Weetje van de Week: De fascinerende vaccinatiediscussie

Weetje van de Week: De fascinerende vaccinatiediscussie

Afgelopen juni publiceerde het RIVM cijfers omtrent het Rijksvaccinatieprogramma. Daaruit is gebleken dat nog maar 90,2% van de tweejarige peuters was ingeënt tegen ziektes zoals mazelen, tetanus, kinkhoest en polio. Kinderartsen gaven aan zich zorgen te maken over deze ontwikkeling. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) is er namelijk een percentage van 95% nodig om de groepsimmuniteit te kunnen waarborgen. 

Deze cijfers gaven aanleiding voor het aanwakkeren van de discussie rondom de vraag: ‘moet ik mijn kind wel of niet laten inenten?’. Niet alleen in de media werd er veel gesproken en geschreven over deze vraag, ook politiek Den Haag heeft van zich laten horen. Zo gaat D66 een wetsvoorstel indienen die peuteropvangcentra en crèches de mogelijkheid biedt om zelf de keuze te maken of ze kinderen willen toelaten die niet deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma. Ook artsen komen in actie, namelijk op Twitter met de hashtag #ikvaccineer. Hiermee proberen ze twijfelende ouders te overtuigen om hun kinderen wel in te enten.

Want waar komt de weigering van vaccins vandaan? Het belangrijkste argument dat de weigeraars, wie zichzelf ook wel anti-vaxxers noemen, aanhalen, is een artikel uit het artsenblad The Lancet. Uit dit artikel zou zijn gebleken dat inenten autisme veroorzaakt. De artsen onderzochten twaalf peuters. Bij acht van hen bleek autisme te zijn vastgesteld een maand na de inenting. Een belangrijke toevoeging aan deze bevinding, maar die door de weigeraars niet wordt meegenomen in hun keuze, is dat er sprake is van een ‘mogelijke relatie’. Oftewel, in het betreffende onderzoek is geen causaal verband vastgesteld.

Waar deze discussie uiteindelijk toe leidt, zal nog moeten blijken. Het vormt in ieder geval het gesprek van de dag omtrent een ontwikkelend onderwerp.