Weetje van de week: Het referendum, een lange Zwitserse traditie

Weetje van de week: Het referendum, een lange Zwitserse traditie

15 april 2016

Afgelopen woensdag debatteerde de Tweede Kamer over de uitslag van het referendum over het associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie. Het was ook pas de tweede keer - na het referendum in 2005 over de Europese Grondwet - dat het Nederlandse volk zich direct mocht uitspreken vóór of tegen een bepaalde wet.

In Zwitserland bestaat een langere traditie van directe democratie. Al sinds 1848 is het voor de Zwitserse regering verplicht om bij elke grondwetswijziging een referendum uit te schrijven. Jaarlijks vinden er op alle niveaus, gemeentelijk, kantonnaal en federaal gemiddeld 200 referenda plaats. De referenda worden gebundeld in twee tot vier stemdagen per jaar, waarbij de opkomst gemiddeld 45 procent is. De uitkomst van een referendum is in Zwitserland altijd bindend.

Naast de verplichte referenda die het gevolg zijn van grondwetswijzigingen is het ook voor de burger mogelijk om een referendum te organiseren. Bij meer dan 50.000 handtekeningen wordt een voorgenomen wet door de regering uitgesteld tot er over gestemd is. Daarnaast beschikt het Zwitserse volk ook over een initiatiefrecht voor nationale wet. Wanneer er voor dit ‘volksinitiatief’ 100.000 handtekeningen zijn ingezameld, wordt het voorstel van wet ter stemming gebracht in een referendum. Het stemadvies van de regering wordt gemiddeld voor 80% opgevolgd.

In Nederland is een wetsvoorstel voor een bindend correctief referendum op alle bestuurlijke niveaus in eerste lezing door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Omdat de Grondwet hiervoor gewijzigd moet worden zal het voorstel in tweede lezing – na de verkiezingen – met tweederde meerderheid moeten worden aangenomen om het correctief bindend referendum mogelijk te maken.