Kiezen tussen akkoorden

Kiezen tussen akkoorden

In het zomerreces ontstond er een interessant debat in het FD door twee artikelen van Ebel Kemeling en Jan Rotmans. Kemeling hield een pleidooi voor een stevigere rol van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) inzake de energietransitie en het Klimaatakkoord. Rotmans riep vervolgens op om te stoppen met polderen en te kiezen voor een participatiemodel: een ‘coalition of the willing’ met partijen die durven door te pakken en te investeren. Geen brancheorganisaties en koepels, maar koplopers die verantwoordelijkheid nemen. Is dit een nieuwe, betere versie van het ‘klassieke’ polderakkoord?

Interessant aan beide artikelen is de vergelijking die de auteurs maken tussen het Klimaatakkoord en een akkoord over gezondheid. Kemeling zegt: “Stel: (..) in het regeerakkoord worden ambitieuze doelen geformuleerd over het terugdringen van obesitas. Om de plannen handen en voeten te geven, installeert het kabinet vijf ‘gezondheidstafels’, waaraan o.a. worden uitgenodigd: Foodwatch, de Consumentenbond, Coca-Cola, McDonalds, Pizza Hut, Ahold, Jumbo en het Verbond van Snackbarhouders. Als laatste wordt ook nog Ekoplaza uitgenodigd. Wat denkt u, zou het lukken om tot een geloofwaardig en gezond transitietraject te komen?”. Het antwoord van beide heren: tuurlijk niet! Wat ze waarschijnlijk niet wisten, is dat dergelijke onderhandelingen momenteel plaatsvinden in het preventieakkoord. Aan tafel zitten net iets andere partijen dan de heren suggereren, maar het scheelt niet veel. En zoals je kunt verwachten, zijn ook daar partijen erg ontevreden. Zo deed de Transitiecoalitie Voedsel laatst eenzelfde oproep in Trouw als Kemeling en Rotmans: “Als je een preventieakkoord ontwikkelt met dit soort klassieke koepels, bepaalt per definitie de langzaamste in het peloton het tempo”.

Het sluiten van een ‘klassiek’ polderakkoord wordt vaak gezien als effectief lobbyinstrument om wetgeving te voorkomen of besluitvorming te vertragen. Door het sluiten van een akkoord hoeft het ministerie geen pijnlijke maatregelen te nemen, kan de industrie zelf het tempo en de maatregelen bepalen en worden maatschappelijke organisaties aan het akkoord gebonden voor draagvlak. Een effectief middel dat zorgt voor een groot draagvlak en bereik. Uitgelekte memo’s over een ‘meestribbelend bedrijfsleven’ helpen de beeldvorming echter niet en geven munitie aan de voorstanders van een progressiever model.

In het progressieve model van een coalition of the willing bepalen de hoogvliegers het tempo en het doel. De partijen kunnen daardoor de norm zetten voor hun concurrenten, genieten vaak breed draagvlak onder het maatschappelijk middenveld en het ministerie heeft een troef in handen om wetgeving wel in te voeren: de markt laat immers zien dat het kan. Het sluiten van een ‘coalitions of the willing’ is daarmee een mooi (nieuw) lobbyinstrument om tegen de gevestigde orde in te gaan en het eigen model neer te zetten als de weg vooruit.

Het poldermodel is van oorsprong een middel om werkgevers, vakbonden en overheid gezamenlijk tot een beter cao te brengen. Tegenwoordig wil elke sector een akkoord sluiten en het zoeken naar consensus zal in Nederland als polderland altijd in een zekere mate blijven. De vraag is echter of je nog moet aansluiten bij het akkoord voor een effectieve lobby? Polderen is een klassiek spel met een groot speelveld, waardoor het onderhandelingsproces lang duurt, maar je bereik groot is. Of vaar je met enkele gelijkgestemden een eigen koers waardoor je het tempo kan bepalen? Dit participatiemodel is sneller, waarbij vooraf een helder doel wordt geformuleerd en eenieder die mee wilt doen zich daaraan committeert. Beide vormen kunnen een effectief lobbyinstrument zijn, afhankelijk van het doel van de lobby die je wilt voeren. Wel zou wat meer coalitions of the willing het politieke speelveld interessanter maken.  

"Een goede lobby begint bij de verbinding leggen tussen ontwikkelingen in de maatschappij, de politiek en het bedrijfsleven om zo aansluiting te vinden bij de verschillende belangen in het krachtenveld"
Madelon Smit
Adviseur