Weetje van de Week: Een vroegtijdig vaarwel

Weetje van de Week: Een vroegtijdig vaarwel

Deze week werd bekend dat Sharon Dijksma en Liesbeth van Tongeren de Tweede Kamer gaan verlaten voor een functie als wethouder in Amsterdam en Den Haag. Een prachtige functie voor twee ervaren politici, maar helaas verdwijnt hierdoor wel vele kennis en ervaring. Sinds de verkiezingen in maart 2017 hebben een behoorlijk aantal Kamerleden het parlement vaarwel gezegd. Deels vanwege de functies in het nieuwe kabinet, maar ook door een aantal persoonlijke overwegingen. Wie zijn deze Kamerleden zijn en wat zijn hun overwegingen geweest om de Kamer vaarwel te zeggen? 

Sinds de verkiezingen zijn reeds zeven Kamerleden afgetreden. De redenen hiervoor lopen uiteen. Zo werd de 43-jarige Sjoerd Pjotters (VVD) in februari 2017 benoemd tot Burgemeester van de Bilt, waardoor hij ondanks zijn positie op de lijst geen zitting nam in de Kamer. Zijn partijgenoot Pieter Duisenberg trad in oktober 2017 af vanwege zijn benoeming als voorzitter van de Vereniging van Universiteiten. Naast Dijksma (PvdA) verruilen Linda Voortman (GroenLinks) en Van Tongeren (GroenLinks) ook binnenkort hun plek in de Kamer voor een wethouderspost. Daarmee komt het aantal voortijdige Kamerverlaters in de nabije toekomst op negen te liggen.

Kamerleden treden minstens zo vaak af door persoonlijke overwegingen. Zo stopte Elbert Dijkgraaf (SGP) als Kamerlid vanwege de druk van het Kamerwerk op zijn gezondheid en persoonlijke situatie. Nine Kooiman (SP) verliet de Kamer eerder dit jaar omdat ze haar Kamerlidmaatschap niet kon combineren met haar plicht als ouder. 

Voor Jeroen Dijsselbloem (PvdA) was de reden van zijn vertrek minder vanzelfsprekend. In oktober 2017 trad hij af als Kamerlid omdat hij “het werk in de Kamer niet meer op kon brengen” , en zei “niet over de vuurkracht te beschikken om de PvdA er weer bovenop te helpen”. Voormalig SP-kopman Emile Roemer trad af onder dezelfde noemer, mede omdat hij “het de juiste tijd [vond] om het stokje over te dragen aan de nieuwe lichting”.

Persoonlijke overwegingen en de benoeming op een andere positie in de (semi-)publieke sector zijn de voornaamste redenen voor Kamerleden om af te treden. Enerzijds kan men pleiten voor de vrijheid van Kamerleden om een andere functie te gaan bekleden of af te treden. Het is immers om persoonlijke redenen vaak onontkoombaar om het Kamerlidmaatschap op te zeggen. Voor het aannemen van een andere functie zou er volgens deze gedachtegang ruimte moeten zijn voor groei van een Kamerlid in de maatschappij.  Anderzijds kan worden aangevoerd worden dat kritisch met het Kamerlidmaatschap om moet worden gegaan. Je hebt als Kamerlid immers de keuze gemaakt om op de kandidatenlijst te staan, en bent vervolgens voor een gehele kabinetsperiode verkozen als volksvertegenwoordiger. Het zou volgens deze redenering je taak zijn om je kiezers te blijven dienen.

Tot slot zeggen de persoonlijke overwegingen van de genoemde Kamerleden ook iets over de druk van het werk als Kamerlid. Wellicht is het voor een buitenstaander te makkelijk om tot een oordeel te komen over het vroegtijdig verlaten van het parlement. Een Kamerlid moet immers wel in staat zijn om zijn om het mandaat van de kiezer op een passende manier te vervullen. En de afweging of een Kamerlid daartoe in staat is kan maar door één persoon worden gemaakt: het Kamerlid zelf.