Olympisch vuur

Olympisch vuur

Ruim 1,5 jaar geleden heb ik me ingeschreven voor Olympische hockeykaartjes. Voor welke wedstrijd? Geen idee. De kwalificaties waren nog in volle gang. Maar een ding was zeker. Ik wilde de magie van het grootste sportevenement ter wereld ervaren. En het was nog maar de vraag of én waarvoor we werden ingeloot. Enkele maanden geleden kregen we de felbegeerde kaartjes toegewezen. Thuisland Groot- Brittannië speelt in onze aanwezigheid tegen Argentinië. Helaas geen Oranje kaartjes, maar we zijn erbij!

In London aangekomen zie ik met eigen ogen wat de Spelen met een land doet. Waar je ook komt en wie je ook spreekt, iedereen is zo trots. Geweldig. Welke sport je ook bekijkt, team GB wordt op handen gedragen. De in mijn ogen altijd wat horkerige Engelsen zijn de gastvrijheid en vriendelijkheid zelve. Op het Amerikaanse af. Het besluit voor de organisatie van dit evenement is misschien wel politiek geweest, maar het maatschappelijk draagvlak is gigantisch. Kijk alleen maar naar de 70.000 vrijwilligers die niets anders willen dan van hun Spelen een succes maken.

De unieke sfeer in het uitgestrekte Olympisch park doet hier niet aan onder. Als je de ‘militaire zone’ binnen bent adem je de Olympische gedachte in. Wat die ook mag zijn, hij is er. Nederlandse zwemsupporters vieren feest met Amerikaanse basketbalaanhangers. En drinken een biertje met Australische hockeyfans. Sport verbroedert. Echt.

‘Mijn wedstrijd’ wordt met 4-1 gewonnen door het thuisland. Dat het stadion ontploft mag duidelijk zijn. Even was ik een, in het Oranje geklede, Engelse hockeyfan. De wedstrijd in het Olympische River Bank stadion zal me in ieder geval altijd bijblijven. De rest van het toernooi volg ik de Nederlandse sporters weer vanaf mijn computer en televisie. Of het nu gaat om de hockeyers, onze surfer of de zwemsters. Ik hoop dat hun Olympische droom werkelijkheid wordt.

Mocht Nederland in 2016 besluiten om zich kandidaat te stellen voor de organisatie van dit gigantische evenement, dan kunnen we nog wel wat van onze buren leren. Als de Olympische Spelen van 2028 in Amsterdam of, als het aan premier Mark Rutte ligt, in Den Haag kunnen worden gehouden dan is er de komende jaren nog heel wat werk aan de winkel. Het is onvoorstelbaar wat een organisatie er nodig is om de Spelen tot een succes te maken. Maar als de Nederlandse bevolking de politiek steunt, dan kunnen wij dit ook. Zeker weten. De Engelsen die ik heb gesproken vonden het alle inspanningen en investeringen in ieder geval meer dan waard. Mocht het zover komen, dan meld ik mezelf bij deze aan als vrijwilliger voor 2028.

Svenja Westerduin, adviseur