Category Archives: Blog

Stap in de sneltrein van de energietransitie!

Door: Gerben-Jan Gerbrandy.

Van 6-18 november vindt de COP27, de Klimaattop van de Verenigde Naties, plaats in Egypte. Tijdens deze top wordt gesproken over de voortgang en financiering van de afspraken die in 2015 in het Klimaatakkoord van Parijs gemaakt zijn. De Europese Unie speelt daarin een leidende en doorslaggevende rol. Deze rol en voorbeeldfunctie is cruciaal voor de wereldwijde aanpak van klimaatverandering. Onze senior adviseur Gerben-Jan Gerbrandy, die jarenlang in het centrum van de Europese besluitvorming heeft geopereerd, geeft een beschouwing op de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied in de Europese Unie. De conclusie is helder: radicale en snelle verduurzaming is onontkoombaar en ook vanuit economisch perspectief noodzakelijk. Zorg voor eigen duurzame opwek, bespaar zoveel mogelijk energie, en elektrificeer om uw eigen concurrentiepositie te bestendigen.

Aanloop versnelling energietransitie

Gerben-Jan Gerbrandy

In december 2019 stapte het Europese klimaat- en energiebeleid van een stoptrein over in een hogesnelheidstrein. De doelstelling voor CO2-reductie ging met een reuzestap van -40% in 2030 naar -55%. Voorheen steggelde de Commissie jarenlang over een half procentje meer of minder, nu ging het doel met 15%-punt omhoog. Naast nog vele andere duurzaamheidsvoorstellen, zet de Commissie ook in op een forse ophoging van de doelen voor hernieuwbare energie en energiebesparing. Dit was niets minder dan een revolutie. Niemand kon toen bevroeden dat de energietransitie twee jaar later in een nog grotere stroomversnelling kwam. Poetin viel Oekraïne binnen met alle gevolgen van dien én draaide de gaskraan dicht. De Brusselse HSL werd nu een hyperloop. Via RepowerEU, prijsplafonds en veel andere besluiten moest Europa in no time minder energie gebruiken en alternatieven voor Russisch gas vinden. Klimaatverandering bracht al steeds meer urgentie om tempo te maken, de opstelling van Poetin maakte energiebeleid topprioriteit.

Ontwikkeling klimaat- en energiebeleid

Deze omslag zorgt allereerst voor een enorme focus op energiebesparing. Energiebesparing was lang het ondergeschoven kindje in het energiebeleid, ondanks het feit dat experts al jaren roepen: “energy efficiency first!” Energie die je niet gebruikt is namelijk het schoonst en het goedkoopst. Nederland heeft haar energiebesparing stevig aangescherpt. Het gasverbruik ligt nu al 25% lager, maar minister Jetten (K&E) wil verder. Hij wil in de eerste plaats af van het gebruik van LNG, dat nu tegen hoge kosten in grote hoeveelheden wordt geïmporteerd. Het Rijk gaat bedrijven verplichten om energie te besparen, en stimuleert bedrijven en particulieren om besparingsmaatregelen te nemen. In de tweede plaats moet Nederland veel sneller de omslag maken naar duurzame energie. Dit betekent meer wind en zon. Nederland onderzoekt eveneens of we nieuwe kerncentrales moeten gaan bouwen.

Gevolgen van dit beleid

Mogelijke gevolgen van dit beleid zijn verplichtingen voor de aanleg van zonnepanelen bij nieuwbouw of zelfs bij een verbouwing, grotere windparken op de Noordzee, en een versnelde transitie om van fossiele brandstoffen af te stappen. Voor particulieren kan dit betekenen dat huizen met warmtepompen verwarmd gaan worden, dat we van gasfornuizen overstappen naar inductiekookplaten, en dat elektrische auto’s de benzineauto’s verdringen. Voor bedrijven betekent het ook elektrificeren. Van het gas af, van diesel naar elektriciteit, eigen opwek van duurzame energie etc. Voor bedrijven die hoge temperaturen nodig hebben, zal waterstof een oplossing kunnen bieden.

Mogelijkheden tot dialoog

De versnelling van de Green Deal is in overdrive gegaan, en dat gaat niet meer veranderen. Europa wil niet meer afhankelijk zijn van Russisch gas, of van gas uit de Golfregio of de Kaukasus. Afhankelijkheid is een te groot risico geworden. Dit betekent voor bedrijven maar één ding: versnel mee! Stap in de hyperloop. Zorg voor eigen duurzame opwek, bespaar zoveel mogelijk energie, en elektrificeer om uw eigen concurrentiepositie te bestendigen. Want gas is nooit meer zo ruim voorradig als voorheen en tegen de lage prijzen die we gewend waren. De wereld is echt onomkeerbaar veranderd.

Vragen? Heeft u behoefte aan ondersteuning bij het duiden van de ontwikkelingen rondom de energietransitie, zodat u daar een strategie op kan bepalen? Laat het ons weten! Wij zijn bereikbaar op info@dr2.nl.

Verkiezingsupdate #2 over de waterschappen

Waterschappen: hun werk wordt vaak als apolitiek beschouwd, maar is dat wel zo? Op 15 maart 2023 vinden niet alleen de Provinciale Statenverkiezingen plaats, maar ook de Waterschapsverkiezingen. Wat valt er dan eigenlijk te kiezen en waar wil Nederland zich voor inzetten?

In de tweede editie van onze #verkiezingsupdate bespreken wij de antwoorden op deze vragen en geven wij inzicht in de rol en relevantie van de Waterschappen in de ruimtelijke opgave. Daarnaast gaan we in gesprek met David van den Hout, waterschapsbestuurder namens de VVD in De Dommel (Noord-Brabant).

Klik hier voor de nieuwsbrief

Zwaartepunt Prinsjesdag wordt verlegd

Door: Annelien Zaal en Carsten Zwaaneveld.

De derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. Op deze dag leest de koning de troonrede voor en daarna biedt de minister van Financiën de Miljoenennota en Rijksbegroting 2023 aan de Tweede Kamer aan. De Miljoenennota bevat de belangrijkste plannen van het kabinet voor het komende jaar en geeft aan wat die plannen kosten. Dat is heel relevant voor de vele bedrijven, organisaties en mensen die hopen op subsidie, een project of begrotingssteun. Normaliter blijven de kabinetsplannen tot het laatste moment geheim – mits ze niet uitlekken. Dit jaar gaf minister Kaag al in mei op hoofdlijnen informatie over de voorgenomen besluitvorming voor 2023. Dat is een trendbreuk met voorgaande jaren. Afgelopen week debatteerde de Tweede Kamer over het voorstel om ook in de toekomst eerder inzicht -en daarmee invloed- te krijgen in de kabinetsplannen. Er is geen formeel besluit genomen, maar de behoefte om beter betrokken te zijn bij begrotingen lijkt aanwezig te zijn bij Kamerleden.

Meer ruimte voor beïnvloeding

Met de voorgestelde werkwijze kunnen Kamerleden voortaan al bij de behandeling van de Voorjaarsnota in mei sturing geven aan de uitwerking van de Miljoenennota en Rijksbegroting (die op de derde dinsdag van september worden gepresenteerd) door vragen te stellen en moties in te dienen. Dat biedt meer tijd en ruimte voor het toetsen en beoordelen van de voorgenomen beleidsmaatregelen. Daardoor wordt de rol van de beide Kamers groter en krimpt de rol van het Ministerie van Financiën. Dit betekent dat gesprekken over goede (of minder goede) ideeën mogelijk op andere actoren moeten worden gericht. Het begrotingsproces democratiseert en politiseert.*

Timing essentieel

Heel concreet: er ontstaan meer kansen om uw doelen te verwezenlijken. Bijsturing hoeft niet meer alleen achter de schermen, per begrotingsamendement of met een algemene beleidsmotie te gebeuren – maar kan ook een rol krijgen in de behandeling van de Voorjaarsnota. Door de denkrichting publiek te maken kan je als organisatie er ook eerder op aansluiten en met goede ideeën voor de uitvoering komen. Maar wat voor u geldt, geldt ook voor anderen. Extra reden dus waakzaam te zijn, en politieke en maatschappelijke processen nauw te monitoren.

Goed voorbeeld doet volgen

Heel gek is de voorgestelde werkwijze niet: gemeentes en provincies werken al met kadernota’s in het voorjaar waarin richting wordt gegeven voor de begroting. En de Europese Unie wil ook al graag in het voorjaar de hoofdlijnen van de begroting van het jaar erop kennen.

* Dit gaat dus specifiek over het begrotingsproces van het Rijk. Op de uitwerking van beleid kan het hele jaar door invloed uitgeoefend worden.

Meer weten? Behoefte aan ondersteuning bij het duiden van de begrotingen en daar een strategie op te bepalen? Laat het ons weten! Wij zijn bereikbaar op info@dr2.nl.

Lokaal stemmen en toch landelijk gehoord worden

Afgelopen week kon er in ruim 300 gemeenten gestemd worden voor de gemeenteraadsverkiezingen. Naast de historisch lage opkomst is de verdere versnippering van het politieke landschap, mede door het succes van lokale partijen, een van de meest in het oog springende conclusies van deze gemeenteraadsverkiezingen. Welke impact heeft dit op het functioneren van de lokale democratie en hoe kan het lokale geluid haar weg vinden richting provincie, Rijk en de EU?

Zoals werd voorspeld wonnen met name de lokale partijen terrein en bemachtigden ze samen meer dan een derde van alle stemmen. Andere politieke aardverschuivingen bleven uit. Landelijke partijen als VVD, CDA en SP verloren licht, terwijl de SGP, GroenLinks, D66 en de PvdA (licht) stegen. Daarnaast wisten landelijke partijen die voor het eerst lokaal meededen zoals Volt, Bij1 en FvD in veel gemeenten zetels te bemachtigen. De overwinning van lokale partijen bij gemeenteraadsverkiezingen is een trend die al decennia zichtbaar is. Waar eind jaren ‘80 het aandeel van lokale partijen bij gemeenteraadsverkiezingen nog tussen de 10% en 15% lag, ging dit jaar 36,4% van alle stemmen naar lokale partijen. Zij worden ook wel de grootste politieke familie genoemd. Veel colleges van burgemeesters en wethouders (B&W) bestaan al uit een mix van lokale en landelijke partijen en dat aantal zal alleen maar groeien. Vaak gehoord is dat lokale partijen dicht bij de burger staan en als geen ander weten wat leeft in de gemeenschap. Toch gaat gemeentepolitiek al lang niet meer alleen over sluitingstijden van winkels of de vergunning voor een voetbalveld. Taken worden uitgebreid en belangen worden groter.

Omvangrijke belangen maar beperkte middelen

Gemeenten hebben de afgelopen jaren veel extra verantwoordelijkheden gekregen, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, participatie, werk en jeugdhulp. Hierdoor groeit niet alleen het belang van gemeenten op diverse terreinen, ook neemt het aantal complexe dossiers dat raadsleden onder de knie moeten krijgen in rap tempo toe. Volgens het Perikleinstituut, dat gemeenteraden begeleidt in het verbeteren van het debat en democratisch proces, is het werk van raadsleden de afgelopen jaren verdrievoudigd. Terwijl ondersteuning en geld niet evenredig groeide. Tel daar nog bovenop, een versnipperd politiek landschap, waarbij sommige fracties met slechts één of twee zetels in de raad zitten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in het laatste decennium een sterke toename waarneembaar is van gemeenten die belangenbehartigers in dienst hebben of ondersteuning vragen van een public affairs kantoor. Welke rol neemt public affairs in en hoe dragen lobbyisten bij aan het democratisch proces in een versnipperd politiek landschap?

Kennis is key

Goede besluitvorming valt of staat met de juiste informatie. Maar door de beperkte tijd en middelen die zowel het college als de raadsleden hebben, is het soms lastig deze tijdig te vergaren. Om hen te ondersteunen kunnen public affairs professionals inzichtelijk maken welke besluitvorming vanuit de EU, het Rijk of de provincie het functioneren en de besluitvorming van een gemeente raakt. Ze vormen hierbij de ‘oren en de ogen’ van de gemeente. Vervolgens bieden ze ondersteuning door maatschappelijke consequenties in kaart te brengen en een strategie uit te stippelen waarin de belangen van de gemeente zo goed mogelijk worden behartigd. Tevens geldt dat ze zowel het college als raadsleden kunnen voorzien van alle essentiële informatie die nodig is om tot weloverwogen besluitvorming over te gaan.

Verbreding netwerk

De verscheidenheid aan belangen is groot, zowel wat betreft de thematiek als het niveau waarop besluitvorming plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld aan een thema als mobiliteit. Dit heeft een lokaal, maar ook een regionaal en landelijk component. Lokale partijen mogen dan diep met hun wortels in de lokale gemeenschap zitten, regelmatig ontbreekt het aan de juiste contacten op regionaal en landelijk niveau. Bijvoorbeeld omdat simpelweg de natuurlijke partijlijn ontbreekt, die lokale afdelingen van landelijke partijen wel hebben. Een public affairs professional kan dan uitkomst bieden door het stakeholderveld in kaart te brengen en contact te leggen met de belangrijkste stakeholders op het betreffende dossier. Het gaat dan om (landelijke) politici, maar bijvoorbeeld ook om collega-bestuurders uit de regio of maatschappelijke organisaties.

Heft in eigen hand nemen

Vinden we bij lokale afdelingen van landelijke partijen nog regelmatig beroepspolitici, bij veel lokale partijen worden kersverse collegeleden uit ‘het veld’ geplukt. Een korte stoomcursus public affairs kan dan een welkome aanvulling zijn op het inwerkprogramma van het college van B&W. Door je te verdiepen in de spelregels van public affairs zorg je ervoor dat ook een lokaal belang regionaal en landelijk gehoord wordt. Want if you’re not at the table, you’re on the menu.

De speld in de hooiberg: op zoek naar die ene relevante tweet

Een aantal jaar nadat Twitter in 2006 werd opgericht steeg de populariteit wereldwijd explosief. In de eerste jaren van het vorige decennium was het een ontdekkingsreis. Want hoe giet je een boodschap eigenlijk in slechts 140 tekens zonder daarmee aan de inhoud van wat je wil overbrengen, af te doen? De miljoenen gebruikers vormden echter een interessant en gevarieerd publiek, waardoor al snel bleek dat Twitter een belangrijke component in de communicatiestrategie van iedere organisatie werd. Gedurende het afgelopen decennium is het publiek veranderd. Waar mensen het medium in eerste instantie voor sociaal gebruik benutten, is dit steeds meer teruggebracht naar marketing en inhoudelijke berichtgeving

Twitter en politiek

Twitter is nu niet meer weg te denken uit het politieke debat. Voor de politicus is Twitter nog steeds dé plaats voor scherpe inhoudelijke reflectie en terugkoppeling. Het medium kent iets minder gebruikers dan voorheen, maar is bij uitstek de plaats waarop scherpe, inhoudelijke en voor public affairs relevante inzichten worden gedeeld. Het filteren van al die tweets op basis van relevantie voor uw organisatie, is een lastige opgave. Aangezien optimale belangenbehartiging om momentum draait, is tijdig op de hoogte zijn van de relevante twitteractualiteit, van wezenlijk belang. Onze monitoringsservice Haagse Kennis leidt u middels haar algoritmes vakkundig door het woud van eindeloze tweets heen, op zoek naar de speld in de hooiberg: die ene voor u relevante tweet, die voor uw werk als public affairs-professional, goud in handen kan zijn.

In tegenstelling tot een debat in de Kamer, waarin politici met regelmaat middels wollige, abstracte omschrijvingen – bewust of onbewust – op de vlakte blijven, daagt het medium Twitter politici namelijk uit om beknopt en gevat hun boodschap over te brengen. Die scherpe en nuance-vermijdende manier van positioneren geeft veel informatie over de stellingname van politici: wat zij belangrijk vinden en hoe zij zich verhouden tot hun politieke tegenspelers. De meerderheid van de Kamerleden gebruikt Twitter bovendien niet met de zeer grote regelmaat die tot willekeurigheid leidt, maar wel regelmatig genoeg om een redelijk compleet overzicht te geven van wat hen bezighoudt. Het legt de nadruk op prioriteiten, vormt een stukje extra duiding, pakt de essentie beet van wat politici over hun werkzaamheden mee willen geven en vormt als ware een – bescheiden – persoonlijk profiel. Zo komt het bijvoorbeeld redelijk vaak voor dat Kamerleden, wanneer zij schriftelijke vragen hebben gesteld, deze op Twitter delen, en daar kernachtig een standpunt aan toevoegen, en geeft het daarnaast vaak waardevolle context aan de gekozen toon in een debat.

Belangrijk gereedschap

Al deze ‘vluchtige’ informatie is voor public affairs-professionals van grote relevantie. Wanneer blijkt dat een Kamerlid veel interesse toont voor een bepaald onderwerp, daar ongenuanceerd en uitgesprokener over is, is dat voor public affairs relevant omdat u daarmee gericht uw stakeholders kunt uitkiezen en op maat kunt benaderen. De algoritmes van Haagse Kennis filteren alle tweets van relevante politici en bestuurders op de door u aan te leveren trefwoorden. Vervolgens bepalen onze adviseurs, op basis van deze door het algoritme gemaakte selectie, of de tweet ook daadwerkelijk relevant is voor uw organisatie, en of er mogelijk tweets aan uw selectie moeten worden toegevoegd. Vervolgens ontvangt u aan het eind van de werkdag, gezamenlijk met alle andere voor u relevante politieke stukken, een gespecificeerd overzicht van alle voor u relevante tweets, waarop u vervolgens uw strategie kunt afstemmen. Daarmee vormt Twitter een belangrijk stuk gereedschap in uw public affairs-toolbox.

U kunt voor meer informatie contact opnemen met Jonathan Mol via j.mol@dr2.nl

Dagelijks de Haagse Actualiteit in uw mailbox

Het politieke proces is vaak grillig en vluchtig. Optimale belangenbehartiging draait om momentum; het momentum om op het juiste moment in te spelen op de actualiteit en de juiste stakeholders hierbij te betrekken. Honderden documenten worden er op dagelijkse basis in Den Haag gepubliceerd, zowel door de Kamer, in de vorm van bijvoorbeeld schriftelijke vragen en moties, als door de regering, zoals brieven, wetsvoorstellen en rapporten. Daarnaast zijn er nog tientallen andere belangrijke instituten zoals de Raad van State en planbureaus. Zonder structuur en overzicht is het bijna een onmogelijke opgave om al deze stukken op basis van relevantie voor uw organisatie te filteren, en met name om vroeg genoeg op de hoogte te worden gesteld om er vervolgens proactief op in te kunnen spelen. Daar heeft Dröge & van Drimmelen al jaren een oplossing voor, onze monitoringsservice Haagse Kennis(https://haagsekennis.nl)

Dagelijks up-to-date

Naast dat Dröge & van Drimmelen zelf alle relevante documenten voor klanten duidt en vervolgens van gericht advies voorziet, bieden wij klanten ook zelf de mogelijkheid om een integraal, volledig en gespecifieerd overzicht van alle relevante stukken dagelijks in de mailbox te ontvangen. Met name voor bedrijven en organisaties die een eigen PA-afdeling in huis hebben, kan dit van grote toegevoegde waarde zijn. De monitoringsservice Haagse Kennis hebben wij een aantal jaar terug samen met het ANP en PDC Informatie Structuur opgezet. De dienst is constant in ontwikkeling, wat betekent dat er met regelmaat nieuwe features worden toegevoegd, zoals een overzicht van alle relevante twitterberichten. Onze algoritmen slagen er namelijk in om uit een stortvloed van duizenden twitterberichten, alleen de relevante highlights te selecteren en die overzichtelijk aan u te presenteren. Daarnaast kijkt onze monitor ook vooruit, want door een zo compleet mogelijk overzicht van de agenda’s van zowel Kamer en regering, zoals afspraken van bewindslieden, te geven, weet u wat er de komende tijd gaat spelen.

Onze monitoringsservice Haagse Kennis werkt op basis van algoritmen die voortdurend doorontwikkeld worden. Als klant levert u bij ons aan welke dossiers belangrijk zijn om te monitoren. Vanzelfsprekend kunnen we u daarbij ondersteunen. Dit gebeurt op basis van trefwoorden. Het systeem sorteert vervolgens alle voor u relevante stukken in een overzichtelijke, dagelijkse nieuwsbrief. Omdat het gebruik van algoritmen soms om handmatige verfijningen vraagt, voeren onze adviseurs vervolgens ook een nadere analyse uit, waardoor het dagelijkse overzicht op maat is en perfect aansluit op alle voor u relevante stukken; niet meer, niet minder. De stukken in de dagelijkse nieuwsbrief zijn bovendien geordend in kolommen die weergeven in welk stadium de stukken zich bevinden. Hierop kunt u vervolgens uw strategie afstemmen. Ook in een vroeg stadium, nog voordat een wetsvoorstel naar de Kamer wordt verzonden, wordt het namelijk eerst ter consultatie aan de samenleving, en vervolgens aan de Raad van State, aangeboden. De sectie pre-dossiers brengt dit proces overzichtelijk in beeld.

Kennis is macht

In feite voorziet Haagse Kennis daarmee in het adagium ‘Kennis is Macht’. Dat een document van grote strategische waarde is voor uw organisatie, of belangrijke informatie bevat, hoeft namelijk niet te betekenen dat deze ook automatisch via de media of andere berichtgeving bij u terechtkomt. Vaak wordt belangrijke informatie namelijk – bewust of onbewust – begraven in een stortvloed aan stukken. Als deze stukken op opvallende momenten gepubliceerd worden, bijvoorbeeld net voor het weekend, ontsnappen deze vaak aan de aandacht. Daarnaast wordt er met regelmaat vanuit strategisch oogpunt voor gekozen om gevoelige en belangrijke informatie niet direct uit te meten.

Zoeken naar een speld in een hooiberg is naast vermoeiend, ook riskant. De slagingskans is immers beperkt. Daarom biedt Dröge & van Drimmelen u tegen een scherpe prijsstelling de mogelijkheid aan om middels goed afgestelde algoritmen enerzijds, en een handmatige, verfijnde controle door onze adviseurs anderzijds, de speld in de hooiberg, direct en overzichtelijk dagelijks in uw mailbox terug te vinden. Voor de kansen en mogelijkheden voor uw organisatie, gaan wij graag met u in gesprek!

U kunt voor meer informatie contact opnemen met Jonathan Mol via j.mol@dr2.nl

De informateur als illustere pijler in ons staatsbestel.

‘Je kunt merken dat deze man ervaring heeft’, dat waren de woorden van Farid Azarkan na zijn gesprek met Herman Tjeenk Willink, die de moeilijke taak had gekregen om de politieke impasse te doorbreken. Twee weken daarvoor was de 79-jarige Tjeenk Willink te gast in het politieke praatprogramma Spuigasten. Op de vraag of hij bereid zou zijn om wederom informateur te worden, antwoordde hij: ‘Het is volgens mij armoede als je moet constateren dat je alleen bij een 79-jarige kan uitkomen – hoe leuk dat voor die 79-jarige ook voor één dag is. Maar het is niet goed.’

Achtmaal informateur

Nederland heeft, vergeleken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, geen cultuur van senioriteit als belangrijk ijkpunt in de politiek. Het landsbestuur ligt van oudsher vooral in handen van veertigers en vijftigers. Kijkend naar de rijke geschiedenis van Nederlandse informateurs, blijkt dat adagium echter niet op te gaan. Juist in deze positie hebben senioriteit en ervaring een belangrijke rol gespeeld. Weinigen komen in de buurt van de staat van dienst van de gelouterde Tjeenk-Willink, die zesmaal informateur is geweest. Hij wordt slechts afgetroefd door de staatsman Louis Beel, die de functie achtmaal heeft vervuld. Dat werpt de vraag op; wie is dé informateur?

In de schaduw van Tjeenk-Willink en Beel staan mannen, veel mannen. Vrijwel allemaal van (ruim) boven de vijftig en met een behoorlijke statuur. Alleen Edith Schippers en Els Borst vormden tot op heden de uitzondering, tot Mariëtte Hamer vorige week donderdag aan dit rijtje werd toegevoegd. De afstand van de informateur tot de politieke praktijk van dat moment loopt uiteen en is vaak afhankelijk van de opdracht. Dat brengt ons erbij dat er grofweg twee type informateurs bestaan: vooruitgeschoven vertrouwelingen en meer onafhankelijke ‘staatslieden’.

Vertrouwelingen of staatslieden

De keuze voor de eerste categorie, de informateur uit de vertrouwenshoek van de lijsttrekker, ligt vaak voor de hand. Voorbeelden uit de afgelopen twee decennia zijn Henk Kamp, Piet Hein Donner, Edith Schippers, Ivo Opstelten en Wouter Bos. In dit rijtje past bijvoorbeeld ook Jan de Koning, die als vertrouweling van Lubbers driemaal in de jaren tachtig de rol van de samenbindende man in de formatie vervulde. CDA-historicus Kroeger stelde recentelijk over hem: ‘Hij was ‘de gouden standaard’ als verkenner en informateur. Een minister die elke onmogelijke kwestie en zware post aankon. Toen men gisteren zei ‘we moesten maar terug naar de Koning’ had men ‘naar Jan de Koning’ moeten zeggen.’

De tweede categorie is omgeven met mystiek. De desbetreffende heren, allemaal ruimschoots de zestig gepasseerd, zijn in onze geschiedenis vrijwel altijd opgeroepen in politieke impasses. Zo vroeg men in de moeilijke formatie van 1981 de ervaren, progressieve, 70-jarige ARP’er De Gaay Fortman, om de brug te slaan naar het kabinet Van Agt-II. Vier jaar daarvoor werd eenzelfde sleutelrol vervuld door de 64-jarige Wim van der Grinten, die, 26 jaar na zijn vertrek uit de politiek, in korte tijd het duo Wiegel en Van Agt samensmeedde. PvdA-onderhandelaar Van Thijn stelde in zijn befaamde onderhandelingsdagboek: “Het is een schrale man. Niet gewend aan publiciteit, wel aan invloed. Meer een regisseur dan een acteur.” Een recent voorbeeld betreft de formatie van 2003, toen de 71-jarige minister van Staat Frits Korthals Altes en de 61-jarige staatsraad Rein Jan Hoekstra, erin slaagden om, nadat Piet Hein Donner er niet in geslaagd was om de PvdA en het CDA te binden, D66 te overtuigen om voor de eerste maal in de geschiedenis in een centrumrechts kabinet met het CDA en de VVD te stappen.

Naast leeftijd, zijn er nog twee ‘wetmatigheden’. Enerzijds het lidmaatschap van de Raad van State, anderzijds de (vroegere) invloed van het staatshoofd, die vrijwel altijd vertrouwelingen koos. Minister van staat Ruud Lubbers (2006 en 2010), is hier, als goede vriend van Beatrix, het meest recente voorbeeld van. Haar moeder Juliana leunde op de voormalige KVP-premier Louis Beel. In 1963, 1966 en 1967 werd hij als vicepresident van de Raad van State opgeroepen om de gemoederen te sussen. De gelijkenissen met Tjeenk Willink zijn tekenend. Zo stelde De Volkskrant in 1963: ‘Koningin Juliana heeft weer teruggegrepen naar de wat ouderere garde, de katholieke dr. Louis Beel gaat het politieke terrein voor haar verkennen…’ In 1967 liet De Waarheid zich in gelijke bewoordingen uit: ‘De onvermijdelijke Beel’ wordt hij in de Haagse wandelgangen genoemd: prof. dr. Louis Maria Beel, de 64-jarige KVP-politicus, die ook bij deze kabinetsformatie weer een van de sleutelfiguren achter de schermen blijkt te zijn.’

Formatie 2021

Terug naar 2021. Begin vorige maand, na meerdere zeer verhitte debatten, bleek politiek Den Haag, toe aan ‘rust’. Misschien dat juist in die neiging naar ‘rust’, de sleutel ligt van de reeks aan ervaren informateurs van respectabele leeftijd. Politiek is namelijk geen kwestie van wetmatigheden; het draait om mensen, met ideeën, emoties en karakters. De informateur daarentegen, straalt, als drager van ons rijke politieke verleden, mystiek, soberheid en gezag uit. Hij belichaamt de noodzaak om het ‘schip der staat’ op koers te houden, weg van politieke ego’s en de ruis van alledag. De keuze voor een informateur is dan ook onlosmakelijk verbonden met onze parlementaire cultuur.

In dat kader is er met de keuze voor Mariëtte Hamer, voorheen PvdA-politica en nu SER-voorzitter, op z’n minst sprake van een kleine trendbreuk. Die trendbreuk leidt hopelijk spoedig tot resultaat. Hamer heeft van de Kamer tot 6 juni gekregen om te onderzoeken welke partijen kunnen gaan formeren.

Meer moties, minder impact

Een motie is een beproefd middel voor Kamerleden om politiek iets voor elkaar te krijgen. De bedoeling van een motie is het bewegen van het kabinet tot extra inzet op een bepaald onderwerp of tot een andere beleidskoers. Hoewel aangenomen moties niet bindend zijn voor het kabinet, kan het wel tot een interne crisis leiden wanneer een motie niet wordt uitgevoerd. Om een motie aan te nemen zijn immers óók coalitiestemmen nodig om de benodigde 76 voorstemmen te behalen.

Profilering

Naast de inhoudelijke beweegredenen is een motie ook een mooie kans voor Kamerleden zich te profileren. In een eerdere blog schreef ik al dat deze profilering, mede door de komst van sociale media, steeds belangrijker is geworden voor Kamerleden. Kamerleden zijn met een bepaalde ambitie en drive het ambt aangegaan en zitten daar om, in lijn met de partijideologie die ze aanhangen, iets te betekenen voor de maatschappij. Ze bekleden dat ambt echter enkel voor de periode dat ze interessant genoeg worden bevonden door hun partij. Deze profileringsdrang zien we terug in het aantal ingediende moties. De NOS berekende eerder dat waar er in 2017 nog 2471 moties zijn ingediend, dit inmiddels is gestegen tot boven de 4100 moties per jaar. Recessen niet meegerekend komt dit neer op meer dan 100 moties waar wekelijks over gestemd wordt. Bijkomend element van de afgelopen jaren is dat ná de stemmingen de Tweede Kamer in een handig overzicht laat zien welke partijen voor of tegen een motie hebben gestemd. Dit maakt het alleen maar aantrekkelijker voor Kamerleden om, via social media, hun motie bij een breed publiek kenbaar te maken en tegelijkertijd meteen schande te spreken van de partijen die tegen hebben gestemd.

Kosten

De kosten en druk op het ambtelijk apparaat van al deze moties zijn hoog. Zo moet iedere aangenomen motie worden uitgewerkt en (op een herleidbare manier) worden opgenomen in het kabinetsbeleid. Oók wanneer een minister of staatssecretaris al heeft laten weten dat de motie in lijn is met het kabinetsbeleid en daarom dus al wordt uitgevoerd. Wanneer alle kosten hiervoor, dit betreft voornamelijk personele uren van ambtenaren, worden meegewogen kost één motie al snel meer dan 7000 euro. Met het grote aantal aangenomen moties per week gaat dit over enkele miljoenen euro’s per jaar.

Wanneer de inhoud voorop staat is een motie echt niet altijd het meest invloedrijke middel om het beleid te veranderen. Wanneer de minister of secretaris tijdens een debat de toezegging doet een bepaalde wens of suggestie mee te nemen in het beleid is deze namelijk veel steviger verankerd. Een toezegging is daarnaast, in tegenstelling tot een motie, niet afhankelijk van stemmingen en hoeft dus niet met een meerderheid te worden aangenomen. Bij een toezegging kan er vanuit worden gegaan dat de bewindspersoon er zelf ook het belang van inziet waardoor de motivatie om het beleid op de juiste manier aan te passen groter is.

Scorebordpolitiek

De roep om minder politiek theater en meer focus op de inhoud lijkt echter nog niet aan te slaan. In 2019 pleitte GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver al om te stoppen met ‘scorebordpolitiek’. Naast lovende geluiden over zijn oproep leverde hem dit ook de nodige kritiek op. Niet in de minste plaats uit zijn eigen partij. Zou het GroenLinks immers op deze manier wel lukken zich genoeg te laten zien richting de kiezer? Het lijkt daarom steeds vaker om het persoonlijke profiel dan om de inhoud te gaan en scoringsdrift en haantjespolitiek voeren de boventoon.

Daar is veel kritiek op vanuit de media, maar de media werkt hier zelf aan mee. Ieder jaar verschijnen er weer verschillende artikelen waarin de invloed van Kamerleden, mede gebaseerd op aangenomen moties, langs de meetlat wordt gelegd. Vanzelfsprekend willen Kamerleden liever in de top 10 van invloedrijke Kamerleden voor komen dan in het rijtje backbenchers. Zo blijft de cirkel van moties, profileringsdrang en media aandacht in stand en wordt door de lawine aan moties de kracht van een motie uitgehold. Ik ben benieuwd of de nieuwe ‘Haagse bestuurscultuur’ hier verandering in weet te brengen!

Het ideale Kamerlid: een catch-22

De verkiezingen zijn achter de rug en de Kiesraad heeft vorige week de exacte zetelverdeling én voorkeursstemmen bekend gemaakt. Vandaag, 31 maart, wordt er weer een grote groep nieuwe Kamerleden beëdigd die met frisse energie gaan starten aan deze eervolle baan als volksvertegenwoordiger.

Verwachtingen

Maar wat wordt er van die Kamerleden verwacht? Natuurlijk staat voorop dat het draait om de inhoudelijke portefeuilles. Kamerleden zijn (in de meeste gevallen) deze uitdaging aangegaan omdat ze een bepaalde visie hebben over hoe ze Nederland beter willen maken. Om dat te kunnen doen heb je invloed nodig. Die invloed is alleen niet voor alle 150 Kamerleden even groot. Om als Kamerlid je plek te veroveren tussen de ‘a-listers’ in de Kamer, en niet het predicaat backbencher te krijgen, moeten de Kamerleden zich profileren.

Profileren

Profileren kan op verschillende manieren én op verschillende plekken: zowel binnen de partij als in de media. Uiteindelijk gaat het er om dat Kamerleden zo veel mogelijk voor elkaar weten te krijgen en er vervolgens ook de aandacht op weten te vestigen. Dat laatste is alleen niet altijd even makkelijk. Als een Kamerlid iets voor elkaar krijgt zonder dat er mot over komt in de coalitie is het voor de grootste dagbladen niet interessant genoeg. Als een Kamerlid iets voor elkaar weet te krijgen waar de coalitiegenoten niet blij mee zijn, moet een Kamerlid niet gek opkijken als zij of hij bij de fractievoorzitter op het matje moet komen. Daarnaast moet je als Kamerlid soms een lange adem hebben om te kunnen scoren. Het proces van een wetswijziging kan soms zo lang duren dat tegen de tijd dat de behandeling aan bod is de woordvoerder al lang een andere portefeuille kan hebben óf het Kamerlid inmiddels is afgezwaaid. Als een woordvoerder zich wil gaan inspannen voor jouw belang denk er dan ook aan welke rol jij kunt spelen in het vertellen van dat verhaal. Oftewel niet alleen maar ‘halen’ maar ook ‘brengen’.

Het afscheid

En hoe gaat het als de Kamertermijn er op zit? Dat kan om vele redenen zijn: omdat je als Kamerlid zelf weer een andere richting op wilt, jouw partij je te kennen heeft gegeven je ‘kwaliteiten niet meer nodig te hebben op de nieuwe lijst’ of jouw partij niet genoeg zetels heeft gehaald. Als je voortijdig de Kamer uit gaat is het kiezersbedrog en krijg je als Kamerlid te horen dat je voor je eigen gewin gaat. Heb je direct na het aflopen van je Kamerlidmaatschap een nieuwe baan? Dan is het vast voorgekookt wat je onbetrouwbaar maakt. Als je gebruik maakt van het wachtgeld, word je als oud-Kamerlid gezien als uitkeringstrekker die alleen maar pluche wil kleven. Kamerleden en oud-Kamerleden liggen onder een vergrootglas en doen het vaker niet dan wel goed in de ogen van de publieke opinie.

Ik geef het de nieuwe Kamerleden te doen. Het lijkt mij niet makkelijk om op dit moment alle politieke finesses in de vingers te krijgen vanachter je scherm. Ze moeten hard aan de bak. Niet alleen om hun idealen te verwezenlijken en Nederland een stukje mooier te maken, maar ook omdat de campagne voor 2025 gisteren al is begonnen en de vacature voor hun baan open staat. Desalniettemin wens ik alle 150 nieuwe Kamerleden veel succes met hun nieuwe eervolle taak de komende jaren.

De weg naar het bordes

Dat de formatie met het vertrek van verkenners Jorritsma en Ollongren een valse start heeft gemaakt, hoeft geenszins een voorbode te zijn voor het verdere verloop. De formatie van 2017 was met 225 dagen de langste sinds de Tweede Wereldoorlog. Haar voorganger, de formatie van 2012, steekt daar met ‘slechts’ 54 dagen schril bij af.

Hoe zit een formatie eigenlijk in elkaar? In de Grondwet staan geen regels over de procedure. Slechts het aftreden van het oude kabinet en het benoemen van het nieuwe kabinet door het staatshoofd staan opgetekend. De procedure van een kabinetsformatie is daardoor veelal gebaseerd op ongeschreven staatsrecht en gewoontes.

Verkenning

De verkenningsfase start op de dag na de verkiezingen. De keuze voor een verkenners-duo was uniek, en bevestigde de ambitie van VVD en D66 om gezamenlijk ‘het motorblok’ te vormen. In 2017 viel de eer ten deel aan Edith Schippers. In 2012 aan Henk Kamp. Tot en met de formatie van 2010 vervulde het Staatshoofd de rol van verkenner, die vervolgens ook zowel de informateur(s), als de formateur benoemde. Dit mandaat ligt nu bij de Tweede Kamer. De taak van verkenners is gericht op het in kaart brengen van coalitiemogelijkheden. Schippers adviseerde na 11 dagen om VVD/CDA/D66/GroenLinks te onderzoeken. Kamp gaf na ‘slechts’ 5 dagen het startschot tot gesprekken van de combinatie VVD/PvdA. Beiden werden vervolgens ook als informateur aangesteld.

Informatie

Uiterlijk een week na de installatie van de nieuwe Tweede Kamer debatteert de Kamer met de verkenners over de verkiezingsuitslag, formuleert ze een informatieopdracht en benoemt ze een (of meerdere) informateur(s). Hiervoor is het verslag van de verkenner(s) het belangrijkste uitgangspunt. De informateur begeleidt vervolgens de onderhandelingen van een specifieke coalitie en is daarbij gehouden aan de informatieopdracht van de Tweede Kamer.

Dat een verkenner na zijn werkzaamheden ook aan de slag gaat als informateur is geen gegeven. In de twee voorgaande gevallen is dit wel gebeurd. Waar Schippers in 2017 alleen aan zet was, kreeg Kamp in 2012 gezelschap van Wouter Bos, wat logisch was met het oog op een aanstaande coalitie van VVD en PvdA. Schippers leidde vervolgens twee informatiefases, die beide stuk liepen. Allereerst onderzocht zij, op basis van haar eigen advies, de combinatie VVD-CDA-D66-GroenLinks. Nadat dit stuk liep voerde zij wederom verkennende gesprekken, die zij afsloot met het advies om een nieuwe informateur in te schakelen: Herman Tjeenk-Willink.

Sneuvelt een informatieprocedure alsnog, dan wordt een informateur aangewezen die opnieuw tot de inventarisatie van coalitiemogelijkheden overgaat. Dit kan dezelfde, of een nieuwe informateur zijn. Na een succesvolle eerste fase kan een informateur vervolgens ook het stokje overdragen aan een andere informateur, die wederom benoemd wordt door de Kamer. Zo kwam Balkenende IV na 92 dagen tot stand, nadat deze formatie was begeleid door 2 informateurs: Rein Jan Hoekstra bracht de voorkeurscoalitie in kaart, waarna Herman Wijffels de onderhandelingen leidde. De formatie van 2010 was complexer. De Koningin was voor de laatste keer ‘aan zet’ en benoemde in totaal vijf verschillende informateurs, hetgeen uiteindelijk tot de gedoogconstructie met de PVV leidde.

De formatie van 2017 was minder complex, maar wel lang. Tjeenk-Willink rapporteerde in juni dat de enige optie voor een meerderheidskabinet bestond uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, en gaf het stokje vervolgens door aan Gerrit Zalm. Zalm kwam ‘pas’ 3,5 maand later met het – zeer uitgebreide – regeerakkoord. Na 225 dagen stond Rutte III op het bordes. De formatie van 2012 daarentegen, verliep snel. Informateurs Kamp en Bos overlegden ‘slechts’ vijf weken met de PvdA en de VVD, waardoor Rutte II al na 54 dagen werd beëdigd.

Formatie

Vaststaat dat de laatste informateur van een geslaagde kabinetsformatie succesvolle onderhandelingen afrondt met een regeerakkoord. Dit betreft in eerste instantie een concept. Nadat de betrokken Tweede Kamerfracties hebben ingestemd met het coalitieakkoord, schrijft de informateur het eindverslag en stelt voor om een formateur te benoemen.

Vanaf dat moment gaat het snel. De formateur is in principe altijd de nieuwe minister-president, en afkomstig van de grootste coalitiepartij. Het is inmiddels bijna vijftig jaar geleden dat dit anders lag, met Barend Biesheuvel als meest recente uitzondering. De formateur stelt het kabinet samen door te bepalen hoe de verdeling van ministers en staatssecretarissen vorm krijgt en rond af door te zoeken naar geschikte kandidaat-bewindslieden voor de portefeuilles. In de praktijk lopen deze processen door elkaar heen en wordt al in een vroeger stadium (intern) gesproken over de verdeling van ministersposten. In theorie kan een formatie in deze fase nog mislukken. Dit is echter nog nooit gebeurt.

Het sluitstuk van het formatieproces betreft een constituerend beraad, waarin alle kandidaat-minister het verslag van de formateur vaststellen en het coalitieakkoord onderschrijven. Tenslotte spreekt de formateur (en beoogd minister-president) in de Kamer de regeringsverklaring uit, waarna de weg naar het bordes openligt.