Categorie archieven: Blog

Het ideale Kamerlid: een catch-22

De verkiezingen zijn achter de rug en de Kiesraad heeft vorige week de exacte zetelverdeling én voorkeursstemmen bekend gemaakt. Vandaag, 31 maart, wordt er weer een grote groep nieuwe Kamerleden beëdigd die met frisse energie gaan starten aan deze eervolle baan als volksvertegenwoordiger.

Verwachtingen

Maar wat wordt er van die Kamerleden verwacht? Natuurlijk staat voorop dat het draait om de inhoudelijke portefeuilles. Kamerleden zijn (in de meeste gevallen) deze uitdaging aangegaan omdat ze een bepaalde visie hebben over hoe ze Nederland beter willen maken. Om dat te kunnen doen heb je invloed nodig. Die invloed is alleen niet voor alle 150 Kamerleden even groot. Om als Kamerlid je plek te veroveren tussen de ‘a-listers’ in de Kamer, en niet het predicaat backbencher te krijgen, moeten de Kamerleden zich profileren.

Profileren

Profileren kan op verschillende manieren én op verschillende plekken: zowel binnen de partij als in de media. Uiteindelijk gaat het er om dat Kamerleden zo veel mogelijk voor elkaar weten te krijgen en er vervolgens ook de aandacht op weten te vestigen. Dat laatste is alleen niet altijd even makkelijk. Als een Kamerlid iets voor elkaar krijgt zonder dat er mot over komt in de coalitie is het voor de grootste dagbladen niet interessant genoeg. Als een Kamerlid iets voor elkaar weet te krijgen waar de coalitiegenoten niet blij mee zijn, moet een Kamerlid niet gek opkijken als zij of hij bij de fractievoorzitter op het matje moet komen. Daarnaast moet je als Kamerlid soms een lange adem hebben om te kunnen scoren. Het proces van een wetswijziging kan soms zo lang duren dat tegen de tijd dat de behandeling aan bod is de woordvoerder al lang een andere portefeuille kan hebben óf het Kamerlid inmiddels is afgezwaaid. Als een woordvoerder zich wil gaan inspannen voor jouw belang denk er dan ook aan welke rol jij kunt spelen in het vertellen van dat verhaal. Oftewel niet alleen maar ‘halen’ maar ook ‘brengen’.

Het afscheid

En hoe gaat het als de Kamertermijn er op zit? Dat kan om vele redenen zijn: omdat je als Kamerlid zelf weer een andere richting op wilt, jouw partij je te kennen heeft gegeven je ‘kwaliteiten niet meer nodig te hebben op de nieuwe lijst’ of jouw partij niet genoeg zetels heeft gehaald. Als je voortijdig de Kamer uit gaat is het kiezersbedrog en krijg je als Kamerlid te horen dat je voor je eigen gewin gaat. Heb je direct na het aflopen van je Kamerlidmaatschap een nieuwe baan? Dan is het vast voorgekookt wat je onbetrouwbaar maakt. Als je gebruik maakt van het wachtgeld, word je als oud-Kamerlid gezien als uitkeringstrekker die alleen maar pluche wil kleven. Kamerleden en oud-Kamerleden liggen onder een vergrootglas en doen het vaker niet dan wel goed in de ogen van de publieke opinie.

Ik geef het de nieuwe Kamerleden te doen. Het lijkt mij niet makkelijk om op dit moment alle politieke finesses in de vingers te krijgen vanachter je scherm. Ze moeten hard aan de bak. Niet alleen om hun idealen te verwezenlijken en Nederland een stukje mooier te maken, maar ook omdat de campagne voor 2025 gisteren al is begonnen en de vacature voor hun baan open staat. Desalniettemin wens ik alle 150 nieuwe Kamerleden veel succes met hun nieuwe eervolle taak de komende jaren.

De weg naar het bordes

Dat de formatie met het vertrek van verkenners Jorritsma en Ollongren een valse start heeft gemaakt, hoeft geenszins een voorbode te zijn voor het verdere verloop. De formatie van 2017 was met 225 dagen de langste sinds de Tweede Wereldoorlog. Haar voorganger, de formatie van 2012, steekt daar met ‘slechts’ 54 dagen schril bij af.

Hoe zit een formatie eigenlijk in elkaar? In de Grondwet staan geen regels over de procedure. Slechts het aftreden van het oude kabinet en het benoemen van het nieuwe kabinet door het staatshoofd staan opgetekend. De procedure van een kabinetsformatie is daardoor veelal gebaseerd op ongeschreven staatsrecht en gewoontes.

Verkenning

De verkenningsfase start op de dag na de verkiezingen. De keuze voor een verkenners-duo was uniek, en bevestigde de ambitie van VVD en D66 om gezamenlijk ‘het motorblok’ te vormen. In 2017 viel de eer ten deel aan Edith Schippers. In 2012 aan Henk Kamp. Tot en met de formatie van 2010 vervulde het Staatshoofd de rol van verkenner, die vervolgens ook zowel de informateur(s), als de formateur benoemde. Dit mandaat ligt nu bij de Tweede Kamer. De taak van verkenners is gericht op het in kaart brengen van coalitiemogelijkheden. Schippers adviseerde na 11 dagen om VVD/CDA/D66/GroenLinks te onderzoeken. Kamp gaf na ‘slechts’ 5 dagen het startschot tot gesprekken van de combinatie VVD/PvdA. Beiden werden vervolgens ook als informateur aangesteld.

Informatie

Uiterlijk een week na de installatie van de nieuwe Tweede Kamer debatteert de Kamer met de verkenners over de verkiezingsuitslag, formuleert ze een informatieopdracht en benoemt ze een (of meerdere) informateur(s). Hiervoor is het verslag van de verkenner(s) het belangrijkste uitgangspunt. De informateur begeleidt vervolgens de onderhandelingen van een specifieke coalitie en is daarbij gehouden aan de informatieopdracht van de Tweede Kamer.

Dat een verkenner na zijn werkzaamheden ook aan de slag gaat als informateur is geen gegeven. In de twee voorgaande gevallen is dit wel gebeurd. Waar Schippers in 2017 alleen aan zet was, kreeg Kamp in 2012 gezelschap van Wouter Bos, wat logisch was met het oog op een aanstaande coalitie van VVD en PvdA. Schippers leidde vervolgens twee informatiefases, die beide stuk liepen. Allereerst onderzocht zij, op basis van haar eigen advies, de combinatie VVD-CDA-D66-GroenLinks. Nadat dit stuk liep voerde zij wederom verkennende gesprekken, die zij afsloot met het advies om een nieuwe informateur in te schakelen: Herman Tjeenk-Willink.

Sneuvelt een informatieprocedure alsnog, dan wordt een informateur aangewezen die opnieuw tot de inventarisatie van coalitiemogelijkheden overgaat. Dit kan dezelfde, of een nieuwe informateur zijn. Na een succesvolle eerste fase kan een informateur vervolgens ook het stokje overdragen aan een andere informateur, die wederom benoemd wordt door de Kamer. Zo kwam Balkenende IV na 92 dagen tot stand, nadat deze formatie was begeleid door 2 informateurs: Rein Jan Hoekstra bracht de voorkeurscoalitie in kaart, waarna Herman Wijffels de onderhandelingen leidde. De formatie van 2010 was complexer. De Koningin was voor de laatste keer ‘aan zet’ en benoemde in totaal vijf verschillende informateurs, hetgeen uiteindelijk tot de gedoogconstructie met de PVV leidde.

De formatie van 2017 was minder complex, maar wel lang. Tjeenk-Willink rapporteerde in juni dat de enige optie voor een meerderheidskabinet bestond uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, en gaf het stokje vervolgens door aan Gerrit Zalm. Zalm kwam ‘pas’ 3,5 maand later met het – zeer uitgebreide – regeerakkoord. Na 225 dagen stond Rutte III op het bordes. De formatie van 2012 daarentegen, verliep snel. Informateurs Kamp en Bos overlegden ‘slechts’ vijf weken met de PvdA en de VVD, waardoor Rutte II al na 54 dagen werd beëdigd.

Formatie

Vaststaat dat de laatste informateur van een geslaagde kabinetsformatie succesvolle onderhandelingen afrondt met een regeerakkoord. Dit betreft in eerste instantie een concept. Nadat de betrokken Tweede Kamerfracties hebben ingestemd met het coalitieakkoord, schrijft de informateur het eindverslag en stelt voor om een formateur te benoemen.

Vanaf dat moment gaat het snel. De formateur is in principe altijd de nieuwe minister-president, en afkomstig van de grootste coalitiepartij. Het is inmiddels bijna vijftig jaar geleden dat dit anders lag, met Barend Biesheuvel als meest recente uitzondering. De formateur stelt het kabinet samen door te bepalen hoe de verdeling van ministers en staatssecretarissen vorm krijgt en rond af door te zoeken naar geschikte kandidaat-bewindslieden voor de portefeuilles. In de praktijk lopen deze processen door elkaar heen en wordt al in een vroeger stadium (intern) gesproken over de verdeling van ministersposten. In theorie kan een formatie in deze fase nog mislukken. Dit is echter nog nooit gebeurt.

Het sluitstuk van het formatieproces betreft een constituerend beraad, waarin alle kandidaat-minister het verslag van de formateur vaststellen en het coalitieakkoord onderschrijven. Tenslotte spreekt de formateur (en beoogd minister-president) in de Kamer de regeringsverklaring uit, waarna de weg naar het bordes openligt.

Nieuw Reglement van Orde

New year, new me. Dit lijkt ook te gelden voor de Tweede Kamer. Na jaren voorbereiding heeft zij op de valreep – in het verkiezingsreces – een grote herziening van het Reglement van Orde goedgekeurd. De wijziging gaat na de verkiezingen in bij de komst van de nieuwe Kamer.

Regelement van orde

In het Reglement van Orde wordt de werkwijze van de Tweede Kamer geregeld. Het zijn veertig pagina’s met veel procedurele afspraken. Sommige intern gericht, anderen zeer relevant en interessant voor iedereen die de politiek volgt of een stem wil laten horen. Deze blog licht een tipje van de sluier.

Wijzigingen

Een van de belangrijkste doelen van de herziening was om politiek begrijpelijker te maken. Regels die niet meer of anders nageleefd worden, aanpassen. Taalgebruik versimpelen. Dat is deels gelukt. Zo heet een ‘AO’ (Algemeen Overleg) voortaan gewoon een commissiedebat. Precies wat het is: een debat in een kleinere zaal van de Kamer met woordvoerders over een bepaald onderwerp van de verschillende partijen. Het vervolg waarin moties worden ingediend wordt niet langer een ‘VAO’ genoemd maar een tweeminutendebat (als de Kamer zich dit nieuwe taalgebruik ook daadwerkelijk weet aan te leren). Vernoemd naar de tijd die elke spreker heeft om moties in te dienen.

Wat de politieke gedachtewisseling ook makkelijker te volgen maakt, is een nieuwe opzet voor hoorzittingen. Tot nu toe was er vaak weinig verschil tussen een rondetafelgesprek en een hoorzitting. Dat gaat onder het nieuwe Reglement veranderen. Kamerleden kunnen voortaan een-op-een doorvragen op de genodigde. Dit maakt het makkelijker om de diepte in te gaan, een goed antwoord te krijgen of te geven – maar vooral ook om net als Amerikaanse politici leuke filmpjes te knippen voor social media. Als genodigde wordt het extra belangrijk om jezelf goed voor te bereiden. Het is een enorme kans jezelf en je organisatie goed voor het licht te zetten – maar ook risicovoller: genodigden kunnen scherper worden bevraagd. Wij denken graag met onze opdrachtgevers mee over de beste voorbereiding op deze hoorzittingen.

Daarnaast worden een aantal procedurele trucjes lastiger of onmogelijk gemaakt. Zo vervalt de eindtijd voor plenaire vergaderingen. Deze eindtijd stond op 23 uur, maar werd nooit gehandhaafd. Ook is het niet meer nodig om mede-ondersteuning van tenminste vier leden voor een motie te hebben. Elke motie kan dus worden ingediend. Maar wel alleen in de tweede termijn – een motie is immers opgesteld naar aanleiding van ‘de beraadslaging’.

Het is ook de bedoeling om in de plenaire zaal minder tijd kwijt te zijn aan de Regeling van Werkzaamheden. Bij deze vergadering op dinsdag en vaak ook woensdag en donderdag vragen Kamerleden debatten aan en andere spoedeisende zaken. Het voornemen is meer daarvan in commissieverband te doen. De vraag is echter of dat echt gaat gebeuren. De camera is toch het meest gericht op de plenaire zaal (#ophef) – en kleinere partijen zullen soms moeite hebben zich over de vele gelijktijdige vergaderingen te splitsen. Als dit alsnog leidt tot een ellenlange lijst met plenaire in te plannen debatten is er nu wel een veiligheidsklep geïntroduceerd: na twaalf weken vervalt een aangevraagd debat, een termijn die tweemaal verlengd kan worden. Het is dus nog belangrijk geworden de druk op de ketel te houden op geagendeerde belangen. De tijd dat er ruim een jaar na dato over een ondertussen door iedereen vergeten nieuwsbericht gedebatteerd wordt, lijkt definitief verleden tijd.

Wat blijft zo?

Evenzo interessant als wat er wijzigt, is wat er niet wijzigt. Zo wilde een grote minderheid een hoorzitting voor kandidaat-bewindspersonen introduceren. Zij mochten dan eerst hun voorgenomen beleid en visie komen verdedigen. Vooral door partijen met regeerervaring is dit voorstel geblokkeerd. Ook blijft het lonen om een motie een geframede titel mee te geven. Moties blijven met titel en al in de stemmingslijsten en apps van de Tweede Kamer staan. Een voorstel dit niet langer te doen omdat een voor/tegen en een titel gemakkelijk tot verspreiden van desinformatie kan leiden, werd verworpen.

Al met al is het nieuwe Reglement zowel een vernieuwing als voortzetting van het oude. Hierbij blijft gelden dat de regels niet in steen gebeiteld zijn, maar leven. Hoe en of ze toegepast worden hangt af van de situatie. Een inschatting waar de ervaren adviseurs van Dröge & van Drimmelen als geen ander een afweging in kunnen maken met hun politieke contacten en ervaring met parlementaire processen.

Digital Markets Act: Europa klaar voor de digitale markt

Op 15 december publiceerde de Europese Commissie, na een uitgebreide consultatie, voorstellen voor de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). Deze omvangrijke voorstellen hebben als doel de digitale ruimte te hervormen en een uitgebreide reeks nieuwe regels te creëren voor alle digitale diensten, waaronder sociale media diensten, online marktplaatsen en andere online platforms die actief zijn in de Europese Unie.

Digital Markets Act

Tegelijk met de DSA werd de Digital Markets Act (DMA) gepresenteerd. Het voorstel ziet toe op platforms met bepaalde gedragingen die optreden als ‘poortwachters’. Het beoogt een reeks nauw gedefinieerde criteria vast te stellen om een groot online platform als een zogenaamde ‘poortwachter’ te kwalificeren.

Op het moment dat een platform als poortwachter wordt aangemerkt, zijn er bepaalde consequenties. Zo mag het platform onder andere diensten en producten die door het zelf aanbiedt niet langer gunstiger behandelen dan vergelijkbare diensten of producten die door derden op het platform van de poortwachter worden aangeboden. Daarnaast mag het platform de persoonsgegevens afkomstig van de core business niet langer combineren met persoonsgegevens van andere door het platform aangeboden diensten of met persoonsgegevens van diensten van derden. Verder wordt het platform verplicht om zakelijke gebruikers eerlijk te behandelen en toegang te verschaffen tot de gegenereerde data op het platform. Indien platforms niet voldoen aan de opgelegde verplichtingen, kan de Europese Commissie significante straffen uitdelen (o.a. een boete van 10% van de wereldwijde jaarlijkse omzet). Als laatste paardenmiddel kan de Commissie een platform forceren om (onderdelen van) het bedrijf af te stoten (zie voor een uitgebreide omschrijving van de DMA ook de blog van onze collega’s uit Brussel).

Nederlandse positie

Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK) is, namens Nederland, de afgelopen jaren één van de voortrekkers geweest van regelgeving die nu in DMA is opgenomen. De staatssecretaris heeft op Europees niveau gepleit voor zogeheten ex ante maatregelen, wat betekent dat een Europese toezichthouder vooraf (in plaats van achteraf) in kan grijpen bij platforms die een poortwachtersfunctie hebben.

In oktober 2020 publiceerde ze ook samen met haar Franse ambtgenoot een non-paper over gedrags- en toegangsmaatregelen waarmee een Europese toezichthouder een te dominante marktpositie van grote digitale platforms per geval moet kunnen aanpakken. Hierin pleitte ze wederom voor ex ante regulering, waarbij er aandacht moet zijn voor een ‘case-by-case’ benadering om te bepalen of interventie noodzakelijk is.

Ook voor de DMA geldt dat alhoewel er wordt geprobeerd om kleine bedrijven en startups buiten de ‘scope’ te laten, het wel degelijk mogelijk is dat de regelgeving de kansen tot schaalvergroting voor dit soort bedrijven inperkt. Daarnaast is er kritiek ontstaan op het feit dat de DMA specifiek gemaakt lijkt te zijn voor een handjevol, voornamelijk Amerikaanse, bedrijven (Big Tech), waardoor het moeilijker wordt om nieuwe producten te ontwikkelen en kleine bedrijven te ondersteunen in Europa.

Dit laat het grote dilemma zien waar zowel Nederlandse als Europese beleidsmakers al jaren mee worstelen: aan de ene kant zijn de regels omtrent het digitale domein verouderd en behoeven ze een update, maar aan de andere kant moeten nieuwe regels het innovatiepotentieel van de Europese Unie en de individuele lidstaten niet (te veel) inperken. Daarnaast zijn er ook verschillende visies tussen de diverse lidstaten over de rol die regelgeving moet spelen in het beleid: sommige landen, zoals bijvoorbeeld Frankrijk en zekere mate Duitsland, bepleiten een meer protectionistische, digitale soevereiniteit waarbij regelgeving voornamelijk gefocust moet zijn op bescherming van de eigen markt. Andere lidstaten, zoals bijvoorbeeld Nederland en een aantal Noord-Europese landen, beamen juist het belang van een open economie. Deze laatste groep lidstaten heeft een sterk innovatie- en startupklimaat en is gebaat bij een open investeringsbeleid.

Toekomst

Beide voorstellen staat een lang onderhandelingsproces te wachten in Europa. Het wordt interessant om te zien hoe tegelijkertijd de maatschappelijke discussie rondom het internet, platforms, grondrechten en innovatie zich gaat ontwikkelen.

Daarnaast zijn de aankomende Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen interessant voor de positie van Nederland: blijft de nieuwe regering de lijn van de afgelopen jaren volgen – er is vernieuwing in regelgeving nodig, maar de vrijheid van meningsuiting en ruimte voor innovatie moeten behouden blijven – of verandert het sentiment. Dit is ook afhankelijk van de kennis die nieuwe Tweede Kamerleden en bewindspersonen over deze onderwerpen hebben. Tot slot blijft de hamvraag: kunnen beleidsmakers en de politiek op dezelfde snelheid meebewegen als de technische ontwikkelingen dat doen? De toekomst zal het leren.

Deze blog is onderdeel van een tweedelige blog over de Digital Services Act en de Digital Markets Act. Klik hier voor de blog over de DSA.

Digital Services Act: Europa klaar voor het digitale tijdperk

Op 15 december publiceerde de Europese Commissie, na een uitgebreide consultatie, voorstellen voor de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). Deze omvangrijke voorstellen hebben als doel de digitale ruimte te hervormen en een uitgebreide reeks nieuwe regels te creëren voor alle digitale diensten, waaronder sociale media diensten, online marktplaatsen en andere online platforms die actief zijn in de Europese Unie.

Digital Services Act

De voorgestelde Digital Services Act (DSA) heeft als doel de eCommerce Directive (ECD) uit het jaar 2000 te actualiseren en nieuwe bindende, geharmoniseerde, EU-brede verplichtingen in te voeren die een aanzienlijke impact zullen hebben op een breed scala aan digitale diensten die consumenten met elkaar verbinden op goederen, diensten en inhoud.

De DSA bevat regels voor online ‘bemiddelingsdiensten’. Het betreft hier diensten die netwerkinfrastructuur aanbieden (internet access providers, domeinnaam-registrars), hostingdiensten (cloud- en webhosting services), online platforms die verkopers en consumenten samenbrengen (online marktplaatsen, app-winkels, deeleconomie platforms, sociale media platforms) en zeer grote online platforms. De verplichtingen die worden opgelegd aan de verschillende online spelers passen bij hun rol, omvang en impact in het online ecosysteem.

In essentie probeert de DSA een antwoord te geven op een vraagstuk waar al jaren discussie over is: in hoeverre zijn online ‘bemiddelingsdiensten’ verantwoordelijk voor wat er op hun diensten plaatsvindt? De DSA probeert verplichtingen op het gebied van transparantie en het tegengaan van illegale en schadelijke content te combineren met bescherming van grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en privacy (zie voor een uitgebreide omschrijving van de DSA ook de blog van onze collega’s uit Brussel).

Nederlandse positie

Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is op dit moment bezig de Nederlandse positie te bepalen in een zogeheten BNC-fiche. In eerdere berichtgeving heeft het ministerie al een tipje van de sluier opgelicht: Nederland staat in de basis positief ten aanzien van het voorstel, maar benadrukt het belang van de vrijheid van meningsuiting. Er is volgens het kabinet behoefte aan verduidelijking van de rol en verantwoordelijkheid van ondernemingen wiens diensten gebruikt worden voor de verspreiding van illegale of onrechtmatige informatie en activiteiten, maar de regels moeten beperkt blijven tot het bestrijden van deze informatie en activiteiten. Tot slot benadrukt het kabinet het belang van dat de regels niet moeten leiden tot dusdanig hoge nalevingskosten dat naleving of toetreding onmogelijk wordt voor kleine ondernemingen.

Voor dit laatste punt waarschuwden ook diverse Nederlandse startup-organisaties in een petitie die werd aangeboden aan de Tweede Kamer in november 2020. In de petitie vroegen de organisaties aandacht voor de negatieve effecten van een te brede richtlijn op startups en scaleups. Zo zorgt bijvoorbeeld een aansprakelijkheid voor platforms voor zogeheten ‘user-generated content’ voor veel extra werk en mankracht voor een startup, iets wat voor startups vaak lastig is. Te algemene en brede regelgeving heeft dus de potentie om het kleine en opkomende bedrijven te lastig te maken.

Deze blog is onderdeel van een tweedelige blog over de Digital Services Act en de Digital Markets Act. Klik hier voor de blog over de DMA en een beschouwing op de toekomst.

Vol energie voor de toekomst 2021 in

Vlak voor de Kerst kwam het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met een geschenk voor onder de kerstboom: de conceptversie van de nieuwe Energiewet. Lang verwacht, en nu eindelijk in internetconsultatie verschenen.

In die Energiewet worden straks de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en nieuwe Europese regelgeving tot één geheel verwerkt. Perfect leesvoer om vol energie 2021 mee in te gaan. Wij zijn er ingedoken en delen graag enkele observaties.

De wet komt nú omdat een aantal Europese regels in Nederland ingevoerd moet worden en omdat de afspraken uit het Klimaatakkoord tot stevige reductie van broeikasgassen in actie moet worden omgezet. Maar dat is niet alles. Onderliggend vindt een nog grotere transitie plaats. Van een vrij overzichtelijk systeem van vraag en aanbod en van netcapaciteit voor gas en elektriciteit komen we in een situatie met grotere diversiteit aan (groepen van) invoeders, afnemers, beheerders en andere marktdeelnemers.

Zoals de naam ‘Energiewet’ zegt, heeft de wet de pretentie alomvattend te zijn. Het leest echter als een tussenstap. Hoewel het samenvoegen van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 een belangrijke stap is om energiemarkten te integreren, is er veel wat nog niet in de wet wordt meegenomen.

Om te beginnen is er relatief weinig aandacht voor gasvormige energiedragers. Zo bevat het Europese Clean Energy Package, dat via deze wet wordt geïmplementeerd, geen regelgeving voor gas. Nieuwe regels op dit gebied zullen, als Europa er eenmaal mee komt, alsnog in de Energiewet verwerkt moeten worden. Over de infrastructuur voor waterstof is evenmin iets opgenomen in de wet en het wetsvoorstel collectieve warmtevoorzieningen blijft losstaan van de Energiewet. Dit terwijl we nu juist toe zouden moeten naar één kader voor de energiedragers waarmee we ons verwarmen, vervoeren, de industrie draaiende houden enzovoorts. En waar de Kamer – onder andere via de initiatiefnota-Sienot – aandringt op het nemen van bestuurlijke regie en op het tijdiger investeren in netcapaciteit voor duurzame energievormen, biedt de wet weinig houvast voort ambitieuze netbeheerders, innovatieve ontwikkelaars en duurzame afnemers.

Het is vervolgens interessant om te zien dat de wet, naast energie, voor een groot deel gaat over datastromen. De energietransitie leidt ons immers naar decentrale systemen met vele kleinere aanbieders die afhankelijk zijn van onvoorspelbare energiebronnen als zon en wind. Het belang van onder andere slimme meters is overduidelijk: netbeheerders hebben actuele gegevens uit die meters nodig om te voorkomen dat er opeens onbalans is in het net of niet geleverd wordt. Het streven in de wet is om elk kwartier elektriciteitsgebruik te kunnen uitlezen en elk uur gasgebruik. Zo zijn pieken en dalen op tijd en door de tijd zichtbaar.

Voor de netbeheerder is dat inzicht fijn, maar hoe zit het met de privacy van of de governance over deze data? Het zou niet de eerste keer zijn dat politiek, consumentenorganisaties of ngo’s zich hierover opwinden. Bij de uitrol van slimme meters tien jaar geleden, ingestoken vanuit het helpen van consumenten bij energiebesparing, ontstond al politieke weerstand tegen het meekijken naar energieverbruik in de huiskamer. Helpen ze wel echt? Zijn we niet kwetsbaar voor hacks of dieven? Wat gebeurt er met je gegevens? Die discussie is afgezwakt – maar de conceptwet gaat zo uitgebreid in op het gebruik en bewaren van al die gegevens, dat het ministerie rekening lijkt te houden met opleving van die discussie. Terecht: datastromen en de controle erop is een hot topic. Temeer belangrijk in het energieveld omdat nieuwe tech-spelers het veld betreden en dit vraagt om regelgeving, standaarden en codes.

Daarnaast valt een aantal vernieuwingen op, zoals: dat ‘energiegemeenschappen’ een wettelijk middel worden om participatie van en keuze voor consumenten te creëren; dat netbeheerders inzicht moeten geven in welke aanvragen zij niet konden honoreren, dat de voor gas vervallen aansluitverplichting alleen voor aardgas gaat gelden zodat aansluiting op hernieuwbaar gas mogelijk blijft en dat de conversie garanties van oorsprong makkelijker wordt bij het omzetten van de ene naar andere vorm van duurzame energie. Het lijken uitingen van een wens om meer opties te creëren binnen vraag en aanbod.

De consultatiefase loopt tot en met 11 februari. Daarna zal het ministerie de wet aanvullen en verbeteren aan de hand van de reacties. De getoonde haast duidde erop dat het kabinet nog voor de verkiezingen het concept naar de Raad van State wilde sturen. Dat het kabinet momenteel demissionair is zal de procedure waarschijnlijk niet in de weg te staan. Bij behoefte aan nadere duiding van het 250 pagina’s tellende documenten of het strategisch neerzetten van de risico’s of kansen voor uw organisatie kan Dröge & van Drimmelen u ondersteunen. Neem gerust contact op met Marieke van der Werf, partner en senior adviseur, of Carsten Zwaaneveld, adviseur. Wij helpen u graag.

Controversieel verklaren – hoe werkt dat?

Het kabinet is gevallen en gaat demissionair verder. Tot die tijd betracht de Tweede Kamer terughoudendheid in het behandelen van beleid en wetgeving. Er zit immers een kabinet zonder mandaat, zonder lopende missie. Voor het besluiten wat wel en niet doorgaat en behandeld wordt, bestaat een procedure: controversieel verklaren.

Dit is een bijzonder proces, waarvan we in deze blog een tipje van de sluier lichten. Want nu is het moment om erop te sturen of een onderwerp wel of juist niet controversieel verklaard wordt.
Zowel na een Tweede Kamerverkiezing als na het vallen van een kabinet beslist de Tweede Kamer wat zij nog met het demissionaire kabinet wil behandelen – en voor welke onderwerpen zij wachten tot een nieuwe kabinet.

Corona is een onderwerp dat sowieso doorloopt, maar het wordt spannend voor thema’s, wetten en beleid die volgen uit het regeerakkoord of waar grote politieke verdeeldheid over bestaat. Dat kan een groot abstract thema zijn, maar ook hele kleine niche-onderwerpen betreffen. Controversieel verklaren laat immers ook aan de kiezer zien dat je een onderwerp belangrijk vindt. Wat politiek belangrijk is en geen haast heeft, wordt waarschijnlijk controversieel. Is die haast er wel (bijvoorbeeld vanwege een crisis of een implementatiedeadline) dan gaat de behandeling door.

Veranderde politieke verhoudingen en kansberekening spelen ook mee in de afweging om wel of niet controversieel te verklaren. Ziet de oppositie een kans om het voorstel nu te blokkeren en traineren? Of willen voormalige coalitiepartners hun kans grijpen met behandeling doordat er ruimte is het hun kant op te amenderen? Zelfs peilingen zijn relevant: is er nu geen meerderheid om beleid of een wet aan te passen, maar straks mogelijk wel? Dan is de kans groot dat er ingezet wordt op controversieel verklaren. Andersom geldt dat ook: staat een partij die je nodig hebt voor jouw voorstel op sterk verlies, of vertrekt een Kamerlid dat de grootste trekker ervan was, dan is inzet op snel behandelen logisch.

Het controversieel verklaren zelf is vervolgens een behoorlijk gelaagd proces.
Na een kabinetsval en na verkiezingen stelt de griffie van de Tweede Kamer een lange lijst op met alle aanhangige voorstellen (wetten, amvb’s), alle te behandelen brieven, de voorgenomen debatten en andere Kameractiviteiten. Kamerleden gaan die lijst vervolgens in een commissievergadering langs. Per punt beslissen de Kamerleden die in die commissie zitten: wel of niet controversieel. Formeel vindt besluitvorming per meerderheid plaats, maar het is niet ongebruikelijk minderheidsverzoeken te honoreren.

Die lange lijst met potentieel controversiële voorstellen gaat naar de plenaire vergadering. Daar wordt over de gebundelde lijst van alle voorstellen gestemd alsof het een wetsvoorstel is. Fracties kunnen er ook amendementen op indienen: deze wet of die brief van controversieel naar niet-controversieel of andersom. Hier tellen de plenaire stemverhoudingen.

De lijst is erna niet af. Er komen natuurlijk nog steeds nieuwe brieven en voorstellen binnen bij de Kamer, en fracties kunnen van gedachten veranderen. Er kan nieuwe informatie binnenkomen die de aanzet tot haast of maatschappelijke relevantie vergroot. Ook kan een trend in de peilingen van invloed zijn of werpt de voortgang van de formatie alvast een schaduw vooruit. Allemaal mogelijke aanleidingen om als Kamerlid de lijst van controversiële onderwerpen te willen wijzigen. Daarover wordt dan eerst in de betrokken Kamercommissie besloten, waarna het naar de plenaire vergadering gaat om erover gestemd te worden.

Dit gaat zo door totdat er weer een nieuw kabinet is. Zij melden de Tweede Kamer snel na hun aantreden wat hun plannen zijn. Niet alleen via de regeringsverklaring, maar ook door een lijst te sturen van welke wetsvoorstellen zij aanhouden en welke zij intrekken. En daarmee komt een einde aan het controversieel verklaarproces.

Formeel gezien kan ook de Eerste Kamer bij een demissionair kabinet onderwerpen controversieel verklaren. Dit gebeurt echter zelden, omdat senatoren daar zeer terughoudend in zijn: zij toetsen vaak meer op uitvoering en wetgevingstechniek dan op politieke speerpunten, hun Kamer wordt niet ontbonden en zij voelen minder tot geen binding met regeerakkoorden. In 2017, 2012 en 2010 verklaarden zij geen enkel onderwerp controversieel, in 2006 en 2002 slechts een handvol onderwerpen.

Heeft uw organisatie een onderwerp waarvan u afvraagt hoe u straks ongelukken voorkomt? Wilt u een kans grijpen de besluitvorming te versnellen? Hulp nodig bij het doorgronden van dit mistige proces? Wij kunnen u daarin helpen, neem daarvoor snel contact met ons op!

Eelco Keij (Dr2 New York)

Monitoren, bijsturen en agenderen van maatschappelijke thema’s bij internationale organisaties, voor onze Nederlandse en Europese opdrachtgevers. Dat is de kracht van Dr2 New York.

Twee elementen zijn altijd aanwezig in het werk dat ik doe: een internationale focus, en politiek. Internationale fondsenwerving, lobbyen rondom ontwikkelingssamenwerking, werken bij de VN, en nu bij Dr2 New York: uiteindelijk komen die twee elementen altijd samen, en dat houdt het spannend.

In mijn (vrijwilligers)werk bij de Stichting Nederlanders buiten Nederland (SNBN) vertegenwoordig ik de belangen van tienduizenden Nederlanders die in het buitenland wonen. Een flinke opdracht, maar een belangrijke waar ik me graag voor inzet. Bij D66 ben ik actief rondom informatievoorziening, congresmoties en beleidsbeïnvloeding.

New York

Sinds 2006 woon en werk ik in New York, met uitzondering van 2015-2018, toen we in Nijmegen woonden, waar ik hoofd fondsenwerving van de Radboud Universiteit was. De fietstochten in de Ooij missen we nu nog. Mijn Amerikaanse vrouw en ik vinden het belangrijk dat onze twee kinderen een sterke band opbouwen met hun beide vader-/moederlanden, dus dat speelde zeker mee bij de verhuizingen van de afgelopen jaren.

In New York werk ik al jarenlang, en als bewuste keuze, zoveel mogelijk vanuit huis. Eigenlijk bestaat een dag in New York, althans als je veel met mensen in Europa moet schakelen, uit twee dagen: de dag die begint als je opstaat (en je het gevoel hebt dat je uren achterloopt, wat soms ook zo is), en de dag vanaf het middaguur, wanneer de meeste Europeanen van het werk weer terug naar huis zijn gegaan. Dan heb je pas echt even tijd om te concentreren en het nodige in rust af te maken. Tussen die twee ‘dagen’ door probeer ik geregeld te hardlopen, juist om me klaar te maken voor het tweede deel. Daarnaast reis ik niet ontzettend vaak, maar wel weer vaak en ver genoeg om bij terugkeer dagen nodig te hebben om de ontplofte inbox te ordenen.

Afgezien van de praktische insteek dat New York mijn woonplaats is, is het tevens het epicentrum van de Verenigde Naties, de SDGs en nog veel meer andere internationale agencies. Nederlandse Kamerleden, ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders komen hier veelvuldig langs, bijvoorbeeld tijdens werkbezoeken of omdat ze uitgenodigd zijn bij een van de vele internationale organisaties. Hen spreken in een NY-setting is toch anders dan in Den Haag – de sfeer is anders, de jetlag speelt soms mee, de agenda is anders, kortom: het zijn vaak ontmoetingen die worden onthouden. Bovendien is het Nederlanderschap bij dat soort samenkomsten een verbindende factor, waardoor deze ontmoetingen vaak heel gezellig en hartelijk zijn.

Dr2 New York

Een nieuw kantoor open je niet zomaar: daar gaan veel strategische sessies aan vooraf. Voor mij was het zaak Dröge & van Drimmelen te begrijpen en te kijken wat een logische aanvulling is op het werk dat in Den Haag en Brussel gedaan wordt. Samen met de partners in Europa ben ik op zoek gegaan: waar ligt precies die niche? Heel belangrijk was dat de Europese partners in februari een week hier in New York waren. Gedurende die week hebben we een waaier aan bezoeken gebracht aan verschillende kantoren en bedrijven.

De focus van Dr2 New York ligt onder meer op de VN, de SDGs, en het Nederlands maatschappelijk middenveld. We zijn ervan overtuigd dat we hier een meerwaarde bieden, vooral door het lobbyen en monitoren van de SDGs voor Nederlandse en andere non-profits die bepaalde thema’s zoals persvrijheid, duurzaamheid en circulariteit extra onder de aandacht willen brengen. Als opdrachtgever kan je zelf niet altijd in New York zijn – even nog afgezien van corona. Wij zijn ter plaatse en weten hoe we de thema’s moeten monitoren, bijsturen en agenderen. Daarnaast begrijpen wij de Nederlandse context. We hebben kennis van de Haagse en Brusselse politiek, dus plaatsen wij thema’s continu in een breder perspectief: de internationale, maar ook Haagse en Brusselse.

Contact

Voor meer informatie over Dr2 New York, klik hier.

Voor meer informatie over Eelco Keij, klik hier.

De weg naar een succesvolle corona exit-strategie

In een sneltreinvaart heeft het kabinet de afgelopen weken de zoektocht naar een corona-app gestart. Een paar weken en veel initiatieven later is het proces afgerond, maar vooralsnog zonder resultaat. Wat hebben we hiervan geleerd en hoe kunnen we verder? Dröge en van Drimmelen neemt u graag mee in een alternatieve aanpak op dit proces vanuit een public affairs-oogpunt.

Op dinsdag 7 april 2020 kondigt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid aan dat het kabinet gaat kijken naar het gebruik van twee apps ter ondersteuning van het bron- en contactonderzoek. Dit moet helpen bij de bestrijding van het coronavirus en een heropening van de samenleving bevorderen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) organiseert een open aanbesteding en een appathon. Binnen een paar dagen worden honderden geïnteresseerden partijen betrokken. Maar met alleen snelheid is er geen app, zo blijkt. Zorgvuldigheid en draagvlak zijn noodzakelijk. Deze vijf stappen bieden houvast voor een vervolgproces.

  1. Doel boven instrument

Een corona-app is een instrument en geen doel. Het is cruciaal dat dit uitgangspunt niet alleen duidelijk is voor VWS en voor politiek, maar ook helder wordt gecommuniceerd naar de samenleving. Wat is wel het doel? Een exit-strategie die voor de lange termijn toepasbaar is.

  1. Draagvlak is noodzakelijk

Het kabinet maakt gebruik van medische experts om draagvlak te genereren voor politieke keuzes. Ook in de totstandkoming van een exit-strategie is draagvlak essentieel. Van het voorgaande proces hebben we geleerd om hierin niet op tijd te bezuinigen. Trek juist in de beginfase tijd uit om met experts te spreken en input te krijgen voor de voorwaarden waar een exit-strategie aan moet voldoen. Wie moeten er aan tafel? Experts uit verschillende disciplines, zoals zorgprofessionals, technologen, (gedrags)psychologen, sociologen, economen, etc.

  1. Coronatafels

Uit de ‘coronatafels’ met experts komen diverse instrumenten waarmee de exit-strategie kan worden bewerkstelligd. Eén hiervan is een corona-app. Hierbij is het van belang dat experts, vanuit hun verschillende disciplines, samen vaststellen wat de eisen en voorwaarden zijn. Hierbij moet worden gedacht aan vraagstukken over databescherming, veiligheid, transparantie, etc. Hoewel snelheid belangrijk is, en dit proces zeker twee weken kost, is het de investering waard. Belangrijk is om in de communicatie vooraf te benadrukken dat dat doelmatigheid uiteindelijk belangrijker is dan snelheid.

  1. Betrek de Tweede Kamer

In plaats van de Tweede Kamer op het laatste moment te informeren over de gemaakte keuzes, moet de Kamer vanaf het begin haar controlerende functie uit kunnen voeren. De Kamer kan bij uitstek richtinggevend zijn als het gaat om randvoorwaarden stellen waar een app aan moet voldoen. Als er stappen zijn genomen in het maatschappelijke en politieke draagvlak, is het tijd om over te gaan op de uitvoering.

  1. Appathon

Het ministerie van VWS heeft met de appathon een democratisch en transparant middel geïntroduceerd. Het organiseren van een appathon is daarom een uitstekend middel om in de openbaarheid een keuze te maken over de inzendingen. Hierbij moet het wel duidelijk zijn wat de eisen aan de app zijn en wat er gevraagd wordt van de app-ontwikkelaars: moet de app al af zijn? Moet al aan alle eisen worden voldaan? Hoeveel tijd krijgen de inzenders om de app af te maken? En: vergeet niet de Autoriteit Persoonsgegevens te betrekken.

Conclusie

We laten voorlopig de coronacrisis nog niet achter ons. De verschillende stappen in het proces transparant maken, duidelijke verwachtingen scheppen en doelen onderscheiden van middelen dragen bij aan heldere communicatie. Betrek experts vanuit verschillende hoeken van de samenleving en laat de Tweede Kamer haar controlerende functie vervullen. Zo creëer je draagvlak en weet je zeker dat het beoogde middel ook tot het doel ‘exit-strategie’ leidt.

Het Parlement werkt voorzichtig door

Het parlement is niet ontzien door het coronavirus. Toch hebben beide Kamers laten weten dat het parlementaire proces zo veel mogelijk doorgang moet vinden.Het is op dit moment lastig om volgens de reguliere weg te vergaderen. Daarom zoeken de Eerste en Tweede Kamernaar andere manieren om hun controlerende functie uit te blijven voeren.

De Tweede Kamer

Op Witte Donderdag heeft de Voorzitter van de Tweede Kamer Khadija Arib laten weten dat de Tweede Kamer iets vaker gaat vergaderen. De Tweede Kamer heeft de mogelijkheid om wetgevingsoverleggen en notaoverleggen te voeren. Deze vinden plaats op maandag en dinsdag – en op een donderdag indien ersprake is van een nationale Feestdag (Koningsdag, Bevrijdingsdag en Tweede Pinksterdag).De Kamer heeft hierbij de mogelijkheid om moties in te dienen. Daarnaast werkt de Tweede Kamer tijdens het Meireces(24 april t/m 11 mei) door,al beperkt zij zich daarbij tot overleggen over de huidige crisis.

De prioriteit in de vergaderingen ligt bij de huidige crisis en bij de spoedeisende wetgevingstrajecten. Dit is een lijst van wetgevingstrajecten die geen vertraging mogen oplopen. De departementen hebben hiervan een lijst samengesteld, die vervolgens in de procedurevergaderingen van de Tweede Kamercommissies is behandeld.

Verder blijven de procedures in de Tweede Kamer zo transparant mogelijk. Vergaderingen die fysiek op het Binnenhof plaatsvinden worden digitaal gestreamd. Bij de (procedure)vergaderingen die plaatsvinden middels videocallsis dit niet mogelijk. Daarom wordt van deze vergaderingen de agenda, besluitenlijst en een woordelijk verslag online gepubliceerd. In de regel gebeurt dit binnen twee dagen na deze digitale bijeenkomst.

Alhoewel de Tweede Kamer op deze manier haar taken voorzichtig uitbreidt, is ze voorzichtig bij het plannen van meer vergaderingen. “Het is belangrijk dat we er zeer terughoudend mee omgaan. Als parlement hebben we een voorbeeldfunctie”, aldus Arib – daarbij verwijzend naar de maatregelen van het kabinet om het coronavirus te bestrijden.

De Eerste Kamer

De Senaat werktvooralsnogtot 28 april in afgeslankte vorm door. Dit houdt in dat er fysieke debatten zijn over enkel coronagerelateerde en spoedeisende zaken. De commissievergaderingen worden voor een deel schriftelijk doorgezet. Dinsdag 7 april heeft de Eerste Kamer voor het eerst sinds twee weken weer vergaderd met maximaal één woordvoerder per partij en zonder publiek. Tijdens deze plenaire vergadering heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Noodpakket banen en economie.

Een interessant gegeven is dat de Senaat op 7 april akkoord is gegaan met het voorstel van Voorzitter Bruijn om de Raad van State om voorlichting te vragen over de mogelijkheden rondom het quorum, vergaderen en digitaal stemmen. Als de Raad van State een positief advies uitbrengt over deze zaken, kunnen in theorie veel debatten in de Eerste Kamer weer doorgang vinden.

Tot slot

Kamerleden, bewindspersonen en politieke partijen zoeken naar andere manieren om hun werk tijdens deze crisis door te zetten. Omdat de meeste activiteiten in het publieke domein zijn afgelast biedt de gemiddelde Haagse agenda een stuk meer ruimte voor een (digitale) afspraak.

Ook wordt er gewerkt aan onderwerpen die nog ver in de toekomst liggen, zoals Prinsjesdag en de Tweede Kamerverkiezingen 2021. Deze zaken lijken nog niet aan de orde, maar dit betekent niet dat er momenteel niet wordt gewerkt aan de voorbereiding hierop.Dit biedt nieuwe kansen voor het behartigen van uw belangen.

In deze tijden volgen wij de laatste politieke ontwikkelingen op de voet. Daarbij kunnen wij u op de hoogte houden van relevante gebeurtenissen en adviseren over de te nemen stappen op het gebied van public affairs en corporate communicatie.

Wilt u meer weten? U kunt ons bereiken via 070 392 02 12 en info@dr2.nl