'Transparantie in de Algemene wet bestuursrecht’

'Transparantie in de Algemene wet bestuursrecht’

31 maart 2016

Transparantie bij politieke besluitvorming is hot. De kranten staan er vol mee en politici proberen de beïnvloeding beter in kaart te brengen. Zo werkt het ministerie van Financiën bijvoorbeeld al met een lobbyparagraaf bij wetgeving om transparantie te bevorderen. Ook de BVPA benadrukt het belang van transparantie van besluitvorming en heeft als standpunt dat het proces van besluitvorming niet transparant genoeg kan zijn. Als stagiair bij Dröge en van Drimmelen en student juridische bestuurskunde (RUG) leek het Steven Kroesbergen interessant te onderzoeken wat er op het gebied van transparante besluitvorming voor overheidsorganen in de wet staat.

Bij het maken van een beslissing is het essentieel om de relevante feiten te vergaren en alle belangen die door een mogelijk besluit geraakt worden zorgvuldig in te acht nemen. Volgens de wet is het dan ook de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan om alle belangen te kennen, af te wegen en de juiste keuze te maken. Dit is opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (AWB) met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze beginselen geven vorm aan de rechtstaat door het stellen van gedragsregels aan de overheid ten opzichte van de burger. In de besluitvorming zijn daarbij vier beginselen in het bijzonder van belang.

      1. Zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 AWB)

Allereerst ziet het zorgvuldigheidsbeginsel erop toe dat het openbaar bestuur de nodige kennis omtrent de relevante feiten en belangen in de besluitvorming vergaart.

      2. Specialiteitsbeginsel (art. 3:4 lid 1 AWB)

Ten tweede schrijft het specialiteitsbeginsel voor dat er een belangenafweging plaatsvindt waarbij alle rechtstreeks betrokken belangen worden afgewogen. Het is daarom noodzakelijk zo goed mogelijk op de hoogte zijn van de stakes at risk en de (in)directe consequenties die voortvloeien uit een specifiek besluit. 

      3. Fair play-beginsel (art. 2:4 AWB)

Dit beginsel ziet op een eerlijke en gelijke benadering door de overheid zonder vooringenomenheid. Deze eerlijkheid uit zich in een transparant karakter van de besluitvorming van de overheid.

     4. Motiveringsbeginsel (art. 3:46 AWB)

Het punt van transparantie in de besluitvorming is wettelijk geregeld door het motiveringsbeginsel. Dit zorgt er voor dat er voldoende inzicht wordt gegeven in de wijze waarop een besluit tot stand komt en waarom er voor bepaalde standpunten is gekozen. Een overheidsbesluit dient daarom te berusten om een deugdelijke motivering. Dit beginsel staat dus in nauw verband met het zorgvuldigheids- en specialiteitsbeginsel.

Beleid of regelgeving zonder voldoende aansluiting op de bovenstaande algemene rechtsbeginselen is niet effectief. Puur juridisch beredeneerd omdat het onhoudbaar kan blijken bij de rechter. Het aanleveren van informatie door maatschappelijke partijen aan besluitvormers in het openbaar bestuur is daarom niets vreemds. Het is zelfs een toegevoegde waarde in de totstandkoming van een goed afgewogen wet. De intrede van een lobbyparagraaf bij wetgeving zal volgens mij dan ook de legitimiteit van besluitvorming vergroten, doordat het de transparantie ervan vergroot.

Steven Kroesbergen