Innovatie als sleutelwoord

Innovatie als sleutelwoord

Het woord innovatie is de laatste jaren een sleutelwoord geworden in zowel het politieke als het economische landschap. Het woord wordt gekoppeld aan alles wat als nieuw of vernieuwend geduid moet worden. Bedrijven positioneren hun producten of bedrijf als innovatief in reclames; daarnaast kan beleid zelf innovatief zijn als ook gericht op het aanzwengelen van innovatie. Het resultaat: als je niet innovatief bent doe je er tegenwoordig niet meer toe. Logisch, gezien de drijvende kracht van technologische innovatie in een op groei gebaseerde economie.  

Maar iedere keer dat ik het woord innovatie ergens hoor of lees vraag ik mij af of bij het gebruik van het woord ook verder wordt gegaan dan de waan van de dag. Wordt er ook over de lange termijn nagedacht? Waar innovatie in een op groei gebaseerde economie gericht is op het behalen van toenemende productie efficiëntie, of het produceren en het op de markt brengen van nieuwe producten, is het de vraag wat voor uitwerking dit op de lange termijn heeft. Naast het gegeven dat efficiëntie toenames resulteren in uitstoting van arbeid, is de levenscyclus van producten de laatste decennia steeds verder teruggelopen.

En al deze innovatieve activiteiten gaan gepaard met het gebruik van schaarse grondstoffen, schaarse ruimte, en vaak met het belasting van het milieu. En terwijl de geproduceerde innovatieve diensten en producten een positieve bijdrage, lees groei, leveren aan het nationaal product, worden het verbruik van grondstoffen, ruimte en milieu niet meegenomen in de berekening. Nu concludeerde de Club van Rome al dat er een limiet zit aan de te realiseren groei, maar het is de vraag of voortdurende groei ook nog steeds toenemende welvaart in de brede zin van het woord behelst.

Nu houd ik hier als master student innovatie management natuurlijk geen betoog tegen innovatie. Integendeel, dit is een betoog voor innovatie. Het is mijn stellige overtuiging dat technologische vooruitgang een hoop problemen het hoofd kan bieden. Maar de kern van mijn betoog is dat we moeten innoveren op een hoger abstractie niveau. Innovatie wordt nu overwegend gebruikt binnen het huidige economische paradigma. Mijn stelling daarentegen is dat innovatie op dat hogere abstractie niveau nodig is zodat een ‘paradigm shift’ richting een nieuw, duurzaam economisch model, dat schaarste wel meeneemt in de berekening, teweeg gebracht kan worden. Dus een focus op sociale innovatie naast technologische innovatie.

Thijs Weitkamp