Weetje van de week: De ideale voorzitter

Weetje van de week: De ideale voorzitter

30 november 2017

De Vlaamse dichter Karel Jonckheere zei ooit dat de ideale voorzitter alleen zijn mond open doet om te geeuwen. Het voorzitterschap van de vaste Tweede Kamer commissies gaat echter gepaard met het nodige politieke gewicht. Dat is niet gek want de 150 Tweede Kamerleden doen veel van hun werk in deze commissies.

De afgelopen weken zijn de nieuwe voorzitters en ondervoorzitters van de vaste Tweede Kamer commissies gekozen. De grootte van een fractie speelt vaak een beslissende factor in deze keuze. Een van de redenen hiervoor is dat alle fracties naar evenredigheid vertegenwoordigers hebben in de commissies. Het is dus niet vanzelfsprekend dat de voorzitter iemand moet zijn uit een van de coalitiepartijen. Ook hoeft het geen fractievoorzitter te zijn, dit is zelfs zeer ongebruikelijk.

Dat is niet altijd zo geweest. Lange tijd waren er ook fractievoorzitters onder de voorzitters van de vaste commissies. Zo was de heer Oud voorzitter van de vaste commissie van Justitie, de heer Tilanus voorzitter van de Onderwijscommissie en de heer Schmelzer voorzitter van de vaste commissie van Buitenlandse Zaken. Sinds de jaren zeventig komt dit niet meer voor.

Tegenwoordig kent de Tweede Kamer diverse commissies waarin Kamerleden overleg voeren met bewindslieden en waarin regeringsstukken worden besproken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vaste commissies, algemene commissies, tijdelijke commissies, enquêtecommissie, themacommissies en overige commissies.

De meeste commissies hebben 25 leden en evenveel plaatsvervangende leden. De voorzitters treden vaak op als het gezicht van de commissie. Het is daarom te verwachten dat een geeuwende commissievoorzitter zelfs ongepast kan overkomen bij een van de werkbezoeken, hoorzittingen of bij het in ontvangst nemen van petities.