Categorie archieven: Blog

Een moderne CEO gaat debat niet uit de weg

Feike Sijbesma, bestuursvoorzitter van chemiebedrijf DSM, werd deze week door maandblad Quote bekroond tot “de nieuwe predikant van het feel good-kapitalisme”. Dat was een reactie op het optreden van Sijbesma een dag eerder in de uitzending van Buitenhof. In de bewuste uitzending had hij een lans gebroken voor strengere klimaateisen en vooral een CO2-prijs voor bedrijven zoals DSM, wat leidde tot lof (met een licht cynische ondertoon) van het maandblad met een zwak voor rijk en succesvol Nederland. De uitspraken van Sijbesma getuigen echter niet alleen van een vooruitziende blik op de rol van het bedrijfsleven in het klimaatdebat, maar ook op de rol van CEO’s in veel meer maatschappelijke debatten.

In 2016 typeerde de toonaangevende Amerikaanse krant The Wall Street Journal Marc Benioff, CEO van techbedrijf Salesforce, als “Activist CEO”. Aanleiding daarvoor was de bemoeienis van Benioff met voorgenomen wetgeving in de Amerikaanse staat Indiana, die de gelijke rechten van LHBTI’ers drastisch zou inperken. Salesforce heeft een groot kantoor in die staat en Benioff dreigde met het stopzetten van alle activiteiten daar, als de wet werd aangenomen. Daarmee was hij er mede verantwoordelijk voor dat de wet snel gevolgd werd door een aanpassing die de rechten van LHBTI’ers alsnog moest beschermen. De titel van activist-bestuurder bleef plakken aan Benioff, die het inmiddels ook als geuzennaam draagt.

In hetzelfde jaar onderzochten wetenschappers van Harvard Business School de impact van CEO-activisme op maatschappelijke debatten én op het imago van hun bedrijven. Ze concludeerden dat de rol die CEO’s steeds meer spelen in debatten die niet direct raakt aan de kern van hun zakelijke activiteiten, bijvoorbeeld kijkend naar de rechten van minderheden in Amerika, een positieve impact heeft op zowel dat debat als op de beeldvorming rond de bedrijven die ze leiden. Het oude beeld dat bedrijven en hun directeuren op de achtergrond moeten opereren, is niet meer van toepassing.

Werkgevers en hun waarden
Vreemd is die veranderende rol van (grote) ondernemingen niet. Lange tijd vielen mensen terug op bekende instituties om hun positie in maatschappelijke debatten te vertolken. Dat kon via politieke partijen of bijvoorbeeld via vakbonden of religieuze organisaties. De positie van die organisaties kalft echter al decennia af, terwijl werkgevers een steeds prominentere rol innemen in de identiteit van hun medewerkers. Waar je vroeger simpelweg voor een bedrijf ging werken omdat ze een grote werkgever waren in het dorp waar je opgroeiende of omdat je vader er ook werkte, hebben toegenomen arbeidsmobiliteit en krapte op de arbeidsmarkt ertoe geleid dat medewerkers vaak bewuster kiezen waar ze willen werken. Het gaan dan niet alleen om de aard van het werk en het salaris, maar ook om de waarden waar het bedrijf voor staat. Je werkgever is daarmee ook een belangrijke vertegenwoordiger van wie jij bent naar de buitenwereld. Zoals Benioff het zelf verwoordde:

 “CEO activism is not a leadership choice, but a modern — and an evolving — expectation. CEOs have to realize that Millennials are coming into the organization and expecting the CEO to publicly represent the values of that organization.”

Terug naar Nederland
In een tijd dat de rol van grote bedrijven in maatschappelijke debatten, vooral dankzij de commotie rond de dividendbelasting, ter discussie staat, was de oproep van Sijbesma verfrissend. Verrassend was het echter niet, aangezien de DSM-topman zich al veel langer maatschappelijk betrokken toont. In een FD interview in 2017 stelde hij bijvoorbeeld:

“Als er aan mij zou worden gevraagd waarom ik ook bezig ben met het beter maken van de wereld, zou ik zeggen dat DSM midden in de samenleving staat. De zaken waar ik mij druk om maak — zoals de honger, ondervoeding en ongezonde voeding, en het klimaat — passen precies bij de competenties van DSM.”

Natuurlijk raakt de discussie over CO2 veel nadrukkelijker aan de zakelijke activiteiten van DSM dan bijvoorbeeld LHBTI-rechten, maar dat neemt niet weg dat Sijbesma zich als geen ander realiseert dat hij als bestuurder niet weg kan lopen voor zijn rol in grote maatschappelijke debatten. Nu werkgevers steeds meer een vertegenwoordiger worden van de waarden en identiteit van hun medewerkers – en in het verlengde daarvan van hun klanten – zullen moderne CEO’s bereid moeten zijn moeilijke maatschappelijke debatten te voeren, ook als dat niet expliciet raakt aan hun eigen zakelijke belangen. Feike Sijbesma verdient meer ‘predikanten van het feel good-kapitalisme’ aan zijn zijde en de werknemers van Nederland verdienen bestuurders die hun waarden vertegenwoordigen. Het wordt tijd dat meer CEO’s zich met maatschappelijke debatten gaan bemoeien!

Door Adriaan Andringa

Kiezen tussen akkoorden

In het zomerreces ontstond er een interessant debat in het FD door twee artikelen van Ebel Kemeling en Jan Rotmans. Kemeling hield een pleidooi voor een stevigere rol van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) inzake de energietransitie en het Klimaatakkoord. Rotmans riep vervolgens op om te stoppen met polderen en te kiezen voor een participatiemodel: een ‘coalition of the willing’ met partijen die durven door te pakken en te investeren. Geen brancheorganisaties en koepels, maar koplopers die verantwoordelijkheid nemen. Is dit een nieuwe, betere versie van het ‘klassieke’ polderakkoord?

Interessant aan beide artikelen is de vergelijking die de auteurs maken tussen het Klimaatakkoord en een akkoord over gezondheid. Kemeling zegt: “Stel: (..) in het regeerakkoord worden ambitieuze doelen geformuleerd over het terugdringen van obesitas. Om de plannen handen en voeten te geven, installeert het kabinet vijf ‘gezondheidstafels’, waaraan o.a. worden uitgenodigd: Foodwatch, de Consumentenbond, Coca-Cola, McDonalds, Pizza Hut, Ahold, Jumbo en het Verbond van Snackbarhouders. Als laatste wordt ook nog Ekoplaza uitgenodigd. Wat denkt u, zou het lukken om tot een geloofwaardig en gezond transitietraject te komen?”. Het antwoord van beide heren: tuurlijk niet! Wat ze waarschijnlijk niet wisten, is dat dergelijke onderhandelingen momenteel plaatsvinden in het preventieakkoord. Aan tafel zitten net iets andere partijen dan de heren suggereren, maar het scheelt niet veel. En zoals je kunt verwachten, zijn ook daar partijen erg ontevreden. Zo deed de Transitiecoalitie Voedsel laatst eenzelfde oproep in Trouw als Kemeling en Rotmans: “Als je een preventieakkoord ontwikkelt met dit soort klassieke koepels, bepaalt per definitie de langzaamste in het peloton het tempo”.

Het sluiten van een ‘klassiek’ polderakkoord wordt vaak gezien als effectief lobbyinstrument om wetgeving te voorkomen of besluitvorming te vertragen. Door het sluiten van een akkoord hoeft het ministerie geen pijnlijke maatregelen te nemen, kan de industrie zelf het tempo en de maatregelen bepalen en worden maatschappelijke organisaties aan het akkoord gebonden voor draagvlak. Een effectief middel dat zorgt voor een groot draagvlak en bereik. Uitgelekte memo’s over een ‘meestribbelend bedrijfsleven’ helpen de beeldvorming echter niet en geven munitie aan de voorstanders van een progressiever model.

In het progressieve model van een coalition of the willing bepalen de hoogvliegers het tempo en het doel. De partijen kunnen daardoor de norm zetten voor hun concurrenten, genieten vaak breed draagvlak onder het maatschappelijk middenveld en het ministerie heeft een troef in handen om wetgeving wel in te voeren: de markt laat immers zien dat het kan. Het sluiten van een ‘coalitions of the willing’ is daarmee een mooi (nieuw) lobbyinstrument om tegen de gevestigde orde in te gaan en het eigen model neer te zetten als de weg vooruit.

Het poldermodel is van oorsprong een middel om werkgevers, vakbonden en overheid gezamenlijk tot een beter cao te brengen. Tegenwoordig wil elke sector een akkoord sluiten en het zoeken naar consensus zal in Nederland als polderland altijd in een zekere mate blijven. De vraag is echter of je nog moet aansluiten bij het akkoord voor een effectieve lobby? Polderen is een klassiek spel met een groot speelveld, waardoor het onderhandelingsproces lang duurt, maar je bereik groot is. Of vaar je met enkele gelijkgestemden een eigen koers waardoor je het tempo kan bepalen? Dit participatiemodel is sneller, waarbij vooraf een helder doel wordt geformuleerd en eenieder die mee wilt doen zich daaraan committeert. Beide vormen kunnen een effectief lobbyinstrument zijn, afhankelijk van het doel van de lobby die je wilt voeren. Wel zou wat meer coalitions of the willing het politieke speelveld interessanter maken.

Kennisasymmetrie: deugd of ondeugd in public affairs?

Scientia potentia est, kennis is macht. Maar steeds vaker loopt de kennis van de regering en het parlement substantieel achter op die van het bedrijfsleven, wat gepaard gaat met zorgen over de verschuiving van macht. Een kennisasymmetrie wordt namelijk vaak gezien als voordeel voor het bedrijfsleven, omdat zij door hun kennis invloed kunnen uitoefenen op wet- en regelgeving. In toenemende mate blijkt echter dat de kennisasymmetrie in de praktijk eerder een nadeel dan een voordeel is voor het bedrijfsleven. Zeker in sectoren waar kennisachterstand gepaard gaat met een gebrek aan vertrouwen wordt sneller gegrepen naar vergaande regulering. Deze veranderende dynamiek heeft implicaties voor de rol en strategie van public affairs professionals: nadruk op de rol van voorlichter, de noodzaak van het betrekken van non-profit expertise, een grotere focus op fractie- en beleidsmedewerkers, en meer noodzaak tot innovatieve samenwerking in een vroeg stadium om te komen tot gepaste regulering.

Kennisasymmetrie..
Hoewel de Nederlandse overheid niet vreemd is met het binnenhalen van expertise van buitenaf, is de afhankelijkheid van kennis van derden de afgelopen jaren sterk toegenomen. De groeiende kennisachterstand kent verschillende oorzaken. In het huidige informatietijdperk is er een enorme hoeveelheid informatie die ieder jaar exponentiele groeit. In 2010 zei toenmalig CEO van Google Eric Schmidt hierover: “There were 5 Exabytes of information created between the dawn of civilization through 2003, but that much information is now created every 2 days.” Deze groei aan informatie kan paradoxaal genoeg ten koste gaan van kennis wanneer aandacht constant wordt afgeleid door een nieuwe stroom aan informatie. Naast de hoeveelheid aan informatie groeit ook de complexiteit van (maatschappelijke) vraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatproblematiek en de snelle technologische ontwikkelingen zoals fintech en artificial intelligence.

Waar de informatiestroom exponentieel groeit, neemt de capaciteit bij de regering en het parlement om deze informatie te verwerken af. Door de bezuinigingen en het geloof in een ‘kleinere overheid’ is het ambtenarenapparaat substantieel kleiner geworden. Ook is er een hoog ambtelijk verloop waardoor opgebouwde kennis verloren gaat. Aan de kant van het parlement is het politieke landschap de afgelopen jaren sterk versnipperd. In de Tweede Kamer zijn er nu maar liefst dertien fracties. Door deze fragmentatie hebben Kamerleden steeds meer (en steeds complexere) onderwerpen in hun portefeuille en wordt er van ze verwacht dat ze expert zijn op tientallen dossiers. Tegelijkertijd hebben zij door een beperkt budget voor fractieondersteuning vaak maar enkele medewerkers tot hun beschikking. Door dit tekort aan inhoudelijke ondersteuning zijn zij nauwelijks in staat om de benodigde expertise om zich heen te verzamelen.

..een voordeel?
Door de kennisachterstand zijn de regering en het parlement vaak afhankelijk van derden voor kennis. Lobbyisten, afkomstig van zowel de private sector en maatschappelijk middenveld, spelen een grote rol in het vervullen van deze informatiebehoefte. In dat proces selecteren zij informatie en snijden dit toe op de behoefte van de politicus of ambtenaar. Vaak wordt gesteld dat door dit kennisvoordeel zij in staat zijn om invloed uit te oefenen op wetgeving. Als de verschafte informatie louter een middel is om een particulier doel te dienen, ontstaat het risico dat de overheid of het parlement private belangen gaat dienen in plaats van het algemeen belang. Dit wordt in de academische literatuur regulatory capture of specifieker knowledge capture genoemd. Als (extreem) voorbeeld wordt vaak de financiële crisis aangehaald, waar de kennisasymmetrie tussen financiële instellingen en de wetgever ertoe heeft geleid dat de wetgever de financiële crisis niet had voorzien en niet had weten te voorkomen.

..of een nadeel?
In toenemende mate blijkt dat deze kennisasymmetrie vaker een nadeel is dan een voordeel voor het bedrijfsleven. Dit is voornamelijk zo voor sectoren waarin het vertrouwen laag is. Na de financiële crisis heeft men het vertrouwen in de financiële sector verloren, waardoor er sneller gegrepen wordt naar regulering als oplossing. Regulering die ook steeds strikter, gedetailleerder en complexer wordt. Nu technologische vernieuwing in de financiële sector volwassen aan het worden is, wordt verwacht dat de wetgever met passende maatregelen te komen. Daarmee staan zij voor de uitdaging om alle benodigde kennis in te winnen, de risico’s en kansen van de complexe technologie voor bedrijven, consumenten en de stabiliteit van het financiële systeem te identificeren en op waarde te schatten en met regulering te komen die dit in balans brengt. Wereldwijd zie je als reactie dat fintech intensiever gereguleerd wordt.

Implicaties voor public affairs professionals
Wat betekent dit voor public affairs professionals? Ten eerste wordt hun rol als voorlichter groter en belangrijker. Zij hebben immers de benodigde kennis in pacht over bijvoorbeeld hun technologie. Tegelijkertijd worden zij geconfronteerd met een gebrek aan vertrouwen dat zij terug moeten winnen. Gezien het wantrouwen jegens het bedrijfsleven en de behoefte aan onafhankelijke informatie wordt non-profit expertise steeds belangrijker en daarmee ook voor een public affairs strategie. Daarnaast zal de lobby zich steeds meer gaan richten op de medewerkers van Kamerleden, omdat zij zich in toenemende mate ontwikkelen als inhoudelijk experts (en zelfs soms ook door andere fracties worden gevraagd om advies) en beleidsmedewerkers bij de overheid. Tot slot wordt het noodzakelijk om in vroeg stadium samenwerking te zoeken om de kansen en risico’s van nieuwe technologieën en passende maatregelen te onderzoeken, bijvoorbeeld door het opzetten van experimenteerruimte, ook wel de ‘regulatory sandbox’ genoemd. In plaats van regulering te voorkomen zet de public affairs professional vaker in op zorgvuldige, toekomst- en innovatiebestendige co-regulering.

Public affairs: een militaire operatie

12 juni 2018 – Aan de start van een succesvol lobbytraject wordt eerst een strategie opgesteld. Duidelijk voor ogen hebben wat het hoofddoel is, welke kansen en uitdagingen er zijn en welke stappen er gezet moeten worden om de doelen te bereiken liggen daarbij aan de basis. Het woord ‘strategie’ is afgeleid van het Griekse woord ‘strategos’; een algemene benaming voor een militaire bevelvoerder in de Griekse oudheid. Er zijn dan ook veel parallellen te trekken tussen strategische onderdelen van public affairs trajecten en militaire strategieën. Een aantal op een rij:

Stakeholderanalyse

Geen militair trekt vijandelijk gebied in zonder te weten wie zijn tegenstanders zijn, en een lobbyist wil precies weten wie er actief is op een bepaald dossier en wat de onderlinge verhoudingen tussen de stakeholders zijn. Tot enkele decennia geleden was het voor militairen heel duidelijk wie zijn tegenstanders waren. Ze droegen vaak een uniform waar je dit aan kon zien en het terrein van de tegenstanders was duidelijk afgebakend. Denk hierbij aan de burgeroorlog in de Verenigde Staten die werd uitgevochten op de battlefields waar de Drummer Boys het tempo aangaven van de militaire opmars. Of de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog waar militairen wekenlang hetzelfde stuk land moesten verdedigen. Heel anders werd het met de guerrillaoorlogen die met de Vietnamoorlog hun intrede deden. Op het eerste gezicht is dan niet meer duidelijk waar iemand staat en welke onderlinge relaties er zijn. Binnen het vakgebied van public affairs is het even zo belangrijk om te weten met wie je te maken krijgt en hoe de onderlinge relaties zijn.

Sluit onwaarschijnlijke coalities  

De gelegenheidscoalitie, waarin meerdere actoren zich verenigen, is in opmars in de public affairs. Steeds vaker zien we coalities die bestaan uit een verrassende samenstelling. Op de meeste terreinen staan de actoren in een gelegenheidscoalitie recht tegenover elkaar, maar als het moet wordt er samen opgetrokken om een specifiek doel te bereiken. Zo’n coalitie van tegenstanders komt geloofwaardig over en krijgt snel voet aan politieke grond. In de geschiedenis werden coalities en bondgenootschappen vaak gevormd op basis van familiaire achtergronden. Wie de kaart van de bondgenootschappen uit de Eerste Wereldoorlog erbij pakt ziet dat de coalities van de geallieerden en de centralen als een lappendeken door elkaar liggen. In de huidige geopolitieke situatie is de aangehaalde relatie tussen Rusland en Turkije op het gebied van de defensie-industrie er een die, gezien de onderlinge geschiedenis, niet altijd voor de hand ligt. Het is ook nog maar de vraag hoe lang deze gelegenheidscoalitie stand houdt.

“Timing is everything”

Het juiste moment van handelen is essentieel voor een goede uitkomst. Position papers en berichten naar politici die niet op het juiste moment plaatsvinden zijn als losse flodders in de lucht. Weten hoe de processen lopen en wat het juiste moment van inzet is behoren tot de expertises van een public affairs adviseur of lobbyist. Alles komt aan op het goed omgaan met je instrumenten.

In de middeleeuwen kostte het maken van schilden, de benodigde wapens en versterkte wagens al snel drie maanden of langer. Als de legeraanvoerder zijn woede niet kon bedwingen en zijn manschappen er te vroeg op uitstuurde, verloor hij een te groot deel van zijn manschappen waardoor de stad in kwestie niet kon worden ingenomen. De huidige Doctrine Publicatie Landoperaties, waarin de basis voor het militair optreden van Nederland staat, noemt het belang van public affairs en timing zelfs letterlijk: “public affairs kan verder, door bewust met informatie en timing van berichtgeving om te gaan, bijdragen aan het verrassen van de opponent.”

Samenwerking

De Chinese generaal Sun Tzu schreef in de vijfde eeuw voor Christus zijn handboek ‘The Art of War, over strategieën voor conflictbeheersing. Een van zijn meest bekende opvatting luidt als volgt: “Honderd overwinningen halen in honderd slagen is niet de hoogste uitmuntendheid; het leger van de vijand onderwerpen zonder strijd is de hoogste uitmuntendheid.” En zo is het maar net. Wie met de juiste strategie en overtuigingskracht zijn doel weet te bereiken heeft in Den Haag de meeste invloed.

Theateravond 2018: Vertrouwen en optimisme

Dinsdag 15 mei had Dröge & van Drimmelen de eer om schrijver en oud-politicus Jan Terlouw te verwelkomen op de jaarlijkse theateravond. Met deze traditie biedt het bureau haar relaties niet alleen een gezellige en inspirerende avond, maar bedanken we hen ook voor de geslaagde samenwerking. In de zaal zaten vele gasten uit politiek en bedrijfsleven, waaronder Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag.

Muzikaal ondersteund door het Leonard Ensemble hield Jan Terlouw een inspirerende vertelling over het hedendaags consumentisme en de voetafdruk die dit nalaat op onze planeet. In het daaropvolgende vraaggesprek met Marieke van der Werf ging Terlouw dieper in op de grote thema’s van de eenentwintigste eeuw.

In het verhaal van Terlouw hield de protagonist er een pessimistisch mensbeeld op na, waar de positieve blik van zijn wederhelft uiteindelijk de strohalm was die de hem uit het moeras van neerslachtigheid hielp. Uiteindelijk is de mens in staat om grote problemen als klimaatverandering op te lossen, zoals in het verleden ook problemen als slavernij zijn aangepakt. In het tweegesprek kreeg Terlouw de vraag of hij zichzelf ziet als pessimist of als optimist. Hoewel hij minder optimistisch is dan vroeger en bepaalde zaken in de huidige maatschappij snel moeten veranderen, bood met name de houding van jongere generaties ten aanzien van welvaart en duurzaamheid hem vertrouwen in de toekomst. Want vertrouwen is volgens Terlouw essentieel om de grote problemen het hoofd te bieden.

De kwestie die het verhaal van Terlouw opwerpt is een interessante, want in hoeverre kunnen we positief zijn over de stand van zaken in Nederland en de wereld an sich? En kan dat überhaupt objectief worden vastgesteld? Een lastige vraag, want hoe verhouden ontwikkelingen als de sterke economische groei zich bijvoorbeeld ten opzichte van klimaatverandering? Of een stijgend niveau van opleiding tegenover een groeiende kloof tussen arm en rijk?

In het kader van deze discussie is het bijzonder dat het Centraal Bureau voor de Statistiek uitgerekend deze week de eerste uitgave van haar Monitor Brede Welvaart publiceerde. In dit rapport wordt niet alleen gekeken naar de brede welvaart hier en nu, maar ook in hoeverre deze welvaart een schaduw werpt op toekomstige generaties en op andere landen. De totstandkoming van het rapport is mede ingegeven door een speech van Amerikaans politicus en presidentskandidaat Robert Kennedy. In de speech uit 1968 benadrukt Kennedy de tekortkoming van het meten van welvaart aan de hand van cijfers als het Bruto Binnenlands Product. In deze cijfers worden immers ook zaken als luchtvervuiling, de stijgende kosten van gezondheidszorg en de wapenindustrie meegenomen – ontwikkelingen die een negatieve impact hebben op de aarde en daarmee ook op het welzijn van de mens. Cijfers en indicatoren als het BBP vormen slechts een deel van de waarheid: it measures everything in short, except that which makes life worthwile.’

De publicatie van dit rapport zal niet meteen zorgen voor een transitie, maar de inhoud is zeer bruikbaar in het politieke en maatschappelijk debat. Door verder te kijken dan alleen cijfers als het BBP, maar ook thema’s als gezondheid, veiligheid en milieu mee te nemen ontstaat er een veel breder beeld over hoe Nederland er voorstaat.

De Monitor Brede Welvaart past in mijn optiek in een bredere trend waarin kritisch wordt gekeken naar de maatschappij. Websites en kranten berichten bijvoorbeeld dagelijks over thema’s als klimaatverandering en privacy. Het huidige kabinet heeft een belangrijke stap gezet in de energietransitie door de gaskraan dicht te draaien. En door de opkomst van online deelplatforms en circulair ondernemen worden er belangrijke stappen gezet in een meer duurzame economie. Hiermee is de huidige generatie op weg naar een nieuw economisch model, waarin duurzaamheid een belangrijke rol speelt. En dat biedt reden tot optimisme en vertrouwen in de toekomst.

"Theateravond_2018.png"

Blog: Prijs de dag nog niet voor de avond

9 april 2018 – De krantenkoppen stonden er vol mee: ‘Wiebes draait de gaskraan dicht.’ Dit was zonder meer een historisch besluit van het kabinet. Maar hoe kwam dit besluit tot stand? René Paas, commissaris van de Koning in de provincie Groningen, gaf op donderdag 5 april een unieke inkijk in het besluitvormingsproces.

Toen René Paas benoemd werd tot commissaris van de Koning in Groningen, wenste men hem succes, maar ook voornamelijk sterkte. De twaalf maanden die hier op volgden illustreerden dit. De grote onvrede onder de Groningers, de noodzaak om de gaswinning te veranderen en een demissionair kabinet met een politiek zeer gevoelig onderwerp, maakte het niet een gemakkelijke positie. Het radicale besluit op 29 maart om de gaswinning uit het Groningseveld te stoppen, maakt het daarom des te meer historisch.

Afhandeling schade, veiligheid en toekomstperspectief   

René Paas benadrukte tijdens de lezing dat er nog steeds grote stappen gezet moeten worden, ondanks dit historische besluit. Naast een goede afwikkeling van de schade, moet er gewerkt worden aan het op pijl brengen van het veiligheidsniveau en het bieden van een goed toekomstperspectief voor de Groningers. Met stoppen van de gasproductie, zal immers ook een industrie verdwijnen. Ook moet men de Groningers nog verzekeren van een veiligheidsniveau dat niet onderdoet voor dat van andere Nederlanders. Het stilleggen van de gasproductie zorgt immers het komende decennium niet voor het stoppen van aardbevingen.

Een toekomstperspectief is er zeker, mits goed uitgevoerd. Groningen heeft een geschiedenis als energieleverancier van het Rijk. Eerst middels turf, later middels het gas. Groningen is daarom bij uitstek geschikt als hofleverancier van duurzame energie, wat de werkgelegenheid in de regio op pijl kan houden. Versterkte inzet hierop lijkt René Paas niet meer dan redelijk, aangezien Groningen met de gasbaten tot dusver ongeveer 280 miljard aan inkomsten voor de schatkist heeft gegenereerd. Maar uiteraard: mits vooraf de voorwaarden duidelijk en ten gunste van de Groningers zijn opgesteld.

Vanuit de wetenschappelijke invalshoek

De inkijk in het proces en in de lobby van Groningen werd aangevuld door een wetenschappelijke reflectie van Arco Timmermans, buitengewoon hoogleraar public affairs aan de Universiteit Leiden. Hij benadrukte de groeiende invloed en kracht van de burgerlobby. Het wordt voor de gevestigde orde steeds moeilijker om de burgerlobby, mits deze goed is georganiseerd, te negeren of om hier slechts op passieve wijze op te reageren. In de kwestie-Groningen heeft het kabinet nu een eerste stap richting de burgerlobby gezet. De vraag is of deze reactie actief en open genoeg blijft naar tevredenheid van de bewoners.

"Lezing_Paas "Lezing_Paas

Ketenakkoorden als schakel in de circulaire economie

12 februari 2018 – Begin januari zijn de transitieagenda’s circulaire economie gepresenteerd: gedegen stukken met lange-termijnvisies en korte-termijnacties voor vijf sectoren. Het Planbureau voor de Leefomgeving gaat met een nieuw monitoringssysteem de voortgang meten. De transitieagenda’s vloeien voort uit het zogenaamde Grondstoffenakkoord, dat een aantal ministeries onder het vorige kabinet sloot met zo’n 300 bedrijven en organisaties. Het woord ‘akkoord’ roept de vergelijking op met het Energieakkoord, dat inmiddels alweer zo’n vijf jaar in uitvoering is. Die vergelijking klopt echter niet. Anders dan het uitonderhandelde Energieakkoord, met ondertekende afspraken tussen partijen, is het Grondstoffenakkoord nu slechts een verzameling van beleidsopties.

De circulaire economie heeft echter harde afspraken nodig. We blijven teveel hangen in discussies over het sturen op kwantiteit van inzameling, de kwaliteit van het recyclaat of het stimuleren van inzameling dan wel het aanwakkeren van de marktvraag naar secundaire materialen. Daarbij kunnen alle betrokkenen het ook eindeloos hebben over de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden. Mijn analyse is dat deze zoektocht naar generieke maatregelen voor circulaire economie het proces vertragen.

Mijn pleidooi is derhalve om op kleinere schaal concrete stappen te zetten. Ik wil daar direct een middel bij introduceren: het Ketenakkoord. Binnen een Ketenakkoord maken ontwerpers, producenten, inzamelaars, recyclers en afnemers afspraken over het hergebruik van een product of materiaalsoort. Deze partijen maken een bindende afspraak over de aan te leveren reststroom, de output van het sorteerproces, de kwaliteit van het recyclaat en de gegarandeerde afname van de opbrengst. Energie als grondstof kan daar ook onder vallen. Ook over de verdeling van kosten en baten worden binnen de keten afspraken gemaakt. De overheid kijkt mee: naar kansen en belemmeringen, mogelijkheden voor opschaling en aanknopingspunten voor beleid. Het percentage primaire grondstof dat met een Ketenakkoord uit het systeem wordt gedrukt, is exact te monitoren en telt direct mee in de doelstellingen van het Rijksbrede Programma Circulaire Economie.

De voorbeelden liggen er al: sloopopbrengst uit vastgoed en infrastructuur die wordt ingezet voor nieuwbouw; huishoudelijk afval dat na verbranding nog voldoende mineralen oplevert om stoeptegels terug te leveren aan de gemeente; biopolymeren gewonnen uit rioolslib en toegepast in lichtgewicht plantenpotjes voor de export; et cetera! De crux is om deze en nieuwe ketens te smeden tot meerjarige akkoorden.

Onlangs hoorde ik in perscentrum Nieuwspoort staatssecretaris Van Veldhoven over de uitrol van de transitieagenda’s. Het ministerie van I&W denkt nu na over een uitvoeringsagenda. Ketenakkoorden zouden daar als concrete projecten uitstekend in passen. Ik zeg: nú doorpakken!

Marieke van der Werf
directeur Dr2 New Economy
oud-Tweede Kamerlid voor het CDA

Gelegenheidscoalitie, maar geen verlegenheidscoalitie

September 2017 – Een gelegenheidscoalitie, kent u die uitdrukking? In het onlangs door Dröge & van Drimmelen uitgebrachte Trendrapport Public Affairs, beschrijven wij o.a. de opkomst van zogenaamde ‘gelegenheidscoalities’ (of unieke partnerschappen) in de lobby.

Het vormen van een verbond, dan wel het verenigen van twee of meer actoren ten behoeve van een gemeenschappelijk doel, is kenmerkend voor de Nederlandse politiek en public affairs. Steeds vaker treffen we echter partnerschappen aan die we als opmerkelijk of verrassend kunnen beschouwen. Dergelijke strategische gelegenheidscoalities kunnen oplossingen bieden die passend zijn voor het politieke bestuur dat aan het bewind is. Niet alleen omdat een coalitie van tegenstanders heel geloofwaardig overkomt, maar ook omdat ze een breed maatschappelijk draagvlak tonen. Als public affairs professionals brengen wij dergelijke maatschappelijke partijen samen in een uitzonderlijke samenwerking en formuleren we samen een unieke en doortastende boodschap.

Het ontstaan van strategische gelegenheidscoalities lijkt mede veroorzaakt door de versnippering van het politieke landschap. Het grote aantal politieke partijen in de Tweede Kamer, opmerkelijke of onverwachte verkiezingsuitslagen en de relatief korte zittingsduur van Tweede Kamerleden vragen om nieuwe en creatieve samenwerkingsverbanden in de belangenbehartiging. Daarnaast kan de totstandkoming van gelegenheidscoalities ook verklaard worden in het licht van (vernieuwde) betrokkenheid en verantwoordelijkheid die organisaties en bedrijven voelen ten opzichte van de maatschappij. Een mooi voorbeeld hiervan is de ondertekening van het Energieakkoord in 2013, waarin ruim veertig organisaties afspraken hebben gemaakt over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. Bijzonder is de samenstelling van de ondertekenaars: partijen die in eerste instantie geen gedeelde belangen lijken te hebben, of zelfs gezien worden als tegenpolen, trekken in het Energieakkoord gezamenlijk op. Zo ondertekenden zowel LTO Nederland als Milieudefensie de overeenkomst, maar ook BOVAG, Greenpeace en VNO-NCW. Andere gelegenheidscoalities zien we terug bij de samenwerking tussen jongeren- en ouderenorganisaties op pensioengebied, maar bijvoorbeeld ook de Kenniscoalitie, North Sea Energy Coalition, het Goede Doelen Platform, Springtij, Open Internet Coalitie en het Digitaal Manifest. Kenmerkend van deze coalities is dat ze slechts gedurende een beperkte looptijd, en op maximaal één of twee issues samenwerken: “no strings attached”. Nadeel kan zijn dat de inhoud vertroebelt door de complexiteit en veelzijdigheid aan belangen, c.q. dat men zich vervreemdt van het eigen organisatiestandpunt. En als een oplossing of overheidsbesluit vervolgens té lang uitblijft, kan ook de cohesie binnen de gelegenheidscoalitie verwateren.

Niet alleen vanuit de maatschappij en bedrijven worden coalities gesloten. Ook in de Haagse onderhandelingsruimtes van het Johan de Witthuis of de Stadhouderskamer wordt momenteel gewerkt aan een soort gelegenheidscoalitie, een regeringscoalitie die vooral ingegeven lijkt door een bittere noodzaak (“there is no alternative”) en door een pragmatische optelsom van 76 zetels meerderheid in de TweedeKamer.

Het lijkt geen pure liefde te zijn tussen de VVD, het CDA, D66 en Christenunie; eerder een verstandshuwelijk. Pragmatisch moeten compromissen worden gezocht op terreinen als arbeidsmarkt, immigratie en integratie, buitenlands beleid en bijvoorbeeld op enkele immateriële vraagstukken. Standpunten die tot nu toe behoorlijk ver uiteen lagen, moeten in een regeerakkoord worden overbrugd danwel even tijdelijk geparkeerd.

Als het echter maatschappelijk wél lukt om grote (belangen)verschillen te overbruggen, zou daar de Nederlandse politiek toch óok een voorbeeld aan moeten nemen.. Als op energie- en klimaatgebied zeer uiteenlopende partners elkaar tóch blijken te kunnen vinden op hoofd-doelstellingen en daarmee ook de noodzaak en urgentie van een oplossing aantonen, moet dat toch een voorbeeld zijn voor ChristenUnie, D66, CDA en VVD in een regeringsconstructie iets dergelijks te gaan doen.

En nu maar hopen dat het niet bij een té korte periode wordt, of dat het een “verlegenheidscoalitie” wordt.

De regulatory sandbox: noodzakelijk voor innovatie

22 augustus 2017

De Nederlandse overheid staat voor de uitdaging om de kansen te benutten van technologische ontwikkelingen zoals het internet of things, zelfrijdende auto’s en blockchain. Het kabinet wil technologieneutraal en toekomstbestendig beleid formuleren, maar krijgt nog te vaak de kritiek dat wet- en regelgeving achter innovatie aan hobbelt of zelfs afremt. Welk beleidsinstrument kan de Nederlandse overheid inzetten om innovatie te stimuleren? De regulatory sandbox.

Een regulatory sandbox maakt het mogelijk voor innovatieve ondernemingen om producten, diensten of verdienmodellen in de praktijk te testen zonder dat zij aan alle wettelijke verplichtingen en beperkingen hoeven te voldoen. Denk bijvoorbeeld aan proeven met zelfrijdende auto’s of experimenten met drones die post bezorgen. Op dit moment is regeldruk vaak een barrière voor innovatie, niet alleen voor start-ups maar ook voor grote gevestigde bedrijven. Ook voor hen is de wet- en regelgeving omtrent privacy, mededinging en consumentenbescherming complex. Regulatory sandboxes zijn ‘safe spaces’ waarin bedrijven kunnen experimenteren met innovaties zonder gelijk het risico te lopen dat zij de wet overtreden. Het doel is om rechtsonzekerheid te minimaliseren en om innovatie te stimuleren door experimenteerruimte te bieden.

De regulatory sandbox biedt niet alleen innovatieruimte aan ondernemers, maar ook aan de wetgever en toezichthouders. Ook zij zijn door de snel veranderende technologieën als het ware start-ups geworden. De wetgever ziet wat de werking en impact van innovaties in de praktijk zijn, waardoor de risico’s, maatschappelijke waarde en het voordeel voor consumenten beter ingeschat kunnen worden. Beleid kan zo nodig worden aangepast in het licht van de nieuwe ontwikkelingen. De toezichthouder kan kennis en methodes ontwikkelen om adequaat toezicht te houden op nieuwe producten en verdienmodellen. Een regulatory sandbox schept meer openheid en dialoog tussen ondernemers en toezichthouders zonder dat de onafhankelijkheid van de toezichthouder in het geding komt.

Op dit moment worden regulatory sandboxes vooral ingezet als beleidsoplossing in de financiële sector. Voorbeelden zijn de Financial Conduct Authority in het Verenigd Koninkrijk, de Monetary Authority in Singapore en de AFM en DBN in Nederland die door experimenteerruimte te bieden aan fintech bedrijven de toegang tot de markt verruimen.

De regulatory sandbox is een noodzakelijke innovatie in beleidsvorming om technologische ontwikkelingen te stimuleren. Zo bereiden we wetgevers en toezichthouders voor op de toekomst.

PrinsjesBelang 2017 – Tijd om elkaar te vinden

26 juni 2017

Op donderdag 22 juni werd officieel het lustrumprogramma van het Prinsjesfestival gepresenteerd in Nieuwspoort. Het Prinsjesfestival, dat dit jaar voor de vijfde keer wordt georganiseerd, vindt plaats in de week voor Prinsjesdag en bestaat uit een programma vol feestelijke en inhoudelijke activiteiten. Naast terugkerende activiteiten zoals het PrinsjesCabaret en het PrinsjesDiner, is er dit jaar ook een primeur: PrinsjesBelang. Een lunchbijeenkomst waar geïnteresseerden in public affairs en lobby op een informele en actieve manier in contact kunnen komen met public affairs professionals.

Ieder jaar staat Prinsjesfestival in het teken van een thema. In 2017 is het thema: ‘Tijd om elkaar te vinden; polarisatie – pacificatie 1917-2017.’ Met de Pacificatie van 1917 kwam een einde aan een jarenlange strijd tussen verschillende religieuze en politieke groeperingen. De gelijke behandeling van openbare en bijzondere scholen, de invoering van het algemeen kiesrecht en de evenredige vertegenwoordiging waren de uitkomst daarvan. In het huidige politieke landschap zijn kiezers beweeglijk. Nieuwe partijen en bewegingen verwerven grote steun. Tegelijkertijd is de beweeglijkheid van kiezers en de toegenomen polarisatie wellicht ook een teken van betrokkenheid. Een kritische houding van burgers is van levensbelang voor de democratie. Binnen het thema ‘tijd om elkaar te vinden’ vormt PrinsjesBelang een brug tussen public affairs professionals en iedereen met belangstelling voor lobbyen en belangenbehartiging.

Op maandag 18 september, de dag voor Prinsjesdag, vindt PrinsjesBelang plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Presentatrice en programmamaakster Chazia Mourali zal een panel van public affairs professionals stevig aan de tand voelen over hun werkzaamheden en persoonlijke visie op het vak. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen lobbyen voor een grote multinational en een overheidsinstelling en welke rol speelt public affairs bij de totstandkoming van een nieuw kabinet?

Na het plenaire gedeelte is het tijd om zelf de lobbyisten het hemd van het lijf te vragen tijdens de speeddate. Ongeveer dertig public affairs professionals zullen plaatsnemen aan een statafel waar zij vragen beantwoorden van de aanwezigen. PrinsjesBelang wil laten zien dat er vanuit alle hoeken belangenbehartiging plaatsvindt; van overheidsinstellingen tot multinationals, maar bijvoorbeeld ook NGO’s en goede doelen. Naast het speeddaten is er een Lobby Helpdesk waar de aanwezigen met een concrete casus of vraag terecht kunnen. Hier is ook speciaal aandacht voor de lokale vraagstukken. Diverse public affairs professionals staan klaar om advies te geven en vragen te beantwoorden.

PrinsjesBelang, dat samen met het gehele Prinsjesfestival in het teken staat van verbinding, biedt geïnteresseerden in public affairs een kijkje in de keuken van de lobbywereld. Houd de website www.prinsjesfestival.nl/activiteit/prinsjesbelang in de gaten voor het laatste nieuws en alle praktische informatie over PrinsjesBelang.

De commissie PrinsjesBelang 2017 bestaat uit zeven public affairs professionals met uiteenlopende achtergronden: Frans van Drimmelen (vz, Dröge & van Drimmelen), Marcel Halma (AkzoNobel), Walter Annard (Rabobank), Sigrid Verweij (VNO-NCW), Mieke Ansems (Coca-Cola), Tatiana van Lier (Nationale Postcodeloterij) en Leonie Scholts (Dröge & van Drimmelen)."PrinsjesBelang.png"