Integriteitskwesties: een hyperbool binnen de Nederlandse politiek?

Integriteitskwesties: een hyperbool binnen de Nederlandse politiek?

20 februari 2015

Het aantal integriteitsschendingen lijkt de afgelopen tijd hand over hand te zijn toegenomen. Ook het Wethoudersonderzoek uit 2014, dat in opdracht van het Binnenlands Bestuur is verricht, lijkt deze trend te staven. Eén op de drie wethouders die in 2014 om politieke redenen sneuvelde moest zijn of haar loopbaan aan de wilgen hangen vanwege niet-integer optreden of de schijn ervan. Dit getal ligt een stuk hoger in vergelijking met de periode 2010-2013, waar hooguit één op de tien wethouders ten val kwam vanwege een integriteitskwestie. De stijging van het aantal incidenten lijkt zich tot een heet hangijzer ontwikkeld te hebben, maar zijn daarmee het aantal incidenten ook feitelijk toegenomen?

Met een toenemende aantal integriteitsincidenten kan niet gezegd worden dat het feitelijk ook vaker voorkomt. Het is de “integriteits-paradox” waar oud-premier Balkende al op wees:

“Meer dan voorheen is de overheid alert op integriteitsschendingen, en daarom komen deze nu aan het licht. In combinatie met de groeiende openheid en transparantie in het openbaar bestuur, versterkt door de agressiever opererende media, ontstaat zo het beeld van een corrupter wordende overheid.” 

Hoewel dit citaat ietwat gedateerd is, lijkt het onderwerp actueler dan ooit. Hoe scherper de overheid aan de wind vaart als het gaat om integriteit, des te meer raakt zij in diskrediet. Daarmee wijst de paradox ons vooral op de gevaren van een vertekenende beeldvorming: de facto mag het aantal incidenten misschien gelijk zijn gebleven – of zelfs zijn afgenomen -, in mente lijkt er sprake te zijn van een accrès.

Dat Nederland het helemaal niet zo slecht doet blijkt ook als we kijken naar de cijfers van de Transparency International. Nederland staat daar al jaren op de 8e plaats van minst corrupte landen ter wereld. Hoewel Nederland niet weggezet kan worden als een land waar corruptie hoogtij viert, zal de overheid een oplettend oog moeten blijven koesteren voor ongewenst gedrag. Alleen op die manier kan er recht gedaan worden aan de publieke moraal.