van de Nederlandse geschiedenis.

De maker aan het woord
De geschiedenis moet je niet overlaten aan partijpolitiek; een stelling die in een aantal opiniestukken (bijvoorbeeld in de Telegraaf en de NRC) en bij een aantal geschiedkundigen bijval krijgt. Zo ook bij de samensteller van de canon, Frits Oostrom. In een interview met de Volkskrant benadrukt de geschiedenishoogleraar dat de canon is bedoeld voor het onderwijs. Oostrom ziet dat het onderwijs de arena wordt waar politieke partijen elkaar bestrijden en staat er negatief tegenover dat de canon met allerlei politieke wensen wordt belast. Hij stelt niet tegen een herijking van de canon of tegen meer diversiteit aan personen en onderwerpen te zijn, maar vindt dat een commissie niet “specifiek op zoek moet gaan naar zwarte bladzijden”. Het creëren van een inspirerend verhaal is ook belangrijk, de stof is immers bedoeld voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar.

Geschiedenis vanuit een ander perspectief
Mineke Bosch, hoogleraar geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, benadert de canon op een andere manier. Zij vindt het belangrijker om na te denken over perspectieven dan over onderwerpen. Zo stelt zij dat de canon zoals die er nu is “geen rekening houdt met patronen van in- en uitsluiting, bijvoorbeeld op basis van klasse, sekse en ras.” De vrouwenbeweging moet volgens haar dan ook niet het enige moment zijn dat vrouwen in de canon voorkomen.

Ook voormalig Kamerlid Zihni Özdil stelt dat het historisch beeld completer is als je ook van onderaf bekijkt. Zo profiteerde lang niet iedereen van de Gouden Eeuw: het leven van vrouwen, slaven, boeren en arbeiders wordt hierin te weinig belicht, aldus Özdil.

APK voor de canon
Dat de canon herzien wordt, lijkt onder de geschiedkundigen niet op veel weerstand te stuiten. Een herijking van de samenstelling om de zoveel tijd was ook in 2007 afgesproken, toen de canon werd gepresenteerd. De Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy, hoogleraar geschiedenis en decaan van het University College Utrecht, wordt voorzitter van de herzieningscommissie. Hij stelt dat er na verloop van tijd nieuwe inzichten zijn over de geschiedenis. Ook bekijkt hij de aansluiting van de canon op het onderwijs en de historische actualiteit.

Ton van der Schans, voorzitter van de vereniging voor leraren geschiedenis en staatsinrichting, blijft er huiverig voor dat “politieke trends, ideologie en modegrillen de herziening van de canon gaan bepalen”. Echter is ook hij niet tegen een herziening: “Examenprogramma’s krijgen ook van tijd tot tijd een APK”. Hoe de canon er na die APK uitziet, biedt in 2020 ongetwijfeld voer voor discussie.

Lancering 20/20 Startups

Op 21 mei lanceerde directeur Frans van Drimmelen een nieuw project: 20/20 Startups. In het kader van het twintigjarig bestaan van Dröge & van Drimmelen, gaan we twintig startups kosteloos begeleiden. Op die manier ondersteunt Dröge & van Drimmelen startups met een grote maatschappelijke impact, die noodzakelijke transities aanjagen. We zijn al voor de eerste startups aan de slag, maar geïnteresseerde startups kunnen zich nog altijd melden.

Startups zijn vaak innovatief en verstoren bestaande verhoudingen. Daarom zijn juist zij een aanjager van grote maatschappelijke veranderingen, maar moeten ze soms ook strijden tegen gevestigde belangen. Van Drimmelen: “De meeste startups hebben niet de mogelijkheden om de strijd met gevestigde belangen aan te gaan. Ze voelen zich daardoor niet gehoord in politieke en maatschappelijke discussies. Door startups kosteloos te begeleiden, levert Dröge & van Drimmelen een bijdrage aan belangrijke maatschappelijke transities rond thema’s als energie, zorg, digitale en circulaire economie. De komende maanden trekken we het land in om interessante startups te vinden die onze ondersteuning kunnen gebruiken.”

20/20 Office Hours
Dröge & van Drimmelen organiseert open spreekuren waar startups hun maatschappelijke vragen of uitdagingen aan ons voor kunnen leggen. Deze spreekuren zijn bij startup accelerators, incubators en hubs door het hele land. Vanuit alle startups die we spreken, maken we een selectie van ongeveer 20 startups die we begeleiden; zij krijgen 20 uur strategisch advies gratis. Hiermee helpen wij om met de juiste timing, boodschap en netwerk invloed uit te oefenen op beleidsbepalers.

20/20 Onderzoek
In hoeverre kunnen startups vanuit hun vernieuwende aanpak een maatschappelijk bijdrage leveren? En welke rol speelt onze politiek daarin? Aan de hand van de ervaringen uit het 20/20 Startups-programma wordt een advies uitgebracht aan overheid en politiek over hoe deze vernieuwende startups innovatie aanjagen en beheerst kunnen worden in mogelijke nieuwe vormen van regulering. Denk hierbij aan toekomstbestendige wetgeving, co- en zelfregulering of afsprakenstelsels. Op deze manier wordt duidelijk wat startups en de politiek kunnen doen om elkaar beter te leren begrijpen.

 

 

Aanmelden? Neem dan contact op met onze contactpersoon Sander des Tombe.

Meld je aan