Van bestuur voor het volk naar bestuur door het volk

Van bestuur voor het volk naar bestuur door het volk

Binnen Dröge & van Drimmelen ben ik als stagiair o.a. verantwoordelijk voor de monitoring van de kranten en verschillende vakbladen.

Zo las ik afgelopen maand over de G1000, het onlangs gehouden burgerparticipatie initiatief in de gemeente Amersfoort. De G1000 is gebaseerd op een ‘trechterproces’ van drie fasen: Via een algemene raadpleging worden actueel te bespreken thema’s vastgesteld (Fase I), waarna een door loting samengestelde burgerconferentie in gesprek gaat over deze thema’s (Fase II), om uiteindelijk een kleiner burgerpanel de wensen en verlangens van de samenleving over te laten brengen naar de gekozen politici (Fase III). 

Volgens David van Reybrouck, de initiator van de G1000 in Brussel, heeft ons Nederlands politieke systeem, zoals vele westerse democratieën, te lijden onder een kieskoorts die chronisch is geworden. Wegens de ontzuiling, de opkomst van social media en de vercommercialisering van de media, is er sprake van een continue verslaggeving en terugkoppeling naar de politiek. Meteen na de verkiezingen moeten politici opnieuw campagne voeren en verantwoordelijkheid afleggen aan de kiezer. De discussie over de afschaffing van de strafbaarstelling illegaliteit als reactie op de verkiezingsnederlaag van de PvdA tijdens de gemeenteraadsverkiezingen is hier een typisch voorbeeld van.

Volgens David van Reybrouck moeten we terug naar de basisbeginselen van de democratie om ons politieke systeem van deze blijvende kieskoorts te genezen. Binnen de democratie van het klassieke Athene, de uitvinders van de democratie, werd slechts 2% van de politiek gekozen via verkiezingen, de andere 98% werd verkozen via loting onder de kiesgerechtigden. Wegens de beperkte burgerbetrokkenheid van de vele laagopgeleiden in de samenleving werden deze lotingen eind 18e eeuw tijdens de wederopstanding van de democratie weggelaten. Echter hebben de westerse democratieën zich afgelopen decennia geëvalueerd tot een kennis- en communicatiemaatschappij. Westerse samenlevingen zijn zoekend naar meer mogelijkheden om te kunnen meebeslissen binnen de politieke besluitvorming. Zoals David Reybrouk stelt, kunnen we via de G1000 de verlangens en wensen voor meer politieke participatie verwezenlijken en de beginselen van onze democratie versterken.

Ondanks deze trend voor verbeteringen rondom de representativiteit van onze democratie, wijzen verschillende critici op de gebreken van participatie initiatieven zoals de G1000. De via loting uitverkoren 1000 participanten binnen de G1000 zijn namelijk geen direct of indirect democratisch gekozenen. De democratie raakt zo eerder verzwakt dan versterkt, zo stellen critici. Verder wordt er steeds vaker gewezen op de eventuele extra invloed van gelukzoekers en populisten die zou kunnen ontstaan als de verlangens en wensen van de G1000 zwaarder gaan wegen binnen de politiek.

Echter, of we initiatieven zoals de G1000 moeten goed- of afkeuren is de discussie veelal gepasseerd. Doorgaans bestaat er namelijk veel enthousiasme en interesse voor deze participatie initiatieven. Na Brussel heeft er onlangs dus ook in Amersfoort een succesvolle G1000 plaats gevonden. ‘Dit initiatief laat zien dat de democratie verandert’, stelt de burgermeester van Amersfoort Lucas Bolsius. Zo stelt ook Rob van Gijzel, burgermeester van Eindhoven, die onlangs voor de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) alle verschillende participatie initiatieven in kaart heeft gebracht: ‘De vernieuwingen dwingen tot veranderingen van de rolopvattingen binnen de politiek’.

Als deze participatie initiatieven daadwerkelijk invloed gaan vergaren binnen de Nederlandse politieke besluitvormingsprocessen, moeten ook lobbyisten zich gaan aanpassen aan deze democratische vernieuwingen. Waarschijnlijk zullen (commerciële) organisaties zich meer gaan richten op Astroturfing, een manier van lobbyen waarbij ‘vermomde’ stichtingen worden opgezet om spontaan grassroots acties op gang te krijgen, om op deze manier initiatieven als de G1000 te kunnen beïnvloeden. Echter zijn er rondom Astroturfing grenzen gesteld binnen de gedragscode van de Beroepsvereniging van Public Affairs (BPVA). Lobbyisten zullen deze grenzen gaan oprekken of eerder de Astroturfing gaan omzeilen en andere manieren ontwikkelen om een succesvolle grassroots op gang te brengen. Ofwel, lobbyisten staan voor essentiële keuzes: grenzen oprekken of bestrijden via alternatieven? Kortom, ook binnen de lobbywereld zullen de democratische vernieuwingen dwingen tot nadenken over de eigen rolopvatting.

Niels Hubregtse