Voorstel ‘Lobby in daglicht’ van Lea Bouwmeester niet radicaal genoeg

Voorstel ‘Lobby in daglicht’ van Lea Bouwmeester niet radicaal genoeg

16 juni 2015

Vanavond spreekt Lea Bouwmeester (Tweede Kamerlid PvdA) op de vergadering van Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA). Op 6 mei jl. presenteerde zij een voorstel om de Nederlandse lobbypraktijk transparanter en toegankelijker te maken. Haar voorstel bevat drie kernpunten; bij elk groot beleidsonderwerp en/of wet dient openbaar gemaakt te worden welke belangen door wie zijn ingebracht en wat ermee is gedaan, ten tweede moeten agenda’s van ministeries en uitvoeringsorganisaties via internet opengesteld worden en tot slot moet er een transparant register van lobbyisten komen. Kortom, over de lobby dient openheid te bestaan. Dit voorstel komt voort uit de overtuiging dat een goede overheid een open overheid is. Frans van Drimmelen, van 2009 tot 2012 voorzitter van de Beroepsvereniging voor Public affairs, deelt de visie van Bouwmeester in het streven naar meer transparantie op het gebied van lobby. Hij vindt Bouwmeesters voorstel echter niet ver genoeg gaan en pleit radicaal voor meer transparantie over de gehele politieke linie. Niet alleen de lobby bij ministeries en overheidsinstanties dient transparant te zijn, maar juist ook de belangenbehartiging en afweging bij politici en politieke partijen zelf. Het voorstel van Bouwmeester is dus slechts een kleine stap in de goede richting.

Politieke partijen

Binnen public affairs en lobby draait het om meer dan alleen netwerken; het draait om kennis. Kennis van politieke besluitvormingsprocessen, maatschappelijke ontwikkelingen en over de wijze waarop samenwerking plaatsvindt. Dit is een van de redenen dat binnen public affairs gewerkt wordt met professionele analyses van stakeholders en positioneringsstrategieën. Deze professionaliteit draagt uiteindelijk bij aan een zo effectief mogelijke én transparante behartiging van belangen. Immers, zoals Bouwmeester beargumenteert, een goede overheid is een open overheid. Haar voorstel is echter niet radicaal genoeg. Trek de wens naar meer transparantie in de Nederlandse lobbypraktijk en openheid in agenda’s van ministeries ook door naar politici en politieke partijen. Vragen welke belangen door wie zijn ingebracht en wat hier mee is gedaan, zijn immers niet alleen relevant voor grote beleidsontwerpen en ministeriele voorbereiding van regels en wetten, maar juist ook voor de standpunten van politici en bijvoorbeeld de totstandkoming van verkiezingsprogramma’s van politieke partijen. In het voorstel van Bouwmeester worden deze geheel buiten beschouwing gelaten. Om de bal terug te kaatsen; waar is de openheid en transparantie in de totstandkoming van het voorstel van Bouwmeester zelf?

Iedereen weet dat er na de voorbereiding op de ministeries een essentiële rol is weggelegd voor de leden van de Eerste- en Tweede Kamer. Uiteindelijk spreken en stemmen zij over wetsvoorstellen, die al dan niet geamendeerd zijn. Om een zo compleet en genuanceerd mogelijk beeld te vormen van de impact en inhoud van wetsvoorstellen zullen Kamerleden gedachten uitwisselen met burgers, politici, organisaties én bedrijven. Tot nu toe ontbreekt grotendeels de openheid in dit proces terwijl juist hier transparantie gewaarborgd zou moeten worden. Bijvoorbeeld door bij iedere inbreng in een debat door het Kamerlid aan te laten geven op basis van welke informatie van welke organisaties hij zijn afweging maakt. Politici moeten immers op basis van de beschikbare informatie een goede belangenafweging maken en besluiten nemen. Nederlandse politici zouden wellicht aan de werkwijze van public affairs professionals een voorbeeld kunnen nemen. Sommige Tweede Kamerleden maken nu al overzichten welke organisaties en personen een rol spelen bij het besluitvormingsproces. Daarmee zorgen ze ervoor dat iedereen die een belang heeft door hen wordt gehoord. Wat mij betreft mogen die lijstjes openbaar gemaakt worden.

De behoefte aan openheid geldt niet alleen bij individuele politici maar ook voor politieke partijen in het algemeen. Onduidelijk is bij het overgrote deel van de politieke partijen welke belangen door wie zijn ingebracht en wellicht invloed hebben gehad op bijvoorbeeld de totstandkoming van verkiezingsprogramma’s. Wat  houdt  mevrouw Bouwmeester tegen om, in haar streven naar meer transparantie, ook politici en politieke partijen aan haar voorstel toe te voegen?

Vertrouwen in democratie

Uiteindelijk is vertrouwen in de democratie en in de politiek waar het in het voorstel van Bouwmeester om draait. Dat lossen we niet op door alleen de belangenbehartiging bij ministeries transparanter te maken. Ook public affairs professionals hebben belang bij zoveel mogelijk vertrouwen in de Nederlandse politiek. Volledige transparantie en openheid kunnen daaraan bijdragen. Laat de oproep van Lea Bouwmeester tot meer transparantie en openheid juist ook voor politici en politieke partijen gelden.

"Ik wil klanten leren zich te bewegen in het maatschappelijke en politieke veld. Daarvoor reik ik ze, om in visserstermen te spreken, graag de hengel aan."
Frans van Drimmelen
Partner en senior adviseur