Categorie archieven: Nieuws

Lancering 20/20 Startups

Op 21 mei lanceerde directeur Frans van Drimmelen een nieuw project: 20/20 Startups. In het kader van het twintigjarig bestaan van Dröge & van Drimmelen, gaan we twintig startups kosteloos begeleiden. Op die manier ondersteunt Dröge & van Drimmelen startups met een grote maatschappelijke impact, die noodzakelijke transities aanjagen. We zijn al voor de eerste startups aan de slag, maar geïnteresseerde startups kunnen zich nog altijd melden.

Startups zijn vaak innovatief en verstoren bestaande verhoudingen. Daarom zijn juist zij een aanjager van grote maatschappelijke veranderingen, maar moeten ze soms ook strijden tegen gevestigde belangen. Van Drimmelen: “De meeste startups hebben niet de mogelijkheden om de strijd met gevestigde belangen aan te gaan. Ze voelen zich daardoor niet gehoord in politieke en maatschappelijke discussies. Door startups kosteloos te begeleiden, levert Dröge & van Drimmelen een bijdrage aan belangrijke maatschappelijke transities rond thema’s als energie, zorg, digitale en circulaire economie. De komende maanden trekken we het land in om interessante startups te vinden die onze ondersteuning kunnen gebruiken.”

20/20 Office Hours
Dröge & van Drimmelen organiseert open spreekuren waar startups hun maatschappelijke vragen of uitdagingen aan ons voor kunnen leggen. Deze spreekuren zijn bij startup accelerators, incubators en hubs door het hele land. Vanuit alle startups die we spreken, maken we een selectie van ongeveer 20 startups die we begeleiden; zij krijgen 20 uur strategisch advies gratis. Hiermee helpen wij om met de juiste timing, boodschap en netwerk invloed uit te oefenen op beleidsbepalers.

20/20 Onderzoek
In hoeverre kunnen startups vanuit hun vernieuwende aanpak een maatschappelijk bijdrage leveren? En welke rol speelt onze politiek daarin? Aan de hand van de ervaringen uit het 20/20 Startups-programma wordt een advies uitgebracht aan overheid en politiek over hoe deze vernieuwende startups innovatie aanjagen en beheerst kunnen worden in mogelijke nieuwe vormen van regulering. Denk hierbij aan toekomstbestendige wetgeving, co- en zelfregulering of afsprakenstelsels. Op deze manier wordt duidelijk wat startups en de politiek kunnen doen om elkaar beter te leren begrijpen.

 

 

Aanmelden? Neem dan contact op met onze contactpersoon Sander des Tombe.

Meld je aan

Weetje van de week: Voorzitterschap Eerste Kamer

Op dinsdag 11 juni is de nieuwe Eerste Kamer aangetreden en is de Kamerperiode 2019-2023 begonnen. De 75 nieuwe leden zijn geïnstalleerd op grond van de definitieve vaststelling van de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen, die de Kiesraad op vrijdag 31 mei 2019 bekend maakte.

Ankie Broekers-Knol was van 2 juli 2013 tot 11 juni 2019 de voorzitter van de Eerste Kamer. Aangezien zij nu is afgetreden, maar er nog geen nieuwe voorzitter is verkozen, is er nu een tijdelijke voorzitter: Joris Backer. Op dinsdag 18 juni wordt het profiel voor de nieuwe voorzitter vastgesteld, daarna kan ieder lid zich kandidaat stellen voor het voorzitterschap en deze wordt dan op dinsdag 2 juli gekozen. De eerste wensen voor de profielschets liggen al klaar: de voorzitter moet net als de vorige keer ervaring hebben met de werkwijze van de Eerste Kamer, moet de integriteit bewaken en vooral verbindend zijn.

Benoemde voorzitter
De allereerste voorzitter van de Eerste Kamer was Charles Thiennes de Lombise, nadat de Staten-Generaal in 1815 was opgesplitst in twee kamers. Deze voorzitter werd niet gekozen door de eigen leden, maar benoemd door de Koning. Pas sinds de Grondwetsherziening van 1983 wordt de voorzitter van de Senaat rechtstreeks gekozen door de eigen leden. In deze herziening werd ook bepaald dat de zittingsduur van zes naar vier jaar ging en dat alle provincies voortaan tegelijkertijd de Eerste Kamerleden kozen.

De Kamervoorzitter heeft de leiding over de vergadering en is belast met het handhaven van de orde. Tevens is de voorzitter van de Eerste Kamer voorzitter van de Verenigde Vergadering, die de commissie van in- en uitgeleide benoemt. Deze commissie is bij speciale gelegenheden, zoals de inhuldiging van een nieuwe koning, verantwoordelijk voor de verwelkoming en begeleiding bij binnenkomst en vertrek van hooggeplaatste gasten.

Politieke strijd
Met de Grondwetsherziening van 1983, is het behalen van het voorzitterschap een politiek spel geworden. Ook nu is er al een flinke strijd losgebarsten over wie de opvolger wordt van voormalig Voorzitster Broekers-Knol: zeker vier fracties – Forum voor Democratie, de VVD, D66 en GroenLinks – willen een voorzitter leveren. De kandidaat van Forum voor Democratie, Toine Beukering, kwam afgelopen week in opspraak na zijn uitspraken in een interview met de Telegraaf. Zo noemde hij de Joodse burgers die omkwamen in de gaskamers tijdens de Holocaust “makke lammetjes” en suggereerde hij dat niet Rusland, maar Oekraïne vliegtuig MH17 heeft neergehaald. Ondanks dat hij later op zijn uitspraken terugkwam, lijkt dit zijn kansen geen goed te hebben gedaan. Over de overige kandidaten wordt nog flink gespeculeerd: bij de VVD wordt gedacht aan Jan Anthonie Bruijn, arts en hoogleraar; bij D66 aan de interim voorzitter Joris Backer; en bij GroenLinks de outsider Ruard Ganzevoort. Op 2 juli weten we wie dit eervolle ambt voor de komende vier jaar gaat bekleden, tot die tijd blijft het gissen.

Weetje van de week: ‘The Future is Female’ – GES 2019

Wereldwijd ondernemerschap
Afgelopen week vond van 3 tot 5 juni de Global Entrepreneurship Summit 2019 (GES) plaats. Samen met de Verenigde Staten organiseerde Nederland dit jaar de top in het World Forum in Den Haag. Het evenement wordt jaarlijks door de Verenigde Staten in een gastland georganiseerd om ondernemerschap wereldwijd te bevorderen. Eerdere edities vonden plaats in India, Kenia en Marokko. Innovatieve bedrijven komen in contact met investeerders, beleidsmakers en andere deelnemers van over de hele wereld. Dat de top nu plaatsvindt in Nederland laat volgens NRC zien hoe Nederland de relatie met de Amerikanen op peil wil houden in het politiek lastige tijdperk-Donald Trump. De meningsverschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten zijn er genoeg: kijk bijvoorbeeld naar klimaatverandering, mensenrechten, handel en Brexit.

Dit leidde er niet toe dat er niet over klimaatverandering gesproken kon worden. Al noemde minister Kaag en premier Rutte het liever duurzaamheid. In de deelsessie over water spraken verschillende bedrijven over hun plannen om in te spelen op de opwarming van de aarde. Als er een verdienmodel of winstmodel in zit dan zullen de Amerikanen uiteindelijk wel instappen stelde Kaag. Aan goede ideeën in Nederland geen gebrek, dat is ook te zien op deze top. Voor wereldwijde uitdagingen is altijd een Nederlandse oplossing zegt de minister in haar openingsspeech.

Powervrouwen
Tijdens de top stonden het thema ‘powervrouwen’ regelmatig centraal. Koningin Máxima opende de top met een speech over vrouwelijke ondernemers. Máxima citeerde een Amerikaans onderzoek waarin was vastgesteld dat vrouwen minder geld ophalen voor hun startup dan mannen, terwijl startups opgericht door vrouwen over het algemeen meer opleveren per geïnvesteerde dollar dan startups die opgericht zijn door mannen. Na deze uitspraak kreeg ze luid applaus uit de zaal. Ivanka Trump sloot het congres met de uitreiking van de prijs Global Innovation through Science and Technology (GIST) competitie. Samen met minister Kaag en prins Constantijn reikte zij de prijs uit aan Christina York. Haar bedrijf Spellbound A.R. zet 3D technologie in om patiënten in ziekenhuizen voor te bereiden op een behandeling.

The Future is Female
Op de tweede dag deelde 140 vrouwelijke ondernemers ervaring en tips tijdens een werklunch met staatssecretaris Mona Keijzer en Manisha Singh, Amerikaans staatssecretaris voor Economische Groei. Ook GES-voorzitter minister Kaag gaf advies. ‘Durf. Wees niet bang om te falen, maar claim je ruimte en ga ervoor.’ Daarnaast gaf Kaag negen vrouwelijke leiders een podium tijdens de top om te spreken over hun ervaringen en inspiratie. Zij zijn alle negen ook betrokken bij een publieksdiplomatie programma van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij de sessie ‘Industries of the future’ bestond het panel volledig uit vrouwelijke investeerders en ondernemers. Onder andere Johanna Mikes Shelton, hoofd van Google’s public policy team. Samen met de overheid van de Verenigde Staten werkt ze aan internetbeleid en technologieregulatie.

Minister Kaag kijkt terug op een succesvolle top: ‘De economische motor is aangezwengeld.’ Vrouwen stonden in de schijnwerper, en terecht want de economie doet het volgens haar een stuk beter wanneer vrouwen meedoen. Naar aanleiding van de grote zichtbaarheid van succesvolle powervrouwen tijdens de top opperde de website Impact Alpha dat het thema dit jaar was omgevormd van The Future is Now naar The Future is Female!

Weetje van de week: Stemmen voor de Eerste Kamer

Op 20 maart vonden de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Hierbij waren ook landelijke belangen bij gebaat, omdat de leden van de Provinciale Staten op hun beurt een stem uitbrengen voor de Senaat. Vorige week was het zover; op 27 mei stemden de Statenleden voor de Eerste Kamer, waarvan de definitieve uitslagen op vrijdag 31 mei bekend werden gemaakt. Deze verkiezing lijkt in grote mate voorspelbaar, ervan uitgaande dat de verkozen statenleden op hun eigen partij stemmen. Toch resulteert de stemming vaak in een (net) andere uitslag dan de prognoses voorspellen op basis van de Provinciale Statenverkiezingen.

Ingewikkelde rekensom
Bij het vaststellen van de precieze verkiezingsuitslag komt bij elke verkiezing veel rekenwerk kijken, maar zeker bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Niet alle stemmen wegen even zwaar; een Statenlid in een provincie met veel inwoners legt meer gewicht in de schaal dan een Statenlid van een provincie met weinig inwoners.

Dit systeem zorgt ervoor dat partijen moeten gaan rekenen of ze nog kans maken om een restzetel in de wacht de slepen. Partijen die nog kans maken op een restzetel, moeten stemmen zien te krijgen van andere partijen.

Koehandel
Omdat de restzetels politieke verschillen kunnen bepalen is het voor partijen nuttig om deals te sluiten met anderen. Zo kunnen bijvoorbeeld de statenleden van DENK, een partij die geen kans meer maakte op een Eerste Kamerzetel, stemmen op partijen die nog wel een extra zetel kunnen behalen. Ook kunnen coalitiepartijen onderling restzetels verdelen om het gezamenlijke zetelaantal te maximaliseren. Hier is dankbaar gebruik van gemaakt: de VVD en het CDA schoven hun reststemmen door naar de CU en D66. Een winst van twee zetels voor de coalitie dus. Statenleden kunnen ook onvrede laten horen door een stem op een andere partij. Zo stemde de volledige PVV-fractie uit Utrecht op FvD als kritiek op de landelijk koers van hun eigen partij.

Menselijke fout(jes)(en)
Het is echter niet altijd uit tactisch oogpunt dat de zetelverdeling afwijkt van de Provinciale Staten Verkiezingsuitslag. Er zijn in het verleden een aantal opmerkelijke foutjes gemaakt door Statenleden, met grote politieke gevolgen. Zo stemde D66-Statenlid Wim Cool in 2011 met een blauwe pen in plaats van het vereiste rode potlood, dat hij niet zag liggen in het stemhokje. Zijn stem werd ongeldig verklaard en er verschoof een Eerste Kamerzetel van D66 naar de SP. In 2007 kleurde Cheryl Braam van GroenLinks alle hokjes van haar partij rood, naar eigen zeggen uit spanning. In 1986 dachten twee VVD-Statenleden dat de stemming om 10 uur was, terwijl ze om 9 uur hadden moeten opdagen. Ook bij GroenLinks en bij de VVD werden de fouten afgestraft: in beide gevallen verdween er een zetel bij de partijen.

Een VAR-moment
Of het nu door een menselijke fout is of door het resultaat van wat sommigen “koehandel” noemen, de échte uitslag van de Eerste Kamerverkiezing krijgt men pas maanden na de Provinciale Staten verkiezingen te horen. Dat kan voor sommige partijen positief uitpakken, maar voor een individu het mislopen van het Eerste Kamerlidmaatschap betekenen.

Op basis van de getelde stemmen op de verkiezingsavond leek de VVD de grootste partij te worden. Echt bleek Forum voor Democratie de ochtend na de verkiezingen een zetel meer te halen en werd de grootste. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zei dat het voelde “alsof de VAR op het laatste moment een doelpunt afkeurt”. Maar misschien was de echte ‘VAR–beslissing’ de uiteindelijke uitslag op 27 mei, toen de coalitie de schade alsnog wist te beperken.

Weetje van de week: Evenementenlobby

Vorige week was de kogel definitief door de kerk: de Formule 1 komt in 2020 naar het Circuitpark Zandvoort. De Grand Prix van Nederland gaat tenminste de komende drie jaar in Zandvoort plaatsvinden, met de intentie om nog langer dan deze drie jaar door te gaan. Aan aandacht is geen gebrek: een half miljoen mensen hebben hun interesse uitgesproken via het portaal dat de organisatie heeft ingericht. Voor het eerst sinds 1985 komt de F1 dus weer terug in Nederland, mede dankzij een sterke lobby van hobbyracer prins Bernhard jr. – de eigenaar van het Circuitpark.

Strijd der Circuits
In 2016 leek de komst van een Nederlandse GP nog onmogelijk, omdat het te duur zou zijn en te weinig op zou leveren. Op dat moment zag de organisatie van de Formule 1 het eigenlijk ook niet zitten. Toen het Amerikaanse Liberty Media in 2017 de Formule 1 overkocht, creëerde dat mogelijkheden. De nieuwe eigenaar benadrukte namelijk dat er meer races in Europa moesten komen, het liefst op circuits met een rijke F1-historie. Dit creëerde een mogelijkheid voor Zandvoort. Tevens maakte het succes van Verstappen het commercieel aantrekkelijk om een thuisrace voor hem te organiseren. Op hetzelfde moment vond in Assen ook een inspectie van de baan plaats om te zien of het circuit klaar was voor een eventuele F1-race. De baan leek er in juli 2018 helemaal klaar voor, het wachten was dan alleen nog op een akkoord van de F1-organisatie. Deze interesse vanuit beide kampen, evenals interesse vanuit de organisatie voor beide circuits, leverde een onderlinge strijd op.

Tekenend voor het proces was het lekken van (des)informatie door beide partijen; er werd constant selectief gelekt en gesuggereerd. Als Zandvoort het niet voor elkaar had, dan zou het Assen worden. Zo is de druk op beide partijen hoog gebleven. Uiteindelijk werd het TT-circuit in Assen buitenspel gezet doordat brieven werden gelekt waarin de Amerikanen hun voorkeur uitspraken voor Zandvoort. Hiermee zijn wellicht potentiële geldschieters weggehouden van Assen.

Eurovisiesongfestival
Terwijl de strijd om de Formule 1 naar Nederland te halen vorige week eindigde, startte er deze week een nieuwe: welke Nederlandse stad mag volgend jaar de gastheer zijn van het Eurovisiesongfestival? Er zijn meerdere grote evenementenlocaties die deze taak graag op zich willen nemen en bereid zijn daar veel energie in te steken. Zo hebben locaties in Maastricht, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Zwolle al interesse getoond. Bij de beslissing, die door de festivalorganisatie European Broadcasting Union (EBU), worden zaken meegenomen als hotelcapaciteit, het openbaar vervoer en de bereidheid van gemeenten en ondernemers om er geld in te investeren.

Niet alleen het feit dat het Eurovisiesongfestival nu naar Nederland komt zorgt voor een strijd tussen Nederlandse steden, zelfs de huldiging van de winner van dit jaar – Duncan Laurence – creëert een onderlinge strijd. Zowel Hellevoetsluis, Tilburg als Amersfoort hopen dat Duncan hun stad verkiest boven de andere voor een groots onthaal.

Nederland wordt de komende jaren dus het toneel van grote internationale evenementen. Naar de rest van de wereld schetst dit een beeld van eenvormigheid en capabiliteit. Maar zoals uit deze interne, interstedelijke conflicten blijkt, gaat dit niet altijd over roosjes.

Weetje van de Week: Wie beklimt de Europese top?

Spitzenkandidat
De Europese verkiezingen staan voor de deur, daarvoor gaan we binnenkort allemaal naar de stembus. Maar niet alleen de verkiezingen brengen verschuiving teweeg, deze zomer komen ook verschillende topfuncties binnen de EU vrij. Rond juni/juli wordt een van de belangrijkste strijdposten ingevuld, namelijk het voorzitterschap van de Europese commissie. Sinds 2014 vervult Jean-Claude Juncker deze functie. Dat gebeurt via het spitzenkandidat-systeem om te zorgen dat de benoeming op democratische wijze tot stand komt. De Europese partijen wijzen allemaal een spitzenkandidat aan, hun kandidaat om voorzitter te worden. Er zijn dit keer twee Nederlandse kanshebbers, Frans Timmermans namens de sociaaldemocraten en Bas Eickhout namens de Groenen/EVA.

De Europese Raad draagt een kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie aan. Dit is het gevolg van lange onderhandelingen tot er een kandidaat wordt gevonden die voor alle lidstaten acceptabel is. De Europese Raad moet bij het bepalen van een kandidaat-voorzitter rekening houden met de uitslag van de verkiezingen. Dat betekent meestal dat de fractie die bij de Europese verkiezingen de grootste is geworden, de voorzitter aandraagt. Vervolgens moet het Europees Parlement met een meerderheid de nieuwe voorzitter kiezen. Als er geen meerderheid wordt behaald dient de Europese Raad binnen een maand een nieuwe kandidaat aan te dragen.

Het Europees Parlement heeft het laatste woord
Een deel van het Europese Parlement heeft aangegeven dat ze, net als in 2014, enkel de winnende spitzenkandidat zullen accepteren. De meeste Europese lidstaten willen dat zelf kunnen bepalen, dus het is mogelijk dat er iemand anders wordt aangedragen dan de Spitzenkandidat van de winnende partij. Enerzijds is dat na deze verkiezingen niet ondenkbaar. Naar verwachting wordt de christendemocratische partij weer het grootste, maar een aantal geliefde kandidaten voor het voorzitterschap heeft een andere politieke kleur. Zo krijgt Frans Timmermans van regeringsleiders in Spanje, Portugal en Zweden veel aandacht, terwijl zijn rivaal van de christen-democraten Manfred Weber weinig indruk maakt, stelt Luuk Middelaar (hoogleraar Grondslagen en praktijk van de Europese Unie en haar instellingen) in NRC. Anderzijds kan het parlement voet bij stuk houden en aangeven dat niemand anders dan de ‘echte’ Spitzenkandidat wordt ingestemd. Dit gebeurde in 2014 toen, tegen de wens van regeringsleiders in, Juncker voorzitter werd. Desondanks is het spitzenkandidat-systeem niet bindend. Zo kan besloten worden dat iemand anders dan een spitzenkandidat wordt voorgedragen door de raad. De naam van Michiel Barnier, hoofd Brexitonderhandelaar van de EU en Mark Rutte worden in dit licht regelmatig genoemd.

Team Europa
De liberale partij Alde, waar VVD en D66 onderdeel van zijn, wil van het spitzenkandidat-systeem af. Niet alle kiezers kunnen namelijk op de kandidaten stemmen, alleen in het land waar de kandidaat op de lijst staat. Bovendien hebben de andere spitzenkandidaten nooit kans als één partij het grootste blijft. Deze verkiezingen hebben ze een ‘Team Europa’ gevormd met meerdere kandidaten. Hieruit kunnen mensen aangedragen worden voor verschillende topfuncties binnen de EU.

Na de verkiezingen kan er dus nog van alles gebeuren. Wat wordt de richting van de EU, welk beleid wordt leidend, wie gaat deze richting voor een groot deel bepalen en zal dat inderdaad de spitzenkandidat zijn? We zullen het proces met grote interesse volgen.

Weetje van de week: Natuurtop in Parijs

Tijdens de natuurtop in Parijs werd afgelopen maandag een rapport gepresenteerd door het IPBES: het VN-platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten. 700 wetenschappers over de hele wereld werkten mee aan dit onderzoek naar biodiversiteit en stellen dat de natuur wereldwijd in een ongekend tempo achteruit gaat. Het rapport biedt oplossingen, maar politici over de hele wereld moeten snel handelen om fundamentele verandering in gang te zetten. In dit weetje van de week: de conclusies en aangereikte oplossingen uit het onderzoek en de vervolgstap op internationaal niveau.

De afnemende biodiversiteit
De biodiversiteit, de variatie van biologische soorten in een ecologisch systeem, neemt volgens het rapport van het IPBES in een alarmerend tempo af. Zo worden één miljoen (van de circa acht miljoen) planten- en diersoorten met uitsterven bedreigd; het tempo van uitsterven ligt tientallen keren hoger dan gemiddeld in de laatste 10 miljoen jaar. Ook constateren de onderzoekers dat slechts 13 procent land en 23 procent van de oceanen nog onaangetast is.

Oorzaken van deze problematiek zijn destructief landgebruik, klimaatverandering, overbevissing, vervuiling en invasieve soorten. Deze acties hebben ook directe gevolgen voor de mens. Zo beschikt mede door de dump van zware metalen en giftige stoffen 40 procent van de wereldbevolking niet over schoon drinkwater.

Andere prioriteiten
In het rapport staan oplossingen die overheden in kunnen zetten om de versnelde afname van biodiversiteit tegen te gaan. Milieuonderzoeker Ingrid Visseren-Hamakers, die meeschreef aan het rapport, stelt dat het aanwijzen van nieuwe natuurreservaten niet voldoende is. Transformative change is noodzakelijk: “fundamentele verandering in sociale, economische en technologische structuren van de maatschappij”. Hierbij kan men denken aan subsidies en nauwere samenwerking met lokale bevolking, alsmede het stellen van andere prioriteiten in de omgang met landbouwgrond.

Een voorbeeld is dat de opbrengsten van intensieve landbouw brengen meer op voor een boer dan de financiële compensatie voor het laten staan van een bos. Dit gevecht kan de natuur nooit winnen, aldus hoogleraar bos- en natuurbeleid Esther Turnhout. Met hogere subsidies voor duurzaam landgebruik en het stimuleren van lokale initiatieven kunnen beleidsmakers hier een oplossing bieden. Ook de consument speelt een belangrijke rol. Wanneer er hogere prijzen voor voedsel betaald worden, kunnen boeren met minder intensieve en grootschalige productie leven van hun opbrengsten.

Internationale oplossingen
Het rapport schetst een alarmerend beeld dat roept om internationale actie. Robert Watson, IPBES-voorzitter, noemde de verwoesting van de biodiversiteit zelfs een “minstens even grote bedreiging voor de mensheid als de opwarming van de aarde”. Met deze boodschap werkt de organisatie toe naar een wereldwijd biodiversiteitsverdrag, die in 2020 door 132 VN-lidstaten getekend moet worden.

Dit verdrag is een nieuwe versie van het verdrag van de VN-Conventie inzake Biologische Diversiteit (CBD) uit 1992. Dit is niet de enige keer dat wereldleiders een document inzake biodiversiteit ondertekenen. In 2010 werden de “Aichi-doelen” gesteld: een halvering in de achteruitgang van biodiversiteit, meer beschermde natuurgebieden en duurzame land- en bosbouw. Deze doelen zijn vooralsnog niet in zicht. Om deze reden hoopt emeritus-hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse dat het rapport van IPBES dezelfde status gaat krijgen als het rapport van de IPCC dat de basis vormde van het klimaatakkoord uit 2015.

In Nederland pleiten diverse milieuorganisaties voor een Europese aanpak van de problemen zoals ontbossing. D66-leider Rob Jetten stelt dat het van belang is een internationaal Natuurakkoord te tekenen, vergelijkbaar met het klimaatakkoord van Parijs. Om de resultaten uit het IPBES onderzoek te bespreken in de Tweede Kamer is door Kamerlid De Groot (D66) een rondetafelgesprek aangevraagd.

Weetje van de week: Dag van de Arbeid

Op 1 mei vond de Dag van de Arbeid plaats. Het is van oorsprong een feestdag van de socialistische, communistische en anarchistische arbeidersvereniging. Deze dag is ontstaan in 1890 als een internationale strijddag voor een maximale werkdag van acht uur, waarop in verschillende landen – waaronder Nederland – demonstraties werden georganiseerd. Daarna is het een jaarlijkse traditie geworden. Toch leeft de 1-meiviering de afgelopen jaren in Nederland niet echt meer, maar lijkt het in landen om ons heen nog uitbundig te worden gevierd.

Doel bereikt
In Nederland is deze dag geen officiële feestdag of vrije dag en moet er over het algemeen gewoon gewerkt worden. Historicus Sjaak van der Velden beschrijft dat deze dag tot de jaren zestig groots werd gevierd met optochten in de steden. Van der Velden geeft aan dat er verschillende oorzaken zijn voor het feit dat 1 mei in Nederland geen nationale vrije dag is. Eén praktische: Koninginnedag zat er vlak voor. Maar ook een diepgaandere reden: de socialisten en communisten in Nederland hadden de doelen bereikt en er was geen behoefte meer aan strijd. Tegelijkertijd was de Koude Oorlog gaande en werd 1 mei in Rusland met veel militaire trots gevierd, waar mensen in Nederland liever niet geassocieerd mee wilden worden. Hierna is het belang van de dag langzaamaan afgezwakt en de viering ervan uitgestorven.

Europese strijdtaferelen
Hierin verschilt Nederland dus sterk van andere Europese landen. In verband met 1 mei was er dit jaar in vijftien Europese landen een rijverbod van toepassing, waarbij er dus geen goederen via de weg vervoerd konden worden. Tevens hield de Euronext, net als veel andere Europese beurzen, de deuren gesloten en was er tussen banken geen betalingsverkeer mogelijk, ook niet in Nederland.

In Parijs waren 40.000 betogers aanwezig, bestaande uit vakbondsleden en ‘gele hesjes,’ om samen te protesteren tegen het beleid van president Macron. Helaas werd het strijden voor rechten hier vrij letterlijk genomen: de 7400 ingezette politieagenten moesten traangas gebruiken en hielden ruim 330 mensen aan. Ook in Duitsland, Spanje, Denemarken, Griekenland, Turkije en Rusland waren er demonstranten op straat.

Ook in Zweden waren er plannen voor grote manifestaties, maar werd er vooraf gediscussieerd over dit recht om te mogen demonstreren. Het bestuur van de kleine Zuid-Zweedse stadje Kungälv vond namelijk dat er een wetswijziging moet komen die het mogelijk maakt om Zweedse neonazi’s een verbod op te kunnen leggen om te demonstreren. Deze groeperingen grijpen namelijk de 1-meiviering aan om hun nationalistische boodschap te verkondigen. Deze groepen komen regelmatig in het nieuws vanwege incidenten, maar voorlopig laat de wetswijziging nog op zich wachten.

Nieuw leven inblazen
Caribisch Nederland is op 1 mei overigens wél vrij, met name doordat deze landen zijn meegegaan met wat er in de omringende landen gebeurden. De eilanden hebben voor een betaalde 1-meiviering wel Tweede Pinksterdag ingeleverd. Tevens was voor ambtenaren in Amsterdam 1 mei tot 2016 nog een verplichte vrije dag. Op voorstel van de VVD werd dit afgeschaft. Volgens de liberalen was de verplichte vrije dag een ‘relikwie uit een ver socialistisch verleden.’ Sinds vijf jaar probeert vakbond FNV er echter weer een dag van manifestatie van te maken. Dit jaar werd er in Amsterdam samen met duizenden mensen onder andere stilgestaan bij de successen die er zijn geboekt, maar ook om te pleiten voor een socialer Nederland. Maar, in vergelijking met andere Europese landen, kunnen wij als Nederlanders toch echt nog wat leren als het gaat om het vieren van de Dag van de Arbeid.

Weetje van de Week: Bijzonder onderwijs

Vrijheid van onderwijs
Artikel 23 van de Grondwet bepaald dat men scholen kan oprichten waar de overheid zich niet mag bemoeien met de levensbeschouwelijke inslag van de school. De overheid kan zich enkel bemoeien met de onderwijskwaliteit, maar niet de invulling van de geloofsrichting. Ook over de invulling van lessen heeft de overheid geen zeggenschap. Als een docent besluit de rekenles buiten te doen door middel van een spel, is dat volgens de wet in principe mogelijk. In de Tweede Kamer is er altijd veel discussie geweest om bijzonder onderwijs. Dat is niet vreemd, want in 2017 meldde het CBS dat meer dan 70 procent van de leerlingen in het primair en voorgezet onderwijs bijzonder onderwijs volgt.

Onderwijs op basis van religie
Op 29 maart betogen directeur-bestuurder Marco Frijlink (VOO) en directeur Hans Teegelbeckers (VOS/ABB) in Trouw dat onderwijs op basis van religie achterhaald is. Het openbaar primair en voortgezet onderwijs is volgens hen de plek waar kinderen met allerlei gezindten elkaar ontmoeten op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Frijlinks en Teegelbeckers zijn er van overtuigd dat deze openbare onderwijsvorm de beste voorbereiding is op zelfstandig functioneren en constructief samenleven in de maatschappij. Ouders kiezen vaker voor een school op basis van het pedagogisch-didactisch concept en veel katholiek en protestants-christelijke scholen geven aan weinig meer te doen aan hun religieuze identiteit. Daarom moeten scholen zich nog wel kunnen onderscheiden op basis van een pedagogisch-didactische aanpak maar niet op basis van religie. De religieuze vorming kunnen ouders buiten school vormgeven, aldus Frijlink en Teegelbeckers.

Versnipperd onderwijs
René Kneyber pleit in zijn column in Trouw dat het Nederlandse onderwijs innovatiever is dan in de meeste andere landen. Doordat de overheid zich in mindere mate bemoeit met de inhoud van het onderwijs is Nederland een vruchtbare bodem voor verschillende onderwijsinitiatieven. Hij noemt de Vrije School, Jenaplan, Dalton en montessorionderwijs als voorbeelden. Daarnaast kunnen scholen zich ook concentreren op bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld technasia en cultuurprofielscholen.

Tijdens het rondetafelgesprek ‘De staat van het Onderwijs 2017-2018’ op 11 april sprak Monique Vogelzang, inspecteur-generaal van het onderwijs, over het versnipperde Nederlandse onderwijs. Hiermee doelt ze op de verscheidenheid aan scholen met verschillende achtergronden en pedagogische overtuigingen. Dit versnipperde landschap leidt volgens de inspectie tot een tekort aan consensus over ‘wat er geleerd moet worden’. Ze roept de politiek op om meer consensus te bereiken over het fundament dat kinderen moeten leren. Hierbij kan men denken aan een referentieniveau voor rekenen en taal. Daarnaast gaf de inspectie aan dat scholen te weinig evalueren of doelen behaald worden. Daardoor is het moeilijk te meten wat werkt en wat niet.

Kneyber haalt in zijn opiniestuk een onderzoek aan van Guuske Ledoux en Monique Volman. Ook uit hun onderzoek blijkt dat vernieuwende scholen zichzelf niet goed evalueren. Desondanks viel hen op dat bijzondere scholen niet alleen hun gestelde doelen weten te behalen, maar ook vaak beter scoren op de traditionele opbrengsten van het onderwijs. Het Elsevier onderzoek ‘Beste Scholen in Nederland’ laat dit ook zien. Dit jaar zijn 38 van de 50 ‘superscholen’ christelijk, en maar vier scholen openbaar.

Discussie in de Kamer
In de Tweede Kamer leeft de discussie over bijzonder onderwijs al sinds de Pacificatie van 1917. Ook nu laait de discussie over bijzonder onderwijs op, dit keer naar aanleiding van de problemen bij het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Klaas Dijkhof (VVD) schreef dit weekend in een discussiestuk over de koers van de VVD over bijzonder onderwijs. Hij zegt dat wanneer bijzonder onderwijs leidt tot ongewenste neveneffecten, die in strijd zijn met waarden als vrijheid en gelijkwaardigheid, het bijzonder onderwijs moet stoppen. Hiermee stuit hij tegen het gevoelig been van coalitiepartijen ChristenUnie en CDA. Gert-Jan Segers (CU) vindt dat als Dijkhoff de vrijheid van onderwijs wil inperken om radicalisme tegen te gaan, hij ruzie zoekt met de verkeerde mensen. Ook Martijn van Helvert (CDA) is kritisch. Hij zegt op Twitter dat Dijkhoff niet durft te zeggen dat hij radicale moslimscholen wil aanpakken en pakt om deze reden ook christelijke scholen aan.

De discussie over bijzonder onderwijs is een nieuw pad ingeslagen. Verschillende partijen uit de Tweede Kamer zijn kritisch over de inhoud van het onderwijs op sommige bijzondere scholen. Dit leidt ertoe dat financiering voor alle bijzondere scholen opnieuw in twijfel wordt getrokken. Met name christelijke partijen zijn fel tegen de aantasting van artikel 23 van de grondwet.

Weetje van de week: Het debat over de eindtoets

Vorige week bogen de leerlingen van groep 8 zich over de landelijke eindtoets. Een spannend moment voor de scholieren, gezien de invloed die de uitslag heeft op het schooladvies dat de kinderen krijgen. Deze eindtoets, vroeger de “Citotoets”, is niet alleen voor de achtstegroepers een belangrijk onderwerp. De laatste jaren is er veel over geschreven en was de toets vaak onderwerp van debat in de Nederlandse politiek. Wat moet zwaarder wegen: het resultaat van de eindtoets of de persoonlijke ervaring en het oordeel van de docent? Deze week een inkijk in dit veranderlijke debat en de rol van Cito in de eindtoets van groep 8.

Concurrentie op de toetsenmarkt
Veel mensen zullen de eindtoets van groep 8 kennen onder de naam “Citotoets”. Deze term wordt dan ook nog soms ten onrechte in het debat en de media gebruikt als aanduiding voor de eindtoets. Cito had tot 2015 bij wet het alleenrecht op het maken van de eindtoetsen voor basisscholen, gefinancierd door de overheid. In 2015 komt er een einde aan dit monopolie. De Tweede Kamer besluit dat eindtoetsen ook door andere partijen mogen worden ontwikkeld en ingezet, mits er wordt voldaan aan vastgestelde criteria.

Basisscholen maken sinds 2015 flink gebruik van deze keuzevrijheid, blijkt uit de cijfers. Cito verliest in hoog tempo marktaandeel (nu nog 49%). Alternatieve aanbieders zoals IEP (30%) en Route 8 (16%) zijn de meest populaire alternatieven bij basisscholen. Deze alternatieven hebben gezorgd voor de komst van digitale toetsen (Route 8) en “adaptieve vragen”. Hierbij worden de vragen aangepast naar niveau op basis van eerder gegeven antwoorden.

Politieke veranderingen
Intussen debatteert de politiek al jaren over het gewicht dat de eindtoets -ongeacht de maker van die toets- moet hebben op het uiteindelijke schooladvies en het moment van toetsing.

Sinds 2015 wordt het middelbare schooladvies door docenten afgegeven vóórdat de eindtoets heeft plaatsgevonden. Dit is destijds door Staatssecretaris Dekker ingevoerd met het idee dat het oordeel van de docent het zwaarst moet wegen. Hij of zij heeft immers een beeld van de leerling over het hele jaar en de toets (momentopname) zou dan slechts een bevestiging van het gegeven advies moeten (of hoeven) zijn. In 2016 kwam er een toevoeging op dit beleid: mochten de resultaten van de eindtoets aanzienlijk hoger zijn dan het gegeven advies, dan is een aanpassing mogelijk. Echter blijkt uit onderzoek dat vooral mondige ouders, met een hoger opleidingsniveau, de toetsresultaten aangrijpen om de docent tot een ander oordeel te brengen. Om deze reden wil het kabinet in 2019 een nieuwe aanpassing doen: het advies moet weer ná de eindtoets worden gegeven. Hiermee wordt de eindtoets meegenomen in het advies bij elke leerling. Zo zou de ongelijkheid op basis van sociaal milieu weer af moeten nemen.

De regeringspartijen zijn hierin van mening veranderd sinds de uitslagen van deze onderzoeken. Toch wil D66-Kamerlid Van Meenen dat het beleid niet wordt teruggedraaid: de eindtoets moet blijven plaatsvinden in april (niet in februari, zoals voor 2015), zodat het laatste basisschooljaar goed benut blijft. PVV’er Beertema spreekt van een draai door de coalitiepartijen. Hij stelt dat leraren die de uitslag van de eindtoets bij hun oordeel kunnen betrekken een beter verhaal en minder gedoe met ouders hebben.

De beste meetlat: toets of docent?
De Universiteit Utrecht heeft onderzoek gedaan naar het advies van basisschooldocenten, de eindtoetsscores en het schoolniveau van leerlingen na drie middelbare schooljaren. Hieruit blijkt dat het advies van de docent voor 75% van de leerlingen overeenkomt (of overlappend is) met het behaalde resultaat van de eindtoets. Bij 12,1% kreeg de docent gelijk in het advies, bij 7,6 procent kreeg de toets dat. Het is echter moeilijk hier een conclusie aan te verbinden. Niet alleen liggen de getallen dicht bij elkaar, ook verschillen de verhoudingen per adviesniveau. Tevens stellen de onderzoekers dat rekening moet worden gehouden met een selffulfilling prophecy: scholieren kunnen beïnvloed worden in hun handelen door het gegeven advies.

Het debat over de eindtoets van groep 8 is nog niet ten einde. Het experiment van het advies vóór de toets is bij de Tweede Kamer niet bevallen, maar meningsverschillen blijven bestaan over de juiste uitvoering. Onderzoek wijst uit dat je strikt genomen nooit kan zeggen wie er écht gelijk heeft, waardoor ook in de toekomst de vorm, de tijd en de legitimiteit van de eindtoets ter discussie zal blijven staan.