Olie in het raderwerk

Olie in het raderwerk

9 februari 2016

Toen ik zo’n tien jaar geleden als stagiair begon te werken in het Europees Parlement, wist ik alleen vanuit de studieboeken hoe wet- en regelgeving ontstond. Een wetsvoorstel wordt naar het parlement gestuurd; volksvertegenwoordigers passen wat dingen aan, keuren het goed, nog even publiceren in het staatsblad en klaar is Kees. Van lobbyisten had ik nauwelijks gehoord. Ruis in het proces, dacht ik. En ze betalen je lunch.

Al tijdens mijn introductiecursus in het EP werd dat laatste vooroordeel snel weggepoetst. ‘Als ik alle parlementariërs met een lunch zou moeten overtuigen, dan ben ik twee jaar verder en een paar duizend euro armer”, zei de docerende lobbyist, doelend op de 732 Europarlementariërs die we toen hadden. Daar had hij een punt.

Na anderhalf jaar vertrok ik naar Den Haag, waar ik persvoorlichter werd van de toenmalig grootste partij. Toen leerde ik nog meer facetten kennen van het parlementaire handwerk. Mijn achting voor Kamerleden steeg. Je inlezen in elk debat, filteren van de bakken informatie vanuit het ministerie, kijken of je nieuws kan maken, contacten met pers onderhouden, met achterban, manoeuvreren tussen coalitiestandpunt, partijstandpunt, voortschrijdend inzicht en idealen. Ik heb geen Kamerlid gezien die de 40-urige werkweek niet ruim overschrijdt.

Na een verblijf in het buitenland van drie jaar, werkzaam op het snijvlak van overheid, bedrijfsleven en onderwijs, wilde ik bij terugkomst graag de andere kant van het parlementaire werk ervaren: de bedrijven en maatschappelijke organisaties die de consequenties merken van die wet- en regelgeving. Ik was daarom verheugd dat ik bij Dr2 aan de slag kon; het bureau dat ik uit mijn tijd in de Kamer kende als het leukste en beste. Dat klinkt als achteraf subjectief gekleurd, maar zo was het wel.

Sinds enkele maanden adviseer ik namens Dr2 enkele bedrijven en organisaties. Ik duik ik in dossiers en lees elke relevante Kamerbrief, rapport, ingezonden brief, debatverslag en zie hoe onze maatschappij als een groot radarwerk functioneert. En ook wat er gebeurt als je aan bepaalde radartjes gaat sleutelen. De kunst is dan om dat radarwerk gesmeerd door te laten tikken. That’s where we come in.

De afgelopen maanden is mijn achting voor Kamerleden verder gestegen. Kamerleden vergaren de geluiden van de samenleving, horen aan wat de impact is van mogelijke nieuwe regelgeving, toetsen hun ideeën en maken een gewogen belangenafweging wanneer zij uiteindelijk tot een standpunt komen. Daarbij is het van belang dat zij een zo breed en compleet beeld mogelijk krijgen van wat er speelt op een dossier en wat de consequenties voor welke partijen zijn. En wij, lobbyisten, helpen hen hierbij. Wij reiken informatie en gesprekpartners aan, zodat die uiteindelijke afweging die het Kamerlid maakt, gebaseerd is op een zo compleet mogelijk beeld van de consequenties voor betrokkenen uit het veld.

Lobbyisten zijn niet de ruis in het proces, maar de olie in het raderwerk.

Lukas van Fessem