Weetje van de week: Een aftredende staatssecretaris, en de minister dan?

Weetje van de week: Een aftredende staatssecretaris, en de minister dan?

3 november 2015

Afgelopen woensdag trad staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Wilma Mansveld af na het vernietigende Fyra-rapport. Na het aftreden van de staatssecretaris werden kritische vragen gesteld over de positie en portefeuille van minister Schultz van Infrastructuur & Milieu. Het merendeel van de kiezers vindt dat ook de minister had moeten aftreden, blijkt uit de Maurice de Hond-peiling van afgelopen zondag. Wat zegt de Grondwet hier eigenlijk over?

In de Grondwet (artikel 46) is de verhouding tussen minister en staatssecretaris vastgelegd: een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. Echter, in de praktijk wordt al tijdens de formatie van het kabinet bepaald voor welke beleidsterreinen een staatssecretaris moet worden aangesteld. Soms zorgt het creëren van een staatssecretarispost voor een politiek evenwicht binnen een ministerie tussen regeringspartijen.

De Grondwet stelt verder dat wanneer een minister aftreedt, zijn staatssecretaris wordt geacht te volgen. Denk aan de bonnetjesaffaire en het daaropvolgende aftreden van minister en staatssecretaris van het ministerie van Veiligheid en Justitie eerder dit jaar. De nieuwe minister heeft zo de ruimte om een eigen nieuwe staatssecretaris te kiezen.

De Grondwet is dus helder over wat er gebeurt met een staatssecretaris na aftreden van een minister, maar zegt niets over de gang van zaken na het aftreden van een staatssecretaris. Volgens de Grondwet mag Schultz haar taak als minister dus gewoon blijven vervullen en zal zij een nieuwe staatssecretaris aan haar zijde krijgen.