Weetje van de week: Van sport naar politiek en vice versa

Weetje van de week: Van sport naar politiek en vice versa

18 augustus 2016

Nu het einde van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro nadert, is het interessant om te kijken hoe politiek en sport in elkaar overvloeien. In veel landen maken sporthelden de overstap naar de politiek. Tijdens hun nieuwe carrière hopen ze eveneens tot buitengewone prestaties te komen. De één is hierin succesvoller dan de ander. Een voorbeeld hiervan is Arnold Schwarzenegger, die naast acteur een succesvolle bodybuilder is geweest. Hij heeft uiteindelijk de stap gezet naar het Gouverneurschap van de staat California en hield dit de volle twee termijnen vol. Een minder succesvol voorbeeld is de politieke carrière van oud voetballer Andriy Shevchenko. Ondanks zijn succes als aanvoerder van het nationale team tijdens het Europees Kampioenschap in 2012, wist hij er datzelfde jaar niet in te slagen om een plek in het Oekraïens parlement te veroveren.

In Nederland zijn er ook sporters geweest die de stap naar de politiek hebben gezet. Zo richtten een groep sporters, onder leiding van Maartje Paumen en Wout Poels, in 2011 de Limburgse Partij voor de Sport. Tot op heden heeft deze partij echter nog nooit meegedaan aan de verkiezingen en was het bedoeld als ludieke actie voorafgaand aan de Provinciale Statenverkiezingen.

De sporter die tot nu toe het meeste aanzien heeft weten te vergaren in de Nederlandse politiek moet Erica Terpstra zijn. Zij nam deel aan twee Olympische Spelen, waar zij brons en zilver won en was daarna lange tijd Kamerlid en aansluitend staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het omgekeerde pad wordt echter ook bewandeld. Zo waren Erica Terpstra, Camiel Eurlings en Bart de Liefde na hun politieke carrière actief als respectievelijk NOC-NSF voorzitter, IOC-lid en voorzitter van de Nederlandse Curlingbond.