Blogs

Actieplan voor AI: een open uitnodiging voor kennisdeling?

Op dinsdag 8 oktober jl. is (eindelijk) het ‘Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie’ (SAPAI) gelanceerd door staatssecretaris Mona Keijzer van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). AI-technologie levert volgens het  kabinet een stevige bijdrage aan de economische groei, welvaart en welzijn. Daarnaast ziet het kabinet een rol voor Artificiële Intelligentie (AI) in maatschappelijke vraagstukken op verschillende deelgebieden zoals vergrijzing, klimaatverandering, voedselveiligheid, gezondheid en zorg. Maar ook de risico’s van AI komen in het SAPAI aan bod, namelijk dat fundamentele rechten als privacy, non-discriminatie en autonomie te allen tijde moet worden beschermd.

Hoewel het natuurlijk prijzenswaardig is dat Nederland nu ook een AI-strategie heeft, is er behoorlijk wat kritiek op het actieplan. De onvrede richt zich met name op het uitblijven van investeringen en het maken van gerichte keuzes. De kritiek is begrijpelijk en deels terecht, maar aan de andere kant laat het gebrek aan investeringen (en dus keuzes) ook zien dat er nog een wereld te winnen valt met uitleggen wat de kansen zijn van AI en waar AI-technologieën het verschil kunnen maken. Daarnaast maakt het kabinet wel degelijk keuzes, al verdienen een groot deel daarvan nog nadere uitwerking. Een korte samenvatting van het SAPAI en de inzet op drie sporen.

Het benutten van maatschappelijke en economische kansen
Het kabinet wil de komende jaren vol inzetten op publiek-private samenwerking op verschillende beleidsterreinen zoals veiligheid, gezondheid, landbouw/voedsel en de energietransitie. In samenwerking met private partijen ziet het kabinet dit als een kans om met AI maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. De adoptie van AI onder het mkb en het aantal start-ups en scale-ups moet fors omhoog en daarnaast gaat de overheid AI-gerelateerde start-ups en scale-ups stimuleren bij het ontwikkelen van toepassingen. Het klinkt ambitieus, maar veel acties zijn een opsomming van eerder gelanceerde beleidsinitiatieven (e.g. de rijksbrede start-up- en scaleupstrategie die eerder dit jaar is gepubliceerd) of bestaand instrumentarium (e.g.  kennis- en innovatieagenda’s, WBSO). Er vinden (vooralsnog) geen grote nieuwe beleidswijzigingen plaats: het initiatief daartoe lijkt met name neergelegd te worden bij de markt en de AI-coalitie in oprichting (waarover later meer).

De overheid ziet ook een meer directe rol voor zichzelf: het gaat optimaal gebruik maken van AI-toepassingen. Om dit te bereiken moet vooral de kennis binnen het Nederlands bestuur worden vergroot en moet de regelgeving up-to-date worden gemaakt. Bij inkoop door de overheid zal worden gestimuleerd dat er niet altijd voor de geijkte paden, maar ook vaker voor innovatieve bedrijven en, in het bijzonder, voor innovatieve MKB’ers worden gekozen. Dat biedt hoop. Het kennisniveau moet inderdaad omhoog en de overheid heeft een katalyserende  rol te vervullen als launching customer. Al is voor dit laatste maar de vraag of de Europese aanbestedingsregels deze ruimte daadwerkelijk toelaten (en of de afzonderlijke beleidsdepartementen en uitvoeringsorganisaties die ruimte ook kunnen en durven (!) te pakken).

Het scheppen van de juiste voorwaarden
Om de AI-ontwikkeling te versnellen wil het kabinet dat in Nederland een bruisend AI-klimaat heerst met voorwaarden die optimaal bijdragen aan AI-onderzoek en aan de ontwikkeling, vermarkting en inzet van AI-toepassingen. Een aantal ingrediënten zijn volgens het kabinet hiervoor van groot belang: onderzoek en innovatie van hoge kwaliteit, een beroepsbevolking met de juiste kennis en vaardigheden om AI te ontwikkelen en ermee te werken, toegang tot voldoende kwalitatief goede data, en hoogwaardige en intelligente digitale connectiviteit. Ook hier wordt in de uitvoering van de plannen veelal verwezen naar bestaande beleidsprogramma’s (waarin AI wordt opgenomen) en instrumenten of toekomstige beleidsplannen en -ambities (e.g. NWO komt ‘na de zomer’ met een AI-onderzoeksagenda). Dat terwijl juist hier belangrijke keuzes kunnen worden gemaakt waar de overheid een sturende rol kan pakken en waar directe overheidsinvesteringen effect kunnen hebben. AI-adoptie is namelijk grotendeels afhankelijk van (digitaal) vaardige burgers, ondernemers en werknemers. En de toepassing van AI-technologieën is gebaat bij diepgaand fundamenteel en toegepast onderzoek in sectoren waar kansen liggen. Toegang tot voldoende capaciteit rekenkracht is tot slot een randvoorwaarde om met AI te experimenteren. Drie voorbeelden waar directe overheidsinvesteringen op de langere termijn positief effect kunnen hebben op de AI-gereedheid en -adoptiegraad van ons land.

Het versterken van de fundamenten
De toepassingen van AI moeten volgens het kabinet binnen wettelijke en ethische kaders opereren. Het is belangrijk dat burgers vertrouwen hebben en blijven houden in AI. Grondrechten zoals privacy, transparantie van bestuur en gelijke behandeling moeten ten alle tijden gewaarborgd worden. Hiervoor is controleerbare AI en verantwoorde doorontwikkeling nodig. Het is de taak van verschillende toezichthouders om grip te krijgen op AI in hun toezichtsgebied. Dit hoofdstuk lijkt aan te sluiten bij de Europese wens om tot nieuwe regulering te komen. Beoogd commissievoorzitter Von der Leyen heeft bij haar nominatie tot Commissievoorzitter aangekondigd om binnen 100 dagen na aanstelling van de nieuwe commissie met regulering voor AI te komen (zie deze blog voor meer informatie over de plannen van de nieuwe Europese Commissie).

Een ander fundament dat volgens het plan versterkt moet worden is mededinging: markten moeten open en competitief blijven. De aanpak hiervan wil het kabinet via Europa laten lopen, door de Europese mededinging toezichthouders meer instrumenten te geven (o.a. door ex ante regulering, zie hier onze blog en de Kamerbrief).

Gelijktijdig met het verschijnen van het SAPAI is een coalitie opgericht waar 65 partijen vanuit het bedrijfsleven en wetenschap, waaronder het ministerie van EZK, zich verenigen in de Nederlandse AI Coalitie. Deze publiek-private samenwerking vormt, samen met de strategie, de basis voor de Nederlandse aanpak van AI. De coalitie streeft naar een meerjarige publiek-private investering van in totaal twee miljard euro in zeven jaar. Er is echter nog geen financiële dekking voor deze miljarden euro’s en in de plannen wordt vooral verwezen naar bestaande potjes of nog op te richten fondsen. Hoe de AI-coalitie hier de komende maanden verandering in kan brengen en op welke manier zij betrokken worden bij de besluitvorming en uitvoering moeten we nog afwachten.

Waar wringt de schoen?
Zoals reeds aangegeven richt de kritiek zich met name op het uitblijven van miljarden investeringen. Hoewel begrijpelijk, is dit ook iets te makkelijk. Want waar moet het kabinet dan in investeren? Investeren = keuzes maken = kleur bekennen. Je kan het geld maar een keer uitgeven en onze portemonnee is lang niet zo diep als die van de VS of China. Daarbij bevat de kritiek geen concrete voorstellen waar die ‘miljarden’ dan (wel) besteed aan moeten worden. We willen allemaal dat er miljarden uitgegeven worden, maar we weten zelf eigenlijk niet waaraan.

Als we de staatssecretaris moeten geloven in Buitenhof vorige week zondag, is – nog zonder dat er geld voor beschikbaar wordt gemaakt – er wel degelijk een duidelijke keuze gemaakt door dit kabinet: de ontwikkeling van Human Centric AI. Dat maakt ‘onze’ aanpak volgens de staatssecretaris uniek. Dat klinkt mooi: maar is dat het wel? Zo goed als alle andere Europese landen zetten in op human centric AI. Zie bijvoorbeeld de Deense of Finse AI-strategie. Dat is niet geheel onlogisch aangezien het ook de Europese inzet is. Zo uniek zijn wij dus niet. Verder is het simpelweg onjuist dat wij als Europa daarmee uniek zijn in de wereld. Ook de VS ziet het belang in van ethiek en grondrechten bij het gebruik van AI. En ook de grote techbedrijven agenderen vraagstukken die hiermee van doen hebben (zie bijv. de white papers van Google en Microsoft). Daarnaast kan je je afvragen: wat wordt er eigenlijk bedoeld met Human Centric AI? En welke voorsprong levert die ‘unieke’ beleidskeuze ons dan op dat het niet nodig is om (ook) miljarden te investeren? Kortom, welke keuze maken we hier nu eigenlijk? Het lijkt nu toch vooral een lege huls dat goed resoneert in Den Haag, in Brussel en veel hoofdsteden in Europa.

Informeren en kennis uitwisselen is waar het voor een groot gedeelte om draait in Public Affairs. Wanneer je goed geïnformeerd bent, durf en maak je (sneller) een weloverwogen keuze. Achter die keuzes zitten belangen. Dat is niet erg, zolang deze belangen door beleidsmakers tegen elkaar afgewogen zijn en de informatie waarop deze belangen zijn gebaseerd klopt. Het is aan het bedrijfsleven, academici en maatschappelijke organisaties om het kabinet / de overheid, inzicht te geven in deze belangen en ze te informeren over risico’s en kansen.

Voor de AI-strategie geldt dit uiteraard ook. Het gebrek aan keuzes toont aan dat er op dit moment vooral heel weinig kennis is over de impact van AI en de mogelijkheden en bedreigingen van deze technologie. Er is wat dat betreft nog een wereld te winnen met uitleggen wat AI behelst en waar de kansen voor Nederland liggen. Hoe heeft AI impact op bestaande technieken, op ons werk en op de beslissingen die over en door ons gemaakt worden? Wat zijn de kansen van de technologie en welke aanpak is nodig om deze kansen ten volle te benutten, zijn vragen die door bedrijven, academici en maatschappelijke organisaties beantwoord dienen te worden. Want waar heeft het überhaupt zin om als overheid in te investeren en waar moet de overheid wel of juist niet reguleren? Waar kan (toegepast) onderzoek een zetje gebruiken om door te breken? Hoe moeten we ons onderwijssysteem flexibel, weerbaar en toekomst- en schokbestendig maken zodat scholieren, studenten en werkenden in staat zijn om in te springen met AI en andere technologische ontwikkelingen? Dit zijn vraagstukken waar de AI coalitie en alle partijen die belang hebben bij AI-ontwikkeling en -adoptie, snel mee aan de slag moeten.

Door Roeland Coomans