Weetje van de week: De motie van afkeuring, tussen treurnis en wantrouwen

Weetje van de week: De motie van afkeuring, tussen treurnis en wantrouwen

22 december 2015

Afgelopen woensdag dienden acht fractievoorzitters gezamenlijk een motie van afkeuring in na afloop van het Teevendeal-debat in de Tweede Kamer. De motie is verworpen, hoewel een groot deel van de oppositie (65 Kamerleden) deze motie ter afkeuring van het handelen van het kabinet in de afhandeling van de Teevendeal steunde. Wat is eigenlijk de betekenis van deze motie?

Moties bestaan in verschillende vormen variërend in ernst. De minst ernstige vorm is de motie van treurnis. Door het aannemen van deze motie geeft de Kamer aan dat zij de gang van zaken of de opstelling van het kabinet of een bewindspersoon betreurt. De motie heeft niet per definitie bindende gevolgen. Een meer ernstige motie is de motie van afkeuring, waarvan de motie naar aanleiding van de afhandeling van de Teevendeal een voorbeeld is. Deze motie keurt het gevoerde beleid van het kabinet, de minister of staatssecretaris af. De motie laat zien dat het beleid op weinig steun in de Kamer kan rekenen. Afhankelijk van de kritiek kan het reden zijn voor de aanvraag van ontslag van het kabinet of een bewindspersoon. De motie van wantrouwen gaat een stap verder: de Kamer geeft het vertrouwen in het kabinet of de bewindspersoon op. Deze motie richt zich, in tegenstelling tot de eerder genoemde moties, tegen de persoon zelf. Wanneer een motie van wantrouwen wordt aangenomen kan het kabinet of de betreffende bewindspersoon niet anders dan opstappen.

Zowel de motie van afkeuring als de motie van wantrouwen raken het vertrouwen van de Tweede Kamer in het kabinet. Een motie van wantrouwen verplicht het kabinet of de bewindspersoon af te treden terwijl een motie van afkeuring dus niet per definitie direct politieke gevolgen heeft. De motie waarschuwt het kabinet dat zij op weinig steun kan rekenen in de Kamer. Dat de ingediende motie van afkeuring na de Teevendeal serieus moet worden genomen, ondanks dat zij niet is aangenomen, blijkt uit het grote aantal oppositiepartijen dat voor de motie stemde. Ter vergelijking: eerder in het jaar diende Van Klaveren (Bontes/Van Klaveren) één motie van wantrouwen in en Wilders (PVV) diende zelfs drie moties van wantrouwen in. Deze werden allen niet gesteund door andere partijen in de Kamer.