Categorie archieven: Blog

Lange formatieperiode slecht voor het land?

9 juni 2017

Al weer bijna drie maanden geleden ging Nederland naar de stembus en koos zij een nieuwe Tweede Kamer, waarbij de politieke voorkeur werd verdeeld over 13 fracties. Voortvarend ging de Tweede Kamer aan de slag met een verkenner en een informateur om een nieuw kabinet te vormen, die bij voorkeur ook een meerderheid heeft in de Kamer.

“Kan het niet een beetje sneller?”, zo vroegen enkele partijen. “Er moet immers wel geregeerd worden in dit land.” Na de breuk met GroenLinks en het mislukte gesprek tussen D66 met ChristenUnie ontstond een impasse in de formatie. Inmiddels is de wijze oude minister van Staat Tjeenk Willink aan de slag als informateur. 

Momenteel lijkt het erop dat de formatie straks opnieuw doorgaat met GroenLinks aan de onderhandelingstafel. De informateur onderzoekt de mogelijkheden om de eerdere obstakels weg te werken. De vorming van een nieuw kabinet kan wel een tijdje gaan duren. “Is dat nou niet slecht voor het land?”, zo vragen insiders en journalisten zich af. Voor journalisten en opiniemakers is het in ieder geval niet slecht. Zij kunnen elke dag weer nieuwe analyses of suggesties doen over politieke wendingen of vermeende  beweegredenen.

Politieke partijen zijn enerzijds druk met onderhandelen, anderzijds proberen zij juist zo ver mogelijk van de onderhandelingstafel te blijven. Zij bereiden zich alweer voor op de Gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018, én (stiekem…) op mogelijk nieuwe Kamerverkiezingen waar ze hopen meer zetels uit te slepen dan op 15 maart jongstleden.

En voor het land? Het lijkt dat de overheidsfinanciën netjes op orde zijn, mede dankzij het nog even doorregerende demissionaire kabinet. Nieuw geld wordt er niet meer uitgegeven, want de ministers zijn demissionair en daarom wordt er geen nieuw beleid meer gemaakt. Dit zou overigens ook behoorlijk lastig zijn gezien de gegroeide tegenstellingen tussen de demissionaire coalitiepartner… Voor de landsfinanciën kunnen we dus nog wel even door, en op Prinsjesdag zal er gerust een nette, zuinige begroting worden gepresenteerd.

Voor de ondernemers? Die profiteren door van de aanwakkerende economische groei,  nieuw beleid of geen nieuw beleid. Zij zien weer kansen, profiteren deels mee van ontwikkelingen in het buitenland, zien mogelijke overnamepogingen vanuit het buitenland en gaan gewoon door met ondernemen. En geef ze eens ongelijk? Hun belangenbehartiger VNO-NCW houdt zich intussen wél intensief met de formatie bezig, maar is zo flexibel dat ze met élk mogelijk nieuw kabinet wel kunnen samenwerken. Mits dit kabinet maar voldoet aan de digitale, ondernemende, duurzame en toekomstgerichte agenda van het VNO-NCW. En verder buigen ze zich over een werkbaar en enigszins consistent standpunt over het overheidsbeschermingsbeleid bij potentiele overnames van vitale “Oranje” bedrijven. Daar heeft Hans de Boer ook nog wel een kluif aan…

Voor de bewoners van Nederland?  Ach, de meesten hebben hun strandvakanties of zomerse uitjes in het eigen land al lang vastgelegd. Of ze zijn bezig met hun werk, de scholen van de kinderen, de zorg voor de ouders of met vrijwilligerswerk waar dan ook. En zij gaan daar ook gewoon mee door, onafhankelijk van de ontwikkelingen in politiek Den Haag.

En tot slot: voor onze belangenbehartigende vakgenoten? Die blijven actief en alert meekijken naar bewegingen op het Haagse Binnenhof, blijven hun analyses maken en blijven proactieve adviezen geven aan hun bestuurders of opdrachtgevers. Juist deze formatie biedt de gelegenheid voor het kennismaken met de vele nieuwe spelers in politiek bestuurlijke netwerken, het aanscherpen van de vakkennis op het mooie en veranderende vakgebied of het positioneren en innoveren van de eigen public affairsfunctie binnen de organisatie waar je voor werkt.

Nee, die formatie moet natuurlijk niet te lang duren. Denk bijvoorbeeld aan de totstandkoming van het eerste kabinet-Van Agt, die maar liefst 208 dagen in beslag nam. Maar in de tussentijd redden we ons best nog wel een tijdje in Nederland.  

Het andere motorblok

23 mei 2017

In Den Haag wordt gedurende deze formatie vaak gesproken over het motorblok. Hiermee doelt men op de drie partijen die hoogstwaarschijnlijk zullen deelnemen aan een nieuwe regering, te weten VVD, CDA en D66. Maar hoe staat het eigenlijk met dat andere motorblok? Wat is de staat van de rijksoverheid?

Afgaande op mediaberichten rondom Verantwoordingsdag – ook wel Gehaktdag genoemd – is de werkdruk bij de overheid (te) hoog,  het ambtenarenapparaat verouderd en de overheid niet de meest aantrekkelijke plek om te werken. Verder geeft de Algemene Rekenkamer aan dat van veel beleid van het huidige kabinet onduidelijk is wat de effecten ervan zijn voor de Nederlandse samenleving. Jaarlijks doen ook de Nationale Ombudsman en de Raad van State soortgelijke duiten in het zakje. Wat zeggen al deze geluiden?

Twee invalshoeken moeten meer licht werpen op deze vraag. De verkiezingsprogramma’s van de tot medio mei formerende partijen VVD, CDA en D66 bieden een eerste indicatie. De VVD wil een kleine(re), efficiënte en daadkrachtige overheid die Nederland veilig, slim, gezond en in beweging houdt. Het CDA geeft aan dat de overheid bovenal dienstbaar aan burgers, bedrijven en organisaties moet zijn. D66 benadrukt dat de overheid zich moet gaan organiseren op de schaal waarop maatschappelijke problemen zich voordoen. Met deze verschillende percepties blijft de foto van de rijksoverheid vooralsnog onscherp.

Een andere invalshoek komt vanuit het ambtenarenapparaat zelf. Het overleg van secretarissen-generaal heeft namelijk een brief gestuurd aan informateur Schippers. Daarin wordt aangegeven dat om wendbaar en innovatief te kunnen zijn, een vernieuwde werkwijze is vereist. Tegelijkertijd moeten de bestaande overheidsstructuren zoveel mogelijk intact worden gelaten. De oplossing moet volgens de SG’s worden gezocht in een andere manier van samenwerking en meer innovatie binnen de rijksoverheid.

Een mix van deze twee invalshoeken levert een bijzondere cocktail op: doel èn richting van het andere motorblok zijn nog niet helder. Gaat het nieuwe kabinet de overheid op de schop gooien of slechts op beperkte schaal wijzigingen doorvoeren? Of allebei? Een scherpe foto van de rijksoverheid ligt nog niet in het verschiet.

Wellicht is het goed dat de betrokkenen tijdens de zomer ‘Zen and the Art of Motorcycle Maintenance’ (her)lezen. Een inspirerend boek dat een lans breekt voor het belang van kwaliteit maar ook denkrichtingen aanreikt voor hedendaagse dilemma’s. Slaan met een voorhamer op een motorblok leidt immers zelden tot het gewenste resultaat.

Een maatschappelijk gewenste (klimaat-)coalitie?

4 april 2017

Al heel snel na de verkiezingsuitslag werd duidelijk dat er een formatiepoging zou komen voor een kabinet van VVD met de winnaars CDA, D66 en GroenLinks. 

Enkele overeenkomsten tussen de partijen vinden we op het gebied van de economie, arbeidsmarkt en het buitenlandbeleid. Maar er zijn echter ook enkele stevige verschillen. Aan de ene kant tussen het motorblok VVD, CDA en D66 versus GroenLinks, maar evenzeer tussen enerzijds VVD en CDA en anderzijds D66 en GroenLinks. Hier wringt de schoen voornamelijk op immateriële onderwerpen, rechtstatelijke kwesties en sociale en economische ongelijkheid.

Boeiend is dat het maatschappelijk veld ditmaal behalve haar gebruikelijke brieven en inhoudelijke input voor de kabinets(in)formateur,  ook sterk en al in een zeer vroeg stadium vlak na de verkiezingen lijkt te koersen op het welslagen van deze regeringscombinatie an sich.  En dit is nog wel  een coalitie die nog nooit eerder heeft samengewerkt (en één partij die überhaupt nog nooit eerder regeerde). 

Enkele voorbeelden van input in het formatieproces, specifiek gericht op klimaat en duurzaamheid:

  • VNO-NCW; 
  • Klimaat/Transitiecoalitie (met meer dan 50 grote bedrijven als lid); 
  • Oud premier Balkenende als leider van de Dutch Sustainable Growth Coalition; 
  • Mede overheden VNG,  IPO en Unie van Waterschappen; 
  • President Klaas Knot van de DNB. 

Een mogelijke verklaring voor de inbreng van bovengenoemde organisaties is het feit dat onderwerpen zoals klimaat en duurzaamheid in de maatschappij al veel verder ontwikkeld zijn dan in de politiek. Daarnaast is in de markt en in
de praktijk al meer consensus op dit thema en zijn er praktische oplossingen bedacht die het hoofd moeten bieden aan deze problemen. Zo lijkt het, alsof de Haagse politiek er tot op heden wat achteraan gehobbeld heeft.    

Uiteraard  is ook bij eerdere kabinetsformaties gelobbyd ten behoeve van teksten in een regeerakkoord. In de huidige situatie lijkt het echter dat er onder medeoverheden, en in de samenleving als geheel, een oprechte wens is om juist déze regeringscoalitie tot stand te laten komen.  

Uiteindelijk valt of staat het vormen van een regering met VVD, CDA, D66 en GroenLinks  met de inhoudelijke afspraken, de kwaliteit van de compromissen van een integraal regeerakkoord, maar ook met de keuze van de juiste bewindspersonen. Bovengenoemde organisaties steken vroegtijdig hun nek uit, maar het is de vraag of hun avances een kans van slagen hebben bij deze regeringscombinatie én haar klimaat- en duurzaamheidsbeleid. Mocht dit allemaal gebeuren, dat is het natuurlijk nog maar de vraag of deze nieuwe regering ook écht iets nieuws gaat brengen op het gebied van klimaat en duurzaamheid.

Politici: maak belangenafweging transparant

23 januari 2017

"Vandaag krijgt de Tweede Kamer de kans iets te doen aan haar eigen lobbyblindheid", kopte de Volkskrant vanochtend. De Tweede Kamer spreekt namelijk met minister Plasterk over de initiatiefnota Lobby in Daglicht. Veel politieke partijen zien dat lobby essentieel is voor politieke besluitvorming, mits dit transparant gebeurt. Met deze nota proberen Lea Bouwmeester en Astrid Oosenbrug lobbyen in Nederland transparanter te maken.

Helaas heeft de Tweede Kamer de kans om de Nederlandse lobbypraktijk transparanter te maken laten liggen. In het debat kijken de Kamerleden vooral naar de ministeries: hoe gaan ministeries de transparantie van wetgeving verbeteren? Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van een lobbyparagraaf aan wetten of openheid van de agenda’s van bewindspersonen.

Politici gaan echter voorbij aan het feit dat zij zelf juist een grote rol kunnen spelen in het waarborgen van transparantie. Welke belangen door wie zijn ingebracht en hoe die gewogen zijn, is niet alleen relevant voor ministeriële voorbereiding van regels en wetten, maar juist ook voor de standpunten en belangenafweging van politici. Sommige Kamerleden, zoals Koser Kaya (D66), Recourt (PvdA), Van Raak (SP) en Voortman (GroenLinks) wijzen terecht op de verantwoordelijkheid van politici voor zorgvuldige belangenafweging. Politieke partijen zijn echter vooralsnog niet bereid om de hand in eigen boezem te steken en het proces van hun persoonlijke belangenafweging transparant te maken.

Het voorstel van Bouwmeester en Oosenbrug is een stap in de goede richting, maar gaat niet ver genoeg. Kamerleden moeten deze kans aangrijpen om zelf een transparantieslag te maken. Trek de wens naar meer transparantie in de Nederlandse lobbypaktijk door naar politici en politieke partijen.

Een diplomaat in daglicht

28 november 2016

“Lobby in daglicht”, dat is de naam van het initiatiefvoorstel van PvdA-Kamerlid Lea Bouwmeester dat als doel heeft de lobbypraktijk transparanter en toegankelijker te maken. De titel suggereert dat lobbyen vooral iets is wat het ‘daglicht niet kan verdragen’. Een spel dat zich buiten het zicht van de normale burger afspeelt en dat veelal achter gesloten deuren plaatsvindt. Dat zijn ook de reacties die ik vaak krijg als mij gevraagd wordt wat voor werk ik doe.

Met dit in het achterhoofd keek ik laatst naar een interessante documentaire ‘The Diplomat’ over top-diplomaat Richard Holbrooke. Deze Amerikaanse diplomaat – helaas een paar jaar geleden overleden – was mede verantwoordelijk voor het Dayton-akkoord dat het einde betekende van de verschrikkelijke Joegoslavische oorlogen. Het akkoord, dat zijn naam te danken heeft aan de Amerikaanse luchtmachtbasis waar de verschillende strijdende partijen letterlijk wekenlang met elkaar onderhandeld hebben, behelst een immens compromis over de herindeling van Bosnië-Hercegovina in verschillende deelrepublieken en bestuurlijke entiteiten.  Richard Holbrooke heeft tot diep in de laatste nacht van de onderhandelingen geduwd en getrokken met als resultaat een vrede die nog steeds stand houdt.

De documentaire geeft haarfijn weer hoe Richard Holbrooke de fijne kneepjes van het vak beheerste en met al zijn ervaring de onderhandelingen steeds maar weer wist vlot te trekken. Hij behartigde en verbond hiermee continu de belangen van de verschillende partijen en wist uiteindelijk een compromis op tafel te krijgen waar ze zich allemaal in konden vinden.

Na het bekijken van deze documentaire kon ik de gedachte dat diplomaten en lobbyisten eigenlijk een en hetzelfde zijn maar niet verdringen. Beiden proberen het belang van hun organisatie zo goed mogelijk te behartigen. Voor een diplomaat is dat zijn land of – in het geval van Richard Holbrooke – de internationale gemeenschap. Voor een lobbyist kan dat een bedrijf zijn, maar ook een brancheorganisatie of overheidsorganisatie. Diplomaten doen eveneens vooraf kennis op van hun bondgenoten en tegenstanders met hun afzonderlijke boodschappen, maken gebruik van onderhandelings- en communicatietechnieken, hebben elk hun eigen strategieën en zijn continu op zoek naar windows of opportunity’s om hun doel te bereiken. Ze zoeken naar het compromis waar het kan, maar zullen soms ook met de vuist op tafel moeten slaan. Zo geldt dat ook voor de lobbyist: we zijn niet de enige met een belang en zullen dus het gesprek moeten aangaan, het maatschappelijk debat goed moeten begrijpen en weten wanneer je iets moet geven en moet nemen. Het resultaat van de onderhandeling of lobby is voor beide partijen – diplomaten en lobbyisten – misschien niet altijd bevredigend, maar vaak wel het best haalbare voor alle partijen.

Toch bemerk ik ook één groot verschil: waar diplomaten ook belangenafwegers zijn, ligt de nadruk in ons vak echt op het behartigen van belangen. De finale afweging ligt bij de politici en bestuurders. Dat betekent dat het belang dat we behartigen kenbaar en voor iedereen toegankelijk moet zijn. In daglicht graag!

Kabinet maakt een klein beetje werk van transparantie

25 november 2016

“Een brede inbreng vanuit de samenleving bevordert een brede afweging van belangen en komt de kwaliteit van beleid, besluitvorming en wetgeving ten goede”, schrijft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken in de reactie op de nota Lobby in Daglicht van de PvdA-Kamerleden Lea Bouwmeester en Astrid Oosenbrug. Daar sluit ik mij volledig bij aan. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat transparantie gewaarborgd is. Het is daarom teleurstellend dat het kabinet vooralsnog niet de stappen onderneemt om transparantie daadwerkelijk te bevorderen.

De nota Lobby in Daglicht biedt een aantal waardevolle voorstellen om de transparantie rondom beleids- en wetgevingsprocessen te vergroten. Eén voorstel richt zich op lobbyisten, namelijk om het register van de beroepsgroep te versterken en uit te breiden. Daarom roep ik public affairs professionals voortdurend op om net als ruim zeshonderd vakgenoten lid te worden van de BVPA en de gedragscode te onderschrijven en na te leven.

Zeven voorstellen zijn gericht aan het kabinet. De reactie van de minister van Binnenlandse Zaken op de initiatiefnota heeft lang op zich laten wachten. Eerder dit jaar liet het ministerie weten dat de reactie op de nota uitgesteld werd omdat de benodigde interdepartementale afstemming meer tijd vergde dan initieel was voorzien. De afstemming heeft uiteindelijk bijna een jaar geduurd en het resultaat is teleurstellend: de voorgestelde maatregelen van het kabinet zullen geen grote impact hebben op de transparantie van beleids- en wetgevingsprocessen.

Waar het kabinet een kans laat liggen om wetgevingsprocessen transparanter te maken, is bij het toevoegen van een lobbyparagraaf. Op 1 maart 2016 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die de regering verzoekt om een lobbyparagraaf toe te voegen aan wetsvoorstellen. Deze paragraaf geeft aan welke belangenbehartigers een bijdrage geleverd hebben aan de inhoud van nieuwe wetgeving. Zo wordt de betrokkenheid van lobbyisten bij wetgeving in kaart gebracht. In mijn ogen is het toevoegen van een lobbyparagraaf een stap in de goede richting. Ondanks de wens van de Kamer om deze paragraaf toe te voegen en de steun vanuit de sector, blijkt uit de reactie dat het kabinet het voorstel vooralsnog niet steunt.  

Eén van de meest nieuwswaardige maatregelen is dat de regering voortaan de agenda’s van bewindspersonen voortaan openbaar maakt. Het effect hiervan op transparantie van het wetgevingsproces is echter klein. Met deze maatregel worden de prioriteiten van bewindspersonen enigszins inzichtelijker, maar niet de belangenafweging zelf.

Minister Plasterk geeft aan dat hij nader ingaat op maatregelen om de transparantie van het wetgevingsproces te vergroten in een kabinetsnotitie die hij voor het einde van het jaar aan de Kamer zendt. Hopelijk neemt het kabinet dan wel de hoognodige maatregelen om de transparantie daadwerkelijk te vergroten. Het inzichtelijk maken van de agenda’s is een kleine stap in de goede richting. Wellicht heeft Plasterk helaas gedacht “een olifant eet je in kleine hapjes”.

De noodzakelijke weg naar een groene economie

8 november 2016

Klimaat- en milieuproblemen zijn niet links of rechts. Maar ze worden wel mogelijk gemaakt door politieke keuzes. Bijvoorbeeld door het toestaan van vervuilende industrie, of door akkoord te gaan met ontbossing, of door miljoenen auto’s op fossiele brandstoffen te laten rijden.

We kunnen die problemen voorkomen door andere politieke keuzes te maken. Dat is belangrijk, want klimaat- en milieuproblemen hebben grote sociale gevolgen: ze veroorzaken droogte, overstromingen en ziektes. Ze zorgen voor grootschalige migratiestromen, armoede, hongersnood en sociale onrust. Sociaaldemocraten moeten daarom hun verantwoordelijkheid nemen en streven naar het maken van de juiste keuzes om deze problemen te voorkomen. Waar mogelijk moeten zij de gevolgen dempen en veranderingen in de goede richting initiëren en aanjagen.

De meest fundamentele verandering die noodzakelijk is om klimaat- en milieuproblemen te lijf te gaan is het switchen van het gebruik van fossiele grondstoffen zoals olie en gas naar hernieuwbare grondstoffen zoals zon, wind en biomassa. Biomassa wordt ten onrechte vaak vergeten. Zon en wind zijn geweldig om energie uit te halen, maar veel olie wordt momenteel gebruikt om stoelen, telefoons, vliegtuigen, vorken en miljoenen andere voorwerpen van te maken. Biomassa heeft ten opzichte van zonne- en windenergie een unieke eigenschap: het kan als enige worden ingezet voor materialen en chemicaliën. Anders gezegd: op zonne-energie kun je niet zitten en verf kan niet van windenergie worden gemaakt.

Juist in Nederland liggen grote kansen op het gebied van het ‘verwaarden’ van biomassa. Wij zijn als geen ander in staat door onze technische kennis en ervaring de hoogst mogelijke productiewaarde uit organische grondstoffen te halen: grondstoffen voor de pharmaceutische en medische sector, groene chemicaliën, veevoer, enzovoorts. Dit biedt unieke kansen voor economie en werkgelegenheid. De overgang naar een biobased economy biedt kansen voor de landbouw, de agro- food industrie, de chemie, de biotech sector, de handel, de kennisinfrastructuur, de energiesector, de havens, de industriële complexen en de logistieke sector, evenals voor economisch en ecologisch duurzame innovaties. Dat laatste is zeer belangrijk, omdat er natuurlijk wel rekening gehouden moet worden met de biodiversiteit, de unieke omstandigheden van lokale economieën en het voorkomen van nieuwe food-for-fuel-achtige dilemma’s.

Het Nederlandse bedrijfsleven denkt het BNP in eigen land al in 2020 met €20 miljard per jaar te kunnen verhogen door op de biobased economy in te zetten.

Nederland als marktleider
Er zijn al veel initiatieven gaande op het terrein van de biobased economy. De papier- en kartonsector denkt daarmee in 2020 bijvoorbeeld een energiereductie van 50% te kunnen bereiken en in de chemie wordt er naar gestreefd om een kwart van de fossiele grondstoffen die in deze sector gebruikt wordt te vervangen door duurzame biogrondstoffen.

Het is zaak voor het nieuwe kabinet om de ontwikkeling naar een biobased economy te versterken en te versnellen door faciliterend op te treden. Zo kan onze afhankelijkheid van fossiele grond- en brandstoffen worden verminderd en kan Nederland een leidende economie op het gebied van de biobased economy worden. Dat is een grote uitdaging, want de afgelopen eeuw is onze hele economie ingericht geweest op het gebruik van fossiele grondstoffen. Een complete systeemverandering is derhalve vereist.

De ontwikkeling van de biobased economy vraagt zowel op nationaal als Europees niveau dus om een geïntegreerde benadering, een systeembenadering. Naast technologische oplossingen zijn daarbij ook aandacht voor infrastructuur, logistiek, marktontwikkelingen en veranderingen in overheidsregulering vereist. De transitie kan alleen slagen in nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en wetenschap. De huidige programmatische overheidsaanpak is hiervoor uitermate geschikt gebleken. De vier belangrijkste zaken die een nieuw kabinet zou moeten regelen zijn het zorgen voor samenhangend, integraal beleid, het creëren van een gelijk speelveld, het ondersteunen van technologische ontwikkeling door te investeren in innovatie en het werken vanuit een marktgedreven aanpak.

Dit kan bijvoorbeeld door een fiscaal investeringsklimaat te creëren met gelijksoortige subsidie- en demonstratieregelingen als in het buitenland. Zo worden gelijke economische en ecologische kansen gewaarborgd. Ook kan de innovatieve kracht van het bedrijfsleven worden versterkt door gezamenlijk te investeren in pilot- en demonstratiefaciliteiten op het gebied van bioraffinage, wat noodzakelijk is om biomassa om te kunnen zetten in bijvoorbeeld brandstof, energie, chemicaliën of veevoer.

Door dit type maatregelen te nemen zetten we serieuze stappen in de preventie van nieuwe klimaat- en milieuproblemen. Het zal tijd en moeite kosten en niet alleen in Nederland, maar wereldwijd moeten voorlopig ook nog ontzettend veel van de eergenoemde sociale gevolgen worden aangepakt, maar een beter milieu begint bij jezelf, leerden we in de jaren ’80 al. Dus laten we deze stappen zetten.

De smokkelaar en de doper

27 oktober 2016

Een succesvolle lobby doe je zelden alleen. Een partnerschap of samenwerking met een gelijkgestemde partij of organisatie versterkt je positie. Een goede inventarisatie van alle stakeholders op jouw thema is daarom van belang. Het maakt duidelijk welke medestander, maar ook welke tegenstanders je kunt verwachten in de lobby. Gebruik deze kennis in je voordeel en smeed een krachtige coalitie. Misschien is er zelfs wel een mogelijkheid tot de mooiste soort coalitie, de Baptist-bootlegger coalition.

In de jaren ‘20 van de vorige eeuw bereikte een sterke lobby in de Verenigde Staten iets wat nog nooit in een niet-islamitisch land bereikt was: een totaalverbod op de productie en verkoop van alcohol. Van 1920 tot 1933 was het niet toegestaan om alcohol te verkopen of produceren; consumptie was nog wel toegestaan. Voor bootleggers (de producenten en distributeurs van illegale alcohol) braken gouden tijden aan. Zij die niet bang waren om de wet te overtreden konden veel geld verdienen met de verkoop van alcohol. Een tweede groep die erg blij was met de drooglegging waren verschillende religieuze groepen die onder leiding van de doopsgezinden de sterkste lobby tegen de verkoop van alcohol vormden.

De unieke combinatie van voorstanders van de drooglegging is op een aantal manieren bijzonder. Allereerst is het onverwacht. Intuïtief verwacht je niet snel dat dranksmokkelaars en religieuzen aan dezelfde kan staan in een politiek thema. Daarnaast staan deze groepen ook op elk ander thema lijnrecht tegenover elkaar. Econoom Bruce Yandle was de eerste die ontdekte dat deze onwaarschijnlijke gedeelde belangen vaker voorkomen en vaak een grote impact hebben op beleid. Hij noemde deze coalities baptist-bootlegger coalitions.

Tegenwoordig zien we dergelijke coalities ook ontstaan, en ook nu zijn ze vaak succesvol in het beïnvloeden van beleid. Niet alleen omdat een coalitie van natuurlijke tegenstanders heel geloofwaardig overkomt (als de auto-industrie en de milieubeweging het eens zijn zal het wel goed zijn), maar ook omdat ze een breed maatschappelijk draagvlak tonen. Het mooiste voorbeeld uit de afgelopen jaren is het Energieakkoord, waarbij werkgeversorganisaties het eens werden met de milieulobby over de toekomst van het Nederlandse energiebeleid. Dit akkoord is van zeer grote invloed (geweest) op de vormgeving van het huidige Nederlandse energielandschap. Naast het feit dat dit akkoord wordt bewaakt door een borgingscommissie (olv Ed Nijpels) zet ook de minister van Economische zaken zich actief in om de uitvoering van dit akkoord op hoofdlijnen te waarborgen.

Wat kun je nou met deze kennis? Hoewel Baptist-bootlegger coalitions onverwacht zijn, blijken ze helemaal niet zo onwaarschijnlijk als gedacht. Het aangaan van deze onwaarschijnlijke coalities is
niet voorbehouden aan grote belangengroepen, maar elke organisatie die beleid wil beïnvloeden kan hiermee zijn voordeel doen. Om te ontdekken met welke stakeholders je een onverwachte coalitie kunt vormen probeer je het eigen belang zo smal mogelijk te formuleren. Zo was het belang van de baptists een verbod op alcohol. Als zij hadden gekozen voor een breder geformuleerd belang, zoals “geen alcoholconsumptie” dan was de coalitie onmogelijk. Immers, de bootleggers zijn grote voorstanders van alcoholconsumptie; exact het tegenovergestelde belang.

In het kort zijn voor het vormen van een onverwachte coalitie dus 3 stappen nodig. Allereerst een volledig stakeholderoverzicht met voor- en tegenstanders van je belang. Vervolgens formuleer je je eigen belang zo smal mogelijk. Tot slot kijk je welke tegenstanders misschien toch medestanders kunnen zijn. Lukt dat niet? Dan helpen we je graag met de navigatie in het stakeholderlandschap van jouw organisatie.

Dubbele doelstelling staat Klimaatwet in de weg

4 oktober 2016

In hun onlangs gepresenteerde Klimaatwet vallen Klaver en Samsom opnieuw in de valkuil van de dubbele doelstelling. Wie klimaatverandering wil tegengaan richt zich op CO2-reductie. Logisch dus dat twee van de drie doelstellingen in het voorstel hierover gaan: 50% reductie in 2030; 95% minder CO2 in 2050. Dit zijn getallen waar het klimaat mee gediend is, maar waarom streeft de wet dan ook een derde doelstelling na die het aandeel duurzame energie in 2050 op 100% stelt?

Duurzame energie draagt uiteraard bij aan CO2-reductie. In mijn ogen is hernieuwbare energie een van de middelen om de gewenste CO2-reductie te bereiken. Andere opties die hetzelfde doel dienen zijn mogelijk goedkoper, hebben een kleiner ruimtebeslag, et cetera. Door het beoogde middel als doelstelling voor te schrijven, zet dit voorstel het politieke debat op scherp en onze innovatiekracht buitenspel.

Bovendien gaat van deze dubbele doelstelling een perverse prikkel uit. Een van de belangrijkste instrumenten om CO2-reductie te bereiken is het Emission Trade System (ETS). Zoals we de afgelopen jaren hebben gezien leidt het stimuleringsbeleid voor duurzame energie tot grotere CO2-gebruiksruimte en tot een lagere prijs voor de uitstoot van CO2.

De opstellers van de wet zijn ongetwijfeld bekend met dit fenomeen en zullen inzetten op een beter werkend ETS. Helaas is dat iets wat we al jaren roepen en onder druk van vele belangen in Europa niet voor elkaar krijgen. Beter is het om alle beleidsballen te zetten op CO2-­reductie. Laat vervolgens het middel om daar te komen over aan de markt en maatschappij.

 

Amerikaanse verkiezingen 8 november? Eigenlijk zijn ze volgende week al.. (and here’s why)

3 oktober 2016

De Amerikaanse presidentsverkiezingen komen rap dichterbij. De inmiddels al jarenlang lopende campagne gaat zijn laatste vijf weken in: op 8 november is het zover. Veel mensen denken dat de campagne nu in de ‘hete fase’ komt, en dat de hoofdkwartieren van beide kandidaten overuren draaien in de laatste weken. Niets is minder waar: juist in de laatste paar weken worden die hoofdkantoren zo ongeveer ontmanteld. Praktisch iedereen die daar werkzaam is wordt dan richting een van de swing states gestuurd om mee te helpen met de grondoperaties aldaar. Media hebben voor die laatste weken immers hun eigen plannen en eventuele scoops allang klaar liggen. Het is voor de Republikeinen en Democraten dan veel belangrijker om er voor te zorgen dat er zoveel mogelijk mensen die zéggen hun kandidaat te steunen ook daadwerkelijk naar de stembus te krijgen. “Get out the vote” acties dus. In 2008 kreeg ik daar zelf ook mee te maken, toen ik de laatste twee weken van de campagne net als al mijn collega’s vanuit het landelijk hoofdkwartier op pad werd gestuurd. Ik mocht enkele duizenden vrijwilligers in Pittsburgh trainen en als  ‘tracker’ (feitelijk een soort spion) optreden bij bijeenkomsten waar Palin en McCain optraden. In tien dagen (!) tijd kwamen niet alleen zij langs, maar ook Hillary Clinton, Michelle Obama, partijvoorzitter Howard Dean, Bill Clinton en uiteindelijk Barack Obama zelf ook. Alles om dus ter plekke zoveel mogelijk mensen te overtuigen dat ze echt moeten gaan stemmen.

Zeker dit jaar zijn ‘get out the vote’ acties ongelooflijk belangrijk: Clinton heeft op papier een veel grotere achterban dan Trump aan Republikeinse zijde, maar ze heeft ook het probleem dat veel kiezers niet bepaald enthousiast zijn over haar kandidatuur. Dit ‘enthousiasm gap’ zal ze echt moeten dichten om Trump van het Witte Huis weg te houden. Het grote voordeel dat ze daarbij heeft is dat de Democraten een veel betere grassroots organisatie hebben in de swing states, die ze al jaren geleden hebben opgezet en goed onderhouden. Trump heeft in sommige staten bijna niets. Het was in augustus zelfs groot nieuws dat een 12-jarige zijn campagneleider was in Jefferson County in Colorado. Ook op de landelijke hoodfkantoren zie je het verschil in organisatie terug in alleen al de aantallen: eind augustus had Trump 131 medewerkers, Clinton had er 789. Financieel vertaalt dat zich ook in grote verschillen: eveneens eind augustus had Clinton in totaal 795 miljoen dollar opgehaald, Trump zat toen op 403 miljoen.

Probeert Trump dan zijn geld in ieder geval zo slim mogelijk in te zetten door bijvoorbeeld grote aantallen anti-Clinton spotjes uit te zenden in swing states? Ook niet: hij begon pas in augustus überhaupt met enige serieuze inkoop van spotjes. Hij gaf daar 4,5 miljoen dollar aan uit. De grootste bulk van zijn opgehaalde campagnegeld gaat maandelijks echter naar Giles-Parscale, het bedrijf van Trump’s Digital Director. Bijna 80 procent -soms meer- van het geld dat door donaties binnen komt bij Trump, wordt daarbij uitgegeven aan digitale advertenties waarin wordt opgeroepen om… geld te doneren! Dus niet aan inhoudelijke boodschappen. Daarnaast gaan grote sommen op aan de huur van zalen waar Trump spreekt, aan reiskosten en het drukken van Make America Great Again petjes en andere parafernalia.

Relatief weinig anti-Clinton spotjes dus. Behalve dan op social media, waar Trump duizenden nep-accounts actief heeft die zich voordoen als echte mensen. Zij vallen Clinton geautomatiseerd aan. Over het algemeen zijn er weinig inhoudelijke pro-Trump boodschappen. En er is praktisch helemaal geen inzet op ‘get out the vote’ acties. Want vergis je niet: veel van de mensen die op Trump willen gaan stemmen, zijn mensen die doorgaans nooit stemmen. Ik vraag me al maanden af of ze zich eigenlijk wel registreren als kiezer. Want dat is in Amerika verplicht om in november te mógen stemmen. De berichtgeving daarover is pas vorige week eindelijk echt op gang gekomen. En wat blijkt: in Florida en Pennsylvania doen de Democraten het erg slecht in vergelijking met 2012, terwijl juist veel meer mensen zich aan Republikeinse zijde hebben laten registreren als kiezer. Dat deden ze voornamelijk eerder in het jaar al. Dat klinkt als goed nieuws voor Trump, maar dat lijkt mee te vallen (of tegen, ligt er aan hoe je er naar kijkt). In veel andere staten heeft hij nauwelijks extra registraties binnen gehaald. Of winnen de Democraten juist veel meer. Daar komt nog bij dat sinds het eerste debat tussen Trump en Clinton het aantal registraties aan met name Democratische zijde nu lijkt te exploderen. Dat moet ook ook wel nú, want in de meeste swing states sluit de registratiemogelijkheid volgende week al, een maand voor de verkiezingen. Je zou wat dat betreft dus bijna kunnen stellen dat het nog maar een week is tot aan die verkiezingen.

Meer slecht nieuws voor Trump daarbij is dat de ‘angry white men’ die volgens zijn eigen logica op hem zouden moeten gaan stemmen, zich absoluut niet in groten getale hebben gemeld bij de registratiebalies. Daar moet hij het dus ook niet van hebben. Sterker nog: je zou verwachten dat die zich al eerder dit jaar massaal hebben gemeld. Dat hebben we niet gezien. We zien nu wél dat latino’s, zwarte Amerikanen en vrouwen zich relatief veel melden aan Democratische zijde. De groepen die door Trump keer op keer afgeserveerd zijn.

Het keerpunt is wat dat betreft echt het eerdergenoemde eerste debat geweest. Na de conventies in augustus, die dramatisch uitpakten voor Trump, leek de race gelopen: Clinton had een voorsprong van rond de 6% in sommige landelijke peilingen. Dat is gigantisch, zeker als je bedenkt dat Obama met 3,8% verschil van Romney won, wat bijna 5 miljoen stemmen was (op een totaal van pakweg 315 miljoen Amerikanen). In het kiescollege, waar het echt om gaat, was dat verschil nog veel groter: 332-206. Maar hij leek eindelijk advies van buiten te accepteren: ineens gaf hij geen persconferenties meer. Eerder was het juist op al die persconferenties die hij gaf dat het mis ging: hij zei dan vaak de meest idiote dingen, waardoor hij telkens weer negatief in het nieuws kwam. Zodra hij daarmee stopte, werd het stiller. De aandacht van veel media verschoof automatisch meer naar berichtgeving over Clinton. En jawel: gestaag maakte Trump zijn verlies in de peilingen goed. Simpelweg door wat vaker zijn mond te houden. Maar alle focus was weer terug bij het debat. En daar ging hij -om in de terminologie te blijven- dus weer ‘op zijn bek’. Sinds dat moment daalt hij weer in de peilingen én neemt het aantal Democratische kiezersregistraties toe.

Ja, ze kunnen allebei nog winnen. Ja, het is nog spannend. Maar ‘the path to victory’ wordt voor Trump wel steeds kleiner. Er komen nog twee debatten. Er komen nog onthullingen van schandalen aan beide zijden, maar de registratie eindigt volgende week. Daarna gaat het echt alleen nog maar om de vraag wie zijn achterban daadwerkelijk naar de stembus krijgt op 8 november.

Kirsten Verdel is senior adviseur bij Dröge & van Drimmelen. In 2008 werkte zij als enige buitenlander op het landelijk hoofdkwartier van Barack Obama. De komende tijd vertelt zij bij de Theatertour ‘De Race Naar Het Witte Huis’ hoe het er achter de schermen van de campagneorganisaties aan toe gaat:

23 oktober Parkstad Limburg Theater Heerlen
24 oktober Chassé Theater
2 november Oude Luxor Theater Rotterdam