Weetje van de week: ‘Het meest vrouwelijke kabinet ooit’

Weetje van de week: ‘Het meest vrouwelijke kabinet ooit’

Het wil maar niet lukken: nog steeds is het aantal topvrouwen in het Nederlandse bedrijfsleven te laag. Maandag bleek uit een evaluatie van de Wet bestuur en toezicht dat het streefcijfer van 30% eind 2015 niet gehaald is. Eind 2014 was het percentage vrouwen in het bestuur nog maar 14,2% en in de raad van commissarissen 17,8%. Minister Bussemaker schrijft in een brief naar de Kamer dat het kabinet tot uitstel heeft besloten: bedrijven krijgen vier jaar langer de tijd. Maar, hoe zit het eigenlijk met de man-vrouw verhouding in de politiek?

Op dit moment is ongeveer een derde van de Kamerleden vrouw, een groot verschil ten opzichte van het parlement van 1815. In het begin van onze parlementaire democratie bestond het parlement enkel uit mannen. Met de uitbreiding van het passief kiesrecht in 1917 kunnen zowel mannen als vrouwen verkozen worden. Het jaar daarop trad het eerste vrouwelijke Kamerlid toe in de Tweede Kamer: Suze Groeneweg (SDAP). Een mannelijke collega omschreef haar als een ‘kat die je beter niet zonder handschoenen aan moest pakken’. Al snel volgden er enkele andere vrouwen in de Tweede Kamer, maar een stijging in het aantal vrouwen vond pas plaatst na 1977. In de Eerste Kamer was tot 1956 lange tijd maar één vrouwelijk Kamerlid, dit aantal is gestegen na uitbreiding van het ledental.

Het huidige kabinet voldoet wél aan het streefcijfer: 5 van de 13 ministers zijn vrouw. Dit is 39%, terwijl het gemiddelde aantal vrouwelijke ministers in de jaren ervoor ongeveer 25% was. Daarmee is dit kabinet het meest vrouwelijke kabinet ooit in Nederland. Dat de verdeling nog beter kan, bewijst de onlangs verkozen premier van Canada, Justin Trudeau. In zijn kabinet is bijna de helft van de ministers vrouw. Op de vraag waarom dat is, antwoordde Trudeau: ‘Omdat het 2015 is.’