Weetje van de Week: de Biechtstoelprocedure

Weetje van de Week: de Biechtstoelprocedure

De biechtstoelprocedure is een veelgebruikt instrument in de politiek. Zo werd deze procedure met grote regelmaat gehanteerd door Gerrit Zalm, in zijn rol als formateur, om compromissen te kunnen bereiken op moeizame dossiers tijdens de onderhandelingen over het kabinet Rutte III. Bij een biechtstoelprocedure nodigt een formateur of onderhandelingsvoorzitter de betrokken partijen één voor één uit om wensen en grieven te bespreken, de ruimte voor concessies te verkennen en common ground te vinden. Een dergelijke biechtstoelprocedure stelt de formateur of onderhandelingsvoorzitter in staat om tot een voorstel voor een compromis te komen.

Toepassing van de procedure

De biechtstoelprocedure werd niet alleen gebruikt tijdens de kabinetsonderhandelingen van Rutte III. Zo gebruikte minister-president Lubbers de biechtstoelprocedure in 1991 toen Nederland voorzitter was van de Europese Raad van Ministers: nadat het oorspronkelijke Nederlandse voorstel voor een Europese Unie van tafel was geveegd, reisde Lubbers langs de Europese hoofdsteden om afzonderlijk met de elf regeringsleiders te spreken. Ook in Maastricht zelf, waar de regeringsleiders bijeenkwamen om over een nieuwe opzet van de Europese Gemeenschap te spreken, onderbrak Lubbers de vergadering van de Europese Raad voor biechtstoelgesprekken. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren, lukte het op die manier toch om tot het Verdrag van Maastricht te komen. Sindsdien is de biechtstoelprocedure een veel gebruikt instrument binnen de EU om compromissen te bereiken, zo ook in de context van de Brexit-onderhandelingen. In Nederland werd de biechtstoelprocedure recentelijk gehanteerd door D66 bij de verkiezing van een nieuwe fractievoorzitter na het aftreden van Alexander Pechtold. Hierbij konden de Kamerleden van D66 hun belangstelling of hun voorkeur voor het fractievoorzitterschap uitspreken, waarna de fractie unaniem voor Rob Jetten koos.


Vermijden van confrontaties

Het hoofdprincipe bij de biechtstoelprocedure is het vermijden van confrontaties: waar gesprekken aan de grote onderhandelingstafel explosief kunnen zijn, leggen betrokken partijen de kaarten gemakkelijker op tafel wanneer één op één met een formateur of onderhandelingsvoorzitter wordt gesproken. Aan de grote onderhandelingstafel worden namelijk wel posities, maar vaak geen échte belangen prijs gegeven. De naam 'biechtstoelprocedure' is dan ook niet zo ver gezocht: net als in een biechtstoel in de kerk heerst er tijdens zo’n procedure een sfeer van vertrouwelijkheid. Groot voordeel van de biechtstoelprocedure is dan ook dat vertrouwelijkheid het bereiken van compromissen op politiek gevoelige dossiers faciliteert.


Nadelen

Dit is echter ook meteen een nadeel van de biechtstoelprocedure: de gesprekken zijn vertrouwelijk, en de inhoud blijft dus geheim. De formateur of onderhandelingsvoorzitter is hierbij de enige met een totaaloverzicht van de standpunten van de betrokken partijen, waardoor niet goed inzichtelijk is hoe compromissen tot stand komen. De biechtstoelprocedure draagt hiermee niet bij aan de transparantie van de politiek. Bij de kabinetsonderhandelingen over Rutte III stelde Kamervoorzitter Arib dat zij zich ergerde aan het gebrek aan transparantie. Ook deed de verkiezing van Jetten tot fractievoorzitter her en der wat wenkbrauwen fronsen: want klopte het wel dat Jetten na een biechtstoelprocedure van één dag als enige kandidaat overbleef, zoals de fractie beweerde? Dit neemt niet weg dat de biechtstoelprocedure een belangrijk instrument is in de Nederlandse en Europese politiek, dat veelvuldig wordt ingezet om complexe onderhandelingen tot een goed einde te brengen.