Weetje van de Week - Minister van Staat, kroon op een carrière?

Weetje van de Week - Minister van Staat, kroon op een carrière?

Vorige week was er onverwacht nieuws; maar liefst drie oud-ministers werden tegelijkertijd benoemd tot minister van staat. Deze uitzonderlijke, door de regering uitgereikte eretitel werd toegekend aan Jaap de Hoop Scheffer (CDA), Winnie Sorgdrager (D66) en Sybilla Dekker (VVD). Sorgdrager was recent nog in het nieuws als voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de Fipronil-affaire. Daarnaast was ze minister van Justitie in het eerste kabinet-Kok. Sybilla Dekker was namens de VVD minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in het tweede kabinet-Balkenende, en Jaap De Hoop Scheffer minister van Buitenlandse Zaken in de eerste twee kabinetten Balkenende. Wat maakt dat deze oud-ministers worden benoemd tot minister van staat? En wat houdt de functie eigenlijk in?

De eretitel

De titel van minister van staat wordt tegenwoordig toegekend aan uitzonderlijke politici of staatslieden die geen publieke functie meer vervullen. Verder heeft deze titel heeft geen wettelijke basis, en bestaan er geen criteria voor de selectieprocedure. Momenteel dragen naast de nieuw benoemden vijf andere oud-bewindslieden de titel minister van staat. Dit zijn Wim Kok, Jos van Kemenade en Herman Tjeenk Willink (allen PvdA), Frits Korthals Altes (VVD) en Hans van den Broek (CDA).

Geschiedenis

De minister van staat was aanvankelijk de benaming voor een minister zoals wij die nu kennen, het hoofd van een departement. Op 16 september 1815 benoemde Koning Willem I bij Koninklijk Besluit twee ministers van staat, zonder specifieke portefeuillle. Zij stonden niet aan het hoofd van een departement, maar kregen wel enkele taken toegewezen. Deze ministers kregen destijds ook toegang tot de kabinetsraad, het adviesorgaan van de koning. In 1849 verdween de functionele inhoud van de minister van staat volledig, toen de kabinetsraad niet langer bijeenkwam. In 1823 was immers de Raad van Ministers reeds ingesteld, waartoe de ministers van staat geen toegang hadden. Sindsdien is de minister van staat een eretitel, zonder een duidelijk afgebakend takenpakket.

Takenpakket

Wat houdt de functie precies in? Ministers van staat maken geen deel uit van de ministerraad, maar kunnen door het staatshoofd worden geraadpleegd. Een voorbeeld hiervan is toen het staatshoofd nog de formateur benoemde bij een kabinetsformatie. Tevens worden zij bij gelegenheid gevraagd om de regering bij bepaalde gebeurtenissen te representeren. Ook ondersteunen ze de regering waar nodig. Zo speelde Hans van den Broek een belangrijke rol in het huwelijk van Máxima en Willem-Alexander. Als minister van staat verzocht hij de vader van Máxima om niet aanwezig te zijn bij het huwelijk. De verdere activiteiten van de ministers van staat zijn grotendeels onbekend. “En als ze er al zouden zijn, ga ik er niets over zeggen,” aldus Korthals Altes over zijn functie in de Volkskrant.

Hoe wordt je minister van staat?

De meeste ministers van staat hebben een verleden als minister. Toch krijgen lang niet alle ministers deze titel. Herman Tjeenk Willink, die nooit minister in een kabinet is geweest, laat bovendien zien dat een verleden als minister geen harde voorwaarde is voor een benoeming. De functie van minister-president is eveneens geen garantie voor deze titel. Zo zijn de oud-premiers Dries van Agt, Ruud Lubbers en Jan-Peter Balkenende nooit benoemd tot minister van staat. Toen Van Agt in 2011 in een interview te kennen gaf 'teleurgesteld' te zijn dat de erebaan hem niet te beurt was gevallen, stelde D66 Kamervragen. Rutte reageerde afgemeten: 'Er zijn geen criteria anders dan bijzondere verdiensten die vergelijkbaar zijn met de bijzondere verdiensten van degenen aan wie deze titel eerder is verleend.'

Minister van staat is kortom vooral een eervolle titel voor oud-bewindspersonen. De titel draagt men voor het leven en is allesbehalve vanzelfsprekend. Daarmee de benoeming tot minister van staat een kroon op de carrière van oud-bewindspersonen, maar wel één die grotendeels in nevelen is gehuld.