Auteur archieven: Madelon Smit

Een wereldwijde businesscase voor de energietransitie middels public affairs

Voor het jaarlijkse trendrapport heeft het Dr2 Consultants-netwerk dit jaar interviews gehouden met experts om public affairs trends in de energietransitie tussen China en de EU te onderzoeken.

De algemene conclusie is helder: regeringen moeten een wereldwijde businesscase creëren, zodat het maatschappelijk middenveld de vruchten kan plukken van een internationale samenwerking. Public affairs is daarbij een belangrijk instrument.

Trends

In tegenstelling tot de huidige koers van het internationaal beleid, bleek uit ons onderzoek dat het creëren van een gelijk speelveld niet begint met multilaterale afspraken op hoog niveau. De pragmatische benadering van de private sector in China en de EU heeft geleid tot succesvolle bilaterale samenwerking, die model kan staan ​​voor een beter internationaal beleid.

In de interviews kwamen vier trends naar voren:

Ten eerste, overheden kunnen van elkaar leren. Het vinden van de juiste combinatie tussen beleidssterkten van China en de EU kan de internationale energietransitie versnellen. Belangrijk daarbij is dat het bedrijfsleven een prominente plaats heeft voor inbreng in de overheid-tot-overheid discussies. Zhonghua Xu van TotalEnergies Asia bevestigt uit praktijkervaring dat Chinezen grote risiconemers zijn, (…) die graag ideeën op grote schaal in de markt willen testen. Aan de andere kant is Europa heel goed in het nemen van initiatief. Dus door samen te werken, kunnen we het CO2-neutrale merk bereiken.

Ten tweede, het internationale beleid weerspiegelt de huidige realiteit niet. Flora Kan, van het EU-China Energy Cooperation Platform, stelt dat internationale samenwerking in de energietransitie voornamelijk wordt geleid door de private sector en vaak pragmatischer en innovatiever is. Bedrijven die in meerdere landen sterk vertegenwoordigd zijn gaan al een samenwerking aan die verschillen overbrugt en de lokale problemen aanpakt. Terwijl daarentegen multilaterale discussies over bindende afspraken erg tijdrovend zijn en we slechts negen jaar verwijderd zijn van de doelstellingen voor 2030.

Ten derde, het maatschappelijk middenveld heeft regeringen nodig om een ​​wereldwijde businesscase te creëren. De basis van succesvolle internationale samenwerking, met name in de energietransitie, is vertrouwen. Zonder het aanpakken van ongelijke concurrentie en sociaal-economische verschillen zal dit vertrouwen moeilijk op te bouwen zijn. Alleen een mondiaal gelijk speelveld kan ervoor zorgen dat niemand achterblijft en dat bedrijven op gelijk niveau kunnen concurreren. Uitgelicht door Ulco Vermeulen bij Gasunie; we kunnen niet veel doen aan natuurlijke omstandigheden, maar we kunnen iets doen aan de wereldmarkt. Als je het samen kunt organiseren, heeft iedereen er baat bij.

En ten vierde, public affairs verbindt de wereld! Innovatie kan niet gedijen zonder de mensen die internationale samenwerking faciliteren. Simon Lemin van TÜVSÜD China vermeldt dat particuliere bedrijven moeten worden betrokken bij internationale organisaties, zodat zij het beleid en de normen kunnen sturen. Zoals Christof van Agt van het International Energy Forum zei, is diplomatie van mens tot mens ondraaglijk belangrijk om de overdracht van ideeën en inspiratie te verzekeren en culturele verschillen te overbruggen.

Lees hier het Trendrapport 2021, De Energietransitie in China en de EU.

Citaten:

Frans van Drimmelen, oprichter en CEO van Dr2 Consultants: “Ons internationale team doet elk jaar onderzoek naar een belangrijke ontwikkeling op het gebied van public affairs. Deze keer hebben we ervoor gekozen om ons te concentreren op de energietransitie, omdat we zien dat het maatschappelijk middenveld staat te popelen om dieper samen te werken met overheden om tot werkbare oplossingen te komen. Dr2 hoopt door de inhoud van dit rapport bij te dragen aan meer en efficiëntere internationale beleidsdialogen.”

Het jaarlijkse trendrapport 2021 bevat interviews met hooggeplaatste vertegenwoordigers van onder meer het International Energy Forum (IEF), EU-China Energy Cooperation Platform (ECECP), TotalEnergies, European Union Chamber of Commerce in China (EUCCC), TÜV SÜD, Gasunie, Nationaal Platform Waterstof en de Provincie Zuid-Holland.

Over het Dr2 Consultants netwerk

Dr2 Consultants is een strategisch adviesnetwerk dat opereert op het snijvlak van corporate communicatie en public affairs, met kantoren in Den Haag (Dröge & van Drimmelen), Brussel, Kopenhagen, New York en Shanghai. We adviseren publieke en private instellingen over de hele wereld hoe ze maatschappelijke en politieke steun voor hun vraagstukken kunnen krijgen. Alle kantoren binnen het Dr2-netwerk faciliteren publiek-private samenwerking in de energietransitie en aanverwante gebieden; schone energie, CCU, (voedsel-)afvalbeheer, etc.

Dröge & van Drimmelen treedt toe tot het U.N. Global Compact Network Netherlands

Sinds 28 september is Dröge & van Drimmelen onderdeel van het U.N. Global Compact Network Netherlands. Meer dan 210 Nederlandse organisaties zijn ondertussen aangesloten. Global Compact Netwerk Nederland mobiliseert een lokale beweging van duurzame bedrijven en belanghebbenden die  de levens van toekomstige generaties wil verbeteren.

Global Compact Network

Geleid door de Tien Principes en de 17 SDG’s ondersteunen zij organisaties bij het begrijpen van wat verantwoord ondernemen betekent in een wereldwijde en lokale context en bieden zij richtlijnen om duurzaamheidsverplichtingen in actie om te zetten. Dröge & van Drimmelen heeft zich met een brief aan Secretaris-Generaal Antonio Guterres gecommitteerd aan de Tien Principes en de SDG’s. Daarnaast zijn alle leden van het Global Compact Network ieder jaar te rapporteren over de voortgang op hun duurzaamheidsdoelstellingen. Global Compact Network Netherlands biedt onder andere een ‘SDG Game’ aan, verzorgt elk jaar een lijst met SDG Pioneers en heeft een eigen Young Professionals programma. Meer informatie over de diverse initiatieven op de website van GCN Netherlands.

Dröge & van Drimmelen

Dr2 Consultants New York verzorgt voor organisaties de Public Affairs bij de Verenigde Naties. SDG’s helpen daarbij omdat ze fungeren als een ‘common language’ om over duurzaamheid te spreken. Directeur New York Stefanie Ros: “De SDG’s openen de deur naar de VN en bieden een platform voor informeel en formeel contact, bijeenkomsten, klanten events etc. In een global public affairs strategie mogen de SDG’s dan ook niet ontbreken.” Marieke van der Werf, partner bij Dröge & van Drimmelen in Den Haag: “als kantoor met een stevige duurzaamheidsfocus zien wij het belang van de SDG’s al langer. Vorig jaar lanceerden wij een trendrapport over hoe de Sustainable Development Goals public affairs kunnen versterken. Het is echter belangrijk dat ook politiek en maatschappij hierin meegaan. Het Global Compact Network zet zich daar voor in en wij dragen graag een steentje bij.

 

Prinsjesbelang 2021: Hoe vergroten we het vertrouwen in de rechtsstaat en democratie?

Op 20 september, de dag voor Prinsjesdag, wordt traditioneel getrouw Prinsjesbelang georganiseerd, Dröge & van Drimmelen is één van de mede-organisatoren. Prinsjesbelang is een van de onderdelen van het Prinsjesfestival en gaat over belangenbehartiging als onderdeel van het democratisch proces. Ook dit jaar staat de uitzending van WNL Haagse Lobby van Radio 1 volledig in het teken van Prinsjesbelang met als centraal thema ‘bouwen aan vertrouwen.’ Onder leiding van Martijn de Greve gaan Dineke de Groot (president Hoge Raad), Audrey Keukens (voorzitter VNO-NCW West) en Caelesta Braun (professor Public Governance & Civil Society, Universiteit Leiden) met elkaar in gesprek over hoe we het vertrouwen in de democratie, rechtstaat en economie kunnen versterken. Welke rol spelen leiders en vooraanstaande personen bijvoorbeeld in deze transitie?

Ook dit jaar is het weer mogelijk om Prinsjesbelang live bij te wonen onder het genot van een hapje en een drankje en vragen te stellen aan de panelleden. U bent van harte welkom op maandag 20 september van 12.00-14.00 uur op de Universiteit Leiden, campus Den Haag, aan de Turfmarkt 99.

Alliantie vraagt nieuw kabinet om beleidskader voor CCU: “stimuleer het circulair gebruik van CO2 in planten, bodem en producten

Met een Manifest doet de pas opgerichte CCU-Alliantie een dringendberoep op het nieuwe kabinet om meer kansen te bieden aan het hergebruik van CO2. CCU staatvoor Carbon Capture and Utilization: het legt CO2 vast in nieuwe toepassingen. Daarmee ligt het in het verlengde van CCS, dat staat voor ‘storage’, ofwel opslag van CO2. Vanwege de bijdrage aan de klimaatdoelen zijn voor CCS inmiddels onderzoeks- en subsidieprogramma’s van start; Voor ontwikkelingen om CO2 opnieuw in te zetten als grondstof ontbreken echter regelgevende kaders, accounting-systemen en financiële instrumenten. Een nieuw kabinet doet er goed aan om, naast CO2-opslag, ook CO2-vastlegging te stimuleren.”

De CCU-Alliantie is opgericht door ARN, Glastuinbouw Nederland, Green Minerals, NOGEPA, SCW Systems, STERCORE, Synkero, OCAP, Twence en Vereniging Afvalbedrijven en wordt voorgezeten door oud-parlementariër Marieke van der Werf. Omdat de inzet van CO2 als grondstof het sluitstuk is van de
koolstofkringloop, zien zij CCU als belangrijke bijdrage aan zowel de energietransitie als de transitie naar een circulaire economie. Én als een kansrijke ontwikkeling, want de toepassingsmogelijkheden van CO2 zijn legio. Nu al wordt het ingezet als feedstock voor planten; als bodemverbeteraar die
bijdraagt aan biodiversiteit; als synthetische brandstof voor onder andere de luchtvaart; als groene koolstof voor de chemische industrie en als grondstof voor bouwmaterialen als beton, cement en papier. Als de CO2 afkomstig is van een biogene feedstock, betekent de her-inzet van CO2 zelfs een negatieve emissie. Partijen in de koolstofketen, van de grote emitters tot de gebruikers van CO2 en degenen die producten afnemen waarin CO2 is vastgelegd, lopen aan tegen gebrek aan duidelijkheid en stimulering. Is CO2 een grond- of afvalstof?; welke partij in de keten mag het gebruik opvoeren als CO2-reductie?; welke SDE++ categorie is van toepassing?; hoe wordt de CO2-reductie van de diverse
toepassingen berekend?; hoe wordt vastlegging van biogene CO2 gewaardeerd; op welke wijze wordt de markt gestimuleerd om CO2 als grondstof in zetten?, etc.

Voor verdere ontwikkeling van technologie en toepassingen is het noodzakelijk dat de overheid een visie en een beleidskader ontwikkelt voor CCU. Belangrijkste onderdelen daarvan zijn het ontwikkelen van rekenmodel voor de diverse toepassingen van CO2 en het realiseren van een
robuust stimuleringskader. De Alliantie pleit voor een Routekaart en roept met het Manifest de nieuwe coalitie op tot “optimalisatie van bestaande en verkenning van nieuwe financiële- en beleidsinstrumenten die de inzet van CO2 als grondstof ondersteunen.”

Voor meer informatie over de CCU-Alliantie kan contact worden opgenomen met Boi de Moel, New Economy, via boi@neweconomy.eco of 06 13 11 93 61.

Kirsten Verdel, Leonie Scholts en Charlotte van Wezel nieuwe partners Dröge & van Drimmelen

Vandaag zijn Kirsten, Leonie en Charlotte tot partner benoemd. Met deze stap verstevigt adviesbureau Dröge & van Drimmelen de betrokkenheid van de eigen collega’s bij het bureau dat zustervestigingen heeft in Brussel, Kopenhagen, Shanghai en New York.

Kirsten Verdel (1978) is gespecialiseerd in de strategische inzet van public affairs, complexe communicatievraagstukken en campagnes. Ze is mede-oprichter van Freedom Internet en actief als Amerikadeskundige. Ze werkte onder andere bij Obama’s eerste presidentscampagne. In 2020 won ze de Publieksprijs bij de Verkiezingen voor Communicatieman/vrouw van het Jaar.

Leonie Scholts (1989) is gespecialiseerd in het snijvlak van public affairs en juridische vraagstukken en is dé public affairs expert op het gebied van mobiliteit. Naast haar werk is Leonie actief voor de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde (NVVE).

Charlotte van Wezel (1987) is gespecialiseerd in strategische belangenbehartiging in het complexe speelveld waar politiek, bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties samen komen. Hiervoor heeft zij een aantal jaren in de Tweede Kamer gewerkt en naast haar werk is zij voorzitter van de VVD in Wassenaar.

Oprichter Frans van Drimmelen: De expertise en ervaring van de nu toetredende partners vormen een waardevolle aanvulling op het directieteam, in zowel de bedrijfsvoering als de profilering van het bureau. Op het gebied van public affairs en corporate communicatie hebben de nieuwe partners veel kennis en ervaring. We kijken met plezier uit naar de samenwerking in de nieuwe samenstelling.’

Dröge & van Drimmelen heeft nu zeven partners. Naast de toetredende partners zijn dit Frans van Drimmelen, Audrey Keukens, Marieke van der Werf en Roeland Coomans.

Webinar – Fit for 55

De opgave waar Nederland voor staat in de energietransitie was al enorm, maar wordt verder aangescherpt door de Europese Commissie. Op 14 juli wordt Fit for 55 verwacht: het pakket regelgeving van de Europese Commissie om een nieuwe, nog ambitieuzere doelen te zetten.  Het CO2-reductiedoel voor 2030 wordt opgehoogd van 40 naar 55%, gekoppeld aan meer biologische landbouw, meer natuurhersteldoelen en zwaardere CO2-beprijzing.

Een ware groene revolutie. En zoals altijd bij revoluties: wie wacht is te laat, wie tijdig is, ziet de wereld voor zich openen. De vraag is: bent u er klaar voor?

Op 15 juli, daags na de presentatie van het pakket,  organiseert Dröge & van Drimmelen op het  webinar Fit for 55 (van 12u tot 13u).  Senior adviseur Gerben-Jan Gerbrandy kent als oud-EU-parlementarier de Brusselse klimaatdossiers en neemt u mee in de wereld van uitdagingen en kansen die gaan komen. Dit doet hij samen met partner en senior adviseur Marieke van der Werf, die al jaren vele organisaties helpt zich goed te positioneren in de energietransitie.

Zo verbinden we recente Europese ontwikkelingen, de opties die Nederland heeft zoals uiteengezet in rapport-Van Geest en met de rol die uw organisatie daarin kan hebben. Zien we u ook de 15e? Aanmelden kan via door te mailen naar c.zwaaneveld@dr2.nl. U krijgt dan de link naar het webinar.

De speld in de hooiberg: op zoek naar die ene relevante tweet

Een aantal jaar nadat Twitter in 2006 werd opgericht steeg de populariteit wereldwijd explosief. In de eerste jaren van het vorige decennium was het een ontdekkingsreis. Want hoe giet je een boodschap eigenlijk in slechts 140 tekens zonder daarmee aan de inhoud van wat je wil overbrengen, af te doen? De miljoenen gebruikers vormden echter een interessant en gevarieerd publiek, waardoor al snel bleek dat Twitter een belangrijke component in de communicatiestrategie van iedere organisatie werd. Gedurende het afgelopen decennium is het publiek veranderd. Waar mensen het medium in eerste instantie voor sociaal gebruik benutten, is dit steeds meer teruggebracht naar marketing en inhoudelijke berichtgeving

Twitter en politiek

Twitter is nu niet meer weg te denken uit het politieke debat. Voor de politicus is Twitter nog steeds dé plaats voor scherpe inhoudelijke reflectie en terugkoppeling. Het medium kent iets minder gebruikers dan voorheen, maar is bij uitstek de plaats waarop scherpe, inhoudelijke en voor public affairs relevante inzichten worden gedeeld. Het filteren van al die tweets op basis van relevantie voor uw organisatie, is een lastige opgave. Aangezien optimale belangenbehartiging om momentum draait, is tijdig op de hoogte zijn van de relevante twitteractualiteit, van wezenlijk belang. Onze monitoringsservice Haagse Kennis leidt u middels haar algoritmes vakkundig door het woud van eindeloze tweets heen, op zoek naar de speld in de hooiberg: die ene voor u relevante tweet, die voor uw werk als public affairs-professional, goud in handen kan zijn.

In tegenstelling tot een debat in de Kamer, waarin politici met regelmaat middels wollige, abstracte omschrijvingen – bewust of onbewust – op de vlakte blijven, daagt het medium Twitter politici namelijk uit om beknopt en gevat hun boodschap over te brengen. Die scherpe en nuance-vermijdende manier van positioneren geeft veel informatie over de stellingname van politici: wat zij belangrijk vinden en hoe zij zich verhouden tot hun politieke tegenspelers. De meerderheid van de Kamerleden gebruikt Twitter bovendien niet met de zeer grote regelmaat die tot willekeurigheid leidt, maar wel regelmatig genoeg om een redelijk compleet overzicht te geven van wat hen bezighoudt. Het legt de nadruk op prioriteiten, vormt een stukje extra duiding, pakt de essentie beet van wat politici over hun werkzaamheden mee willen geven en vormt als ware een – bescheiden – persoonlijk profiel. Zo komt het bijvoorbeeld redelijk vaak voor dat Kamerleden, wanneer zij schriftelijke vragen hebben gesteld, deze op Twitter delen, en daar kernachtig een standpunt aan toevoegen, en geeft het daarnaast vaak waardevolle context aan de gekozen toon in een debat.

Belangrijk gereedschap

Al deze ‘vluchtige’ informatie is voor public affairs-professionals van grote relevantie. Wanneer blijkt dat een Kamerlid veel interesse toont voor een bepaald onderwerp, daar ongenuanceerd en uitgesprokener over is, is dat voor public affairs relevant omdat u daarmee gericht uw stakeholders kunt uitkiezen en op maat kunt benaderen. De algoritmes van Haagse Kennis filteren alle tweets van relevante politici en bestuurders op de door u aan te leveren trefwoorden. Vervolgens bepalen onze adviseurs, op basis van deze door het algoritme gemaakte selectie, of de tweet ook daadwerkelijk relevant is voor uw organisatie, en of er mogelijk tweets aan uw selectie moeten worden toegevoegd. Vervolgens ontvangt u aan het eind van de werkdag, gezamenlijk met alle andere voor u relevante politieke stukken, een gespecificeerd overzicht van alle voor u relevante tweets, waarop u vervolgens uw strategie kunt afstemmen. Daarmee vormt Twitter een belangrijk stuk gereedschap in uw public affairs-toolbox.

U kunt voor meer informatie contact opnemen met Jonathan Mol via j.mol@dr2.nl

Dagelijks de Haagse Actualiteit in uw mailbox

Het politieke proces is vaak grillig en vluchtig. Optimale belangenbehartiging draait om momentum; het momentum om op het juiste moment in te spelen op de actualiteit en de juiste stakeholders hierbij te betrekken. Honderden documenten worden er op dagelijkse basis in Den Haag gepubliceerd, zowel door de Kamer, in de vorm van bijvoorbeeld schriftelijke vragen en moties, als door de regering, zoals brieven, wetsvoorstellen en rapporten. Daarnaast zijn er nog tientallen andere belangrijke instituten zoals de Raad van State en planbureaus. Zonder structuur en overzicht is het bijna een onmogelijke opgave om al deze stukken op basis van relevantie voor uw organisatie te filteren, en met name om vroeg genoeg op de hoogte te worden gesteld om er vervolgens proactief op in te kunnen spelen. Daar heeft Dröge & van Drimmelen al jaren een oplossing voor, onze monitoringsservice Haagse Kennis(https://haagsekennis.nl)

Dagelijks up-to-date

Naast dat Dröge & van Drimmelen zelf alle relevante documenten voor klanten duidt en vervolgens van gericht advies voorziet, bieden wij klanten ook zelf de mogelijkheid om een integraal, volledig en gespecifieerd overzicht van alle relevante stukken dagelijks in de mailbox te ontvangen. Met name voor bedrijven en organisaties die een eigen PA-afdeling in huis hebben, kan dit van grote toegevoegde waarde zijn. De monitoringsservice Haagse Kennis hebben wij een aantal jaar terug samen met het ANP en PDC Informatie Structuur opgezet. De dienst is constant in ontwikkeling, wat betekent dat er met regelmaat nieuwe features worden toegevoegd, zoals een overzicht van alle relevante twitterberichten. Onze algoritmen slagen er namelijk in om uit een stortvloed van duizenden twitterberichten, alleen de relevante highlights te selecteren en die overzichtelijk aan u te presenteren. Daarnaast kijkt onze monitor ook vooruit, want door een zo compleet mogelijk overzicht van de agenda’s van zowel Kamer en regering, zoals afspraken van bewindslieden, te geven, weet u wat er de komende tijd gaat spelen.

Onze monitoringsservice Haagse Kennis werkt op basis van algoritmen die voortdurend doorontwikkeld worden. Als klant levert u bij ons aan welke dossiers belangrijk zijn om te monitoren. Vanzelfsprekend kunnen we u daarbij ondersteunen. Dit gebeurt op basis van trefwoorden. Het systeem sorteert vervolgens alle voor u relevante stukken in een overzichtelijke, dagelijkse nieuwsbrief. Omdat het gebruik van algoritmen soms om handmatige verfijningen vraagt, voeren onze adviseurs vervolgens ook een nadere analyse uit, waardoor het dagelijkse overzicht op maat is en perfect aansluit op alle voor u relevante stukken; niet meer, niet minder. De stukken in de dagelijkse nieuwsbrief zijn bovendien geordend in kolommen die weergeven in welk stadium de stukken zich bevinden. Hierop kunt u vervolgens uw strategie afstemmen. Ook in een vroeg stadium, nog voordat een wetsvoorstel naar de Kamer wordt verzonden, wordt het namelijk eerst ter consultatie aan de samenleving, en vervolgens aan de Raad van State, aangeboden. De sectie pre-dossiers brengt dit proces overzichtelijk in beeld.

Kennis is macht

In feite voorziet Haagse Kennis daarmee in het adagium ‘Kennis is Macht’. Dat een document van grote strategische waarde is voor uw organisatie, of belangrijke informatie bevat, hoeft namelijk niet te betekenen dat deze ook automatisch via de media of andere berichtgeving bij u terechtkomt. Vaak wordt belangrijke informatie namelijk – bewust of onbewust – begraven in een stortvloed aan stukken. Als deze stukken op opvallende momenten gepubliceerd worden, bijvoorbeeld net voor het weekend, ontsnappen deze vaak aan de aandacht. Daarnaast wordt er met regelmaat vanuit strategisch oogpunt voor gekozen om gevoelige en belangrijke informatie niet direct uit te meten.

Zoeken naar een speld in een hooiberg is naast vermoeiend, ook riskant. De slagingskans is immers beperkt. Daarom biedt Dröge & van Drimmelen u tegen een scherpe prijsstelling de mogelijkheid aan om middels goed afgestelde algoritmen enerzijds, en een handmatige, verfijnde controle door onze adviseurs anderzijds, de speld in de hooiberg, direct en overzichtelijk dagelijks in uw mailbox terug te vinden. Voor de kansen en mogelijkheden voor uw organisatie, gaan wij graag met u in gesprek!

U kunt voor meer informatie contact opnemen met Jonathan Mol via j.mol@dr2.nl

De informateur als illustere pijler in ons staatsbestel.

‘Je kunt merken dat deze man ervaring heeft’, dat waren de woorden van Farid Azarkan na zijn gesprek met Herman Tjeenk Willink, die de moeilijke taak had gekregen om de politieke impasse te doorbreken. Twee weken daarvoor was de 79-jarige Tjeenk Willink te gast in het politieke praatprogramma Spuigasten. Op de vraag of hij bereid zou zijn om wederom informateur te worden, antwoordde hij: ‘Het is volgens mij armoede als je moet constateren dat je alleen bij een 79-jarige kan uitkomen – hoe leuk dat voor die 79-jarige ook voor één dag is. Maar het is niet goed.’

Achtmaal informateur

Nederland heeft, vergeleken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, geen cultuur van senioriteit als belangrijk ijkpunt in de politiek. Het landsbestuur ligt van oudsher vooral in handen van veertigers en vijftigers. Kijkend naar de rijke geschiedenis van Nederlandse informateurs, blijkt dat adagium echter niet op te gaan. Juist in deze positie hebben senioriteit en ervaring een belangrijke rol gespeeld. Weinigen komen in de buurt van de staat van dienst van de gelouterde Tjeenk-Willink, die zesmaal informateur is geweest. Hij wordt slechts afgetroefd door de staatsman Louis Beel, die de functie achtmaal heeft vervuld. Dat werpt de vraag op; wie is dé informateur?

In de schaduw van Tjeenk-Willink en Beel staan mannen, veel mannen. Vrijwel allemaal van (ruim) boven de vijftig en met een behoorlijke statuur. Alleen Edith Schippers en Els Borst vormden tot op heden de uitzondering, tot Mariëtte Hamer vorige week donderdag aan dit rijtje werd toegevoegd. De afstand van de informateur tot de politieke praktijk van dat moment loopt uiteen en is vaak afhankelijk van de opdracht. Dat brengt ons erbij dat er grofweg twee type informateurs bestaan: vooruitgeschoven vertrouwelingen en meer onafhankelijke ‘staatslieden’.

Vertrouwelingen of staatslieden

De keuze voor de eerste categorie, de informateur uit de vertrouwenshoek van de lijsttrekker, ligt vaak voor de hand. Voorbeelden uit de afgelopen twee decennia zijn Henk Kamp, Piet Hein Donner, Edith Schippers, Ivo Opstelten en Wouter Bos. In dit rijtje past bijvoorbeeld ook Jan de Koning, die als vertrouweling van Lubbers driemaal in de jaren tachtig de rol van de samenbindende man in de formatie vervulde. CDA-historicus Kroeger stelde recentelijk over hem: ‘Hij was ‘de gouden standaard’ als verkenner en informateur. Een minister die elke onmogelijke kwestie en zware post aankon. Toen men gisteren zei ‘we moesten maar terug naar de Koning’ had men ‘naar Jan de Koning’ moeten zeggen.’

De tweede categorie is omgeven met mystiek. De desbetreffende heren, allemaal ruimschoots de zestig gepasseerd, zijn in onze geschiedenis vrijwel altijd opgeroepen in politieke impasses. Zo vroeg men in de moeilijke formatie van 1981 de ervaren, progressieve, 70-jarige ARP’er De Gaay Fortman, om de brug te slaan naar het kabinet Van Agt-II. Vier jaar daarvoor werd eenzelfde sleutelrol vervuld door de 64-jarige Wim van der Grinten, die, 26 jaar na zijn vertrek uit de politiek, in korte tijd het duo Wiegel en Van Agt samensmeedde. PvdA-onderhandelaar Van Thijn stelde in zijn befaamde onderhandelingsdagboek: “Het is een schrale man. Niet gewend aan publiciteit, wel aan invloed. Meer een regisseur dan een acteur.” Een recent voorbeeld betreft de formatie van 2003, toen de 71-jarige minister van Staat Frits Korthals Altes en de 61-jarige staatsraad Rein Jan Hoekstra, erin slaagden om, nadat Piet Hein Donner er niet in geslaagd was om de PvdA en het CDA te binden, D66 te overtuigen om voor de eerste maal in de geschiedenis in een centrumrechts kabinet met het CDA en de VVD te stappen.

Naast leeftijd, zijn er nog twee ‘wetmatigheden’. Enerzijds het lidmaatschap van de Raad van State, anderzijds de (vroegere) invloed van het staatshoofd, die vrijwel altijd vertrouwelingen koos. Minister van staat Ruud Lubbers (2006 en 2010), is hier, als goede vriend van Beatrix, het meest recente voorbeeld van. Haar moeder Juliana leunde op de voormalige KVP-premier Louis Beel. In 1963, 1966 en 1967 werd hij als vicepresident van de Raad van State opgeroepen om de gemoederen te sussen. De gelijkenissen met Tjeenk Willink zijn tekenend. Zo stelde De Volkskrant in 1963: ‘Koningin Juliana heeft weer teruggegrepen naar de wat ouderere garde, de katholieke dr. Louis Beel gaat het politieke terrein voor haar verkennen…’ In 1967 liet De Waarheid zich in gelijke bewoordingen uit: ‘De onvermijdelijke Beel’ wordt hij in de Haagse wandelgangen genoemd: prof. dr. Louis Maria Beel, de 64-jarige KVP-politicus, die ook bij deze kabinetsformatie weer een van de sleutelfiguren achter de schermen blijkt te zijn.’

Formatie 2021

Terug naar 2021. Begin vorige maand, na meerdere zeer verhitte debatten, bleek politiek Den Haag, toe aan ‘rust’. Misschien dat juist in die neiging naar ‘rust’, de sleutel ligt van de reeks aan ervaren informateurs van respectabele leeftijd. Politiek is namelijk geen kwestie van wetmatigheden; het draait om mensen, met ideeën, emoties en karakters. De informateur daarentegen, straalt, als drager van ons rijke politieke verleden, mystiek, soberheid en gezag uit. Hij belichaamt de noodzaak om het ‘schip der staat’ op koers te houden, weg van politieke ego’s en de ruis van alledag. De keuze voor een informateur is dan ook onlosmakelijk verbonden met onze parlementaire cultuur.

In dat kader is er met de keuze voor Mariëtte Hamer, voorheen PvdA-politica en nu SER-voorzitter, op z’n minst sprake van een kleine trendbreuk. Die trendbreuk leidt hopelijk spoedig tot resultaat. Hamer heeft van de Kamer tot 6 juni gekregen om te onderzoeken welke partijen kunnen gaan formeren.

Meer moties, minder impact

Een motie is een beproefd middel voor Kamerleden om politiek iets voor elkaar te krijgen. De bedoeling van een motie is het bewegen van het kabinet tot extra inzet op een bepaald onderwerp of tot een andere beleidskoers. Hoewel aangenomen moties niet bindend zijn voor het kabinet, kan het wel tot een interne crisis leiden wanneer een motie niet wordt uitgevoerd. Om een motie aan te nemen zijn immers óók coalitiestemmen nodig om de benodigde 76 voorstemmen te behalen.

Profilering

Naast de inhoudelijke beweegredenen is een motie ook een mooie kans voor Kamerleden zich te profileren. In een eerdere blog schreef ik al dat deze profilering, mede door de komst van sociale media, steeds belangrijker is geworden voor Kamerleden. Kamerleden zijn met een bepaalde ambitie en drive het ambt aangegaan en zitten daar om, in lijn met de partijideologie die ze aanhangen, iets te betekenen voor de maatschappij. Ze bekleden dat ambt echter enkel voor de periode dat ze interessant genoeg worden bevonden door hun partij. Deze profileringsdrang zien we terug in het aantal ingediende moties. De NOS berekende eerder dat waar er in 2017 nog 2471 moties zijn ingediend, dit inmiddels is gestegen tot boven de 4100 moties per jaar. Recessen niet meegerekend komt dit neer op meer dan 100 moties waar wekelijks over gestemd wordt. Bijkomend element van de afgelopen jaren is dat ná de stemmingen de Tweede Kamer in een handig overzicht laat zien welke partijen voor of tegen een motie hebben gestemd. Dit maakt het alleen maar aantrekkelijker voor Kamerleden om, via social media, hun motie bij een breed publiek kenbaar te maken en tegelijkertijd meteen schande te spreken van de partijen die tegen hebben gestemd.

Kosten

De kosten en druk op het ambtelijk apparaat van al deze moties zijn hoog. Zo moet iedere aangenomen motie worden uitgewerkt en (op een herleidbare manier) worden opgenomen in het kabinetsbeleid. Oók wanneer een minister of staatssecretaris al heeft laten weten dat de motie in lijn is met het kabinetsbeleid en daarom dus al wordt uitgevoerd. Wanneer alle kosten hiervoor, dit betreft voornamelijk personele uren van ambtenaren, worden meegewogen kost één motie al snel meer dan 7000 euro. Met het grote aantal aangenomen moties per week gaat dit over enkele miljoenen euro’s per jaar.

Wanneer de inhoud voorop staat is een motie echt niet altijd het meest invloedrijke middel om het beleid te veranderen. Wanneer de minister of secretaris tijdens een debat de toezegging doet een bepaalde wens of suggestie mee te nemen in het beleid is deze namelijk veel steviger verankerd. Een toezegging is daarnaast, in tegenstelling tot een motie, niet afhankelijk van stemmingen en hoeft dus niet met een meerderheid te worden aangenomen. Bij een toezegging kan er vanuit worden gegaan dat de bewindspersoon er zelf ook het belang van inziet waardoor de motivatie om het beleid op de juiste manier aan te passen groter is.

Scorebordpolitiek

De roep om minder politiek theater en meer focus op de inhoud lijkt echter nog niet aan te slaan. In 2019 pleitte GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver al om te stoppen met ‘scorebordpolitiek’. Naast lovende geluiden over zijn oproep leverde hem dit ook de nodige kritiek op. Niet in de minste plaats uit zijn eigen partij. Zou het GroenLinks immers op deze manier wel lukken zich genoeg te laten zien richting de kiezer? Het lijkt daarom steeds vaker om het persoonlijke profiel dan om de inhoud te gaan en scoringsdrift en haantjespolitiek voeren de boventoon.

Daar is veel kritiek op vanuit de media, maar de media werkt hier zelf aan mee. Ieder jaar verschijnen er weer verschillende artikelen waarin de invloed van Kamerleden, mede gebaseerd op aangenomen moties, langs de meetlat wordt gelegd. Vanzelfsprekend willen Kamerleden liever in de top 10 van invloedrijke Kamerleden voor komen dan in het rijtje backbenchers. Zo blijft de cirkel van moties, profileringsdrang en media aandacht in stand en wordt door de lawine aan moties de kracht van een motie uitgehold. Ik ben benieuwd of de nieuwe ‘Haagse bestuurscultuur’ hier verandering in weet te brengen!