Categorie archieven: Nieuws

Vacature: Stage public affairs

Dröge & van Drimmelen is een adviesbureau op het gebied van public affairs en corporate communicatie. Daarbij helpen we overheden, bedrijfsleven en belangenorganisaties bij het versterken en zichtbaar maken van hun positie rond maatschappelijke vraagstukken. Zo werken we onder meer voor Google, gemeente Den Haag, Nederland Schoon, felyx, Achmea, VSNU, Coca-Cola, NBTC, Netflix en Retail platform Nederland. Ons vak gaat over het leggen en onderhouden van relaties. Daarbij zijn vertrouwen, transparantie en betrokkenheid onze sleutelwoorden. De kracht van het bureau komt voort uit de kwaliteit van onze medewerkers, die zelf maatschappelijk actief zijn en constant op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in het vak en de wereld om hen heen.

Dröge & van Drimmelen is op zoek naar een stagiair(e) voor de periode september 2019 tot en met januari 2020. Deze vacature betreft een stageplek voor 5 dagen per week. Gedurende de stage ontvang je een stagevergoeding van €300,00 per maand. Daarnaast worden eventuele reiskosten vergoed. De stagiair werkt vanuit ons kantoor in Den Haag.

Profiel

  • Volgen van een WO-opleiding, bij voorkeur in de laatste fase van de bachelor of master;
  • Aantoonbare kennis van politiek, instituties en besluitvormingsprocessen;
  • Hoge mate van interesse in politieke en maatschappelijke kwesties;
  • Oog voor kwaliteit, uitstekende mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden;
  • Goede communicatieve vaardigheden, initiatiefrijk en enthousiast;
  • Zowel zelfstandig als in een team goed kunnen functioneren.

Werkzaamheden
De stagiair public affairs en informatiemanagement ondersteunt gedurende de stageperiode de adviseurs bij hun dagelijkse werkzaamheden. Hij/zij houdt zich daarnaast bezig met het monitoren van politieke debatten, kranten, internet en andere media. Ook werkt de stagiair mee aan ons digitale informatiesysteem ‘Haagse Kennis’. Tijdens de stage wordt de stagiair begeleid door een van onze adviseurs.

Meer weten en/of solliciteren
Sollicitaties, inclusief motivatiebrief en actueel CV, kunnen worden gericht aan Sander van Diepen via s.van.diepen@dr2.nl. De deadline voor het solliciteren is vrijdag 10 mei om 09.00 uur, maar een snellere reactie wordt gewaardeerd. Sollicitatiegesprekken vinden spoedig daarna plaats.

Weetje van de week: Het ‘Wobben’ van telefoonberichten

“Sms’jes en WhatsAppberichten op zakelijke én privételefoons zijn te ‘wobben’”, dat concludeerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak in de zaak tussen Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze uitspraak van 20 maart 2019 en bevestigt dat sms’jes en WhatsAppberichten onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vallen. Het gevolg hiervan is dat telefoonberichtjes nu dezelfde status hebben als e-mails en memo’s en dat deze berichten door bijvoorbeeld journalisten kunnen worden opgevraagd.

Dit betekent niet dat zomaar alle berichten van ambtenaren via een Wob-verzoek verkregen kunnen worden. Zo vallen berichten alleen onder de Wob als ze zijn verstuurd of ontvangen in relatie tot het werk (‘bestuurlijke aangelegenheid’). Daarnaast kan het bestuursorgaan openbaarmaking in sommige gevallen weigeren, bijvoorbeeld wanneer de privacy van betrokken personen wordt geschonden of wanneer de berichten ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ bevatten. Met name dit laatste weigeringsinstrument is lastig om objectief te bepalen.

Wet openbaarheid bestuur
De Wet openbaarheid van bestuur is in 1980 ingevoerd en zorgt ervoor dat iedereen inzage kan hebben in het handelen van de overheid. In principe geeft de overheid zelf informatie over beleid en uitvoering, maar iedereen – ook niet-Nederlanders – die meer wil weten over bijvoorbeeld de totstandkoming van een bepaald besluit, kan een Wob-verzoek indienen. Dit kan alleen bij een organisatie die onder Wob valt, waarbij het van belang is dat de informatie ergens moet zijn vastgelegd. De recente uitspraak van de Raad van State heeft belangrijke gevolgen voor de toepassing van de wet. Het maakt bijvoorbeeld niet uit op welk apparaat de werkgerelateerde communicatie staat: informatie op zowel privé als zakelijke telefoons moet worden vrijgegeven. De reden hier achter is dat de wet anders ontlopen kan worden door de keuze van het apparaat waarop de berichten staan.

Dividendbelasting-sms’je en de ‘Shell Papers’
Op 24 november 2018 gaf Unilever CEO Paul Polman in een interview toe dat er sms-contact was geweest tussen hem en premier Rutte. Het ministerie van Algemene Zaken weigerde toentertijd om te handelen naar de eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van november 2017, die concludeerde dat sms- en Whatsapp-berichten onder de Wob vallen. Op dat moment onderkende het ministerie de uitspraak wel, maar handelde er niet naar in afwachting van het hoger beroep bij de Raad van State. Nu deze uitspraak er is gekomen en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd, kan dit sms-verkeer alsnog met een Wob-verzoek op worden gevraagd.

Recentelijk (20 maart jl.) heeft columnist Berend Sommer dit geprobeerd, maar het ministerie van Algemene Zaken gaat eerst bestuderen of de uitspraak van de Raad ook daadwerkelijk van toepassing is op dit specifieke sms’je. Interessant in de communicatie tussen Sommer en het ministerie is dat Algemene Zaken in eerste instantie het sms-bericht gelijkstelde aan telefonisch contact en dat dergelijke berichten naar inhoud over het algemeen persoonlijk van aard en privé zijn. Maar de vraag is of dit sms’je heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het beleid (de dividendbelasting werd niet afgeschaft), en of dit bericht daarmee privé te noemen is. Vooralsnog blijft het op dit moment gissen naar de precieze inhoud.

Shell Wob-verzoek
Op 12 april jl. is Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) bij zeventien overheidsinstanties een Wob-procedure gestart om documenten te achterhalen omtrent Shell. De organisatie wil er achter komen wat de invloed van Shell is op het Nederlandse beleid en gaat er waarschijnlijk alles aan doen om de overheidsinstellingen te dwingen informatie te verschaffen. Onder dit Wob-verzoek vallen sms’jes en Whatsapp-berichten, vanaf 2005. Het PAJ houdt tegelijkertijd een dashboard bij waarop iedereen kan meekijken en waar direct alle verstrekte documenten op worden gepubliceerd.

Naar alle waarschijnlijkheid gaat hier ook de discussie ontstaan over wat onder ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ valt en is het laatste woord over dit grootse Wob-verzoek nog niet gesproken.

Vacature: Adviseur public affairs 

Dröge & van Drimmelen is een adviesbureau op het gebied van public affairs en corporate communicatie. Plezier in ons werk, betrokkenheid, enthousiasme en vertrouwen in elkaar vinden wij belangrijk. De kracht van het bureau berust op kwaliteit van medewerkers, die zelf maatschappelijk actief zijn en constant op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in het vak en de wereld om hen heen. Onze adviseurs weten hoe de politiek- en bestuurlijke processen werken. Wij helpen de opdrachtgever bij het kernachtig formuleren van een boodschap, adviseren hoe deze strategisch ingezet kan worden en bijdraagt aan duurzame relaties. Wij hebben vestigingen in Den Haag, Brussel en Shanghai. 

Dröge & van Drimmelen groeit, en is daarom op zoek naar een enthousiaste, intelligente en energieke:

Adviseur public affairs 

Als adviseur public affairs draag je bij aan het strategisch adviseren van onze opdrachtgevers. Dit kan onder andere in de vorm van een strategische sessie met bestuurders binnen een overheidsorganisatie, door het opstellen van een strategisch public affairs plan voor de raad van bestuur van een multinational of in een gesprek met de public affairs adviseur van een brancheorganisatie. De adviseur onderhoudt het contact met de opdrachtgever, rapporteert aan en overlegt met de senior adviseur en begeleidt de junior adviseur/stagiair bij het uitvoeren van een opdracht. De adviseur is in staat om in maatschappelijke en politieke ontwikkelingen kansen te signaleren voor bestaande opdrachtgevers. 

Dröge & van Drimmelen is onder andere werkzaam binnen de sectoren ICT, zorg, energie, circulaire economie, financiën en infrastructuur. Van de adviseur wordt verwacht een waardevolle bijdrage te kunnen leveren aan één of meerdere van deze sectoren. Wij vragen van onze nieuwe collega het volgende: 

  • Je hebt een afgeronde masteropleiding. 
  • Je hebt minimaal 2 jaar relevante ervaring binnen het vakgebied;  
  • Je kent de ‘weg’ in Den Haag en je hebt hier een netwerk opgebouwd; 
  • Je bent maatschappelijk betrokken, wat bijvoorbeeld blijkt uit enige ervaring als bestuurslid van een studie/studentenvereniging of maatschappelijke organisatie zoals een politieke partij, een sportvereniging of een goed doel; 
  • Je bent creatief en flexibel, staat open voor nieuwe ervaringen, maar wij kunnen ook wat van jou leren;  
  • Je hebt hoge mate van stressbestendigheid, kan werken in verschillende opdrachten met overlappende deadlines; 
  • Je hebt een brede interesse, bent scherp & analytisch en een harde werker; 
  • Je bent representatief en servicegericht, zowel naar opdrachtgevers als naar collega’s; 
  • Je beschikt over uitstekende mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid; 
  • Je kunt zowel in een team als zelfstandig functioneren. 

Wij bieden een dynamische werkomgeving in het hartje van Den Haag, professionele collega’s, een goed salaris en ruime mogelijkheden voor persoonlijke ontplooiing. 

Wanneer je belangstelling hebt voor deze functie, stuur dan vóór 10 mei een motivatie per e-mail en een actueel CV naar Gina Versteegen via g.versteegen@dr2.nl. Neem voor meer informatie contact op met Audrey Keukens via telefoonnummer (070) 3920212. 

Weetje van de week: Kledingkeuze als politiek statement

Er bestaan geen officiële kledingvoorschriften voor Kamerleden in de Tweede Kamer, desondanks is het wel regelmatig onderwerp van gesprek. Wat zijn de ongeschreven regels over kleding van Kamerleden en in hoeverre houdt men zich aan de regels? Op welk moment wordt kleding omgezet in een politiek statement?

Historie
Voor de Tweede Wereldoorlog zag ieder Kamerlid er hetzelfde uit: het ambtskostuum dat ze verplicht waren aan te schaffen kostte omgerekend 30.000 euro. Het ambtskostuum bestond uit een donkerblauwe rok met goudkleurige borduursels. Bij officiële gelegenheden werd daarbij ook een steek en degen gedragen. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het ambtskostuum in onbruik en mochten Kamerleden in eigen kleding naar de Kamer. Oud Kamervoorzitter Gerdi Verbeet noemde de kledingstijlen van 21e -eeuwse Kamerleden ‘van camping tot balzaal’. Met de komst van kleding naar eigen voorkeur ontstond ook de communicatie door middel van kleding.

Kleding in de huidige Tweede Kamer
Kamervoorzitter Khadija Arib laat zich regelmatig een “moederlijke verzuchting” ontlokken, schrijft de Volkskrant vorig jaar april. Bijvoorbeeld toen SP Kamerlid Peter Kwint in een T-shirt in de Kamer verscheen of toen CDA-Kamerlid René Peters zijn medewerker een colbertje moest laten halen. Ook FvD voorman Baudet bekritiseerde al eens de stijl van Kwint. De SP’er zou als onderwijswoordvoerder ‘een merkwaardig’ signaal afgeven door zich systematisch als een lid van een jeugdbende te kleden’.

Naast dat kleding in de Kamer informeler lijkt te worden, wijst de NOS erop dat het ook een politiek statement kan zijn. Kleding kan een ondersteuning vormen voor politieke opvattingen. Zo wijkt Mark Rutte niet vaak af van zijn klassieke concept van een donker pak en blauwe das. Het donkerblauw pak sluit goed aan bij zijn wens om ingetogen gekleed te gaan. Hiermee creëer je de uitstraling van een voorspelbaar en betrouwbaar politicus. Groen Links Kamerlid Jesse Klaver stroopt buiten de Kamer geregeld zijn mouwen op. Hij lijkt de boodschap van een jonge, frisse lijsttrekker die weet van aanpakken te willen uitstralen. SGP-Kamerleden dragen op hun beurt regelmatig een oranje das om hun koningsgezindheid uit te dragen.

Kleding als politiek statement
Carla Dik-Faber droeg tijdens Prinsjesdag 2015 een jurk van oude treinstoelbekleding om aandacht te vragen voor gerecycled materiaal en duurzaam openbaar vervoer. Prinsjesdag is een dag die vaker wordt gebruikt voor het letterlijke (uit)dragen van politieke opvattingen. Zo droeg oud-Kamerlid Krista van Velzen ooit een anti-bontmuts en protesteerde Attje Kuiken tegen kunstbezuinigingen door het schilderij ‘Lezend Naakt’ van Isaac Israëls in haar hoed te verwerken. Marianne Thieme droeg vorig jaar een jurk met de tekst ‘Powerplant’ en een rok met alle namen van veganistische en vegetarische vleesproducten. Esther Ouwehand droeg een rode jurk met witte kruisjes, deze 1200 kruisjes stonden voor de 1200 dieren die per minuut geslacht worden in Nederland. ‘Kijk niet weg, maar laat tot je doordringen wat we dieren aandoen.’ Schreef ze op haar twitter over de jurk.

Het is duidelijk dat een politicus een signaal afgeeft met de outfit die hij draagt. Het betrouwbare pak van Rutte, de casual look van Kwint, de opgestroopte mouwen van Klaver en de activistische hoed van Kuiken zijn hier slechts enkele voorbeelden van. Ingetogen of activistisch brengt kleding een boodschap met zich mee, óf weet iemand anders dan de drager er wel een boodschap aan te verbinden.

Weetje van de week: Politieke Cartoons

Naar aanleiding van de overwinning voor Forum voor Democratie bij de Provinciale Statenverkiezingen verschenen er in de Nederlandse kranten een aantal politieke cartoons die veel discussie losmaakten. De in de NRC verschenen cartoon van Ruben Oppenheimer was daar één van. Op deze tekening wordt Thierry Baudet afgebeeld in een bruin uniform terwijl een wereldbol, met Nederland centraal, op zijn vinger balanceert. De cartoon verwijst naar een bekende scene in de film “The Great Dictator” met Charlie Chaplin. Oppenheimer verklaarde zelf over de vergelijking: “Iedereen krijgt een tik om de oren van mij, links of rechts. Maar als een politicus teksten gebruikt als ‘naar het front geroepen’ en openlijk flirt met ideeën die eerder bruin dan groen zijn, dan teken ik zulke illustraties.”

Naast felle reacties op de cartoon ontstond een discussie over de mate van verantwoordelijkheid van de cartoonist en de krant op de beeldvorming van het publiek. Onder de cartoon van Oppenheimer werd zelfs een reactie geplaatst met een oproep tot geweld jegens Baudet. De cartoonist deed aangifte naar de persoon achter de reactie en stelde dat zijn werk niet misbruikt moet worden voor geweldspropaganda. Deze week een kijkje naar de geschiedenis en de rol van cartoons op het publieke debat.

Spotprenten en karikaturen
Hoewel het woord “cartoon” als een relatief modern Engels leenwoord klinkt, werd deze term al sinds 1900 in de Nederlandse kranten gebruikt. Het Nederlandse equivalent, de “spotprent”, komt al sinds de 18e eeuw veelvuldig voor in documenten. Ook het woord “karikatuur” is in de documentatie terug te vinden. Echter stamt de oudste gedocumenteerde Nederlandse spotprent zelfs uit de tijd van de 80-jarige oorlog. Op deze prent is de hertog van Alva afgebeeld die door de duivel twee kronen aangeboden krijgt, wat staat voor de geestelijke en wereldlijke macht. Voor hem knielen 17 vrouwen, staande voor de Provinciën van de Nederlanden en op de achtergrond wordt verwezen naar het repressieve optreden van de hertog.

Uit het onderzoek naar eigen collectie stelt het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis dat de politieke prenten en cartoons tal van onderwerpen hebben die in de media spelen; van het weer tot een uitgebroken oorlog. Het voordeel van de spotprent is de dubbele bodem die de tekenaar mee kan geven. Het geeft de mogelijkheid om regimes of machthebbers te bekritiseren op een minder makkelijk aantoonbare wijze. Tegenover de vrijheid van expressie lijkt de woede en ophef te staan die prenten veelvuldig met zich meebrengen. Het beeld kan harder aankomen dan woorden, waarmee mensen sneller aangevallen lijken te door een provocerende of choquerende cartoon.

Aanleiding voor woede
In 2005 drukte het Deense dagblad Jyllands-Posten cartoons af over de Islamitische profeet Mohammed wat leidde tot grote verontwaardiging en woede in de Islamitische wereld. Ook onder niet-moslims klonk het geluid dat de cartoons te provocerend waren, maar er was ook veel bijval voor de tekenaar met het oog op de vrijheid van meningsuiting. In 2015 waren de Mohammed-cartoons uit het tijdschrift Charlie Hebdo zelfs tot geweld, in de vorm van de terroristische aanslag op het kantoor van het blad in Parijs. Met de slagzin “Je suis Charlie” werd er over de hele wereld steun betuigd op sociale media en werd het belang van vrijheid van meningsuiting benadrukt.

Aanzet tot debat
Politieke cartoons schudden het politieke debat regelmatig op. Ongeacht de al dan niet positieve reactie van de lezer brengen spraakmakende of provocerende cartoons een onderwerp in het maatschappelijk debat. Onderzoek wijst echter uit, dat politieke cartoons lang niet altijd begrepen worden naar de intentie van de tekenaar. Door het rechtzetten van zo’n verkeerde associatie, het verduidelijken van de bedoeling en afstand doen van de gevolgen was de manier hoe Ruben Oppenheimer hiermee omging. Opinies over de cartoon en het onderwerp blijven bestaan in het debat. De interpretatie en reacties die men hieraan onttrekt, kijkend naar het voorbeeld van Oppenheimer, blijven wellicht de keuze van de lezer.

Weetje van de week: Waterschappen

Naast alle ophef over de Provinciale Statenverkiezingen, vonden op woensdag 20 maart ook de Waterschapsverkiezingen plaats. In Nederland zijn in totaal 21 waterschappen, allemaal met een algemeen bestuur. De bewoners van een beheersgebied van het waterschap konden stemmen voor de leden van dit algemeen bestuur. De opkomst van de Waterschapsverkiezingen is doorgaans laag; in 2015 stemde 43,5%. Over het algemeen wordt de lage opkomst toegeschreven aan het feit dat burgers niet precies weten wat het waterschap allemaal doet. Dus vandaar de vraag: waarom bestaan de waterschappen eigenlijk?

Oudste bestuurslaag
De waterschappen zijn de oudste bestuurslaag van Nederland: in 1255 werd het eerste officiële waterschap ingesteld. In zekere zin vormen de waterschappen de basis van het poldermodel: van oudsher hebben waterschappen de taak namens de bewoners van een bepaald gebied de waterhuishouding te regelen. Sinds de grondwet van 1848 is de taak van waterbeheer bij de waterschappen neergelegd. Dit is onder andere om te voorkomen dat gemeenten wateroverlast oplossen met maatregelen die de overlast naar buurgemeenten verplaatsten. Tegelijkertijd zijn de waterschappen een relatief effectief bestuursorgaan: in de periode 1960 tot 2009 zijn in de huidige EU-lidstaten ongeveer 5.000 mensen omgekomen bij overstromingen. In Nederland zijn er in dezelfde periode geen overledenen door overstromingen, ondanks dat ons land voor een kwart onder zeeniveau ligt.

Beslissingen
De taken van de waterschappen bestaan onder andere uit de waterkeringszorg, het waterkwantiteitsbeheer en het waterkwaliteitsbeheer. Daarnaast kunnen om redenen van doelmatigheid ook andere taken aan het waterschap worden toevertrouwd, zoals wegenbeheer en vaarwegenbeheer. Dit betekent concreet dat ze beslissen over recreatie op en om het water, over afvalwater, over de zuivering van water en over bescherming tegen het water. Deze taken zijn natuurlijk niet per se politieke hangijzers om kort en snel op te scoren. Maar doordat de waterschappen zelfstandig belasting heffen staat de financiering nagenoeg los van het politieke klimaat in Den Haag. Ze worden niet periodiek door bezuinigingen getroffen die tot pijnlijke keuzes dwingen. Daarom hebben ze de potentie om doelmatig te werken, met een langetermijnvisie.

Verkiezingen
Dat het waterschapsbestuur populair is bij sommigen blijkt uit een situatie uit 2004, waarbij de Amsterdammer Hans Bremer zich in veertien waterschappen kandidaat stelde. Uiteindelijk kwam dit aan het licht en is hij veroordeeld voor het vervalsen van vereiste handtekeningen. Bremer heeft het dit jaar weer geprobeerd: hij deed mee aan de verkiezingen met de partij Forum Duurzaam Effectief Waterschap.

De uitslagen van de afgelopen Waterschapsverkiezingen druppelen langzaamaan binnen en het lijkt erop dat Water Natuurlijk ook deze verkiezingen, net als vier jaar geleden, weer als grootste uit de bus komt. De officiële uitslag zal komende maandag bekend worden gemaakt. De opkomst bij deze verkiezingen was in ieder geval hoger dan vier jaar geleden: 50,5%. Hans Bremer lijkt volgens de voorlopige uitslag geen zetel te krijgen.

 

Roeland Coomans partner bij Dröge & van Drimmelen

Roeland Coomans (1986) is vandaag als partner/aandeelhouder toegetreden tot adviesbureau Dröge & van Drimmelen. Coomans heeft zich de afgelopen jaren veelvuldig beziggehouden met vraagstukken omtrent digitalisering van economie, maatschappij en overheid. Met Roeland Coomans versterkt Dröge & van Drimmelen haar positie in de technologische sector.

Coomans beschikt over veel ervaring op het snijvlak van informatie- en communicatietechnologie en beleidsadvisering. Als senior adviseur werkte hij onder andere voor klanten als SYSQA, SURF en Solvinity. Momenteel is Roeland Coomans gedetacheerd bij Google als politiek analist en senior adviseur Public Affairs.

Voordat Coomans in 2015 begon bij Dröge & van Drimmelen volgde hij een master informatiemanagement bij PBLQ. Vanuit hier werd hij onder andere gedetacheerd bij Logius, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zijn kennis van ICT gecombineerd met zijn passie voor politiek brachten hem uiteindelijk bij Dröge & van Drimmelen.

Weetje van de week: Nationale Week Zonder Vlees

Deze week vindt voor de tweede keer de Nationale Week Zonder Vlees plaats. Van 11 tot 17 maart kan iedereen die dat wil meedoen met een week geen vlees eten. Daarmee wordt stil gestaan bij het effect dat vlees eten heeft op mens, dier en milieu. Het initiatief is opgezet door Isabel Boerdam, maar ondertussen een breed gedragen fenomeen door verschillende bedrijven binnen de voedselindustrie. Als je als volwassene een week geen vlees eet bespaar je  gemiddeld 770 gram dierenvlees en daarmee 130 liter water. ‘In 2030 eet Nederland méér plantaardig, een dagje zonder vlees wordt dan de nieuwe standaard’ aldus Boerdam. In Nederland eet ongeveer 4 procent vegetarisch, een getal dat nauwelijks groeit. Daarom is het juist belangrijk om te focussen op flexitariërs zegt Boerdam in NRC.

Aanpassing van het dieet
Uit het EAT-Lancet-rapport dat vorige maand werd gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet, bleek dat ons dieet drastisch moet veranderen. Minder suiker, minder vet en zuivel, maar vooral minder vlees. ‘Alleen dan zullen we erin slagen de aarde leefbaar te houden en in 2050 tien miljard wereldbewoners van voldoende gezond en duurzaam voedsel te voorzien.’ schrijft de Volkskrant. Tegelijkertijd klinken ook andere geluiden. In de Telegraaf komt Frédéric Leroy, voedingsprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel aan het woord. Hij vindt dat er opgepast moet worden met vlees stigmatiseren als ‘slecht’. Hij waarschuwt dat wanneer men vlees afwijst zonder kennis van essentiële voedingsstoffen, er risico wordt gelopen door onder andere een tekort aan essentiële nutriënten.

Is een gesprek nog mogelijk?
De discussie tussen de voor- en tegenstanders van het eten van vlees kan soms hoog oplopen. De Volkskrant vraagt zich af of een goed gesprek nog wel mogelijk is omdat het praten over vlees algauw spanningen oplevert. „Het is niet leuk als iemand je het gevoel geeft dat je iets verkeerds doet.” De normalisering van het vegetarisch eten leidt misschien ook wel tot een fellere tegenreactie. Voorbeeld hiervan is de Twitter-campagne #boerenhoudenvandieren. De aanleiding voor deze campagne was het grote aantal inbraken en bedreigingen gericht op boeren. Door middel van de hashtag werd geprobeerd de vee-industrie in een beter daglicht te zetten.

Meatless monday
Binnen de Tweede Kamer is er ook aandacht voor de Nationale Week Zonder Vlees, onder andere door de Partij voor de Dieren (PvdD). Op 20 februari stelde Esther Ouwehand (PvdD) vragen aan Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over de Nationale Week zonder Vlees. Haar werd gevraagd of het ministerie van LNV ook dit jaar bereid was een twitterbericht te versturen met de oproep om mee te doen aan de Nationale Week Zonder Vlees. Dit weigerde zij, evenals het verzoek om bij alle overheidscatering standaard geen vlees meer aan te bieden. Minister Schouten gaf aan dat het kabinet van mening is dat dit te veel inbreuk is op de vrijheid van mensen om zelf te kunnen kiezen wat ze willen eten.

Desondanks deelt het kabinet de analyse van de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI), dat consumptie van dierlijke producten bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen en emissies. Maar de Week zonder Vlees is een particulier initiatief waar de overheid geen rol in heeft. Bij catering binnen het Rijk zijn wel steeds meer plantaardige producten verkrijgbaar en een aantal ministeries introduceerde ‘meatless monday’ of ‘duurzame donderdag’. Een aantal cateraars binnen de ministeries ondersteunen de Nationale Week Zonder Vlees door alleen maar vegetarische gerechten aan te bieden of de nadruk te leggen op het vegetarische aanbod.

De aandacht voor de Nationale Week Zonder Vlees lijkt zijn vruchten wel af te werpen. Uit een enquête onder de 32.000 deelnemers van afgelopen jaar bleek dat bijna de helft na een half jaar nog steeds minder vlees at.

Weetje van de week: Campagneretoriek

Op 20 maart vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Waterschappen plaats. Het RTL debat op 7 maart is de officieuze campagneaftrap waarbij vooral de landelijke fractievoorzitters zich graag presenteren. Niet alleen om hun provinciale kandidaten te steunen, maar vooral met het belang van de Eerste Kamerzetels in het achterhoofd. Nu de verkiezingsdag dichterbij komt veranderen de voorstellen, de aanvallen en taal van politici om zich extra te profileren.

Slogans, mediatermen en “zeggen waar het op staat”
Een van de vormen van campagneretoriek die al decennia goed werkt zijn de taalvondsten op posters of folders van de politieke partijen. Zo zijn veel mensen nog bekend met de slogan “PSP, ontwapenend” onder de iconische foto van een naakte vrouw in een weiland. Iets recenter, de slagzin van Rita Verdonk voor de lijsttrekkersverkiezing van de VVD: “Ik ben niet links, ik ben niet rechts, ik ben rechtdoorzee”.

Mediatermen en slagzinnen die door partijen blijvend worden herhaald doen het in de campagne van 2019 ook goed. Zo voert het CDA al een aantal weken de zin “Een hele goede morgen!” aan op alle sociale kanalen. Ondanks, of dankzij, de ironie waarmee andere politici deze zin blijven gebruiken lijkt de zin steeds meer te blijven hangen. Ook de metafoor van Rutte die Nederland omschrijft al een ”kwetsbaar vaasje” wordt steeds sterker toegeëigend door de VVD. De aftrap van de campagne vond dan ook plaats in een vaasjesfabriek, waar Rutte persoonlijk vaasjes signeerde.

Naast mediatermen en slogans domineren “stoere” uitspraken regelmatig het nieuws. Zo sprak Rutte over “Witte wijn sippende elite in Amsterdam” en het “in elkaar slaan” van mensen die tijdens oud en nieuw hulpverleners mishandelden. Wederom was er veel commotie en verwijt van populisme.

Buiten het regeerakkoord om
Minister Cora van Nieuwenhuizen kreeg zowel uit eigen coalitie als vanuit de oppositie de wind van voren na haar recente uitspraken dat Schiphol mag doorgroeien na 2020. In haar statement bleven de randvoorwaarden van veiligheid en milieu achterwege, wat haar stelligheid benadrukte en bij velen in het verkeerde keelgat schoot. Haar verdediging was een verwijzing naar het regeerakkoord, waarin staat dat Schiphol mag groeien, mits aan voorwaarden wordt voldaan. De coalitiepartners benadrukten direct de mitsen en maren aan de uitspraak. De oppositie duidde het als een VVD politica op campagne, niet als de uitspraken van een minister.

Eerder dit jaar stuitte de coalitie ook al op onenigheid op gebied van het klimaatakkoord en het kinderpardon. D66 en ChristenUnie wisten op een slimme manier het CDA mee te krijgen om in te stemmen met een breder kinderpardon. Een probleem voor de VVD, die van een verruiming geen voorstander is. “We houden ons vast aan het regeerakkoord”, reageerde Klaas Dijkhoff (VVD). Met de wil om het kabinet niet te laten vallen is de VVD uiteindelijk onder voorwaarden overstag gegaan.

Dezelfde Klaas Dijkhoff baarde in diezelfde periode opzien door aan een krant te laten weten niet per definitie alle punten uit klimaatakkoord uit te voeren. Rob Jetten (D66) veroordeelde hij tot de inmiddels bekende term “Klimaatdrammer”. Wederom geen blije coalitiegenoten en een Kamerdebat om de uitspraken, maar weer wist een partij zich door harde taal te onderscheiden.

De kibbelcoalitie
De “stoere uitspraken” die politici uit het kabinet voorafgaand aan de verkiezingstijd doen kunnen daadwerkelijke verandering in werk stellen. Het zijn voor de partijen goede trucjes om media aandacht te krijgen, coalitiegenoten onder druk te zetten of hun standpunt de verduidelijken. Echter leiden er ook genoeg tot een lang durende semantische discussies. Zo stelde Bas Knoop in het Financieel Dagblad (2 februari) dat het verzetten van het klimaatdebat, zodat Dijkhoff aanwezig zou zijn, een schouwspel was. De oppositie was uit op het benadrukken van de verdeeldheid in de coalitie, maar een discussie om de inhoud zat er niet in. Lodewijk Asscher wist uit deze discussie nog een campagneterm te halen door te spreken van een “kibbelcoalitie”. Een schoolvoorbeeld campagneretoriek.

Weetje van de week: Internationale Vrouwendag

Aankomende week, op donderdag 8 maart, is het de Internationale Vrouwendag. Op 9 maart wordt in Amsterdam de Women’s March georganiseerd, die voor het laatst in 2017 plaatsvond. Wereldwijd worden er soortgelijke evenementen georganiseerd, bijvoorbeeld afgelopen januari in Washington D.C. waar duizenden mensen meeliepen. Bij deze demonstraties staan over het algemeen gelijkheid en gelijkwaardige rechten voor vrouwen centraal. De organisatoren van de Women’s March in Amsterdam geven aan dat het dit jaar niet alleen om vrouwen gaat, maar om alle problemen rondom onderdrukking en ongelijkheid. Dit betekent dat er niet alleen gedemonstreerd gaat worden tegen vrouwenongelijkheid, maar tegen alle vormen van discriminatie, racisme en exclusiviteit. Op het Facebook-evenement van deze Women’s March wordt in de discussiesectie door verschillende mensen gevraagd om ook specifiek actie te voeren voor andere onderdrukte individuen en specifieke groeperingen.

Exclusiviteit
Een verbreding van een demonstratie is op het eerste gezicht een mooi initiatief, want zoals de organisatoren schrijven “all oppression is connected.” Toch laat het wel een aantal vragen achter: waarom wordt er bij een mars specifiek voor vrouwen ook aandacht aan andere groepen gegeven? Is het niet effectiever om te focussen op één onderwerp? Zou dit komen doordat een mars voor ‘alleen’ vrouwen te exclusief is? En als dat zo is, waarom is de exclusiviteit van een demonstratie niet vaker een probleem? Bij de klimaatmars van jongeren in februari werd er gedemonstreerd tegen verschillende problemen die met het klimaat te maken hadden. Een van de redenen voor deze mars was dat door de klimaatopwarming de toekomst van de jeugd in gevaar is en dat hier aandacht voor moest komen. Tegelijkertijd werd, bijvoorbeeld, het lerarentekort er niet bij betrokken, ondanks dat dit ook de toekomst van jongeren beïnvloedt. Bij de vrouwenmars lijkt dit echter wel het geval te zijn: andere problematiek, in dit geval in de vorm van andere onderdrukte groepen, moeten ook een plek krijgen bij deze demonstratie.

Vrouwen in de geschiedenis
Historica Els Kloek schreef twee boeken over vrouwen in de geschiedenis. Ze focust zich in haar eerste boek 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis op het integreren van vrouwen in de geschiedschrijving, waarbij ze van mening is dat vrouwen daarvoor eerst apart geplaatst moeten worden. Ondanks een toename van vrouwen in de geschiedschrijving schrijft Kloek: “In de praktijk ging veel aandacht uit naar vrouwenorganisaties en naar vrouwen als groep. Dat kan interessante inzichten opleveren, maar op den duur vond ik die benadering niet bevredigend.” Ondanks dat haar boek een uitgebreide beschrijving van vrouwen in de geschiedenis is, is er ook kritiek op haar selectiviteit en exclusiviteit: het is niet divers genoeg, er is geen rekening gehouden met genderneutraliteit en er zijn niet genoeg ‘gewone’ vrouwen opgenomen. Kloek reageert op deze kritiek in een recent interview met het NRC met een anekdote over een congres dat ze in 1986 met andere vrouwenhistorici organiseerde. Een zwarte actiegroep verstoorde het congres en vonden dat ze ook wat over zwarte vrouwen moest vertellen. Ze verbaasde zich over de reacties van collega’s die zich schuldig voelden en later publieke schuldbekentenissen gaven: “Je kunt het toch wel over vrouwenrechten hebben zonder dat het meteen over racisme en slavernij gaat?” Ook op haar nieuwe boek 1001 vrouwen in de 20ste eeuw is commentaar over het gebrek aan diversiteit: “Er waren mensen die zeiden: er zitten geen Turkse en Marokkaanse vrouwen in. Dat vind ik ook heel jammer, maar het is gewoon niet gelukt.” Een zelfde soort fenomeen is zichtbaar bij de organisatie van de vrouwenmars: uit de reacties op het evenement blijkt dat er veel mensen zijn die de mars niet inclusief genoeg vinden.

Wellicht is dit een te pessimistische blik op inclusiviteits- en exclusiviteitsvraagstukken en is er inderdaad voldoende ruimte om te demonstreren voor een breed pallet aan problematiek. Dit kan een nieuwe variant zijn van issue linkage: door groepen samen te brengen die dezelfde problematiek ervaren vorm je een sterker front. Tevens is de slogan van de internationale Women’s March “We are stronger together.” Het samen brengen van verschillende groepen kan dus ook juist een middel zijn om een krachtige indruk te maken op de samenleving.